PROJECTBESCHRIJVING MIJN LETTERS

Vergelijkbare documenten
PROJECTBESCHRIJVING WIJ ZIJN BIJZONDER

PROJECTBESCHRIJVING DE WIJK IN

PROJECTBESCHRIJVING SCHATTIG SPELEN

PROJECTBESCHRIJVING MIJN SCHATKIST

PROJECTBESCHRIJVING DAT HAD JE GEDROOMD

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT MIJN LETTERS

PROJECTBESCHRIJVING VERHUIZEN

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING DAT BEN JIJ

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING TOVEREN EN GAMES

China. Stadsgeluiden in China. 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad. Vakgebied: Muziek. Lesduur: 60 minuten per les

PROJECTBESCHRIJVING BOEKENHELDEN

PROJECTBESCHRIJVING DE MASKERADE

Dieren deel 1 luisteren en noteren X Muziek noteren X Luisteren O Individueel X Duo 1. Inleiding: Oriëntatie: 3. Delen oefenen:

Wereldschool zomerdeal Kikker en vriendjes (groep 1 t/m 3)

PROJECTBESCHRIJVING HAAGSE VOGELS

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8

PROJECTBESCHRIJVING IN RAP EN ROER

Museum De Buitenplaats Kijken is een kunst

Druk de A, B en C vragen op hetzelfde kleur papier af (v.b. op geel papier) Druk de P-vragen op een afwijkende kleur papier af en de D vragen ook.

PROJECTBESCHRIJVING DROMEN

kunstwerken kritisch te beschouwen, te reflecteren op het thema kunst én is een creatief speelveld voor vele muzikale werkvormen.

PROJECTBESCHRIJVING BACK TO THE FUTURE

NEDERLAND VIERT 100 JAAR DE STIJL DESTIJLUTRECHTAMERSFOORT.NL ONTDEK HET IN UTRECHT & AMERSFOORT! LESSUGGESTIES 100 JAAR DE STIJL GROEP 1 T/M 4

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 5 en 6

lesformulier en -planning

PROJECTBESCHRIJVING METAMORFOSE IN BEELD

Een les cardboards maken in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

Cultuureducatie met Kwaliteit

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

DOCENT. Thema: Water BEESTJES IN DE SLOOT. groep 1 en 2. Stadshagen

Lesbrief Kikker viert de lente. Kikkertiendaagse: 21 t/m 30 maart Thema: Kikker viert de lente Leeftijd: voor kinderen van 3 tot en met 6 jaar

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen.

PROJECTBESCHRIJVING BOEKENHELDEN

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT TEKST IN BEELD

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27

LESMAP VINKENSLAG. opdracht: help de vogels op de speelplaats en maak voor hen een voederplaats.

Red met jouw klas de wereld! Handleiding van het digitale educatiepakket bij de voorstelling: Wij redden de wereld

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen?

AAN DE SLAG DIT BEN IK

Inhoudsopgave BIJLAGEN

DieDrie. Lesbrief bij de voorstelling Zeg het met muziek

Belangrijk dichtwerkboekje van

Hoe maak ik een werkstuk?

Voor jezelf? Les 1 Welkom!

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT HET VERDWENEN VERHAAL

Algemene doelstellingen voor lessenreeks De Tijdmachine

aartenbak tekenen Tekenlessen met: Kleurpotlood

VOOR DOCENTEN: voorbereiding in de les THEATER LEJO. en Het Gelders Orkest.

Primair Onderwijs. 6 lessen

Hoe kunnen we WAT ACTIE zodat IETS VERANDERT

Tip. In de herfst en winter is de maan vroeg in de ochtend goed te zien.

Opdracht bij een bedrijfsbezoek door leerlingen Een aantrekkelijk bedrijfsbezoek speurtocht door het bedrijf

Presentaties: presenteer jezelf met PowerPoint

Lespakket. Ssst de tijger slaapt. Door: Maike Douglas jufmaike.nl. De lessen met een * ervoor zijn alleen geschikt voor kleuters. ã jufmaike.

Lesvoorbereiding. Datum: 19 februari 2013 aantal leerlingen: 33 tijd: Groep: 4

Lesbrief bij Romeo is op Julia en Layla op Majnun

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien.

