Adviesrapport aan EduDivers Basisschoolkeuze door roze ouders Hogeschool Leiden Toegepaste Psychologie Levenslooppsychologie Lisa Bieleman Ingeborg van Dijk Lavinia Langezaal Nathalie Verheggen
Inhoudsopgave 1. Voorwoord... 3 1.1 Doelstelling... 3 1.2 Probleemstelling... 3 2. Methode... 4 3. Literatuuronderzoek... 6 3.1 Analyse van volksgezondheid... 6 3.1.1 Homoseksualiteit in het algemeen... 6 3.1.2 Roze gezinnen... 6 3.1.3 Wat zijn vooroordelen?... 6 3.1.4 Schoolkeuze... 7 3.1.5 Actualiteit... 7 3.1.6 Ervaringsverhalen... 7 3.1.7 Wetgeving... 8 3.1.8 Veiligheid op school... 9 3.1.9 Beschermen van kinderen met roze ouders... 9 3.2 Analyse van gedrag...11 3.2.1 Leeftijdsfases...11 3.2.2. DOEL-model...11 3.2.3 Wat werknemers op basisscholen kunnen doen...12 4. Resultaten...13 4.1 Professionals...13 4.1.1 Peter Dankmeijer...13 4.1.2 Sara Coster...13 4.1.3 Henny Bos...14 4.2 Ouders...14 4.3 Wensouders...16 4.4 Docenten...19 5. Conclusie...23 6. Discussie...24 7. Aanbevelingen...25 8. Literatuurlijst...27 1
Bijlage 1...29 Interviews ouders...29 Ouder 1...29 Ouder 2...29 Ouder 3...30 Ouder 4...31 Ouder 5...32 Bijlage 2...34 Interviews wensouders...34 Wensouder 1...34 Wensouder 2...35 Wensouder 3...36 Wensouder 4...37 Wensouder 5...38 Wensouder 6...40 Bijlage 3...42 Interviews docenten...42 Docent 1...42 Docent 2...43 Docent 3...44 Docent 4...45 Docent 5...46 2
1. Voorwoord Beste lezer(s), Naar aanleiding van de minor Levenslooppsychologie is dit project opgestart. Binnen deze minor is het de bedoeling dat de studenten een beroepsprobleem kiezen. Dit beroepsprobleem kan te maken hebben met de volgende domeinen: onderwijs en ontwikkeling, maatschappij en veiligheid of gezondheid en zorg. Voor u ligt het tussenrapport van vier studenten Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Leiden. TPH23A4 heeft ervoor gekozen om zich te oriënteren op het onderwerp roze ouders en de schoolkeuze voor hun kind. Met roze ouders, worden ouders van hetzelfde geslacht bedoeld. Homoseksualiteit wordt in Nederland, in tegenstelling tot andere westerse landen, meestal als gewoon gezien. De houding van de gemiddelde Nederlander tegenover homoseksualiteit in het algemeen is behoorlijk positief. Dit betreft helaas niet alle vlakken van homoseksualiteit, zoals het krijgen van kinderen als lesbisch- of homostel. Het zijn van roze ouders kan bij de omgeving vragen, vooroordelen en meningen oproepen die roze ouders raken. Er is gekozen voor het onderwerp om de vooroordelen over roze ouders in kaart te brengen. Na het vinden van een opdrachtgever is besloten om een checklist te ontwerpen voor homo-ouders die zij kunnen gebruiken bij het maken van een basisschoolkeuze voor het kind. 1.1 Doelstelling Voor het project dat loopt van 02/09/2013 tot 05/02/2013 heeft TPH23A4 als uiteindelijke doelstelling: De factoren in kaart brengen die van belang zijn bij het ontwikkelen van een folder en brochure die roze ouders kunnen gebruiken om een toekomstige basisschool school voor het kind te kiezen en basisscholen om zich voor te bereiden op de roze gezinnen. 1.2 Probleemstelling De probleemstelling hierbij luidt: In hoeverre is de folder en brochure toepasbaar in de praktijk en kan deze gebruikt worden voor roze ouders en de school? 3
2. Methode Voor dit adviesrapport is gebruik gemaakt van zowel literatuuronderzoek als veldonderzoek. Het gehele project is gemaakt aan de hand van het model van Brug. Bij het maken van de checklist en folder wordt er gebruik gemaakt van Het Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en Gedragsverandering. Dit model bestaat uit de zes stappen (zie onderstaand). Voor het ontwikkelen van de checklist en folder zullen alle stappen doorlopen worden. In dit verslag zullen de eerst drie stappen worden beschreven. 1. Analyse volksgezondheid: De analyse van volksgezondheid gaat om de belangrijke gezondheidsproblemen waarmee de doelgroep geconfronteerd wordt. Voor dit project wordt deze stap groter gezien en gaat het om de kwaliteit van leven. De kwaliteit van leven wordt door meerdere factoren beïnvloedt dan alleen gezondheid. Indicatoren die gebruikt zijn, zijn als volgt: discriminatie, vooroordelen, pesten, geweld en gevoel van veiligheid. De analyse van volksgezondheid is zowel terug te lezen in het literatuuronderzoek als het veldonderzoek. 2. Analyse van gedrag: De analyse van gedrag is terug te vinden in het literatuuronderzoek en in het veldonderzoek. In het literatuuronderzoek is er zowel gekeken naar het gedrag van de doelgroep als van de omgeving. In het veldonderzoek is er onderscheid gemaakt tussen professionals, ouders, wensouders en basisscholen. 3. Analyse van determinanten van gedrag: Bij de analyse van determinanten van gedrag is gekeken welke determinanten van invloed zijn op het gedrag. Hierbij gaat het zowel om persoonlijke determinanten als omgevingsdeterminanten. Deze determinanten zijn te vinden in de aanbevelingen. 4. Interventieontwikkeling: Er wordt op basis van de kennis uit de vorige stappen een checklist en folder ontwikkeld. Deze stap wordt na het adviesrapport gemaakt en is later terug te vinden in verantwoording en het beroepsproduct. 5. Interventie implementatie en disseminatie: Bij deze stap worden de checklist en folder ingevoerd en maakt de doelgroep hier gebruik van. 6. Evaluatie: Bij deze stap wordt de doelgroep die gebruik heeft gemaakt van de checklist en folder om feedback gevraagd. Er wordt gekeken of de determinant die veranderd moest worden ook daadwerkelijk veranderd is. Verslaggeving is terug te lezen in de verantwoording die later gemaakt zal worden. (Brug, Van Assema, & Lechner, 2010). Voor het literatuuronderzoek is er gekeken naar bestaande onderzoeken en theorieën die een relatie hebben met dit onderwerp. De wetenschappelijke literatuur is zowel via internet als via gedrukte boeken verkregen. Het veldonderzoek is door middel van interviews uitgevoerd die zijn afgenomen bij drie professionals, vijf ouders, zes wensouders en vijf docenten van basisscholen. De interviews zijn semigestructureerd: er is per subgroep een kapstok ontwikkeld. Wanneer het niet mogelijk was om persoonlijk het interview af te nemen, is er gebruik gemaakt van het internet. Geen enkele respondent wordt met naam benoemd tenzij hier toestemming voor is gevraagd. Om de kwaliteit te waarborgen zullen er verschillende controles plaats vinden. Ten eerste is er een onderlinge controle binnen de projectgroep. Wanneer er een product gemaakt is, zal de rest van de groep hiernaar kijken en feedback geven. De feedback zal verwerkt worden door de persoon die het product in eerste instantie gemaakt heeft. Ten tweede is er feedback van de begeleidende docent, Henriëtte Martens. Er zijn afgesproken momenten waarop de producten beoordeeld worden. Ten derde wordt er door de klas feedback gegeven tijdens ingeplande presentaties. 4
Ten vierde zullen alle producten voor gebruik aan de opdrachtgever, Peter Dankmeijer, aangeboden worden. Het staat hem vrij om een kritische blik op de producten te werpen. Ten slotte zal er met de pilot feedback worden gegeven door de doelgroep op het beroepsproduct. Naast controle wordt er ook aan de kwaliteit gewerkt door verschillende vergaderingen. Deze worden gehouden binnen de projectgroep, met de begeleidende docent en met de opdrachtgever. Als laatste wordt de kwaliteit gewaarborgd door gebruik te maken van wetenschappelijke bronnen en het model van Brug. 5
3. Literatuuronderzoek Het literatuuronderzoek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de analyse van volksgezondheid en het tweede is de analyse van gedrag. 3.1 Analyse van volksgezondheid De analyse van volksgezondheid gaat om de belangrijke gezondheidsproblemen waar de doelgroep mee geconfronteerd wordt. Voor dit project wordt deze stap groter gezien en gaat het om de kwaliteit van leven. De kwaliteit van leven wordt door meerdere factoren beïnvloedt dan alleen gezondheid. Indicatoren die gebruikt zijn: discriminatie, vooroordelen, pesten, geweld en gevoel van veiligheid (Brug et al., 2010). 3.1.1 Homoseksualiteit in het algemeen Homoseksualiteit wordt in Nederland steeds meer aanvaard. Van de volwassen Nederlandse bevolking vindt 86% dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen. Toch vindt 40% het aanstootgevend als twee mannen elkaar in het openbaar zoenen, dit vindt 27% bij vrouwen. Van de ondervraagden stelt 70% dat het homohuwelijk toegestaan moet worden, terwijl 21% vindt dat homoseksuele stellen dezelfde rechten moeten hebben als heteroseksuele stellen bij het adopteren van kinderen. Hieruit blijkt dat de meerderheid van de Nederlandse bevolking homoseksualiteit accepteert, maar roze gezinnen nog niet (Keuzenkamp, 2010). 3.1.2 Roze gezinnen Vanaf de jaren 90 is er spraken van een roze babyboom. 85% van de homoseksuele ouders waren vrouwen en 2% van de mannenparen hebben hun wens vervuld door middel van draagmoederschap. 5% tot 10% van de homoseksuele mannen hebben met een vrouw co-ouderschap. Een kleine groep mannen adopteert kinderen uit het buitenland. Er zijn drie soorten ouderschap voor roze gezinnen, namelijk: kinderen uit een voormalige heteroseksuele relatie; kinderen binnen een homoseksuele relatie (voornamelijk bij 2 vrouwen); kinderen binnen co-ouderrelaties, waarvan in ieder geval een van de verzorgenden homoseksueel is (Warmerdam, 2007). Uit recent onderzoek is gebleken dat 60% van de lesbische vrouwen en 40% van de homoseksuele mannen een kinderwens heeft (Keuzenkamp, 2010). 3.1.3 Wat zijn vooroordelen? Door heteroseksualiteit als normaal te beschouwen en over alternatieven te zwijgen wordt heteroseksualiteit de norm en is de rest afwijkend (De Grauwe, 2008). Dit fenomeen heet heteronormativiteit. Uit opmerkingen tegen homoseksuelen die lijken op Ben je homo? of Ik heb er niks op tegen. blijkt dat dit wel degelijk een issue voor de persoon in kwestie is (Van de Meer, 2008). Veronderstellingen van mensen berusten op onwetendheid, waardoor er een veroordeling tot stand komt. Mensen vinden het door onwetendheid raar of onnatuurlijk (Buiting, 2008). Doordat homoseksualiteit als afwijkend wordt gezien, bestaan er nog veel vooroordelen over roze gezinnen. Vooroordelen gaan hun eigen leven leiden en kloppen vaak niet met wat erin onderzoek ontdekt wordt. Veel mensen houden zich vast aan traditionele gedachtes over hoe een gezin eruit moet zien. Allerlei groepen van de samenleving hebben hiermee te maken (De Grauwe, 2008). Volgens Patterson (2006) liggen de vooroordelen van de maatschappij rond homoseksualiteit van oorsprong niet in persoonlijke ervaringen, maar zijn ze cultureel overgedragen. Door de vooroordelen kunnen leden uit roze gezinnen last hebben van geweld, discriminatie, afwijzing, pesten en uitsluiting (Warmerdam, 2010). Dit zorgt bij ouders van roze gezinnen voor last van minority stress. De kinderen uit roze gezinnen hebben ook last van wat er van hen gedacht wordt door de maatschappij. Bij dochters uit dit zich in minder zelfvertrouwen en zonen zijn hierdoor meer hyperactief. Kinderen van homo-ouders krijgen rond hun 10 e jaar last van leeftijdsgenoten die hun lastig vallen met vooroordelen (Buiting, 2008). Henny Bos onderzocht kinderen tussen 8 en 12 jaar die homoseksuele ouders hebben. 30 % van hen krijgt last van 6
leeftijdsgenoten die vervelende grappen maken of irritante vragen stellen. Daarnaast krijgen zij te maken met grof taalgebruik, roddels over hen of de ouders en uitsluiting. 3.1.4 Schoolkeuze Wanneer ouders bij de intake op de school niet duidelijk zijn over de gezinssituatie, kunnen er later problemen ontstaan als het kind op school zit. Homo-ouders worden geadviseerd om duidelijke afspraken te maken over moeder-en vaderdagcadeaus e.d.(coc Friesland, 2008). Uit onderzoek blijkt dat een school die aandacht heeft voor seksuele diversiteit de gevolgen van homofobie voor kinderen van roze ouders kan verminderen. Het is voor homo-ouders van belang om een school te vinden die seksuele diversiteit accepteert en dit onderwerp in hun beleid omschrijft. Sommige gezinnen hebben geen school in de buurt die met respect omgaat met seksuele diversiteit. Zo kan het kind geconfronteerd worden met homofobe reacties (Movisie, 2010). 3.1.5 Actualiteit In september 2013 is discriminatie al twee keer in het nieuws geweest. Dit geeft aan hoe actueel en groot het probleem is. Op vijf september 2013 bericht nu.nl dat raadslid Tom van den Nieuwhuijzen van Groen Links aangifte doet van een bedreiging. Het raadslid is zelf homoseksueel en is voorzitter van een organisatie die volgend jaar roze zaterdag in Eindhoven organiseert. Hij ontving een brief in zijn brievenbus met daarin de tekst: Rot op met je ziekte en je roze zaterdag (Algemeen Nederlands Persbureau, 2013). Op vijf september 2013 meld nu.nl dat Poetin, president van Rusland, de homorechten in wil perken. Er ligt een wetsvoorstel dat homoseksuelen verbied kinderen op te voeden. Dit geldt zowel voor hun eigen kinderen als adoptiekinderen (Algemeen Nederlands Persbureau, 2013). 3.1.6 Ervaringsverhalen Jelmer (16, zoon van twee moeders): Voor mij is het volstrekt normaal dat ik twee moeders heb. Ik ben het gewend. Het enige wat niet normaal is, dat anderen het niet normaal vinden (Leclaire, 2006, para. 25). Maartje (31): Wat ik heel vervelend vind, is als mensen tegen mijn vriendin zeggen: Dus jij wordt papa. Dat vind ik net zoiets als: wie is het mannetje en wie is het vrouwtje? Sorry hoor maar papa s zijn mannen geen vrouwen (Buiting, 2008). Dinja (20, dochter van twee moeders): Mij wordt vaak gevraagd of ik net als mijn moeders lesbisch ben. Mensen denken dat dit erfelijk bepaald is. Een vriendje die ik 3 jaar geleden had, vroeg het me zelfs. Hij deed net of het een besmettelijke ziekte was (Buiting, 2008). Angelica (40, lesbische moeder van twee dochters): Voor mijn jongste dochter (12) zijn binnenshuis en buitenshuis twee verschillende werelden. Met klasgenoten praat ze niet over mijn vrouw. Ze vertelt ook niet dat ik lesbisch ben. Als ze met iemand wil spelen bij ons thuis, checkt ze eerst of de kust veilig is en er maar 1 moeder thuis is. Ze is er vroeger mee gepest en ze is bang dat het nog eens gebeurt. Kinderen zeiden tegen haar dat ze ook lesbisch was en dat haar moeder op een man leek (Buiting, 2008). Uit bovenstaande analyse kan geconcludeerd worden dat Nederland niet zo tolerant is tegenover homoseksualiteit als men denkt. Daarnaast zijn er vooroordelen waar met name roze ouders tegenaan lopen bij het maken van een schoolkeuze voor het kind. Deze vooroordelen kunnen zelfs voor negatieve gevolgen zorgen voor het kind op de basisschool. Om deze reden is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan het bestrijden van de vooroordelen over roze ouders. 7
