II. DE AARDE IN BEWEGING

Vergelijkbare documenten
BEWEGENDE AARDE: KWARTET

De Verborgen Attractie van de Aarde. De Verborgen Attractie van de Aarde. 3- Drift der continenten en plaattektoniek. Drift der continenten

Sessie 1 Inleiding plaattektoniek

Samenvatting (Summary in Dutch)

Daarbij stierven 200 duizend mensen.

Krachten van de natuur hoofdstuk 1B4

Eekhoutcentrum Vliebergh. Wegwijzers voor Aardrijkskunde

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2008-II

Samenvatting Aardrijkskunde Systeem Aarde Hoofdstuk 1

5 havo 2 End. en ex. processen 1-4

Werkstuk Aardrijkskunde Vulkanen

AARDRIJKSKUNDE VOOR DE TWEEDE FASE. VWO zakboek samenvattingen begrippen examentips

1.1 Het ontstaan van de aarde

Samenvatting Aardrijkskunde Systeem Aarde H1

Samenvatting Aardrijkskunde Systeem Aarde Hoofdstuk 1

Kei-cool. leerplan inhouden

Wat zit er in de aarde en wat beweegt haar. Jacob T. Fokkema

Sessie 2 De Sumatra beving en tsunami

Planetaire Samenstanden en Aardbevingen door Frank Hoogerbeets

Werkstuk Aardrijkskunde Platentektoniek en vulkanisme

5,7. Praktische-opdracht door een scholier 2573 woorden 3 maart keer beoordeeld. Aardrijkskunde

Verzonken Continenten. Continentverschuiving. David Pratt

6.6. Samenvatting door een scholier 1458 woorden 15 augustus keer beoordeeld. Aardrijkskunde

1. Het Heelal. De aarde lijkt groot, maar onze planeet is niet meer dan een stip in een onmetelijke ruimte.

50 Jaar Geologie: Hoogtepunten. 2. Mijn 50 jaar: * de jaren 60 (revolutie) *

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2006-I

De Verborgen Attractie van de Aarde. De Verborgen Attractie van de Aarde. 3- Drift der continenten en plaattektoniek. Drift der continenten

V. 4,5 MILJARD JAAR AARDSE GESCHIEDENIS

Eindexamen aardrijkskunde oud progr vwo I

VAKGROEP GEOLOGIE RENARD CENTRE OF MARINE GEOLOGY

Dolende Geografische Polen. prof. dr Bert Vermeersen

Een vulkaan onder Nederland

Koolstof wordt teruggevonden in alle levende materie en in sedimenten, gesteenten, de oceanen en de lucht die we inademen.

Kernpunten. Conclusie en nawoord. Essay naar de temperaturen binnen de kern van de aarde. Auteur: Sebastien Immers. Copyright Augustus 2010

De horizontale bewegingen van de platen

Samenvatting aardrijkskunde hoofdstuk 1 de aarde:

ZON, ZEE EN ZONDVLOED WAT HAWAÏ JE ALLEMAAL OVER DE VLOED KAN VERTELLEN

Determineren van gesteente

Natuurrampen. Natuurrampen. Enkele voorbeelden... Oorzaken: bijvoorbeeld lawine, aardbeving, orkaan, overstroming, tsunami en vulkaanuitbarsting.

Numerieke Geodynamica

Geschiedenis van de aarde

Praktische opdracht Aardrijkskunde Opbouw van Reliëf door Vulkanisme

Aarde: De aarde als natuurlijk systeem; samenhangen en diversiteit

De diepe oorzaak van aardbevingen in Nepal

EEN TSUNAMI, WANNEER BIJ ONS? - over tsunami s en aardbevingen -

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2005-II

GEA PROJECT MODULE 03 GEOLOGIE GONDWANA GESTEENTEN

5,6. Wat is een aardbeving? Praktische-opdracht door een scholier 5095 woorden 26 januari keer beoordeeld.

