Generatiepact Rijswijk Onderstaand treft u meer gedetailleerde informatie aan over het Generatiepact van de gemeente Rijswijk. Naast een visuele weergave en een korte beschrijving van de belangrijkste onderdelen van het pact, is de volledige tekst van de formele regeling opgenomen. Wilt u meer weten over de inhoud, totstandkoming of de praktijk van deze regeling? Neemt u dan gerust contact op met de hieronder vermelde contactpersoon van de gemeente Rijswijk. INW 50.000 FTE 402 LOOPTIJD 01/09/ 2016 31/12/ 2020 50 % 60 % 70 % 75 % 80 % 85 % ARRANGEMENT: Een medewerker die 10 jaar of minder van zijn of haar leeftijd zit, kan 50%, 60%, 70% of 80% van de aanstelling werken, met behoud van respectievelijk 75%, 80%, 85% of 90% van het salaris. De pensioenopbouw blijft 100%. BIJZONDERHEDEN: Een ambtenaar die 12 maanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum meer uren is gaan werken, wordt uitgesloten van deelname aan het generatiepact. 80 % 90 % De gegevens en de volledige tekst van de regeling zijn gebaseerd op de informatie, zoals die op dit moment bij het A+O fonds Gemeenten bekend is. Wij doen er alles aan actuele informatie te verspreiden. Mocht u merken dat de informatie in dit factsheet onvolledig, onjuist of verouderd is, wilt u dat dan alstublieft bij ons aangeven via het contactformulier van onze website? Hartelijk dank alvast! MEER INFORMATIE: Gemeente Rijswijk Fred Nijp, Senior Beleidsmedewerker P&O fwmnijp@rijswijk.nl
Generatiepact gemeente Rijswijk Artikel 1 Doel Met de regeling Generatiepact ondersteunt de gemeente Rijswijk de aspecten wendbaar en duurzaam. Door medewerkers de keuze te bieden minder uren te werken, verwachten we een positieve bijdrage te leveren aan duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Ook ontstaat ruimte in de personele formatie. Dit beïnvloedt de wendbaarheid positief. De directie bepaalt hoe de minder gewerkte uren bij deelname aan het generatiepact worden ingezet. Het realiseren van een meer evenwichtige leeftijdsopbouw staat bij het invullen van deze uren voorop en wenden we aan voor instroom van jongeren tot de leeftijd van 35 jaar. Bij hoge uitzondering wijken we hiervan af wanneer de werkzaamheden dit vereisen of geen geschikte jongeren voorhanden zijn. Deze regeling komt voort uit het advies van het LOGA de mogelijkheden van een generatiepact te benutten (cao 2013-2015 en de cao 2016-mei2017). Binnen onze organisatie is sprake van vergrijzing, ontgroening en een hoge gemiddelde leeftijd. Ouderen moeten langer doorwerken. Duurzame inzetbaarheid is een begrip dat niet meer is weg te denken. In de cao 2013-2015 voor de sector Gemeenten heeft het LOGA afspraken gemaakt over het bevorderen van de kansen voor jongeren en voor ouderen en over het bevorderen van een evenwichtige leeftijdsopbouw. Hierbij adviseert het LOGA gemeenten om de mogelijkheden van een generatiepact te benutten. In een generatiepact biedt een gemeente oudere medewerkers de mogelijkheid om minder te werken met gedeeltelijk behoud van salaris, om zo ruimte te maken voor jongere medewerkers. In de cao 2016-mei 2017 is hier nogmaals aandacht voor gevraagd. Binnen onze organisatie zijn begrippen als wendbaar en duurzaam niet meer weg te denken. In het licht van het voorgaande ondersteunen we met een regeling generatiepact deze aspecten. Hiermee ontstaat budgettaire ruimte die we inzetten voor een meer evenwichtige leeftijdsopbouw in zoveel mogelijk instroom van jongeren. Artikel 2 Begripsbepalingen Bij deze regeling horen de begripsbepalingen: 1. ambtenaar: ambtenaar met een vaste aanstelling volgens artikel 1:1 van de CAR. 2. Generatiepact gemeente Rijswijk(hierna deze regeling ): de mogelijkheid arbeidsduur te verminderen door toekenning van buitengewoonverlof. Hierbij wijzigt de formele arbeidsduur niet. Onder de voorwaarden gesteld in deze regeling wordt het salaris gedeeltelijk doorbetaald. Dit met het doel om de hierdoor beschikbaar komende uren binnen de organisatie zoveel mogelijk te benutten voor herbezetting door instroom van jongeren tot de leeftijd van 35 jaar. 3. formele arbeidsduur: arbeidsduur per week zoals opgenomen in de aanstelling. Bij een volledige betrekking bedraagt de formele arbeidsduur 36 uur per week. 4. verminderde arbeidsduur: de nieuwe arbeidsduur per week bij deelname aan deze regeling. 5. salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal aan de ambtenaar is toegekend, naar evenredigheid van diens formele arbeidsduur (artikel 1:1 CAR). Artikel 3 Randvoorwaarden 1. Deelname aan deze regeling kan maximaal 10 jaar voor het bereiken van de gerechtigde leeftijd. 2. De ambtenaar die 12 maanden voorafgaande aan de gewenste ingangsdatum meer uren is gaan werken, wordt uitgesloten van deelname. Landelijk is het beleid om mensen tot de -gerechtigde leeftijd te behouden voor het arbeidsproces. De belastingdienst staat toe dat medewerkers die binnen tien jaar de gerechtigde leeftijd bereiken, de mogelijkheid krijgen om minder te werken tegen gedeeltelijke doorbetaling van het salaris. Een recente arbeidsduurvermeerdering om deze vervolgens weer te 1
verminderen bij deelname aan deze regeling is een gerechtvaardigde reden om deelname af te wijzen. Doordat deelname aan deze regeling (deels) gefinancierd wordt door de werkgever is dit niet in lijn met de doelstelling van deze regeling. Artikel 4 Minder werken 1. Deelnemen kan steeds op 1 maart of 1 september van elke kalenderjaar via een schriftelijk verzoek. 2. Minimaal voor 1 januari of 1 juni van het kalenderjaar dient een schriftelijk verzoek voor deelname te zijn ingediend (bij wie?. 3. De data genoemd in lid 1 en lid 2 van dit artikel gelden ook voor verzoeken om de arbeidsduur verder te verminderen en de omvang van het buitengewoon verlof te verhogen. 4. Een vermeerdering van de arbeidsduur behoort niet tot de mogelijkheden. 5. Deze regeling biedt de volgende mogelijkheden: Varianten Arbeidsduur Salaris Pensioenopbouw A 50% 75% 100% B 60% 80% 100% C 70% 85% 100% D 80% 90% 100% 6. Een verzoek voor deelname wordt gehonoreerd, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de organisatie zich daartegen verzetten. In het besluit wordt hiervoor een termijn van maximaal 6 maanden opgenomen. 7. Voor de minder te werken uren wordt buitengewoon verlof verleend. Het buitengewoon verlof wordt verhoogd wanneer overgestapt wordt naar een verlaagd generatiepact. 8. Minimaal moet 14,4 uur per week worden gewerkt. 9. De verminderde arbeidsduur geldt zolang de aanstelling duurt. 10. Bij deelname aan deze regeling eindigt het dienstverband in ieder geval bij het bereiken van de -gerechtigde leeftijd. Dit artikel bepaalt dat de ambtenaar het verzoek om deelname aan het generatiepact schriftelijk moet indienen, om misverstanden uit te sluiten. Deelnemen kan jaarlijks op 1 maart of 1 september en het verzoek moet minimaal drie maanden voor de gewenste datum zijn ingediend. De mogelijkheid om deel te nemen op vastgestelde momenten biedt de werkgever de mogelijkheid het verzoek tijdig te behandelen en organisatorische voorbereidingen te treffen. Deelnemers krijgen de mogelijkheid maximaal 50% minder te werken. Dit kan geleidelijk. Een medewerker kan beginnen de arbeidsduur te verminderen tot 80% en in stappen te verminderen tot uiteindelijk 50%. Dit is echter niet verplicht. De deelnemer beoordeelt wat het beste past. Het minder werken wordt voor de helft doorbetaald. In de praktijk vallen de genoemde salarispercentages hoger uit (respectievelijk, variant A: 77,5%, variant B: 82%, variant C: 86,5% en variant D: 91%. Hiermee compenseren voor een groot deel een verlies aan inkomsten als gevolg van het betalen van de pensioenpremie bij de uiteindelijke berekening van het bruto/netto salaris. Een verzoek wordt gehonoreerd, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten. Van zo n belang is in ieder geval sprake indien toekenning van de aanvraag leidt tot ernstige problemen: a. voor de bedrijfsvoering bij herbezetting van de vrijgekomen uren; b. op het gebied van veiligheid; of c. van roostertechnische aard. In het besluit wordt een termijn van maximaal 6 maanden opgenomen. Om de continuïteit van de werkzaamheden te bewaken, geldt dat een medewerker minimaal 2 dagen per week werkzaam blijft. Op basis van een 36-urige werkweek geldt een werkdag van 7,2 uur. Bij deelname aan het generatiepact dient een medewerker minimaal 14,4 uur per week te werken. 2
