Brancherapport Revalidatie 2011

Vergelijkbare documenten
% verandering

Brancherapport Revalidatie 2010

Revalidatie. Nederland

Revalidatie voor kinderen en jongeren. Poliklinische en klinische behandeling

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

Welkom. Wietske van de Geer Peeters. Revalidatiearts. Klimmendaal locatie Zutphen Gelre. ziekenhuizen Zutphen

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

Revalidatie. Revalidatie & Herstel

Voorlichting Handleiding registratiemodules MSRZ 2015

Revalidatie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden

INDICATIESTELLING MEDISCH SPECIALISTISCHE REVALIDATIE

HAAL HET BESTE UIT JEZELF. volwassenenrevalidatie kinderrevalidatie audiologie speciaal onderwijs arbeidsreïntegratie

Revalidatie. Nederland

Multiple Sclerose (MS) Informatie en behandeling

Amputatie, Traumatologie en Orthopedie (ATO) uw behandelprogramma bij Adelante

Revalidatie, Sport en Actieve leefstijl (ReSpAct)

Aan de directie/raad van bestuur van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en Revalidatie Nederland. Geachte heer, mevrouw,

Dwarslaesie uw behandelprogramma bij Adelante

Revalideren na een beroerte De Wielingen en Lindenhof

Over muren heen Strategisch Beleidsplan Centrum voor Revalidatie - UMCG

Kinderrevalidatie in de regio. Saskia Houwen

Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Revalidatiegeneeskunde bij oncologische patiënten Stefanie Kerkhof, revalidatiearts

Revalidatie Friesland Standaard prijslijst DBC-zorgproducten 2019 *

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

Werken in de revalidatie. Justine Aaronson

Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

Revalidatie Kennisnet Karin van Londen

Op weg naar verbeterde kostprijzen grz

GEBROKEN HEUP MET ELKAAR WERKEN AAN HERSTEL

Niet aangeboren hersenletsel (NAH)

De psycholoog in Zuyderland Medisch Centrum. Medische Psychologie

Voorlichting Handleiding registratiemodules MSRZ 2015

Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam. Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ. Versie 1.5

CVA-Ketenzorg Noordwest-Veluwe. Neurologie

POLIKLINIEK JONGVOLWASSENEN

Behandelprogramma. Dwarslaesie

Behandeling en Zorg na een beroerte

Productindicatorenverzameling Inzicht in Revalidatie 2014

Hartrevalidatie uw behandelprogramma bij Adelante

Revalidatie bij spierziekten Uw behandelprogramma bij Adelante

Rapportage van het inspectiebezoek aan De Hoogstraat op 31 maart 2015 te Utrecht

Hersenletsel uw behandelprogramma bij Adelante

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

DE VALKHORST. Intensieve verpleegkundige zorg, logeerzorg en revalidatie voor kinderen en jongeren tot 20 jaar

Behandel- en expertisecentrum Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Indicatorenverzameling Inzicht in Revalidatie 2013

Indicatorenverzameling Inzicht in Revalidatie 2015

Rapportage van het inspectiebezoek aan Libra revalidatie en audiologie locatie Blixembosch, Eindhoven op 9 april 2015

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

KETENZORG CVA

behoud. Uw zelfstandigheid. Informatie over: Een beroerte

Behandel programma. Vroege Intensieve Neurorevalidatie (VIN) Als het leven een nieuwe balans vraagt

Revant, de kracht tot ontwikkeling!

Vragenlijst Poliklinische revalidatie volwassenen met een spierziekte

Amputatie, traumatologie en orthopedie (ATO)

Oncologische revalidatie uw behandelprogramma bij Adelante

Indicatorenverzameling Inzicht in Revalidatie 2018

Ziekte van Parkinson en Parkinsonisme

Belangrijk. Uw hoofdbehandelaar is neuroloog: Uw MS-verpleegkundige is: Uw revalidatiearts is: Uw uroloog is:

Missie Revalidanten ontwikkelen en behouden een gezonde (sportieve) en actieve leefstijl.

Revalidatie dagbehandeling. Revalidatie & Therapie

Behandelmodules. Nieuwsbrief. Nummer 2, 10 oktober 2014

ZO dichtbij Zorg & Onderwijs passend in de reguliere leeromgeving

Chronische pijn. Locatie Arnhem

Functioneel ontwerp zorgvraagindex

Interne set. Prestatie-indicatoren. Revalidatiecentra en ziekenhuisafdelingen. Verslagjaar 2014

Libra R&A locatie Leijpark NAH/CVA. Poliklinische revalidatie

GRZ. Doelgroep geriatrische revalidatiezorg. GRZ, Ontwikkelingen & verwachtingen. - Vivium helpt u verder. Onderdeel langdurige zorg.

Libra R&A locatie Leijpark. Niet Aangeboren Hersenletsel Algemene revalidatie. klinische opname kinderen/jongeren

Poliklinische Revalidatie Behandeling

Algemene informatie programma Revalidatie, Sport en Bewegen

Kinderrevalidatiegeneeskunde in Amsterdam

Hoe u met fysiotherapie de lichamelijke problemen door een beroerte vermindert

Kwaliteitscriteria Rotterdam Stroke Service April 2011

Indicatorenverzameling Inzicht in Revalidatie 2017

Stap voor stap weer aan het werk

Centrum voor Reuma en Revalidatie Rotterdam (RRR) Voorstelronde. Revalideren is blijven participeren. Revalideren is blijven participeren

Kinderrevalidatie. Afdeling Revalidatie & Therapie

Revalidatiecentrum. De Dillenburg

Rapportage van het inspectiebezoek aan Reade (locatie Overtoom) op 20 april 2015 te Amsterdam

Transcriptie:

Brancherapport Revalidatie 2011

Brancherapport Revalidatie 2011 Utrecht, december 2012

Inhoudsopgave 0 Woord vooraf 5 1 Inleiding: Wat is medisch specialistische revalidatie 6 2 Zorg, productie en bekostiging 8 3 Transparantie en kwaliteit 10 4 Zorg per regio 12 Bijlage 1 Geleverde zorg cijfers en tabellen 13 Bijlage 2 Financiën cijfers en tabellen 26 Bijlage 3 Personeel cijfers en tabellen 28 Bijlage 4 Overzicht prestatie-indicatoren 30 Bijlage 5 Begrippen en definities 35 Bijlage 6 Diagnose-classificatie 36 Bijlage 7 Verantwoording 37

Woord vooraf Dit brancherapport is een productie van Revalidatie Nederland, de brancheorganisatie van de revalidatiesector. Het rapport bevat zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie over de revalidatiesector. Zo vindt u informatie over de omvang van de revalidatiezorg, de verschillende behandelvormen en patiëntengroepen, personele inzet en financiën. Maar ook over de resultaten van kwaliteitsmetingen aan de hand van prestatie-indicatoren, die door de revalidatiecentra zelf zijn ontwikkeld. In dit brancherapport staat vooral de medisch specialistische revalidatiezorg centraal, zoals de 21 revalidatie-instellingen deze leveren. De medisch specialistische revalidatie die wordt uitgevoerd door de ziekenhuizen, is op hoofdlijnen ook in dit rapport meegenomen. De gegevens in dit brancherapport hebben betrekking op 2011. Waar mogelijk wordt verslag gedaan over een langere periode. Voor de patiëntgegevens is gebruikgemaakt van DBC-gegevens zoals deze aan het landelijke DBC-informatiesysteem DIS worden aangeleverd. 5

1. Wat is medisch specialistische revalidatie In Nederland zijn diverse instellingen die medisch specialistische revalidatiezorg bieden, zowel revalidatiecentra (categorale ziekenhuizen) als revalidatieafdelingen van algemene of academische ziekenhuizen. Wie als gevolg van een ziekte, een ongeval of een aangeboren aandoening in een revalidatieinstelling terechtkomt, krijgt een behandelend team om zich heen. Alle inspanningen zijn niet alleen gericht op een zo optimaal mogelijk herstel van de patiënt, maar ook op het behoud van zijn autonomie en zelfstandigheid. Het belangrijkste doel van medisch specialistische revalidatie is om mensen zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven (terug) te geven. Het multidisciplinaire team in het revalidatiecentrum In de medisch specialistische revalidatiezorg gaan mensen vooral uit van de mogelijkheden die er zijn. Dat geldt voor het behandelend team en voor de revalidant. De indicatie wordt gesteld door een medisch specialist, meestal een revalidatiearts. Deze arts is ook degene die de behandeling door het multidisciplinair team coördineert. Voor de behandeling van de vaak complexe komen verschillende disciplines bij elkaar, zoals fysiotherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten, psychologen, maatschappelijk werkers en verpleegkundigen. Samen met de patiënt werken zij aan zijn revalidatie: zij adviseren, behandelen en geven nazorg. Deze multidisciplinaire vorm van samenwerking is uniek voor de zorgsector. Revalidatie is een sector waarin samenwerking centraal staat: Tussen de patiënt en het multidisciplinaire team Binnen het multidisciplinaire team Tussen het team en andere specialisten en huisartsen Met ziekenhuizen Met andere zorgaanbieders Een vak apart Revalidatiegeneeskunde is een erkend medisch specialisme sinds 1977. Medisch specialistische revalidatie maakt deel uit van het basispakket in de Zorgverzekeringswet. Voor meer informatie over het vak van revalidatiearts en revalidatiegeneeskunde in het algemeen verwijzen wij u naar de website van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA): www.revalidatiegeneeskunde.nl. 6