Mexico kan het schudden

6,6. Werkstuk door een scholier 5099 woorden 20 februari keer beoordeeld. Natuurkunde. Aardbevingen in Nederland!

Het mysterie van zee- en oceaanbodems

Samenvatting Levensbeschouwing LV \'Over wondere feiten\' Hoofdstuk 1

Roestig land. De Wijstgronden

Over tsunami s & aardbevingen. Een tsunami! Wanneer bij ons?

DE APPEL VALT NIET VER VAN DE BOOM

Kei-cool. De tentoonstelling in het kort

AARDRIJKSKUNDE VOOR DE TWEEDE FASE. VWO leeropdrachtenboek

7.6. Boekverslag door T woorden 19 juni keer beoordeeld. Aardrijkskunde

Platentektoniek in de klas: de tektoniekbak met een dwarsdoorsnede

Eindexamen aardrijkskunde vwo 2005-I

De Verborgen Attractie van de Aarde

Woord vooraf. Schatten uit de natuur.indb :09

DE RUSTELOZE AARDE De aarde leeft... daar komen jullie in dit 'dossier' meer over te weten.

Aardrijkskunde Aarde hoofdstuk 3

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk ste druk

Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 2

Metamorfe ontwikkeling en tektoniek van de metamorfe gesteente-opeenvolging in de Xilinhot-Linxi regio, Binnenmongolië, China

Profielwerkstuk Aardrijkskunde Aardbevingen

Humboldt. Humboldt. Pico del Teide 1 HV LEEROPDRACHTENBOEK AARDRIJKSKUNDE VOOR DE ONDERBOUW

Aardrijkskunde Samenvatting Hoofdstuk 2 Endogene en Exogene processen 2 t/m 12

Nieuw vak voor VWO-ers: Big History Roland Holst College begint schooljaar met een Big Bang

gea Het Geosfeer-Biosfeer Systeem: wordt de Aarde door het Leven bepaald? september 1989, vol. 22, nr. 3, pag

DE OUDSTE GESTEENTEN VAN DE AARDE (deel 2)

Praktische opdracht Aardrijkskunde Aardbevingen - gevolgen delfstofwinning in NL

Antarctica. De avonturiers Opdrachtenboekje. Uitgaven van het Pass

PLANEET AARDE, EEN LEVENDE

Naam: VULKANEN. Vraag 1. Uit welke drie lagen bestaat de aarde? Vraag 2. Hoe dik is de aardkorst gemiddeld?

Practicum: Hoezo Zeespiegelstijging? Korte versie Lerarenhandleiding

Tekstboek Module 1. Bewustwording

De Jefferson Bijbel. Thomas Jefferson

Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 1 t/m 3

Wat zie jij op het plaatje? Schrijf het vehaal af. De golf was zo hoog als een. Er staan heel veel huizen onder

Oceaanbodem = basalt, veel zwaarder, 3,0 gram/cm3. Continenten = graniet, lichter, 2,7 gram/cm3.

Werkstuk ANW Aardbevingen

Opgave 2 Het volume van een voorwerp geeft aan hoeveel ruimte dit voorwerp inneemt.

Nieuw-Atlantis. Francis Bacon. Vertaald en ingeleid door: Thomas Heij

Fysisch milieu. Cursus natuurgids

Waar komt het allemaal vandaan?

Systeem aarde en het klimaat Wolfgang Schlager

Planning. september onderwerp kiezen

Overzicht. Vandaag: Frank Verbunt Het heelal Nijmegen 2014

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: evolutieleer 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Thermochronologie en inversie van de Roerdalslenk

Transcriptie:

