BEZOLDIGINGSREGELING Algemene bepaling Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. medewerker De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, lid 1onder a van de CAR b. werkgever Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijk regeling Drechtsteden; c. schaal: De schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, van de d. salaris: Het salaris als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de e. bezoldiging: De bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van de f. maximumsalaris: Het hoogste bedrag van een salarisschaal dat kan worden bereikt door jaarlijkse salarisverhogingen; g. functie: Het geheel van werkzaamheden, dat blijkens een functiebeschrijving door de medewerker in opdracht wordt verricht; h. volledige betrekking: Een betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k, van de i. salaris per uur: Het 1/156e deel van het salaris bij een werkweek van gemiddeld 36 uur. j. functiewaardering Het op systematische wijze naar zwaarte rangordenen van functies. k. conversie De vertaling van het naar zwaarte rangordenen van functies naar schalen. l. CAR Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling sector gemeenten m. UWO Uitwerkingsovereenkomst sector gemeenten Salaris Recht op bezoldiging Artikel 2 1. Het recht op bezoldiging vangt aan met ingang van de dag, waarop de aanstelling ingaat. 2. Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat. Gebroken tijdvakken Artikel 3 1. Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, vindt uitbetaling plaats over het aantal in dat gedeelte begrepen kalenderdagen. 2. Het bedrag per dag wordt vastgesteld door het maandbedrag te delen door 30. Onvolledige betrekking Artikel 4 Het salaris van de medewerker met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige betrekking.
Salarisbedragen Artikel 5 1. De medewerker wordt ingeschaald in één van de schalen opgenomen in bijlage I rekening houdend met: a. de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en de vastgestelde conversie b. opleiding en ervaring c. de wijze van functievervulling. 2. De werkgever stelt nadere regels met betrekking tot de inschaling, de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode. Periodieke verhogingen Artikel 6 1. Het salaris van de medewerker die voldoende functioneert wordt binnen de salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag. 2. De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal op de 1 e dag van de maand waarin zijn aanstelling 12 maanden is verstreken en nadien telkens na 12 maanden. Extra periodieke verhoging Artikel 7 1. Aan de medewerker, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van: a. buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver; b. andere door de werkgever van voldoende belang geachte omstandigheden. 2. Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip, waarop ingevolge artikel 6 een salarisverhoging zou moeten worden toegekend, onverlet, tenzij door de werkgever anders wordt bepaald. Geen periodieke verhoging Artikel 8 1 Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of ijver van de medewerker kan een jaarlijkse salarisverhoging als bedoeld in artikel 6 achterwege worden gelaten. 2 Van een besluit tot toepassing van het voorgaande lid wordt aan de medewerker schriftelijk mededeling gedaan. Salaris bij bevordering naar hogere schaal Artikel 9 Wanneer voor de medewerker een hogere schaal gaat gelden vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. Echter, in het geval dat het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75 % van het salarisverschil
tussen het bedrag dat de medewerker in zijn oude schaal genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, danwel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien salariëring al plaatsvond op het maximumbedrag van die schaal, vindt inschaling plaats in de nieuwe schaal op het bedrag dat direct volgt op het naasthogere bedrag. Flexibele beloningsinstrumenten Artikel 10 1 De werkgever kan de volgende beloningsinstrumenten toepassen: Persoonlijke toelage Arbeidsmarkttoelage Gratificatie/bonus/premie Extra verlof prestatiebeloning 2 De werkgever stelt nadere regels voor de toekenning van de in lid 1 genoemde beloningsinstrumenten. Onregelmatige dienst en beschikbaarheid en bereikbaarheid Artikel 11 1. Aan de medewerker voor wie werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de GR Drechtsteden, wordt door de werkgever een toelage toegekend. 2. De toelage als bedoeld in lid 1 bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uursalaris behorende bij het maximum van schaal 5 en wel: a. 20 % voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur; b. 40 % voor de uren op zaterdag tussen 6.00 en 22.00 uur c. 45 % voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0.00 en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur d. 65 % voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:2:1, derde lid van de UWO. 3. Voor de in het vorige lid onder a genoemde ochtend en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen voor 07.