Protocol leertijdverkorting Doel: De procedure leertijdverkorting van SKO West-Friesland is duidelijk voor ouders en school. Inleiding Op iedere school zitten hoogbegaafde leerlingen i en sommige van deze leerlingen hebben zowel voor wat betreft hun capaciteiten en didactische prestaties wellicht behoefte aan leertijdverkorting. Nadenken over verkorting van de schoolperiode vindt pas plaats als compacten en verrijken als maatregelen niet (meer) voldoende zijn. Voor de leerling en de ouders is leertijdverkorting een ingrijpende beslissing. Hier dient intensief overleg aan vooraf te gaan tussen groepsleerkracht ii, intern begeleider iii, ouders en leerling. Voorop staat dat de beslissing in het belang van de leerling en zijn iv ontwikkeling moet zijn. De school neemt op basis van deskundigheid en zicht op de ontwikkeling van de leerling in overleg met de ouders een beslissing. Als de school beschikt over een signaleringsinstrument als DHH of SIDI3 kan het de richtlijnen van dit instrument volgen en het invulformulier uit bijlage 1 als aanvulling gebruiken. Bij leertijdverkorting worden kerndoelen van het basisonderwijs versneld aangeboden. Dit kan op de volgende manieren gerealiseerd worden: Tempodifferentiatie op alle vakgebieden: het gevolg is dat de leerling eerder klaar is om naar een hogere groep door te stromen. Twee leerstofjaren in één schooljaar verwerken: deze vorm leidt tot vervroegde doorstroming naar een hogere groep. Eén groep overslaan: bij een zodanige didactische voorsprong op leeftijdsgenoten dat er zonder noemenswaardige kennishiaten kan worden ingestroomd in een hogere groep. Uitwerking Bij de afweging spelen de volgende criteria (zie invulformulier bijlage 1) een rol: 1. Basiscriteria 2. Didactische criteria 3. Pedagogische criteria 4. Strategische criteria Elke groep criteria bestaat uit meerdere aspecten waarnaar gekeken moet worden voordat een evenwichtige beslissing genomen kan worden. Aspecten die een rol spelen zijn: de cognitieve ontwikkeling, de didactische voorsprong, de
Pagina 2 van 15 sociaal-emotionele ontwikkeling, de leer- en werkstrategieën, de werkhouding (waaronder concentratie, motivatie en leergierigheid), faalangst en onderpresteren. Tevens wordt er rekening gehouden met de omgevingsfactoren zoals het gezin, de leerkracht en de groep. De school houdt rekening met het welbevinden van de leerling, de visie van de ouders, de leerling en de school. Als de antwoorden op de basiscriteria een indicatie voor leertijdverkorting vormen, is het zinvol om naar de didactische criteria te kijken. Hoogbegaafdheid alleen is onvoldoende reden om doorstroming naar een hogere groep noodzakelijk te maken. Daarvoor moet er ook een didactische noodzaak bestaan. Zonder deze noodzaak bestaat er een risico op kennishiaten, met als gevolg dat de leerling in de toekomst problemen zou kunnen ondervinden. Wanneer de antwoorden op de basiscriteria en didactische criteria een indicatie voor leertijdverkorting geven, is het zinvol om naar de pedagogische criteria te kijken. Onder pedagogische criteria worden zaken verstaan als sociaal aansluiting kunnen vinden bij oudere kinderen, emotioneel welbevinden tussen oudere kinderen, de ontwikkeling van werk en leerstrategieën, onderpresteren, prestatiemotivatie, faalangst etc. Zodra de eerste drie criteria een indicatie voor leertijdverkorting geven, moet tot slot gekeken worden naar de strategische criteria. Hieronder worden alle aspecten verstaan die niet direct leerlinggebonden maar wel situatiegebonden zijn, zoals welbevinden leerling, pedagogisch klimaat in de ontvangende groep, visie van de ouders en leerling zelf. Consequenties voor de school bij leertijdverkorting Er wordt een plan (met specifieke onderwijsbehoeften van de leerling) opgesteld indien het leerstofaanbod van de groep die overgeslagen wordt voor een deel nog aangeboden en verwerkt moet worden. Afstemming van het onderwijsaanbod op de onderwijsbehoeften van de leerling. Ongeveer zes weken nadat de leertijdverkorting heeft plaatsgevonden gaan de groepsleerkracht en intern begeleider met de ouders in gesprek. In dit gesprek wordt het effect besproken en wordt er gekeken naar het welbevinden van de leerling, de aansluiting bij de groep, de motivatie voor het leren en de noodzaak tot opnieuw compacten en verrijken. De groepsleerkracht heeft in een schooljaar regelmatig contact met de ouders om de ontwikkeling van de leerling te bespreken. De leerling en zijn ontwikkeling worden door groepsleerkracht en de intern begeleider (eventueel zorgteam v ) goed in de gaten gehouden.
