Kol Nidre 5777-2016, 12 oktober 2016 Rabbijn Menno ten Brink, LJG Amsterdam Het Jodendom is in feite de enige religie, die helemaal teruggaat naar het begin van onze ontstaansgeschiedenis. Wij vieren al 5777 jaar lang de schepping van de wereld, van de kosmos. We dragen dat op aan een Schepper, of zo u wilt een scheppende kracht, die veel te groot is om te begrijpen, en te bevatten als mens. Maar we zijn onderdeel van die enorme macht, want we zijn geschapen naar Zijn beeld, betselem Elohiem, naar het beeld van God, waarbij het opvallend is dat Elohiem een meervoudsvorm is. Eigenlijk zou je het letterlijk moeten vertalen met goden. Maar dat is het nu juist. Wij geloven niet in een meer goden wereld, zoals de Grieken, de Romeinen, de hindoes etc. Wij geloven in de eenheid van de Schepper, van Elohiem, die tegelijkertijd meerdere facetten heeft, net als de mensen waarvan er miljarden op de wereld zijn, maar die toch allemaal anders zijn. Geen mens is identiek aan een ander, zelfs eeneiige tweelingen niet. Awraham awienoe, ontdekte als eerste wat het betekende dat er maar een God is, die verschillende aspecten heeft die allemaal deel zijn van hetzelfde. Rosj Hasjana viert die schepping van de wereld. Niet met vuurwerk om demonen weg te jagen, niet met oliebollen. Maar met Sjofartonen om niet alleen de dag aan te kondigen, maar ook om ons voor te bereiden op het vernieuwen van onszelf. We kunnen altijd beter, daarbij rekening houdend dat we een deel vormen van onze omgeving, van de ander. We eten geen oliebollen (misschien ook wel rond als teken van continuïteit van het leven, oud en nieuw, maar wij eten een appeltje met honing, ene nieuwe zoete ronde vrucht: ook rond, als continuïteit, met het zoete voor de wens van het volgend jaar. Rond, continuïteit, en het is een vrucht die we gebruiken als een vrucht vanuit het paradijs, waar alles perfect was in harmonie, in vrede. De mens moest dat paradijs bewaken en bewerken, maar door onszelf is dat mis gegaan en hebben we het paradijs verloren. De perfecte wereld, noem het misschien de Messiaanse Tijd. Wij vieren als enige religie de schepping van alles. Universalisme is voor ons essentieel. Kijk naar andere monotheïstische godsdiensten, die allemaal een ander moment hebben om hun nieuwe jaar te beginnen: Christendom, Anno Domini, het jaar van Onze Heer. Het markeert de geboorte van Jezus als zoon van God, als de verlosser die terugkomt om de wereld naar het Koninkrijk van God te brengen, als een deel van de drie eenheid. Nu 2016 jaar geleden. Moslims beginnen hun kalender met het jaar 622, dat terug gaat naar het jaar dat Mohammed zijn Haj onderneemt, zijn vlucht van Mekka naar Medina. Hier begint hun geschiedenis pas. De Joodse kalender viert niet de geboorte van een volk (dat is Pesach, de eerste van de joodse maanden, Nissan, met de Uittocht uit Egypte), niet de geboorte van een profeet of een Messias figuur, niet de Openbaring op Sinai van Tora. Rosj Hasjana viert en markeert de geboorte van het universum, de schepping van de mensheid, ver voor er nog Joden bestonden. 1
God schiep geen religie, Hij schiep het Universum, en binnen dat universum, de kosmos, de mensheid. En de pasoek die bij ons resoneert is (Ber 1:26) : "Laten wij mensen maken, mannen, vrouwen, naar ons evenbeeld." Wat zijn ras, kleur, sexe, etniciteit ook is. De mens en de mensheid is geschapen naar Gods beeld, dat is wat Jodendom zegt: ieder mens bezit een vonk van het goddelijke. Pas binnen die universalistische gedachten, ontstond het particularisme van Jodendom zelf. We vormen een deel van het groter geheel, en niet iedereen hoeft onze particuliere gedachten etc. over te nemen. Er zijn drie kortere teksten in de amida van de diensten voor Rosj Hasjana en Jom kipoer, die deze gedachten samenvatten. De meesten van u zullen ze niet eens opvallen. We hebben geen speciale melodieën voor deze stukjes liturgie, die heel oud zijn en hun weg al vroeg in onze machzor hebben gevonden. Ze komen waarschijnlijk al uit de 3e eeuw. De rabbijn leest ze, of ze worden gereciteerd door de chazzan. Ze staan na de kedoesja, en beginnen steeds met het woord: oewecheen, 'breng dan, of geef dan'. Blz 139 in de machzor, in onze kol Nidre dienst. We vinden deze drie tekstjes in alle machzorim, orthodox, liberaal conservatief, terug en we staan voor een uitdaging met de nieuwe machzor waar we mee begonnen zijn die samen te stellen, om de teksten zo goed mogelijk voor onze moderne tijd ui te zoeken en te vertalen. De nadruk in de eerste tekst ligt op 'al kol ma'aseecha, 'al kol ma sjebarata'' alle mensen', alles en iedereen die geschapen werden. God wordt gezien als