Het gedicht Kampioen

Transcriptie:

PROJECTBESCHRIJVING MIJN LETTERS Leerlijn Literatuur Thema Identiteit Groep 1 en 2 10 december 2016

Cultuuronderwijs op zijn Haags Leerlijn Literatuur Thema Identiteit Groep 1 en 2 10 december 2016 Deze projectbeschrijving wordt regelmatig geactualiseerd. Kijk voordat u ermee aan de slag gaat op www.cultuurschakel.nl/coh voor de nieuwste versie. Hierbij treft u een projectbeschrijving: waarmee u een project van 6-8 lessen van 45 min. kunt uitvoeren; waarin veel ruimte is voor uw eigen inbreng; waarop u uw lesvoorbereidingen kunt baseren. De structuur van de projectbeschrijving is gebaseerd op het doorlopen van het creatief proces. Na de introductie van het project oriënteert de leerling zich op de inhoud van het thema. Hierbij doorloopt de leerling drie deelopdrachten waarin hij steeds onderzoekt, uitvoert, presenteert en evalueert. Bij elke stap van het creatief proces zijn reflectievragen geformuleerd. Maak hieruit een keuze of formuleer zelf passende vragen. Gebruik ook vooral uw eigen inzicht en ervaring bij andere onderdelen, zoals het filosofisch gesprek en de evaluatievragen. Lees allereerst de korte beschrijving van het project in het document Informatie voor de leerkracht, zodat u een goed beeld krijgt van de opdrachten, werkwijze en context. 2

Inhoudsopgave 1. Introductie van het project... 4 2. Oriëntatie... 4 2.1. Het filosofisch gesprek... 4 2.2. Oriëntatie op het thema... 4 3. Deelopdracht 1: De K van Kikker... 6 3.1. Onderzoek De K van Kikker... 6 3.2. Uitvoeren De K van Kikker... 6 3.3. Presenteren De K van Kikker... 7 3.4. Evalueren De K van Kikker... 7 4. Deelopdracht 2: Mijn letter... 8 4.1. Onderzoek Mijn letter... 8 4.2. Uitvoeren Mijn letter... 8 4.3. Presenteren Mijn letter... 8 4.4. Evalueren Mijn letter... 9 5. Deelopdracht 3: Luchtschrijven... 10 5.1. Onderzoek Luchtschrijven... 10 5.2. Uitvoeren Luchtschrijven... 10 5.3. Presenteren Luchtschrijven... 11 5.4. Evalueren Luchtschrijven... 11 6. Algemene beoordeling... 11 3

MIJN LETTERS 1. Introductie van het project Het project kan op verschillende manieren worden geïntroduceerd: Verras de leerlingen door iets over uzelf te vertellen of te laten zien waar u goed in bent en wat de leerlingen nog niet weten. Bijvoorbeeld taarten bakken, dansen, goochelen, twirlen, etc. Of nodig een collega uit in de klas die iets heel bijzonders kan. De leerlingen vertellen vervolgens waar ze goed in zijn en laten het zien. Bespreek hoe de leerlingen hebben ontdekt dat ze iets bijzonders kunnen. Zaai, enige tijd van tevoren, met tuinkerszaad een aantal letters in een bloembak en laat de leerlingen raden welke letters het zijn. Teken met yoghurt en karnemelk een aantal letters op de muur van het schoolplein. Probeer dit enige tijd van tevoren uit (ter inspiratie: zoek op internet op letters schrijven van mos). 2. Oriëntatie 2.1. Het filosofisch gesprek Voer naar aanleiding van de introductie een filosofisch gesprek. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen: Is het handig of fijn als je iets goed kunt? Zou het fijn zijn als je overal goed in bent? Is het erg als je iets niet goed kunt? Moet iedereen hetzelfde goed kunnen? Ben je goed zoals je bent? Kun je altijd ergens nog beter in worden? 2.2. Oriëntatie op het thema Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit: 1. Lees het prentenboek Kikker is Kikker van Max Velthuijs (Leopold, 2011) voor en laat de illustraties zien. Of vertel het verhaal via het digitale schoolbord aan de hand van deze slideshow. 2. Bespreek het verhaal van Kikker is Kikker met de leerlingen. Laat hen om de beurt een deel van het verhaal in eigen woorden samenvatten. 3. Verdeel de leerlingen in kleine groepjes die elk een karakter uit het verhaal vertegenwoordigen (kikkers, eenden, varkentjes, hazen, ratten). Hoe voelen deze figuren zich? Laat telkens één groepje de emoties tonen aan de hand van bewegingen, gezichtsuitdrukking, etc. Dit gebeurt zonder geluid. De rest van de klas doet hen na. Kunnen de andere leerlingen benoemen welke emotie wordt uitgebeeld? 4

