Hoofdstuk 3 sociale invloed Impliciete sociale invloed Een individu neemt waar dat anderen iets doen of laten, zonder dat deze anderen expliciet vragen om mee te doen. Meerderheid invloed > minderheid = conformisme Meerderheid invloed < minderheid = innovatie Expliciete sociale invloed //gehoorzaamheid Een individu krijgt een verzoek van anderen om iets te doen of te laten Vaak gepaard met beloning/straf Sociale invloed bestuderen? conflict situatie maken tussen de wil v.h. individu V/S impliciete of expliciete sociale druk Resultaat? Autonoom: individu wint of niet-autonoom: sociale druk wint MAAR 3 e mogelijke weg: individu doet expres het omgekeerde dan wat sociale druk eist //reactantie De invloed van de aanwezigheid van anderen Tegenstrijdige bevindingen: sociale inhibitie en sociale facilitatie Wie? Ader en Tatum 1963 Wat? Dn met elektrodes op het been. Elektrische schok per 10s. Rode drukknop binnen handbereik die de schok 10s uit kan stellen. Doel is om asap het reddende gedrag te ontdekken Manipulatie? Tussen-proefpersoon-manipulatie: alleenconditie V/S sociale conditie (extra dn die gn rode knop had, er mocht geen contact zijn tussen de twee dns) Resultaat? Meer dns uit alleenconditie leerden reddend gedrag dan dns uit sociale conditie en veel sneller Verklaring? Sociale inhibitie: aanwezigheid van extra dn hindert adaptief gedrag Wie? Pessin 1993 Wat? Studenten moeten woorden van 3 letters vanbuiten leren. Doel is om lijst zonder fouten op te kunnen zeggen Manipulatie? Tussen-proefpersoon-manipulatie: alleenconditie V/S sociale conditie (Pessin was zichtbaar) Resultaat? Dns uit alleenconditie hadden minder herhaling nodig om de lijst foutloos te kennen Verklaring? Sociale inhibitie: aanwezigheid van Pessin hindert de leertaak Wie? Allport 1920 Wat? Vrije associatietaak. Er werd een woord getoond, binnen 3min zoveel mogelijk associaties noteren Manipulatie? Binnen-proefpersoon-manipulatie: alleenconditie V/S sociale conditie (met 4 andere dns, die elkaars werk niet zagen om competitief gedrag te vermijden) Resultaat? Meer associaties genoteerd in de sociale conditie dan in de alleenconditie Verklaring? Sociale facilitatie: aanwezigheid van anderen bevordert de taak. Onduidelijk: bevordert de denktaak of de schrijftaak? Upgrade! Om de 4 associaties 1 woord noteren: zelfde resultaten: bevordert denktaak
Wanneer sociale inhibitie en sociale facilitatie? Robert Zajonc Performantie veroorzaakt sociale facilitatie, leren veroorzaakt sociale inhibitie Toetsing v.d. theorie is nodig nl. hypothetische-deductieve toetsing. Geslaagd! Zie onderstaand exp. Wie? Zajonc, Heingartner, Herman 1969 Wat? Kakkerlakexperimenten. Kakkerlak werd in een felverlichte ruimte geplaatst. Doel is om asap de weg te vinden naar de donkere ruimte. Tijd werd gemeten. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: alleenconditie V/S sociale conditie Experiment 1: alleen V/S coactieve ander Experiment 2: alleen V/S passief publiek Makkelijk parcours V/S moeilijk parcours Resultaat? Bij het gemakkelijk parcours vindt de kakkerlak in de sociale conditie (met coactieve ander of passief publiek) sneller de donkere ruimte dan in de alleenconditie. Bij het moeilijk parcours vindt de kakkerlak in de alleenconditie de donkere ruimte sneller dan in de sociale conditie. Verklaring? Gemakkelijk parcours // performantie, dus sociale facilitatie. Moeilijk parcours // leren, dus sociale inhibitie Wie? Schmitt, Gilovich, Goore, Joseph 1986 Wat? Pseudo-onderzoek over sensorische deprivatie. Eigenlijke toetsing over hoe lang dns erover deden om hun naam normaal en achterstevoren in te voeren. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: alleenconditie V/S niet-toekijkend-publiek (persoon met blinddoek en hoofdtelefoon) V/S toekijkend publiek (proefleider blijft aanwezig) Resultaat? Responstijd voor de gemakkelijke taak verminderde in de niet-toekijkend-publiek en in de toekijkend-publiek situatie. Responstijd verhoogde voor de moeilijke taak bij de 2 sociale condities Verklaring? Naam typen // performantie: sociale facilitatie Achterstevoren typen // leren: sociale inhibitie Waarom sociale inhibitie en sociale facilitatie? Robert Zajonc Spaarzaamheidsprincipe: 1 verklaring voor beide verschijnselen Sociale aanwezigheid Arousal Uitbrengingskans dominante respons Arousal? Indien sociale aanwezigheid, verhoogt het niveau van fysiologische activiteit van een individu. Dit heeft als gevolg dat de uitbrengingskans van de dominante respons nog verhoogt. Dominante respons? Prikkel kan meerdere responsen uitlokken die compatibel (verenigbaar) of incompatibel (onverenigbaar) zijn. In het tweede geval kunnen de reacties niet tegelijk optreden en is er een responscompetitie (dominant V/S ondergeschikt). Verhoogde arousal verhoogt de kans dat de dominante respons uitgebracht wordt i.p.v. de ondergeschikte responsen. Verband? Sociale aanwezigheid verhoogt arousal. In het geval van leren is de niet-correcte respons dominant, dus sociale inhibitie. In het geval van performantie is de correcte respons dominant, dus facilitatie.
Hypothetisch-deductieve toetsing van de theorie van de sociale activering Dominante respons meten? (3 types) 1. Responshiërarchie van dn meten in bepaalde situatie 2. Leerfase voor onderzoek waar responsen dominant en ondergeschikt worden gemaakt 3. Een stimulus aanbieden waarvan men weet hoe de meeste dns erop reageren Type 2 (Robert Zajonc) De aanwezigheid van anderen bevordert de kans op het vertonen van de dominante respons. = sociale activering. Verificatie in onderstaand experiment. Wie? Zajonc en Sales 1966 Wat? Variatie op Turkse-woorden-experiment. Fase 1: dn krijgt aantal Turkse woorden te horen. Woorden werden 2 tot 16 keer herhaald: responshiërarchie geschept door proefleider. Vaak herhaalde woorden zijn dominant, anderen ondergeschikt. Fase 2: dn krijgt Turkse woorden enorm kort aangeboden (in feite pseudoherkenningsbeurten met random lijntjes, af en toe een echt woord) en moet raden welk woord zogezegd geprojecteerd werd. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: alleenconditie V/S sociale conditie (2 toekijkende studenten) Resultaat? Responshiërarchie gelukt: woorden met 16 herhalingen werden vaker genoemd dan met minder herhalingen, dus dominante respons. Dominante respons werd nog vaker uitgebracht in de sociale conditie dan in de alleenconditie. Verklaring? Sociale activering is aangetoond! De aanwezigheid van anderen bevordert het uitbrengen van de dominante respons. Discussie Kritiek door Cottrel, Wack, Sekerak en Rittle (1986). Sociale activering enkel aangetoond bij toekijkende anderen. Critici voerden Turkse-woorden-experiment opnieuw uit met een extra conditie van niet-toekijkend-publiek. Geen verschil in resultaat tussen alleenconditie en niettoekijkend-publiek conditie. Verklaring? 1. evaluation apprehension : neen: niet relevant op bv. dieren. 2. Alleenconditie werd mogelijks ook als sociale conditie ervaren door dn (dn en proefleider bleven in contact via intercom gedurende experiment) Oplossing: vervolgonderzoek met echte alleenconditie en vermijding van evaluatievrees. (Vb. Dierexperiment: door Zajonc met kakkerlakken) Type 3 Wie? Thomas, Skitka, Christen, Jurgena 2002 Wat? Dekmantel onderzoek over een zinaanvultest. Onderzoek werd geleid door een proefleidster. Dns moesten na de test een anoniem (sociale wenselijkheid <) evaluatieformulier invullen over de vriendelijkheid van de proefleidster. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: Vriendelijke leidster V/S onvriendelijke leidster Alleenconditie V/S sociale conditie (waarin de dns elkaars antwoorden niet zagen) Resultaat? De vriendelijke proefleidster werd in de sociale conditie beter geëvalueerd dan in de alleenconditie. De onvriendelijke proefleidster werd beter geëvalueerd in de allenconditie dan in de sociale conditie.