de enige kracht en macht, terwijl de mensen, 'één grote eenheid vormen die Zijn wil nakomen, en dat doen met 'een compleet hart' (lewaw sjaleem). De eenheid van de mensheid staat centraal. Er wordt niet gesproken over een particulier Jodendom. We zijn één grote familie, met elkaar verbonden. Het gaat niet om wij tegen de anderen. Het gaat niet om de ene stam, of groep of religie, of volk, tegen de ander. Het is een basis uitdrukking van een gemeenschappelijke mensheid. Als deze tekst al in de 3e eeuw het licht heeft gezien en de weg vond naar onze machzor, geldt dat voor een wereld die door de globalisering steeds kleiner wordt misschien nog wel meer. Alles heeft met elkaar te maken, van vluchtelingen, de oorlogen in Syrie en andere delen van de wereld. Natuurrampen, de wereld, is door facebook, e-mail en andere social media, deel van onszelf geworden. De wereld zit samen met ons op de bank in de huiskamer. Je kunt je er niet aan onttrekken. Grenzen vervagen in Europa, hoewel, ze ook weer terugkomen met de Brexit. Er zijn ongelooflijk veel wereld problemen, waar we direct deel van zijn. Maar daar stopt het niet. We gaan naar de tweede oewecheen, waar we uitdrukking geven aan de meer particularistische gedachten, le'amcha', voor ons eigen volk. We erkennen dat we onverbrekelijk deel zijn van de gehele mensheid, en daar ook een taak hebben. Maar we zijn ook deel van één volk, dat een speciale taak heeft in deze wereld, en een speciale band met een land. Geef dan eer aan uw volk (oewecheen teen kawod), "en aan hen die u zoeken, en in staat zijn om met Hem te communiceren, geef vreugde aan het land en blijheid aan uw stad." Hier is het duidelijk al vanaf de 3e eeuw, dat we een volk zijn, met een specifiek land en een speciale stad: Israel en Jeroesjalajiem. En we moeten in dat speciale land en die 2
speciale stad steeds op zoek naar hoop, blijheid, vreugde en respect. We kunnen echte blijdschap en hoop en geluk hebben in ons land. Waarbij de messianase hoop wordt aangegeven van 'tsemichat keren ledavid avdecha', de lichtvonken die vanuit David voortkomen, de wa'ariechat neer leween Jisjai, mesjiechecha, de uitstraling van het licht van de zoon Jisjai, de vader van Koning David waar eens de Masjiach uit zal voortkomen, spoedig en in onze dagen, bimheera bejameenoe. Een prachtige gedachte dat we het beeld van licht kunnen zien, een licht in de duisternis om ons heen, ene belofte voor tikoen, perfectie. Het licht groeit en wordt zo vergeleken met een groeiende plant. Weer komt hier het beeld van het vestigen van het paradijs op aarde terug, niet in een onbereikbare toekomst, maar nu nog in onze tijd kan het gebeuren als wij ons aandeel in de wereld om ons heen weten te combineren met ons aandeel als deel van ons volk en ons land. Dat is onze specifieke taak, een mens, een volk, als onderdeel van de mensheid. Dan de derde oewecheen: oewecheen tsadiekiem: "De rechtvaardigen zullen vreugde kennen, juichen. Onrecht is er niet meer in die tijd, het kwaad is in rook opgegaan, als de heerschappij van het brute geweld wordt weggevaagd van de aarde". Dat is het doel, waar we naar streven. Wanneer gebeurt dit? Samen met de rest van de mensheid, moeten we ernaar streven om deze wereld, de schepping een betere wereld te maken, op hetzelfde moment dat we er naar streven ons land een beter land te maken. Het eindigt met een slot zin: Wetimloch: de Eeuwige zal dan regeren over alles dat Hij heeft gemaakt (de eerste tekst), over Zion en Jeroesjalajiem (de tweede oewecheen) in de tijd die de derde beschrijft. We zullen er naar moeten streven Gods partners te zijn om deze wereld een betere wereld te maken, als personen, als deel van ons volk en als deel van de mensheid. We moeten ons terdege realiseren dat we tegelijkertijd deel zijn van de wereld om ons heen en deel van een volk, ons joodse volk. Die twee elementen zijn essentieel om te combineren, en dan kan je werken aan het terugbrengen van het paradijs op aarde. Het zal een einde kunnen maken aan wreedheid, arrogantie, zowel in ons land als in de wereld. De liturgie van Jom Kipoer legt de nadruk op eerlijk met onszelf zijn, hoe we onszelf hebben pijn gedaan, de mensen om ons heen en de verdere wereld waarin we leven. Maar tegelijkertijd is de liturgie die we gebruiken, die hele lange dag en vanavond, rijk aan hoop en verwachting. Hier ziet de schrijver van dit drieluik een wereld die uiteindelijk bevrijd zal zijn van slechtheid en ellende, en alleen goede mensen, de rechtvaardigen, vieren de uitkomst van hun dromen. Het zal ons leiden naar een wereld van Tikoen, van herstel en balans. Volgend jaar Kol Nidre hoop ik dat wij