VAN OERKNAL TOT MENS KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN Plate tectonics is, inherently, a simple beautiful concept, but its smaller-scale results are bewilderingly complicated. John F. Dewey, een van de grondleggers van het paradigma (in Plate Tectonics. An Insider s History of the Modern Theory of the Earth, N. Oreskes, 2001) In de twintigste eeuw ondergaat de aardwetenschappen een paradigmaverschuiving, van een fixistisch wereldbeeld vervat in theorieën zoals de permanentietheorie of de geosynclinetheorie naar een mobiel wereldbeeld, uiteindelijk vervat in het paradigma van de platentektoniek met concepten als zeevloerspreiding, continentendrift en subductie. Het tot stand komen van dit nieuwe paradigma is een moeizaam wetenschappelijk proces geweest dat meer dan een halve eeuw heeft geduurd. Uiteindelijk heeft dit dynamische wereldbeeld de geesten ook gerijpt om de volgende stap te zetten in het aardwetenschappelijke denken, waarbij de vaste Aarde (geosfeer) geïntegreerd wordt in het globale concept van Systeem Aarde. Continenten op drift Bij de aanvang van de twintigste eeuw wordt de discussie tussen geofysici gedomineerd door het concept isostasie. Dit concept steunt op het principe van Archimedes, dat stelt dat de opwaartse kracht die een lichaam in een vloeistof ondervindt, even groot is als het gewicht van de verplaatste vloeistof. Uit uitgebreid geodetisch onderzoek groeide immers het idee dat isostasie van toepassing zou kunnen zijn op de continenten. Zo werd bijvoorbeeld de opheffing van Scandinavië verklaard door een isostatische compensatie ten gevolge van het verdwijnen van de ijskap zo n 10.000 jaar geleden. Het feit van isostasie had echter een implicatie waarmee de aardwetenschappers geen blijf wisten: de continenten drijven op een vloeibaar substraat. De laat-paleozoïsche (~300 miljoen jaar geleden) fossiele fauna en flora blijkt opmerkelijke gelijkenissen te vertonen op de zuidelijke continenten (Afrika, Zuid-Amerika, India, Australië, Antarctica). Deze biogeografische provincie kreeg de naam Gondwana. Het bestaan van landbruggen die later wegzonken, is echter in tegenspraak met het geofysische concept van isostasie. De aardwetenschappers zaten dan ook met een probleem: wat met Gondwana? Alfred Wegener verenigde voor het eerst in 1912 het geofysische feit isostasie met het biogeografische feit Gondwana in één globale theorie, de continentendrift. Zijn redenering was eenvoudig: als continenten permanente structuren zijn en drijven op een vloeibaar substraat, maar ooit verbonden zijn geweest (Gondwana), dan is dit enkel mogelijk door horizontale verschuivingen Verschiebungen. Met wat gepuzzel bracht Wegener alle continenten bijeen in het supercontinent Pangaea, wat alle land betekent.