Verklaring? Sociale activering is aangetoond! De aanwezigheid van anderen bevordert het uitbrengen van de dominante respons. D.w.z. de vriendelijke wordt nog vriendelijker bevonden en de onvriendelijke wordt nog onvriendelijker bevonden in de sociale conditie. Wie? Chapman 1973 Wat? 7- en 8-jarige kinderen luisterden via een hoofdtelefoon naar grappige geluiden. De duur van lachen en glimlachen werd gemeten. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: alleenconditie V/S passief publiek (kreeg geen hoofdtelefoon) V/S coactieve ander (kreeg hetzelfde te horen) Resultaat? Duur lachen en glimlachen: alleenconditie < passief publiek < coactieve ander Verklaring? Sociale activering is aangetoond! Aanwezigheid van een ander verhoogt het uitbrengen van de dominante respons, nl. lachen met iets grappigs. Verhoogde fysiologische activiteit meten? (3 types) 1. Verhoogde transpiratie 2. Verhoogde hartslag 3. Verhoogde bloeddruk Type 1 Wie? Martens 1969 Wat? Dn leert een motorische taak aan. PSI (palmar sweat index) werd gemeten voor het onderzoek en enkele keren tijdens het onderzoek. PSI wordt gemeten door behandelde folie te bevestigen aan vingertoppen dn. Zweet tast de folie aan en maakt gaatjes. Hoe meer gaatjes, hoe meer zweet, hoe meer fysiologische activiteit. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: alleenconditie V/S sociale conditie (toekijkend publiek van 10 studenten) Resultaat? Voor het onderzoek geen verschil in PSI. Tijdens de leertaak steeg PSI in beide condities, maar was hoger in de sociale conditie. Verklaring? Sociale aanwezigheid verhoogt fysiologische activiteit // verhoogde transpiratie Type 3 Wie? Bell, Loomis, Cervone 1982 Wat? Dn deed reactiesnelheidstaak waarbij bloeddruk gemeten werd. Manipulatie? Tussen-proefpersoon: alleenconditie V/S sociale conditie (extra dn in de ruimte) Resultaat? Gemiddelde bloeddruk hoger in de sociale conditie dan in alleenconditie Verklaring? Statistische verklaring: effect sociale situatie op prestatie bij de taak werd gemedieerd door effect sociale situatie op fysiologische activiteit. Impliciete sociale invloed: meerderheidsinvloed Solomon Asch Kritiek op onderzoek waaruit bleek dat mensen kuddedieren zijn. Onderzoek behandelde moeilijke kwesties waardoor dns zich uit onwetendheid aansloten bij de massa. Nieuw onderzoek door Asch met uiterst makkelijke kwesties zodat dns zeker zelf een antwoord konden formuleren en > kans op autonoom gedrag.
Het basisparadigma van Asch Wie? Solomon Asch Wat? Visuele-perceptieopdracht. Dn krijgt een standaardlijn te zien. Daarna krijgt dn 3 lijnen: een erg afwijkende van de standaard, een die een beetje afwijkt en eenzelfde lijn als de standaard. Doel is om aan te geven welke van de 3 lijnen overeenkomt met de standaardlijn. Na het experiment werd de dn in een interview geconfronteerd met de fouten die hij/zij maakte. Manipulatie? Pretests om aan te tonen dat in alleenconditie 99% van de lijntjes juist beoordeeld werd en de taak dus écht gemakkelijk was. Echt onderzoek in sociale conditie met 8 dns, waarvan maar 1 echte dn. De andere 7 gaven op voorhand afgesproken antwoorden die 12 van de 18 keer fout waren. Resultaat? 36.7% van alle cruciale proefbeurten van alle dns te samen werd fout beantwoord, terwijl in een alleenconditie dit een verwaarloosbaar percentage zou zijn (zie pretest). Tijdens het interview gaven enkelingen met moeite toe dat er groepsdruk was die ze als informatieve invloed beschreven. Verklaring? Er is sprake van normatieve invloed. De dns volgden de mening van de pseudo-dns om bij de groep te blijven horen en aan de groepsnorm te voldoen. Determinanten van sociale invloed Vragen door Asch Waarom maken dns zo n grote blunders? Uitgebreide gesprekken met dns leiden tot vervolgonderzoek. 