Brancheorganisatie Revalidatie Nederland is de brancheorganisatie voor de revalidatie-instellingen in Nederland, opgericht in 1967. Zij behartigt de belangen van haar leden en biedt collectieve dienstverlening en gemeenschappelijke beleidsontwikkeling bij onderwerpen zoals prestatiebekostiging en doorontwikkeling van DBC s. Alle revalidatiecentra in Nederland zijn lid. Samen vormen zij een landelijk dekkend netwerk, waar jaarlijks zorg wordt geboden aan ongeveer 90.000 patiënten. In de branche werken bijna 9.000 mensen. Naast de revalidatiecentra zijn er steeds meer ziekenhuizen die belangstelling tonen voor het lidmaatschap. Inmiddels zijn zeven ziekenhuizen en één revalidatieartsenpraktijk lid van Revalidatie Nederland. specialisme is in ziekenhuizen. Daarom gaan de meeste ziekenhuizen graag een samenwerking aan met revalidatiecentra in de regio. De continuïteit en kwaliteit van de revalidatiezorg blijven zo optimaal gewaarborgd. Samenwerkingsverbanden De samenwerking tussen ziekenhuizen en revalidatiecentra kan verschillende vormen aannemen. Van een revalidatiearts die wordt gedetacheerd in het ziekenhuis, tot een ziekenhuis waar het revalidatiecentrum volledig verantwoordelijk is voor de behandeling, organisatie en faciliteiten. Een aantal ziekenhuizen doet voor de revalidatiezorg een beroep op een stichting waarin een aantal revalidatieartsen zich heeft verenigd. Daarnaast werkt een aantal ziekenhuizen samen met een ziekenhuis dat een eigen multidisciplinair revalidatieteam heeft. revalidatie in het ziekenhuis Ieder ziekenhuis heeft het specialisme revalidatiegeneeskunde in huis. De revalidatiearts in het ziekenhuis verricht echter andere werkzaamheden dan zijn collega in het revalidatiecentrum. In zijn rol als poort-arts houdt hij spreekuren voor poliklinische patiënten die via huisarts of interne specialist naar hem zijn doorverwezen. Veel van deze patiënten komen niet in een poliklinische multidisciplinaire behandeling terecht, maar worden enkelvoudig behandeld. Dat wil zeggen dat de patiënt een diagnose of een enkele behandeling krijgt (bijvoorbeeld een injectie) of dat orthopedische technici worden geraadpleegd, zoals een schoen- of instrumentenmaker. Daarnaast voert de ziekenhuisrevalidatiearts consulten uit. Soms is de aanwezige revalidatiearts alleen medebehandelaar, maar meestal is ook in de ziekenhuizen een compleet multidisciplinair behandelteam beschikbaar. In de ziekenhuizen die niet met revalidatiecentra samenwerken, maakt het multidisciplinaire team deel uit van de eigen ziekenhuisorganisatie. Vaak is het zo dat revalidatiegeneeskunde een relatief klein samenwerking binnen de zorgketen Ook buiten de muren van de instelling wordt de samenwerking gezocht. Medisch specialistische revalidatie is vrijwel altijd onderdeel van een grotere zorgketen. Revalidatiecentra werken op vele vlakken samen met ziekenhuizen. Ook is er nauwe samenwerking met verpleeghuizen, thuiszorg, huisartsen en eerstelijnsvoorzieningen. 7

2. Zorg, productie en bekostiging Revalidatiezorg wordt bij voorkeur poliklinisch verleend. Van een opname is pas sprake wanneer de patiënt 24-uurs verpleging nodig heeft. Klinische revalidatie vindt alleen in revalidatiecentra plaats. Poliklinische revalidatie gebeurt ook in de ziekenhuizen. De indicatiestelling voor revalidatie is uitgewerkt in de Indicatiestelling revalidatiezorg van mei 2001 en is in 2012 geactualiseerd. Leeftijdsgroepen In de revalidatiesector wordt zorg verleend aan volwassenen en kinderen (tot 18 jaar). Om ervoor te zorgen dat kinderen zoveel mogelijk in hun thuisomgeving kunnen blijven, krijgen zij bij voorkeur geen klinische behandeling. Bovendien werkt de kinderrevalidatie nauw samen met het onderwijs, waaronder mytyl- en tyltylscholen. Op diverse plaatsen in het land zijn er voor de oudere kinderen en jongvolwassenen speciale jongerenpoli opgezet. Over het algemeen geldt: hoe hoger de leeftijd, hoe groter de behoefte aan verzorging in een therapeutisch klimaat en dus aan klinische opname. Wat ook een rol speelt, is het ontbreken van een partner of een partner die niet meer in staat is om thuis ondersteuning te geven. Bij de groep oudere patiënten is vaak ook sprake van een andere problematiek waarin meer tegelijk een rol spelen. Geriatrische revalidatie is een vorm van niet-specialistische revalidatie, die speciaal is gericht op ouderen. Deze vorm van revalidatiezorg vindt vooral plaats in verpleeghuizen en maakt deel uit van de AWBZ. Cijfers over geriatrische revalidatiezorg vindt u daarom niet in dit brancherapport. Per 1 januari 2013 wordt de geriatrische revalidatiezorg overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. revalidatie DBC s In de sturing en financiering van de revalidatie-instellingen is de overgang naar prestatiebekostiging een belangrijk speerpunt. Voorheen werd de productie van revalidatie-instellingen berekend volgens consulten en klinische en poliklinische revalidatiebehandeluren (RBU s). In 2009 zijn de Revalidatie DBC s ingevoerd die aansluiten bij de aard van de revalidatiezorg. Behandelinzet in het kader van het behandelplan (de patiëntgerichte tijd) en de behandelvorm zijn bepalend voor een DBC. De revalidatie DBC bevat bovendien een aantal prikkels voor efficiency, zoals de klinische intensiteitsfactor en de patiëntgerichte tijd. In de productstructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen klinische en poliklinische trajecten waarvoor aparte DBC s met specifieke tarieven bestaan. 8

DBC-bestanden zijn altijd voorzien van diagnosecodes (zie bijlage 6). In 2012 is de eerste stap gezet naar prestatiebekostiging waarbij de revalidatiecentra worden afgerekend op de DBC-productie. Deze overstap wordt ondersteund door een driejarig transitiemodel, waarbij een schaduwbudget als vangnet fungeert. Zorgvraag Per 1 januari 2013 wordt de zorgvraagindex ingevoerd binnen de medisch specialistische revalidatie. In deze index worden de diagnose en andere patiëntgebonden factoren vastgelegd, zodat ook deze factoren op termijn deel kunnen uitmaken van de DBC-systematiek (DOT) voor de medisch specialistische revalidatie. Zo ontstaat meer transparantie en herkenbaarheid van de DBC-zorgproducten. Bovendien kunnen behandelaars op grond van de index het zorgproduct voor een specifieke patiënt beter inschatten. Aandoeningen, patiënten en diagnoses In revalidatie-instellingen worden patiënten aan diverse behandeld. De diagnoses zijn ingedeeld in zeven hoofdgroepen: Aandoeningen aan het bewegingsapparaat Amputaties Hersenen Neurologie Dwarslaesie Organen Chronische pijn en psychische stoornissen nieuwe productstructuur In 2011 is de productstructuur verder ontwikkeld om te komen tot medische herkenbaarheid. Bepalend voor de DBCzorgproducten zijn de verrichte inspanningen en de diagnosehoofdgroepen. De nieuwe productstructuur wordt in 2013 tegelijkertijd met de zorgvraagindex ingevoerd. Zo ontstaat niet alleen meer medische herkenbaarheid, maar ook inzicht in de specifieke problematiek en de omstandigheden van de patiënt. Op termijn is de bekostiging verder afgestemd op de individuele omstandigheden en ambities van de patiënt. 9

3. Transparantie en kwaliteit De revalidatiesector hecht veel belang aan transparantie. Patiënten moeten immers zelf hun keuzes kunnen maken. En dat kan alleen wanneer zij beschikken over de juiste informatie. Daarom is in 2011 het project Inzicht in revalidatie gestart. Met de kwaliteits- en meetinstrumenten die in dit project zijn ontwikkeld, krijgen patiënten de benodigde informatie over de prestaties van revalidatie-instellingen. Zo kunnen zij een betere vergelijking maken via onder andere Kiesbeter, Independer en Zorgkaart Nederland. Ook zorginkopers krijgen relevante informatie opgeleverd op grond waarvan zij een keuze kunnen maken. Sterren in de revalidatie Sinds 2008 wordt jaarlijks op Independer.nl een sterrenscore gepubliceerd, gebaseerd op de prestatie die wordt geleverd door de revalidatie-instellingen. In november 2012 verschenen de sterrenscores van de data over verslagjaar 2011. Prestatie-indicatoren De revalidatiesector werkt sinds 2004 met prestatieindicatoren. Zo is op relatief eenvoudige wijze vast te stellen hoe de Nederlandse revalidatiecentra presteren en of zij hun maatschappelijke rol goed (kunnen) vervullen. Daarnaast kunnen revalidatiecentra gebruikmaken van de ervaringen van collega-instellingen met het doel de kwaliteit van de revalidatiezorg in het algemeen te verhogen. Om de prestaties in kaart te brengen stelt Revalidatie Nederland jaarlijks een basisset prestatie-indicatoren vast, met vragen over aspecten van het werk in revalidatiecentra, zoals structuren, processen en uitkomsten. Ieder jaar vullen revalidatiecentra de set in. De prestatie-indicatoren zijn onderverdeeld in: Structuurindicatoren: de middelen om zorg te kunnen leveren, zoals personeel, organisatie en behandelprotocollen. Procesindicatoren: het primaire proces van de zorg, van het eerste tot en met het laatste patiëntcontact. Uitkomstindicatoren: veranderingen in de gezondheidstoestand en het welbevinden van de patiënt na interventie of het uitblijven daarvan. tevreden patiënten Ook de tevredenheid van patiënten in de revalidatie-instellingen is van belang. Elke drie jaar kunnen patiënten in een vragenlijst aangeven wat goed gaat en wat beter kan. Revalidatie-instellingen kunnen met de resultaten van deze consumer quality (CQ)-index de zorg nog beter afstemmen op de wensen van de patiënten. Door verbeterpunten in de vragenlijsten aan te geven, stuurt de patiënt dus zelf de zorg die hij krijgt. Bovendien kan de CQ-index helpen bij het maken van een keuze voor een bepaalde revalidatie-instelling. Bij de laatste meting in 2009 gaven volwassen patiënten de revalidatiecentra een 8,2 als gemiddeld rapportcijfer. Ouders van kinderen die in behandeling waren, gaven een 8,1. 10

