reglement geïntegreerde proef Dit reglement maakt integrerend deel uit van het schoolreglement. Als je instemt met het schoolreglement, ben je ook akkoord met dit reglement. 1 Het besluit van de Vlaamse Executieve 1.1 Artikel 50 1 1.2 Artikel 51 2 Het decreet 2.1 Artikel 48 3 De Ministriële omzendbrief SOZ(91) 3.1 De jury van de GIP 3.1.1 Samenstelling jury 3.1.2 Bevoegdheden jury 3.1.3 Wijze van uitoefening van bevoegdheid 3.1.4 Werking 3.1.5 Relatie tot de delibererende klassenraad 3.2 Aanduiding mentor 3.3 Evaluatie GIP 4 Algemene en specifieke doelstellingen GIP 4.1 Algemene doelstellingen 4.2 Specifieke doelstellingen 5 Organisatie en planning GIP 5.1 Verantwoordelijkheden 5.3 Verloop GIP 5.3.1 Planning 5.3.2 Realisatie 5.3.3 Voorstelling 6 Centraal beheer documenten 6.1 Logboek 6.2 Het dossier 7 Evaluatie 7.1 Aandeel in totale evaluatie 7.2 Arbeidsattitudes 7.3 Procesevaluatie 7.4 Productevaluatie 7.5 Rapportering 7.6 Proces verbaal 8 Problemen p. 1 van 9
Deel 1: opgelegd door het ministerie van onderwijs De wettelijke en reglementaire basis voor de geïntegreerde proef (GIP) is te vinden in onderstaand besluit, decreet en omzendbrief. 1 Het besluit van de Vlaamse Executieve Het besluit van de Vlaamse Executieve betreffende de organisatie van het voltijds onderwijs van 13 maart 1991. 1.1 Artikel 50 1 Een geïntegreerde proef wordt ingericht in: het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch, het kunst en beroepssecundair onderwijs; het derde leerjaar van de derde graad van het technisch, het kunst en beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar. 1.2 Artikel 51 Onverminderd de bepalingen van artikel 50 is het met vrucht beëindigen van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming. 2 Het decreet Het decreet betreffende het onderwijs II van 31 juli 1990. 2.1 Artikel 48 Deze afdeling verstaat onder 'optie' een leervak of een groep van leervakken die in de tweede en derde graad het karakteristieke van de opleiding bepalen en die bestaat uit het fundamenteel gedeelte dat de studierichting bepaalt en eventueel het complementair gedeelte. Voor zover stages deel uitmaken van het studierichtinggedeelte, zullen zij een belangrijk onderdeel vormen bij de beoordeling van de geïntegreerde proef. 3 De Ministriële omzendbrief SOZ(91) 1 De Ministeriële omzendbrief SOZ(91) van 3 mei 1991 betreffende de structuur en de organisatie van het voltijds secundair onderwijs. 3.1 De jury van de GIP Hieronder volgt de belangrijkste inhoud uit SOZ(91). 3.1.1 Samenstelling jury 1. De jury is verantwoordelijk voor het goed verloop en voor de eindbeoordeling van de GIP. Zij is samengesteld uit de voorzitter, de leden van het onderwijzend personeel van de eigen school en een aantal juryleden van buiten de school. 1 Zie website: http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13301 p. 2 van 9
2. Het voorzitterschap wordt waargenomen door de afgevaardigde van de Inrichtende Macht, ofwel door de directeur of zijn afgevaardigde (technisch adviseur, studierichtingverantwoordelijke ). Enkel de leraren die les geven aan de betrokken leerling en externe deskundigen mogen de GIP beoordelen. Andere personeelsleden van de school kunnen als raadgevend lid optreden wanneer ze een deskundige inbreng hebben. De jury kan aldus uitgebreid worden met de directeur, de adjunct directeur, de technisch adviseur coördinator, de technisch adviseur De juryleden van buiten de school worden door de afgevaardigde van de Inrichtende Macht of door de directeur gekozen op basis van hun deskundigheid. Meestal zullen dit vakmensen zijn uit het plaatselijke of regionale beroepsleven. 2. Het aantal juryleden van buiten de school mag niet groter zijn dan het aantal leden van het onderwijzend personeel. 3. Het mandaat van de leden is steeds hernieuwbaar. 4. De jury van de GIP wordt in de loop van het tweede trimester door de Bestendige Deputatie op voordracht van de afgevaardigde van de Inrichtende Macht of de directie van de school aangesteld. 