1. Gelijk hebben en krijgen //onderzoek, maar vooraf gezegd dat de juiste antwoorden achteraf besproken worden. Geen effect op de resultaten 2. De steun van een geestverwant //onderzoek, 1 pseudo-dn antwoordt in 1 e helft correct en komt aan beurt voor de echte dn, in 2 e helft terug bij de andere pseudo-dns. Dn zocht contact met geestverwant en antwoordde vaker correct in 1 e helft, in 2 e helft veel fouten. Effect van de geestverwant duurt maar zolang deze er is.? Belang geestverwant of doorbreken unanimiteit? UNANIMITEIT 3. Doorslaggevende rol v.d. trivialiteit v.d. beoordelingstaak? Taak te makkelijk dat dn niets gaf om juiste antwoord? Neen. Spanning en eenzaamheid bij dns gemeten. + //onderzoek, 19 natuurwetenschappers berekenen de inhoud v.e. bol. Nep-formule wordt door een leerboek aangeboden echte formule tegenspreekt. Toch gebruiken 15 v.d. 19 wetenschappers de foute formule. Invloed van de meerderheid is onafhankelijk van de moeilijkheidsgraad. Impliciete sociale invloed: minderheidsinvloed Solomon Asch (omgekeerd paradigma) Keert paradigma om: onderzoek met 1 pseudo-dn die regelmatig fout antwoordt, 7 echte dns. Pseudo-dn heeft geen invloed op antwoord van anderen, wel op hun gedrag. Meerderheid sluit afwijkende enkeling uit (uitlachen, pesten). Frappant hoe zekerder dns worden door afwijkende enkeling. Ze beweerden dat hun antwoord volledig autonoom was. Sociale omstandigheden speelden voor hen geen rol (zoals in vorig ond.).
Hoe kan een minderheid invloed uitoefenen? Serge Moscovici Minderheid moet dankzij omstandigheden vat krijgen op oordeel v.d. meerderheid. Hypothese: Minderheid krijgt invloed standpunt v.d. meerderheid door consequente gedragsstijl. Het basisparadigma van Moscovici Wie? Serge Moscovici et al. 1969 Wat? Pseudo-onderzoek over kleurenperceptie. Groep van 6 dns, waarvan 2 pseudo-dns. Voor het onderzoek nemen ze collectief deel aan kleurenblindheidstest: dns weten van elkaar dat ze niet kleurenblind zijn. Vervolgens krijgt de groep 36 kleurendia s getoond. Elke dn zegt beurtelings de kleur van de dia (ze waren alle 36 blauw). Manipulatie? Tussen-proefpersoon: Controleconditie V/S sociale conditie (6 dns waarvan 2 pseudo-dns) Sociale conditie: consequente minderheid V/S niet consequente minderheid Resultaat? Controleconditie: alle dia s werden blauw beoordeeld (mits 1 uitzondering). Consequente minderheid: 32% v.d. dns zei minstens 4 keer groen Niet consequente minderheid: gemiddeld 1.25% v.d. proefbeurten zeiden dns groen Verklaring? De gedragsstijl van de minderheid is belangrijke determinant van minderheidsinvloed en voor het brengen van een sociale verandering. Meerderheid versus minderheid: fundamenteel verschillend? Publieke V/S private overtuiging Publieke overtuiging: meerderheidsinvloed > minderheidsinvloed ( ik wil bij de groep blijven horen ) Private overtuiging: meerderheidsinvloed > of = minderheidsinvloed (volgens Wood et al.) Rol van consequentie Weaver et al.: onderzoeksresultaat: herhalen van argumenten wekt indruk dat meer groepsleden dat standpunt delen. Een consequente minderheid kan dus klinken als een grote groep. Expliciete sociale invloed: het inwilligen van verzoeken Stanley Milgram Assistent en bewonderaar van Asch. Maar kritiek op Asch: taak te triviaal. Milgram doet nieuw onderzoek doen waarin dn het écht belangrijk vindt om juist te oordelen. 1. Onderzoek met maatschappelijke relevantie: resultaten // Asch 2. Onderzoek conformistische gebieden (Amerika) V/S individuelere gebieden (Europa): resultaten // Asch 3. Onderzoek waarin dn moreel gewichtige beslissing moet nemen: vervolgonderzoek Waarom morele beslissing? Joodse identiteit: worstelt met vraag hoe een mens zijn onschuldige medemens kan laten lijden Ontdekte hoe sterk expliciete sociale invloed is (soldaat wordt gevraagd om Jood neer te schieten, doet dit en volgt braaf bevel op, zonder vragen te stellen). Milgram wou bewijzen hoe schokkend ver mensen hierin kunnen gaan.