Veiligheidsmanagement: vijf speerpunten Patiënten komen steeds vaker in een vroeg stadium naar het revalidatiecentrum. Daardoor is de groep klinische patiënten in de centra kwetsbaarder geworden. Ook heeft patiënten meer kans om een infectie op te lopen. Veiligheid voor patiënten is dan ook van groot belang. Om de veiligheid binnen de instellingen te waarborgen, zijn in 2011 vijf speerpunten benoemd. Het gaat om infectiepreventie, technologie, medicatie, incidenten en basis medische zorg. Deze vijf elementen vormen de basis voor het Veiligheid Management Systeem (VMS). Aanvullend op bovengenoemde vijf elementen zijn er 13 zogeheten NTA-elementen opgenomen in het VMS. De NTA-elementen zijn voor de ziekenhuizen zijn opgesteld. Daarbij gaat het om factoren als communicatie, leiderschap en patiëntenparticipatie. Decubitusprevalentiemeting 2011 In 2011 deed Revalidatie Nederland voor de zesde keer onderzoek naar het voorkomen van decubitus, het gevolg van doorliggen bij klinische patiënten. Eind 2011 zijn 1340 klinische patiënten in twintig revalidatiecentra onderzocht op het hebben van decubitus. Hiervan liepen slechts tien revalidanten decubitus (categorie 2, 3, of 4) op in het revalidatiecentrum. Dat is 0,7%. De revalidatiesector scoort hiermee opvallend beter dan andere sectoren in de zorg. verantwoorde zorg De Kwaliteitswet Zorginstellingen verplicht instellingen om verantwoorde zorg te leveren. Sinds 2009 gebruikt de revalidatiesector het certificatieschema Medische Specialistische Revalidatiezorg, dat normen stelt aan de kwaliteit in de revalidatiecentra en deze ook toetsbaar maakt. Het schema is ontwikkeld door de Stichting HKZ. In 2011 beschikten negen revalidatiecentra over het HKZ-certificaat Medisch Specialistische Revalidatiezorg. Het gaat om: Adelante (Hoensbroek en Valkenburg) Capri Hartrevalidatie (Rotterdam) Libra Zorggroep Revalidatiecentrum Leijpark (Tilburg) en Revalidatiecentrum Blixembosch (Eindhoven) Militair Revalidatiecentrum Aardenburg (Doorn) Reade (Amsterdam) Revalidatiecentrum Heliomare (Wijk aan Zee) Revalidatie Friesland (Beetsterzwaag) Revant (West-Brabant en Zeeland) Sophia Revalidatie (Den Haag) In 2012 hebben ook De Hoogstraat Revalidatie (Utrecht) en Rijndam (Rotterdam) het HKZ-certificaat verworven. 11

4. Zorg per regio In totaal zijn er in Nederland ongeveer 140 locaties waar revalidatie wordt aangeboden. De revalidatie-instellingen zijn verspreid over de diverse regio s van Nederland. Multidisciplinaire revalidatiezorg is dus bereikbaar voor iedereen. Feiten over revalidatie In 2011 telde Revalidatie Nederland 21 revalidatie-instellingen (bestaand uit een of meerdere revalidatiecentra) en zeven revalidatie-afdelingen van ziekenhuizen. revalidatie-instellingen ziekenhuizen 12

Bijlage 1 Cijfers en tabellen geleverde zorg Tabel 1.1 Aanbod multidisciplinaire revalidatiezorg door revalidatiecentra aantal Revalidatiecentra Hoofdvestigingen 20 Sublocaties 65 Totaal 85 Samenwerkingsverbanden Aantal centra dat samenwerkt met een 17 of meer ziekenhuizen Aantal ziekenhuizen waarmee wordt samengewerkt 61 Tabel 1.2 Totale revalidatieproductie verslagjaar 2011 Geproduceerde RBU s Consultair/ intercollegiaal consult 1e polikliniek bezoeken Revalidatiecentra 3.002.905 389 50.147 Ziekenhuizen 340.950 66.214 83.998 Totaal 3.343.855 66.603 134.145 Toelichting: bovengenoemde productieomvang is een schatting. Vanwege een aangepast protocol voor beschikbaarheidsstelling van ziekenhuisdata beschikt Revalidatie Nederland op dit moment niet over ziekenhuisgegevens over 2011. De productiegegevens van de ziekenhuizen betreffen het jaar 2010. 13

Tabel 1.3 Revalidatieproductie in revalidatiecentra in de periode 2007-2011 % verandering 2007 2008 2009 2010 2011 2010-2011 Kinderen eerste consulten 8.644 7.814 9.144 9.238 8.992-2,7% poliklinische RBU s 655.163 699.579 727.554 778.096 815.837 4,9% klinische opnamen 423 467 422 436 451 3,4% verpleegdagen 33.895 35.720 32.931 33.979 31.087-8,5% klinische RBU s 64.159 71.482 72.504 81.418 75.100-7,8 Volwassenen eerste consulten 35.664 33.929 37.626 41.527 41.155-0,9% poliklinische RBU s 908.666 932.362 991.700 1.069.059 1.175.572 10,0% klinische opnamen 7.118 7.248 7.372 7.466 7.785 4,3% verpleegdagen 474.787 470.958 471.732 468.004 469.136 0,2% klinische RBU s 800.303 842.481 871.198 906.003 936.396 3,4% Totaal eerste consulten 44.308 41.743 46.770 50.765 50.147-1,2% poliklinische RBU s 1.563.829 1.631.941 1.719.254 1.847.155 1.991.409 7,8% klinische opnamen 7.541 7.715 7.794 7.902 8.236 4,2% verpleegdagen 508.682 506.678 504.663 501.983 500.223-0,4% klinische RBU s 864.462 913.963 943.702 987.421 1.011.496 2,4% RBU-totaal 2.428.291 2.545.904 2.662.956 2.834.576 3.002.905 5,9% gewogen verandering 3,8% 3,9% 3,8% 5,4% 4,9% Toelichting: Voor de totale productie in 2011 kan worden vastgesteld dat deze ten opzichte van 2010 is gestegen met 4,9%. Hierbij dient het volgende te worden opgemerkt: Niet alle RBU s zijn vergoed door de zorgverzekeraars. Voor een deel komt de RBU-stijging dan ook voor rekening van de revalidatiecentra zelf; De omzetgroei van de revalidatiecentra bedroeg in 2011 ca. 3,5%. Tabel 1.4 Aantal revalidatiepatiënten Behandelvorm Consultair Klinisch Poliklinisch Kinderen (< 18 jaar) 3.998 (15%) 488 (6%) 14.093 (24%) Volwassenen 22.197 (85%) 7.063 (94%) 43.842( 76%) Totaal 26.195 (100%) 7.551 (100%) 57.935 (100%) 100% vrouw man 90% Figuur 1.5 Verdeling van poliklinische patiënten naar leeftijd en geslacht 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% <2 2-3 4-5 6-7 8-9 10-11 12-13 14-15 16-17 Tot. jeugd 18-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65 66-70 71-75 76-80 >80 Tot. volw. 14

Figuur 1.6 Diagnoses mannelijke poliklinische patiënten naar leeftijd 100% Organen 90% 80% Neurologie 70% Hersenen 60% 50% Dwarslaesie 40% 30% Chronische pijn 20% Amputaties 10% 0% <2 2-3 4-5 6-7 8-9 10-11 12-13 14-15 16-17 Tot. jeugd 18-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65 66-70 71-75 76-80 >80 Tot. volw. Aandoening bewegingsapparaat Figuur 1.7 Diagnoses vrouwelijke poliklinische patiënten naar leeftijd 100% Organen 90% 80% Neurologie 70% Hersenen 60% 50% Dwarslaesie 40% 30% Chronische pijn 20% Amputaties 10% 0% <2 2-3 4-5 6-7 8-9 10-11 12-13 14-15 16-17 Tot. jeugd 18-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65 66-70 71-75 76-80 >80 Tot. volw. Aandoening bewegingsapparaat 15

Tabel 1.8 Meest voorkomende bij jeugdige poliklinische patiënten Aandoeningen bewegingsapparaat Overige aangeboren aand. beweging Overige aandoening B.E. Overig aand. bewegingsapparaat 2009 2010 2011 Jongens Meisjes Jongens Meisjes Jongens Meisjes 1049 1064 Aandoeningen bewegingsapparaat 27,2% 21,1% Overige aangeboren aand. beweging 17,8% 19,5% Reumatische 15,4% 17,0% Overig aand. bewegingsapparaat 39,6% 42,4% Overige diagnose in 1364 1287 Aandoeningen bewegingsapparaat 32,9% 27,0% Overige aangeboren aand. beweging 13,0% 19,7% Overige aandoening B.E. 12,5% 14,8% Overig aand. bewegingsapparaat 1241 1204 31,8% 23,8% 15,8% 16,9% 15,1% 18,1% 41,6% 38,5% Overige 37,2% 41,2% Amputaties 43 37 Amputaties 95 75 Amputaties 73 62 Amputatie B.E. niet gespecificeerd Amputatie voet, onderbeen en knie Amputatie bovenbeen en hoger 38,6% 41,3% Amputatie B.E. niet gespecificeerd 21,4% 8,1% Amputatie voet onderbeen en knie 14,3% 4,8% Amputatie bovenbeen en hoger 25,7% 45,8% Overige diagnose in 41,1% 37,3% Amputatie B.E. niet gespecificeerd 25,3% 25,3% Amputatie voet onderbeen en knie 16,8% 4,0% Amputatie bovenbeen en hoger 34,2% 38,7% 23,3% 27,4% 21,9% 4,8% 16,8% 33,3% Overige 20,5% 29,0% Hersenen 6210 3426 Hersenen 7006 3297 Hersenen 5871 3366 DCD (Development Coördination Disorder) Cerebrale functiestoornissen, incl. cong. Cerebro vasculair accident (CVA) 49,5% 32,9% Cerebrale functiestoornissen, incl. cong. 43,4% 57,2% DCD (Development Coördination Disorder) 42,1% 54,6% DCD-Development Coördination Disorder 50,3% 35,5% Cerebrale functiestoornissen, incl. cong 49,9% 34,6% 41,9% 54,1% 2,7% 3,6% Contusio cerebri 2,9% 3,7% Contusio cerebri 3,2% 4,2% 4,3% 6,3% Overige diagnose in 4,7% 6,1% Overige 5,0% 7,2% Neurologie 860 489 Neurologie 1299 810 Neurologie 1210 717 Neuro-musculaire Perifeer zenuwletsel, zenuw Overige neurologische 58,1% 48,9% Neuro musculaire 13,1% 15,1% Neurologie cerebrospinaal 47,3% 35,4% Neuro musculaire 23,9% 26,9% Neurologie cerebrospinaal 47,9% 36,4% 24,3% 27,2% 12,3% 14,1% Plexusletsel 11,0% 16,2% Plexusletsel 9,6% 13,2% 16,5% 21.9% Overige diagnose in 17,9% 21,5% Overige 18,2% 23,2% Dwarslaesie 263 266 Dwarslaesie 295 309 Dwarslaesie 273 242 Spina bifida 82,1% 85,3% Spina bifida 85,1% 92,9% Spina bifida 87,5% 87,2% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 9,5% 6,4% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 3,8% 6,0% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 4,6% 2,3% 8,8% 2,9% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 6,1% 4,2% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 6,6% 6,2% 5,9% 6,6% 0% 0% Overige 0,0% 0,0% Organen 360 247 Organen 579 418 Organen 477 367 Overige orgaan Respiratore 77,8% 88,7% Overige orgaan 79,1% 90,0% Overige orgaan 75,7% 85,0% 8,9% 6,9% Hart 7,1% 3,6% Brandwonden 10,7% 4,9% 16

