1 Ontwerp-omgevingsvergunning Zinkweg 64 datum: 19 september 2016 Algemeen Periode van terinzagelegging Het ontwerp van de omgevingsvergunning met de daarbij behorende stukken heeft met ingang van zaterdag 9 juli 2016 gedurende zes weken ter inzage gelegen op het gemeentehuis aan de W. van Vlietstraat 6 te Oud-Beijerland en zijn daarnaast raadpleegbaar geweest op de gemeentelijke website. Ingekomen zienswijzen Gedurende de periode van terinzagelegging zijn twee zienswijzen ontvangen. Aangezien één van deze zienswijzen een ondersteunde zienswijze betreft, die pleit voor de realisatie van het voorgenomen plan is deze door het college ter kennisname aangenomen en zal in deze nota van beantwoording alleen aandacht worden besteed aan de zienswijze waarin een tweetal onderdelen een nadere overweging behoeven. Hieronder wordt deze (geanonimiseerde) zienswijze samengevat en voorzien van een beantwoording. Ontvankelijkheid De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt 6 weken, waarbij de termijn aanvangt met ingang van de dag van terinzagelegging van het ontwerpbesluit. Ofwel zienswijzen zijn tijdig ingediend als ze voor het verlopen van de termijn zijn ontvangen of tijdig voor het verlopen van de termijn ter post zijn bezorgd. De zienswijze is in dit geval op maandag 22 augustus ontvangen per post, waarbij ervan uitgegaan wordt, dat deze op vrijdag 19 januari 2016 ter post is besteld en aldus binnen de termijn. Zienswijze ingekomen 22 augustus 2016 (reg.nr. ALG IN 37769) a. Bouwmassa Betrokkenen geven aan dat de bouwmassa van de het appartementengebouw fors groter is en aanzienlijk dichterbij staat dan de voormalige boerderij. Maar ook ten opzicht van hetgeen op basis van het geldende bestemmingsplan is toegestaan en vrezen voor schaduwwerking op hun percelen. Zij stellen dat aan dit onderdeel ten onrechte geen aandacht is besteed in de planologische onderbouwing. Verzocht wordt om een verbeelding van de schaduwwerking toe te voegen en dit te toetsen aan de stedenbouwkundige normen. Als deel van de oplossing wordt voorgesteld om de kap van de gevel aan de zijde van betrokkenen af te vlakken. Beantwoording Wij delen de mening van betrokkenen en stellen vast dat het in dit geval zorgvuldig is om de relatie tussen de voorgenomen nieuwbouw en het woon-en leefklimaat ter plaatse van de naastgelegen woningen in beeld te brengen. Als bijlage 1 bij deze nota is een Schaduwstudie opgenomen. In deze studie is niet alleen in beeld gebracht wat het effect is van de voorgenomen nieuwbouw op de lichtintreding in de woningen van betrokkenen, maar tegelijkertijd de tot voor kort bestaande situatie (boerderij en bomen) in beeld gebracht, en de situatie waarin gebruik wordt gemaakt van de bouwmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan Correctieve herziening bestemmingsplan Wonen.
2 Met verwijzing naar deze schaduwstudie komen wij tot de conclusie dat de voorgenomen nieuwbouw (toekomstige situatie) in gedurende het jaar (gemeten op diverse tijdstippen in de dag) niet of nauwelijks van invloed is op de lichttoetreding ter plaatse van de woningen Zinkweg 59 en 60. Ofwel wij zijn van mening dat als gevolg van de nieuwbouw geen sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon-en leefmilieu ter plaatse van de woningen van betrokkenen (Zinkweg 59 en 60). Voor wat betreft de vergelijking met de voormalige situatie (boerderij) en de vergelijking met de bouwmogelijkheden binnen het vigerende bestemmingsplan blijkt daarbij dat er geen sprake is van een noemenswaardige verandering voor wat betreft de zonlichttoetreding.. Tussenconclusie De Schaduwstudie in Hoofdstuk 4 van de bij de voorgenomen ontwikkeling behorende ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen. b. Parkeren Betrokkenen stellen dat in de ruimtelijke onderbouwing geen aandacht is besteed aan het aspect parkeren. In het schetsontwerp uit 2015 is hieraan wel aandacht besteed en is sprake van een parkeernorm van 1,7 parkeerplaats per woning. Hetgeen in totaal 17 parkeerplaatsen betekent waarvan 3 pp in het openbaar gebieden 14 op eigenterrein. Betrokkenen twijfelen aan de parkeerberekening en geven aan dat de parkeerdruk aan de Zinkweg ter plaatse al erg hoog is en Oud-Beijerland de CROW-normen te krap worden geïnterpreteerd. in zijn algemeenheid. Volgens betrokkene is het wenselijk om een hogere parkeernorm toe te passen die een aantal extra parkeerplaatsen oplevert. Bovendien stellen betrokken mogen garages (zonder oprit) slechts als 0,4 pp