Leerlingenprognose VO

Vergelijkbare documenten
Leerlingenprognose speciaal onderwijs

[Geef tekst op] Leerlingenprognose SBO en SO. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Leerlingenprognose VO CONCEPT /'

Leerlingenprognose VO

Leerlingenprognose voortgezet onderwijs 2015

Leerlingenprognose voortgezet onderwijs 2017

Leerlingenprognose basisonderwijs

Leerlingaantal VO Amsterdam

Capaciteit van VO scholen en leerlingenprognose 2014/ 15 vergeleken

Zittenblijven in het Amsterdamse voortgezet onderwijs

Leerlingenprognose Zuidelijk Noord-Holland

Stapelaars in het voortgezet onderwijs

Actualisatie leerlingenprognose basisonderwijs

PROGNOSE VOORTGEZET ONDERWIJS ZOETERMEER

PROGNOSE VOORTGEZET ONDERWIJS MAASTRICHT

Woon-werkstromen van Amsterdams onderwijspersoneel po, so en vo

Leerlingenprognose basisonderwijs, speciaal en voortgezet onderwijs

Leerlingenprognose basisonderwijs, speciaal en voortgezet onderwijs Versie voor de schoolbesturen

Leerlingenprognose basisonderwijs, speciaal en voortgezet onderwijs

Studenten aan lerarenopleidingen

Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2018

Schoolloopbanen. Deel twee: Een verdieping naar basisschooladvies. In opdracht van: DMO. Projectnummer: Lotje Cohen MSc

Leerlingenprognose basisonderwijs 2016

Fact sheet. dat de segregatie in het voortgezet onderwijs

Leerlingenprognose Voortgezet Onderwijs gemeente Tilburg Gemeente Tilburg Informatie- & Kenniscentrum Maart 2015

Leerlingenprognose voortgezet onderwijs 2015

Bewoners regio kopen minder in eigen gemeente

Leerlingenprognose BO

Leerlingenprognose PO

Leerlingenprognoses in vogelvlucht. Analist Planning & Prognose

Schoolloopbanen. Deel drie: Resultaten per school. In opdracht van: DMO. Projectnummer: Lotje Cohen MSc

!"#$%$&'$#&((#')$$#'*+,-"'"$'.#+/0$&'12'3$'4(,"1#$&'3+$'5$+3$&'"1"'(,-"$#65+/%$&3$'

Leerlingenprognose PO

Bevolkingsprognose Nieuwegein 2011

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Leerlingenprognose Noord-Holland Noord

Drentse Onderwijsmonitor

Joost Meijer, Amsterdam, 2015

Rapport basisschool De Ontdekkingsreis Gemeente Utrechtse Heuvelrug

Plan van Scholen

Segregatie in het Amsterdamse onderwijs. PO en VO. Onderzoek, Informatie en Statistiek

Leerlingenprognose Flevoland

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop

Leerlingenprognose Rijnmond en Haaglanden

S.I.O.Z. Stichting Islamitisch Onderwijs Zaanstad

Ontwikkeling en regionale verdeling van de vmbo-leerlingen elektro-, installatie- en metaaltechniek ( )

Leerlingenprognose Rijnstreek

Scenariomodel VO. Een leerlingenprognose-instrument voor scenario-analyses. Richard Defourny

Schoolloopbanen in het Amsterdamse voortgezet onderwijs

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Drentse Onderwijsmonitor

Fact sheet. Bevolkingsprognose. Jaarlijks Amsterdammers erbij. Amsterdam blijft groeien. nummer 4 mei 2014

Leerlingenprognose PO 2013/'14

Voortgezet onderwijs. Ontwikkeling van het aantal leerlingen in Noord-Brabant. Transvorm Tilburg, januari 2019 T F

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn Augustus 2014

Transcriptie:

Leerlingenprognose VO /'

Leerlingenprognose VO / In opdracht van: Onderwijs, Jeugd en Zorg Projectnummer: drs. Manilde van der Oord dr. Annika Smits Merel van der Wouden MSc dr. Esther Jakobs Bezoekadres: Oudezijds Voorburgwal Postbus, AR Amsterdam m.van.der.wouden@amsterdam.nl Telefoon www.ois.amsterdam.nl Amsterdam, maart Foto voorzijde: Scholieren, fotograaf Henk Rougoor ()

Leerlingenprognose VO / Inhoud Samenvatting Inleiding Leerlingenprognose /. De leerlingenprognose VO /. Leerlingenprognose / per schoolsoort. Leerlingenprognose / per windrichting VO basisgeneratie. Vergelijking van de VO basisgeneratie. VO basisgeneratie per stadsdeel. Vergelijking leerlingenprognose / en telling. Amsterdamse leerlingen blijven vaker in de stad Werkwijze leerlingenprognose /. Algemene uitgangspunten Bijlage Specificatie veronderstellingen Aanpassingen vooraf toegepast Aannames in softwarepakket GPRO voor de lange termijn prognose Aannames in softwarepakket GPRO voor de korte termijn prognose

