1e Deeltentamen Inleiding Taalkunde

Vergelijkbare documenten
Inleiding: Combinaties

Inleveropdracht 1: Morfologie & Syntaxis

opgaven formele structuren deterministische eindige automaten

Studentnummer: Inleiding Taalkunde 2013 Eindtoets Zet op ieder vel je naam en studentnummer!

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

Zinnen 1. Henriëtte de Swart

Opdrachten Werkcollege 4

Combinaties. Stof bij dit college

Inleiding. Syntaxis: de combinaties van woorden tot woordgroepen en zinnen.

Inhoud eindtoets. Eindtoets. Introductie 2. Opgaven 3. Terugkoppeling 6

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Automaten & Complexiteit (X )

Fonologie. inleiding taalkunde 2012/13 30 mei 2013

Klanken 1. Tekst en spraak. Colleges en hoofdstukken. Dit college

Automaten & Complexiteit (X )

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Samenvatting in het Nederlands

THERAPIEPLAN Logopedie

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Basis Werkwoordspelling

Naam: Mijn doelenboekje. Grammatica. Werelden - Eilanden - Dorpen 5 / 6 / 7 / 8.

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Natuurlijke-Taalverwerking I

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Tekst en spraak. spraaksynthese (tekst-naar-spraak) rijtje letters akoestische golfvorm

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

Samenvatting Nederlands Redekundig ontleden

8. Logogrammen. Soemer. Uitbreiding

Het omzetten van reguliere expressies naar eindige automaten, zie de vakken Fundamentele Informatica 1 en 2.

2 Правописание Spelling 11 Hoofdletters en kleine letters 11 Klinkers na de sisklanken ж, ч, ш, щ / г, к, х / ц 12 Interpunctie 12

1 Spelling en uitspraak

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

Spelling Werkwoorden. Doelgroep Spelling Werkwoorden. Omschrijving Spelling Werkwoorden

LESSTOF. Grammatica op maat

LESSTOF. Spelling Werkwoorden

als iets niet letterlijk is bedoeld.

D of T Bingo! Hoe heette dat meisje dat daar zo veel tijd aan besteedde? Wie heeft de tv uitgezet?

Dit programma is gemaakt voor leerlingen vanaf groep 6 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

Taal Spelling & leestekens

LESSTOF. Basis Werkwoordspelling

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

c, X/X a, c/λ a, X/aX b, X/X

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Formeel Denken 2014 Uitwerkingen Tentamen

LESSTOF. Basis Werkwoordspelling

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

LESSTOF. Spelling Werkwoorden

Talen & Automaten. Wim Hesselink Piter Dykstra Opleidingsinstituut Informatica en Cognitie 9 mei 2008

instapkaarten spelling

Wegwijs in de werkwoordspelling

Fundamenten van de Informatica

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Automaten en Berekenbaarheid

Samenvatting Nederlands Hoofdstuk 2: lezen, woordenschat en spelling

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

LTX016B05. Nieuwe ontwikkelingen in de syntaxis. College 4

Nederlands. Woord/zin. Voor 1F Deel 2 van 3

HET WERKWOORD : DE TIJDEN

Complexiteit. Anna Chernilovskaya. Inleiding Taalkunde

Vakonderdeel: TAALBESCHOUWING: NADENKEN OVER TEKSTEN

Nieuwsbrief leren. leren en studeren op de basisschool. nummer 7 maart Lieven Coppens

Thema 2. Rennen voor geld

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Samenvatting Nederlands Cursus spellen (hoofdstuk 1 + 2)

Beknopte grammatica. voor. de cursus. Grieks van het Nieuwe Testament

Werkwoordspelling op maat

LESSTOF. Grammatica op maat

Samenvatting. (Summary in Dutch. For a summary in English, see section )

Grammatica op school

Benodigde voorkennis spelling groep 5

Zinnen 2. Inleiding. Inleiding. Kenmerken. Syntaxis: de combinaties van woorden tot woordgroepen en zinnen. Kenmerken (Features)

DE ONVOLTOOID TOEKOMENDE TIJD

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!!

Natuurlijke-Taalverwerking 1

Inhoud. 1 Spelling 10

Deel I De spelling van werkwoordsvormen Les 1 De persoonsvorm

LES 2 KLINKERS Kelley lesson II: 2 Vowels, p. 6 3 Half-Vowels, p. 8

De klasse van recursief opsombare talen is gesloten onder en. Dit bewijzen we met behulp van een recursieve opsomming

Transcriptie:

1e Deeltentamen Inleiding Taalkunde 28/05/2009 13.15-16.15 Dit tentamen heeft 5 vragen. Je hebt drie uur de tijd om deze te beantwoorden. Vergeet niet je naam en studentnummer steeds duidelijk te vermelden. Lever als je klaar bent het dit vragenformulier samen met je antwoorden in. 1 Inleiding Leg uit wat Chomsky bedoelt met de notie Universele Grammatica en op basis van welke argumentatie hij aanneemt dat er zo n soort Universele Grammatica moet zijn. 2 Taalevolutie Geef twee voorbeelden van een zogenaamde prototaal en beschrijf twee kenmerken van deze soorten talen die typisch zijn voor prototalen. 3 Klanken (fonologie) In het Endo worden niet-lage klinkers uitgesproken als halfvocalen (j en w) als ze tussen een medeklinker en een klinker in staan. De voorbeelden in (3.1) (sterk vereenvoudigd) laten zien welke klinkers dat zijn en in welke halfvocaal ze veranderen. (3.1) a. /ki-a-ket/ ik heb gedood [kjaket] b. /ku-am-ej/ hij eet [kwamej] c. /ke-ap/ het wordt genomen [kjap] d. /a-mi-a/ ik ben [amja] e. /ku-ju-ej/ hij warmt zich [kujwej] f. /nco-ej/ schreeuwen [ncwej] a. Formuleer de fonologische herschrijfregel die het proces in (4a-f) beschrijft. Gebruik daarbij alleen de binaire kenmerken [±consonant], [±back] en [±low]. De /a/ is de enige