Het mobilistische Europa ontving de theorie van continentendrift met open armen. Fixistisch Amerika bleef heel sceptisch en deed de theorie af als bad science. Spreidende zeevloer Wegener s theorie van de continentendrift steunde hoofdzakelijk op geologisch onderzoek op de continenten. Voor een echte doorbraak was het wachten tot de oceanen hun geheimen vrijgaven. Daarvoor was het wachten tot na de tweede wereldoorlog. Voornamelijk uit militaire overwegingen injecteerde de Amerikaanse overheid in de beginjaren van de Koude Oorlog enorme budgetten in oceanografisch en seismologisch onderzoek. Men kan dan ook gerust stellen dat platentektoniek een kind van de Koude Oorlog is. Uitgebreid onderzoek van het reliëf van de oceaanbodem (bathymetrie) legde een zeer merkwaardig landschap van de ocaanvloer bloot. In de oceanen lopen langgerekte bergketens, die 2.000 à 3.000 m boven de abyssale vlakten uitsteken. Deze oceaanruggen blijken uiteindelijk een continu netwerk te vormen doorheen alle oceanen. Ter hoogte van deze oceaanruggen is bovendien de Aardse warmteflux abnormaal hoog. Langs verschillende continentranden komen dan weer diepzeetroggen voor met dieptes tot meer dan 10 km diep. Deze diepzeetroggen vallen bovendien samen met belangrijke negatieve afwijkingen in de zwaartekracht. Ook blijken de aardbevingshaarden ter hoogte van deze diepzeetroggen opvallend voor te komen volgens een van de diepzeetrog wegduikend vlak, wat we vandaag de Wadati-Benioffzone noemen. In 1960 suggereerde Harry Hess in zijn opmerkelijk essay in geopoetry op basis van de specifieke bathymetrie van de oceaanvloer dat de oceaanruggen de plaats is waar de oceaanvloer uiteen drijft boven de opwellende tak van een convectiecel in het vloeibare substraat. Het concept van zeevloerspreiding was geboren. Magnetisch onderzoek van de oceaanbodem gaf aanleiding tot de ontdekking van een van de meest enigmatische patronen uit de geologie, de zebrapatronen. Deze opmerkelijke magnetische patronen die enkel in de oceaanvloer voorkomen bestaan uit een opeenvolging van banden met versterkt magnetisch veld afgewisseld met banden met verzwakt magnetisch veld. In 1963 zien Vine en Matthews een verband tussen het theoretische concept van zeevloerspreiding, de enigmatische magnetische zebrapatronen, en de magnetische ompolingen. De zebrapatronen blijken immers het ultieme bewijs voor zeevloerspreiding. De oceaanvloer kan beschouwd worden als een soort bandrecorder. Telkens wanneer ter hoogte van de oceaanrug nieuwe oceaankorst wordt gevormd door magmatische intrusies, leggen de uitkristalliserende mineralen het heersende magnetische veld vast. Bij een normale polariteit (een magnetisch veld zoals het huidige magnetische veld) zal de remanente magnetisatie van het basaltische gesteente het huidige magnetische veld versterken; bij een inverse polariteit (ten gevolge van een magnetische ompoling) zal de remanente magnetisatie het huidige magnetische veld verzwakken. Dit resulteert in het zebrapatroon dat volledig symmetrisch is ten opzichte van de spreidingsas, centraal in de oceaanruggen. Bewegende aardplaten Paleomagnetisch onderzoek op de continenten legde zich toe op de evolutie van de gesteentemagnetisatie doorheen de geologische tijd. Men ontdekte dat de polen doorheen de tijd ronddwaalden over het aardoppervlak. Maar tot verbazing van de onderzoekers bleek dat deze dwaalcurves verschillend waren voor elk van de continenten. Dit is, gezien de eigenheid van het aardmagnetisch dipoolveld, onmogelijk. Er kan uiteindelijk maar één magnetische Noordpool en één 2