3.1.7 Wetgeving Het huwelijk Sinds april 2001 kunnen twee mannen of twee vrouwen in Nederland met elkaar trouwen. Het huwelijk heeft dezelfde condities en rechten als het huwelijk tussen een man en een vrouw. Er zijn 12 landen op de wereld waar het huwelijk tussen homostellen is toegestaan. Terwijl het homohuwelijk toegestaan is in Nederland, komen er ook problemen voor. Zo zijn er kerken waar homostellen niet getrouwd kunnen worden (COC Nederland, 2013). Adoptie uit het buitenland Sinds 1 januari 2009 is het mogelijk voor een homopaar om een kind te adopteren uit het buitenland. Er kan echter alleen een kind geadopteerd worden uit landen die zich openstellen voor adoptie door homoparen. Wanneer dit niet het geval is, kan eerst een ouder het kind adopteren, waarop de partner(na een jaar voor het kind te hebben gezorgd) het kind in Nederland adopteren. De cijfers laten zien dat eenouderadoptie gemiddeld 46 keer voorkomt in een jaar (Vonk, 2006). Wetsvoorstel Lesbisch ouderschap De positie van lesbische ouders verbeterd doordat er in oktober 2012 een wet is aangenomen. Deze wet stelt dat een lesbische partner van de biologische moeder niet meer naar de rechter noemt om juridisch ouder te worden van het kind. Voorheen moest de lesbische partner van de biologische moeder het kind als het ware adopteren. De wet treedt in werking na goedkeuring van de Eerste Kamer en publicatie in het Staatsblad (Rijksoverheid, 2013). Voorlichting seksuele diversiteit Voorlichting over lesbische, homoseksuele, bi en transgenders (LHBT s) is op 1 december 2012 verplicht gesteld op alle basis- en middelbare scholen in Nederland. Uit onderzoek bleek steeds opnieuw dat ongeveer twee derde van de middelbare scholieren op school nooit voorlichting over LHBT s krijgt (COC Nederland, 2013). Weigerambtenaar In juni 2013 wordt er een wetsvoorstel aangenomen dat stelt dat trouwambtenaren een homohuwelijk niet mogen weigeren. De wet treedt in werking na goedkeuring van de Eerste Kamer en publicatie in het Staatsblad (NRC, 2013). Wereldkaart ingekleurd op basis van wetgeving rond homoseksualiteit en homohuwelijk. Geen informatie Homohuwelijk toegestaan Partnerschap toegestaan Buitenlands homohuwelijk erkend Homohuwelijk niet erkend Homoseksualiteit licht strafbaar Homoseksualiteit zwaar strafbaar Homoseksualiteit bestraft met levenslange gevangenisstraf Homoseksualiteit bestraft met doodstraf Roze stellen hebben in Nederland veel rechten en worden zij bij wet niet achtergesteld. Echter zoals hierboven te lezen is, zijn er toch enkele problemen die zich voordeden gedurende het proces van gelijkwaardigheid voor roze ouders. 8
3.1.8 Veiligheid op school Als wordt gekeken naar de onveiligheid op school, is er volgens Dankmeijer (2002) in de eerste instantie sprake van meer zichtbare vormen van discriminatie: schelden, pesten, isoleren van leeftijdsgenoten of het in elkaar slaan van homoseksuele leeftijdsgenoten. Ten tweede is er in Nederland ook vaak sprake van alledaagse discriminatie : misplaatste grapjes, stereotypering, sociale isolatie of vormen van minachting. Onveiligheid rond homoseksualiteit heeft ook voor de school gevolgen. Er zijn volgens Dankmeijer (1997) diverse incidenten bekend waarbij lesbische ouders in conflict raakten met de basisschool van hun kinderen. Deze conflicten ontstonden, omdat de roze ouders vonden dat de school niet genoeg aandacht besteedde aan de diversiteit in leefwijze, waardoor het kind in de knel kwam. Docenten die homodiscriminatie willen aanpakken grijpen vaak naar het middel van een voorlichting of een lessenserie. Volgens EduDivers is het uitgangspunt bij specifieke voorlichting doorgaans dat meer kennis leidt tot meer acceptatie. Als leerlingen geconfronteerd worden met homoseksuele personen die zij herkennen en accepteren, stellen ze hun oordelen vaak bij (Dankmeijer, 2002). De praktijk wijst er op dat leerlingen voornamelijk geïnteresseerd zijn in vormen van achterstelling die in directe zin op henzelf betrekking hebben. Bij educatie over diversiteit bestaat om deze reden het risico dat homovijandigheid onvoldoende aandacht krijgt. Volgens EduDivers zijn er diverse mogelijkheden om homodiscriminatie aan te pakken, d.m.v.: De aanpak van pesten: scheldwoorden die menselijke waardering of persoonlijke integriteit aanspreken dienen volledig verboden te worden. Het beste is om het in klassen en met participatie van de scholieren tot een regel te komen. Aandacht binnen de lessen: o Ondersteuning van leerlingen kan het best door een veilige situatie te creëren waarin de leerlingen zich durven uit te spreken. o Educatie kan op diverse manieren worden, echter seksuele vorming of de bespreking van de leefwijze blijkt een goede invalshoek. Verkrijgbaarheid van informatie: het is van belang dat er in de mediatheek ondersteunende informatie voor homo- en lesbische scholieren aanwezig is. Het omgaan van conflicten: o Voor docenten en managers is het van belang te onderzoeken hoe veilig de school is. o Voor de schoolleiding is het van belang dat de reglementen goed geformuleerd zijn. Hierin dienen de toepassingen bij conflicten en discriminatie rond homoseksualiteit genoemd te worden. De verbetering van leerlingenbegeleiding: om ondersteuning te kunnen bieden aan homo- en lesbische leerlingen, moeten zij zelf de eerste stap nemen om gevoelens als homoseksueel, biseksueel of lesbisch te benoemen. De school dient zich zichtbaar te maken in het feit dat homoseksualiteit bespreekbaar is. Daarnaast is het van belang dat docenten vragen en zinspelingen serieus moeten nemen. 3.1.9 Beschermen van kinderen met roze ouders In 1995 stelde een artikel in The Advocate de volgende vraag: Kunnen homovaders en lesbische moeders hun kinderen beschermen tegen homofobie? Nu, veertien jaar later, beginnen onderzoekers deze vraag te beantwoorden (Bos & Van Balen, 2008). Het staat vast dat de psychosociale ontwikkeling van kinderen en jongeren is gerelateerd aan de kwaliteit van de ouder- kind relatie. Daarnaast speelt de culturele opvoeding waarin kinderen opgroeien een rol. Des te intenser het homofobe klimaat is waarin kinderen opgevoed worden, hoe moeilijker het voor moeders is om negatieve invloeden te weren en hoe groter de kans is dat het kind gepest wordt. Wanneer kinderen van lesbische families worden vergeleken met leeftijdsgenoten van heteroseksuele gezinnen is er geen sprake van een significant verschil in sociale competentie of psychologische 9
aanpassing. Een recente studie van wetenschappelijks onderzoekster Henny Bos over kinderen met lesbische ouders, heeft de associatie tussen ervaringen van stigmatisatie en psychosociale aanpassing geëvalueerd. In de Nederlandse studie is gebleken dat homofobisch pesten geassocieerd wordt met toegenomen gedragsproblemen en een lagere eigenwaarde. Hierbij moet wel gesteld worden dat dit voornamelijk studies zijn van jonge kinderen in lesbische families en dat er weinig onderzoek is gedaan naar adolescente kinderen van lesbische ouders. De meerderheid van deze studies heeft onderzoek gedaan naar tieners die uit een eerdere heteroseksuele relatie kwamen. Recent onderzoek waarbij data zijn gebruikt van de National Longitudinal Study of Adolescent Health, wijst uit dat een grote reeks van variabelen gerelateerd aan school en persoonlijke aanpassing er op wijzen dat tieners met roze ouders niet significant verschillen van tieners in heteroseksuele gezinnen (Dankmeijer, 2002). Daarnaast is er geen verschil gevonden in drugsgebruik, delinquentie, slachtofferschap en homoseksuele relaties. Ondanks het feit dat homofobische ervaringen het welzijn van kinderen negatief beïnvloeden, laten studies zien dat kinderen van lesbische moeders net zo hoog op de test van psychologische aanpassing scoren als kinderen van heteroseksuele families. Opgroeien in een roze gezin is geen risicofactor (Bos & Van Balen, 2008). Uit onderzoek van Gershon (1999) is gebleken dat tieners die effectieve copingstrategieën gebruiken als respons op homofobie een hogere score lieten zien op eigenwaarde, dan kinderen die geen of minder copingstrategieën gebruikten. Daarnaast is gebleken dat adolescenten die opener zijn tegenover anderen over hun moeders een hoger zelfvertrouwen hebben dan anderen die dat niet zijn. Uit onderzoek van Bos en Van Balen (2008) is gebleken dat kinderen die regelmatig contact hebben met andere kinderen die roze ouders hebben hun beschermt tegen negatieve invloeden. Daarnaast is uit onderzoek van National Longitudinal Study Adolescent Health gebleken dat tieners meer vrede hadden met homofobie als hun moeders participeerden in een lesbische gemeenschap. Er is gebleken dat kinderen die op een school zitten waar meerdere kinderen van roze ouders zijn, minder sprake was van homofobische stigmatisatie en psychosociale aanpassing. Echter, wanneer de roze ouders kozen voor een normale school, waren de kinderen voorbereid op homofobie en leerden ze het gevoel van stigmatisatie kennen. Dit type van educatie heeft de voorkeur, op deze manier zal pesten namelijk worden voorkomen (Gelderen et al., 2009). 10
3.2 Analyse van gedrag In de analyse van gedrag zal zowel het gedrag van de doelgroep als de omgeving nader bekeken worden (Brug et al., 2010). De analyse van gedrag zal zowel via literatuuronderzoek als via veldonderzoek gedaan worden. 3.2.1 Leeftijdsfases Schooltijd: zes tot twaalf jaar Sociale vergelijking: beoordeling van het eigen gedrag, de eigen capaciteiten, expertise en meningen door ze te vergelijken met die van anderen. Eigenwaarde: de algemene en specifieke positieve en negatieve manier waarop een individu tegen zichzelf aankijkt (Feldman, 2007). Jongvolwassenheid: twintig tot veertig jaar Ingrijpende gebeurtenissen en cognitieve ontwikkeling Het leven van een jongvolwassenen bevat op het levenspad veel belangrijke/minder belangrijke mijlpalen. Hoewel er erg weinig onderzoek is gedaan naar of er bij deze mijlpalen ook cognitieve groei ontstaat. Sommige uitkomsten doen vermoeden dat er bij een ingrijpende gebeurtenis een aanzet kunnen geven tot cognitieve groei. De geboorte van een kind kan de ouders tot nieuwe inzichten leiden over de aard van de relaties met verwanten en voorouders. Sociale en persoonlijkheids ontwikkeling De sociale klokken van de volwassenheid. Binnen het levenspas van de jongvolwassenen komen zoals hierboven benoemd veel mijlpalen voor: carrière maken, baan krijgen, trouwen/scheiden, kinderen krijgen et cetera. De hiervoor benoemde gebeurtenissen markeren een moment in het leven wat ook wel de sociale klok genoemd wordt. Deze psychosociale klok maakt duidelijk of een bepaalde gebeurtenis te vroeg in het leven, op het juiste moment of te laat bereikt hebben. Deze sociale klokken, die iedereen bezit, zijn vaak cultureel bepaald, ze weerspiegelen de verwachtingen van de maatschappij waarin we leven. Tegenwoordig zijn deze sociale klokken erg verandert. Homoseksuele ouders Volgens onderzoek naar de verschillen tussen homoseksuele en heteroseksuele koppels zijn de taken in het homoseksuele huishoudens over het algemeen gelijker verdeeld, daarnaast hechten homoseksuele koppels ook meer waarde aan het ideaal van een gelijke verdeling van de huishoudelijk taken dan heteroseksuele koppels. Wanneer er een kind in het gezin komt veranderen zowel bij de homoseksuele als bij de heteroseksuele koppels de huishoudelijke taken, er ontstaat specifieke rollen binnen de huishoudens. Volgens een onderzoek onder lesbische moeders blijkt dat de ene partner zich meer bezig houdt met de opvoeding en de ander met het werk. Over het algemeen zeggen de beide partners dat de besluitvorming en de huishoudelijke taken eerlijk verdelen maar in de praktijk blijkt vaak dat de biologische moeder zich vaker bezig houdt met de verzorging van het/de kind(eren) en de niet-biologische meestal meer tijd besteedt aan betaald werk (Feldman, 2007). Als er vanuit de levensfasen gekeken wordt, kan er geconcludeerd worden dat het kind in de leeftijd van zes tot en twaalf zichzelf vergelijkt met anderen en dit zijn eigenwaarde bepaald. Het kan daarom van belang zijn dat het kind zich op deze leeftijd in een goede sociale omgeving bevind. 3.2.2. DOEL-model Vanuit het DOEL-model is de huidige checklist van EduDivers ontwikkeld om het schoolbeleid op basisscholen te monitoren. Het DOEL-model bevat vier aspecten; Diagnose en doelen, Omgeving, Educatie en Leerlingenzorg. Het aspect diagnose en doelen gaat over het inzicht wat de school heeft in de veiligheid van kinderen op school. Het tweede aspect, omgeving, gaat over het veiligheidsgevoel van kinderen en het voorkomen, maar ook de omgang met incidenten. Het aspect educatie gaat over de mate 11
waarin kinderen worden voorgelicht over seksuele diversiteit. Het laatste aspect, leerlingenzorg, gaat over het welbevinden op school van LHBT jongeren/kinderen met LHBT ouder (EduDivers, 2013). 3.2.3 Wat werknemers op basisscholen kunnen doen Voor iedere basisschool is het van belang dat ieder kind zich veilig voelt. Voor kinderen uit roze gezinnen is het belangrijk dat het op school gewoon is om homoseksueel te zijn. Uit onderzoek onder homoseksuele ouders blijkt dat zij het belangrijk vinden dat school aandacht besteedt aan seksuele diversiteit. Basisscholen kunnen op verschillende manieren aandacht geven aan seksuele diversiteit (Visser & Verhangen, 2013). Zichtbaar maken Homoseksuele ouders vinden het belangrijk dat de basisschool laat zien dat seksuele diversiteit bestaat. Dit hoeft echter niet groot aangepakt te worden. Bijvoorbeeld een poster in het klaslokaal of een romantische rol in de eindmusical van groep acht door twee kinderen met het zelfde geslacht laten spelen. Daarnaast kunnen voorbeelden in de les waarin er twee mama s zijn ook bijdragen (Visser & Verhangen, 2013). Boeken Er zijn meerdere boeken die een reëel beeld geven over homoseksualiteit. Er bestaan zowel boeken voor de onderbouw als de bovenbouw. De boeken gaan over twee mama s of twee papa s of een koning die met een prins wil trouwen. Homoseksuele ouders zien het als een groot pluspunt wanneer de schoolbibliotheek dit soort boeken heeft en kinderen in aanraking komen met deze thema s. De boeken kunnen door de kinderen zelf gelezen worden of worden voorgelezen. Voorbeelden van boeken zijn: Hoe overleef ik (zonder) dromen?, Het geheim van Lena lijstje of Wij zijn bijzonder (Visser & Verhangen, 2013). Ander materiaal Naast boeken is er ook ander materiaal verkrijgbaar over seksuele diversiteit. Hierbij valt te denken aan films, televisieprogramma s, documentaires en spelletjes over homoseksualiteit. De films en televisieprogramma s kunnen in de klas getoond worden. Ook zijn er spelletjes zoals het kwartetspel Met wie woon jij. Dit spel laat negen verschillende gezinssamenstellingen aan bod komen, waardoor de kinderen kennis maken met verschillende thuissituaties (Visser & Verhangen, 2013). Pestcontract Aan het begin van het jaar worden er vaak regels in de klas opgesteld. Deze regels worden opgeschreven en ieder kind beloofd zich hieraan te houden. Tijdens dit moment kan worden stil gestaan wat het betekend als iemand scheld met homo. Er kan betekenis aan het woord gegeven worden, kinderen begrijpen hierdoor beter wat ze zeggen (Visser & Verhangen, 2013). 12
