Convenant vermindering huisuitzettingen als gevolg van huurschuld tussen corporaties en gemeente Den Haag
CONVENANT VERMINDERING HUISUITZETTINGEN ALS GEVOLG VAN HUURSCHULD tussen gemeente Den Haag en de woningcorporaties Haag Wonen, Staedion en Vestia De gemeente Den Haag, dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur Participatie en Voorzieningen, mevrouw ir. A.C. Kroon, hierna te noemen de gemeente" en Woningstichting Haag Wonen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw drs. P.J. van den Berk, directeur Woonbedrijven, en Staedion, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer S. Vrouwenfelder, directeur Klantbedrijf Escamp, en Stichting Vestia Groep, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer R.W. van Eijkeren, bedrijfsdirecteur Vestia Den Haag Zuid-Oost, hierna te noemen de corporaties. De gemeente en de corporaties gezamenlijk hierna te noemen de partijen". Overwegende dat I Partijen hebben uitgesproken dat ze zich inzetten om met maximale inzet het aantal huisuitzettingen zo minimaal mogelijk te houden. II Partijen in het proces van huisuitzetting 3 fases onderschrijven en de partijen in iedere fase een specifieke rol hebben. Zie bijlage I. III De woningcorporaties het als onderdeel van hun taak zien huurders met een huurschuld de ruimte te geven een oplossing te vinden voor hun huurschuld om zo incasso- en deurwaarderskosten, ontbinding van de huurovereenkomst en uithuiszetting op grond van huurachterstand te voorkomen. IV Het College van B & W heeft besloten (zie raadsmededeling dd. 16/12/08, ris 160020) de pilot Vermindering Huisuitzetting om te zetten in regulier beleid binnen de multidisciplinaire werkwijze van de dienst SZW/afdeling Den Haag OpMaat, de multidisciplinaire teams ook in te zetten bij huurschulden in de preventieve fase (vóór het vonnis) en deze aanpak uit te breiden over heel Den Haag. Zie bijlage II. V De gemeente werkt volgens de gedragscode schuldregeling van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NWK). VI De gemeente een onderzoek start naar de mogelijkheden van vroegsignalering bij schuldenproblematiek. VII Partijen de afspraken over samenwerking om vermindering van huisuitzetting te bewerkstelligen in een convenant wensen vast te leggen. komen het volgende overeen: Ontvangen: Afdoening 2 9 OKT 2010 Kopie t.k.n. gezonden Rappel Ontv.bev. Dep. SZWALGM.03
Artikel 1: Doelstellingen en doelgroep Partijen stellen zich ten doel: Lid 1: Huisuitzetting als gevolg van huurschuld (uit corporatiewoningen) in Den Haag zo veel mogelijk te beperken door actieve interventie in de financiële, sociale en/of sociale psychische problematiek van de huurder. Lid 2: Doelgroep: alle huurders van corporatiewoningen die geconfronteerd worden met een (dreigende) huisuitzetting als gevolg van huurschuld, uitgezonderd die huurders waarvoor de corporaties een veto (door overlast, fraude, hennep, overbewoning e.d.) hebben uitgesproken. Artikel 2: Rollen, verantwoordelijkheden en werkwijze Lid 1: Partijen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de afspraken uit het convenant te realiseren. Dit houdt in dat zij zorgen voor de benodigde randvoorwaarden en voldoende capaciteit om deze aanpak in de praktijk vorm te geven. Lid 2: Op uitvoerend niveau dragen de corporaties zorg voor preventie, signalering en doorverwijzing. Lid 3: De corporaties brengen hun incassobeleid zo veel mogelijk in overeenstemming met de bepalingen in dit convenant. Zij zullen zich inspannen om ontstane achterstallige vorderingen middels een actief incassobeleid van de huurder betaald te krijgen. Lid 4: Op uitvoerend niveau draagt de gemeente zorg voor sociaal casemanagement, preventie, schuldhulpverlening en budgetbeheer. Lid 5: De gemeente werkt volgens de werkwijze Haagse Aanpak : één zorgplan onder regie van één casemanager voor één burger/gezin. L Artikel 3: Organisatie, planning, regie en rapportage/monitoring Lid 1: Organisatie: partijen zijn op management niveau vertegenwoordigd in de projectgroep onder leiding van de gemeente. De taak van de projectgroep is regie te voeren en effectieve sturing te geven aan het totale proces. Partijen benoemen leemtes en spreken elkaar aan om een oplossing te vinden. Partijen zijn op operationeel niveau vertegenwoordigd in het multidisciplinair team waar de begeleiding van cliënten daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Dit team staat onder leiding van de gemeente. Lid 2: Monitoring: partijen maken gezamenlijk concrete afspraken over prestatie indicatoren en de te leveren resultaten/effecten. Deze afspraken zullen als bijlage worden toegevoegd aan het convenant. Lid 3: Rapportage/monitoring: de gemeente rapporteert per kwartaal op basis van beschikbaar gestelde gegevens door alle partijen, op basis waarvan de projectgroep kan sturen. Jaarlijks draagt de projectgroep zorg voor een rapportage aan het bestuurlijk overleg tussen gemeente en corporaties. Lid 4: Planning: zie plan van aanpak, bijlage III. Lid 5: Partijen zullen elkaar wederzijds informeren, indien de voortgang van de uit dit convenant voortvloeiende samenwerkingsafspraken vertraging dreigt te ondervinden c.q. heeft ondervonden. Artikel 4: Financiën Iedere partij draagt de kosten voor de eigen inspanning. Wanneer één van de partijen van mening is dat dit tot een onevenredige verdeling leidt, heeft deze partij de mogelijkheid dit onderwerp te agenderen. Type: concept 0.1 Creatiedatum: 9-4-2010 12:51 2 / 2 4