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 20.00 uur. 4. Aan de medewerker die op grond van artikel 15:1:10 van de UWO, buiten de voor hem geldende werktijden ingevolge een schriftelijke aanwijzing van de werkgever zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar dient te houden teneinde bij oproep arbeid te verrichten, wordt een toelage verstrekt. 5. De toelage bedoeld in lid 4, bedraagt per uur van bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het uursalaris behorende bij het maximum van schaal 7 en wel - 6 % voor de uren op vrijdag van 18.00 uur tot 24.00 uur - 6 % voor de uren op zaterdag, zondag en op feestdagen - 6 % voor de uren op maandag tussen 0.00 uur en 06.00 uur - 3 % voor de uren op maandag van 06.00 uur tot en met vrijdag 18.00 uur
6. De aanwijzing van de medewerkers of groepen van medewerkers, die voor de toelagen genoemd in de leden1 en 4 in aanmerking komen, is een bevoegdheid van de werkgever. 7. Voor een toelage als in dit artikel bedoeld, komt niet in aanmerking de medewerker, voor wie naar het oordeel van de werkgever bij de vaststelling van zijn salaris en eventuele toelagen of bij de regeling van de overige rechtstoestand rekening is gehouden met de in het eerste lid bedoelde toelagen. 8. De werkgever is bevoegd te bepalen, dat de in het eerste lid bedoelde toelagen tijdelijk worden toegekend. Artikel 12 1. Aan de medewerker wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 11, een blijvende verlaging ondergaat, wordt een aflopende compensatie toegekend indien de medewerker deze toelage zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Onder wezenlijke onderbreking wordt verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. 2. De aflopende compensatie als bedoeld in lid 1 van dit artikel kent een looptijd gelijk aan de ononderbroken duur van de functiegebonden toelage met een maximum van 4 jaar en wordt aflopend verstrekt in 4 gelijke perioden van respectievelijk 100%, 75%, 50% en 25% van die functiegebonden toelage. 3. Aan de medewerker die 35 of meer overheidsdienstjaren heeft, wordt een blijvende toelage toegekend, mits hij eerdergenoemde toelage direct voorafgaande aan het tijdstip waarop de toelage komt te vervallen, gedurende 10 jaar zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. Overwerk Artikel 13 1 De medewerker die is ingeschaald in schaal 11 of hoger, heeft geen recht op de vergoeding als bedoeld in artikel 3:2:1, lid 5 van de UWO. 2 Als de dagelijkse werktijd van de medewerker op de dag waarop overwerk moet worden verricht, met ten minste twee overwerkuren wordt verlengd en het dienstbelang naar het oordeel van het bevoegd gezag het niet toelaat, dat hij zijn maaltijd op de hiervoor bestemde tijd op de voor hem gebruikelijke plaats nuttigt, ontvangt de medewerker een vergoeding als hij aantoonbaar een maaltijd heeft genuttigd en betaald, gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten tot ten hoogste een bedrag gelijk aan de vergoeding voor een avondmaaltijd bij dienstreizen in Nederland ingevolge het Reisbesluit binnenland; Overige toelagen en (onkosten) vergoedingen Artikel 14 1. Er zijn de volgende (onkosten) vergoedingen en toelagen:
- vergoeding reis- en verblijfkosten bij dienstreizen; - BHV - Bezwarende werkomstandigheden. 2. De werkgever stelt nadere regels voor de toekenning van de in lid 1 genoemde (onkosten) vergoedingen en toelagen. Ziekte en periodieke salarisverhoging Artikel 15 Een verhindering wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk 7 van de CAR/UWO is niet van invloed op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen. Referte - tijdvak Artikel 16 Voor de toepassing van het bepaalde in hoofdstuk 7 van de CAR/UWO worden de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van de CAR, de overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning slechts geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend aan die vergoeding of die beloning, al naar gelang de bezoldiging van de medewerker per maand of per week wordt uitbetaald. Voor zover de medewerker op evenbedoelde datum minder dan drie kalendermaanden of dertien kalenderweken zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of per week is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest. Onvoorziene gevallen Artikel 17 In gevallen, waarin deze verordening niet of niet in redelijkheid voorziet, is de werkgever bevoegd te beslissen. Overgangsbepalingen Artikel 18 Voor medewerkers die als gevolg van een publiekrechtelijke taakoverheveling in dienst komen van de werkgever, blijft de periodiekdatum als bedoeld in artikel 6 vastgesteld op de periodiekdatum zoals deze was vastgesteld onmiddellijk vóór de indiensttreding bij de werkgever. Slotbepaling Artikel 19 Deze regeling, die kan worden aangehaald als "bezoldigingsregeling Drechtsteden ", treedt in werking met ingang van 1 oktober 2006.