4. Resultaten De resultaten zijn ingedeeld in drie groepen, namelijk in: professionals, ouder, wensouder en basisscholen. 4.1 Professionals Onder professionals worden onderzoekers, voorlichters, coaches etc. verstaan. Hen is gevraagd waar volgens hen de behoefte ligt wat betreft de schoolkeuze voor het kind. 4.1.1 Peter Dankmeijer Peter Dankmeijer is de directeur en oprichter van EduDivers, op 30 september 2013 heeft er een gesprek plaats gevonden. Peter Dankmeijer verteld dat EduDivers een kenniscentrum is voor onderwijs en seksuele diversiteit. Zij komen op voor de homo- en lesbische emancipatie. EduDivers heeft aandacht voor racisme, seksisme en seksuele vormingen aan alle andere daarbij relevante thema s. Peter Dankmeijer verteld dat EduDivers samenwerkt met de Landelijke onderwijsalliantie seksuele diversiteit. EduDivers organiseert trainingen voor docenten en geeft voorlichtingen aan leerlingen. Volgens Peter Dankmeijer zorgt EduDivers ervoor dat de producten die zij ontwikkelen bijtijds blijven, door ze telkens bij te stellen naar recente onderzoeken en vraag. Peter Dankmeijer geeft aan dat roze ouders en scholen vaak botsen. Om deze reden willen de organisaties Meer dan Gewenst en EduDivers graag een apart traject naar homo-ouders ontwikkelen. Hij geeft aan dat scholen niet als homovriendelijk of homo onvriendelijk bestempeld willen worden. Volgens Peter Dankmeijer valt dit onder de moderne homofobie. Moderne homofobie is volgens Peter Dankmeijer het feit dat mensen wel over homoseksualiteit praten en dit goed keuren, maar als een homostel bijvoorbeeld kinderen wil, mensen hier niet bij instemmen. Tegenwoordig is er volgens Peter Dankmeijer geen sprake meer van traditionele homofobie, maar van moderne homofobie. Peter Dankmeijer geeft aan dat roze-ouders vaak niet weten of de toekomstige school van hun kinderen homo-vriendelijk is. Om deze reden wil hij ons de opdracht geven om een checklist te ontwerpen waarvan roze-ouders gebruik kunnen maken bij de schoolkeuze van hun kind. Bij deze checklist dient een folder te worden ontworpen die de roze-ouders af kunnen geven bij de school. Op deze manier wordt de school aan het denken gezet. Volgens Peter Dankmeijer is het bij de checklist van belang dat er in de checklist eerst naar respect wordt gevraagd, en vervolgens naar homoseksualiteit. Er dient dus sprake te zijn van een opbouw. Om informatie te verstrekken over de mogelijke inhoudt van de checklist dienen wij (toekomstige) ouders en basisscholen te interviewen (P. Dankmeijer, persoonlijke communicatie, 30 september 2013). 4.1.2 Sara Coster Het interview met Sara Coster vond plaats op 30 september 2013 in Amsterdam. Sara Coster is een kinderwens coach voor niet traditionele gezinnen. Daarnaast houdt ze lezingen en geeft ze workshops over dit onderwerp. Voor ze begon met haar praktijk was ze ICT-er. Ze had zelf een kinderwens als single vrouw en heeft deze in vervulling laten gaan met een homopaar. Hierover heeft zij een boek geschreven De wens & de vaders. Naar aanleiding daarvan kwamen er zoveel vragen, dat ze besloot een coachingspraktijk op te richten. Omdat Sara Coster in het gesprek veel verteld heeft over haar persoonlijke leven, zal dit terug komen onder het kopje 3.2.2 ervaringsdeskundigen. Sara Coster is met name met de praktische kant van co-ouderschap bezig. Tijdens het coachen stelt ze vragen als: Wie bepaalt de achternaam? Hoe ziet de tijdverdeling eruit? en Hoe moet de opvoeding eruit zien?. De workshops gaan over dingen als keuze tussen co-ouderschap of donor, eisprong, insemineren etc. Voor de stichting Meer Dan Gewenst houdt ze speeddates. Hier zoeken wensouders elkaar op, om een goede match voor een co-ouder of donor te vinden. 13
Als haar gevraagd wordt of zij interventies kent voor roze ouders, antwoord zij dat ze alleen bekend is met algemene voorlichtingen voor homoseksualiteit. Ze doet liever geen interventie op de lagere van haar kinderen. Ze is bang dat iets wat nu heel normaal is voor de kinderen, hierdoor bijzonder wordt (S. Coster, persoonlijke communicatie, 30 september 2013). 4.1.3 Henny Bos Henny Bos is wetenschappelijk onderzoekster aan de universiteit van Amsterdam. We beginnen met de vraag of Henny vooroordelen erkent in haar onderzoeken. Ze vertelt over morele paniek. Met morele paniek bedoelt ze dat de samenleving een stempel drukt op de kinderen die twee moeders hebben, terwijl dit niet het daadwerkelijke probleem is. Moreel gezien denken mensen dat het nodig is dat een kind een moeder en een vader nodig heeft voor de ontwikkeling van de identiteit. De samenleving heeft die attitude gegeneraliseerd. Uit haar onderzoeken blijkt echter, zoals ook is beschreven in de deskresearch, dat er geen problemen zijn in de ontwikkeling van het kind wanneer het homo-ouders heeft. Wel heeft Henny onderzocht dat er een verband te zien is tussen probleemgedrag en opmerkingen die kinderen krijgen over hun lesbische ouders wanneer ze nog jong zijn. De kinderen krijgen vaak vervelende, nieuwsgierige vragen. Henny is momenteel met een langdurig onderzoek (25 jaar) bezig wat zij uitvoert met Engelse onderzoeksters. De resultaten zijn nog niet bekend, maar wel benoemd ze dat er na de puberteit geen sprake meer is van probleemgedrag. Om een bruggetje te maken naar onze opdracht, namelijk het ontwikkelen van een checklist en een folder voor homo-ouders die een schoolkeuze gaan maken voor hun kind, vragen we naar de ervaringen op school. Henny vertelt dat het van belang is dat een school veel aandacht besteed aan homobeleid. Het feit dat het sinds december 2012 verplicht is om voorlichting te geven over seksuele diversiteit op scholen, dwingt de scholen om homobeleid op te nemen in hun schoolbeleid. Aandacht besteden binnen de school geldt eigenlijk voor meer problemen die voorkomen op school, zoals pesten. Als er strikte regels zijn die nageleefd worden, is er meer veiligheid in de school en voelt de jongere zich beter. De jongere weet als het ware wat hij/zij wel en niet kan doen en wat de gevolgen zijn. We gaan naar huis met haar CV met daarin meer dan 50 artikelen die zij (alleen of in samenwerking met andere onderzoekers) heeft geschreven over lesbisch ouderschap (H. Bos, persoonlijke communicatie, 7 oktober 2013). 4.2 Ouders Voor het veldonderzoek zijn ouders van roze gezinnen gevraagd naar de schoolkeuze van hun kinderen. Hoe willen zij dit aanpakken of hoe hebben zij de schoolkeuze ervaren. Gezinssamenstelling: De samenstellingen van de gezinnen verschillen van één tot vier kinderen met de leeftijd van nul tot negen jaar. Merendeel van de ouders (wel dan wel niet de biologische ouder) wonen samen met hun partner in Noord of Zuid Holland. Een gezin deelt een coouderschap en hierbij wonen de kinderen op twee verschillende adressen. Coming-out van invloed op schooltijd: Bij alle ouders is de coming-out positief verlopen. Hierbij werd een aantal keer opgemerkt dat het netwerk van de ouder relatief klein was, waardoor zij aannamen dat de coming-out minder groot negatief effect opleverde. Coming-out invloed op schoolkeuze kind: Merendeel van de ouders geven aan dat hun eigen coming-out geen invloed heeft gehad op de schoolkeuze van hun kinderen. Een enkele ouder gaf aan niet betrokken te zijn 14
geweest bij de schoolkeuze van het kind, maar gaf aan wel beïnvloed te worden door de eigen coming-out wat betreft de schoolkeuze. Belangrijke punten school: De meest genoemde belangrijke punten voor een school: Openbare school Soort onderwijs: bijvoorbeeld Dalton Niet te grote klassen Veiligheid kind Goed pestprogramma Goede controle Diversiteit binnen de school Wellicht meer gezinnen die bijzonder zijn dan de traditionele gezinnen Waarom belangrijk: Alle ouders geven een één duidend antwoord: Een kind moet zich veilig kunnen voelen en vooral niet bijzonder, omdat het uit een ander gezin zou komen. Maakt het uit dat u een roze gezin bent: Alle ouders geven aan dat zij op de school van hun kinderen positieve reacties krijgen, en andere ouders/kinderen erg nieuwsgierig zijn naar de samenstelling van het gezin. Zij geven aan dat zij op school veel helpen (overblijfmoeders, hulpmoeders et cetera) en mede hierdoor veel leuke contacten hebben. Een van de ouders gaf aan dat zij denkt dat sommige mensen tegen co-ouderschap of roze ouderschap zijn vanwege onwetendheid. Als mensen zien hoe goed het gaat, vinden ze het vaak prima. Zelf vindt ze het belangrijkste dat het liefhebbende ouders zijn. Checklist gebruiken Hierover hebben de ouders verschillend geantwoord. Een aantal ouders geven aan dat zij de checklist niet nodig vinden omdat de roze gezinnen hiermee in een hokje geplaatst worden. De overige ouders geven aan wel gebruik te willen maken van een checklist, daarbij wordt opgemerkt dat dit voornamelijk gebruikt zou kunnen worden voor roze gezinnen die onzeker zijn over hun gezin en geen vragen durven te stellen over de homovriendelijkheid van de school. Daarnaast denken zij dat het van belang is voor de ouders om te weten in hoeverre dit onderwerp een rol speelt binnen de school: in hoeverre is het een probleem en worden er kinderen binnen de school gepest omdat ze roze ouders hebben? Zij geven aan niet constant met hun neus op het feit gedrukt te willen worden dat ze een minderheid zijn: er is een grens. Folder gebruiken Een drietal ouders geeft aan geen behoefte te hebben aan een folder. De overige ouders vinden het belangrijk dat scholen wel bewuster over het onderwerp nadenken en een lijn trekken binnen de school. Zij geven daarnaast nog aan dat de scholen zelf aan moet geven of de school divers is en dat ze over het onderwerp roze ouders nadenken. Het zou als een logisch onderdeel van het intakegesprek naar voren moeten komen, en niet geforceerd moeten worden. Hiervoor zou een folder een goede mogelijkheid zijn. Ouders geven aan dat zij niet vinden dat het verspreiden/uitdelen van de folders bij de ouders moet worden neergelegd. 15
4.3 Wensouders 1. Kunt u wat vertellen over de gezinssamenstelling? Alle wensouders geven aan een relatie te hebben en op kamers te wonen. De steden Leiden en Rotterdam kwamen het vaakst voor. 2. Heeft u kinderen? Alle wensouders gaven aan geen kinderen te hebben, maar wel een kinderwens te hebben. 3. Op welke leeftijd was uw coming out? De leeftijd van de coming-out verschilt onder de wensouders van veertien tot negentien jaar. 4. Hoe heeft u uw coming out ervaren? De ervaringen van de coming-out van de wensouders waren uiteenlopend. Een aantal van de wensouders gaven aan positieve reacties gehad te hebben. Andere wensouders hebben hun coming-out als zeer spannend ervaren hebben. Hierbij gaven sommige wensouders aan enkele negatieve reacties uit hun omgeving ontvangen te hebben, hierbij werd één keer opgemerkt dat bij de negatieve reacties het geloof vaak een grote rol speelde. Een aantal wensouders gaven aan niet in te zijn gegaan op de negatieve reacties en de desbetreffende personen links hebben laten liggen. 5. Op welke manier heeft de coming out wel/geen invloed gehad op uw schooltijd? Wensouders geven over het algemeen aan dat hun coming-out in de tijd van het MBO of HBO plaatsvond, hierdoor is de schooltijd niet beïnvloed. De wensouder die aangaven wel uit de kast te zijn gekomen in de schooltijd, vertelde een enkele wensouder dat zij haar geaardheid verborgen hield. De overige wensouders gaven aan na de coming-out geen problemen te hebben ervaren. 6. Denkt u dat uw eigen coming out invloed heeft op de schoolkeuze van uw kinderen? Een deel van de wensouders gaven aan dat hun eigen coming-out wel degelijk invloed zou gaan hebben op de schoolkeuze voor hun kinderen. Zij gaven aan dat zij door hun eigen ervaringen de kinderen niet op een gelovige basisschool aan te melden. Andere wensouders gaven aan dat zij geen problemen te hebben ervaren tijdens hun schooltijd, maar zij voor hun kind wel een homovriendelijke school zou kiezen. Hierbij beschreven zij een mogelijk situatie waarbij het voor zou kunnen komen dat er tijdens een ouderavond een leraar is anti- homo is of dat er voorlichtingen worden geven, waardoor homoseksualiteit als normaal gezien wordt. De overige wensouders gaven aan dat hun coming-out geen invloed zou hebben op de schoolkeuze voor hun kinderen. Zij gaven aan dat wij in een steeds tolerantere samenleving leven waarbij steeds meer homoseksuelen geaccepteerd worden. Er ligt minder taboe op homoseksualiteit en het wordt over het algemeen niet meer als een ziekte gezien, in tegenstelling tot een aantal jaar geleden. 7. Heeft u ervaring met het zoeken naar een basisschool? Alle wensouders geven aan geen ervaring te hebben met het maken van een schoolkeuze. 8. Zou u gebruik maken van een checklist voor de basisschoolkeuze? Meer dan de helft van de wensouders geven aan behoefte te hebben aan een checklist. Hierbij geven zij aan wanneer zij bij twijfel van de schoolkeuze, wel de checklist zouden willen gebruiken. Wanneer de school aan de eisen van de wensouders voldoet, zouden zij geen gebruik maken van de checklist. 16