Leerlingenprognose VO / Samenvatting Uit de jongste leerlingenprognose VO / van OIS blijkt dat het leerlingenaantal in Amsterdam zal stijgen met ongeveer. leerlingen in de komende tien jaar. Dit leidt in vergelijking met de vorige prognose tot een lagere stijging van het leerlingenaantal de komende jaren. Dit is onder andere het gevolg van een iets minder sterke stijging van het leerlingenaantal het afgelopen schooljaar ten opzichte van het jaar daarvoor. De jongste prognose laat zien dat het leerlingenaantal zal groeien met ongeveer. leerlingen in de komende tien jaar: van. in schooljaar / tot. in / (+,%) en dat het leerlingenaantal daarna enige tijd redelijk stabiel zal blijven en in /. zal zijn (+,%). Dit leidt in vergelijking met de vorige prognose tot ongeveer leerlingen minder in schooljaar / en ongeveer. minder in schooljaar /. Figuur Leerlingenprognose VO / in vergelijking met leerlingenprognose VO / en de basisgeneratie VO (aantallen) 50.000 abs. 48.000 46.000 44.000 42.000 40.000 38.000 36.000 34.000 feitelijk leerlingenaantal prognose leerlingenaantal 2015/'16 prognose leerlingenaantal 2016/'17 bron: OIS In het leerlingenprognosemodel worden Amsterdammers in de leeftijd tot en met jaar, de VO basisgeneratie, als input gebruikt. De prognose van de VO basisgeneratie vloeit voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden voordeden en de aannames over de trends hierin. De belangrijkste ontwikkeling voor de VO scholen is dat de leeftijdsgroep van en met jaar de komende jaren zal blijven groeien en vanaf gaat afnemen. De verschillen tussen de nieuwe prognose van de VO basisgeneratie en die uit worden voornamelijk veroorzaakt door het verder toegenomen vertrek uit de stad van gezinnen met jonge kinderen in en. Als gevolg hiervan komt de VO basisgeneratie lager uit vanaf

Leerlingenprognose VO / het jaar. Een ander verschil tussen de jongste bevolkingsprognose en de prognose van is dat er in de nieuwe prognose meer nieuwe woningen worden verwacht. Op de ontwikkeling van de VO basisgeneratie heeft de verdere groei van de woningvoorraad echter nauwelijks effect. De extra woningen zouden vanaf zo n jaar na oplevering tot een groei van de VO basisgeneratie kunnen leiden, maar dit effect wordt geremd door het huidige vertrek van jonge gezinnen uit de stad.

Leerlingenprognose VO / Inleiding Sinds enkele jaren maakt (OIS) in opdracht van Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ) Amsterdamse leerlingenprognoses voor het PO, VO en SO 1. De leerlingenprognose geeft inzicht in hoeveel leerlingen scholen mogen verwachten op basis van de gesignaleerde demografische ontwikkelingen. Deze prognose wordt onder meer gebruikt voor de planning van huisvesting van scholen. OIS gebruikt het programma Gpro van het bedrijf Pronexus om de leerlingenprognose te maken. Gegevens die dit programma gebruikt voor de VO prognose zijn de bevolkingsprognose over de omvang van de bevolking naar leeftijd en buurtcombinatie (OIS), de integrale oktobertelling van de aantallen leerlingen per school per leeftijd en het woonstadsdeel van de leerlingen (DUO/ERISA). In opdracht van OJZ heeft OIS voor schooljaar / voor de vierde keer een leerlingenprognose gemaakt, die in deze rapportage wordt gepresenteerd. In het eerste hoofdstuk wordt de nieuwe leerlingenprognose gepresenteerd en volgt een korte analyse van de verwachte ontwikkelingen per schoolsoort en windrichting. In het tweede hoofdstuk wordt de basis van de leerlingenprognose, de jongste prognose van de VO basisgeneratie (de groep Amsterdammers in de leeftijd van tot en met jaar), besproken en vergeleken met de bevolkingsprognose van. Dit geeft inzicht in welke stadsdelen er veranderingen in het aantal jongeren worden verwacht. Vervolgens wordt de leerlingenprognose van / over schooljaar / vergeleken met de leerlingentelling van oktober. Op deze manier worden de verschillen tussen de geprognotiseerde aantallen en de feitelijke tellingen duidelijk en wordt inzichtelijk of en waar er grote verschillen zijn. Deze vergelijkingen hebben waar nodig tot aanpassingen in de aannames van de nieuwe leerlingenprognose geleid. In het laatste hoofdstuk beschrijven we hoe de leerlingenprognose / tot stand is gekomen en welke aanpassingen er zijn gedaan. Ten slotte staan in de bijlage een gedetailleerde specificatie van de aanpassingen in de leerlingenprognose beschreven. 1 OIS, Leerlingenprognose / PO, Amsterdam, maart & OIS, Leerlingenprognose / VO, Amsterdam, maart & OIS, Leerlingenprognose speciaal onderwijs /, Amsterdam, april