5. Het extern jurylid moet op de hoogte zijn van de evaluatiecriteria die de school voor de GIP hanteert. 3.1.2 Bevoegdheden jury 1. De jury neemt kennis van de onderdelen van het curriculum (het geheel aan kennis, vaardigheden en attitudes aangeleerd tijdens de hele opleiding) die deel uitmaken van de GIP. 2. De jury brengt advies uit over de kwalificatie van de leerling aan de delibererende klassenraad. 3. De jury zal haar beslissing steunen op de evaluatie van de onderdelen van het curriculum die deel uitmaken van de GIP. 3.1.3 Wijze van uitoefening van bevoegdheid 1. De jury oefent haar bevoegdheid uit in overleg en streeft daarbij naar een consensus. 2. Indien geen consensus kan bereikt worden, beslist de jury bij gewone meerderheid. Bij staking van stemmen gaat de beslissing in het voordeel van de leerling. 3. Het proces verbaal van de GIP wordt door alle leden van de jury ondertekend en aan de delibererende klassenraad overgemaakt. p. 3 van 9
4. Voor de delibererende klassenraad zal het resultaat van de proef een belangrijk element betekenen in haar eindbeslissing. Meestal zal het niet slagen voor de GIP resulteren in het niet slagen voor het leerjaar. 3.1.4 Werking 1. Elk lid van de jury heeft het recht om gedurende de ganse duur van de GIP de betrokken leerlingen te observeren en te evalueren. 3.1.5 Relatie tot de delibererende klassenraad De GIP maakt deel uit van de globale beoordeling over de totaliteit van de vorming van de leerling. Het resultaat ervan zal derhalve een belangrijk element zijn in de eindbeslissing van de delibererende klassenraad. 3.2 Aanduiding mentor Omdat de GIP een jaarproject is én omdat de individuele leerling of de leerlingengroep goed moet opgevolgd worden, is het wenselijk om binnen de lerarengroep een mentor aan te duiden. De taak van de mentor is erg belangrijk. Hij/zij volgt het project en de hem toegewezen leerling(en) op en zal waar nodig behulpzaam zijn. (logboek volgen, tijdig afgeven van taken ). De aanduiding van een mentor is geen wettelijke verplichting, maar wel handig bij grote klassen om te stimuleren, te controleren en om regelmatig advies te geven bij het zelfstandig werk van de leerling. Hij/zij zal echter niet evalueren. Het dient dus wel iemand te zijn die regelmatig overleg pleegt met zijn collega s, bv. als leraar of als stagebegeleider. In uitzonderlijke gevallen en slechts als degelijke procesbegeleiding gegarandeerd is, komen daarvoor ook externe personen in aanmerking. 3.3 Evaluatie GIP 1. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de evaluatievraag die door de jury wordt gesteld en de deliberatievraag die moet worden beantwoord door de delibererende klassenraad. Beide zijn natuurlijk aan mekaar gerelateerd. 2. De evaluatie van de GIP bestaat uit twee delen: de procesevaluatie en de productevaluatie. 3. De procesevaluatie is minstens even belangrijk als de productevaluatie. Zij toetst de evolutie die de leerling in de loop van het proces doorloopt. De leerling krijgt kansen om te plannen, (zichzelf) te evalueren en te remediëren. De kans dat het een afschrijfsel wordt, verkleint omdat de leerling de verschillende opbouwfasen van het werk heeft moeten toelichten. Op het rapport kan de leerling zijn vorderingen opvolgen. 4. De productevaluatie is een presentatie met mondelinge toelichting. Bij de praktische realisatie en/of de voorstelling van de proef, in aanwezigheid van een deskundige jury, worden vragen gesteld over de theoretische studie en praktische uitvoering. Ook nu zal er een evaluatie gebeuren. De voorzitter leidt de vergadering tijdens deze evaluatiefase. De voorzitter van de jury bundelt alle elementen, die tot een bepaalde beslissing hebben geleid, tot een synthese: een verslag per leerling, dat in het evaluatieboek wordt gestopt. De evaluatievraag waarop de jury een antwoord moet formuleren is of de leerling voldaan heeft voor de praktische, technische of kunstzinnige aspecten van de vorming. p. 4 van 9