9. Wat zou er volgens u in de checklist moeten staan? De volgende punten werden het meest genoemd: Pestprotocol Aandacht voor verschillende geloofsovertuigingen, etniciteit en culturen Geaardheid Veiligheid van een school Respect, vertrouwen, warm thuisgevoel. Diversiteit binnen de klassen Persoonlijk aandacht voor individuele leerlingen Goed gevoel hebben bij de school (betrouwbaar, veilig) 10. Maakt het voor de schoolkeuze uit dat u een roze gezin bent? De wensouders gaven aan dat er makkelijk een label op een roze gezin kan worden geplakt. Zij geven aan dit niet als vervelend te ervaren, wel zijn ze bang dat dit mogelijk een negatieve uitwerking kan hebben op de kinderen. Een aantal van de wensouders gaven aan dat zij wanneer zij een heterogezin zouden hebben zij ook naar de bovenstaande punten zouden kijken. 11. Waarom belangrijk? Merendeel van de wensouders gaven aan dat zij het belangrijk vinden dat de ontwikkeling van een kind gestimuleerd wordt. Zo moeten kinderen alle verschillende aspecten en invalshoeken van de samenleving leren kennen en ook persoonlijk gestimuleerd wordt om zichzelf te ontwikkelen. De wensouders geven aan dat zij zelf weten hoe waardevol het kan zijn om in zo een omgeving op te groeien. Waarbij een kind de ruimte krijgt om zichzelf te kunnen ontplooien en om (er achter te komen) te worden wie hij of zij is. Daarnaast werd ook door de wensouders aangegeven dat zij vinden dat het kind zich niet anders voelt en homoseksualiteit niet bijzonder is. Tot slot zijn de benoemde punten belangrijk voor de wensouders omdat de basisschool een belangrijke schakel is in de opvoeding van een kind en deze helpt bij het vormen van een referentiekader waar een kind de rest van zijn leven ideeën mee vormt. Het is dan erg belangrijk dat het de mogelijkheid heeft gehad tot goede educatie en een open houding tegenover verschillende mensen en omgangsvormen in de samenleving. 12. Zou u na een bezoek aan een school deze folder mee geven? Een aantal wensouders gaven aan dat zij liever zelf niet de folder willen geven, zij vinden dat de folder bijvoorbeeld zou moeten worden verstrekt vanuit de overheid. Het overige deel geeft aan dit wel te willen doen. Alle wensouders vinden dat een school moet weten wat er speelt binnen het gezin. 13. Wat zou er volgens u in moeten staan? De wensouders gaven een punt aan dat zij van belang achtte om toe te voegen in de folder: De moeilijkheden waar roze gezinnen tegen aan lopen op scholen en hoe kinderen hier eventueel mee om kunnen gaan. 14. Kent u mensen die ervaring hebben met het zoeken van een basisschool? Een aantal van de wensouders geven aan wel mensen te kennen die ervaring hebben bij het maken van een schoolkeuze voor hun kinderen. 15. Weet u hoe zij dit aangepakt hebben? Zij zijn op zoek gegaan naar een school die aansluit bij de ideeën die zij hebben over hoe hun kind les zou moeten krijgen. Het geloof speelde daarbij wel een grote rol. 17
16. Welke van de volgende indicatoren vindt u het belangrijkste bij een basisschoolkeuze? Hieronder wordt een overzicht weergeven met de score die de wenouders geven, met betrekking tot de belangrijkheid van bepaalde indicatoren. Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk 1 5 1 5 1 4 1 3 3 1 5 1 5 1 4 1 1 4 1 1 2 2 2 4 17. Heeft u nog tips? De volgende tips zijn door de wensouders opgegeven: Ik denk dat het onderwerp niet te zwaar moet worden gemaakt, omdat de kinderen niet speciaal zijn, maar ze gewoon twee vaders of moeders hebben. Daarnaast is het wel belangrijk om er aandacht aan te besteden dus ik denk dat een folder wel een goede start is! Ik denk dat dit een lastige kwestie is. Enerzijds denk ik dat je niet teveel de nadruk moet leggen op het roze. Roze gezinnen zijn ook gewoon gezinnen en kinderen die uit de kast komen zijn ook gewoon kinderen. Ik ben helemaal voor voorlichting en bevordering en stimulering van acceptatie en normalisering van homoseksualiteit als verschijnsel in een klas, maar teveel nadruk kan ook schadelijk zijn. Zowel voor een kind als voor een gezin als voor de verhoudingen in een klas. Nadruk hierop maakt juist dat het apart wordt, afwijkt van de norm. Voorlichting moet dus subtiel gegeven worden, bijvoorbeeld tijdens de algemene seksuele voorlichting, biologie of verzorging, etc. Dan kan seksuele geaardheid besproken worden en zo verder. Ik denk niet dat ik zou kiezen voor middelen die nadruk leggen op de apartheid van mensen. 18
4.4 Docenten Voor het veldonderzoek zijn er 5 verschillende docenten geïnterviewd. Er zijn vragen gesteld over diversiteit, respect en tolerantie, omgangsvormen, het veiligheidsgevoel, informatie over homoseksualiteit binnen de school en ten slotte is de informatiebehoefte van de docent/school besproken. De 5 docenten zijn werkzaam op verschillende basisscholen in Leiden: - 1 docent van basisschool Roomburg, - 2 docenten van basisschool de Morskring, - 1 docent van basisschool de Regenboog, - 1 docent van een onbekende basisschool Aan de 5 docenten zijn 8 vragen gesteld. Uiteraard is het in een open gesprek niet volledig mogelijk om het gesprek te sturen. Onderstaand zullen de antwoorden per vraag zo uitgebreid mogelijk worden besproken. 1. In hoeverre wordt diversiteit in de samenleving binnen de les bespreekbaar gemaakt? De scholen hebben verschillende methoden om diversiteit binnen de samenleving bespreekbaar te maken in de les. De eerste school maakt gebruik van een sociaalemotionele methode genaamd Kinderen en hun talenten. Hierbinnen worden allerlei thema s behandeld zoals: anders zijn en ruzie maken en de ruzie weer bijleggen. Deze methode wordt door de gehele school gebruikt. Er wordt op deze manier op een speelse manier van de groepen 1 tot en met 8 over diversiteit gesproken. De docent van deze school geeft aan dat diversiteit echter verder gaat dan alleen maar praten over verschillen. Naar aanleiding van deze reden is er binnen het team over dit feit gesproken. De school heeft EduDivers geraadpleegd. EduDivers heeft reeds een voorlichting gegeven aan het team over hoe dit kan worden aangepakt. Binnen de school is de vraag nog wel: hoe praat je over de diversiteit? Binnen de huidige methode wordt hier namelijk volgens de docent niet veel aandacht aan geschonken. Voornamelijk het benoemen van de diversiteit is een punt dat moet worden aangepakt. Een andere school maakt geen gebruik van een dergelijke methode om de diversiteit binnen de samenleving bespreekbaar te maken in de klas. Bij vragen of opmerkingen van de kinderen, probeert de docent altijd zo breed mogelijk in te zetten: Jouw papa en mama zijn verliefd op elkaar, maar je kan ook als meisje verliefd op een meisje worden. De docent vertelt het onderwerp in een context te plaatsen die kinderen begrijpen. Daarnaast geeft ze aan dat ze ingaat op kinderen die iets totaal afwijzen. Dit heeft volgens haar vaak te maken met hun achtergrond: jij vindt iets, maar een ander vindt ook iets. De docent vertelt dat ze op de voorgaande school met de methode lentekriebels werkte, waarbij verliefdheid ook besproken wordt. Dit vond ze een fijne manier van werken. Een volgende docent verteld dat de diversiteit in de klas wordt besproken naar aanleiding van gebeurtenissen thuis, het journaal en naar aanleiding van conflictbesprekingen die ze hebben na een pauze. Binnen deze school wordt er gebruik gemaakt van Kanjertraining. Deze training maakt bijvoorbeeld het uitschelden voor homo bespreekbaar. Een andere docent geeft aan dat de diversiteit bespreekbaar wordt gemaakt door doormiddel van het project lentekriebels en het liefdesplein van het tv-weekjournaal. De laatste docent geeft aan dat de diversiteit in de lessen bespreekbaar wordt gemaakt door middel van kanjertraining. Daarnaast wordt er in de lessen benadrukt dat iedereen anders is en dat de eigenheid moet worden gerespecteerd. 2. Hoe worden respect en tolerantie in de lessen bevorderd? De eerste docent geeft aan dat er binnen de school leerlingen zijn die een oordeel hebben over homoseksualiteit. De docent vertelt dat ze kordaat ingrijpt indien er sprake is van discriminatie. Ze grijpt het onderwerp direct aan en vraagt aan de leerlingen wat ze van dit onderwerp vinden. Ze maakt het onderwerp bespreekbaar in de klas. Bijvoorbeeld: een leerling roept homo naar een mede leerling. De docent stelt dan de 19
vraag Wat bedoel je hier mee? en Waarom zeg je dat?. De reactie van de kinderen is dan vaak dat ze schrikken. Een tweede docent geeft aan dat er gebruik wordt gemaakt van de kanjertraining. Binnen dit programma wordt vooral preventief te werk gegaan. Naast de kanjertraining is er een pestprotocol beschikbaar. Docent drie vertelt dat ze door middel van de kanjertraining dagelijks verwijzen naar de regels die ze binnen de school met elkaar hebben afgesproken. De regels hangen in de klas en zijn door elk kind ondertekend. Daarnaast is na elk speelkwartier een evaluatie in de klas over hoe het spelen ging. Een vierde docent verteld dat er in de eerste schoolweek wordt het pestprotocol gemaakt en gedragsregels opgesteld, de leerlingen ondertekenen en het geheel wordt zichtbaar in de klas opgehangen. De laatste docent verteld dat door middel van de kanjerlessen respect en tolerantie in de lessen worden bevorderd. 3. Op welke manier heeft uw school zicht op de omgangsvormen die zich afspelen tussen de leerlingen? De eerste docent geeft aan dat er binnen de school gebruik wordt gemaakt van schoolregels en een gedragsprotocol. Deze schoolregels hangen in de school en in iedere lokaal. Alle kinderen hebben weet van deze regels binnen de school en deze regels worden actief gebruikt door de docenten. Het pestprotocol binnen de school is onderdeel van het gedragsprotocol. Binnen het gedragsprotocol staat beschreven hoe de docenten de leerlingen graag willen zien en wat er gebeurt als een leerling zich niet aan de regels houdt. Dit gedragsprotocol resulteert in het feit dat het voor kinderen, ouders en docenten duidelijk is hoe de leerlingen, docenten en ouders binnen de school omgaan. De docent geeft aan dat er in groep 8 ook gebruik wordt gemaakt van smileys en uglys. Smileys kunnen verdiend worden door correct gedrag te vertonen en ugleys kunnen verdient worden door incorrect gedrag te vertonen. Indien een leerling twee keer een ugly verdient op een dag, wordt de leerling apart gezet in een andere ruimte. Er zit natuurlijk een consequentie aan het gedrag dat wordt vertoont. Daarnaast is er in groep acht een complimentenhoekje. Van dit hoekje wordt gebruik gemaakt aan het einde van de schooldag. De leerlingen kunnen een naam opschrijven als ze een compliment uit willen delen. De docent geeft aan dat de leerlingen hier wel aan moeten wennen. Op deze manier kan de dag op een positieve manier worden afgesloten. Een tweede docent geeft aan dat er binnen de Kanjertraining, waar zij mee werken, ook respect en tolerantie worden bevorderd. De derde docent geeft aan dat, net als bij docent twee, de Kanjertraining respect en tolerantie worden bevorderd. Daarnaast verteld ze dat de intern begeleider dit bijhoudt. Een vierde docent verteld dat zij hebben vastgesteld wat iedere groep doet aan "Gezond Gedrag". Uit deze evaluatie zou moeten blijken hoe de kinderen met elkaar omgaan, soms met, en soms zonder resultaat. Dit is ook afhankelijk van hoe ouders hiermee omgaan. De laatste docent geeft aan dat er door middel van de kanjertraining zicht wordt verkregen op de omgangsvormen die zich binnen de school afspelen. 4. Hoe grijpt de school in bij disrespectvol en intolerant gedrag? De eerste docent geeft aan dat ze vindt dat iedereen reageert vanuit zijn/haar achtergrond, dus daar moet de school zich op aanpassen. Wel is het daarbij van belang dat de visie van de school hoog in het vaandel wordt gehouden. Een tweede docent geeft aan dat indien er sprake van disrespectvol en intolerant gedrag, leerlingen en ouders worden uitgenodigd voor gesprek. Bij klassikaal slecht gedrag wordt de hulp ingeroepen van externe begeleiders. Het is voorgekomen dat door een aantal kinderen in een groep een heel slechte groepssfeer ontstond met intolerantie en disrespect. Toen is er externe hulp aangevraagd om dit op te lossen en met succes. De derde docent geeft aan dat er na een overtreding een gesprek volgt. Dit gesprek vindt plaats met de ouders erbij. De docent dat er een schorsings- en verwijder-beleid is. Er is 20
gebruikgemaakt van al deze maatregelen. Er is een algemene aanpak en bij herhaling een individuele. De vierde docent geeft aan dat er wordt ingegrepen bij disrespectvol en intolerant gedrag voor zover daar zicht op is. Er is een algemene aanpak. Als deze algemene aanpak niet aanslaat wordt er wel individueel gesproken en gekeken wat nog zou kunnen helpen. Indien het nodig is, wordt er doorverwezen naar externe instanties. De vijfde docent heeft geen antwoord gegeven op deze vraag. 5. Op welke manier waarborgt de school het veiligheidsgevoel van de leerling? Docent één vertelt dat het veiligheidsgevoel wordt gewaarborgd door het gedragsprotocol, de regels, kringgesprekken, bevorderd. De tweede docent geeft aan dat ze geen antwoord kan geven op deze vraag. Ze verteld dat ze aanneemt dat indien een leerling zich onveilig voelt, eerst de leerkracht wordt gewaarschuwd, en vervolgens de ouders. De derde docent verteld dat er twee vertrouwenspersonen (man en vrouw) zijn om klachten kenbaar te maken. Om het veiligheidsgevoel te waarborgen vinden pauzes van de onderbouw/ middenbouw/ bovenbouw op verschillende tijden plaats zodat bepaald gedrag van oudere leerlingen beperkt wordt. In teamvergaderingen wordt de gezamenlijke aanpak geregeld besproken. De docent vertelt dat er bij oudere leerlingen het plagen/pesten op een meer ingewikkelde manier doorgaat. Ook kan er sprake zijn van digi-pesten. Op school krijgen de medewerkers een aantal gastlessen hierover van bureau Halt (onder ander over normen en waarden en digi-pesten). Docent vier verteld dat er twee vertrouwenspersonen zijn die aan het begin van het schooljaar de klassen rond gaan om zich te presenteren. De docent verteld dat de medewerkers zo hopen dat de school een veilige omgeving is voor de kinderen. De laatste docent geeft aan dat het veiligheidsgevoel wordt gewaarborgd door duidelijke regels en afspraken. Daarnaast wordt het veiligheidsgevoel bevorderd doormiddel van de kanjertraining. 6. Is er informatie beschikbaar over homoseksualiteit binnen de school? De eerste docent verteld dat er voornamelijk in de bovenbouw aandacht besteed wordt aan homoseksualiteit. Dit wordt gedaan door bijvoorbeeld een lesbrief of binnen de biologieles. Daarnaast wordt er binnen het jeugdjournaal en tv-weekjournaal over dit onderwerp gesproken. Volgens de docent gebeurt dit door de hele school heen. De docent verteld dat er in de mediatheek infoboeken te vinden zijn over homoseksualiteit. Daarnaast zijn er in de bovenbouw boeken te vinden die het over seksualiteit in het algemeen hebben en de ontwikkeling van het lichaam. Het is echter niet het geval dat er in het rooster een les over seksualiteit is ingeplant. Docent twee denkt dat er binnen de school geen informatie beschikbaar is over homoseksualiteit. De derde docent geeft dat er in de mediatheek boeken beschikbaar zijn over homoseksualiteit. De vierde docent geeft aan dat er informatie beschikbaar is over seksualiteit in diverse boeken over seksualiteit. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van digibord-lessen van het liefdesplein. Posters zijn er niet. Docent vijf heeft geen idee. Ze geeft aan dat er een methode zou moeten zijn, maar dat ze daar momenteel geen zicht op heeft. 7. Er komt een homo- of lesbisch ouderpaar kijken om een schoolkeuze te maken voor hun kind. Wat is volgens u belangrijk dat dit homo- lesbisch paar te weten komt over uw school? De eerste docent vind dat roze ouders hetzelfde dienen te weten over deze school als alle andere ouders. Daarnaast is het van belang dat de ouders weten dat deze school hier niet negatief tegenover staat. Docent twee verteld dat ze het van belang vindt dat de ouders algemene schoolinformatie weten. Daarnaast dienen zij te weten dat de school open staat voor iedereen. De docent geeft aan dat de school daarentegen wel verwacht dat er wat terugkomt van de ouders. Ze geeft aan dat hier gezamenlijk aan moet worden gewerkt. 21