Leerlingenprognose VO / Leerlingenprognose / In dit hoofdstuk bespreken we de leerlingenprognose / (paragraaf.). In de tweede paragraaf bespreken we de leerlingenprognose per schoolsoort en in de derde paragraaf per windrichting. In de vierde paragraaf bekijken we welke nieuwe scholen er (misschien) in schooljaar / gaan starten.. De leerlingenprognose VO / De jongste prognose laat zien dat het leerlingenaantal naar verwachting zal groeien met ongeveer. leerlingen in de komende tien jaar: van. in schooljaar / tot. in / (+,%) en dat het leerlingenaantal daarna enige tijd redelijk stabiel zal blijven en in /. zal zijn (+,%). Dit leidt in vergelijking met de vorige prognose tot ongeveer leerlingen minder in schooljaar / en ongeveer. minder in schooljaar /. Dit is op de korte termijn een gevolg van een lagere startsituatie (het feitelijk aantal leerlingen in het meest recente schooljaar), en op de lange termijn van het vertrek van jonge gezinnen uit de stad. Figuur. Leerlingenprognose VO / in vergelijking met leerlingenprognose VO / en de basisgeneratie VO (aantallen) 50.000 abs. 48.000 46.000 44.000 42.000 40.000 38.000 36.000 34.000 feitelijk leerlingenaantal prognose leerlingenaantal 2015/'16 prognose leerlingenaantal 2016/'17 bron: OIS Bij een vergelijking tussen de leerlingenprognose voor / en de voorlopige oktober leerlingentelling (DUO) zien we dat er ongeveer leerlingen minder in Amsterdam naar een middelbare school zijn gegaan dan vorig jaar geprognotiseerd. De trend van een minder sterke

Leerlingenprognose VO / stijging van het leerlingenaantal in het Amsterdamse VO die we zagen de afgelopen jaren zet dus door. In schooljaar / was de groei ten opzichte van het schooljaar daarvoor leerlingen. Schooljaar / kende een groei van leerlingen ten opzichte van schooljaar /. Natuurlijk zijn er verschillen tussen scholen. Van de recent gestarte scholen wordt verwacht dat zij de komende periode bovengemiddeld zullen groeien. Ook zijn er scholen die het afgelopen jaar minder leerlingen telden dan een jaar eerder, waardoor ze krimpen in de huidige prognose. In onderstaande figuur zijn de scholen te zien die opvallen vanwege een groei (ver) boven of een daling (ver) onder het gemiddelde van de stad (gemiddeld zullen scholen licht groeien:,% in de komende jaar). Figuur. Verwachte ontwikkeling leerlingenaantallen VO scholen tussen / / bron: OIS. Leerlingenprognose / per schoolsoort In de komende tien jaar is de verwachte groei op de vmbo scholen (+%) en vmbo t (en havo) scholen (+%) lager dan de stedelijke groei van,%, zie figuur.. De ontwikkeling van de leerlingenaantallen op havo/vwo scholen (+%), categorale vwo scholen (+%) en praktijkscholen (+%) is naar verwachting vrijwel gelijk aan het stedelijk gemiddelde.

Leerlingenprognose VO / Figuur. Leerlingenprognose VO /, naar schoolsoort (aantallen) 16.000 abs. 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 scholengemeenschappen havo/vwo scholen vmbo scholen vwo scholen vmbo t/(en havo) scholen praktijkonderwijs havo scholen internationaal onderwijs 2.000 0 bron: OIS. Leerlingenprognose / per windrichting In Noord is sprake van de relatief grootste verwachte groei in leerlingaantallen, namelijk met % van. in / tot ongeveer. in / (zie figuur.). Dit is een gevolg van de toenemende woningbouw in dit stadsdeel. In de windrichting Oost/Zuidoost zal het aantal leerlingen naar verwachting met % groeien van. in schooljaar / tot ongeveer. in /. Er komen dus naar verwachting in totaal bijna leerlingen bij. In windrichting Centrum/Zuid zal het leerlingenaantal naar verwachting iets toenemen, namelijk met % tot en met schooljaar /, wat neerkomt op ruim extra leerlingen in Zuid en Centrum. Deze verwachte groei wordt vooral veroorzaakt door een stijging van het aantal leerlingen op havo/vwo scholen (+ leerlingen). Daarnaast wordt er een relatief sterke stijging verwacht van het aantal leerlingen op scholengemeenschappen (+) en leerlingen die internationaal onderwijs zullen volgen (+ leerlingen). Dit heeft allemaal te maken met nieuwe scholen die recent zijn gestart in Centrum/Zuid. In windrichting West is de verwachte stijging met % van het leerlingenaantal tot en met / kleiner dan het stedelijk gemiddelde van,%, er komen naar verwachting in totaal ruim leerlingen bij. Bij scholengemeenschappen ligt de verwachte stijging met % hoger.

Leerlingenprognose VO / Figuur. Leerlingenprognose VO /, naar windrichting (aantallen) 20.000 abs. 18.000 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 Centrum/Zuid Oost/Zuidoost West Noord 4.000 2.000 0 bron: OIS