Artikel 5: Informatie-uitwisseling en geheimhouding Lid 1: Partijen verplichten zich binnen het kader van de samenwerking tot maximale informatie-uitwisseling. Hierbij wordt de wet bescherming persoonsgegevens door partijen in acht genomen. Lid 2: Partijen zeggen toe wederzijds verstrekte informatie niet voor andere doeleinden te gebruiken. Artikel 6: Geschillen Lid 1: Bij geschillen in samenwerking beslissen partijen gezamenlijk. Partijen spannen zich tot het uiterste in om geschillen op te lossen, indien nodig en gewenst maken zij gebruik van mediation. Procedures hiervoor kunnen worden vastgelegd in een bijlage. Lid 2: Elke deelnemende partij behoudt zich het recht voor, bij onoverkomelijke geschillen, de samenwerking te staken. Zie verder ook artikel 9. Artikel 7: Voorlichting en contact media Over voorlichtingsactiviteiten en contacten met de media, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op de onderwerpen die de samenwerking direct of indirect aangaan, wordt, indien mogelijk, steeds vooraf met de gemeente, afdeling communicatie, overleg gepleegd. Dit met als doel omwille van eenduidigheid zoveel als mogelijk één communicatie-kanaal te gebruiken. Artikel 8: Toetreding nieuwe partijen Nieuwe partijen kunnen tot dit convenant toetreden op voordracht/uitnodiging van één van de convenantpartijen, mits alle partijen daarvoor toestemming verlenen. Artikel 9: Inwerkingtreding - looptijd - beëindiging Lid 1: Dit convenant is aangegaan voor twee jaar. Na ondertekening van het convenant treedt het convenant in werking vanaf 1 april 2010 en eindigt per 1 april 2012. Lid 2: Tenminste twee maanden voor deze einddatum heeft er een evaluatie plaatsgevonden op basis waarvan partijen besluiten tot continuering van dit convenant. Lid 3: Daarna zal dit convenant steeds voor een periode van 1 jaar stilzwijgend worden verlengd. Lid 4: Het convenant kan gedurende de looptijd slechts door een partij worden beëindigd in geval van een onoverkomelijk geschil als bedoeld in artikel 6 met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Lid 5: Het convenant is op hoofdlijnen opgesteld. Operationele afspraken zijn of worden geconcretiseerd in de bijlage(n). De samenwerkingsafspraken op moment van vonnis zijn gereed en als bijlage toegevoegd. Zie bijlage IV Lid 6: Deze bijlagen zijn dynamisch waarbij verandering van inzicht of ontwikkelingen van welke aard dan ook aanleiding kunnen geven tot wijzigingen. Lid 7: Op basis van de jaarlijkse rapportage (zie artikel 3), kunnen bijlagen toegevoegd worden of de inhoud van de bijlagen aangepast worden, met instemming van alle partijen. Lid 8: Wijzigingen in bijlagen of nieuw toe te voegen bijlagen dienen te worden goedgekeurd door gemandateerde vertegenwoordigers van de partijen. Lid 9: Door partijen goedgekeurde bijlagen zijn onlosmakelijk met dit convenant verbonden en maken daar deel van uit. Type: concept 0.1 Creatiedatum: 9-4-2010 12:51 3 / 2 4
Aldus overeengekomen te Den Haag op 12 april 2010 en in viervoud ondertekend: Gemeente Den Haa; Mevrouw ir. A.C. Ki Directeur Participatie rzienmgen, Woningstichting Haag Wonen Mevrouw drs. P.J. van den Berk Directeur Woonbedrijven, Staedion De heer S. Vrouwenfelder, directeur Klantbedrijf Escamp, Stichting Vestia Groep De heeij_r.w. v ^ i Eijkeren, bec Bijlagen: Bijlage I : de 3 fases in het proces van huisuitzettingen Bijlage II: raadsmededeling college B & W, dd.16/12/08 Bijlage III: plan van aanpak project vermindering huisuitzettingen Bijlage IV: samenwerkingsafspraken op moment van vonnis Type: concept 0.1 Creatiedatum: 9-4-2010 12:51 4 / 2 4
Bijlage I Drie fases in het proces van huisuitzetting In het Haagse model is het proces tot huisuitzetting opgedeeld in drie fases: Fase 1: de preventieve fase, verantwoordelijkheid corporaties. In deze fase signaleert de corporatie dat er een huurschuld ontstaat en tracht de corporatie de achterstallige huur te innen, eventueel door het inschakelen van een incassobureau. Primaire verantwoordelijkheid in deze fase ligt bij de corporatie zelf waarbij zij de diverse (schuld)hulpverleners in de stad en de gemeente kunnen inschakelen om verdere problemen te voorkomen. De corporatie draagt de huurschuld over aan de deurwaarder. Wanneer ook de inspanningen van de deurwaarder geen effect resulteren vraagt hij om een ontruimingsvonnis. Afschriften van de ontruimingsvonnissen worden verstuurd naar de gemeente. Fase 2: vonnis tot uitzetting, gezamenlijke verantwoordelijkheid corporaties en gemeente. In deze fase ligt er een vonnis tot huisuitzetting. De dienst SZW doet een (laatste) aanbod tot integrale hulpverlening. Door de betreffende bewoners hulp op maat te bieden tracht de dienst SZW de huurschulden terug te brengen en de dreigende uitzetting alsnog af te wenden. Hiertoe heeft de gemeente multidisciplinaire teams (MDT s) ingericht die opereren op wijkniveau. Fase 3: de uitzetting, verantwoordelijkheid gemeente. De uitzetting is een feit en de gemeente is verantwoordelijk voor de opvang van de uitgezette bewoners. Type: concept 0.1 Creatiedatum: 9-4-2010 12:51 5/ 2 4