De derde docent geeft aan dat de ouders moeten weten hoe de school omgaat met homoseksualiteit en hoe de school eventuele problemen aanpakken. De vierde docent geeft aan dat de leer-en lesprogramma s en de toetsresultaten voor de ouders van belang zijn om te weten dat de school oog heeft voor het individuele kind binnen het groepsgebeuren. 8. Aan welke informatie m.b.t. roze-ouders en hun schoolkeuze heeft u behoefte, indien er een folder wordt ontworpen voor scholen? De docent van de eerste school geeft aan dat de checklist een uitkomst is. Ze is geïnteresseerd in de folder die zal worden ontworpen voor de basisscholen. De tweede docent geeft aan dat ze daar persoonlijk geen behoefte aan heeft. Ze is tegen stigma s. Ze vraagt zich af of er vanuit de roze ouders behoefte is aan de checklist. De derde docent verteld dat bij de intern begeleider moet worden nagevraagd aan welke informatie behoefte is. De vierde docent heeft geen idee van hoe de checklist zal moeten worden vormgegeven. De laatste docent geeft aan dat ze denkt dat er niet specifiek aandacht moet worden besteed aan dit onderwerp. Dit omdat dit ook niet voor andere groepen in de samenleving wordt gedaan. 22
5. Conclusie De probleemstelling van dit project is: In hoeverre is de checklist toepasbaar in de praktijk en kan deze gebruikt worden voor roze ouders en de school? De probleemstelling kan pas in februari 2014 beantwoord worden. In dit adviesrapport moet naar voren komen wat toepasbaarheid van de checklist in de praktijk betekent voor dit project. Daarnaast is het van belang erachter te komen wanneer de checklist bruikbaar is voor zowel roze ouders als voor de school. Om er achter te komen wat er in de praktijk speelt hebben er interviews plaats gevonden met professionals, ouders, wensouders en basisscholen. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat de volgende vier onderwerpen belangrijk zijn op basisscholen voor roze gezinnen: Het is van belang dat de school weet wat er speelt, dat de school bewust is van wat er speelt, de schoolomgeving en leerlingenzorg. Onder schoolomgeving wordt het pestbeleid of bijvoorbeeld voorlichtingen bedoeld. Bij leerlingenzorg past een vraag als: wat doe je wanneer een leerling homofoob is? Er zijn drie professionals geïnterviewd, namelijk: Peter Dankmeijer, Sara Coster en Henny Bos. Peter Dankmeijer geeft aan dat roze ouders vaak niet weten of de toekomstige school van hun kinderen homovriendelijk is. Scholen zouden volgens hem niet met homovriendelijkheid geassocieerd willen worden, dit geldt zowel voor een positieve als negatieve associatie. Uit de onderzoeken van Henny Bos blijkt dat het van belang is voor roze gezinnen dat school aandacht besteed aan het homobeleid. Daarnaast is het van belang dat er strikte regels zijn, zodat de scholieren weten wat zij wel en niet kunnen doen en wat de gevolgen van de gedragingen zijn. Er zijn vijf moeders geïnterviewd over de schoolkeuze van hun kind. Ze geven allemaal aan dat ze geen behoefte hebben aan een checklist. Eén ouder zegt er bij dat ze kan begrijpen als andere roze gezinnen hier wel behoefte aan hebben. Niemand heeft behoefte aan een folder. De ouders die al een kind op school hebben zitten geven aan dat ze dit niet nodig vinden, omdat alles goed gaat. Er wordt vaker benoemd dat ze bang zijn dat ze door een interventie speciaal gemaakt worden en dat is iets wat zij juist niet willen. Uit het veldonderzoek bleek, dat alle zes de wensouders de checklist zouden willen gebruiken. Er wordt verschillend gedacht over wat erin in de checklist moet staan. Diversiteit onder de leerlingen, veiligheid binnen school en aandacht voor het kind worden door de meeste wensouders aangeven als belangrijk voor een basisschool. Aan de folder is er minder behoefte, dit ziet maar één wensouder zitten. De respondenten die geen folder willen, benoemen dat zij niet de persoon willen zijn die de school dat moet geven. Ze willen dat de school van te voren op de hoogte is. Er deden vijf docenten van vier basisscholen mee aan het onderzoek. Basisscholen blijken veel met protocollen, regels en trainingen te werken om de veiligheid te waarborgen en diversiteit bespreekbaar te maken. Toch geven zij aan dat er ook per individu gehandeld wordt, zo kan juffrouw A anders reageren dan meester B. Eén leerkracht geeft aan dat ze veel ziet in een checklist en folder. De andere vier docenten geven aan hier geen interesse in te hebben. Het blijkt dat deze docenten het belangrijk vinden dat de ouders op de hoogte zijn van de kenmerken/identiteit van de desbetreffende school. Zij vinden het onnodig om de roze ouders meer informatie te verstrekken. De conclusie is dat de behoefte van ouders en basisscholen voor een checklist wisselend is, terwijl deze behoefte bij de wensouders groot is. Daarnaast is er vanuit alle partijen weinig behoefte aan een folder. Ouders en wensouders willen deze niet hoeven geven aan de school en scholen willen niet op hun vingers getikt worden door de folder van de ouders te krijgen. Wel blijkt dat er vanuit alle kanten een behoefte is aan informatie. 23
6. Discussie Negatieve punten Doordat er twee verschillende vragenlijsten in omloop waren, is het moeilijk om de concrete behoefte te achterhalen voor factoren die belangrijk zijn om in de checklist te verwerken. In de ene vragenlijst was wel een lijst met eigenschappen die een school zou moeten hebben om veiligheid voor een kind te waarborgen, in de andere stond deze lijst niet. Er is gekozen voor twee vragenlijsten omdat de ene vragenlijst mondeling kon worden afgenomen en de andere lijst via de mail. De vragenlijsten zijn afgenomen in de omgeving van Leiden. Wanneer het onderzoek was uitgebreid naar andere streken van Nederland, waren er wellicht andere resultaten uit gekomen. Uit onderzoek is gebleken dat in de randstad meer tolerantie is over homoseksualiteit. De respondenten zijn op verschillende manieren geïnterviewd. Zo zijn er respondenten persoonlijk geïnterviewd, maar ook via Facebook-chat, mailcontact, telefonisch contact en via een digitale enquête die was opgesteld met behulp van thesistools. Tijdens het afnemen van de interviews bij respondenten bleek dat religie en de cultuur die hierbij hoort van invloed kan zijn op de schoolkeuze van roze ouders. Dit aspect is niet mee genomen in het deskresearch. Alle respondenten in de subgroepen ouders en wensouders zijn vrouwelijk. Het zou kunnen dat mannelijke ouders of wensouder een andere behoefte hebben dan de vrouwelijke. Met deze variabele is geen rekening gehouden. Positieve punten We hebben meer interviews afgenomen dan de opdrachtgever wilde voor het kwalitatieve onderzoek. We hebben met 6 wensouders, 5 ouders gesproken, 5 docenten van 4 basisscholen. De vragenlijsten zijn allemaal op dezelfde manier verwerkt. Ze worden in het hoofdstuk resultaten in het adviesrapport weergegeven op eenzelfde manier. Dit zorgt ervoor dat de resultaten makkelijk te vergelijken zijn en er conclusies getrokken kunnen worden. De respondenten zijn in de meeste gevallen bekenden van de projectgroep. Hierdoor is het waarschijnlijk dat de respondenten naar waarheid geantwoord hebben omdat ze zich vertrouwd voelden met de interviewer. 24
7. Aanbevelingen Aan de hand van de conclusie kunnen de volgende aanbevelingen worden aangeboden aan Peter Dankmeijer van EduDivers. Onderstaand zal er per voorlichtingsproduct een aanbeveling worden gegeven. Checklist Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat de behoeften onder de respondenten erg verschillend zijn. Wensouders geven aan behoefte te hebben aan een checklist. Onder de ouders van roze gezinnen met kinderen blijkt de behoefte echter minder groot te zijn. Uit het voorgaande kan worden aanbevolen dat de checklist zich in de hoofdzaak richt op de wensouders. Echter kunnen de resultaten van ouders met kinderen voortkomen uit het feit dat zij al een basisschoolkeuze hebben gemaakt en hier weinig problemen mee hebben gehad. Daarnaast is uit het gesprek met Peter Dankmeijer naar voren gekomen dat de bestaande checklist-richtlijnen zullen moeten worden verkleind. Wij adviseren EduDivers de inhoud van de checklist af te stemmen op de volgende vier hoofdlijnen: Plan van aanpak Schoolomgeving Educatie Leerlingenzorg Aanbevolen wordt dat de checklist de vorm krijgt van een brochure. De bovenstaande vier hoofdlijnen kunnen worden aangehouden en er kan uitgebreider informatie worden gegeven over tips en voorwaarden die belangrijk zijn bij de schoolkeuze. Folder Doordat uit de interviews is gebleken dat er geen behoefte is aan een folder is er in overleg met Peter Dankmeijer een andere mogelijkheid naar voren gekomen. Namelijk de checklist en de folder samenvoegen. De reden voor dit mogelijke besluit betreft het feit dat scholen tijdens een intakegesprek met een gezin, informatie verstrekken in plaats van ontvangen. Uit ons onderzoek blijkt dat scholen dit ervaren als tik op de vingers. Wanneer de checklist en folder zijn samengevoegd, wordt de mogelijkheid geboden aan zowel de (wens)ouders als de basisscholen, om de informatie eigen te maken. Het voorgaande in beschouwing genomen, wordt EduDivers geadviseerd om de checklist en de folder aan elkaar te spiegelen. Op deze manier bevatten de brochure en folder dezelfde informatie, maar is deze zo geformuleerd, dat het passend is voor de doelgroep. Voor de volgende fase van het project roze ouders kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan aan Peter Dankmeijer van EduDivers: Brochure kan in hoofdzaak worden gericht op wensouders Brochure kan worden verkleind naar de vier hoofdlijnen: Plan van aanpak Schoolomgeving Educatie Leerlingenzorg Brochure en folder worden aan elkaar gespiegeld. Het is aan te raden om de brochure door dezelfde studenten te laten maken als die dit adviesrapport geschreven hebben. Dit wordt aanbevolen omdat zij ervaren zijn met de literatuur die van belang is voor dit project. Daarnaast weten zij hoe een dergelijke brochure er uit moet komen te zien. De studenten hebben tevens ervaring met het maken van brochures. De deadline voor het opleveren van de brochure is 20 december zijn. Er resteren dan vier weken om de pilot af te nemen en de resultaten uit de pilot te 25
verwerken. Er zijn geen kosten verbonden aan het ontwikkelen van de brochure. De implementatie van de brochure gebeurd door de opdrachtgever zelf, dit kan zo mogelijk in samenwerking met de stichting Meer Dan Gewenst. Implementatieplan Het valt aan te bevelen om de folder te implementeren in samenwerking met Stichting Meer dan Gewenst, Peter Dankmeijer van EduDivers en de projectgroepleden. De folder voor ouders kan geïmplementeerd worden via Stichting Meer dan Gewenst, zij hebben een groot netwerk van roze ouders. Aanbevolen wordt om de brochure voor de scholen te verspreiden met behulp van EduDivers. Daarnaast kunnen de folder en brochure aangeboden worden aan de respondenten van de vragenlijsten en interviews van dit project. 26
8. Literatuurlijst Algemeen Nederlands Persbureau (2013). Homoraadslid doet aangifte bedreigen [Persbericht] Verkregen op 13 september 2013, van: http://www.nu.nl/binnenland/3567823/homoraadslid-doet-aangifte-bedreiging.html Algemeen Nederlands Persbureau (2013). Partij Poetin poogt homorechten opnieuw in perken [Persbericht]. Verkregen op 13 september 2013, van: http://www.nu.nl/buitenland/3567801/partij-poetin-poogt-homorechten-opnieuw-inperken.html Blomme, M. (2008). Homoseksueel ouderschap in de gezinspedagogische literatuur. Verkregen op 15 september 2013, van: http://lib.ugent.be/fulltxt/rug01/001/299/308/rug01-001299308_2010_0001_ac.pdf Bos, H.M.W. & Van Balen, F. (2008). Children in planned lesbian families: Stigmatization psychological adjustment and protective factors. Geraadpleegd op 13 september 2014, van: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18432422 Brug, J., van Assema, P. & Lechner, L. (2010). Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering: Een planmatige aanpak. Assen, Nederland: van Gorcum. Buiting, R. (2008). Roze ouders. Verkregen op 14 september 2013, van: http://www.tijdschriftvoorseksuologie.nl/archief/tvs2010-03/tvs%2034-3%20literatuurbulletin.pdf COC Friesland (2008). Roze ouderschap, oke? Verkregen op 3 december 2013, van: http://cocfries.piweb.com/index.php/dienstverlening/ouders/ COC Nederland (2013). Inspectie gaat toezien op verplichte voorlichting. Verkregen op 16 oktober 2013, van: http://www.coc.nl/jong-school/inspectie-gaat-toezien-opverplichte-voorlichting Dankmeijer, P. (1997). "Ongezonde Twijfels. Werkdocument voor de expert meeting over psychosociale gezondheid en welzijn van homo- en lesbische scholieren door de Schorerstichting en het NIGZ." Amsterdam, Nederland: EduDivers Lifestyle Services. Dankmeijer, P. (2002). Wanneer voelen homoseksuele leerlingen en docenten zich veilig? Geraadpleegd op 13 september 2013, van: http://www.edudivers.nl/doc/peters_publicaties/dankmeijer%20%27wanneer%20voelen %20homoseksuele%20leerlingen%20en%20docenten%20zich%20veilig%27%20%2820 02%29.pdf De Grauwe, E. (2008). Hoe gaan holebi s om met hun kinderwens? Verkregen op 13 september 2013, van: http://lib.ugent.be/fulltxt/rug01/001/299/720/rug01-001299720_2010_0001_ac.pdf EduDivers (2010). Routeplanner voor het omgaan met seksuele diversiteit en cultuurverschillen in onderwijs en hulpverlening. Verkregen op 10 september 2013, van http:// www.diversity-in-europe.org/nl/pdfs/nl_begrippenlijst.pdf EduDivers (2013). Het DOEL model. Geraadpleegd op 18 september 2013, van: http://www.edudivers.nl/producten/workshops/advies_op_maat/de-doelmethode?term=doel%20model&p=1 Feldman, R. S. (2007). Ontwikkelingspsychologie. Levensloop vanaf de jongvolwassenheid. Amsterdam, Nederland: Pearson Education Benelux. 27