Leerlingenprognose VO / VO basisgeneratie De leerlingenprognose is gebaseerd op de prognose van de VO basisgeneratie, die bestaat uit alle in Amsterdam wonende kinderen en jongeren van tot en met jaar. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk wordt de jongste prognose van de VO basisgeneratie besproken en vergeleken met de prognose van. Ook wordt beschreven in welke stadsdelen we veranderingen verwachten in de VO basisgeneratie. In paragraaf. wordt de leerlingenprognose van / vergeleken met de DUO telling van oktober. In de laatste paragraaf wordt ingegaan op de verandering van de leerlingensamenstelling de laatste jaren.. Vergelijking van de VO basisgeneratie Voor het maken van de leerlingenprognose vormt de VO basisgeneratie het uitgangspunt. Voor de havo en/of vwo scholen is dat procent van de jarigen en alle t/m jarigen, voor de vmbo scholen procent van de jarigen en alle t/m jarigen. De prognose van deze basisgeneratie komt voort uit de bevolkingsprognose van OIS. Deze wordt jaarlijks opgesteld op basis van demografische ontwikkelingen die zich in het verleden voordeden en de aannames over de toekomstige trends hierin. Ook het toekomstig aantal woningen in de stad speelt een rol bij het opstellen van de bevolkingsprognose. In de rapportage Bevolkingsprognose (Smits, ) is gedetailleerd beschreven hoe de jongste bevolkingsprognose tot stand is gekomen. De belangrijkste ontwikkeling voor de VO scholen is dat de leeftijdsgroep van en met jaar de komende jaren zal blijven groeien en vanaf gaat afnemen. In behoren er. kinderen tot de VO basisgeneratie. Volgens de vorige prognose waren dat er.. De verschillen tussen de nieuwe prognose van de VO basisgeneratie en die uit worden voornamelijk veroorzaakt door het verder toegenomen vertrek uit de stad van gezinnen met jonge kinderen in en. Als gevolg hiervan komt de VO basisgeneratie lager uit vanaf het jaar. Een ander verschil tussen de jongste bevolkingsprognose en de prognose van is dat er in de nieuwe prognose meer nieuwe woningen worden verwacht. In telt de stad volgens de nieuwe prognose bijna. meer woningen dan volgens de prognose van. In is dat verschil nog groter: bijna. woningen. Op de ontwikkeling van de VO basisgeneratie heeft de verdere groei van de woningvoorraad echter nauwelijks effect. De extra woningen zouden vanaf zo n jaar na oplevering tot een groei van de VO basisgeneratie kunnen leiden, maar dit effect wordt geremd door het huidige vertrek van jonge gezinnen uit de stad. Figuur. laat de verwachte ontwikkeling van de VO basisgeneratie zien. In de figuur is de afname vanaf goed te zien. Daarnaast valt op dat de huidige prognose in de periode hoger uitkomt dan de vorige prognose. Dit is met name het gevolg van een andere inschatting van het aantal jarigen veelal studenten in de stad. De prognose is in december opgesteld, toen nog niet bekend was hoe groot het aantal jarigen in zou zijn. Uit

Leerlingenprognose VO / de feitelijke cijfers van blijkt de instroom van het aantal jarigen achter te blijven bij de trend van de laatste jaren. Het werkelijke aantal jarigen is kleiner dan in de prognose verwacht werd. In Figuur.. zijn de jarigen weggelaten. Nog steeds ligt de huidige prognose van de VO basisgeneratie iets hoger dan de prognose van. Dat komt doordat in de prognose van de vestiging van met name tot en met jarigen te lag was ingeschat. Dit is aangepast in de nieuwe prognose, waardoor het aantal kinderen in de leeftijd van tot en met jaar iets hoger uitkomt. Figuur. Basisgeneratie VO, feitelijk (t/m ) en volgens verschillende prognoses (aantallen) 56000 54000 52000 50000 48000 46000 44000 42000 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 feitelijk prognose 2016 prognose 2015 bron: OIS Figuur. Basisgeneratie VO zonder jarigen, feitelijk (t/m ) en volgens verschillende prognoses (aantallen) 46000 44000 42000 40000 38000 36000 34000 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 feitelijk prognose 2016 prognose 2015 bron: OIS Bij het opstellen van de leerlingenprognose is rekening gehouden met het gegeven dat de basisgeneratie voor havo en vwo scholen op korte termijn te hoog uitvalt. Bij de berekeningen voor de leerlingenprognose wordt hiervoor gecorrigeerd. In figuur. is de verwachte ontwikkeling van de basisgeneratie voor de vmbo scholen te zien volgens de werkelijke stand, de huidige prognose en de voorgaande prognose. Deze groep noemen we de basisgeneratie VO en bestaat uit procent van de jarigen plus alle tot en met jarigen. Sinds neemt de basisgeneratie VO sterk toe. In stond de teller op. kinderen, zo n meer dan het jaar daarvoor. Deze toename zet volgens de nieuwe prognose nog door tot. Tot dat jaar zijn de verschillen tussen beide prognoses niet groot.

Leerlingenprognose VO / Figuur. Basisgeneratie VO, feitelijk t/m, prognose daarna (aantallen) 38000 37000 36000 35000 34000 33000 32000 31000 30000 29000 28000 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 feitelijk prognose 2016 prognose 2015 bron: OIS Net als bij de basisgeneratie voor havo en vwo scholen neemt komt de huidige prognose voor de basisgeneratie voor vmbo scholen vanaf lager uit dan de prognose van. Dit is het gevolg van het verder toegenomen vertrek van jonge gezinnen uit de stad.. In bestaat de basisgeneratie VO naar verwachting uit ongeveer. kinderen. In staat de teller op.; ruim. minder dan volgens de vorige prognose. Verder toegenomen vertrek gezinnen met jonge kinderen In de periode vertrokken jaarlijks zo n. Amsterdammers naar een woonplaats elders in Nederland. In, toen de woningmarkt weer aantrok, waren dat er in één jaar. meer: ruim.. In waren dat er. en in komt een voorlopige raming uit op bijna. vertrekkende Amsterdammers. Al in de vorige prognose hadden we te maken met een stijging van het vertrek van jonge gezinnen. Dit leidde tot afvlakking van de groei van de VO basisgeneratie vanaf en een lichte dip in. Nu het vertrek van jonge gezinnen nog verder is toegenomen, zien we in de huidige prognose een afname van het aantal tot en met jarigen vanaf. De verdere toename van het vertrek van met name jonge gezinnen was in de vorige bevolkingsprognose nog te voorzichtig ingeschat. De vorige prognoses lieten dan ook een onderschatting zien van het aantal vertrekkende kinderen tot en met jaar (zie figuur.).