Reflectievragen Oriëntatie MIJN LETTERS Wat kunnen Kikker, Eend, Rat, Varkentje en Haas? Is Kikker blij met zichzelf? Waaraan zie je dat? Waarom zijn de andere dieren blij met Kikker? Wat vind je mooi aan het verhaal? Wat komt er steeds terug in het verhaal? Hoe speel je dat je verdrietig bent? Hoe speel je samen dat jullie blij zijn? 5

3. Deelopdracht 1: De K van Kikker 3.1. Onderzoek De K van Kikker Bespreek het verhaal van Kikker aan de hand van de volgende vragen en opdrachten: 1. Welke letters kent Kikker allemaal? 2. Laat de leerlingen het woordje ik in het woord kikker aanwijzen. 3. Welke letters ken jij? Kent Kikker de letter waarmee jouw naam begint? 4. Hoe heten alle letters bij elkaar? 5. Leg alle letters van het alfabet neer. 6. Gebruik het ABC-boek Mooi boek van Joke van Leeuwen (Querido, 2015). Welke voorwerpen beginnen telkens weer met een andere letter? 7. Wiens naam begint met die letter? Plaats de leerlingen in de volgorde van de letters. Doe hetzelfde met de achternamen? Moeten ze ver lopen? 8. Aan welke letters kun je zien dat ze blij, boos, verdrietig zijn? 9. Zijn er naast het Nederlandse alfabet nog andere alfabetten? Laat voorbeelden zien en horen, gebruik hierbij de culturele achtergrond van de leerlingen. Reflectievragen Onderzoek De K van Kikker Zijn er veel leerlingen die dezelfde beginletter hebben? Hoe zijn de beginletters van de namen uit de klas verdeeld over het alfabet? Welke beginletters zijn er niet in de klas? Hoeveel letters zitten er tussen de beginletter van je voornaam en je achternaam? Zijn letters in verschillende talen hetzelfde? 3.2. Uitvoeren De K van Kikker Voer de twee onderstaande opdrachten in de aangegeven stappen uit: Klanken ontdekken en een klankgedicht maken 1. Zet de letters O, A en K uit het verhaal groot op het bord. Kikker vindt het rare tekeningetjes. Vraag de leerlingen wat zij ervan vinden. 2. Probeer samen de verschillende klanken van de letters uit: o Als je van je mond een rondje maakt, welke letter kun je dan zeggen? o Hoe voelen en klinken de letters als je je vingers tegen je mond houdt? o Zijn er nog meer klanken die je kunt maken? o Zijn er meer letters die de vorm van je mond worden als je ze zegt? 3. Laat onderstaande filmpjes zien: o Een fragment van het klankgedicht Ursonate van Kurt Schwitters o Jaap Blonks vertolking van Ursonate o Een stukje van Ursonate vertolkt door maker Kurt Schwitters zelf 4. Bespreek de filmpjes met de leerlingen aan de hand van onderstaande vragen: o Wat hoor je? Klinkt het als muziek, een lied, losse woorden of klanken? o Welke klanken of letters heb je gehoord? o Vind je het grappig, knap, raar? o Zaten er klanken bij die je heel mooi vond? 5. Maak met de leerlingen een klankgedicht (zoals Ursonate). In de kring zeggen ze om de beurt de eerste klank van hun naam. Breng variaties aan bij het uitspreken van de klanken: zacht, hard, hoog, laag, lang, kort, snel en langzaam. Neem het geluid op met uw mobiele telefoon. 6

Lettergymnastiek Leerlingen ontdekken de vormen van letters door middel van onderstaande opdrachten: 1. Loop letters met de leerlingen in het speellokaal. Wissel de grootte van de letters af. 2. Leerlingen vormen met elkaar de letters op de grond. Maak de K van Kikker en bespreek met elkaar hoeveel leerlingen je daarvoor nodig hebt. Doe hetzelfde met de O, de A en/of met je eigen letter. 3. Kijk welke letters de leerlingen kunnen maken als ze staan, alleen of met elkaar. Reflectievragen Uitvoeren De K van Kikker Hoe vind je het klankgedicht klinken? Waarom is het leuk om zelf een klankgedicht te maken? Klinkt het beter als je oefent? Wat is nodig om het als een gedicht te laten klinken? Moet je luisteren naar elkaar, letten op je beurt, etc.? Wat is moeilijker: grote of kleine letters lopen? Hoe ging het liggend letters vormen? Is het gelukt om alle letters te vormen? 3.3. Presenteren De K van Kikker De eindresultaten kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden: De leerlingen laten hun klankgedicht horen aan de andere leerlingen van de school, op het podium, het schoolplein, of lekker galmen in een tunneltje vlakbij school. Verzin een titel voor het klankgedicht. Leerlingen geven een demonstratie lettergymnastiek aan ouders of aan de rest van de school. Reflectievragen Presenteren De K van Kikker Zijn jullie tevreden over wat jullie met elkaar hebben gemaakt? Wat was er moeilijk, makkelijk, leuk, saai? Wanneer klonk jullie klankgedicht het beste? Hoe kwam dat? 3.4. Evalueren De K van Kikker Evalueer met de leerlingen het doorlopen proces: Kende je Kikker al? Kende je de letters van Kikker al? Welke letter vind je het mooist? Welke letter vind je het vrolijkst? Welke letter was het leukst om uit te beelden? Met wie kun je het beste letters uitbeelden? Kon iedereen goed zien welke letters jullie uitbeeldden met jullie lichaam? Wat ging het beste: letters lopen, letters liggend maken of letters staand maken? Welke letter zou je de volgende keer wel willen uitbeelden? 7