Hart 8,3% 2,4% Respiratore 2008 2009 2010 Jongens Meisjes Jongens Meisjes Jongens Meisjes 5,5% 3,8% Hart 6,5% 3,5% 5,0% 2,0% Overige diagnose in 2,8% 0,0% Overige 7,1% 6,5% Chronische pijn en psychische stoornissen 321 606 Chronische pijn en psychische stoornissen 363 750 Chronische pijn en psychische stoornissen 362 831 Psychische stoornissen 65,4% 33,7% Psychische stoornissen 62,8% 31,3% Psychische stoornissen 52,5% 27,2% Overige pijn 24,6% 37,3% Overige pijn 22,0% 29,9% Overige pijn 27,3% 33,5% Chronische Pijnsyndroom WPN 4 4,4% 6,6% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 5,8% 15,5% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 6,6% 13,1% 5,6% 22,4% Overige diagnose in 3,6% 11,2% Overige 13,5% 26,2% Geen diagnose beschikbaar 209 190 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 3 3 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 0 1 Tabel 1.9 Meest voorkomende bij volwassen poliklinische patiënten 2009 2010 2011 Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw Aandoeningen bewegingsapparaat 5674 7831 Aandoeningen bewegingsapparaat 6211 9459 Aandoeningen bewegingsapparaat 5098 7106 Overige aandoening B.E. 57,3% 41,9% Overige aandoening B.E. 51,6% 39,7% Overige aandoening B.E. 53,9% 41,5% Aandoening wervelkolom, romp 11,7% 11,2% Reumatische 16,6% 28,8% Reumatische 12,1% 23,8% Reumatische 11,1% 22,2% Overig aand. bewegingsapparaat 9,4% 11,3% Aandoening wervelkolom, romp 11,6% 10,9% 19,9% 24,7% Overige diagnose in 22,5% 20,2% Overige 22,4% 23,8% Amputaties 967 453 Amputaties 1207 592 Amputaties 1011 475 Amputatie voet, onderbeen en knie 55,7% 50,6% Amputatie voet onderbeen en knie 54,8% 54,4% Amputatie voet onderbeen en knie 56,6% 53,1% Amputatie bovenbeen en hoger 27,3% 33,1% Amputatie bovenbeen en hoger 24,8% 30,6% Amputatie bovenbeen en hoger 24,7% 32,2% Amputatie O.E. niet gespecificeerd 5,3% 5,1% Amputatie onderarm/ hand, excl. vingers 11,7% 11,2% Overige diagnose in 4,1% 3,2% Amputatie vinger(s) 5,9% 2,5% 16,2% 11,8% Overige 12,8% 12,2% Hersenen 7167 5305 Hersenen 8021 6047 Hersenen 7437 5760 Cerebro vasculair accident (CVA) 62,7% 61,2% CVA 61,1% 58,8% CVA 66,8% 64,0% Cerebrale functiestoornissen, incl. Cong. 16,2% 18,7% Cerebrale functiestoornissen, incl. cong. 17,6% 19,1% Cerebrale functiestoornissen, incl. cong 14,3% 15,5% Contusio cerebri 14,3% 11,2% Contusio cerebri 15,1% 12,8% Contusio cerebri 13,2% 11,3% Overige diagnoses in 6,8% 8,9% Overige diagnose in 6,1% 9,3% Overige 5,8% 9,3% 17

Neurologie 2916 3160 Neurologie 3576 3700 Neurologie 3024 3218 Neuro-musculaire Perifeer zenuwletsel, zenuw Neurologie cerebrospinaal Overige diagnoses in 54,1% 60,3% Neuro musculaire 30,7% 27,2% Perifeer zenuwletsel, zenuw 6,8% 5,3% Neurologie cerebrospinaal 8,4% 7,2% Overige diagnose in 44,7% 36,6% Neuro musculaire 28,6% 29,1% Perifeer zenuwletsel, zenuw 20,4% 28,6% Neurologie cerebrospinaal 46,8% 44,2% 26,5% 24,2% 19,7% 25,3% 6,3% 5,7% Overige 7,0% 6,3% Dwarslaesie 1283 758 Dwarslaesie 1812 988 Dwarslaesie 1569 826 Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 56,0% 47,2% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 31,9% 31,1% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 57,8% 45,3% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 29,4% 31,0% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 58,2% 50,4% 32,8% 30,8% Spina bifida 6,8% 17,3% Spina bifida 8,5% 20,7% Spina bifida 5,2% 15,1% Overige diagnoses in 5,3% 4,4% Overige diagnose in 4,3% 2,9% Overige 3,8% 3,8% Organen 4228 2130 Organen 2703 1791 Organen 2390 1690 Hart 80,7% 60,8% Hart 66,0% 43,6% Hart 60,5% 39,9% Respiratore Overige orgaan Chronische pijn en psychische stoornissen 10,5% 19,7% Respiratore 5,1% 14,1% Overige orgaan 3,7% 5,4% Overige diagnose in 2904 7878 Chronische pijn en psych. stoorn. 15,1% 25,5% Respiratore 8,3% 20,1% Overige orgaan 19,8% 28,3% 7,5% 20,4% 10,7% 10,8% Overige 12,2% 11,4% 3530 8983 Chronische pijn en psych. stoorn. 3193 7619 Overige pijn 58,4% 55,6% Overige pijn 45,4% 42,0% Overige pijn 40,8% 35,5% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 Chronische Pijnsyndroom WPN 2 Geen diagnose beschikbaar 18,8% 23,8% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 10,0% 8,5% Chronische Pijnsyndroom WPN 2 12,8% 12,1% Overige diagnose in 1365 2202 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 23,6% 29,0% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 12,2% 10,9% Chronische Pijnsyndroom WPN 2 29,7% 33,4% 12,2% 12,6% 18,9% 18,2% Overige 17,3% 18,5% 54 23 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 51 30 18

Figuur 1.10 Verdeling klinische revalidatiepatiënten naar leeftijd en geslacht 100% vrouw man 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% <2 2-3 4-5 6-7 8-9 10-11 12-13 14-15 16-17 Tot. jeugd 18-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65 66-70 71-75 76-80 >80 Tot. volw. Figuur 1.11 Diagnoses mannelijke klinische patiënten naar leeftijd 100% Organen 90% 80% Neurologie 70% Hersenen 60% 50% Dwarslaesie 40% 30% Chronische pijn 20% Amputaties 10% 0% <2 2-3 4-5 6-7 8-9 10-11 12-13 14-15 16-17 Tot. jeugd 18-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65 66-70 71-75 76-80 >80 Tot. volw. Aandoening bewegingsapparaat 19

Figuur 1.12 Diagnoses vrouwelijke klinische patiënten naar leeftijd 100% Organen 90% 80% Neurologie 70% Hersenen 60% 50% Dwarslaesie 40% 30% Chronische pijn 20% Amputaties 10% 0% <2 2-3 4-5 6-7 8-9 10-11 12-13 14-15 16-17 Tot. jeugd 18-20 21-25 26-30 31-35 36-40 41-45 46-50 51-55 56-60 61-65 66-70 71-75 76-80 >80 Tot. volw. Aandoening bewegingsapparaat Tabel 1.13 Meest voorkomende bij jeugdige klinische patiënten Aandoeningen bewegingsapparaat 2009 2010 2011 Jongens Meisjes Jongens Meisjes Jongens Meisjes 25 27 Aandoeningen bewegingsapparaat Multitrauma 32,0% 7,4% Overig aand. bewegingsapparaat Overig aand. Bewegingsapparaat Overige aandoening O.E. 28,0% 33,3% Aandoening wervelkolom, romp 23 42 Aandoeningen bewegingsapparaat 21,7% 26,2% Aandoening wervelkolom, romp 13,0% 19,0% Aangeboren O.E. 31 22 0,0% 9,1% 3,2% 4,5% 20,0% 18,5% Multitrauma 21,7% 11,9% Multitrauma 19,4% 0,0% 20,0% 40,8% 43,5% 42,9% Overige 77,4% 86,4% Amputaties 2 0 Amputaties 4 Amputaties 4 3 Amputatie voet, onderbeen en knie 100,0% 0,0% Amputatie voet onderbeen en knie Amputatie bovenbeen en hoger 0,0% 0,0% 50,0% Amputatie O.E. niet gespecificeerd 50,0% Amputatie bovenbeen en hoger 0,0% 0,0% Amputatie onderarm/ hand, excl. vingers 0,0% 33,3% 25,0% 0,0% 0,0% 33,3% Overige 75,0% 33,3% Hersenen 86 53 Hersenen 101 62 Hersenen 122 80 Contusio cerebri 40,7% 26,4% Cerebrale functiestoornissen, incl. cong. 39,6% 30,6% CVA 16,4% 11,3% Cerebrale functiestoornissen, incl. Cong. Cerebro vasculair accident (CVA) 34,9% 35,8% Contusio cerebri 35,6% 27,4% Cerebrale functiestoornissen, incl. cong 10,5% 13,2% CVA 18,8% 16,1% Contusio cerebri 27,9% 13,9% 24,6% 41,0% 51,3% 5,9% 25,8% Overige 14,8% 37,5% 20

Neurologie 18 10 Neurologie 24 23 Neurologie 21 21 Perifeer zenuwletsel, zenuw Neuro musculaire Overige neurologische 44,4% 30,0% Perifeer zenuwletsel, zenuw 33,3% 30,0% Neuro musculaire 11,1% 20,0% Overige neurologische 11,2% 20,0% 58,3% 30,4% Neuro musculaire 25,0% 30,4% Neurologie cerebrospinaal 4,2% 30,4% Overige neurologische 57,1% 19,0% 9,5% 19,0% 14,3% 12,5% 8,7% Overige 19,0% 61,9% Dwarslaesie 7 12 Dwarslaesie 13 9 Dwarslaesie 15 13 Spina bifida 57,1% 33,3% Spina bifida 53,8% 66,7% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 42,9% 25,0% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 0,0% 41,7% 38,5% 22,2% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 7,7% 11,1% Ernstige decubitus t.g.v. dwarslaesie 33,3% 38,5% 20,0% 38,5% 6,7% 0,0% 0,0% 0,0% Overige 40,0% 23,1% Organen 7 4 Organen 19 8 Organen 11 6 Overige orgaan Respiratore Chronische pijn en psychische stoornissen 71,4% 50,0% Overige orgaan 47,4% 75,0% Hart 9,1% 0,0% 28,6% 50,0% Hart 36,8% Huidaandoen., incl. decubitus en ulcus cruris Respiratore 0,0% 0,0% 37 111 Chronische pijn en psychische stoornissen 5,3% 25,0% Overige orgaan 18,2% 0,0% 54,5% 83,3% 10,5% Overige 18,2% 16,7% 37 156 Chronische pijn en psychische stoornissen Psychische stoornissen 48,6% 31,5% Psychische stoornissen 56,8% 30,8% Chronische Pijnsyndroom WPN 2 Overige pijn 35,1% 32,4% Overige pijn 24,3% 23,7% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 Chronische Pijnsyndroom WPN 4 Geen diagnose beschikbaar 2009 2010 2011 Jongens Meisjes Jongens Meisjes Jongens Meisjes 5,4% 25,2% Chronische Pijnsyndroom WPN 4 10,9% 10,9% 12 7 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 5,4% 24,4% Chronische Pijnsyndroom WPN 4 33 143 6,1% 7,7% 9,1% 4,9% 30,3% 18,2% 13,5% 21,2% Overige 54,5% 69,2% 3 1 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 0 0 21

