Loopt vader met moeder in het park?

Vergelijkbare documenten
K(l)eurig ontleden 40 bladzijden, 9,95 inclusief verzendkosten, bovendien staffelkorting vanaf 5 exemplaren

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

Grammatica Zinsontleding - Uitgebreid. Ondersteunend materiaal - Uitlegkaarten Geschikt voor de groepen 7 en 8

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

Zin 1: Lijkt + een vriendelijke jongen: kww + naamwoordelijk deel, samen naamwoordelijk geheel (nwg). Verklaring: lijken is kww.,

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding.

Spiekkaart. Persoonsvorm - p.v.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Samenvatting Nederlands Correct formuleren

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm:

Als je een setje van 4 kaarten hebt, roep je 'kwartet!' en leg je de vier bij elkaar horende kaarten voor je neer op tafel.

Samenvatting Nederlands Redekundig ontleden

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

1 keer beoordeeld 4 maart 2018

2 hv. 1

Deel 1: Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

***** ***** Oefening 3 Oefening 4

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Grammatica Zinsontleding. Werkboek Geschikt voor de groepen 5 en 6

2b nr. 1 Zinnen met verschillende volgorde

Grammatica zinsdelen GT 4

PV ( ) OW ( ) WW REST { } NIET-WW REST [ ] GEMENGDE REST [ } NAAMW. DEEL MW ======= BIJW. BEPALING

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

1

Aantekening Nederlands Grammatica: bedrijvende en de lijdende vorm

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Antwoorden Nederlands Ontleding

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken.

Ontleden 1: zinsdelen herkennen en benoemen (onderwerp, werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp)

Kijk op: nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs. Brieven schrijven

Online cursus spelling en grammatica

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

Samenvatting Nederlands Blok 2 samenvatting

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

instapkaarten taal verkennen

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Grammatica 2F. Doelgroepen Grammatica 2F. Omschrijving Grammatica 2F. meewerkend voorwerp. voegwoord alle woordsoorten

VOORWOORD. René van Royen

3,7. Dubbelop: Tautologie: Pleonasme: Contaminatie: Samenvatting door een scholier 1713 woorden 8 juni keer beoordeeld.

tip! in leerjaar 1, is nog weinig verschil; mavo mag deze samenvatting ook gebruiken

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

GRAMMATICA WERKWOORDELIJK GEZEGDE NAAMWOORDELIJK GEZEGDE VOLLEDIGE UITLEG UITLEG PER ONDERDEEL UITLEG PER ONDERDEEL VOLLEDIGE UITLEG

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

Uitprobeerpakket. Toetsboek 6 groep 6 blok 6

Grammatica - zinsontleding herhaling vmbo-kgt34

Herhalingsoefeningen. Thema 3 Familie en relaties. 1 Woorden. Familie

Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

instapkaarten taal verkennen

Bezoek een bedrijf. Wat kun je en wat weet je na deze lesbrief?

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

6.2. Boekverslag door C. 727 woorden 17 mei keer beoordeeld. Nederlands. Paragraaf 1. Dubbel op. Onjuiste herhaling

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.

PIT HAVO-2 +HAVO/VWO Onderdeel: Spelling H1 en H2 Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Grammatica Zinsontleding. Werkboek Geschikt voor de groepen 7 en 8

Samenvatting Nederlands Over lezen

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

3 vwo. 1

Samenvatting Nederlands Grammatica Hoofdstuk 1 t/m 6

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Tipboekje. Herman Jozefschool. Groep 8

FORMULEREN Vragen + antwoorden

Thema Op het werk. Les14. Opdrachten

Grammatica - Meewerkend voorwerp HV12

Z I N S O N T L E D I N G

Bijwoordelijke bepaling HV 2. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

1. morgen krijgen we duitsers op bezoek. 2. in onze klas zitten ook kinderen uit irak, somalië en marokko. 3. ik doe boodschappen bij de aldi.

We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen.

20 EEUWIGE STRUIKELBLOKKEN

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

Eigen vaardigheid Taal

Grammatica - Zinsontleding vmbo-kgt34

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet.

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Grammatica - Zinsontleding vmbo-kgt34

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

BEGINNERSCURSUS DAG 2

Zinsleer : Herhalingsoefeningen

Taaljournaal Leerlijnenoverzicht - Lezen

Samenvatting Nederlands Formuleren

Formuleren. Doelgroep Formuleren. Omschrijving Formuleren

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Digitalisering op school, 7 voorbeelden uit de dagelijkse praktijk

Transcriptie:

Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint een zin met een 'vraagwoord'; met woorden als: wie, wat, waar, waarom, wanneer, hoe Dan staat er dus geen werkwoord vooraan. In die zinnen komt de persoonsvorm (bijna altijd) direct na het vraagwoord. Waarom doe je dat? Wie heeft dat gezegd? Je ziet dat natuurlijk ook als je die zinnen in een andere tijd zet: Waarom deed je dat? Wie had dat gezegd? Oefening 4 Geef de persoonsvorm aan in de volgende vraagzinnen. 1. Mag ik bij je logeren? 4. Is mijn antwoord wel goed? 2. Zou het waar kunnen zijn? 5. Heeft mijn zus dat echt gedaan? 9. Hoe gaat het met je? 12. Waar wonen je oom en tante? De derde manier werkt ook prima. Ga je in een zin van enkelvoud naar meervoud (of andersom), dan verandert (ook) de persoonsvorm. Mijn hond speelt de hele dag. Mijn honden spelen de hele dag. Ik was nogal hard gevallen. Wij waren nogal hard gevallen. Oefening 5 Zorg ervoor dat persoonsvorm en onderwerp bij elkaar passen. 1. Ik speel op straat. Wij op straat. Is een zin gebiedend, dan heb je niets aan deze drie manieren. In die zinnen staat de persoonsvorm altijd vooraan. Trek je jas aan! Er zijn ook zinnen zonder persoonsvorm: Wat een prachtige lucht! 4