4. Deelopdracht 2: Mijn letter 4.1. Onderzoek Mijn letter Voer een gesprek met de klas aan de hand van onderstaande vragen: 1. Waarom bestaan er letters? 2. Waar kom je letters tegen? (In de klas, thuis, op straat.) 3. Wie maakt denk je de letters? 4. Waar kunnen letters van gemaakt zijn? 5. Wat voor soorten letters kom je tegen (formaat, materiaal, etc.)? Reflectievragen Onderzoek Mijn letter Bestaan er mooie en lelijke letters? Bestaan er schreeuw- en fluisterletters? Waar zag je letters die je eerder nog nooit waren opgevallen? Zijn er altijd overal letters? Heb je ook letters gezien die je niet kon lezen? 4.2. Uitvoeren Mijn letter Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit: 1. Toon en bespreek letters die zijn vormgegeven door onderstaande grafisch ontwerpers: Piet Zwart Gerrit Noordzij 2. Nodig een professioneel grafisch ontwerper in de klas uit om over zijn werk, inspiratiebronnen en ideeën te vertellen. 3. Leerlingen maken een ontwerp voor de eerste letter van hun naam op een A4-vel karton en prikken deze uit. Maak eventueel gebruik van breed schilderstape waarmee de leerlingen de letter plakken. Gebruik de restvorm van de letter als sjabloon waarmee je op zwaar papier de letter kunt tamponneren. Na verwijdering van het sjabloon wordt een verrassend grafisch effect zichtbaar. Het resultaat is een letter en een getamponneerde letter met restvorm. 4. Bevestig stokjes aan de letters en maak met deze letters een schimmenspel. Hang een laken op en plaats daar een krachtige lamp achter. Voeg eventueel een kartonnen decor toe. Gebruik Netty van Kaathovens gedicht De leesletters in de bieb als inspiratiebron. Laat de letters elkaar ontmoeten en een korte scène spelen. Reflectievragen Uitvoeren Mijn letter Wat valt je op aan de letters van de ontwerpers? Ben je tevreden over de vorm van je letter? Heb je een dikke of juist een dunne letter gemaakt? Wat hebben de andere leerlingen anders gedaan dan jij? Wat zou je de volgende keer anders doen? Wat gebeurt er als twee letters elkaar ontmoeten? 4.3. Presenteren Mijn letter De eindresultaten kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden: 8

Richt een tentoonstelling in met alle ontworpen letters, eventueel vergezeld van een foto van de maker. Laat leerlingen hun werk toelichten. Maak een filmpje van het schimmenspel. Vorm, indien mogelijk, woorden met de letters en hang deze op. Maak er een filmpje van met het Sesamstraat-liedje Voor alles is een woord als soundtrack. Reflectievragen Presenteren Mijn letter Staat je letter op een mooie plek in de tentoonstelling? Hoeveel woorden heb jij gevonden waarin jouw letter past? Wat is het langste woord waarin jouw letter past? 4.4. Evalueren Mijn letter Evalueer met de leerlingen het doorlopen proces: Wat is je lievelingsletter? Wat is er zo mooi aan die letter? Welke letter is hoekig, rond, dun, dik, boos, blij, lief, etc.? Lukt het goed om je eigen letter bijzonder te maken? Welke letter zou je ook wel willen maken? Wat veranderde er aan de letter tijdens het schimmenspel? Heb je goed over je letterwerk kunnen vertellen? 9