Tabel 1.14 Meest voorkomende bij volwassen klinische patiënten Aandoeningen bewegingsapparaat Overig aand. bewegingsapparaat Aandoening wervelkolom, romp Overige aandoening O.E. 2009 2010 2011 Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw 443 346 Aandoeningen bewegingsapparaat 29,1% 22,0% Overige aandoening O.E. 21,9% 25,7% Overig aand. bewegingsapparaat 21,2% 25,4% Aandoening wervelkolom, romp 27,8% 26,9% 547 346 Aandoeningen bewegingsapparaat 24,1% 22,0% Overige aandoening O.E. 635 399 35,3% 27,6% 23,2% 25,7% Multitrauma 19,7% 16,0% 19,2% 25,4% Aandoening wervelkolom, romp 18,4% 21,1% 33,5% 26,9% Overige 26,6% 35,3% Amputaties 351 159 Amputaties 354 159 Amputaties 319 133 Amputatie voet onderbeen en knie Amputatie bovenbeen en hoger Amputatie O.E. niet gespecificeerd 65,2% 58,5% Amputatie voet onderbeen en knie 31,1% 37,1% Amputatie bovenbeen en hoger 2,3% 0,6% Amputatie O.E. niet gespecificeerd 1,4% 3,8% 67,5% 58,5% Amputatie voet onderbeen en knie 25,7% 37,1% Amputatie bovenbeen en hoger 3,4% 0,6% Amputatie O.E. niet gespecificeerd 0,0% 1,5% 63,6% 56,4% 29,5% 34,6% 3,4% 3,8% Overige 6,9% 7,5% Hersenen 2054 1366 Hersenen 2330 1366 Hersenen 1988 1266 Cerebro vasculair accident (CVA) 79,6% 81,7% Cerebro vasculair accident (CVA) 80,8% 81,7% CVA 80,6% 81,7% Contusio cerebri 10,9% 6,7% Contusio cerebri 10,9% 6,7% Contusio cerebri 10,4% 6,3% Tumor cerebri 3,8% 6,5% Tumor cerebri 3,4% 6,5% Tumor cerebri 3,4% 5,8% 5,7% 5,1% 4,9% 5,1% Overige 5,6% 6,2% Neurologie 408 366 Neurologie 460 366 Neurologie 388 364 Perifeer zenuwletsel, zenuw Neuro musculaire Neurologie cerebrospinaal 49,5% 39,3% Perifeer zenuwletsel, zenuw 34,1% 42,3% Neuro musculaire 8,3% 9,0% Neurologie cerebrospinaal 8,1% 9,4% 46,7% 39,3% Perifeer zenuwletsel, zenuw 29,1% 42,3% Neuro musculaire 17,6% 9,0% Neurologie cerebrospinaal 46,4% 37,9% 29,4% 36,0% 16,5% 18,7% 6,5% 9,4% Overige 7,7% 7,4% 22

Dwarslaesie 481 261 Dwarslaesie 504 261 Dwarslaesie 446 224 Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager Ernstige decubitus t.g.v. dwarslaesie 54,3% 51,7% Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 35,8% 39,5% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 7,9% 6,5% Ernstige decubitus t.g.v. dwarslaesie 2,0% 2,3% 54,2% 51,7% Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager 35,3% 39,5% Ernstige decubitus t.g.v. dwarslaesie 56,3% 48,2% 35,0% 46,0% 6,9% 6,5% Spina bifida 7,6% 4,0% 3,6% 2,3% Overige 1,1% 1,8% Organen 331 305 Organen 365 305 Organen 368 345 Hart 9,7% 3,9% Hart 37,0% 42,3% Hart 40,8% 35,1% Respiratore Overige orgaan Chronische pijn en psychische stoornissen 34,1% 42,3% Respiratore 8,8% 9,2% Overige orgaan 47,4% 44,6% 168 481 Chronische pijn en psychische stoornissen Overige pijn 32,7% 28,7% Chronische Pijnsyndroom WPN 4 Chronische Pijnsyndroom WPN 4 Chronische Pijnsyndroom WPN 3 Geen diagnose beschikbaar 2009 2010 2011 Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw 29,6% 3,9% Respiratore 16,7% 9,2% Overige orgaan 39,4% 48,7% 9,8% 7,8% 16,7% 44,6% Overige 10,1% 8,4% 268 481 Chronische pijn en psychische stoornissen 25,7% 28,7% Chronische Pijnsyndroom WPN 4 31,0% 40,5% Overige pijn 31,0% 40,5% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 26,8% 22,9% Chronische Pijnsyndroom WPN 3 9,5% 7,9% 112 80 Geen diagnose beschikbaar (ICC) 270 555 45,6% 18,7% 28,5% 43,6% 16,8% 22,9% Psychische stoornissen 17,0% 32,4% 26,5% 7,9% Overige 8,9% 5,2% 13 80 7 4 Intercollegiaal consult 100% 100% Intercollegiaal consult 100% 100% 23

Figuur 1.15 BEHANDELPROCES (in revalidatiecentra) Aandoeningen bewegings apparaat Amputaties Chronische pijn Dwarslaesie Hersenen Neurologie Organen Totaal Activiteiten begeleiding % of Column Frequency uren uren uren uren uren uren uren uren % of Column Frequency % of Column Frequency % of Column Frequency % of Column Frequency % of Column Frequency % of Column Frequency % of Column Frequency 3.44 5.67 2.87 4.56 3.79 2.95 2.51 3.57 Arts 4.54 9.54 3.82 8.95 4.30 4.80 4.44 4.82 Bewegingsagoog/ sportbegeleiding 12.05 8.53 9.81 6.76 4.02 5.02 9.57 6.51 Cognitief trainer 0.52 0.61 3.78 1.09 1.41 1.45 0.24 1.50 Diëtetiek 0.35 0.61 0.13 0.74 0.34 0.88 2.76 0.58 Ergotherapie 19.30 14.10 17.62 18.36 19.41 21.02 7.46 18.17 Fysiotherapie 36.60 44.09 28.36 33.05 24.28 30.53 42.26 29.40 Geestelijke verzorging 0.10 0.29 0.04 0.13 0.13 0.19 0.06 0.12 Hydrotherapie 1.52 0.82 1.46 0.96 0.82 1.11 0.26 0.98 Logopedie 2.28 0.54 1.28 1.89 11.49 6.45 3.30 7.01 Maatschappelijk werk 5.18 5.15 7.20 4.97 4.87 7.40 6.07 5.57 Muziektherapie 0.48 0.24 0.96 0.31 1.03 0.88 0.39 0.82 Niet klinische verpleging 1.28 2.09 1.51 3.72 2.20 1.84 5.25 2.30 Orthopedagogie 0.79 0.19 0.98 0.40 1.27 0.72 0.51 0.97 Psychologie 4.49 2.13 10.47 1.99 6.02 4.53 4.79 5.80 Psychologisch medewerker Therapeutische peuterleiders Therapieassistenten 0.35 0.10 0.78 0.10 0.99 0.40 0.27 0.69 3.89 0.48 3.89 3.47 8.45 4.76 4.26 6.06 2.86 4.83 5.02 8.54 5.18 5.07 5.61 5.13 Totaal 100.00 100.00 100.00 100.00 100.00 100.00 100.00 100.00 24

Figuur 1.16 Aantal RBU s volwassenen en kinderen per 100.000 inwoners Figuur 1.17 Aantal klinische opnamen volwassenen en kinderen per 100.000 inwoners 25.000 20.000 2007 2008 2009 2010 2011 21.659 21.914 22.143 23.356 20.146 70 60 50 2007 2008 2009 2010 2011 59,0 54,2 54,8 56,4 57,2 15.000 40 10.000 5.000 6.921 7.055 7.582 8.186 8.912 30 20 10 13,0 14,5 12,7 12,4 12,9 0 0 volwassenen kinderen volwassenen kinderen Figuur 1.18 Gemiddelde verpleegduur per behandeling (in dagen) Figuur 1.19 Gemiddeld aantal RBU s per verpleegdag 90 2007 2008 2009 2010 2011 3,0 2007 2008 2009 2010 2011 80 70 60 80 67 76 66 78 65 78 64 69 60 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 1,9 1,7 2,0 1,8 2,2 1,8 2,4 2,4 1,9 2,0 50 0 volwassenen kinderen volwassenen kinderen 25

Figuur 1.20 Inzet verplegend en verzorgend personeel* (in fte s) per 10.000 verpleegdagen 30 25 20 15 10 5 0 15,49 15,95 15,89 verpleegkundigen 25,87 23,79 23,75 7,65 6,65 6,55 2,73 1,20 1,22 verzorgenden assistenten totaal Groep 1 Verpleegkundigen & soc.ped(agogisch) hulpverleners niveau 5 Verpleegkundigen en soc.ped(agogisch) werk(st)ers niveau 4 Groep 2 Verzorgenden (IG/AG) en soc.(ped)agogisch werk(st)ers niveau 3 Groep 3 Zorghulpen niveau 1 Helpenden niveau 2 Overig verpleegkundig, verzorgend en soc.(ped)agogisch personeel * exclusief personeel in opleiding 2009 2010 2011 Figuur 1.21 Inzet behandelend en ondersteunend personeel (in fte s) per 10.000 RBU s groep 1 groep 2 groep 3 groep 4 groep 5 0 1 2 3 4 5 6 7 8 2009 2010 2011 Groep 1 Management en staf patiënt/cliëntgebonden functies Groep 2 Personeel (medische) elektronica en revalidatietechniek Personeel onderzoeksfuncties Groep 3 Bewegingsagogen/sportleiders Cognitief trainers Diëtisten Ergotherapeuten Fysiotherapeuten Hydrotherapeuten Logopedisten Therapie-assistenten Overig personeel behandelend & ondersteunend Groep 4 Activiteitenbegeleiders Maatschappelijk werkers Muziektherapeuten Sociaal-cultureel werkers Groep 5 Aios Anios Geestelijk verzorgers Orthopedagogen Overige medische specialisten Psychologen Revalidatieartsen 26