Leerlingenprognose VO / Figuur. Binnenlands vertrek jarigen volgens prognoses en feitelijk, en (raming), aantallen 2015 2016 bron: OIS. VO basisgeneratie per stadsdeel In figuur. is de groei van de basisgeneratie VO (kinderen van tot en met jaar) per stadsdeel (het stadsdeel waarin het kind woont) weergegeven. Voor alle stadsdelen behalve Noord en Oost geldt dat de huidige prognose lager uitkomt dan de prognose van. Oorzaak hiervan is de verdere toename van het vertrek van gezinnen met jonge kinderen, waar een afname van het aantal kinderen in de VO basisgeneratie vanaf op volgt. Voor Noord komt de prognose van de VO basisgeneratie hoger uit. Hier wordt nu en in de nabije toekomst nog veel gebouwd. De kinderen die in de nieuwe woningen van Noord opgroeien zullen vanaf hun e tot de VO basisgeneratie gaan behoren. Doordat in de nieuwe prognose nog meer woningen zijn voorzien dan in de vorige, komt de huidige prognose van de basisgeneratie iets hoger uit. Op januari telde Noord. kinderen in de VO basisgeneratie. In staat de teller op.: volgens de vorige prognose was dat.. De VO basisgeneratie neemt het sterkst toe in Oost. Op januari woonden er in Oost bijna. kinderen die tot de VO basisgeneratie gerekend werden. Dit aantal neemt toe tot. in ; bijna gelijk aan de vorige prognose (.). Tussen en daalt de VO basisgeneratie in Oost licht. Dit heeft te maken met het toegenomen vertrek van jonge gezinnen, maar ook met het ouder worden van de grote groep kinderen die sinds de oplevering van de meeste woningen in het Oostelijk Havengebied (ongeveer sinds ) en IJburg (ongeveer sinds ) opgroeiden.

Leerlingenprognose VO / Figuur. Basisgeneratie VO naar stadsdeel, prognose (aantallen) 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 Nieuw West Oost Noord Zuidoost West Zuid Centrum 0 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 bron: OIS De VO basisgeneratie in Zuid neemt gestaag toe sinds maar zal vanaf licht gaan afnemen. Op januari behoorden. kinderen in Zuid hiertoe. In is dat aantal.; zo n lager dan volgens de vorige prognose. Het aantal kinderen dat in Zuid opgroeit zal als gevolg van de nieuwbouw van woningen op de Zuidas nog toenemen, maar de groei komt lager uit door het gestegen vertrek uit de stad. In Nieuw West, Zuidoost, West en Centrum neemt de VO basisgeneratie tot toe. Daarna zal het aantal kinderen in de Vo basisgeneratie afnemen tot onder het niveau van. In telt Nieuw West. kinderen in de VO basisgeneratie; in zijn dat er nog.. Voor Zuidoost wordt een afname verwacht van. kinderen in tot. in. In West zal het aantal kinderen in de VO basisgeneratie afnemen van. in tot. in. In Centrum neemt de VO basisgeneratie af van. in tot. in. Figuur. Toe /afname van de VO basisgeneratie per wijk,, procenten bron: OIS, prognose

Leerlingenprognose VO /. Vergelijking leerlingenprognose / en telling Bij een vergelijking tussen de leerlingenprognose voor / en de oktober leerlingentelling (DUO) zien we dat er op dat moment ongeveer leerlingen minder in Amsterdam naar een middelbare school gaan dan vorig jaar geprognotiseerd. Vooral in Zuid zijn de leerlingenaantallen lager dan verwacht. In Centrum zijn de leerlingenaantallen iets hoger dan geprognotiseerd. Tabel. Vergelijking oktober telling en vorige leerlingenprognose voor / naar stadsdeel 1 oktobertelling 2016 leerlingenprognose voor 2016/'17 verschil % tov telling Zuid 16.061 16.302-241 -1,5 Oost 6.542 6.630-88 -1,3 West 3.201 3.287-86 -2,7 Noord 4.677 4.646 31 0,7 Zuidoost 3.146 3.083 63 2,0 Nieuw-West 6.664 6.584 80 1,2 Centrum 1.056 923 133 12,6 totaal 41.347 41.455-108 -0,3 bron: OIS/DUO Meer leerlingen op scholengemeenschappen en categoraal vwo/gymnasium Als we naar de totalen per schoolsoort kijken zien we dat vooral de scholengemeenschappen ( leerlingen) en de categorale vwo/gymnasium scholen ( leerlingen) meer leerlingen hebben dan vorig jaar geprognotiseerd. Toch zijn er ook scholengemeenschappen die lager uitkomen dan geprognotiseerd. Er is geen categoraal vwo/gymnasium dat (veel) minder leerlingen heeft dan geprognotiseerd. De havo/vwo scholen hebben minder leerlingen ( ) dan geprognotiseerd. Hier zien we dat er geen school in deze groep zit die veel meer leerlingen heeft dan geprognotiseerd. Tabel. Vergelijking oktober telling en vorige leerlingenprognose voor / naar schoolsoort 1 oktobertelling 2016 leerlingenprognose voor 2016/'17 verschil % tov telling havo/vwo 9.173 9.357-184 -2,0 internationaal 680 734-54 -7,9 havo 734 771-37 -5,0 vmbo 8.205 8.222-17 -0,2 vmbo-t/(en havo) 2.797 2.799-2 -0,1 praktijkonderwijs 1.009 986 23 2,3 vwo 5.947 5.874 73 1,2 scholengemeenschap 12.802 12.712 90 0,7 totaal 41.347 41.455-108 -0,3 bron: OIS/DUO