5. Deelopdracht 3: Luchtschrijven 5.1. Onderzoek Luchtschrijven Voer de twee onderstaande opdrachten in volgorde uit: 1. Laat de leerlingen foto's zien van een luchtschrijfinstallatie: letters gevormd door vliegtuigstrepen, restvormen van gebouwen in de lucht die letters vormen, een zwerm vogels die letters vormen in de lucht. Zie hiervoor: o Het werk van de Duitse beeldend kunstenaar Lisa Rienermann of gebruik de zoektermen Lisa Rienerman sky art. Bespreek het volgende: o Welke letters herkende je tussen de gebouwen? o Is het belangrijk dat je mooi schrijft in de lucht? o Kun je fouten maken bij het schrijven in de lucht? o Wat is er handig aan geschreven woorden in de lucht die niet bewaard worden? o Maakt het uit dat je niet echt kunt schrijven als je in de lucht schrijft? 2. Schrijf met de leerlingen letters in de lucht. Laat eventueel een leerling met de rug naar de klas staan en hem een letter luchtschrijven die geraden moet worden. Reflectievragen Onderzoek Luchtschrijven Wat schrijft makkelijker: in de lucht of op papier? Wat is spannender: schrijven over iemand anders of over jezelf? Waarom? Denk je dat je kunt navertellen wat je in de lucht schrijft? 5.2. Uitvoeren Luchtschrijven Voer de twee onderstaande opdrachten in de aangegeven stappen uit: Luchttekening 1. Laat de leerlingen op hun rug liggend een tekening in de lucht maken. 2. Laat de leerlingen onder de tekening schrijven wat het is. 3. Laat ze vertellen wat ze hebben getekend en geschreven. 4. Vraag of iemand zijn tekening voor de klas wil natekenen. 5. Laat de leerlingen afbeeldingen van bijvoorbeeld een konijn, landschap of huis natekenen. Gebruik hiervoor foto s, ansichtkaarten of andere afbeeldingen. De andere leerlingen raden wat er wordt getekend. Monotype 1. Laat de leerlingen een dik stuk papier insmeren met verf en met de achterkant van de kwast een tekening in de verf maken (maximaal twee minuten). 2. Laat ze een vel papier over de schildering leggen en wrijvend een afdruk maken. 3. Haal het vel papier er voorzichtig af. Het resultaat is een monotype. 4. Vergelijk met de leerlingen het luchtschrijven met het maken van een monotype. Bespreek: o de volgorde van tekenen; o het moment waarop je de voorstelling herkent; o de snelheid; o de achtergrond; o of je kleur kunt krijgen in een luchttekening. 10

Reflectievragen Uitvoeren Luchtschrijven Wat is het verschil tussen het tekenen in de lucht en het tekenen met de achterkant van een kwast? Wat vond je mooier: de tekening in de verf of de afdruk ervan? Waarom? Ken je nog meer voorbeelden van magisch schrijven of tekenen? 5.3. Presenteren Luchtschrijven De eindresultaten kunnen op verschillende manieren gepresenteerd worden: Exposeer de illustraties en/of toon filmbeelden van de leerlingen die voor de groep vertellen. Maak een kleine expositie van de monotypes en laat leerlingen hierover vertellen. Maak een kleine presentatie waarin de leerlingen over hun werk vertellen in de vorm van De lettershow. Luister de show op met letterboterhammen, letterkoekjes, etc. Reflectievragen Presenteren Luchtschrijven Hoe vond je het om te vertellen over wat je in de lucht hebt geschreven? Waar zou je nog meer je letters kunnen presenteren? 5.4. Evalueren Luchtschrijven Bespreek met de leerlingen het doorlopen proces: Had je al eens eerder in de lucht geschreven? Vind je dat je zomaar alles bij je luchtschildering mag verzinnen? Op welke plek schrijf je het lekkerst in de lucht? Kun je ook samen luchtschrijven? Wat is makkelijker: in de lucht schrijven of op papier? Waar heb je nog meer letters ontdekt? Welke letters heb je er nu bijgeleerd? 6. Algemene beoordeling Voor het beoordelen van de leerlingprestaties kunt u gebruikmaken van het beoordelingsformulier voor de leerkracht. De vier beoordelingscriteria zijn afgestemd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en de uitgangspunten van COH. De leerlingprestaties in het gehele project worden meegenomen in de beoordeling. Voor het gebruik van de formulieren is een korte toelichting beschikbaar. De beoordelingsformulieren voor de leerkracht en de toelichting op het beoordelingsmodel vindt u in de bijlagen van het document Informatie voor de leerkracht. 11