klinker die [+low] is. De klanken /i/, /e/ en /j/ vormen een natuurlijke klasse, net als /u/, /o/ en /w/. b. Beschrijf de relatie tussen k en p in termen van de fonetische noties plaats van articulatie en wijze van articulatie en leg uit om wat voor soort fonologisch proces het gaat in (3.1). In (3.2) zien we een ander klankproces, waarbij een /w/ verandert in een /[k]/ na een /p/. (3.2) a. /pwat/ herinneren [pkat] b. /tup-wa/ begrafenis [tupka] c. /chep-wos-at/ dwaas persoon [chepkosat] c. In welke volgorde moeten deze twee processen plaatsvinden om de oppervlaktevorm in (3.3) af te leiden? Motiveer je antwoord. (3.3) /ap-u-an/ breng me [apkan] d. Teken een eindige transducer die het fonologische proces in (3.2) kan uitvoeren. Die eindige transducer moet alle strings waarin een w op een p volgt omzetten in strings waarin de w een k is geworden. Andere strings blijven ongewijzigd. Dus: input output # p w a a t # # p k a a t # # t u p ^ w a# # t u p k a # Gebruik in je automaat alleen de symbolen p, k, w, : (dubbele punt), ^, ε, # en other. Geef duidelijk aan wat begin- en eindtoestanden zijn. Label de overgangen op de volgende manier: A:B als symbool A gerelateerd wordt aan symbool B, alleen A als afkorting voor A:A en other voor elke overgang waarin niet één van de specifieke symbolen wordt genoemd.

4 Woorden (morfologie) a. Bekijk de volgende zin: (i) De geplaagde dierenvriend bakte een lekker appeltaartje. Geef van elk woord in (i) aan uit welke morfemen ze bestaan (door verbindingsstreepjes te zetten). Geef bovendien zo volledig mogelijk aan welk(e) morfologisch proces(sen) (inflectie, derivatie, etc.) aan het woord ten grondslag ligt/liggen. Het Nederlands kent een vrij karige inflectie voor werkwoorden in (onvoltooid) verleden tijd. Naast onregelmatige werkwoorden zijn er twee soorten overige woorden. (I) Woorden die op één van de medeklinker in 't kofschip (ook wel 't fokschaap) eindigen krijgen suffix -te in het enkelvoud en -ten in het meervoud. (II) Overige regelmatige werkwoorden inflecteren met - de/-den. De volgende tabel geeft een voorbeeld van het paradigma. 1e, 2e, 3e persoon 1e, 2e, 3e persoon Stam enkelvoud meervoud 't kofschip fiets fietste fietsten niet in 't kofschip ren rende renden onregelmatig roep riep riepen b. Teken een eindige automaat die op een efficiënte manier alle regelmatige werkwoordsvormen van het Nederlands in (onvoltooid) verleden tijd herkent. Je mag gebruik maken van labels op de transities tussen de toestanden als tkofschip-werkwoordstam, niet-tkofschip-werkwoord-stam, etc. Het doel van de automaat moet zijn om zo min mogelijk woorden in het lexicon op te slaan. c. Breid de automaat vervolgens uit om ook inflectie in tegenwoordige tijd te herkennen (teken een tweede automaat). Je uiteindelijke automaat moet dus alle vormen in 1e, 2e, 3e persoon, enkelvoud en meervoud, tegenwoordige en (onvoltooid) verleden tijd herkennen. Het gaat wederom alleen om regelmatige werkwoorden. Je hoeft geen rekening te houden met spellingsregels. (Bijvoorbeeld: loop+en => lopen. Je automaat mag echter gewoon loopen genereren/herkennen). Geef in de automaten goed aan wat de begintoestand is en welke de accepterende toestanden zijn!

5 Zinnen (syntaxis) Gegeven is de volgende phrase structure grammatica voor een fragment van het Nederlands. (N correspondeert ruwweg met wat het boek Nominal noemt. Adv = adverb, hier gebruikt voor bijwoorden van graad als heel en zeer. Let op dat het woord heel hier in twee verschillende categorieën voorkomt.) S NP VP NP Det N N AP N N N AP Adv AP AP A VP V NP VP V NP Els NP Jaap Det een Det de Det het N brood N boterham N halfje A wit A heel A bruin Adv heel Adv zeer Adv erg V koopt V slaapt V eet a. Teken de twee boomstructuren zoals die door deze grammatica worden toegekend aan de zin Els koopt een heel wit brood. b. Geef parafrases die duidelijk maken hoe de betekenis van die twee boomstructuren verschilt. c. De grammatica genereert ook ongrammaticale zinnen. Geef één voorbeeld van een ongrammaticale zin die door deze grammatica wordt gegenereerd omdat we geen voorzieningen hebben getroffen voor agreement (congruentie) binnen de NP. Geef ook één voorbeeld van een ongrammaticale zin die gegenereerd wordt omdat we niets aan

subcategorisatie hebben gedaan. Leg in beide gevallen uit hoe en waarom het precies fout gaat. d. Welke regels moeten aan de grammatica worden toegevoegd om het mogelijk te maken om de zin Els geeft een brood aan Jaap te genereren? Je hoeft niet te veronderstellen dat knopen in bomen binair vertakken. Regels van het type A B C D zijn ook mogelijk.