Pagina 3 van 15 Stappenplan 1. De hoogbegaafde leerling wordt gesignaleerd m.b.v. observaties (leerlingvolgsysteem), leer-/toetsresultaten of een signaleringsinstrument. De leerkracht is hiervoor primair verantwoordelijk (zie protocol signalering). 2. De groepsleerkracht en intern begeleider komen tijdens een leerlingbespreking tot de conclusie dat compacten en verrijken niet meer voldoende is om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van de leerling. Leertijdverkorting in het belang van de leerling wordt in overweging genomen. 3. Ouders worden geïnformeerd over de mate waarin hun kind specifieke zorg nodig heeft omdat het leerstofaanbod onvoldoende aansluit of omdat de ontwikkeling van het kind dreigt te stagneren. 4. Aan de ouders wordt om toestemming gevraagd voor aanvullend onderzoek. (Bijvoorbeeld: invullen signaleringslijsten, doortoetsen, observatie intern begeleider, overleg klein zorgteam). 5. Met behulp van het CITO LOVS vi (optioneel: OVM vii ) wordt het leerrendement bij rekenen en taal (en eventueel technisch lezen) groep 1-2 vastgesteld. Bij groep 3 het leerrendement rekenen, spelling en technisch lezen. Bij groep 4-8 gaat het om het leerrendement bij technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen. 6. De groepsleerkracht vult samen met intern begeleider en ouders het groeidocument in. In dit document worden o.a. de resultaten van de signaleringslijsten, het doortoetsen en de observaties opgenomen. 7. Is er een didactische voorsprong van ongeveer twaalf maanden op de vier vakgebieden: spelling, rekenen, technisch lezen en begrijpend lezen? Dan vult de groepsleerkracht de vragenlijsten bij het signaleringsinstrument of bijlage 1 het invulformulier bij afweging leertijdverkorting in. 8. De groepsleerkracht en intern begeleider doen na overleg een voorstel en zij lichten dit toe of vragen advies in het zorgteam. 9. De beslissing van de school wordt door de groepsleerkracht en intern begeleider met de ouders besproken. Eventueel wordt het aanbod voor het volgend schooljaar besproken. Indien er nog leerstof van de groep die wordt overgeslagen aangeboden en verwerkt moet worden, wordt dit vastgelegd in een plan. 10. Het traject, de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling en het plan worden in een overdracht door de huidige groepsleerkracht met de ontvangende groepsleerkracht besproken. Tot slot De school beseft dat de beslissing om de schoolperiode te verkorten, voor de leerling en de ouders, ingrijpend is en willen daarom ook uiterste zorgvuldigheid betrachten in dit traject. Door goed en duidelijk met elkaar te communiceren kan de school tot een verantwoorde beslissing komen.
Pagina 4 van 15 Het kan zijn dat de leerling niet in aanmerking komt voor leertijdverkorting, maar dat het in een later stadium toch nog een keer moet worden afgewogen. Wanneer leertijdverkorting wordt overwogen, is het goed om niet overhaast te werk te gaan. Zeker wanneer het zich aan het eind van het jaar aandient. De leerling is niet gediend met een overhaast genomen beslissing. Uitgangspunt moet altijd zijn dat de leerling recht heeft op onderwijs dat bij hem past, passend bij de arrangementen van de school.