27

Bijlage 2 Cijfers en tabellen Financiën Figuur 2.1 Ontwikkeling van de personele kosten in 2007-2011 (2007 = 100) 140 2007 2008 2009 2010 2011 130 120 120 125 113 113 117 110 107 109 100 100 104 90 personele kosten personele kosten gecorrigeerd Figuur 2.2 Ontwikkeling van de materiële kosten in 2007-2011 (2007 = 100) 140 2007 2008 2009 2010 2011 130 120 119 119 110 111 115 114 100 100 106 108 90 index materiële kosten index materiële kosten gecorrigeerd 28

160 150 2007 2008 2009 2010 2011 152 Figuur 2.3 Ontwikkeling van de kapitaallasten in 2007-2011 (2007 = 100) 140 142 130 120 110 110 119 113 De sterke stijging van de kapitaallasten in 2011zijn voornamelijk toe te schrijven aan de eenmalige extra 100 100 103 101 106 afschrijving van immateriële vaste activa (IVA). kapitaallasten 90 kapitaallasten gecorrigeerd Figuur 2.4 Kostenopbouw revalidatiecentra in 2011 kosten verplegend & verzorgend personeel 14% kosten algemeen 6% kosten terrein en gebouw 3% kosten behandelend & ondersteunend personeel 44 % kosten kapitaal 12% kosten personeel bedrijfsvoering 16% patiëntgebonden kosten 3% kosten voeding 1% kosten hotelmatig 2% 110 105 2007 2008 2009 2010 2011 Figuur 2.5 Ontwikkeling personele en materiële kosten* per 10.000 productie-eenheden (2007 = 100) 100 95 100 101 101 100 97 99 97 98 97 90 85 91 personele kosten materiële kosten totale kosten 29

Bijlage 3 Cijfers en tabellen Personeel Tabel 3.1 Werkgelegenheid % verandering 2007 2008 2009 2010 2011 2007-2011 Aantal arbeidsplaatsen in fte s Bedrijfsvoering 1768 1424 1502 1567 1582-10,5% Behandelend en ondersteunend 2849 3040 3159 3281 3411 19,7% Verpleegkundig en verzorgend 1326 1355 1320 1318 1301-1,9% Totaal 5943 5820 5981 6166 6294 5,9% Aantal werkzame personen Bedrijfsvoering 2582 2117 2225 2343 2380-7,8% Behandelend en ondersteunend 4298 4512 4714 4516 5015 16,7% Verpleegkundig en verzorgend 1994 1992 1991 1989 1980-0,7% Totaal 8874 8620 8930 8848 9375 5,7% Deeltijdfactor Bedrijfsvoering 0,68 0,67 0,68 0,67 0,66-3,1% Behandelend en ondersteunend 0,66 0,67 0,67 0,73 0,68 2,5% Verpleegkundig en verzorgend 0,66 0,68 0,66 0,66 0,66-1,2% Totaal 0,67 0,68 0,67 0,70 0,67 0,2% 30

Tabel 3.2 Leeftijd en duur dienstverband Leeftijd 2007 2008 2009 2010 2011 Bedrijfsvoering 44,9 45,5 45,6 46,1 46,8 Behandelend en ondersteunend 39,8 40,4 40,7 44,0 41,1 Verpleegkundig en verzorgend 40,9 41,2 40,2 45,7 42,0 Totaal 41,5 41,9 42,9 45,3 43,3 Duur dienstverband 2007 2008 2009 2010 2011 Bedrijfsvoering 9,3 9,5 10,1 10,0 10,1 Behandelend en ondersteunend 8,4 8,7 9.,1 9,7 9,0 Verpleegkundig en verzorgend 9,5 9,6 9,3 11,6 10,1 Totaal 8,9 9,1 9,4 10,5 9,7 Tabel 3.3 Verloop personeel % Verloop in functiegroep 2007 2008 2009 2010 2011 Bedrijfsvoering 14,1 13,2 9,6 8,5 9,1 Behandelend en ondersteunend 13,4 12,6 11,2 12,3 10,8 Verpleegkundig en verzorgend 11,6 14,4 12,1 12,6 10,6 Totaal 13,2 13,1 10,9 11,1 10,2 Tabel 3.4 Ziekteverzuim Verzuimpercentage 2007 2008 2009 2010 2011 Bedrijfsvoering 4,1 3,7 4,2 4,4 4,1 Behandelend en ondersteunend 4,0 4,3 4,1 4,1 4,2 Verpleegkundig en verzorgend 5,7 5,7 5,4 6,0 5,5 Totaal 4,4 4,4 4,5 4,8 4,6 Verzuimfrequentie 2007 2008 2009 2010 2011 Bedrijfsvoering 1,8 1,4 1,4 1,1 1,7 Behandelend en ondersteunend 1,8 1,7 1,6 1,4 1,7 Verpleegkundig en verzorgend 2,1 2,0 1,9 1,3 1,8 Totaal 1,9 1,7 1,6 1,3 1,7 31

Bijlage 4 Overzicht prestatie-indicatoren Onderstaande tabel geeft een bondig overzicht van alle prestatie-indicatoren die jaarlijks worden afgenomen en de daarbij behorende (beknopte) conclusies. Alle revalidatiecentra nemen deel aan het prestatie-indicatoren project. Rubriek Ja Nee Nvt Beknopte conclusie 1 Tevredenheid 1.1 Patiëntentevredenheid uitkomst indicator 1.1.1 Onderzoek patiëntentevredenheid met CQ-Index Revalidatie 1.2 Patiëntentevredenheid structuur indicator 1.2.1 Aanwezigheid van feedbacksysteem voor verdieping van resultaten patiëntentevredenheid 2 Veiligheid 2.1 Basis medische zorg structuur indicator 20 0 0 Alle centra deden in 2009 mee aan de pilot met de CQ-Index. - Volwassenen gaven het revalidatiecentrum gemiddeld 8,2 als rapportcijfer. - Ouders van kinderen die in behandeling waren gaven gemiddeld 8,1 als rapportcijfer. 17 3 0 Zeventien centra beschikten in 2011 over een feedbacksysteem voor verdieping van resultaten. Het meest gebruikt werden spiegelgesprekken. Focusgroepen, telefonische interviews en groepsgesprekken met professionals werden iets minder vaak gebruikt Volwassenen gaven het revalidatiecentrum gemiddeld 8,2 als rapportcijfer. Ouders van kinderen die in behandeling waren gaven gemiddeld 8,1 als rapportcijfer. 2.1.1 Reglement basis medische zorg 20 0 0 Alle instellingen beschikken over een actueel reglement BMZ 2.2 Ondervoeding structuur indicator 2.2.1 Screening op ondervoeding 19 0 1 Alle klinische centra hebben aandacht voor mogelijke ondervoeding; 13 centra meten mogelijke ondervoeding systematisch, waarvan 8 m.b.v. de SNAQ 2.3 Infectiepreventie structuur indicator 2.3.1 Beleidsplan infectiepreventie 19 1 0 19 instellingen beschikken geheel of gedeeltelijk over een geactualiseerd beleidsplan infectiepreventie. MRSA 19 1 0 19 instellingen beschikken over een beleidsplan op het deelgebied MRSA. PEP protocol 18 2 0 18 instellingen beschikken over een beleidsplan op het deelgebied PEP protocol. Hepatitis B 19 1 0 19 instellingen beschikken over een beleidsplan op het deelgebied Hepatitis B. Kruisinfecties 17 3 0 17 instellingen beschikken over een beleidsplan op het deelgebied Kruisinfecties. WIP 18 2 0 18 instellingen beschikken over een beleidsplan infectiepreventie conform de richtlijnen van de Stichting Werkgroep Infectiepreventie (WIP) 32

Rubriek Ja Nee Nvt Beknopte conclusie 2.4 Complicaties structuur indicator 2.4.1 Registratie complicaties bij schouderinjecties 16 3 1 Het aantal centra dat complicaties bij schouderinjecties registreert is van 14 naar 16 gestegen 2.4.2 Complicatieregistratie 13 7 0 13 centra registreerden ook andere complicaties 2.4.3 Systematische bespreking complicaties 12 8 0 12 centra bespraken de complicaties systematisch 2.5 Decubitusprevalentie structuur indicator & uitkomst indicator 2.5.1 Registratie 19 0 1 Alle klinische centra hebben aan de landelijke decubitusprevalentie-meting deelgenomen. De puntprevalentie is met gemiddeld 0,7% zeer laag. 2.6 Decubitusincidentie klinische patiënten met een dwarslaesie structuur indicator & uitkomst indicator 2.6.1 Registratie 12 4 4 Het aantal centra dat decubitusincidentie registreert is gelijk gebleven. De incidentie bedraagt 7,3% 2.7 Medicatieveiligheid structuur indicator 2.7.1 Toezichthoudend apotheker 18 1 1 18 instellingen beschikken over een toezichthoudend apotheker. Dagelijkse receptcontrole apotheker 12 7 1 In 12 instellingen vindt dagelijkse receptcontrole door de apotheker plaats. Voorschrijver die beschikt over relevante medicatiegegevens 19 0 1 18 instellingen beschikken over een beleidsplan op het deelgebied PEP protocol. Medicatiebewaking 19 0 1 Medicatiebewaking vindt in 19 instellingen plaats. Structureel overleg tussen apotheker en voorschrijver 18 1 1 In 18 centra vindt structureel overleg tussen apotheker en voorschrijver plaats. Volgens richtlijn medicatieoverdracht 15 4 1 15 instellingen werken volgens de richtlijn medicatieoverdracht. Registratie van klachten en fouten 19 0 1 Registratie van klachten en fouten vindt in 19 instellingen plaats. Verbeterpunten n.a.v. foutenregistratie Signaleringssysteem voor ongewenste interacties 3 Effectiviteit 19 0 1 19 instellingen formuleren ververbeterpunten n.a.v. de foutenregistratie. 3.1 Resultaatmeting structuur indicator 3.1.1 PEDI-NL wordt gebruikt voor resultaatmeting 31.2 USER wordt gebruikt voor resultaatmeting 3.1.3 SIGAM-WAP wordt gebruikt voor resultaatmeting 18 1 1 18 instellingen hebben een signaleringssysteem voor ongewenste interacties. 18 2 0 18 centra gebruiken de PEDI-NL. 8 11 1 Acht klinische centra gebruiken de USER. 17 3 0 De SIGAM-WAP wordt door 17 instellingen gebruikt. 3.2 Resultaten structuur indicator & uitkomst indicator 3.2.1 Percentage ontslagen volwassen patiënten, dat zelfstandig gaat wonen 3.2.2 Percentage ontslagen kinderen, dat weer naar huis gaat 4 Tijdigheid 19 0 1 Het percentage volwassen patiënten dat na de behandeling zelfstandig gaat wonen ligt gemiddeld op 92%. 9 0 11 Het percentage kinderen dat na de behandeling weer naar huis gaat, ligt gemiddeld op 95%. 4.1 Wachttijden proces indicator & uitkomst indicator 4.1.1 Eerste onderzoek 20 0 0 65,1% van de patiënten heeft korter gewacht dan de Treeknorm van 4 weken 4.1.2 Poliklinische revalidatiebehandeling 20 0 0 77,0% van de patiënten heeft korter gewacht dan de Treeknorm van 6 weken 4.1.3 Klinische revalidatiebehandeling 19 0 1 98,0% van de patiënten heeft korter gewacht dan de Treeknorm van 7 weken 33

