RUP EENVORMIGE ENTITEITEN

Vergelijkbare documenten
RUP MOLENBEEK SPORT & RECREATIE

RUP LOKAAL BEDRIJVENTERREIN RUMMEN

RUP hoek Haringstraat-Vondelstraat Gedeeltelijke wijziging van RUP Landelijk gebied rond Bavikhove en Hulste. Maart 2014, definitieve vaststelling

Provincieraadsbesluit

PRUP Regionaal bedrijventerrein Jagersborg te Maaseik - Herziening RUP's. Kaart 1 Situering

GEMEENTE KORTENBERG DEEL II: GRAFISCH LUIK. Provincie Vlaams Brabant Arrondissement Leuven Gemeente Kortenberg RUP VIERHUIZEN RU KOG 2008/056

Provincieraadsbesluit

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;

RUP Zonevreemde recreatie. Toelichting Bevolking

Aanvullende nota milieuscreening PRUP 'Reconversie verblijfsrecreatie Stekene fase 1'

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

Afbakening kleinstedelijk gebied Lokeren PROVINCIAAL RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN DEELRUP E17-1 GRAFISCH PLAN - KAARTENBUNDEL JUNI 2012 NOVEMBER 2015

Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan AFBAKENING VAN HET STRUCTUURONDERSTEUNEND KLEINSTEDELIJK GEBIED KNOKKE-HEIST

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 januari 2014 betreffende het onroerend erfgoed;

RUP Zonevreemde Bedrijven Gemeente Arendonk

PROVINCIE ANTWERPEN STAD HERENTALS GEMEENTE GROBBENDONK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN HAZENPAD VERZOEK TOT RAADPLEGING BIJLAGE BUNDELING ADVIEZEN

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,

Workshop C Van advies naar waterparagraaf

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

7 ARTIKEL 7: CLUSTER S GRAVENWEZEL

adviezen n.a.v. planmer-screening

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

VLAAMSE REGERING DE VLAAMSE REGERING,

Betreft: Advies over de planmer-screening met betrekking tot wijziging RUP zonevreemd bedrijf Nieuwmoer te Kalmthout Aanvrager: gemeente Kalmthout

MODEL INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER. Beroep: Datum van aanvraag: IDENTIFICATIE VAN HET ONROEREND GOED

Actuele topics in aardrijkskunde: RUP in de eigen leefomgeving

WOONGEBIEDEN AANVULLENDE AANDUIDINGEN

PROVINCIERAAD VAN ANTWERPEN

Kaart 36: plangebied en omgeving grondwaterstromingsgevoelige gebieden Kaart 37: plangebied en omgeving infiltratiegevoelige gebieden Kaart 38:

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur

MODEL INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER. Beroep: Datum van aanvraag: IDENTIFICATIE VAN HET ONROEREND GOED

RUP ZONEVREEMDE RECREATIE HOLSBEEK SITE HOLSBEEK

RUP Torhout-Noord Stad Torhout Kaart 1 Situering

Besluit van de Deputatie

Project-m.e.r.-screening

1.1. Vilvoorde. Machelen. Brussel. Legenda. Projectgebied. Gemeentegrenzen Meters. Titel: Situering projectgebied.

Structuurplan Herne. PRESENTATIE GRS Herne

MODEL INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER. Beroep: Datum van aanvraag:

RUP Kanaalzone West Wielsbeke. Bewonersvergadering OC Leieland 24/08/2016

Ontwerp startbeslissing signaalgebied IMMERZEELDREEF AALST

N16 Scheldebrug Temse-Bornem

VR DOC.0003/2

afbakening zeehavengebied Antwerpen

Bijlage II. Stedenbouwkundige voorschriften. ontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Veurne - Westkust. 1. Toeristisch recreatiepark (KB 6/12/76)

Motivatienota Onteigeningsplan. Recreatiezone Melsbroek

afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur

RUP Quintyn gebroeders bvba Gemeente Zulte. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan November 2017

Tijdelijk ruimtegebruik in de Vlaamse wetgeving en reglementering ruimtelijke ordening. Studienamiddag tijdelijk ruimtegebruik 23 februari 2016

Openruimtegebieden Beneden-Nete

Gemeentebestuur Tessenderlo Markt z/n 3980 Tessenderlo tel: fax: Website: SCHOOT

Ministerieel besluit houdende de uitbreiding van het erkend natuurreservaat Heidebos (nr. E-147)