Bijlage 1: Invulformulier bij afweging leertijdverkorting Leerling informatie Naam leerling Algemene informatie School Huidige groep Voorgestelde groep Datum van invullen Geboortedatum leerling Leeftijd leerling jaar Gezinsinformatie Leerling woont bij beide ouders. Leerling woont bij moeder (wel/geen contact met vader). Leerling woont bij vader (wel/geen contact met moeder). Er is sprake van co-ouderschap. De leerling heeft een broer en/of zus, en komt na een eventuele leertijdverkorting in dezelfde groep als broer en/of zus. De leerling heeft broer(s) en/of zus(sen), maar komt na een eventuele leertijdverkorting niet in dezelfde groep. De leerling is enig kind. Persoonlijke/fysieke informatie Lengte Groot/normaal/klein voor zijn/haar leeftijd Algehele gezondheid Grove motoriek Fijne motoriek Is de leerling onderzocht door een psycholoog/pedagoog? Nee Ja, datum: Reden van onderzoek: Groep overslaan werd: aangeraden afgeraden - geen uitspraak gedaan. Het initiatief voor een eventuele leertijdverkorting is genomen door School Ouder(s) Intern begeleider Anders, namelijk:
Pagina 6 van 15 Basiscriteria 1: Is de leerling hoogbegaafd? Onbekend/twijfel. Er is geen IQ test afgenomen. Ja, uit het gebruik van een verantwoord protocol voor signalering en diagnostiek voor de hoogbegaafde leerling zijn kenmerken naar voren gekomen. Ja, uit een individuele intelligentie test (namelijk..) afgenomen in de afgelopen drie jaar, behaalde leerling de volgende (totaal) IQ scores: gemiddeld (85-114), boven gemiddeld (115-129), hoog (130-144), zeer hoog (145+) (weghalen wat niet van toepassing is). Was er een significant verschil (15 punten of meer) tussen het verbale en performale IQ? Nee Ja: VIQ = is hoger dan PIQ = Ja: PIQ = is hoger dan VIQ = 2: Is er al eerder sprake geweest van leertijdverkorting of doublure? Is vervroegd naar groep 3 gegaan. Heeft reeds een groep overgeslagen, namelijk groep De school heeft als standpunt dat een leerling niet meer dan eenmaal per schoolperiode een groep overslaat. Is nooit versneld/gedoubleerd en is jarig tussen 1 oktober en 1 januari. Is nooit versneld/gedoubleerd en is jarig tussen 1 januari en 1 juli. Is nooit versneld/gedoubleerd en is jarig tussen 1 juli en 1 oktober. Heeft een jaar extra gekleuterd. Heeft gedoubleerd, namelijk in groep 3: Is er het vermoeden van of een reeds vastgestelde leer en of persoonlijkheidsstoornis? Nee Ja, een vastgesteld leer- of persoonlijkheidsstoornis en/of er is sprake van de volgende belemmeringen heeft een gediagnosticeerd leerprobleem (bijv. dyslexie, dyscalculie). gebruikt medicatie, die gericht is op het verbeteren van gedrag of sociaalemotioneel functioneren, namelijk: gebruikt medicatie, die als bijwerking van invloed kan zijn op het functioneren, namelijk: heeft een gediagnosticeerd lichamelijk probleem dat zijn of haar functioneren op school kan beïnvloeden, namelijk: heeft speciale onderwijskundige begeleiding (gehad), namelijk: kan moeilijk omgaan met fouten maken/kritiek is perfectionistisch heeft een laag zelfbeeld - weinig zelfvertrouwen weinig veerkracht geen realistisch beeld van eigen mogelijkheden niet evenwichtig weinig doorzettingsvermogen matige concentratie niet taakgericht (weghalen wat n.v.t. is).