Rubriek Ja Nee Nvt Beknopte conclusie 4.1.4 Klinische opname acute CVA 19 0 1 85,5% van de patiënten met een acute CVA zijn binnen twee weken opgenomen 5 Transparantie 5.1 HKZ ontwikkel indicator 5.1.1 HKZ certificaat Medisch Specialistische Revalidatiezorg 5.2 Visitatie professionals structuur indicator 9 11 0 Eind 2011 waren 9 centra HKZ gecertificeerd. De overige centra verwachtten het HKZ certificaat in 2012 of 2013 te behalen. 5.2.1 Opleidingsvisitatie 17 0 3 Alle opleidingscentra hebben gegevens aangeleverd 5.2.2 Kwaliteitsvisitatie 18 1 1 Achttien centra hebben de afgelopen jaren een kwaliteitsvisitatie gehad 5.3 Informatie over wachttijden per diagnosegroep 6 Samenwerking 6.1 Ketenzorg ontwikkel indicator 8 12 0 Alle centra publiceerden in 2011 wachttijden op internet. Acht centra deden dat voor alle diagnosegroepen 6.1.1 Verwijzersonderzoek 17 3 0 17 centra hebben recentelijk (in 2009, 2010 of 2011) verwijzersonderzoek uitgevoerd. 6.2 Regionaal Revalidatiegeneeskundig netwerk ontwikkel indicator 6.2.1 Structureel overleg met ketenpartners 6.3 Samenwerking met patiëntenverenigingen structuur indicator 6.3.1 Systematisch overleg patiëntenvertegenw. 19 1 0 19 centra voerden structureel overleg met de ketenpartners 19 1 0 19 centra hadden systematisch overleg met patiëntenvertegenwoordigers. 6.3.2 Welke patiëntenorganisaties Aantal centra dat structureel overleg voert met: Samen Verder, de Nederlandse CVA vereniging (16) Cerebraal, vereniging voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel (16) Dwarslaesie Organisatie Nederland (13) VSN, Vereniging Spierziekten Nederland (17) BOSK, Vereniging van motorische gehandicapten (kinderen) en hun ouders (17) Landelijke vereniging van geamputeerden (14) Stichting Pijn-Hoop (9) Hartezorg (5) Astmafonds (4) Reuma Patiënten Vereniging (5) Anders (14) 7 Deskundigheid en deskundigheidsontwikkeling 7.1 Participatie in landelijke werkgroepen VRA structuur indicator 7.1.1 Participatie werkgroepen VRA 19 0 1 Een centrum uitgezonderd participeerden alle centra in werkgroepen 7.1.2 Welke werkgroepen Aantal revalidatiecentra (n) dat deelneemt aan gespecificeerde VRA werkgroepen: Sectie Kinderrevalidatiegeneeskunde artsen (18) Werkgroep CVA Nederland (19) Werkgroep Amputaties en Prothesiologie (19) Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland (18) Werkgroep revalidatieartsen voor NeuroMusculaire Ziekten (16) Werkgroep Traumatisch hersenletsel (17) Nederlands-Vlaams Dwarslaesie Genootschap (12) Werkgroep Trauma Revalidatie (13) Werkgroep Transculturele Revalidatie (9) Commissie kwaliteit (11) Concilium (10) Werkgroep VRA Bewegen en Sport (11) Werkgroep Multiple Sclerose (15) Werkgroep arm/hand prothese (WAP-A) (11) Werkgroep Parkinson en aanverwante bewegingsstoornissen (13) Scholingscommissie (6) 34

Rubriek Ja Nee Nvt Beknopte conclusie 7.1.3 Participatie andere bijeenkomsten professionals 19 0 1 Aantal revalidatiecentra (n) dat deelneemt aan gespecificeerde bijeenkomsten: Landelijke themadag van de Werkgroep CVA Nederland (18) Jaarlijks interdisciplinair congres van het Nederlands-Vlaams Dwarslaesie Genootschap (11) Landelijke themadag van de Werkgroep Amputaties en Prothesiologie (18) Teamdag van de Werkgroep Traumatisch Hersenletsel (13) Platform Cognitieve Revalidatie van het NIP (14) Landelijke themadag van de Sectie Kinderrevalidatiegeneeskunde/ 6e Dutch-ACD bijeenkomst (17) Landelijke themadag van de Werkgroep NeuroMusculaire Ziekten (15) Landelijke themadag van de Werkgroep Trauma Revalidatie (4) Landelijke themadag van de Werkgroep Transculturele Revalidatie (4) Landelijke themadag van de Werkgroep Pijnrevalidatie Nederland (17) Landelijke themadag van de Werkgroep VRA Bewegen en Sport (12) Landelijke themadag van de Werkgroep Multiple Sclerose (12) Landelijke themadag van de Werkgroep arm/hand prothese (WAP-A) (11) Landelijke themadag van de Werkgroep Parkinson en aanverwante bewegingsstoornissen (8) 8 Onderwijs, Opleiding en Onderzoek 8.1 Onderwijs structuur indicator 8.1.1 Participatie klinisch onderwijs geneeskunde 8.1.2 Aantal co-assistenten 424 co-assistenten 8.1.3 Participatie andere activiteiten onderwijs geneeskunde 18 2 0 In totaal participeren 18 revalidatiecentra in de opleiding van: 16 4 0 In totaal participeren 16 revalidatiecentra in andere activiteiten van het geneeskundig onderwijs: 8.1.4 Welke activiteiten Geven van colleges (12) Begeleiden van werkgroepen (9) Begeleiden van stages (10) 8.1.5 Participatie klinisch onderwijs andere studierichtingen 20 0 0 In totaal participeren 20 revalidatiecentra in klinisch onderwijs van andere studierichtingen: 8.1.6 Welke studierichtingen Fysiotherapie (18) Ergotherapie (17) HBO-V (18) Bewegingsagogie (11) Psychologie (15) Logopedie (15) Maatschappelijk werk (13) MBO-V (14) Anders (7) 8.2 Opleiding tot specialist structuur indicator 8.2.1 Participatie opleiding revalidatiearts 17 3 0 Een ruime meerderheid van de centra neemt deel aan de opleiding revalidatiearts. 8.2.2 Aantal AIOS in dienst op 31-12-2011 8.2.3 Aantal AIOS tevens opleiding klinisch wetenschappelijk onderzoeker 8.2.4 Participatie opleiding GZ psycholoog 8.2.5 Aantal GZ psychologen in opleiding op 31-12-2011 17 3 0 Het aantal AIOS in de centra bedraagt 112 en varieert van 2 tot 17 per centrum. 8 12 0 Acht centra leiden AOIS op tot klinisch wetenschappelijk onderzoeker. Het totaal aantal bedraagt 11. 17 3 0 Een ruime meerderheid van de centra neemt deel aan de opleiding GZ psycholoog 17 3 0 Het aantal GZ psychologen in opleiding in de centra bedraagt 38 en varieert van 1 tot 5 per centrum 35

Rubriek Ja Nee Nvt Beknopte conclusie 8.2.6 Participatie opleiding klinisch psycholoog 4 16 0 Vier centra participeren in de opleiding van 3 klinisch psychologen 8.2.7 Participatie opleiding klinisch neuropsycholoog 4 16 0 Vier centra participeren in de opleiding van 4 klinisch neuropsychologen 8.3 Wetenschappelijk onderzoek uitkomst indicator 8.3.1 Aantal peer-reviewed publicaties door medewerkers 15 5 0 De meerderheid van de centra publiceert in wetenschappelijke bladen. Het aantal publicaties bedraagt 374. 8.3.2 Wetenschappelijke promoties 11 9 0 19 medewerkers uit 11 centra promoveerden in 2011 8.3.3 Betrokkenheid bij wetenschappelijk onderzoek 20 0 0 Alle centra zijn betrokken bij wetenschappelijk onderzoek 8.3.4 Niveau van betrokkenheid 20 0 0 Aanleveren van patiëntgegevens (16) Initiëren en uitvoeren van lokaal wetenschappelijk onderzoek (19) Vervullen van een (inter)nationale voortrekkersrol (12) 36

Bijlage 5 Begrippen en definities Eerste consult Voordat een patiënt poliklinisch in behandeling wordt genomen door een revalidatiecentrum, is er een eerste consult met een revalidatiearts. Dit eerste contact vindt vaak plaats in een (algemeen) ziekenhuis, maar kan ook plaatsvinden in een revalidatiecentrum. In een aantal gevallen werkt de revalidatiearts alleen voor het ziekenhuis. Alle eerste consulten worden dan geregistreerd door het ziekenhuis. CQ-index Met de CQ-index (Consumer Quality Index) wordt de kwaliteit van zorg vanuit patiëntenperspectief in kaart gebracht. DBC Een diagnosebehandelingcombinatie (DBC) is het totale traject van de diagnose die de zorgverlener stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt. DIS DIS is het landelijke DBC-informatiesysteem. Het ontvangt en beheert alle informatie over DBC s. Financiële gegevens Dit betreft de kosten die gemaakt worden ten behoeve van de revalidatiegeneeskundige functies conform de CTG-richtlijnen, inclusief de meervoudige en enkelvoudige hart/longrevalidatie. De kosten en inkomsten betreffende overige activiteiten en dienstverlening vallen hierbuiten. FTE s en personen Gemiddeld aantal fulltime equivalenten en personen. Gemiddeld dienstverband in jaren Som van de lengtes van de dienstverbanden gedeeld door het aantal personen in loondienst. Gemiddelde leeftijd Som van de leeftijden van de medewerkers gedeeld door het aantal personen in loondienst. Gestandaardiseerde productie Voor het berekenen van het totale productievolume van de revalidatiezorg worden de verschillende zorgproducten omgerekend naar Revalidatie Behandeluren (RBU s). In de tabel op deze pagina vindt u de wegingsfactor per zorgproduct. Loonkosten De som van lonen en salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, overige personele kosten en de kosten voor personeel niet in loondienst. Revalidatiebehandeluur (RBU) Revalidatiebehandeluur (RBU) is de eenheid waarin wordt uitgedrukt hoeveel directe tijd behandelaars besteden aan patiënten. Sublocatie van revalidatiecentrum Bij de bepaling van het aantal sublocaties van een revalidatiecentrum is een kwaliteitscriterium toegepast. Alleen locaties waarvan het centrum heeft aangegeven dat de Basisset Prestatie-indicatoren Revalidatiecentra er van toepassing is, worden als sublocatie geteld. Zelfstandig ziekenhuis In dit brancherapport wordt een ziekenhuis als zelfstandig aangemerkt als in de enquêtes is opgegeven dat de geproduceerde revalidatiebehandeluren (RBU s) op de rekenstaat van het ziekenhuis worden opgevoerd. Tabel Wegingsfactoren voor berekening totale productie Behandelvormen Kinder- en jeugdrevalidatie factor 1e consult 0,5 Poliklinische RBU 1 Poliklinische opname 0 Verpleegdag 1 Klinische RBU 1 Volwassenen revalidatie 1e consult 0,5 Poliklinische RBU 1 Poliklinische opname 0 Verpleegdag 1 Klinische RBU 1 Bijzondere erkenningen Opname hoge dwarslaesies 0 Beademingsdagen 0,5 Overige verrichtingen* Enkelvoudig 1 Meervoudig hart/long 1 * Vanaf 2005 worden de overige verrichtingen reeds als RBU waarde door de centra aangeleverd. 37