Stedenbouwkundig uittreksel Inlichtingenformulier vastgoedinformatie

RUP 'KERN WIEKEVORST'

situering en afbakening van het plangebied

Project-m.e.r.-screening

zonevreemde woningen en gebouwen: Regularisatiemogelijkheden voor overtredingen

STEDENBOUWKUNDIG UITTREKSEL

PROVINCIE VLAAMS-BRABANT. Provinciaal RUP Afbakening kleinstedelijk gebied Halle verordenend deel. Directie infrastructuur dienst ruimtelijke ordening

Kaartenreeks 5: Beleid open ruimte

Oostende - Middenkust

gewenste ruimtelijke structuur voor Sint-Truiden

naam: gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse datum: 17/07/2000 met bestemming:

(P)RUP BRUGSTRAAT HAACHT

IDENTIFICATIE VAN DE AANVRAGER IDENTIFICATIE VAN HET PERCEEL

GEMEENTELIJK RUIMTELIJK UITVOERINGSPLAN RUILRUP

Ontwerp startbeslissing signaalgebied KOEVOET WINGENE

23016_D_0145_X_003_00

Vormen van milieueffectrapportage in Vlaanderen

gericht aan PROCORO Koningin Elisabethlei Antwerpen

Afbakening kleinstedelijk gebied Deinze

Hoogspanningslijn Aftakking Lokeren 150kV

In kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage werden op basis van een lijst aangeleverd door de dienst MER volgende instanties geraadpleegd:

TOELICHTING RUIMTELIJKE UITVOERINGSPLANNEN

INLICHTINGENFORMULIER VASTGOEDINFORMATIE

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ter bevordering van het kwaliteitsvol wonen

Gemeentelijk RUP Den Huilaert Gemeente Kortemark. Stedenbouwkundige voorschriften en grafisch plan Maart 2011

23016_D_0157_H_011_00

In bijlage bezorgen wij U de vereiste documenten voor de ontheffingsaanvraag tot opmaak van een planmer.

STEDENBOUWKUNDIG UITTREKSEL

Transcriptie:

RUP EENVORMIGE ENTITEITEN PLAN-MER SCREENINGSNOTA (deel I tekstbundel) Adviesverlening en begeleiding Ruimtelijke ordening December 2016 (ontheffingsaanvraag) Projectnr. IL: 506.033 MER-dossiernr.: SCRPL16242

Gemeente Bekkevoort RUP EENVORMIGE ENTITEITEN Onderzoek naar plan-mer-plicht Verzoek tot raadpleging DEEL I: TEKSTBUNDEL Initiatiefnemer: Gemeente Bekkevoort Eugeen Coolstraat 17 3640 Bekkevoort Uitvoering: Interleuven Brouwersstraat 6 3000 Leuven december 2016 2/48

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING... 5 1.1. Beknopte historiek en beschrijving van het plan... 5 1.2. Bepaling van de planmer-plicht... 6 2. RUIMTELIJKE SITUERING VAN HET PLAN... 7 2.1. Situering van de gemeente Bekkevoort... 7 2.2. Situering en afbakening van de deelplannen... 7 2.2.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 7 2.2.2. Deelplan Tiensebaan... 7 2.3. Bestaande ruimtelijke context... 8 2.3.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 8 2.3.2. Deelplan Tiensebaan... 13 3. PLANNINGSCONTEXT... 14 3.1. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen... 14 3.2. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant... 14 3.3. Relatie met het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan... 15 4. BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE & EFFECTEN PER MILIEUDISCIPLINE... 17 4.1. Gewestplan... 17 4.1.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 17 4.1.2. Deelplan Tiensebaan... 17 4.2. Bodem... 17 4.2.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 17 4.2.2. Deelplan Tiensebaan... 18 4.3. Water: oppervlakte- en grondwater... 20 4.3.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 20 4.3.2. Deelplan Tiensebaan... 21 4.4. Fauna, flora en biodiversiteit... 23 4.4.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 23 4.4.2. Deelplan Tiensebaan... 24 4.5. Ruimtelijke ordening... 25 4.5.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 25 4.5.2. Deelplan Tiensebaan... 26 4.6. Landschapsatlas, cultureel erfgoed en archeologie... 27 4.6.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 27 4.6.2. Deelplan Tiensebaan... 28 4.7. Lucht en klimaat... 29 4.7.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 29 4.7.2. Deelplan Tiensebaan... 30 4.8. Licht, geluid en geur... 31 4.8.1. Deelplan Witteweg... 31 4.8.2. Deelplan Tiensebaan... 31 4.9. Gezondheid en veiligheid van de mens... 31 4.9.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 31 4.9.2. Deelplan Tiensebaan... 32 4.10. Mobiliteit... 32 4.10.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat... 32 4.10.2. Deelplan Tiensebaan... 33 5. ANNEX / AANVULLINGEN EN CONCLUSIES N.A.V. ADVIESRONDE... 34 5.1. Overzicht, samenvatting en eventuele behandeling van de ontvangen adviezen... 34 5.1.1. Advies provincie Vlaams-Brabant... 34 december 2016 3/48