Pagina 7 van 15 Didactische criteria 4: Is er sprake van een didactische voorsprong? Nee, er is geen didactische voorsprong, er is niet direct noodzaak tot leertijdverkorting. De leerling kan voldoende worden uitgedaagd op het huidige leerstofjaarniveau. Ja, er is een didactische voorsprong vastgesteld d.m.v. doortoetsen. Let op: didactische kaart toevoegen 5: Is deze voorsprong zichtbaar op de vakgebieden taal/spelling, rekenen, technisch- en begrijpend lezen? Nee, slechts op één vakgebied. Leertijdverkorting zou didactisch risico met zich meebrengen. Ja, vergeleken met groepsgenoten laat de leerling een voorsprong zien op de volgende ontwikkelingsgebieden; < 6 mnd. 6-12 mnd. > 12 mnd. Ruimtelijke oriëntatie Tijdsoriëntatie Wereldoriëntatie/- verkenning Taal-/denkontwikkeling Rekenen/wiskunde Taakgerichte vaardigheden (zelfstandigheid) Technisch lezen (DMT) AVI Begrijpend lezen Spelling 6: Hoe groot is de omvang van de voorsprong? Voorsprong < 6 maanden (op drie vakgebieden: taal/spelling, rekenen, begrijpend lezen) valt binnen huidige groep nog voldoende uit te dagen. Voorsprong < 12 maanden (op drie vakgebieden: taal/spelling, rekenen, begrijpend lezen) vervroegde doorstroming valt te overwegen. De doorstroming kan gerealiseerd worden door twee leerstofjaren in één schooljaar aan te bieden. Voorsprong > 12 maanden (op drie vakgebieden: taal/spelling, rekenen, begrijpend lezen) het overslaan van een heel leerstofjaar is gewenst. 7: Is er sprake van een spontaan ontwikkelde voorsprong of is deze in de hand gewerkt door de manier waarop in het verleden de leerstof is aangeboden? Ja, spontane ontwikkeling. Geen spontane ontwikkeling, heeft op basis van tempodifferentiatie een volgend leerboek aangeboden gekregen.
Pagina 8 van 15 8: Zijn er eerder maatregelen genomen om de leerling uit te dagen? Nee, geen eerder degelijk verrijkingsaanbod geweest. Doorstromen zonder dat er eerst verrijkingsstof is aangeboden verdient in geen van de gevallen de schoonheidsprijs, maar is soms onvermijdelijk. Ja, is reeds versneld in een of meerdere vakken, namelijk: Ja, de leerstof is gecompact en verrijkt, namelijk: Ja, de leerling heeft een verrijkend aanbod (extra stof zonder compacting van de reguliere stof) gekregen, namelijk: Ja, neemt deel aan aangepast programma voor hoog-/meerbegaafde leerlingen, toelichting: Anders, namelijk: Pedagogische criteria 9: Hoe is het sociaal- en emotioneel functioneren van de leerling? Problemen in de sociale- en emotionele ontwikkeling; zijn waarschijnlijk te herleiden tot een gebrek aan cognitieve en sociale uitdaging. Sociaal functioneren (omgang andere leerlingen, samenwerken, weerbaarheid) is goed. Emotioneel welbevinden (zelfbeeld: zelfvertrouwen, veerkracht, evenwichtig, realistisch beeld van eigen mogelijkheden) is goed. Motivatie en doorzettingsvermogen (enthousiasme, taakgerichtheid, concentratie) is goed. Anders, namelijk: 10: Beschikt de leerling over handige werk en leerstrategieën? Nee. Het kan wijsheid zijn om de leerling eerst in zijn veilige omgeving van de huidige klas effectief uit te dagen. Op die manier kan gewerkt worden aan de ontwikkeling van een handige taakaanpak zonder dat de leerling veel aanvullende emotionele spanning ervaart. Ja, de leerling beschikt over handige werk- en leerstrategieën (taakaanpak, reflecteren, hulp vragen, zelfstandig werken, structuur). Anders, namelijk: 11: Is er sprake van faalangst? (Denk ook aan omgaan met kritiek/fouten maken/falen/frustratie, perfectionisme.) Nee Ja, namelijk: Faalangst hoeft geen reden te zijn om de leerling niet vervroegd door te laten stromen, maar vraagt wel in alle gevallen een daarop speciaal gerichte manier van begeleiden. 12: Manifesteert de leerling zich als een onderpresteerder? Nee Ja, namelijk: * Tip! Signaleringslijst onderpresteren SiDi3 Formulier 6.B (groep 1-8) Begeleiding zou bijvoorbeeld plaats kunnen vinden in de vorm van een wekelijks gesprekje waarbij de ervaring van de leerling (eisen die gesteld zijn) een in reëel perspectief wordt geplaatst.