De eindconclusie is dan 'geslaagd' of 'niet geslaagd'. De jury spreekt zich uit over alle in dit reglement niet voorziene gevallen. p. 5 van 9
Deel 2: opgelegd door de school 4 Algemene en specifieke doelstellingen GIP 4.1 Algemene doelstellingen De GIP is een jaaropdracht gespreid over het hele schooljaar en biedt de school, leraren en leerlingen kansen op zinvolle contacten met het regionaal bedrijfsleven. De leerling toont op een synthetische en realiteitsgebonden wijze aan dat hij/zij de praktische en technische bekwaamheid bezit die typisch is voor de gevolgde opleiding. De leerling moet zich dus vaardig tonen door het spontaan toepassen van inzichten, methodes en attitudes in concrete situaties die eigen zijn aan het beroep of de opleiding. 4.2 Specifieke doelstellingen De leerling: is gemotiveerd; stuurt het eigen leerproces (plant de aanpak van problemen, organiseert en controleert denk en doe activiteiten); benut verworven informatie in nieuwe situaties; gaat om met werkdruk; werkt kwaliteitsgericht; doet aan zelfevaluatie; rapporteert en verdedigt het werk zowel schriftelijk als mondeling; ervaart dat zowel parate kennis als het gericht raadplegen van informatiebronnen tot de oplossing van een probleem kan leiden; wisselt zelfstandig werken af met groepswerk; wordt uitgedaagd tot creatief en probleemoplossend denken. 5 Organisatie en planning GIP Daar de GIP geen momentopname wil zijn, maar een jaarproject waarvan het hoogtepunt of afsluiting in de maand juni wordt gesitueerd, dringt zich een planning op. 5.1 Verantwoordelijkheden Bij de voorbereiding, de uitvoering en de beoordeling van de GIP zijn meerdere personen betrokken. Er is een GIP verantwoordelijke die de algemene organisatie van de GIP vanaf het begin tot het einde in goede banen leidt. Dit is meestal de leraar TV/PV. Vervolgens is er ook een jury/evaluatiecommissie. De mensen die lid zijn van deze commissie zijn allemaal op een of andere manier betrokken bij de organisatie van de GIP: leraren PV, leraren TV en mensen uit het bedrijfsleven, zeg maar de professionele experten. Indien de leerlingen dit wensen, kunnen zij een mentor kiezen. Het is geen verplichting, maar wordt wel aanbevolen. Deze persoon staat in voor de begeleiding van een groepje leerlingen. Hij/zij ondersteunt en stimuleert, moedigt aan, helpt met tips of doet suggesties, maar de leerling blijft wel zelf verantwoordelijk voor wat hij/zij moet doen. De mentor kan steeds om raad gevraagd worden. Het is best een leraar van de school uit het vakgebied van de opleiding. p. 6 van 9
De leerling draagt de verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke realisatie van het praktische en het theoretische deel van de GIP. 5.2 Opgave GIP/keuze van werkstuk De algemene opgave wordt uiterlijk bij het begin van het zesde leerjaar meegedeeld. Mogelijk wordt de leerling ook betrokken bij de keuze van het GIP onderwerp. Motivatie is belangrijk om de GIP tot een goed einde te brengen. De opgave kan gemeenschappelijk zijn voor de hele klas, voor een bepaalde deelgroep of kan van leerling tot leerling verschillen. Bij een gemeenschappelijke opdracht zullen de deelopdrachten nauwkeurig afgebakend zijn, zodat de inbreng van elke individuele leerling duidelijk te evalueren is. 5.3 Verloop GIP 5.3.1 Planning De verschillende stappen of fasen die worden doorlopen bij de realisatie van de GIP, evenals de exacte planning, worden opgenomen in de 'GIP handleiding' die specifiek is per opleiding, en die in het begin van het schooljaar door de GIP verantwoordelijke wordt uitgedeeld en toegelicht en is terug te vinden op het digitaal schoolplatform. 5.3.2 Realisatie Gedurende het schooljaar mag er gewerkt worden aan de realisatie van de GIP. Het is van het grootste belang de planning nauwkeurig op te volgen. Er kan zowel tijdens de lessen als buiten de lesuren aan de GIP gewerkt worden. Regelmatig overleg met de vakleraren is een noodzaak. Gebruik hiervoor het digitaal schoolplatform. 