Leerlingenprognose VO / Steeds meer Amsterdamse leerlingen krijgen hogere schooladviezen wat ertoe leidt dat scholen die deze hogere niveaus aanbieden het sterkst groeien, zoals havo/vwo scholen, brede scholengemeenschappen en gymnasia. Het aantal leerlingen op een vmbo school is de afgelopen tien jaar, sinds schooljaar /, met ruim vijftien procent afgenomen en de scholen voor praktijkonderwijs met ongeveer %.. Amsterdamse leerlingen blijven vaker in de stad Een deel van de Amsterdamse leerlingen zoekt een middelbare school buiten Amsterdam en tegelijkertijd trekken de Amsterdamse scholen ook leerlingen van buiten Amsterdam. In de laatste vijf jaar daalde het aandeel Amsterdamse leerlingen dat koos voor een school buiten de stad, van,% in / tot % in /, meer Amsterdamse leerlingen vonden dus een school in Amsterdam. Figuur. Amsterdamse leerlingen die buiten Amsterdam naar school gaan, / / (procenten) 2016/'17 2015/'16 2014/'15 2013/'14 2012/'13 % 0 1 2 3 4 5 6 bron: OIS/DUO Het aantal leerlingen dat de stad in komt is in dezelfde periode gestegen, namelijk van ongeveer. in schooljaar / tot ruim. in /. Vanwege de sterkere stijging van het aantal Amsterdamse leerlingen, zien we echter toch een lichte daling van het aandeel leerlingen op Amsterdamse scholen dat van buiten de stad komt, namelijk van,% in / tot,% in /. De leerlingen die de stad in komen, wonen vooral in Amstelveen (. leerlingen) en Diemen ( leerlingen), zie figuur.. Daarnaast komt een relatief groot deel uit De Ronde Venen, Landsmeer, Haarlemmermeer en Waterland. De Amsterdamse leerlingen die de stad uit gaan voor een middelbare school gaan ook vooral naar Amstelveen ( leerlingen). Daarnaast is Weesp een populaire bestemming ( leerlingen).

Leerlingenprognose VO / Figuur 2.10 Gemeentes waar leerlingen op Amsterdamse scholen vandaan komen, en waar Amsterdamse leerlingen naar toe gaan, / (aantallen) leerlingen die de stad in komen leerlingen die de stad uit gaan Amstelveen Diemen De Ronde Venen Landsmeer Haarlemmermeer Waterland Ouder Amstel Zaanstad Purmerend Almere Edam Volendam Oostzaan Gooise Meren abs. 0 200 400 600 800 1.000 1.200 Amstelveen Weesp Zaanstad Haarlem Haarlemmermeer Almere Waterland Purmerend Gooise meren Velsen Edam Volendam Hilversum 's Gravenhage Aalsmeer abs. 0 200 400 600 800 1.000 1.200 bron: OIS/DUO

Leerlingenprognose VO / Werkwijze leerlingenprognose / In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de leerlingenprognose / tot stand is gekomen. Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van het softwarepakket GPRO 2. We starten met een beschrijving van de algemene uitgangspunten en eindigen met de veronderstellingen die we hebben gebruikt bij het handmatig aanpassen van de prognose.. Algemene uitgangspunten Als basis zijn per middelbare school de leerlingenaantallen van de afgelopen drie jaar ingevoerd. Hiervoor zijn de in december door DUO op de website beschikbaar gestelde gegevens gebruikt. In de prognose houden we rekening met nieuwe scholen, recent gestarte scholen en fusies. In bijlage staan deze en vooraf toegepaste aanpassingen beschreven. De eerste stap in het maken van de leerlingenprognose VO is het definiëren van de herkomstgebieden waaruit de leerlingen van een school komen. Voor afbakening van herkomstgebieden wordt voor het VO de indeling van de stadsdelen gevolgd en worden gemeenten buiten Amsterdam in zijn geheel als herkomstgebied meegenomen. Per school wordt het voedingsgebied berekend. Elke school heeft een eigen voedingsgebied op basis van de waargenomen herkomst (woonlocatie) van zijn leerlingen. Een gebied behoort tot het herkomstgebied van de school als tenminste leerlingen of minimaal % van de leerlingen naar de school gaan. Het voedingsgebied bestaat uit die verzameling herkomstgebieden (stadsdelen) van waaruit ruim / deel van de leerlingen afkomstig is. Op basis van de VO basisgeneratie (% van de + alle t/m jarigen) en het voedingsgebied wordt per school een prognose van de leerlingaantallen berekend. Hierbij wordt het aantal leerlingen dat voortvloeit uit de basisgeneratie verdeeld over de scholen. Deze verdeling gebeurt op basis van de belangstellingspercentages van de basisgeneratie voor de school. Hierbij nemen we de ontwikkeling van de afgelopen jaren per school mee waarbij we uitgaan van een afvlakkende trend van drie jaar: groeide een school de afgelopen jaren, dan blijft de school dit de komende drie jaar ook nog doen, alhoewel de groei iets afgevlakt zal worden. Hetzelfde geldt voor krimpende scholen. Als we verwachten dat groei of krimp van een school door zal zetten (bijvoorbeeld in het geval van een nieuwe school), dan hebben we handmatige aanpassing gedaan om de groei bij te stellen. De belangrijkste stap om tot handmatige aanpassingen te komen is een vergelijking tussen de korte en langetermijnprognose van de school, en tussen de langetermijnprognose van vorig jaar en van het huidige prognosejaar. Voor de korte termijnprognose gebruiken we een instroom doorstroommodel: op basis van gelijkblijvende instroom in het e leerjaar worden de komende jaren aan de hand van de laatste doorstroompercentages (percentage van de 2 Dit programma voldoet aan het Programma voor het opstellen van leerlingenprognoses van de VNG.