Pagina 9 van 15 Strategische criteria 13: Hoe is het welbevinden van de leerling in de huidige groep? Goed. Wat is de meerwaarde van het doorstromen naar een hogere groep, wanneer de leerling zich in de huidige groep echt prettig voelt? Niet goed, namelijk: 14: Hoe is het pedagogisch klimaat ontvangende groep? De groep is al zwaar belast omdat er veel leerlingen inzitten die veel extra tijd en aandacht van de groepsleerkracht vragen. De groepsleerkracht ziet deze uitdaging (nog) niet als een kans. Het pedagogisch klimaat is ontvankelijk. De groepsleerkracht staat open voor deze uitdaging. De groep waarnaar eventueel versneld wordt? Is geen gecombineerde groep. Is een gecombineerde groep. 15: Op welke manier kan straks de begeleiding van de leerling ter hand genomen worden? Geen mogelijkheden (of moet nog worden bekeken). Versnelling binnen één of enkele vakken, namelijk: Compacten en verrijken om te voorkomen dat de leerling pijlsnel een nieuwe voorsprong ontwikkelt, namelijk: Verdieping van stof (extra stof zonder compacting van de reguliere stof) die tot de kerndoelen behoort, als het aanbieden van stof die buiten het reguliere curriculum valt, namelijk: Anders, namelijk: 16: Hoe staan de onderstaande personen tegenover leertijdverkorting? positief neutraal negatief Leerling zelf Ouder(s) School algemeen Leerkracht(en) groep van waaruit versneld wordt Ontvangende groepsleerkracht(en) Intern Begeleider Anders: 17: Wat is de visie van de leerling? Kan de consequenties van zijn besluit op langere tijd nog niet kan overzien. Wil niet, op basis van de volgende argumenten: Belangrijk om goed naar de leerling te luisteren en hem alternatieven te bieden zoals het nog eens op bezoek mogen gaan in de oude groep, samen met vriendjes overblijven, enz. Tip! Leerlingvragenlijst SiDi3 Formulier 5 (groep 3-8)
Pagina 10 van 15 Interpretatie van de totaalscore Leertijdverkorting in de vorm van het overslaan van een groep wordt aangeraden. Het overslaan van een groep kan worden overwogen, maar er wordt aangeraden eventuele alternatieven goed te bestuderen. Het overslaan van een groep wordt afgeraden. Beslissing m.b.t.: Beslissing Datum: Leerling gaat naar groep: Leerling blijft in huidige groep, namelijk: Overige onderwijs-aanpassingen(en) naast of in plaats van de leertijdverkorting: Leertijdverkorting in één of meerdere vakken: Compacten en verrijken: Andere aanpassingen van het schoolprogramma: Het begeleidings-/kindplan n.a.v. bovengenoemde beslissing zal worden samengesteld door: Betrokkenen bij de uitvoer van het plan zijn: Moment van instromen in volgende groep / start aangepast schoolprogramma: Betrokkenen bij de genomen beslissing (namen invullen): Schooldirectie: Huidige leerkracht(en): Eventueel) ontvangende leerkracht(en): Intern begeleider(s): Ouder(s): Leerling: Andere betrokkenen (bijv. RT, Zorgteam): Extra aandacht voor: (Hier kan de betreffende betrokkene uiting geven aan eventuele twijfels bij de genomen beslissing) Plaats en datum Handtekening eindverantwoordelijk Functie Bronvermelding: Hoogeveen, L., van Hell, J.G. & Verhoeven, L. (2003). De versnellingswenselijkheidslijst (The Acceleration Advisability List). Nijmegen: CBO.