5.1.2. Advies Agentschap Natuur en Bos... 34 5.1.3. Advies Departement Landbouw & Visserij... 35 5.1.4. Advies Agentschap Onroerend Erfgoed... 35 5.1.5. Advies Agentschap Wonen-Vlaanderen... 35 5.2. Eindconclusie... 36 BIJLAGE 1: ONTVANGEN ADVIEZEN... 37 BIJLAGE 2 : BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN... 45 december 2016 4/48

1. INLEIDING 1.1. Beknopte historiek en beschrijving van het plan De gemeente Bekkevoort wil met dit Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) een planologische oplossing bieden aan het verschil in mogelijkheden tussen zonevreemde woningen onderling teneinde een éénvormige context binnen het deelplan te kunnen behouden en versterken. Doorheen de tijd heeft er zich binnen de beide deelplannen een toestand ontwikkeld met verschillende gewestplanbestemmingen, verkavelingsvergunningen met allerlei stedenbouwkundige voorschriften en dus andere mogelijkheden. In het deelplan van de Witteweg hebben, ondanks een gelijkaardig ruimtelijke voorkomen van de woningen, de woningen toch verschillende mogelijkheden. Zonevreemde woningen in agrarisch gebied (niet kwetsbaar gebied) hebben ruimere basisrechten dan zonevreemde woningen in natuurgebied (=ruimtelijk kwetsbaar gebied). De woningen in een verkaveling in natuurgebied hebben dan weer wel ruime mogelijkheden. Bovendien werd aangetoond dat binnen het deelplan de bestemming als natuurgebied, wat als ruimtelijk kwetsbaar gebied wordt beschouwd, achterhaald is. Desondanks houdt de huidige wetgeving met deze nuancering geen rekening met tot gevolg dat de zonevreemde woningen in het natuurgebied minder mogelijkheden hebben dan de nabij gelegen, soms aangrenzende, zonevreemde woningen in agrarisch gebied terwijl er in realiteit nauwelijks verschil is in kwetsbaarheid. Het deelplan van de Tiensebaan heeft zich doorheen de jaren ontwikkeld als twee halfopen bebouwingen, weliswaar niet conform de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning (vergunning voor ééngezinswoning). Nochtans past de typologie van een halfopen bebouwing zich perfect in binnen het woonlint van de Tiensebaan. Bijkomend aspect hier is dat het parket de overtreding geseponeerd heeft (en dus gedoogd wordt) en er een juridische onzekerheid is ontstaan voor de huidige bewoners van het goed. Met voorliggend RUP wenst de gemeente binnen twee ruimtelijk eenvormige entiteiten de juridisch onzekerheid op te lossen om zo de eenvormigheid te behouden en een ruimtelijk aanvaardbare ontwikkeling mogelijk te maken op maat van en passend binnen de lokale ruimtelijke context. Om de noodzaak van dit RUP aan te tonen, werd een uitgebreide voorstudie opgemaakt die o.a. een beeld schetst van de bestaande situatie en de relatie met het GRS. Ook andere relevante planningsinstrumenten, evenals een eerste aanzet tot mogelijke afbakening en invulling zijn in deze voorstudie opgenomen. Om na te gaan of een dergelijk RUP past binnen de visie en planningsinstrumenten van de hogere overheden, werd in februari 2015 een eerste ontwerpversie van de voorstudie besproken met de provincie Vlaams-Brabant en Ruimte Vlaanderen. Zowel de provincie als Ruimte Vlaanderen erkende de problematiek van de éénvormige entiteiten en gingen akkoord om gezien de ruimtelijke context een gelijke rechtszekerheid na te streven, mits rekening wordt gehouden met enkele randvoorwaarden en aandachtspunten. De sites worden afgetoetst aan het ruimtelijk afwegingskader voor bestaande grotendeels vergunde/vergund geachte constructies dat werd opgenomen in het GRS 1. Hierbij werd gesteld dat de ontwikkelingsmogelijkheden max. tot gelijkstelling met niet kwetsbare gebieden gaan. - In het deelplan Witteweg-Meutelstraat worden de percelen met woningen in natuurgebied van een overdruk parkgebied voorzien en de geldende verkavelingen 1 Pagina 123-125, GRS Bekkevoort. december 2016 5/48