magnetische Zuidpool zijn. Het zijn dan ook schijnbare dwaalcurves. Het zijn immers niet de polen die ronddwalen over het aardoppervlak, maar de continenten ten opzichte van vastliggende polen. Deze dwaalcurves vormen dan ook het ontegensprekelijke bewijs voor continentendrift. Ook het bestaan van opmerkelijk opgelijnde vulkanische archipels, zoals de Hawaïaanse archipel, diende verder als bewijs voor bewegende aardplaten. Deze archipels zijn immers het resultaat van een aardplaat die over een zogenaamd gloeipunt schuift. Dit gloeipunt is een stabiele magmabron onder de aardplaat, die mogelijk het resultaat is van diepe mantelpluimen. Een nieuw paradigma Midden de jaren 60 was de puzzel nu bijna volledig. Omdat de Aarde nu eenmaal niet uitzet, moest er naast zeevloerspreiding ook een proces zijn dat korstmateriaal terug recycleert. Inderdaad, ter hoogte van de diepzeetroggen duikt de oceanische lithosfeer terug weg in de mantel. Dit proces noemt men subductie. Verder bleken de breukzones die de oceaanruggen doorsnijden heel bijzonder te zijn. Dit zijn de transformbreuken. Verder bleek dat de verspreiding van aardbevingshaarden niet uniform is over het aardoppervlak. Er is een duidelijke concentratie van aardbevingshaarden ter hoogte van oceaanruggen, subductiezones en gebergteketens. Het idee kreeg gestalte van stijve aardplaten. De seismische activiteit concentreert zich langs de plaatranden. Maar als stijve aardplaten bewegen op een sfeer, dan beantwoorden deze bewegingen aan strikte geometrische regels, gekend als het Eulertheorema. In 1968 stelt Xavier Le Pichon de eerste plaattektonische kaart voor. In 1969 wordt het nieuwe paradigma van de platentektoniek boven de doopvont gehouden op de Geological Society of America Penrose Conference in Asilomar (Californië). Vijftig jaar na Wegener is de cirkel rond. Continentendrift is een feit. En het is zeevloerspreiding en subductie dat continentendrift mogelijk maakt. Platentektoniek in een notendop Het paradigma van de platentektoniek kan met een aantal kernconcepten worden samengevat: (1) het bestaan van een lithosfeer en asthenosfeer De buitenste zone van de Aarde, bestaande uit de oceanische en continentale korst en het buitenste deel van de mantel, kan worden opgedeeld op basis van de reologische eigenschappen in een lithosfeer en asthenosfeer. De lithosfeer vormt de buitenste stijve schil van de Aarde. Het gesteente in de lithosfeer gedraagt zich voornamelijk elastisch. Onder de lithosfeer bevindt zich de asthenosfeer, waarin het gesteente zich voornamelijk plastisch gedraagt. De grens tussen lithosfeer en asthenosfeer is een thermische grens (1280 C) en bevindt zich in het buitenste deel van de mantel. (2) het bestaan van stijve lithosferische platen Het concept van stijve lithosferische platen die drijven op de asthenosfeer het vloeibaar substraat is de sleutel geweest in de ontwikkeling van het plaattektonisch concept. Wegener beschouwde enkel de continenten. Maar de lithosferische platen omvatten zowel continentale als oceanische korst, en vormen zo een aaneengesloten puzzel van stijve schollen op een sfeer. Continentendrift is uiteindelijk maar een neveneffect van platentektoniek. 3

(3) het bestaan van drie typen plaatgrens en de geometrische randvoorwaarden van plaatbewegingen De onderlinge bewegingen van de lithosferische platen zijn onderworpen aan strikte geometrische regels, vervat in het Eulertheorema. Hieruit volgt dat slechts drie typen plaatgrens mogelijk zijn: (1) divergente of constructieve plaatgrenzen: dit zijn de spreidingsassen waar zeevloerspreiding plaatsvindt en dus twee platen uiteendrijven; (2) convergente of destructieve plaatgrenzen: dit zijn de plaatsen waar twee platen onder elkaar doorschuiven; is er oceanische lithosfeer betrokken, dan krijgen we subductie; als twee stukken continentale lithosfeer betrokken zijn, dan krijgen we collisie en de vorming van gebergteketens; (3) conservatieve plaatgrenzen of transformbreuken: dit zijn de plaatsen waar twee platen langs elkaar heen schuiven. Plaatbewegingen doen zich voor met gemiddelde snelheden van enkele mm per jaar. Maar die geleidelijkheid van plaatbewegingen is maar schijn. In realiteit gebeurt dit immers met horten en stoten ; plaatbewegingen zijn immers het resultaat van de aaneenschakeling van een veelheid van aardbevingen. Plaatbewegingen gebeuren loodrecht op divergente en convergente plaatgrenzen, en evenwijdig aan conservatieve plaatgrenzen. (4) het model van zeevloerspreiding, subductie en asthenosferische convectie Oorspronkelijk werd asthenosferische convectie in de mantel gezien als motor achter platentektoniek. Ter hoogte van de opwellende tak van een convectiecel bevinden zich de spreidingsassen, ter hoogte van de wegduikende tak van een convectiecel de subductiezones. Door mantelsleurkracht worden de lithosferische platen passief meegesleurd bovenop de asthenosferische transportband. Er was dus sprake van actieve convectie. Het model van asthenosferische convectie vertoont echter heel wat tekortkomingen. Vandaag wordt dan ook algemeen aangenomen dat de zwaartekracht de belangrijkste aandrijfkracht is van plaattektonische bewegingen. Ter hoogte van subductiezones zinkt koude, zware oceanische lithosfeer weg in de asthenosfeer en trekt deze met zijn volle gewicht de volledige plaat met zich mee. Dit is subductietrekkracht. De veroorzaakte convectie is de mantel is dan ook eerder het gevolg dan de oorzaak van plaatbewegingen. We spreken van passieve convectie. (5) het cyclisch verloop van plaattektonische processen Geïnspireerd op het Atlantische model, zien we een cyclisch plaattektonisch proces van openen en sluiten van oceanen, de Wilsoncyclus. Naast deze kleinschalige cyclus kent platentektoniek nog een globale cyclus. Op geregelde tijden in de geologische geschiedenis smelten alle continenten samen tot één groot supercontinent. Deze ongeveer 400 miljoen jaar durende supercontinentcyclus blijkt mogelijk geassocieerd met grootschalige, mantelomvattende convectie. Uiteindelijk zal blijken dat deze supercontinentcyclus de belangrijkste eerste-orde cyclus is van Systeem Aarde. (6) de specifieke rol van continentale korst in plaattektonische processen In de context van platentektoniek heeft continentaal materiaal twee bjizondere eigenschappen. Continentale korst is zwak, zwakker dan de uiterst sterke oceanische korst. De sterke oceanische korst is dan ook grotendeels verantwoordelijkheid voor de stijfheid van de 4