Pagina 11 van 15 Bijlage 2: Toelichting op invulformulier afweging leertijdverkorting Het besluit om een leerling vervroegd door te laten stromen, wordt op grond van de onderstaande vier criteria genomen. Elke groep criteria bestaat uit meerdere aspecten waarnaar gekeken moet worden voordat er een evenwichtig besluit genomen kan worden. 1. Basiscriteria 1: Is de leerling hoogbegaafd? Het antwoord op deze vraag kan op twee manieren gegeven worden. 1. Door intelligentieonderzoek 2. Door het gebruik van een verantwoord protocol voor signalering en diagnostiek (DHH of SIDI 3) voor de hoogbegaafde leerling. 2: Is er al eerder sprake geweest van leertijdverkorting? Een tweede versnelling is meestal geen wijs besluit. Waarschijnlijk is er verzuimd om na de eerste doorstroming de leerling een stevig aanbod van compacten en verrijken te bieden. Dit kan namelijk veel problemen voorkomen. Leerlingen die voor 1 januari jarig zijn en aan het eind van hun tweede schooljaar tenminste 1,5 jaar onderwijs hebben genoten, stromen in principe door naar groep 3. In dit geval is er formeel geen sprake van leertijdverkorting. 3: Is er het vermoeden van of een reeds vastgestelde leer en of persoonlijkheidsstoornis? Als er bij de leerling is vastgesteld dat hij hoogbegaafd is, dat er een didactische voorsprong is, maar waarbij tevens sprake is van een leer of persoonlijkheidsstoornis, is het verstandig om bij besluitvorming een extern deskundige te betrekken. Leertijdverkorting kan voor deze leerling een extra risico met zich meebrengen. Als de antwoorden op de basiscriteria een indicatie voor leertijdverkorting vormen, is het zinvol om te gaan kijken naar de didactische criteria. Hoogbegaafdheid alleen is onvoldoende reden om doorstroming naar een hogere groep noodzakelijk te maken. Daarvoor moet er ook een didactische noodzaak bestaan. Zonder deze didactische noodzaak bestaat er een groot risico op kennishiaten, met als gevolg dat de leerling in de toekomst mogelijk problemen zou kunnen ondervinden. 2. Didactische criteria 4: Is er sprake van een didactische voorsprong? Indien er geen duidelijk didactische voorsprong is, is er geen noodzaak tot leertijdverkorting. Het vaststellen van deze voorsprong moet gedaan worden door middel van toetsen uit het leerlingvolgsysteem. Het is belangrijk om gebruik te maken van domeingebonden toetsen zodat zeker is dat de leerling de stof uit het betreffende jaar ook echt goed op niveau (I / I+-score) beheerst. Methode gebonden toetsen geven een onvoldoende beeld over de prestaties van de leerling als het gaat om het bepalen van een voorsprong.
Pagina 12 van 15 5: Is deze voorsprong zichtbaar op de vakgebieden spelling, rekenen, technisch lezen en begrijpend lezen? De voorsprong moet zich op meer dan één vakgebied voordoen. Het is belangrijk dat het zich op alle vier genoemde vakgebieden (spelling, rekenen, technisch lezen en begrijpend lezen) voordoet. Voor de leerling uit groep 1-2 wordt naar andere ontwikkelingsgebieden gekeken, namelijk: taal/denken, ruimtelijke oriëntatie, wereldverkenning, ordenen en taakgerichte vaardigheden. 6: Hoe groot is de omvang van de voorsprong? Indien de voorsprong kleiner is dan 6 maanden mag ervan uitgegaan worden dat de leerling binnen zijn huidige groep nog voldoende valt uit te dagen. Is de voorsprong op de vier vakgebieden niet groter dan 12 maanden, dan valt leertijdverkorting te overwegen. In dat geval moet de verkorting gerealiseerd worden door twee leerstofjaren in één schooljaar aan te bieden. Alleen als de voorsprong groter is dan 12 maanden op de vier relevante vakgebieden is het overslaan van een leerstofjaar passend. 7: Is er sprake van een spontaan ontwikkelde voorsprong of is deze in de hand gewerkt door de manier waarop in het verleden de leerstof is aangeboden? Indien de voorsprong eigenlijk veroorzaakt is doordat de leerling steeds op basis van tempodifferentiatie een volgend leerboek heeft aangeboden gekregen, dan valt aan de ontwikkeling geen voorspellende waarde meer te ontlenen over de mogelijke capaciteiten en de toekomstige ontwikkeling van de leerling. 