Artikel 5 Salaris en toelagen 1. Een inhouding van 50% op het salaris geldt over de uren tussen de formele arbeidsduur en de verminderde arbeidsduur. 2. De vakantietoelage (artikel 6:3 CAR), de eindejaarsuitkering (artikel 3:18a CAR) en de levensloopbijdrage (artikel 6a:7 CAR) worden bepaald naar rato van het salaris. 3. Een toelage volgens hoofdstuk 3 CAR en een toelage overgangsrecht hoofdstuk 3 worden aangepast naar rato van het salaris. Artikel 6 Pensioenopbouw De pensioenopbouw blijft ongewijzigd. Artikel 7 Werktijden en compensatie-uren 1. De ambtenaar die deelneemt aan deze regeling en zijn leidinggevende maken afspraken over werktijden en werkzaamheden. 2. De ambtenaar die deelneemt aan deze regeling bouwt geen compensatie-uren op. Voor het maken van afspraken over de werktijden geldt de vastgestelde werktijdenregeling. In bijzondere situaties is overwerk in opdracht toegestaan. Om de uitgangspunten over duurzame inzetbaarheid en vitaliteit te realiseren dient overwerk zoveel als mogelijk beperkt te zijn. Overwerk is uitsluitend toegestaan met 100% compensatie in tijd. Voor wat betreft de regelmatigheid van het aantal werkuren per week heeft de belastingdienst het volgende bepaald: De werknemer moet bij deelname aan het generatiepact minimaal per week 50% feitelijk plegen te werken van de arbeidsduur in het laatste kalenderjaar dat voorafgaat aan de periode van 10 jaar voorafgaand aan de pensioenrichtdatum). Bij deze vaststelling mogen perioden van ziekte, arbeidsongeschiktheid en jaarlijks vakantieverlof in het deelnamejaar buiten beschouwing worden gelaten. Artikel 8 Vakantieverlof De duur van de vakantie wordt bepaald naar rato van de omvang van de verminderde arbeidsduur. Artikel 9 Andere rechtspositionele randvoorwaarden en gevolgen 1. De vergoeding reiskosten wordt naar rato van het aantal dagen woon-/werkverkeer aangepast. 2. Het verrichten van betaalde nevenwerkzaamheden is niet toegestaan, tenzij deze al werden verricht voor deelname aan deze regeling en zijn gemeld (artikel 15:1e CAR-UWO). Artikel 10 Arbeidsongeschiktheid Wanneer de ambtenaar voor wie een verminderde arbeidsduur geldt ziek is dan wordt het recht op doorbetaling zoals bepaald in artikel 7:3 CAR-UWO berekend over het oorspronkelijke salaris en de toegekende salaristoelage(n). Hierbij gaan we uit van het oorspronkelijke salaris en geldt dat het salaris van de ambtenaar stapsgewijs wordt teruggebracht tot 70% van het oorspronkelijke salaris zoals geregeld in artikel 7:3 van de CAR. Het salaris bedraagt nooit meer dan het bedrag dat de medewerker ontving met toepassing van deze regeling. De uitkering WGA wordt bij volledige arbeidsongeschiktheid berekend op grond van het oorspronkelijke salaris. Artikel 11 Boventalligheid Als de ambtenaar voor wie een verminderde arbeidsduur geldt boventallig wordt, gelden de op dat moment geldende regels waarbij de verminderde arbeidsduur als uitgangspunt wordt genomen. 3
Artikel 12 Evaluatie In de periode 1 oktober 2017 1 januari 2018 wordt deze regeling geëvalueerd. Evaluatiepunten zijn onder andere: bereikte doelen c.q. effectiviteit van de regeling; de tevredenheid van de deelnemers aan de regeling; de motieven van medewerkers uit de doelgroep om niet deel te nemen aan de regeling; de gevolgen voor de werkgever; de gevolgen voor de collega s die niet tot de doelgroep behoren. Artikel 13 Hogere wet- en regelgeving Dwingende bepalingen in hogere wet- en regelgeving gaan voor de bepalingen in deze regeling. Eventuele wijzigingen in wet- en regelgeving werken dan ook direct door in deze regeling. Dit kan gevolgen hebben voor iedereen die deelneemt of wil gaan deelnemen. Artikel 14 Hardheidsclausule In gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet, kan het college afwijken van de regeling. Artikel 15 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als Generatiepact gemeente Rijswijk. Artikel 16 Werkingsduur Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2016 en eindigt op 31 december 2020. Vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk, van 14 juni 2016. Instemming GO in de vergadering van 16 juni 2016 te Rijswijk. 4