5.3.3 Voorstelling De eindfase van de GIP is het presenteren van het werkstuk en het GIP dossier voor een jury. Het is de bedoeling dat de leerling gebruik maakt van didactische hulpmiddelen om zijn/haar verhaal te ondersteunen. De mentor en/of vakleraar kan hierbij helpen. 6 Centraal beheer documenten Alle communicatie tussen leerling en leraar verloopt via het digitaal schoolplatform Smartschool. Dit dient tevens voor het inleveren en verbeteren van opdrachten, tekeningen, foto's Het gebruik hiervan wordt toegelicht door de GIP verantwoordelijke. 6.1 Logboek Het logboek wordt digitaal ingevuld: dient bijgehouden te worden vanaf de eerste dag dat men zijn onderwerp krijgt. Hierin noteert men al de activiteiten i.v.m. de GIP. is een soort dagboek. Men noteert ook telkens de tijd die men aan elke activiteit besteed heeft; is een belangrijk hulpmiddel om het latere dossier (eindwerk) te schrijven; geeft een globaal beeld van het verloop en de vorderingen van de GIP voor alle betrokken partijen (leraren, externe deskundigen, medeleerlingen). is de plaats waarin mentor en leraar opmerkingen, commentaar, tips noteren; is verplicht bij te houden: minimaal één keer per week in te vullen. p. 7 van 9
6.2 Het dossier Bij het project of de praktische realisatie sluit een dossier aan. Dit dossier wordt door iedere leerling individueel opgemaakt. Dit dossier kan de vorm van een eindwerk aannemen en bevat: persoonlijk verwerkte documentatie; tekeningen, berekeningen en toelichtingen en de opeenvolgende stappen in het denk en werkproces; eventueel stageverslagen. Het dossier wordt gemaakt volgens een door de school opgelegd modeldocument in een open bestandsformaat. Het modeldocument is beschikbaar in het digitaal schoolplatform. Eén maand voor de verdediging van de GIP moet het eindwerk zowel digitaal als in hardcopy in drie exemplaren ingeleverd worden (één voor de leraar, één voor het archief en één voor het jurylid). Voor het drukwerk zorgt men zelf, het inbinden kan op school tegen betaling (levertijd vijf dagen). De kosten van drukwerk en inbinden zijn volledig voor eigen rekening. 7 Evaluatie 7.1 Aandeel in totale evaluatie De GIP is een apart vak en bijgevolg een apart cijfer op het cijferrapport. Het gewicht op het cijferrapport staat in verhouding tot de studiebelasting van de GIP: voor de A studierichtingen is dit 60 punten; voor de D studierichtingen is dit 50 punten. 7.2 Arbeidsattitudes De arbeidsattitudes worden door iedere vakleraar geëvalueerd d.m.v. een speciaal daartoe ontwikkeld formulier. Dit cijfer telt voor 10 % mee in de procesevaluatie van de GIP. De arbeidsattitudes die worden geëvalueerd zijn terug te vinden in de GIP handleiding. 7.3 Procesevaluatie Alle deelopdrachten worden geëvalueerd en digitaal bewaard door de vakleraren. In het begin van het schooljaar krijgen de leerlingen een GIP handleiding met daarin een overzicht van de evaluatiemomenten en de evaluatiecriteria van elk deelnemend vak. Het is de bedoeling dat de vakleraar de vooropgestelde doelstellingen (zie GIP jaarplan) evalueert en bijstuurt. Het gewicht van deze procesevaluaties is terug te vinden in de evaluatieschema's die ter beschikking staan op het digitaal schoolplatform. 7.4 Productevaluatie De voorstelling van het eindproduct telt mee als een examen. Het gewicht van deze evaluaties is terug te vinden in de evaluatieschema's. 7.5 Rapportering Het GIP rapport is een gedetailleerde verantwoording van het cijfer op het cijferrapport. Een blanco GIP rapport is opgenomen in de GIP handleiding. Er worden drie GIP rapporten uitgereikt (periode 1, 2 en 3). p. 8 van 9
7.6 Proces verbaal Op het einde van het schooljaar wordt er een proces verbaal opgemaakt (eindbeslissing GIP) waarop het al dan niet slagen voor de GIP wordt vermeld. Dit document wordt door al de juryleden ondertekend. Het niet slagen wordt gemotiveerd! 8 Problemen Indien er zich problemen voordoen tijdens de uitwerking van de GIP, kan men terecht bij de mentor, de klassenleraar of de GIP coördinator. p. 9 van 9