8: Zijn er eerder maatregelen genomen om de leerling uit te dagen? Indien er nog niet eerder een degelijk verrijkingsaanbod is geweest, kunt u zich afvragen of leertijdverkorting dan wel de eerste oplossing is die zich aandient. Doorstromen zonder dat er eerst verrijkingsstof is aangeboden verdient in geen van de gevallen de schoonheidsprijs, maar is soms onvermijdelijk. Wanneer de antwoorden op de basiscriteria en didactische criteria een indicatie voor leertijdverkorting geven, is het zinvol om te gaan kijken naar de pedagogische criteria. Onder pedagogische criteria worden zaken verstaan als sociaal aansluiting kunnen vinden bij oudere kinderen, emotioneel welbevinden tussen oudere kinderen, de ontwikkeling van goede werk en leerstrategieën, onderpresteren/prestatiemotivatie, faalangst etc. 3. Pedagogische criteria 9: Hoe is het sociaal emotioneel functioneren van de leerling? Goede diagnostiek in het traject voorafgaand aan de besluitvorming moet helder maken of eventueel gesignaleerde problemen met waarschijnlijkheid te herleiden zijn tot een gebrek aan cognitieve en sociale uitdaging. Het is immers een fabeltje dat alle hoogbegaafde kinderen zich sociaal-emotioneel afwijkend ontwikkelen, het is echter wel zo dat de omstandigheden waarin een kind verkeert, kunnen maken dat het sociaal minder goed functioneert. Juist in deze gevallen zien we dat het sociaal functioneren en het emotioneel welbevinden van de leerling verbetert als hij tussen oudere leerlingen zit.
Pagina 13 van 15 10: Beschikt de leerling over handige werk en leerstrategieën? Vervroegde doorstroming heeft tot gevolg dat de leerling taken krijgt die veel moeilijker voor hem of haar zijn, dan voorheen het geval geweest is. Als een leerling nauwelijks goede werk- en leerstrategieën heeft hoeven ontwikkelen om toch zijn taken goed te kunnen doen, dan kan dit in de eerste periode na de vervroegde doorstroming een probleem opleveren. In dat geval kan het wijsheid zijn om de leerling eerst in zijn veilige omgeving van de huidige klas effectief uit te dagen. Op die manier kan gewerkt worden aan de ontwikkeling van een handige taak aanpak zonder dat de leerling veel aanvullende emotionele spanning ervaart. 11: Is er sprake van faalangst? Faalangst hoeft geen reden te zijn om de leerling niet vervroegd door te laten stromen, maar vraagt wel in alle gevallen een daarop speciaal gerichte manier van begeleiden. 12: Manifesteert de leerling zich als een onderpresteerder? Een leerling die zich lange tijd als onderpresteerder heeft gemanifesteerd, kan in de eerste periode na de vervroegde doorstroming moeite hebben met het feit dat er plotseling eisen aan hem gesteld worden. Daar moet de leerling aan wennen en dat heeft ook wel even tijd nodig. Begeleiding zou plaats kunnen vinden in de vorm van een wekelijks gesprekje waarbij de ervaring van de leerling een in reëel perspectief wordt geplaatst. Zodra de eerste drie criteria een indicatie voor leertijdverkorting geven, moet tot slot gekeken worden naar de strategische criteria. Hieronder worden alle aspecten verstaan die niet direct leerlinggebonden, maar wel situatie gebonden zijn, zoals welbevinden leerling, pedagogisch klimaat in ontvangende groep, visie van de ouders en leerling zelf. 4. Strategische criteria 13: Hoe is het welbevinden van de leerling in de huidige groep? Bij de afweging of leertijdverkorting verstandig is, moet bekeken worden mits de leerling zich in de huidige groep echt prettig voelt of op dat moment doorstromen naar een hogere groep een meerwaarde heeft. 14: Hoe is het pedagogisch klimaat ontvangende groep? Soms is het pedagogische klimaat in een ontvangende groep niet optimaal. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Soms is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden en leidt de chemie tussen leerlingen onderling tot ruzie of conflicten. In andere gevallen kan de groep al zwaar belast zijn omdat er veel leerlingen inzitten die veel extra tijd en aandacht van de groepsleerkracht vragen. 15: Op welke manier kan straks de begeleiding van de leerling ter hand genomen worden? Het is belangrijk om snel mogelijk over te gaan tot compacten en verrijken om te voorkomen dat de leerling pijlsnel een nieuwe voorsprong ontwikkelt. Daarbij kan gedacht worden aan verdieping van stof die tot de kerndoelen behoort, maar ook het aanbieden van stof die buiten het reguliere curriculum valt zoals het leren van een vreemde taal en leren hoe je onderzoeksresultaten presenteert.