Gelderen L., Gartrell N., Bos H,. Hermanns J. (2009). Stigmatization and Resilience in Adolescent Children of Lesbian Mothers, Journal of LGBT Family. Studies, 5:3, 258-279. Keuzenkamp, S. (2010). Steeds gewoner, nooit gewoon: acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Verkregen op 14 september 2013, van: www.scp.nl/dsresource?objectid=26408&type=org \ Leclaire, A. (2006, Augustus 26). Opgroeien met twee moeders. Volkskrant magazine. Geraadpleegd op 14 september 2013, van: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/archief/archief/article/detail/787739/2006/08/26/o pgroeien-met-twee-moeders.dhtml Movisie (2010). Handreiking homo-emancipatie. Verkregen op 3 december 2013, van: http://www.movisie.nl/sites/default/files/alfresco_files/handreiking%20homoemancipatie%20-%20roze%20ouderschap%20[mov-222094-0.3].pdf Musaph, H. (1981). Moderne opvattingen over homoseksualiteit. Medisch-seksuologische monografieën. Amsterdam, Nederland: Van Loghum Slaterus. NRC Nieuws (2013). Grote Kamermeerderheid maakt einde aan weigerambtenaar. Verkregen op 14 oktober 2013, van: http://www.nrc.nl/nieuws/2013/06/11/grotekamermeerderheid-maakt-einde-aan-weigerambtenaar/ Patterson, C.J. (2006). Children of lesbian and gay parents. Elektronische versie. Current Directions in Pyshological Science, 15 (5), 241-244. Rijksoverheid (2013). Gelijke rechten homoseksuelen en transgenders. Verkregen op 16 oktober 2013, van: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/homo-emancipatie/gelijkerechten-homoseksuelen-en-transgenders Van de Meer, Y. (2008). Uit de kast, en dan? Den Haag, Nederland: Appelmoes. Van Sweers, A. (2012). Nog veel vooroordelen over lesbische en homo-ouders. Verkregen op 14 september 2013, van: http://www.zorgwelzijn.nl/jeugdzorg/nieuws/2012/7/nog-veel-vooroordelen-overlesbische-en-homo-ouders-zwz018214w/ Visser, A. & Verhagen, A. (2013). Gewoon homo op de basisschool. Geraadpleegd op 3 december 2013, van: http://www.gayandschool.nl/documents/157919/439331/gewoon+homo+po+2013/29d bc5e9-52c8-4c45-a1e0-74725383c68a Vonk, M. (2006). Adoptie door paren van gelijk geslacht. Verkregen op 29 september 2013, van: http://igitur-archive.library.uu.nl/law/2009-0224- 201212/curry%20adoptie%20door%20paren%20van%20gelijk%20geslacht.pdf Warmerdam, J. N. (2010). Gezin, kinderen en adolescenten, hoofdstuk 6. Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum. 28
Bijlage 1 Interviews ouders Ouder 1 De eerste ouder die we hebben geïnterviewd betreft Sara Coster. Het professionele deel van het interview met Sara Coster werd eerder al in 3.2.2 Professionals beschreven. Omdat er veel over haar persoonlijke leven verteld werd zal dit hier opgenomen worden. Sara Coster had als single vrouw een kinderwens en heeft deze met een homopaar in vervulling laten gaan. Haar twee zoontjes zijn nu zes en acht jaar. Toen ze met het idee kwam om het heft in eigen hand te nemen en te kiezen voor co-ouderschap, vond heel haar omgeving dat bij haar passen. Niemand had moeite met de gezinssamenstelling. Zelf heeft ze vooraf moeten twijfelen omdat ze bij voorbaat een kind opzadelt met twee huizen en twee vaders. Toen las ze onderzoeksresultaten dat een scheiding pijnlijk is voor kinderen, maar als je vanaf het begin in twee huizen opgroeit met ouders die dat van begin tot eind in goede harmonie doen, dat dat dan niet schadelijk is. Toen was ze overstag. Voor de kinderen is dit gewoon en zien twee vader juist als een voordeel: Als er één vader werkt, is er een ander die voor me kan zorgen. De klasgenoten en vriendjes vinden het allemaal normaal, ze weten niet beter. Er is dan ook geen spraken van pesten, homoseksualiteit is voor hen gewoon. Eén keer heeft Sara te maken gehad met discriminatie. Ze vertelde: Ik bood een Spaanse vrouw iets aan. Zij wilde dit niet aannemen, ze wou geen dank je wel hoeven zeggen tegen iemand die zo iets verderfelijks deed als ik. Sara Coster is blij met de twee vaders: Het zijn twee leuke mannen, en erg goede en betrokken vaders!. Ze denkt dat sommige mensen tegen co-ouderschap of roze ouderschap zijn vanwege onwetendheid. Als mensen zien hoe goed het gaat, vinden ze het vaak prima. Zelf vindt ze het belangrijkste dat het liefhebbende ouders zijn. Ouder 2 Gezinssamenstelling: Ik ben een moeder en heb een dochter van 5 jaar. Coming-out van invloed op schooltijd: Nee mijn omgeving was enorm positief. Ik heb er momenteel ook geen enkele moeite mee en krijg geen vervelende reacties. Wellicht komt het doordat ik een klein netwerk heb. Coming-out invloed op schoolkeuze kind: Nee, deze keuze is gemaakt met de vader van het kind. Dat is mijn toenmalige vriend. Ik was toen al wel uit de kast(biseksueel). Belangrijke punten school: o Openbare school o soort onderwijs: dalton o het gevoel bij de school o niet te grote klassen Waarom belangrijk: Dit zijn de ideeën voor mij(de moeder) van een fijne school. Maakt het uit dat u een roze gezin bent: Nee! Er zijn sowieso geen andere roze gezinnen op school, kleine school, klein dorp. Mensen nemen ons zoals we zijn, positieve reacties, we helpen veel op school. 29
Checklist gebruiken Nee Folder gebruiken Nee Waarom niet? Niet nodig, ik vind dat homo s hiermee in hokjes worden geplaatst. Als wij(als homoseksuelen) dit zelf al doen d.m.v. een folder, waarom zouden anderen dat dan niet doen? Ouder 3 Gezinssamenstelling Ik ben 35 jaar en ben de niet-biologische moeder van het kind van 5 jaar. Coming-out invloed op schooltijd Nee, ik heb geen moeite gehad tijdens mijn schooltijd. Het was op het MBO en ik had niet veel persoonlijk contact met studiegenoten. Coming-out van invloed op schoolkeuze Ik heb de schoolkeuze niet gemaakt. Wanneer ik dit wel zou doen vind ik dit wel van belang. Belangrijke punten basisschool Veiligheid kind Geen pesterijen Goed pestprogramma Kleine klassen Goede controle Wellicht meer gezinnen die bijzonder zijn dan de traditionele gezinnen. Waarom belangrijk: Kind moet zich veilig kunnen voelen en vooral niet bijzonder, omdat het uit een ander gezin zou komen. Maakt het uit dat u een roze gezin bent: Nee, we worden normaal behandeld op de school. We doen veel als hulpmoeders en hebben leuke contacten op school. Checklist Ja, het kan wel gemakkelijk zijn voor andere roze gezinnen die erg onzeker zijn over hun gezin en het niet zomaar durven te vragen. 30
Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk Folder Dat vind ik raar, een school weet heus wel wat een homogezin is. Ouder 4 Op 31 oktober 2013 heeft er een interview plaatsgevonden met een moeder van een gezin met vier kinderen. Ze woont samen met haar vriendin waarmee ze nu vijf jaar een relatie heeft. Ze heeft een dochter van negen uit haar vorig huwelijk. Haar vriendin heeft een dochter van 6 jaar van een donor. Samen hebben ze een tweeling van dezelfde donor. De tweeling (een meisje en jongen) is zeven weken en is door haar zelf gedragen. Dit betekent dat ze halfzus- en broer zijn van haar dochter en van de dochter van haar partner. Zelf heeft ze jaren in het basisonderwijs gewerkt en is nu werkzaam als docent Nederlands op de middelbare school. Haar partner is gymdocent op een middelbare school. Zelf werkt ze op een middelbare school met 100% allochtone scholieren. Ze verzwijgt op deze school dat ze samen met een vrouw woont. Een collega van haar die in een achterstand wijk werkt, durft het ook niet over haar geaardheid te hebben. Ze is bang dat ze niet serieus genomen wordt door de ouders van de leerlingen. Voor haar huidige vriendin heeft ze mannelijke partners gehad. De schoolkeuze voor haar dochter was daarom ook geen bijzondere keuze. Toen ze haar huidige partner leerde kennen, zijn ze naar Den Haag vlakbij Hollandspoor verhuist. Hier waren veel allochtone gezinnen. Die noemden haar de zus of het nichtje van haar partner, zodat ze haar geen moeder of vriendin hoefde te noemen. Dit vond ze niet erg en voelde ook niet de behoefte om de waarheid te vertellen. De dochter van haar partner heeft in deze buurt één jaar op school gezeten. Zij heeft geen last gehad van nare opmerkingen of andere vormen van discriminatie. Later zijn ze naar Delft verhuist en moest er een nieuwe basisschoolkeuze gemaakt worden. Ze vonden het belangrijk dat hun kinderen naar een buurtbasisschool zouden gaan. Er zijn in de buurt drie basisscholen; een christelijke, een katholieke en een 31
openbare basisschool. Ze wilden geen gelovige basisschool, dus de keuze was gemakkelijk gemaakt. Zij hebben hierbij geen rekening gehouden met hun gezinssituatie. Ze vinden dat een school ieder kind moet accepteren. Zij hebben geen behoefte gehad aan een checklist. Dit komt volgens haar, omdat Delft actief is in homotolerantie. In minder sociale wijken zou ze er misschien wel gebruik van maken. Ze zou dan ook graag willen dat de docenten opgeleid worden over hoe ze daarmee om moeten gaan. Op school hebben de kinderen geen last van nare opmerkingen. Iedereen vindt het normaal en kinderen komen graag bij hun thuis spelen. De kinderen van zes merken het verschil niet zo op, maar de oudere kinderen van negen zijn wel geïnteresseerd. Er zitten ook een ander roze gezin bij hun op school, maar met hen hebben zij geen contact. Het wordt normaal gevonden op de school. Als ze nu een middelbare school zou uit moeten kiezen zou ze ook geen gebruik maken van de checklist. Wel zou ze eerst een gesprek met de school voeren. Hierin zou ze vragen naar het pestbeleid en haar situatie uitleggen. Ze zou dan dus niet verzwijgen dat ze een lesbische relatie heeft. Bij de middelbare school maakt het volgens haar ook uit op welk niveau je geplaatst wordt en welk niveau de ouders hebben. Ze stelt dat wanneer de ouders hoger opgeleid zijn er meer tolerantie is. De folder uitdelen op school tijdens een kennismaking ziet ze niet zitten. Zowel als ouder als docent ziet ze het nut van de folder niet in. Ze vindt dat het een zaak van de ouders is en niet van school. Ze gaat er eigenlijk vanuit dat de school er voor openstaat. Ze wil niet dat er anders met roze gezinnen omgegaan wordt als met andere ouders. Ze ziet geen verschil met een roze gezin als met een normaal gezin. Het enige verschil is positief, dat ze meer aandacht krijgt. Iedereen is geïnteresseerd en toont meer belangstelling voor bijvoorbeeld de tweeling die ze hebben gekregen met behulp van een donor. Ouder 5 Op woensdag 6 november 2013 heeft het interview plaatsgevonden met ouder 5. Zij heeft samen met haar vrouw een dochter van 2 jaar. Toen haar dochter 1 was, zijn ze samen aan de scholenjacht begonnen. Bij deze keuze speelde de balans tussen zwarte en witte scholen een rol, het feit dat haar dochter twee moeders heeft en ten slotte dat de dochter twee ouders heeft die hoog opgeleid zijn (omdat de taalontwikkeling verder is dan bij andere kinderen). Beide vrouwen werken in het onderwijs. De ervaring met leerlingen is dat de langzaamste in de klas het tempo bepaald. De vrouwen vonden het beide van belang, ondanks de gestelde randvoorwaarden, dat er binnen de school sprake is van diversiteit. Ze zochten naar een school die bereikbaar is en waar het lesbisch zijn geen issue is. De schoolkeuze van deze ouder heeft geen invloed gehad op de schoolkeuze voor het kind. De ouders zijn heel breed naar een school gaan zoeken. Met name omdat de ouders beide in het onderwijs werken. In de wijk waar ze momenteel wonen zijn er twee scholen: een zwarte en een witte school. De witte school staat echter ook bekend als erg Haags. De zwarte school heeft een tweede school een stukje verderop: de Delton school. Deze school beviel beide ouders. Naast de Delton school was er nog een andere mogelijke optie, de Larijschool. Met beide scholen zijn de ouders in gesprek gegaan. In het gesprek met de Delton school hadden de vrouwen door, dat de directeur zich bewust was van het feit dat hij met twee vrouwen te maken had. Er was binnen deze school (bijna) geen ervaring met roze-ouders. Er was dus geen idee over hoe dit zou uitpakken binnen de school. Bij de Larijschool lag dit echter anders, om deze rede hebben de ouders voor deze school gekozen. De ouder geeft aan dat er bij de schoolkeuze dus zeker rekening is gehouden met het feit dat ze een roze gezin zijn. Ze vertelt dat ze het belangrijk vind dat de school zelf al veel verschillende mensen huist, op deze manier passen zij er ook tussen. 32
Een ander traject wat ook belangrijk is, is de kinderopvang. De ouders hebben bewust gekozen voor een gastouder omdat dit in de eerste instantie heel praktisch is, daarnaast ook omdat het kleinschalig is en ten slotte omdat het past binnen het gezin. De ouder heeft het eerste gesprek met de school, ervaart ongemakkelijk. Hun kind was nog heel erg klein en ze gingen erg vroeg op zoek naar een school. De ouders hebben ook een keer een gesprek gehad bij een school waarvan de directrice ook lesbisch was. De ouder geeft aan dat er dan een ander soort gesprek is dan met een keurige directeur. De ouder vertelt dat ze bij elk gesprek wel het gevoel had dat ze het onderwerp ter sprake moest brengen, omdat het toch een aantal situaties met zich meebrengt. De eerste reactie op het feit dat dit een roze ouderpaar is speelt een belangrijke rol binnen het gesprek. Het gevoel dat er ruimte is voor diversiteit speelt een grote rol. De ouder vind dat er geen extra aandacht moet worden besteed aan het kind van een roze ouderpaar in de klas. Ze vind dat er op een basisschool niet te veel aandacht moet worden besteed aan het onderwerp omdat de kinderen daar nog heel klein zijn en niet anders weten. Ze komt hier terug op wat er eerder benoemd is: ze vind het belangrijk dat de basisscholen inspelen op diversiteit, maar niet op de homoseksualiteit. De ouder geeft aan dat ze geen behoefte heeft aan de checklist. Ze vertelt dat je dan toch in het hoekje homo/lesbo komt en zo niet de diversiteit benadert. Ze vraagt zich af of de checklist echt helpt. Wel vertelt ze dat ze het belangrijk vind dat scholen bewuster over het onderwerp nadenken en een lijn trekken binnen de school. Zijzelf als klant wil de beste school voor haar kind, en daar komt meer bij kijken dan alleen het zijn van een roze gezin. Ze vind dat de school zelf aan moet geven dat de school divers is en dat ze over het onderwerp nadenken. Het zou als een logisch onderdeel van het gesprek naar voren moeten komen bij het intake gesprek, en niet geforceerd. Ze denkt dat het van belang is voor de ouders om te weten in hoeverre dit onderwerp een rol speelt binnen de school; in hoeverre is het een probleem en worden er kinderen binnen de school gepest omdat ze roze ouders hebben. Ze wil niet constant met de neus op het feit gedrukt worden dat ze een minderheid zijn: er is een grens. De ouder vind de brochure interessant voor scholen die met dit onderwerp worstelen. Ze vind het belangrijk dat er binnen groep 7 en 8 aandacht wordt besteed aan dit onderwerp en dat docenten een lijn trekken bij de aanpak van homovriendelijkheid. 33
