klas: nr: schooljaar 20 20 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts 10 TAAK 1 De werkbank en het opspannen van werkstukken (IF 18) 1 Schrijf naast de foto s: de juiste benaming het doel van het spangereedschap benaming: doel: benaming: doel: /6 benaming: doel:
2 Waarom gebruik je bij het opspannen van je werkstuk in de bankschroef (houten) spanplaatjes? 3 Vervolledig onderstaande aandachtspunten De bewerkingen die je uitvoert gebeuren bij voorkeur (vijlen en raspen, schuren, ) of (zagen) De bewerking gebeurt tegen het werkblad De moet zichtbaar blijven na het opspannen
klas: nr: schooljaar 20 20 5 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts TAAK 2 De meters en de potloden (IF 12) 1 Welk(e) meetinstrument(en) gebruik je om kleine nauwkeurige afstanden na te meten? Langere afstanden af te meten en te controleren? of 2 Geef twee belangrijke tips om je meetgereedschap te beschermen zodat je maataanduiding steeds zichtbaar blijft
klas: nr: schooljaar 20 20 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts 7 TAAK 3 De winkelhaak (IF 13)/ Werken met de winkelhaak (IF 14) 1 Welke bewerkingen kan je met de winkelhaak uitvoeren in de houtbewerking? 2 Waar moet je in het bijzonder op letten bij het werken met een winkelhaak /1 3 Schets op onderstaand stukje hout hoe je de winkelhaak zou houden om de lijn af te tekenen 4 Vul in: buitenkant of binnenkant /1 Haakse binnenhoeken controleer je met de van de winkelhaak Controleer of de vlakken haaks zijn met de van de winkelhaak
klas: nr: schooljaar 20 20 13 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts TAAK 4 Het kruishout (IF 15) 1 Wat is het doel van een kruishout? /1 2 Duid op onderstaande tekening de delen van het kruishout aan 3 In de praktijk kunnen we de geleidingsblok aan de geleider vastzetten op twee manieren Welke twee manieren zijn dat? door middel van door middel van 4 Omschrijf welke stappen je moet uitvoeren om het kruishout in te stellen
5 Omschrijf welke stappen je moet uitvoeren om af te schrijven (= aftekenen) met het kruishout 6 Welk specifiek voordeel heeft het kruishout voor het kappen van gaten? verduidelijk met een figuur (staat niet in handboek!!!)
klas: nr: schooljaar 20 20 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts 10 TAAK 5 De zagen (IF 20)/ dwarszagen en afkorten v/e werkstuk (IF 21) 1 Duid op onderstaande figuur de delen van de rugzaag aan 2 Waarom zijn de tanden van een zaag gezet (=beurtelings naar links en rechts geplaatst)? /1 3 Verklaar volgende begrippen: dwarszagen: afkorten: 4 Geef bij elk van onderstaande zaken, 1 aandachtspunt waar je bij het zagen moet op letten lengte zaagblad: houding: voeten:
5 Waarom moet je ervoor zorgen dat je zaagsnede loopt in het deel van het werkstuk die wegvalt? (staat niet in handboek!!!)
klas: nr: schooljaar 20 20 5 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts TAAK 6 De houten hamer (IF 16) 1 Waarvoor wordt een houten hamer gebruikt? /1 2 Benoem op onderstaande figuur de 2 belangrijkste delen van de houten hamer /1 3 Vul aan met houten hamer of metalen hamer Nagels inslaan: Het samenstellen van een houtverbinding: Het slaan op een houtbeitel:
klas: nr: schooljaar 20 20 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts 20 TAAK 7 De houtbeitels (IF 22)/ Steken met de steekbeitel (IF 23) 1 Duid op onderstaande figuur de delen van de steekbeitel aan /5 2 Waarom moet je voorzichtig zijn met een houtbeitel (veiligheid)? 3 Vul aan: De vouw van de houtbeitel is steeds goed aangeslepen (= gescherpt) en dit onder een hoek van Het handvat is vervaardigd uit of De steekbeitels zijn verkrijgbaar in verschillende breedtes: vanaf,,, 4 Hoe kan je voorkomen dat je de snede van de beitel niet beschadigd?
5 Omschrijf hoe je je beide handen houdt bij het kappen? /4 linkerhand: rechterhand: 6 Hoe houd je de beitel vast bij het steken? /4 linkerhand: rechterhand:
klas: nr: schooljaar 20 20 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts 20 TAAK 8 De vijl en de rasp (IF 24)/ Raspen en vijlen (IF 25) 1 Het enige verschilpunt tussen de rasp en de vijl: Vul aan De vijl heeft tanden, om De rasp heeft tanden, om 2 Juist of fout? Wanneer de zin fout is herschrijf je de volledige zin en verbeter je de fout(en) De vijl reinig je met een handborstel Je doet dit zo vaak je wilt q goed q fout /4 De rasp en de vijl zijn geschikt om harde materialen te verwerken je kan er dus ook steen, metaal, mee bewerken q goed q fout 3 Zet volgende bewerkingen in de juiste volgorde: schuren - raspen - vijlen
4 de werkrichting bij het vijlen: goed of fout? Waarom? A A q q B goed fout reden: B q q goed fout reden: 5 Geef 4 belangrijke tips voor een juiste lichaamshouding bij het vijlen en raspen /4 6 Kleur telkens de vorm van de rasp of houtvijl in, die het best gebruikt wordt voor het bewerken van het aangeduide vlak
klas: nr: schooljaar 20 20 20 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts TAAK 9 De schroevendraaier (IF 17)/ hout verbinden: schroeven (IF 65) 1 Wordt in onderstaande figuren een aangepaste schroevendraaier gebruikt? Duid het juiste antwoord aan (goed of fout) Verklaar waarom het goed of fout is (= reden) Indien fout: noteer wat het gevolg zal zijn van de fout (= eventueel gevolg) Indien juist: trek dan een schuine streep in de kolom gevolg A B q goed A q fout q goed B /9 q fout q goed C q fout q goed D q fout q goed E q fout q goed F q fout C D E F Reden Eventueel gevolg
2 Welke twee soorten schroevendraaiers bestaan er? (vorm van het blad) 3 Wat kan er gebeuren wanneer je uitschiet met de schroevendraaier 4 Koperen en verschroomde schroeven zijn niet sterk Hoe kan je dit nadeel gemakkelijk verhelpen? 5 Wanneer gebruik je een priem? 6 Vul aan met: zachtste - dunste - dikste hardste Schroef steeds indien mogelijk: - Het stuk aan het stuk - Het stuk aan het stuk
klas: nr: schooljaar 20 20 5 Vakleerkrachten: B Coene/ S Weyts TAAK 10 De schroeven (IF 66) 1 Hieronder vind je de etiket van de schroeven die we bij ons werkstuk zullen gebruiken Vul de gegevens aan die je terugvindt op het etiket? Welk soort schroef is het? Welke vorm heeft de kop? Maak hieronder een schets van de kop Welke schroevendraaier moeten we gebruiken? Welke maat heeft de schroef Uit welk materiaal is de schroef vervaardigd?