t - Maak nu toets 2 op blz. 36. 4. Werkwoordelijk gezegde wwg Het werkwoordelijk gezegde vertelt wat er in de zin gedaan wordt, wat er gebeurt; het bestaat uit alle werkwoorden in de zin, uit een of meerdere werkwoorden dus: - één werkwoord: dat is dan gelijk ook de persoonsvorm - meerdere werkwoorden: de persoonsvorm + de andere werkwoorden in de zin Gezegde (met persoonsvorm) en onderwerp vormen samen de zinskern, de korte zin. Edwin stuurt. We hebben gekocht. Hoe je het werkwoordelijk gezegde vindt? Alle werkwoorden uit de zin halen! persoonsvorm werkwoordelijk gezegde Mijn vader doet de afwas. doet doet Oefening 9 Wat is de persoonsvorm, wat is het werkwoordelijk gezegde (= alle werkwoorden in de zin)? persoonsvorm 1. Ik doe mijn uiterste best. doe doe 2. Ga jij dat ook doen? ga ga doen 10. Heb jij die vraag durven stellen? 11. Veel heb je mij blijkbaar niet te zeggen. werkwoordelijk gezegde 7

Als je van een gewone zin een vraagzin maakt, dan komt (bijna altijd) het onderwerp direct achter de persoonsvorm. Het is dus het onderwerp. Een onderwerp zonder betekenis in de zin. Hier geen onderwerp! Kom hier! Doe je best! Vergeet je huiswerk niet! Neem je ontleedboek voor je! In dit soort zinnen geef je iemand een opdracht, je zegt dat hij het moet doen; je gebiedt het. En zo'n zin in de gebiedende wijs heeft geen onderwerp. Oefening 14 Zinnen mét en zinnen zónder onderwerp. Geef het gezegde en de persoonsvorm aan. Wel een onderwerp? Dan schrijf je dat op. Geen onderwerp? Dan zet je een kruisje. onderwerp 1. Hoe is het toen met je gegaan? het 9. 's Winters sneeuwt het daar meestal flink. t - Maak nu toets 4 op blz. 38. 6. Lijdend voorwerp lv Werkwoordelijk gezegde: alle werkwoorden in de zin. Onderwerp: wie of wat + gezegde? We leggen er weer een steentje bij: het lijdend voorwerp. Wat stuurt Edwin? Wat hebben we gekocht? een mailtje (lv) een aardigheidje (lv) 10

Lijdend voorwerp: wie of wat + gezegde + onderwerp? Het meewerkend voorwerp 'krijgt' iets; er wordt iets aan 'gegeven' of 'verteld'; er is iets voor bestemd. Aan wie stuurt Edwin een mailtje? Voor wie hebben we een aardigheidje gekocht? mij (mv) voor de juf (mv) Het meewerkend voorwerp vind je door te vragen: Aan wie of wat? Voor wie of wat? Aan wie of wat + werkwoordelijk gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp? Voor wie of wat + werkwoordelijk gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp? Een enkele keer: bij wie of wat.? Vóór een meewerkend voorwerp staat vaak aan of voor; meestal kun je dat weglaten. Staat er geen aan of voor voor, dan kun je het er (meestal) voor zetten. (Daarbij moet je soms de woordvolgorde in de zin veranderen.) We zoeken het meewerkend voorwerp: Bianca gaf die jongen een duw. De tranen sprongen haar in de ogen. Aan wie gaf Bianca een duw? Bianca gaf aan die jongen een duw. Bij wie sprongen de tranen in de ogen? De tranen sprongen bij haar in de ogen. die jongen haar * Je zult merken dat zo'n zin niet altijd helemaal goed klinkt als je aan/voor/bij weglaat of ervoor zet. Moet je kijken! Meneer Aart leest de kinderen een mooi verhaal voor. Aan wie? Voor deze zin geldt: de kinderen - meewerkend voorwerp (Hier zonder aan!) Er had ook kunnen staan: Meneer Aart leest aan de kleintjes een versje voor. Aan wie? Nu geldt: aan de kleintjes - meewerkend voorwerp (Hier met aan!) Wel of geen aan of voor erbij hangt dus af van hoe het in de zin staat. 13

2. De goochelaar liet het publiek zijn nieuwste truc zien. pv - wwg - ond - lv - mv - 6. Die stapel Donald Ducks heb ik voor zijn broer meegenomen. pv - wwg - ond - lv - mv - t - Maak nu toets 5 op blz. 39. 9. Bijwoordelijke bepaling bwb Werkwoordelijk gezegde: alle werkwoorden in de zin. Onderwerp: wie of wat + gezegde? Lijdend voorwerp: wie of wat +gezegde + onderwerp? Meewerkend voorwerp: aan/voor wie of wat? De 'rest van de zin' (de zinsdelen die dan nog overblijven), noemen we (bijwoordelijke) bepaling. Wanneer stuurt Edwin een mailtje? Waar hebben we een cadeautje gekocht? vandaag (bwb) in die nieuwe winkel (bwb) 16