Pagina 14 van 15 16: Wat is de visie van ouders? Hoewel ouders op leertijdverkorting kunnen aandringen, kunnen zij dit niet afdwingen. De school is te allen tijden verantwoordelijk voor de schoolloopbaan en het leerstofaanbod. De verantwoordelijkheid voor de beslissing ligt altijd bij de groepsleerkracht, IB-er en directie. Ouders moeten de beslissing tot leertijdverkorting wel goedkeuren en ondersteunen. Uitgangspunt moet altijd zijn dat leerlingen recht hebben op onderwijs dat bij hen past, passend bij de arrangementen van de school. 17: Wat is de visie van de leerling? De mening van de leerling is niet doorslaggevend. Een kind neemt een beslissing op grond van een korte termijn beleving. Dat betekent dat het kind de consequenties van zijn beslissing op langere tijd nog niet kan overzien. Bezwaren van een kind zijn in de meeste gevallen eenvoudig op te lossen door goed naar hem te luisteren en de leerling alternatieven te bieden (zoals het nog eens op bezoek mogen gaan in de oude groep, samen met vriendjes overblijven). Conclusie Nadat alle vragen binnen de vier groepen criteria beantwoord zijn en alle stappen doorlopen zijn, wordt de definitieve beslissing genomen. Door alle genoemde criteria te hanteren kan de school goed onderbouwen waarom de leerling wel of niet in aanmerking komt voor leertijdverkorting.
Pagina 15 van 15 Voetnoten i Hoogbegaafde leerling = In de praktijk en theorie worden termen gebruikt als talentvolle leerling, excellente leerling, meerbegaafde leerling, (hoog-)begaafde leerling etc. Conform ons Raamwerk Protocol Hoogbegaafdheid gebruiken wij de term hoogbegaafden of hoogbegaafdheid. ii Waar groepsleerkracht staat, kan bij een duobaan ook groepsleerkrachten worden gelezen. iii Intern Begeleider = Conform het Raamwerk Protocol Hoogbegaafdheid beschikt iedere school over een aanspreekpunt dat geschoold is in hoogbegaafdheid. Deze persoon kan de Intern Begeleider zijn, maar ook een gespecialiseerd leraar / Talentcoördinator. Waar in dit stuk wordt gesproken over Intern Begeleider wordt de persoon bedoeld die aanspreekpunt op school is. iv In dit protocol spreken we over de leerling in mannelijk vorm. Vanzelfsprekend kan hier ook de vrouwelijke vorm worden gelezen. v In het zorgteam overleggen de Intern Begeleider, de directeur en externe adviseurs (bijvoorbeeld psycholoog, orthopedagoog) over de aanpak van leerlingen waarvoor specifieke hulp nodig is. vi CITO LOVS = Het Leerling- en OnderwijsVolgSysteem, ontwikkeld door het CITO. Door middel van jaarlijkse toetsen in het midden en aan het eind van het schooljaar wordt de ontwikkeling van leerlingen in beeld gebracht voor Technisch Lezen, Begrijpend Lezen, Spelling en Rekenen. vii OVM = OntwikkelingsVolgModel, waarbij de ontwikkeling van kleuters wordt gevolgd.