Leerlingenprognose VO / leerlingen dat bijvoorbeeld van het e naar het e leerjaar doorstromen) doorgerekend. OIS heeft na het maken van de eerste lange termijn prognose voor alle scholen de lange en korte termijn prognoses vergeleken. Daarnaast is ook het deelnamepercentages van de stadsdelen bekeken.

Leerlingenprognose VO / Bijlage Specificatie veronderstellingen Bij het maken van de leerlingenprognose voorgezet onderwijs / zijn er verschillende veronderstellingen gedaan. In deze bijlage beschrijven we deze veronderstellingen: allereerst de aanpassingen die we vooraf hebben toegepast, daarna de aannames van het GPRO programma voor de lange termijn prognose en voor de korte termijn prognose. Aanpassingen vooraf toegepast Voor schooljaar / staan er vijf verplaatsingen/fusies en één nieuwe school en één mogelijk nieuwe school in de planning en gaan er geen scholen sluiten. Nieuwe school Een nieuwe school is de School voor Persoonlijk Onderwijs (SvPO) Amsterdam. Eerder stond deze school bekend als Tobias Asser, dit is niet hun officiële naam maar dit laten ze wel op verschillende manieren in de schoolnaam en activiteiten terug komen. Deze school is gesticht op humanistische grondslag en zal volgend jaar van start gaan in stadsdeel Noord op de Meeuwenlaan. Het is een school met een havo/vwo aanbod en kleine klassen van maximaal leerlingen. Mogelijk start vanaf augustus een school van Stichting Islamitisch Onderwijs Amsterdam en omstreken (SIO) in Nieuw West. Op dit moment komt de school nog niet voor bekostiging in aanmerking, een start in augustus is dan ook nog niet zeker. Het volraken van deze twee nieuwe scholen kan leiden tot een daling van leerlingaantallen op andere Amsterdamse scholen. Het is echter op dit moment niet te voorspellen op welke scholen dit zal gebeuren. In het rapport zijn de nieuwe scholen daarom apart genoemd en zijn niet in de prognose berekeningen meegenomen opdat ze geen gevolgen hebben voor de al bestaande scholen. Verplaatsing/fusie Het Stelle College zal komend jaar in een tijdelijk gebouw op Zeeburgereiland gehuisvest worden, waarbij ze de naam Stelle. aanhouden als tijdelijke naam. Een definitieve nieuwe naam zal pas gehanteerd worden als ze het nieuwe schoolgebouw (waarschijnlijk in ) in gebruik gaan nemen; Het Rosa Beroepscollege gaat samen met het Waterlant College IJdoorn. De school zal Amsterdams Beroepscollege Noorderlicht gaan heten met de onderverdeling per locatie tot maart: Locatie Rode Kruisstraat en locatie Schoenerstraat. In maart zal naar verwachting het nieuwe schoolgebouw worden opgeleverd; Caland gaat verder onder de naam Lumion. Lumion is gehuisvest in een tijdelijk onderkomen aan de Anderlechtlaan. De nieuwbouw aan de Vlaardingenlaan (naast metrostation Henk Sneevlietweg) zal klaar zijn voor het schooljaar / ; Het voormalige Meridiaan College zal per januari verhuizen naar de Reinaert de Vosstraat,en heet dan het Reinaert. Het Comenius College zal vanaf augustus zijn gevestigd aan de Jacob Geelstraat.