Bijlage 2 Interviews wensouders Wensouder 1 Kunt u wat vertellen over de gezinssamenstelling? Ik heb een vriendin en woon op kamers. Heeft u kinderen? Nee nog niet Heeft u een kinderwens? Ja Op welke leeftijd was uw coming out? Op mijn 19 de. Hoe heeft u uw coming out ervaren? Positief, mijn ouders reageerden positief en eigenlijk vond niemand het erg. Op welke manier heeft de coming out wel/geen invloed gehad op uw schooltijd? Ik ben pas uit de kast gekomen na de middelbare school, maar het heeft geen invloed gehad op mijn HBO-tijd. Ik heb het wel in de klas verteld en iedereen reageerde positief. Zou u gebruik maken van een checklist voor de basisschoolkeuze? Ja Wat zou er volgens u in moeten staan? Veiligheid van een school Welke van de volgende indicatoren vindt u het belangrijkste bij een basisschoolkeuze? 1. Neutraal 2. Niet van belang 3. Matige waarde van belang 4. Zeer belangrijk Zou u na een bezoek aan een school deze folder mee geven? Nee ik zou het niet meegeven omdat ik niet vind dat roze gezinnen op die manier iets duidelijk moeten maken. Maar ik vind het een goed idee dat er een folder is voor scholen met deze informatie maar die moet dan verstrekt worden vanuit de overheid. Wat zou er volgens u in moeten staan? De moeilijkheden waar roze gezinnen tegen aan lopen op scholen en hoe kinderen hier eventueel mee om kunnen gaan. Heeft u nog tips? Ik denk dat het onderwerp niet te zwaar moet worden gemaakt, omdat de kinderen niet speciaal zijn, maar ze gewoon twee vaders of moeders hebben. Daarnaast is het wel belangrijk om er aandacht aan te besteden dus ik denk dat een folder wel een goede start is! 34
Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Wensouder 2 Kunt u wat vertellen over de gezinssamenstelling? Een relatie, niet samenwonend Heeft u kinderen? Nee, ik heb wel een kinderwens Op welke leeftijd was uw coming out? 17 Jaar Hoe heeft u uw coming out ervaren? Spannend, ik heb er lang over gedaan daadwerkelijk uit de kast te komen. Reacties waren over het algemeen positief Op welke manier heeft de coming out wel/geen invloed gehad op uw schooltijd? Ik ben pas tijdens mijn HBO opleiding uit de kast gekomen. Mijn schooltijd is hierdoor niet beïnvloed. Denkt u dat uw eigen coming out invloed heeft op de schoolkeuze van uw kinderen? Ja, ik zou mijn kinderen niet naar een christelijke school laten gaan Maakt het voor de schoolkeuze uit dat u een roze gezin bent? Ja Zou u gebruik maken van een checklist? Ja 35
Wat zou er volgens u in moeten staan? Hoe er met pesten omgegaan wordt Aandacht die besteedt wordt aan verschillenden culturen Geloofsovertuigingen Geaardheid Zou u na een bezoek aan een school deze folder mee geven? Nee, school moet deze informatie zelf hebben en niet krijgen van ouders. Welke van de volgende indicatoren vindt u het belangrijkste bij een basisschoolkeuze? Neutraal Niet van belang Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Matige waarde van belang Zeer belangrijk Wensouder 3 Kunt u wat vertellen over de gezinssamenstelling? Vriendin, ik heb een kinderwens Op welke leeftijd kwam u uit de kast? 15 jaar Hoe heeft u uw coming out ervaren? Goed. Op welke manier heeft de coming out wel/geen invloed gehad op uw schooltijd? De coming-out heeft geen invloed gehad op de schooltijd. Denkt u dat uw eigen coming out invloed heeft op de schoolkeuze van uw kinderen? Ja, als ik een kind krijg dan zou ik het liefst wel een school kiezen die homovriendelijk is. Stel je komt voor ouderavond en de leraar is anti- homo, dat lijkt me niet fijn als ouder maar ook niet als kind als je ouders worden beschouwd als anders. Heeft u ervaring met het zoeken naar een basisschool? Nee Welke punten zou u belangrijk vinden bij het vinden van een basisschool? Respect, vertrouwen, warm thuisgevoel. 36
Waarom vindt/vond u deze punten belangrijk? Kind moet zich veilig kunnen voelen en vooral niet anders. Ik heb het liefst dat homoseksualiteit niet bijzonder is. Kent u mensen die ervaring hebben met het zoeken van een basisschool? Nee Maakt het voor de schoolkeuze uit dat u een roze gezin bent? Zo plak je er wel gauw een label op. Ik zou het niet storend vinden, maar zo krijgen je wel het hokjes gedoe. Daar heb ik iets tegen, omdat je het hierdoor al snel een taboe maakt. Onnodig! Zou u gebruik maken van zo n checklist? Ja, het lijkt me handig en het is sowieso van belang om te weten. Zou u na een bezoek aan een school deze folder mee geven? Ja, maar alleen wanneer de school er echt niets van begrijpt.. Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk Wensouder 4 Gezinssamenstelling Een vriendin, apart wonend. (23 jaar) Kinderwens Ja Invloed op coming out Niet zoveel, iedereen reageerde positief op 1 schoolvriendin na. Zij dacht dat ik iedere vrouw zou bespringen en ging heel nerveus doen als ik in haar buurt kwam of haar vriendschappelijk aanraakte. Ik heb haar toen links laten liggen. Hierdoor is onze vriendschap bekoeld, we spreken elkaar nog af en toe. Coming-out van invloed op schoolkeuze kind Nee, omdat we in een steeds tolerantere samenleving leven waarbij steeds meer homoseksuelen geaccepteerd worden. Er ligt minder taboe op homoseksualiteit en het wordt over het algemeen niet meer als een ziekte gezien, in tegenstelling tot een aantal jaar geleden. 37
Belangrijke punten op een basisschool Diverse klassen (met veel verschillende kinderen qua etniciteit, ras, geloof en dergelijke)met veel persoonlijke aandacht voor de individuele leerling. Waarom belangrijk Dit vind ik belangrijk omdat je hiermee de ontwikkeling van een kind stimuleert, het leert alle verschillende aspecten en invalshoeken van de samenleving kennen en wordt persoonlijk gestimuleerd om zichzelf te ontwikkelen. Ik vind het belangrijk dat een school modern is, zowel qua leermiddelen als qua lesmethode, ook vind ik het van belang dat de klassen niet te groot zijn. Zou u zeggen dat u een roze gezin bent Ik zou het in ieder geval niet verzwijgen, waarschijnlijk gaan ik en mijn vrouw samen naar een school om deze te bekijken, waardoor het vanzelf wel duidelijk wordt / ter sprake komt. Als ik in mijn eentje zou gaan zou ik het wel vermijden, maar ik zou er niet heel veel aandacht op vestigen, omdat ik vind dat het een bijzaak is. Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk Wensouder 5 Hoe is uw gezinssamenstelling? Ik woon met mijn zusje en een huisgenoot. Heeft u kinderen? Ik heb geen kinderen, maar wel een kinderwens Op welke manier heeft de coming out wel/geen invloed gehad op uw schooltijd? Mijn coming out was op school geen probleem. Denkt u dat uw eigen coming out invloed heeft op de schoolkeuze van uw kinderen? Ik denk dat, dat heel persoonlijk is en dat het wel degelijk problemen kan veroorzaken. Het ligt denk ik aan de voorlichting in de klas, maar ook de voorlichting die het kind zelf krijgt. Het kind zelf moet volgens mij goed weten dat het niet raar is. Heeft u ervaring bij het zoeken naar een basisschool? Nee 38
Welke punten vindt u belangrijk wanneer u een basisschool zou moeten zoeken voor uw kind? Het is belangrijk dat het dichtbij is, dat de school een goed onderwijssysteem heeft, goede begeleiding en een open houding tegenover verschillende soorten mensen. Daarmee bedoel ik niet alleen homoseksuelen, maar ook mensen met verschillende etnische achtergronden, culturen, geloven e.d. Waarom vindt u deze punten belangrijk? Deze punten zijn belangrijk omdat de basisschool een belangrijke schakel is in de opvoeding van een kind en helpt bij het vormen van een referentiekader waar een kind de rest van zijn leven ideeën mee vormt. Het is dan erg belangrijk dat het de mogelijkheid heeft gehad tot goede educatie en een open houding tegenover verschillende mensen en omgangsvormen in de samenleving. Kent u mensen die ervaring hebben met het zoeken van een basisschool? Ja Weet u hoe zij dit aangepakt hebben? Zij zijn op zoek gegaan naar een school die aansluit bij de ideeën die zij hebben over hoe hun kind les zou moeten krijgen. Het geloof speelde daarbij wel een grote rol. Maakt het voor de schoolkeuze uit dat u een roze gezin zou zijn? Niet in de zin dat ik een school zou uitkiezen omdat er andere roze gezinnen zouden zijn. Wel vind ik respect en tolerantie belangrijke waarden waar vanuit een school moet handelen. Dat in de breedste zin van de woorden en niet enkel jegens roze gezinnen. Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk Zou u gebruik maken van zo n checklist? Misschien wel. Als ik bij een school een goed gevoel zou hebben in termen van de hiervoor aangegeven eisen, zou ik zo n checklist waarschijnlijk niet gebruiken. Als ik mijn twijfels zou hebben zou ik dit waarschijnlijk wel doen. Zou u na een bezoek aan een school deze folder mee geven? Ik denk dat het raar is om een school een folder aan te bieden over roze gezinnen. Zo van Wij zijn een roze gezin, leer over ons.. Daarbij weet ik niet of een folder de lading kan dekken voor alle roze gezinnen. Aan de andere kant is het natuurlijk belangrijk dat een school weet wat er speelt in het gezin en ook weet hoe dit mogelijke vragen teweeg kan brengen. Toch weet ik niet of ik dan een folder zou achterlaten op school. 39
Heeft u nog tips? Ik denk dat dit een lastige kwestie is. Enerzijds denk ik dat je niet teveel de nadruk moet leggen op het roze. Roze gezinnen zijn ook gewoon gezinnen en kinderen die uit de kast komen zijn ook gewoon kinderen. Ik ben helemaal voor voorlichting en bevordering en stimulering van acceptatie en normalisering van homoseksualiteit als verschijnsel in een klas, maar teveel nadruk kan ook schadelijk zijn. Zowel voor een kind als voor een gezin als voor de verhoudingen in een klas. Nadruk hierop maakt juist dat het apart wordt, afwijkt van de norm. Voorlichting moet dus subtiel gegeven worden, bijvoorbeeld tijdens de algemene seksuele voorlichting, biologie of verzorging, etc. Dan kan seksuele geaardheid besproken worden en zo verder. Ik denk niet dat ik zou kiezen voor middelen die nadruk leggen op de apartheid van mensen. Wensouder 6 Kunt u wat vertellen over de gezinssamenstelling? Ik ben samen met mijn vriendin. Heeft u kinderen? Nee, ik heb wel een kinderwens. Op welke leeftijd was uw coming out? Ik was 14 jaar. Hoe heeft u uw coming out ervaren? Enerzijds goed, vooral mijn omgeving reageerde goed. Vooral gelovige van sommige culturen reageerde vervelend. Dus wat dat betreft heeft het mij zeker beïnvloed. Het heeft mij invloed dat ik mijn kind later op een school zou zetten waar geloof niet de hoofdrol speelt. Op welke manier heeft de coming out wel/geen invloed gehad op uw schooltijd? Ik verborg mezelf en hield het voor me. Denkt u dat uw eigen coming out invloed heeft op de schoolkeuze van uw kinderen? Voor de mensen om mij heen, daar vertelde ik het tegen nadat ik zeker wist dat ze niet gelovig waren. Eigenlijk is dat ook mijn meetpunt gebleven. Welke punten vindt/vond u belangrijk bij het vinden van een basisschool? Open minder vrij denke veel aandacht voor de kinderen Wat bedoel je met veel aandacht voor de kinderen? Waar moet ik dan aan denken? Type school, type mens wat er werkt. De kinderen en hun ontwikkeling staat centraal. Niet wie of wat de ouders zijn. Waarom vindt/vond u deze punten belangrijk? Omdat ik zelf heb ervaren hoe waardevol het kan zijn om in deze omgeving op te kunnen groeien. Deze omgeving geeft ruimte voor ontwikkeling en dat is wat een kind nodig heeft. Ruimte om zichzelf te kunnen ontplooien en om (er achter te komen) te worden wie hij of zij is. Kent u mensen die ervaring hebben met het zoeken van een basisschool? Nee. Maakt het voor de schoolkeuze uit dat u een roze gezin bent? Ik denk ik niet. Over het geloof ben ik gestruikeld door mijn ervaringen, maar als ik met een man een kind zou krijgen zou ik daar ook naar kijken. 40
Zou u gebruik maken van een checklist? Ja Wat zou er volgens u in moeten staan? Pestprotocol Zou u na een bezoek aan een school deze folder mee geven? Nee Manier van omgangsvormen die zich afspelen tussen leerlingen Mate van bevorderen van respect en tolerantie in de lessen Mate van bevorderen van nieuwsgierigheid naar diversiteit in de lessen Mate4 van aansluiten aan behoefte van diverse leerlingen Mate van waarborgen van veiligheidsgevoel van de leerling Mate van ingrijpen bij disrespectvol of intolerant gedrag Mate waarin de school voorlichting geeft om vervelend gedrag naar homo s, lesbiennes, biseksuele of transgenders te voorkomen Mate waarin de school informatie beschikbaar heft over homoseksualiteit binnen de school Er zijn leerlingenbegeleiders aanwezig voor eventuele pesterijen Of er meer roze gezinnen aangesloten aan de school zijn Neutraal Niet van belang Matige waarde van belang Zeer belangrijk 41
Bijlage 3 Interviews docenten Docent 1 De eerste basisschool waarvan een docent is geïnterviewd, betreft de basisschool Roomburg te Leiden. De docent is geïnterviewd doormiddel van een mondeling interview. is een leerkracht van groep 8. In hoeverre wordt diversiteit in de samenleving, binnen de les bespreekbaar gemaakt? De basisschool Roomburg werkt met een sociaal- emotionele methode hiervoor: kinderen en hun talenten. Hierbinnen worden allerlei thema s behandeld zoals: anders zijn en ruzie maken en de ruzie weer bijleggen. Deze methode wordt door de hele school gebruikt. Er wordt op deze manier op een speelse manier van de groepen 1 tot en met 8 over diversiteit gesproken. De docent geeft aan dat diversiteit natuurlijk verder gaat dan alleen maar praten over verschillen. Naar aanleiding van deze reden is er binnen het team over dit feit gesproken. Daarnaast heeft EduDivers reeds voorlichting gegeven aan het team over hoe dit kan worden aangepakt. Binnen de school is de vraag nog wel: hoe praat je over de diversiteit? Binnen de huidige methode wordt hier namelijk volgens de docent niet veel aandacht aan geschonken. Voornamelijk het benoemen van de diversiteit is een punt dat moet worden aangepakt. Hoe worden respect en tolerantie in de lessen bevorderd? Volgens de docent zijn er binnen de school leerlingen die een oordeel hebben over homoseksualiteit. De docent vertelt dat ze kordaat ingrijpt indien er sprake is van discriminatie. Ze grijpt het onderwerp direct aan en vraagt aan de leerlingen wat ze van dit onderwerp vinden. Ze maakt het onderwerp bespreekbaar in de klas. Bijvoorbeeld: een leerling roept homo naar een mede leerling. De docent stelt dan de vraag wat bedoel je hier mee? en waarom zeg je dat?. De reactie van de kinderen is dan vaak dat ze schrikken. Op welke manier heeft uw school zicht op de omgangsvormen die zich afspelen tussen de leerlingen? Deze basisschool maakt gebuikt van schoolregels en een gedragsprotocol. Deze schoolregels hangen in de school en in iedere lokaal. Naast de methode sociale talenten worden deze regels altijd erbij gehouden. Alle kinderen hebben weet van deze regels binnen de school en deze regels worden actief gebruikt door de docenten. Het pestprotocol binnen deze school is onderdeel van het gedragsprotocol. Het is niet een apart pest protocol. Binnen het gedragsprotocol staat beschreven hoe de docenten de leerlingen graag willen zien en wat er gebeurt als een leerling zich niet aan de regels houdt. Indien een leerling zich niet veilig voelt als hij gepest wordt, is dit een onderdeel van het gedragsprotocol. Het resultaat van dit gedragsprotocol is dat het voor kinderen, ouders en docenten duidelijk is hoe de leerlingen, docenten en ouders binnen de school omgaan. In groep 8 (de groep van deze docent) wordt er gebruik gemaakt van smileys en uglys. Smileys kunnen verdient worden door correct gedrag te vertonen en ugleys kunnen verdient worden door incorrect gedrag te vertonen. Indien een leerling twee keer een ugly verdient op een dag, wordt de leerling apart gezet in een andere ruimte. Er zit natuurlijk een consequentie aan het gedrag dat wordt vertoont. Het gedragsprotocol gezamenlijk door de docenten opgesteld. Aan het begin van het schooljaar wordt dit protocol opnieuw in de groepen geïntroduceerd binnen de gouden weken. In groep 8 hebben de kinderen bijvoorbeeld zelf posters gemaakt met de regels die zij belangrijk vinden in de klas. Deze posters zijn op verscheidene plekken in de klas opgehangen. Daarnaast is er in groep 8 een complimentenhoekje. Van dit hoekje wordt gebruik gemaakt aan het einde van de schooldag. De leerlingen kunnen een naam opschrijven als ze een compliment uit willen delen. De docent geeft aan dat de leerlingen hier wel aan moeten wennen. Op deze manier kan de dag op een positieve manier worden afgesloten. 42