een eerste proefexemplaar van de Kol Nidre dienst aan u kunnen presenteren. Het is de uitdaging van de samenstellers van de nieuwe machzor, die hopelijk over een paar jaar het licht zal zien, om deze teksten tot uw verbeelding te laten spreken. Met een nieuwe taal, een taal die aanspreekt voor de huidige en toekomstige generaties, zonder dat we de essentie van de eeuwenoude teksten verliezen. De vertalingen van het hebreeuws zijn nu ouderwets, al is het alleen al vanwege het gebruik van Gij en Heer, als we God noemen. Het is een ouderwets beeld van God als Vader, terwijl we weten dat God geen mens is. Het is het beeld dat wij ervan maken met onze menselijke ogen, om ons tenminste een voorstelling te maken bij dat Godsbegrip. Maar dat Godsbegrip is veel meer dan dat. We spreken liever over Eeuwige, dat het proces aangeeft, ik heb wel eens gezegd dat God een werkwoord is: hij was, hij is en hij zal zijn: eheje asjer ehejee. Zo maakte Hij zich bekend bij Mosje. Mensen zijn geschapen naar dat beeld, dat is niet één 3
beeld, maar verschillende, en die zullen ook terug moeten komen in de machzor. Mannen en vrouwen, mensen die geloven en niet geloven, mensen die joods zijn van geboorte en joods geworden zijn. Homos en heteros's. Als je in de wereld kijkt is ieder mens anders, geen mens is gelijk aan een ander. Dat is ook een godsbeeld, die anders is dan God als Vader, of zo u wilt als Moeder. Al dit soort aspecten moeten een plaats krijgen in de nieuwe machzor. Ook om ervoor te zorgen dat mensen die vechten met de religieuze kant, zich toch kunnen gaan herkennen in de teksten, de overdenkingen, meditaties, tefillot, in de sfeer die ontstaat in sjoel, de melodieën, de commentaren die in de machzor zullen komen. Rabbijn Lawrence Kushner, schrijver van vele boeken over liturgie, zegt het op een mooie manier: "Het bezoeken van de sjoel tijdens de Hoge Feestdagen is net als het bezoeken van een vreemde maar prachtige stad, gevuld met heel veel historische monumenten, uit het verleden, waar overheen de echo's van het heden liggen. Het beste is om de gebeden n teksten als kunst te zien, niet als wetenschap. Het draagt ons verder en inspireert via het chazanoet en het drama, dat wij dienst noemen. Probeer over de letterlijke tekst en betekenis heen te stappen van de woorden, Zie ze als poëzie, proza, en kijk naar hun historische context. Je kunt ze het beste begrijpen en ze kunnen het beste hun werk doen en je inspireren als je iets begrijpt van de achtergrond waarom ze opgenomen werden. Dan kunnen we echt hun metaforen waarderen voor ons menselijke doel om te groeien." We worden uitgedaagd bij het samenstellen van de nieuw machzor om het oude te bewaren, maar om het letterlijk en figuurlijk te vertalen naar de moderne tijd, de taal van de jongeren, de taal van onze generaties en de toekomst. Met Rosj Hasjana heb ik uiting gegeven aan mijn zorgen, onder meer aan het betrokken houden en maken van de jongeren, in ene tijd waarin de wereld verandert, ook de band met een kehilla. De Machzor zal daar op moeten ingaan. De gebeden, zowel het hebreeuws als de vertalingen, zijn onze menselijke pogingen om uitdrukking te geven aan het onbegrijpelijke. Het moet ons helpen om uit te drukken wat niet uit te drukken is, wat we eigenlijk niet met zekerheid weten. De woorden van de machzor zullen een brug moeten vormen tussen de traditie, en zin geven aan onze huidige levens. Een rabbijn legde uit bij de nieuwe liberale Machzor voor der VS: "De machzor is een manier om onszelf de vraag te stellen: 'Hoe helpen we onszelf terug te keren op dat heilige pad, in een wereld die ons steeds weer daarvan weg probeert te halen." Het is vandaag even een eiland, waar we ons met onszelf maar ook met onze directe omgeving op terug kunnen trekken, om weer met vernieuwde energie en kracht, geïnspireerd, de wereld om ons heen in te gaan. Ik hoop dat als u de tekst van de oewecheens tegenkomt in de machzor, u dan even stilstaat bij hun echte betekenis, die in eerste instantie misschien niet zo duidelijk is, in de archaïsche taal die het Hebreeuws geeft, en zeker de verouderde vertaling uit 1964. We gaan vanuit onze speciale joodse particularistische gedachte, waarbij onze eigen teksten en tradities, dat wat wij leren, over wat Tora te zeggen heeft en bijvoorbeeld onze profeten, de basis en invulling vormen, voor wat wij de wereld kunnen brengen. Wie weet kunnen we dan bijdragen aan een wereld van tsadiekiem, een toekomstige wereld van tikoen, van perfectie, een Messiaanse wereld. tsom kal, een goede vasten, en chatima tova, moge u ingeschreven worden en verzegeld worden in het boek van het leven. 4
5