Drijfveer? Milgram is zeer ambitieus en droomt van eeuwige roem. Wil schokkende resultaten publiceren. Er zijn echter > misrepresentaties in zijn publicaties of ontbrekende info over onderzoeken. Die zijn later gecorrigeerd door onderzoekers die toegang kregen tot Milgrams archief. Drijfveer van zijn pseudo-dns: kregen salarisverhogingen en hadden dit in hun dagelijks leven nodig. Het basisparadigma van Milgram en het finale vooronderzoek Wie? Wat? Manipulatie? Resultaat? Verklaring? Stanley Milgram (+ dns uit alle lagen v.d. bevolking om resultaten overtuigender te maken) Pseudo-onderzoek over effect van straf op leergedrag. Twee dns: leerling (handlanger van Milgram) en leraar (echte dn).leraar biedt een taak aan via intercom, antwoordt lln. fout, moet leraar elektrische schok toedienen. Na elke fout stijgt intensiteit v.d. schok. Lln. antwoordde volgens script en kreeg nooit echte schokken. Schokapparatuur met 30 hendeltjes van licht tot XXX (15volt 450 volt). Doel om fysieke actie v.d. dn los te koppelen van het lijden. Schokintensiteit waarbij dn in opstand kwam = indicatie voor punt waarop normen en waarden in opstand komen tegen gevraagde gedrag. Dn en pseudo-dn. Dn kreeg vooraf een klein schokje van het apparaat om te bewijzen dat die wel degelijk werkte en zag hoe elektrodes bij lln. opgeplakt werden. Vrijwel alle dns dienden alle schokken toe. Ze draaiden vaak wel hun hoofd zodat ze niet hoefde te zien hoe de lln. (zogezegd) de elektrische schok kreeg. 2 dns zaten in aparte lokalen, maar zagen elkaars contouren vaag & waren in contact via intercom. Milgrams situatie was erg goed gecreëerd en gaat over expliciete invloed. De officiële Milgramstudies Voet-in-de-deur-effect Eigenlijke leertaak ging vooraf aan 10 proefbeurten zodat dn de procedure begrijpt. Inwilligen van een klein verzoek > kans op inwilligen van veeleisend verzoek daarna. Milgram gaat niet in op effect v.d. proefbeurten op gedrag dn in echte leertaak. Jammer Einde v.d. procedure Als alle schokken + de laatste intensiteit 3 keer toegediend: proefleider legt stil. Als dn weigert om toe te dienen na enkele verzoeken om door te gaan. Dit werd op voorhand niet meegedeeld aan dn. Wie is wie? Dns uit alle lagen v.d. bevolking, van alle leeftijden (enkel mannen, later ook met vrouwen die dezelfde resultaten gaven) om samenleving na te bootsen. Proefleider iemand met gezag en streng uiterlijk. Lln. iemand met ongevaarlijke uitstraling. (Later ook vriendelijke proefleider en zelfzekere lln., resultaat: minder foltering). Proefleider bleef tijdens sessie bij dn om aantekeningen maken + vragen te beantwoorden met vooraf bedachte antwoorden. (Proefleider en dn waren ALTIJD mannelijk)
Psychologische nabijheid v.d. lln. = mate waarin leraar via > zintuigen de prikkels kon waarnemen die lln. kreeg. 4 condities: Minimaal contact (enkel gebons op muur) 65% tot laatste schok Gem weigering bij 27 Auditief contact 62% tot laatste schok Gem weigering bij 25.53 Auditief + visueel contact 40% tot laatste schok Gem weigering bij 20.80 Auditief + visueel + tactiel contact 30% tot laatste schok Gem weigering bij 17.88 De psychologische nabijheid v.d. proefleider 3 condities: Geen ontmoeting, uitleg afgespeeld via Vage resultaten. Proefleider kon dikwijls dn toch opname overtuigen om verder te gaan via telefonisch contact. Proefleider verlaat na uitleg de dn 22.5% tot maximum schok + > gaven stiekem lichtere schokken dan te taak voorschreef. Proefleider blijft bij dn Zie vorige resultaten (ong. 65% tot maximumschok) De kwetsbaarheid v.d. lln. Herhaling van experiment waarbij lln. vermeldde dat hij hartproblemen had. Proefleider beweerde dat de schokken niet schadelijk waren. 