Leerlingenprognose VO / Evenals vorig jaar hebben we deze prognose gebruikt gemaakt van de woonplaatsen van leerlingen uit DUO gegevens (postcode ) omdat dat voldoende informatie leverde over herkomstgebieden naar stadsdelen en volledig aansluit bij de DUO teldata. Omdat een aantal postcode vier gebieden stadsdeeloverstijgend zijn, is voor deze gebieden Erisa data gebruikt. In overleg met OJZ hebben we enkele BRIN nummers samengevoegd. Het gaat om de volgende BRIN nummers en scholen: Voor het jaar zijn YS en YS samengevoegd tot het Mundus College en zijn leerlingen die op het Mundus College internationaal onderwijs volgen (element codes en ) ondergebracht onder het in nieuwe BRIN nummer YS Het AICS. Het METIS bestaat uit twee BRIN s (PS en PS) op locaties. METIS I zit op de Mauritskade en de METIS II (Mavo) zit op de Voormalige Stadstimmertuin, dat is een tijdelijke oplossing. Zodra het gebouw aan de Mauritskade volledig gereed is, zullen zij samen gaan. In overleg met OJZ is daarom besloten om alvast uit te gaan van de samengevoegde situatie. Om een volledig beeld te hebben van de totale groep VO scholieren zijn in deze prognose de MBO scholen die vmbo aanbieden meegenomen. Deze scholen vallen qua huisvesting niet onder de gemeente. Het gaat om de volgende scholen: Het Wellant College Sloten (OE) en Linnaeus (OE), het Media College (PA) en het Clusius College (EF). In schooljaar / hebben het ROC op maat Zuidoost (RL) en ROC op maat West (RL) ROCvA geen VO label meer. Voor de vergelijkbaarheid zijn deze twee scholen ook uit de telling van schooljaar / en / gehaald, dit brengt het totaal aantal VO leerlingen in die schooljaren op respectievelijk en leerlingen lager. Als input voor de leerlingenprognose voor de leerlingen die niet in Amsterdam wonen maar in omringende gemeentes gebruiken we de bevolkingsprognose van Pronexus oktober. Aannames in softwarepakket GPRO voor de lange termijn prognose De eerste stap in GPRO is het bepalen van de basisgeneratie uit de bevolkingsprognose van OIS. Voor het VO zijn er twee basisgeneraties. Een voor de VMBO scholen (% van de jarigen en alle t/m jarigen) en een voor de brede scholengemeenschappen en de HAVO en/of VWO scholen (% van de jarigen en alle t/m jarigen). Vervolgens wordt informatie over het leerjaar van de leerling (uit DUO gegevens) omgezet naar leeftijd (zodat het gebruikt kan worden als match met de basisgeneratie). Voor het VO worden alle leerlingen van jaar en ouder opgeteld bij de jarigen en de leerlingen van jaar en jonger opgeteld bij de jarigen. Op basis van de herkomst van de leerlingen wordt per school een voedingsgebied vastgesteld. In de huidige leerlingenprognose is het gebied onderdeel van het herkomstgebied van de school als tenminste leerlingen of minimaal % van de leerlingen uit een bepaald gebied naar de school gaan. Het voedingsgebied van de school dat zo is bepaald bestaat uit die verzameling herkomstgebieden (stadsdelen) van waaruit ruim % van de leerlingen afkomstig is. Uitzonderdering hierop zijn de recent gestarte scholen, spinozafirst en de Vinse School, deze scholen hebben een iets lager percentage van % en %.

Leerlingenprognose VO / Op basis van de voedingsgebieden van de scholen worden vervolgens belangstellingspercentages voor de scholen per voedingsgebied (stadsdeel) bepaald. Per voedingsgebied wordt een overzicht gegeven van de belangstellingspercentages van alle scholen die hier leerlingen uit betrekken. Hier kunnen we zien welke gevolgen het heeft als de belangstelling van de scholen veranderd. Op basis van de belangstellingspercentages en de basisgeneratie wordt vervolgens de lange termijn prognose per school berekend. Hier gaan we uit van een afvlakkende trend van drie jaar. De belangstelling van het eerste prognosejaar is het laatst waargenomen belangstellingscijfer plus het gemiddelde verschil van de laatste drie jaar. Die van het tweede prognosejaar is de helft van het verschil plus het belangstellingspercentage van het eerste prognosejaar, etc. Op deze manier ontstaat een afvlakkende lijn die op korte termijn rekening houdt met trends uit het recente verleden. Aannames in softwarepakket GPRO voor de korte termijn prognose Voor het maken van de korte termijn prognose zijn we in principe uitgegaan van een gelijkblijvende instroom in de brugklas van het laatste jaar. Daarnaast hebben we de doorstroompercentages (hoeveel procent van de kinderen uit bijv. de e naar de e gaan bijvoorbeeld) van het laatste jaar de komende jaren doorgetrokken. Voor de recentelijk gestarte en daardoor nog niet volledig gevulde scholen hebben we de doorstroompercentages op een volgende manier aangepast: Bij het Calandlyceum (GD) hebben we de doorstroompercentages van Lumion, eveneens een vmbo t/havo/vwo school, gebruikt voor de overgang van, Voor de nieuwe school voor nieuwkomers DENISE (YS) is nog geen vergelijkbare school in Amsterdam. De doorstroompercentages zijn daarom voor de overgang van op één gezet en voor op. gezet. Dat betekent dat we in het korte termijn model ervan uitgaan dat % van de leerling doorstroomt van het vijfde naar het zesde schooljaar vwo. Voor De Hof (RF) hebben we de doorstroompercentages voor de overgang van fictief op één gezet. Bij de Amsterdamse Mavo (BL), een categorale vmbo t school in Oost net dit jaar gestart, zijn de doorstroompercentages tot het de jaar op één gezet. De Vinse School (ET), een vmbo t/havo/vwo in Centrum vorig jaar gestart start met een kleine groep schoolwisselaars en dit jaar voor het eerst met een reguliere instroom, heeft doorstroomfactoren van één gekregen tot het e jaar,. voor de overgang van en. voor de overgang van vwo. Spinozafirst (BH), een dit jaar gestarte nieuwe vmbo t/havo/vwo school in Zuid, heeft een doorstroom van tot het e jaar, overgang van. en overgang vwo van.. Voor het Cartesius (YS), een nieuwe havo/vwo school in Centrum, hebben we vergelijkbare doorstroompercentages als het Cartesiuslyceum (YS), eveneens een havo/vwo school, gebruikt.

Leerlingenprognose VO /