worden meegeteld. Beantwoording Wij stellen vast dat in de ruimtelijke onderbouwing op pagina 18 aandacht wordt besteed aan het benodigd aantal parkeerplaatsen, echter zonder een uitgebreide specificatie. In het onderstaande zal de berekening van het benodigd aantal parkeerplaatsen nader worden gespecificeerd. Berekening parkeerbehoefte Op basis van de geldende Nota parkeernormen Oud-Beijerland 2016 (opvolger van de Nota parkeernormen 2009) hanteert de gemeente voor het bepalen van de parkeerbehoefte de kencijfers van CROW-publicatie 317 (oktober 2012) over. Oud-Beijerland is aangemerkt als matig stedelijk en voor wat betreft de gebiedsindeling valt de voorgenomen nieuwbouw in het gebied Schil/Overloopgebied. Overigens is sprake van de ontwikkeling van dure appartementen en rijwoningen. Op basis van de CROW-kengetallen komen wij aldus tot de volgende bandbreedte 4 rijwoningen: bandbreedte CROW = 1,3-2,1 pp 6 dure appartementen: bandbreedte CROW = 1,3-2,1 pp Op basis van onderzoek ter plaatse is gebleken dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake is van een gemiddelde parkeerdruk. Ofwel voor de betreffende woningen en appartementen is gekozen voor een parkeerbehoefte van 1,7 per appartement/woning. Hetgeen resulteert in een totale parkeerbehoefte van 17 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing Op basis van recent uitgevoerd parkeeronderzoek is vastgesteld dat in de openbare ruimte (Zinkweg) plaats is voor het parkeren van 3 auto s. Hetgeen betekent dat op eigen terrein 14 parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Met verwijzing naar de in de ruimtelijk onderbouwing opgenomen tekening (Afbeelding 7: zie pag. 19) is sprake van de aanleg van 10
3 parkeerplaatsen aan de achterzijde van het appartementengebouw. Daarnaast worden onder het appartementengebouw 4 garages gerealiseerd. In zijn totaliteit betekent dit dat sprake is van 14 parkeerplaatsen op eigen terrein. Voor wat betreft de constatering van betrokkenen dat op basis van de CROW een garage niet vol gerekend mag worden maar slechts als 0,4 parkeerplaats mag worden meegeteld, merken wij het navolgende op. Gelezen de eerdergenoemde door de gemeente gehanteerde CROW-publicatie (2012) is er geen sprake van een standaard-advies inzake de berekeningswijze waarop het aanbod van parkeerplaatsen op eigen terrein wordt bepaald. Het door betrokkenen genoemde voorbeeld van de garage op eigen terrein die als 0,4 pp wordt meegeteld is afkomstig uit een voorbeeld van de wijze waarop de gemeente s-hertogenbosch omgaat met de berekeningsaantallen van parkeervoorzieningen op eigen terrein het betreft in dit geval een garage zonder oprit (bij een woning). Wij willen onze keuze om de onderhavige garages als volledige parkeerplaats te rekenen als volgt toelichten. In het voorliggende geval sprake is van een appartement met 2 slaapkamers met een relatief grote garage. De garage is gelegen aan de achterzijde van het gebouw waarbij sprake is van een tijdelijke opstelruimte op eigen terrein. De betreffende appartementen beschikken naast de garage ook over een apart toegankelijke berging voor o.a. fietsen. Op basis van deze gegevens achten wij het voldoende aannemelijk dat de betreffende garages als stallingsplaats voor een auto zullen worden gebruikt. Met verwijzing naar het vorenstaande alsmede op basis van recent parkeeronderzoek achten wij het niet aan de orde om extra parkeerplaatsen langs de Zinkweg aan te leggen. Op het moment dat dit wel aan de orde is zal dienen te worden gekeken wat de (on)mogelijkheden zijn. NB In-en uitrit Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat in verband met de aanleg van de inrit sprake zal zijn van een verplaatsing van een bestaande parkeerplaats op de openbare weg (zie bijlage 2). Overigens zal in verband met de aanleg van de in-en uitrit een omgevingsvergunning benodigd zijn. Tot slot merken wij op dat de realisatie van 14 parkeerplaatsen op eigen terrein ook is vastgelegd in de anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Tussenconclusie Wij zullen de vorenstaande toelichting op het aantal benodigde parkeerplaatsen (incl. de parkeeroplossing) verwerken in de ruimtelijke onderbouwing onder paragraaf 3.2 Projectbeschrijving. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om in de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de ontwerpomgevingsvergunning nadere aandacht te besteden aan de schaduwwerking en het onderdeel parkeren (zie bijlage 3 Staat van wijzigingen).