65% v.d. dns ging tot maximumschok ondanks dat lln. enkele keren schreeuwde om te stoppen vanwege zogezegde pijn aan het hart. Vertrouwen van de dns in het onderzoek Vaak ging meerderheid tot maximum schok. Mogelijke verklaring: betrouwbare locatie (Yale university) en/of sociaal contract (alle betrokkenen waren volwassenen die vrijwillig deelnamen). Rollenspel 5 variaties op de basislijn: 1. Pseudo-dn toegevoegd bij echte dn. Proefleider verlaat dn na uitleg en vermeldt niet om na elke fout schokintensiteit te verhogen. Pseudo-dn stelt dit voor, maar heeft veel minder invloed: maar 20% gaat tot maximumschok en gem. weigering bij 16.25. 2. Proefleider vraagt op schok 10 om te stoppen en lln. vraagt om door te gaan (wil mannelijkheid bewijzen). Alle dns willigden verzoek v.d. proefleider in. 3. Proefleider speelt lln. omdat lln. zogezegd niet durft. Lln. speelt proefleider. Alle dns stoppen op schok 10 na het horen van leed v.d. proefleider, bevrijden hem uit de stoel en zeggen dat ze aan zijn kant staan. 4. 2 proefleiders en 1 dn. De 2 e dn daagt zogezegd niet op wegens ziekte. Getrukeerde lottrekking zorgt er voor dat een proefleider lln. speelt, de andere blijft proefleider. Gelijke resultaten met basislijn. 5. Normaal onderzoek, maar met 2 proefleiders die na schok 10 tegenstrijdige instructies gaven. 95% volgde instructie om te stoppen. Resterende 5% stopte na 1 hogere schok. Ik ben maar een radertje Lees p. 196-197
Misvattingen over interpretatie v.d. Milgramstudies Geen studie over autoriteit of gezag: proefleider stond NIET in machtspositie, spoorde dn enkel aan. Geen studie over wel of niet inwilligen van verzoek, wel over inwilligen van wiens verzoek: proefleider of de lijdende lln. De verdwenen Milgramstudies Milgrams publicaties zijn niet koosjer. Hij was (expres) slordig en wekte vaak misleidende indrukken op. Een verdwenen studie werd in de jaren 90 teruggevonden waaruit blijkt dat hij dns misleidde. Andere ethische vragen over het Milgramonderzoek Liet dns contract tekenen waarbij Milgram en de universiteit niet verantwoordelijk waren voor ev. schade van de dns. Dns konden medewerking aan onderzoek niet zomaar stoppen, zoals moet, maar kregen soms tientallen aansporingen vooraleer het stop werd gezet. Milgrams documentaire Filmde (met toestemming) dns om docu te maken als onderwijsmateriaal. Uiteindelijk werd het een film ter overtuiging van de waarde van zijn studies, waarin het leek dat aan alle ethische voorschriften voldaan werd. Conceptuele replicaties van het Milgramonderzoek (1) is een eerste experiment, (2) is een vervolgexperiment met andere manipulaties Wie? Wim Meeus en Quintin Raaijmakers Wat? Pseudo-onderzoek over psychologische stress. Pseudo-sollicitant (met nepelektrodes om zweetgehalte te meten) en een dn (krijgt stressgehalte dn live op scherm te zien). Dn stelt 32 meerkeuzevragen aan sollicitant en wordt gevraagd 15 ontmoedigende opmerkingen te maken. Communicatie dn en sollicitant via intercom. Manipulatie? (1) Experimentele conditie (Dn moet opmerkingen maken die op scherm verschijnen) V/S controle conditie (dn mag opmerkingen maken die op scherm staan) (2) Experimentele conditie (proefleider spoort dn telefonisch aan om opmerkingen te maken) V/S sociale conditie (proefleider blijft aanwezig + 3 dns (2 pseudo die bij opmerking 8 en 10 stopten) Resultaat? (1) Experimentele conditie : 91,7% v.d. dns gaat tot opmerking 15 Controle conditie: 0% v.d. dns tot opmerking 15 (2) Experimentele conditie: 36,4% v.d. dns tot opmerking 15, gem. weigering bij 10 Sociale conditie: 15,8% v.d. dns tot opmerking 15, gem. weigering bij 10 Verklaring? / (expliciete sociale invloed?) Wie? Brief, Dietz, Cohen, Pugh & Vaslow Wat? Pseudo-onderzoek over personeelsselectie voor chique onderneming. (1) Dn krijgt dossiers van 10 kandidaten (3 blanken en 7 zwarten) waarvan alle zwarten en 2 blanken aan de functie-eisen van de job voldoen. Dn moet 3 kandidaten selecteren. (2) Dossiers van 8 kandidaten (5 blanken, 3 zwarten) waarvan alle zwarten geschikt