Daarnaast worden ook de smileys en de ugleys aan het einde van de dag verwijderd, zodat de leerlingen de volgende dag met een schone lei kunnen beginnen. Op welke manier waarborgt de school het veiligheidsgevoel van de leerling? Het veiligheidsgevoel wordt gewaarborgd door het gedragsprotocol, de regels, kringgesprekken, bevorderd. Zie voor meer uitleg vraag 1. De docent geeft aan dat andere docenten op een soortgelijke manier reageren. Binnen het team is er ook sprake van diversiteit, ze vind dit mooi omdat de kinderen hier op deze manier mee te maken krijgen. Er zijn volgens deze docent geen andere docenten die niet over diversiteit praten binnen hun groep. Is er informatie beschikbaar over homoseksualiteit binnen de school? Voornamelijk in de bovenbouw wordt er aandacht besteed aan homoseksualiteit. Dit wordt gedaan door bijvoorbeeld een lesbrief of binnen de biologieles. Daarnaast wordt er binnen het jeugdjournaal en tv-weekjournaal over dit onderwerp gesproken. Dit gebeurt niet door de hele school heen. Volgens de docent valt hier dus nog iets te winnen. In de mediatheek zijn er infoboeken te vinden over homoseksualiteit. Daarnaast zijn er in de bovenbouw boeken te vinden die het over seksualiteit in het algemeen hebben en het ontwikkelen van je lichaam. Het is echter niet het geval dat er in het rooster een les over seksualiteit is ingeplant. Er komt een homo- of lesbisch ouderpaar kijken om een schoolkeuze te maken voor hun kind. Wat is volgens u belangrijk dat dit homo- lesbisch paar te weten komt over uw school? roze ouders dienen volgens deze docent hetzelfde te weten over deze school als alle andere ouders. Daarnaast is het van belang dat de ouders weten dat deze school hier niet negatief tegenover staat. Aan welke informatie m.b.t. roze-ouders en hun schoolkeuze heeft u behoefte, indien er een folder wordt ontworpen voor scholen? De docent geeft aan dat de checklist een uitkomst is. Daarnaast is ze geïnteresseerd in de folder die wij zullen ontwerpen voor de basisscholen. Docent 2 Ten tweede is een docent geïnterviewd van basisschool de Morskring te Leiden. De docent is geïnterviewd doormiddel van het schriftelijk invullen van een vragenlijst. De docent is momenteel leerkracht van groep 1/2 en heeft in het verleden op meerdere basisscholen in Leiden gewerkt. In hoeverre wordt diversiteit in de samenleving, binnen de les bespreekbaar gemaakt? Voor de diversiteit in de samenleving wordt binnen deze school geen gebruik gemaakt van een methode. Bij vragen of opmerkingen van de kinderen, probeer ik altijd zo breed mogelijk in te zetten: Jouw pappa en mamma zijn verliefd op elkaar, maar je kan ook als meisje verliefd op n meisje worden. Dit ook voor de multiculturele gezinnen. Ik probeer het altijd in n context te plaatsen die kinderen begrijpen. Of uit te spelen met knuffels etc. Ik ga wel altijd in op kinderen die iets totaal afwijzen, vaak door hun eigen achtergrond, jij vindt iets, maar een ander vindt ook iets. Op mijn vorige school werkten we ook met lentekriebels, waarbij verliefdheid hoe dan ook besproken wordt. Dit vond ik een fijne manier van werken. En filosoferend met de kinderen hierop ingaan is ook leerzaam! 43
Op welke manier heeft uw school zicht op de omgangsvormen die zich afspelen tussen de leerlingen? Basisschool de Morskring maakt gebruik van kanjertraining: een methode voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit betreft een programma dat voornamelijk preventief te werk gaat. Binnen de kanjertraining staan een aantal doelen centraal: - De leerkracht wordt gerespecteerd - Pestproblemen worden hanteerbaar/lossen zich op - Leerlingen durven zichzelf te zijn - Leerlingen voelen zich veilig - Leerlingen voelen zich bij elkaar betrokken - Leerlingen kunnen hun gevoelens onder woorden brengen - Leerlingen krijgen meer zelfvertrouwen Voor de kanjertraining is er momenteel nog geen evaluatie beschikbaar. Naast de kanjertraining maakt de Morskring ook gebruik van het pestprotocol. Hoe worden respect en tolerantie in de lessen bevorderd? Binnen de Kanjertraining, waar wij mee werken worden ook respect en tolerantie bevorderd. Op welke manier waarborgt de school het veiligheidsgevoel van de leerling? Daar heb ik eerlijk gezegd geen idee van. Ik neem aan dat indien een leerling zich onveilig voelt, eerst de leerkracht wordt gewaarschuwd, en vervolgens de ouders. Hoe grijpt de school in bij disrespectvol en intolerant gedrag? Ik weet geen concreet voorbeeld. Ik neem aan dat er een protocol zal zijn, maar praktijk wijst uit, dat je vaak ook individueel te werk zult gaan. Iedereen reageert vanuit zijn/haar achtergrond, dus daar moet je je als school op aan passen. Wel is het daarbij van belang dat de visie van de school hoog in het vaandel wordt gehouden. Is er informatie beschikbaar over homoseksualiteit binnen de school? Volgens mij is er binnen de school geen informatie beschikbaar over homoseksualiteit. Er komt een homo- of lesbisch ouderpaar kijken om een schoolkeuze te maken voor hun kind. Wat is volgens u belangrijk dat dit homo- lesbisch paar te weten komt over uw school? Het is van belang dat zij de algemene schoolinformatie weten. Daarnaast dienen zij te weten dat wij open staan voor iedereen. Iedereen is welkom welke achtergrond je ook hebt. Daarentegen verwachten wij ook nog wat terug van de ouders. We moeten daar gezamenlijk aan werken. Aan welke informatie m.b.t. roze-ouders en hun schoolkeuze heeft u behoefte, indien er een folder wordt ontworpen voor scholen? Persoonlijk heb ik daar geen behoefte. Persoonlijk ben ik tegen stigma's, maar dat komt denk ik omdat ik heel open tegen het onderwerp aankijk. Wellicht is dit wat naïef. Daarnaast vraag ik me af of er vanuit de roze ouders behoefte is aan een checklist. Wij zijn een school met n breed publiek, dus veel ouders zullen zich er thuis voelen. Op een school met een ander publiek, zal dit hoogstwaarschijnlijk anders zijn. Als ouder kies je een school die qua gevoel ook dichtbij je staat. Docent 3 De derde docent die is geïnterviewd, betreft ook een docent van basisschool de Morskring. Deze docent is geïnterviewd doormiddel van het schriftelijk invullen van een vragenlijst. Momenteel is de docent leerkracht van groep 3. In hoeverre wordt diversiteit in de samenleving, binnen de les bespreekbaar gemaakt? Dagelijks naar aanleiding van gebeurtenissen thuis, op journaal etc. En naar aanleiding van conflictbesprekingen die we hebben na een pauze/overblijf. Binnen de morskring 44
maken we gebruik van de Kanjertraining (zie de beschrijving bij docent 2). Deze training maakt bijvoorbeeld het uitschelden voor homo maakt dit onderwerp bespreekbaar. Hoe worden respect en tolerantie in de lessen bevorderd? Door middel van de kanjertraining kunnen we dagelijks verwijzen naar de regels die wij binnen de school met elkaar hebben afgesproken. Die regels hangen in de klas en zijn door elk kind ondertekend. Daarnaast is na elk speelkwartier is er een evaluatie in de klas over hoe het spelen ging. Hoe we met elkaar zijn omgegaan. Op welke manier heeft uw school zicht op de omgangsvormen die zich afspelen tussen de leerlingen? Zie de voorgaande vraag. Daarnaast houdt de intern begeleider dit bij. Hoe grijpt de school in bij disrespectvol en intolerant gedrag? Leerlingen en ouders worden uitgenodigd voor gesprek. Bij klassikaal slecht gedrag wordt de hulp ingeroepen van externe begeleiders via O.AD. dit betreffen specialisten op dit gebied. Het is voorgekomen dat door een aantal kinderen in een groep een heel slechte groepssfeer ontstond met intolerantie en disrespect. Toen is er externe hulp aangevraagd on dit op te lossen en met succes. Op welke manier waarborgt de school het veiligheidsgevoel van de leerling? Er is zijn twee vertrouwenspersonen (man en vrouw) om klachten kenbaar te maken. Om het veiligheidsgevoel te waarborgen vinden pauzes van de onderbouw/ middenbouw/ bovenbouw op verschillende tijden plaats zodat bepaald gedrag van oudere leerlingen beperkt wordt. In teamvergaderingen wordt de gezamenlijke aanpak geregeld besproken. Is er informatie beschikbaar over homoseksualiteit binnen de school? Ja, in de mediatheek zijn boeken beschikbaar. Er komt een homo- of lesbisch ouderpaar kijken om een schoolkeuze te maken voor hun kind. Wat is volgens u belangrijk dat dit homo- lesbisch paar te weten komt over uw school? De manier waarop wij omgaan met homoseksualiteit en hoe wij eventuele problemen aanpakken. Aan welke informatie m.b.t. roze ouders en hun schoolkeuze heeft u behoefte, indien er een folder wordt ontworpen voor scholen? Aan welke informatie er behoefte is, dient te worden nagevraagd bij de intern begeleider van de school. Docent 4 Docent vier betreft een docent van de basisschool de Regenboog. Deze docent is geïnterviewd doormiddel van het schriftelijk invullen van een vragenlijst. Het betreft een leerkracht van groep 8. In hoeverre wordt diversiteit in de samenleving binnen de lessen bespreekbaar gemaakt? Diversiteit wordt binnen de lessen bespreekbaar gemaakt door middel van het project lentekriebels en het liefdesplein van het tv-weekjournaal. Hoe worden respect en tolerantie binnen de lessen bevorderd? In de eerste schoolweek wordt het pestprotocol gemaakt en gedragsregels opgesteld, de leerlingen ondertekenen en het geheel wordt zichtbaar in de klas opgehangen. Gedurende het schooljaar wordt hier aandacht aan besteed. 45
Op welke manier heeft uw school zicht op de omgangsvormen die zich afspelen tussen de leerlingen? Wij hebben vastgesteld wat iedere groep doet aan "Gezond Gedrag". Uit de evaluatie zou moeten blijken hoe de kinderen met elkaar omgaan, soms met, en soms zonder resultaat. Dit is ook afhankelijk van hoe ouders hiermee omgaan. Wat is thuis de regel. Hoe grijpt de school in bij disrespectvol en intolerant gedrag? Bij overtreding volgt een gesprek, meestal met ouders erbij of andere maatregelen zoals straf. We hebben een goede wijkagent en contact met Bureau Halt. Ook is er een schorsings- en verwijder-beleid. Er is gebruikgemaakt van al deze maatregelen. Er is een algemene aanpak en bij herhaling een individuele. Op welke manier waarborgt de school het veiligheidsgevoel van de leerling? Bij oudere leerlingen kan het plagen/pesten op een meer ingewikkelde manier doorgaan. Ook kan er sprake zijn van digi-pesten. Op school krijgen we een aantal gastlessen hierover van bureau Halt (onder ander over normen en waarden en digi-pesten). Op school hebben wij 2 vertrouwenspersonen die aan het begin van het schooljaar de klassen rond gaan om zich te presenteren. Wij hopen als school zeker te zorgen voor een veilige omgeving. Is er informatie beschikbaar over homoseksualiteit binnen de school? Er is informatie beschikbaar over seksualiteit in diverse boeken over seksualiteit. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van digibord-lessen van het liefdesplein. Posters zijn er niet. Er komt een homo- of lesbisch ouderpaar kijken om een schoolkeuze te maken voor hun kind. Wat is volgens u belangrijk dat dit homo- lesbisch paar te weten komt over uw school? Onze toets-resultaten en leer en lesprogramma's natuurlijk! En hoe we omgaan met leerlingen die uitvallen of opvallen. Daarnaast is het van belang om te weten dat wij oog hebben voor het individuele kind binnen het groepsgebeuren. Aan welke informatie m.b.t. roze ouders en hun schoolkeuze heeft u behoefte, indien er een folder wordt ontworpen voor scholen? Echt geen idee. Bedoel je 2 vaders of 2 moeders die samen kinderen hebben gekregen? Ieder nieuw ouderpaar krijgt een rondleiding en gesprek met de directeur. Ik neem aan dat er in dat gesprek wel het een en ander wordt doorgenomen, wat de wensen zijn etc. Docent 5 De vijfde docent die is geïnterviewd betreft een intern begeleider van een onbekende basisschool. Deze docent is geïnterviewd doormiddel van het schriftelijk invullen van een vragenlijst. In hoeverre wordt diversiteit in de samenleving binnen de les bespreekbaar gemaakt? Bij verschillende zaakvakken en bij de kanjertraining wordt diversiteit in de samenleving bespreekbaar gemaakt. Daarnaast wordt er in de lessen benadrukt dat iedereen anders is, en dat de eigenheid moet worden gerespecteerd. Hoe worden respect en tolerantie in de lessen bevorderd? Door middel van de kanjerlessen worden respect en tolerantie in de lessen bevorderd. Op welke manier heeft uw school zicht op de omgangsvormen die zich binnen de school afspelen? Door middel van de kanjertraining wordt er zicht gekregen op de omgangsvormen die zich binnen de school afspelen. 46
Hoe grijpt de school in bij disrespectvol en intolerant gedrag? Er wordt ingegrepen bij disrespectvol en intolerant gedrag voor zover daar zicht op is. Er is een algemene aanpak. Als deze algemene aanpak niet aanslaat wordt er wel individueel gesproken en gekeken wat nog zou kunnen helpen. Indien het nodig is, wordt er doorverwezen naar externe instanties. Op welke manier waarborgt de school het veiligheidsgevoel van de leerlingen? Doormiddel van duidelijke regels en afspraken. Daarnaast wordt het veiligheidsgevoel bevorderd doormiddel van de kanjertraining. Is er informatie beschikbaar over homoseksualiteit binnen de school? Ik heb geen idee. Er zou een methode moeten zijn, maar daar heb ik momenteel geen zicht op. Aan welke informatie m.b.t. roze ouders en hun schoolkeuze heeft u behoefte, indien er een folder wordt ontworpen voor scholen? Ik denk dat er niet specifiek aandacht moet worden besteed aan dit onderwerp. Dit omdat dit ook niet voor andere groepen wordt gedaan. 47