4 Bijlage 1 : Schaduwstudie
5 Bijlage 2 : Parkeersituatie Zinkweg na aanleg inrit
6 Bijlage 3 : Staat van wijzigingen Belangrijste wijzigingen ten opzichte van Ruimtelijke Onderbouwing Zinkweg 64, Oud-Beijerland dd. 21 april 2016 INHOUDSOPGAVE Als bijlage de navolgende onderzoeken benoemen: - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai perceel Zinkweg 64 te Oud-Beijerland Greten raadgevende ingenieurs; - Verkennend bodemonderzoek Zinkweg 64 te Oud-Beijerland Inventerra; - Nader bodemonderzoek Zinkweg 64 te Oud-Beijerland Inventerra; - Ecologische guickscan in het kader van de Flora & Faunawet Buro Maerlant; - Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Zinkweg 64 - Transect. - Schaduwstudie Veldman Architecten. HOOFDSTUK 4 Toetsing aan omgevingsaspecten Onder 4.7 Archeologie Laatste zin op paina 26 schrappen : Omdat niet noodzakelijk Toevoegen navolgende tekstblokken: Omdat aan beide grenswaarden wordt voldaan is ter plaatse van het projectgebied een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op grond van dit onderzoek wordt geconcludeerd, dat de verwachting op archeologische resten in het projectgebied laag is. Deze lage verwachting hangt samen met de aanwezigheid van een getijdegeul in de ondergrond. Deze geul dateert uit de 15e eeuw (gevormd tijdens de Sint-Elisabethsvloed) en heeft eventuele oudere bodemlagen verspoeld evenals bijbehorend archeologisch bodemarchief. Resten uit de Nieuwe tijd worden ook niet verwacht, aangezien bebouwing ontbrak en ophogingslagen als onderdeel van de oude zeedijk niet in het projectgebied aanwezig zijn. Het treffen van aanvullend archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Vandaar dat het projectgebied wordt vrijgegeven ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Wel blijft de meldplicht van kracht. Indien tijdens de uitvoer van de werkzaamheden eventuele archeologische waarden worden aangetroffen, dient dit gemeld te worden bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of bij de hem vertegenwoordigende bevoegde overheid (gemeente Oud-Beijerland). Voetnoot toevoegen: Transect-rapport 1023 archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Zinkweg 64. Onder 4.9 Schaduwstudie (NIEUW) Om inzichtelijk te maken wat het effect is van de voorgenomen nieuwbouw op de lichtintreding in de omliggende woningen, is een schaduwstudie uitgevoerd. Tevens is in deze studie onderzocht wat de lichtinval is in de oorspronkelijke situatie (boerderij en bomen) en in de situatie waarin gebruik wordt gemaakt van de bouwmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan Correctieve herziening bestemmingsplan Wonen. Op grond van deze studie wordt geconcludeerd, dat de voorgenomen nieuwbouw gedurende het jaar (gemeten op diverse tijdstippen in de dag) niet of nauwelijks van invloed is op de lichttoetreding ter plaatse van de omliggende woningen. Voor wat betreft de vergelijking met de oorspronkelijke situatie en de vergelijking met de bouwmogelijkheden binnen het vigerende
7 bestemmingsplan blijkt, dat geen sprake is van een noemenswaardige verandering voor wat betreft de zonlichttoetreding. De realisatie van de voorziene wooneenheden leidt dus niet tot een onaanvaardbare aantasting van het woon-en leefmilieu ter plaatse van deze woningen. Voetnoot toevoegen: Veldman Architecten, Schaduwstudie project Zinkweg, september 2016, projectnummer VI501135. Onder 3.2 Parkeren (NIEUW) Parkeren Op basis van de geldende Nota parkeernormen Oud-Beijerland 2016 hanteert de gemeente voor het bepalen van de parkeerbehoefte de kencijfers van CROW-publicatie 317 (oktober 2012). Oud- Beijerland is aangemerkt als matig stedelijk, waarbij de directe omgeving van het projectgebied is aangemerkt als gebiedstype schil/overloopgebied. De herontwikkeling leidt tot de bouw van dure appartementen en rijwoningen. De CROW-publicatie hanteert voor beide type woningen de volgende bandbreedte: 1,3 tot 2,1 parkeerplaats per wooneenheid. Op basis van een parkeeronderzoek ter plaatse is gebleken, dat in de directe omgeving sprake is van een gemiddelde parkeerdruk. Vandaar dat voor de herontwikkeling een gemiddelde norm van 1,7 parkeerplaatsen per wooneenheid is gehanteerd. Omdat in totaal 10 wooneenheden worden gerealiseerd, betreft de totale parkeerbehoefte 17 parkeerplaatsen. Op basis van het uitgevoerd parkeeronderzoek is vastgesteld, dat in de openbare ruimte (Zinkweg) plaats is voor het parkeren van 3 extra auto s. Dit betekent, dat op eigen terrein 14 parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Uit onderstaande afbeelding valt op te maken, dat aan de achterzijde van het appartementengebouw in totaal 10 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Daarnaast bevat dit gebouw ook 4 garages op de onderste bouwlaag. In zijn totaliteit betekent dit, dat sprake is van 14 parkeerplaatsen op eigen terrein en 3 in openbaar gebied, ofwel 17 parkeerplaatsen.