Manipulatie? Resultaat? Verklaring? waren en 3 blanken. Dn beoordeelt elke kandidaat van 1 (niet geschikt) tot 5 (top). (1) Brief conditie (dn krijgt brief van CEO die zegt dat personeel niet tot minderheid mag behoren, want belangrijke klanten) V/S niet-brief conditie (2) Brief conditie V/S niet-brief conditie V/S extra-brief conditie (van manager die meedeelt dat CEO ontslagen is en zijn eisen genegeerd mogen worden) (1) Brief conditie: gemiddeld 0,8 zwarten gekozen Niet-brief conditie: gemiddeld 1,8 zwarten gekozen (2) Brief conditie: gemiddelde score zwarten 3.8 Niet-brief conditie: gemiddelde score zwarten 4.3 Extra-brief conditie: gemiddelde score zwarten 4.1 Dns die de brief kregen willigden het impliciete verzoek van CEO in om te discrimineren op basis van huidskleur. In (2) had de extra brief geen invloed op discriminatie. Nog replicaties uitvoeren? Meestal verboden wegens ethische redenen (bezorgt dns te > spanning + dn kan niet zomaar stoppen tijdens onderzoek blijft aangespoord worden om door te gaan) Toch gelijkaardige onderzoeken in Engeland door Beauvois, Courbet en Oberlé + door BBC! Naar een verklaring? Poging van Milgram Mens als autonoom individu Mens als agent (= uitvoerder) Agentic shift (= omschakeling) Oorzaak: sociale invloed - Iemand stelt zich op als leider - Individu accepteert en voert opdrachten uit i.f.v. leider - Individu associeert acties niet met zichzelf Milgramstudies als analyse hoe snel dn agentic shift doormaakt en hoe snel dn terugkeert naar autonoom individu. Hoe verder af het slachtoffer is (psychologisch gezien), hoe minder snel de agentic shift ongedaan gemaakt wordt. Moeilijkheid hypothese toetsing? Milgram vermeldt dat agentic shift niet altijd compleet was. Poging van Stephen Reicher en Alexander Haslam Dn krijgt functie wordt lid GROEP proefleiders en onderzoekers gevolg Dn handelt in belang v.d. groep Groepsbelang ongedaan maken? - Proefleider verdwijnt: groep in de steek gelaten - Proefleiders zijn het oneens: geen hechte groep meer - Proefleider wordt streng: breuk in groepsgevoel. (Bevelen werden trouwens NOOIT uitgevoerd in Milgrams studies)
Milgram en de Holocaust Milgramstudies zijn niet relevant i.v.m. Holocaust Gedrag van nazisoldaten kan niet langer verklaard worden met het feit dat ze alleen maar bevelen opvolgden. Bovendien ging Milgrams onderzoek niet eens over bevelen opvlogen, maar over het inwilligen van een verzoek. Impliciete en expliciete invloed: fundamenteel verschillend? 1. Rol van hiërarchie: wel bij expliciete, impliciete gebeurt tussen gelijken. 2. Rol van imitatie: wel bij impliciete, niet bij expliciete 3. Zelf gerapporteerde sociale druk: wordt onderschat bij impliciete, wordt hevig ervaren bij expliciete. (Hoewel die ook bij expliciete vaak ontkend wordt. De belangrijkste determinant hierbij is sociale wenselijkheid: autonomie appetitief t.o.v. meeloperij aversief.) Slotbeschouwing Sociale invloed heeft ook voordelen Tilt sportieve of artistieke prestaties vaak omhoog. Mensen stijgen op moreel vlak soms boven zichzelf uit dankzij het juiste verzoek en hun vatbaarheid voor sociale invloed.