worden opgeheven. De woningen verkrijgen de basisrechten voor zonevreemde woningen in parkgebied zoals bepaald in de VCRO. Er wordt geen verruiming van de basisrechten voorzien. - In het deelplan Tiensebaan wordt de betreffende verkaveling opgeheven, de bestaande bebouwde toestand wordt bestendigd en de agrarische bestemming blijft behouden. Beide woningen verkrijgen de basisrechten zoals deze zijn vermeld in de VCRO. De ontwikkelingsmogelijkheden van de woningen nummers 46A en 46B worden zo gelijkvormig aan elkaar en aan die van de zonevreemde woningen op de aangrenzende percelen in agrarisch gebied. De plangebieden worden van een overdruk voorzien, de gewestplanbestemmingen blijven behouden. 1.2. Bepaling van de planmer-plicht Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma s door de Vlaamse Regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met mogelijk aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen. Voorliggend RUP valt niet onder de projecten die volgens artikel 36ter 2 natuurbehoud een passende beoordeling vereisen. van het decreet Het RUP vormt het kader voor de toekenning van een vergunning bij reeds bebouwde percelen, weliswaar in een zonevreemde toestand. Echter vallen dergelijke aanvragen niet onder de opsomming in bijlage I, II of III van het project-m.e.r.-besluit van 10 december 2004. Het uitvoeringsplan is ver gelegen van een grens met een buurland en de afstand tot het Waalse Gewest bedraagt minstens 20 km en tot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 25 km. Aangezien er geen significante milieueffecten worden verwacht in de onmiddellijke omgeving van het voorgenomen plan en gezien de afstand tot de grenzen, en het feit dat er geen directe relaties zijn van het Deelplan met gebieden aan de overzijde van de grens, wordt aangenomen dat er zich geen bijkomende grensoverschrijdende effecten kunnen voordoen. Aangezien: - geen passende beoordeling vereist is; - het RUP het kader vormt voor de toekenning van een vergunning voor een project niet opgesomd in bijlage I, II of III van het project-m.e.r.-besluit van 10 december 2004; - er geen grensoverschrijdende effecten zijn; wordt eerst enkel een screening of onderzoek tot m.e.r. uitgevoerd om het vermoeden dat er geen significante milieueffecten zijn te onderzoeken. 2 Artikel 36ter van het decreet Natuurbehoud bepaalt dat ieder plan dat afzonderlijk of in combinatie met één of meerdere bestaande of voorgestelde activiteiten, plannen of programma s een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een als speciale beschermingszone te beschouwen gebied (in toepassing van de vogel- en habitatrichtlijn) kan veroorzaken, dient te worden onderworpen aan een passende beoordeling. december 2016 6/48