Bijlage 6 Diagnoseclassificatie In de revalidatiezorg kunnen ruim 1700 verschillende ICD9-DE-REV diagnoses worden gesteld. Voor rapportagedoeleinden worden deze geclassificeerd naar één van de 45 diagnoseclusters en uiteindelijk naar de 7 diagnostische hoofdgroepen. De tabel geeft een overzicht van alle hoofdgroepen en de daaronder vallende diagnoseclusters. Aandoening bewegingsapparaat Aangeboren B.E. Aangeboren O.E. Overige aangeboren beweging Overige B.E. Overige O.E. Aandoening wervelkolom, romp Reumatische Multitrauma Overige bewegingsapparaat Amputaties B.E. Amputatie door of boven elleboog Amputatie onderarm/hand, excl. vingers Amputatie vinger(s) Amputatie B.E. niet gespecificeerd Amputatie bovenbeen en hoger Amputatie voet, onderbeen en knie Amputatie te(n)en Amputatie O.E. niet gespecificeerd Hersenen Dwarslaesie Dwarslaesie hoog: C1-C8, T1-T6 Dwarslaesie laag: T7-T12 en lager Spina bifida Ernstige decubitus t.g.v. dwarslaesie Organen Huid, incl. decubitus en ulcus cruris Brandwonden Hart Bloedvaten Respiratore Overige Chronische pijn en psychische stoornissen tabel Hoofdgroepen diagnoseclassificatie Cerebrale functiestoornissen, incl. cong. Chronische Pijnsyndroom WPN 1 DCD (Development Coördination Disorder) Chronische Pijnsyndroom WPN 2 CVA Chronische Pijnsyndroom WPN 3 Contusio cerebri Chronische Pijnsyndroom WPN 4 Infectieuze hersen Overige pijn Tumor cerebri Psychische stoornissen Overige hersen Neurologie Neurologie cerebrospinaal Plexusletsel Perifeer zenuwletsel, zenuw Toelichting op de chronische pijnsyndromen: Het onderscheid naar de vier onderkende pijnsyndromen WPN1 t/m WPN 4 wordt gemaakt op basis van de mate waarin naast de somatische problematiek ook psychische en sociale factoren een onderhoudende of zelfs oorzakelijke rol spelen. Psychische en sociale factoren spelen in WPN 1 geen rol. In niveau 4 spelen zij een belangrijke onderhoudende of veroorzakende rol. De overige twee niveaus bevinden zich daartussen. Neuromusculaire Overige neurologische 38

Bijlage 7 Verantwoording Totstandkoming Het Brancherapport 2011 is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen Revalidatie Nederland en Kiwa Prismant, beheerder van de Revalidatie Databank. Het Brancherapport 2011 is voorbereid door de Commissie Informatievoorziening van Revalidatie Nederland. Deze commissie heeft met name de analyses van de gegevens uitgevoerd. De Commissie Informatievoorziening is als volgt samengesteld: Rob Beuse, De Hoogstraat Revalidatie, voorzitter Harrie Brand, Reade Joep Cluitmans, Adelante/Atrium MC Gerrit Niestijl, Rijndam revalidatiecentrum Gerrit Renes, Revalidatie Friesland Frank Vermeulen, Sophia Revalidatie Michel Leenders, Revalidatie Nederland, secretaris, uitvoering revalidatie Databank In 1997 is Revalidatie Nederland gestart met het systematisch verzamelen van landelijke gegevens over de revalidatiezorg. Deze gegevensverzameling is uitgegroeid tot de Revalidatie Databank. Door politieke, maatschappelijke en zorginhoudelijke ontwikkelingen verandert de informatiebehoefte voortdurend. De databank evolueert dan ook steeds. Deze databank is een uniek product dat is toegerust op een marktgericht gezondheidszorgstelsel. Hierbij zijn transparantie, geïntegreerde informatieproductie en maatschappelijke verantwoording essentieel. Om dit te kunnen bereiken hebben de revalidatiecentra zich gecommitteerd aan een datacontract. Hierin zijn de verschillende verantwoordelijkheden van de diverse partijen geregeld. Zo wordt op basis daarvan jaarlijks vastgesteld wanneer welke gegevens conform de vastgestelde definities door de revalidatie-instellingen worden geleverd. Via deze weg wordt gestreefd naar optimale kwaliteit en continuïteit. Nadere analyses van het beschikbare cijfermateriaal, aangevuld met kwalitatieve informatie en ervaringskennis vanuit de branche, zullen de komende jaren zorgen voor een nog beter beeld van de vele aspecten van revalidatie. De Revalidatie Databank bestaat uit twee bronnen: patiëntgegevens en bedrijfsgegevens. Informatie ten aanzien van patiëntgegevens wordt halfjaarlijks door instellingen aangeleverd. Zij krijgen ook halfjaarlijks een terugkoppeling over de kwaliteit van de aanlevering. De bedrijfsmatige informatie wordt jaarlijks opgevraagd. Instellingen geven dan onder meer hun capaciteit, personeels- en financiële gegevens op. Tevens wordt de omvang van de productie opgegeven zoals vastgesteld in de rekenstaat van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Op basis van de verzamelde gegevens wordt jaarlijks een Revalidatie Brancherapport en een Managementoverzicht per instelling gemaakt. In het laatste worden de resultaten van de instellingen gespiegeld aan een zelfgekozen referentiegroep en het landelijk gemiddelde. Het Managementoverzicht per revalidatie-instelling is een interne publicatie. Daar waar in dit brancherapport gegevens in hele procenten worden weergegeven, ontstaan afrondingsverschillen, waardoor de totaaltelling niet altijd precies op 100% uitkomt. 39

Leden Revalidatie Nederland Friesland Revalidatie Friesland Beetsterzwaag T 0512-389494 www.revalidatie-friesland.nl Groningen Centrum voor Revalidatie - UMCG (locatie Beatrixoord) Haren T 050-5338911 www.centrumvoorrevalidatie.umcg.nl Drenthe Ziekenhuis Bethesda Hoogeveen T 0528-286222 www.bethesda.nl Overijssel De Vogellanden, centrum voor revalidatie Zwolle T 038-4981111 www.vogellanden.nl Het Roessingh, Centrum voor revalidatie Enschede T 053-4875875 www.roessingh.nl Gelderland ViaReva Apeldoorn T 055-5382700 www.viareva.nl RMC Groot Klimmendaal Arnhem T 026-3526100 www.grootklimmendaal.nl Revalidatiecentrum van de St. Maartenskliniek Nijmegen T 024-3659911 www.maartenskliniek.nl UMC St. Radboud Nijmegen T 024-3611111 www.umcn.nl Utrecht Militair Revalidatie Centrum Aardenburg Doorn T 0343-598445 www.mrc.nl De Hoogstraat Revalidatie Utrecht T 030-2561211 www.dehoogstraat.nl Noord-Holland Revalidatiecentrum De Trappenberg, onderdeel van Merem Behandelcentra Huizen T 035-6929600 www.merem.nl Stichting Heliomare Wijk aan Zee T 088 920 88 88 www.heliomare.nl VU medisch centrum Amsterdam T 020 4444444 www.vumc.nl Reade Amsterdam T 020-6071607 www.reade.nl Gemini Ziekenhuis Den Helder T 0223-696969 www.gemini-ziekenhuis.nl Zuid-Holland Sophia Revalidatie Den Haag T 070-3593593 www.sophiarevalidatie.nl Rijnlands Revalidatie Centrum Leiden T 071-5195195 www.rrc.nl Rijndam revalidatiecentrum Rotterdam T 010-2412412 www.rijndam.nl Capri Hartrevalidatie Rotterdam T 010-2435335 www.caprihr.nl Maasstad Ziekenhuis Rotterdam T 010-291 1911 www.maasstadziekenhuis.nl Zeeland Revant Lindenhof, Revant Reigerbos Goes Revant De Wielingen Terneuzen T 0113 236236 www.revant.nl Noord-Brabant Libra Zorggroep Revalidatiecentrum Leijpark Tilburg T 013-5398539 www.leijpark.nl Libra Zorggroep Revalidatiecentrum Blixembosch Eindhoven T 040-2642742 www.blixembosch.nl Revant Revalidatiecentrum Breda Breda T 076 5797900 www.revant.nl Tolbrug s-hertogenbosch T 073-5535600 www.tolbrug.nl Lievensberg Ziekenhuis Bergen op Zoom T 0164-278000 www.lievensberg.nl Limburg Adelante Hoensbroek T 045-5282828 www.adelante-zorggroep.nl Revalidatieartsenpraktijk Heerlen Heerlen 045 5506565 www.sgl-zorg.nl VieCuri Medisch centrum voor Noord Limburg Venlo T 077-320 5555 www.viecuri.nl www.revalidatienederland.nl Colofon Uitgave van Revalidatie Nederland Tekst: Revalidatie Nederland Fotografie: Inge Hondebrink Vormgeving: Jet Westbroek ISSN 1877-0827 Oudlaan 4 Postbus 9696 3506 GR Utrecht T 030-2739384 F 030-2739406 info@revalidatie.nl