tektonische platen. Belangrijke vervormingen concentreren zich daarentegen in de randzones van de continenten, waar men dan ook de bergketens vindt. Dit betekent ook dat continentale fragmenten gemakkelijk afscheuren uit deze randzones. Continentale korst is ook licht. Het kan niet gerecycleerd worden in subductiezones. Dit betekent enerzijds dat de continentale massa altijd toeneemt. Anderzijds, als continentaal materiaal in een subductiezone terechtkomt, dan blokkeert de plaatbeweging en ondergaat de plaattektonische configuratie plotse veranderingen. Aardwetenschappen in beweging Platentektoniek heeft vele vaders. Platentektoniek kent geen Newton, Darwin of Einstein, al wordt Wegener wel eens beschouwd als de vader van de platentektoniek. Het nieuwe paradigma kon echter enkel tot stand komen door een synthese vanuit diverse wetenschapsdisciplines en vanuit verschillende gebieden op Aarde, een onmogelijke opdracht voor één enkele wetenschapper. De ontwikkeling van het nieuwe paradigma werd ook mogelijk gemaakt door een ongeziene financiële injectie gedreven door militaire overwegingen in wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkelingen. Maar het is ook het verhaal van een aantal visionaire Jonge Turken die door de ruis van de enorme gegevensbestanden patronen herkenden die de fundamenten van het nieuwe paradigma zouden vormen. En het is het verhaal van gevestigde waarden, waaronder enkele notoire fixisten, die zich laten overtuigen door het overweldigende bewijsmateriaal. Alle hoofdrolspelers in het verhaal zijn het er tenslotte over eens dat zij toen ongedwongen en vrij aan onderzoek konden doen. Kortom, science was fun!. De belangrijkste revolutie die de platentektoniek tot stand heeft gebracht, situeert zich binnen de aardwetenschappen zelf. Van een zuiver historische wetenschap, gedreven door het verzamelen en classificeren van fossielen, mineralen en gesteenten, zijn de aardwetenschappen uitgegroeid tot een globale wetenschap, die de verschillende wetenschapsdisciplines overstijgt en die gedreven is door kwantitatieve onderzoeksmethoden. Met het geïntegreerde systeemdenken van de Earth System Science nemen de aardwetenschappen uiteindelijk een voortrekkersrol in bij het uitstippelen van de toekomst van de natuurwetenschappen. 5