2. RUIMTELIJKE SITUERING VAN HET PLAN 2.1. Situering van de gemeente Bekkevoort De gemeente Bekkevoort is één van de meest landelijke gemeenten van het Hageland. Bekkevoort, Assent en Molenbeek vormen de drie deelgemeenten van Bekkevoort is. Met haar 6.070 (bron: StatBel d.d. 01/10/2013) inwoners is Bekkevoort één van de kleinste gemeenten van Vlaams-Brabant. Gelegen tussen de steden Diest, Leuven, Scherpenheuvel- Zichem, Aarschot en Tienen is Bekkevoort een dorp met vele landbouwactiviteiten en fruitteelt. Bekkevoort is met haar oppervlakte van 3.717ha een typisch landelijke gemeente. De open ruimte is nog aanzienlijk en heeft vrij goed kunnen weerstaan aan de ruimtelijke druk op het platteland. Deze open ruimte wordt vooral ingenomen door akkers, fruitteelt en weilanden. Bekkevoort kent een goede ontsluiting door de aanwezigheid van de E314, de Staatsbaan of N2 (Leuven-Diest) en de Provinciebaan (N29) die de gemeente doorkruisen. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 1: situering gemeente Bekkevoort 2.2. Situering en afbakening van de deelplannen 2.2.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Dit deelplan situeert zich ten noordwesten van de kern van de deelgemeente Bekkevoort, nabij de grens met de gemeente Tielt-Winge. Beide straten vormen een uitloper van de bebouwingsconcentratie langsheen de Staatsbaan richting het open landschap ten noorden van de kern van Bekkevoort (ter hoogte van de autosnelweg E-314). Afbakening van het deelplan De voorgestelde afbakening werd bekomen na overleg met de provincie en Ruimte Vlaanderen. Hierbij werd bewust gekozen om de afbakening te beperken tot een minimum aantal percelen rekening houdende met het nastreven van een éénvormigheid en het afwegingskader dat werd bepaald in het GRS. De contour van het deelplan wordt beperkt tot de percelen met een woning in natuurgebied, dus ook de woningen in een verkaveling in natuurgebied. Voor deze woningen wordt de verkaveling opgeheven. 2.2.2. Deelplan Tiensebaan Dit deelplan is gesitueerd in de deelgemeente Molenbeek-Wersbeek, nabij het kruispunt van de Meenselstraat en de Tiensebaan. De bebouwing langsheen deze wegen kenmerkt zich als typisch verspreide lintbebouwing met achterliggend een groot open landschap hoofdzakelijk in gebruik door landbouwactiviteiten. Afbakening van het deelplan Vanuit de specifieke ruimtelijke en juridische context wordt de afbakening van dit deelplan beperkt tot de percelen van woning nr. 46A en 46B, zijnde de percelen gelegen in een zonevreemde verkaveling. Door het opheffen van de betreffende verkaveling en beide woningen de basisrechten voor zonevreemde woningen zoals bepaald in de VCRO verkrijgen past het deelplan zich juridisch beter in binnen de bestaande ruimtelijke context. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 2: situering deelplannen op niveau gemeente Bekkevoort Kaart 3: situering deelplannen op niveau deelgemeente december 2016 7/48

2.3. Bestaande ruimtelijke context 2.3.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat De Witteweg-Meutelstraat kenmerkt zich, als uitloper van de kernbebouwing van Bekkevoort, als een klassiek woonlint. Eengezinswoningen vormen dan ook de belangrijkste functie zowel binnen de entiteit als in de nabije omgeving. Ter hoogte van het kruispunt Witteweg-Oude Leuvensebaan is een voetbalterrein gelegen. Ter hoogte van het kruispunt Oude Tiensebaan- Oude Leuvensebaan is het verpleeghuis Hof Ter Heyde gelegen (zie figuur 1). Doorheen de jaren is de Witteweg geëvolueerd naar een ruimtelijk éénvormig straatbeeld met aan de westelijke zijde van de weg de woningen gelegen en aan de oostelijke zijde hoofdzakelijk onbebouwd terrein. Verdere gelijkenissen tussen de woningen langs de Witteweg zijn de bouwvorm (bijna allemaal vrijstaande woningen), de zadeldakvorm en de gebruikte gevelmaterialen. Doorheen de voorbije decennia heeft er een sterke vertuining plaatsgevonden (zie figuur 2). Hierdoor is de link met het bosrijke gebied (en op het gewestplan als natuurgebied bestemd) dat ten westen van de cluster is gelegen, over de ganse straatlengte helemaal verdwenen. Figuur 1: ruimtelijke context Witteweg-Meutelstraat (luchtfoto) december 2016 8/48

Foto A Foto B Foto C Foto D Foto E Foto F Foto G Foto H Foto I december 2016 9/48

Foto J Foto K Foto L Foto M Foto N Foto O Foto P Foto Q Foto R december 2016 10/48

Foto S Foto T Foto U december 2016 11/48

Figuur 2: sterke vertuining binnen het Deelplan van de Witteweg-Meutelstraat (1971-2015) Bron: Geopunt.be, eigen verwerking, 2016 december 2016 12/48

2.3.2. Deelplan Tiensebaan De Tiensebaan kenmerkt zich als een klassiek woonlint in een voor het overige hoofdzakelijk open landschap. De percelen die achter de woonlinten zijn gelegen, zijn hoofdzakelijk in landbouwgebruik. Aan de overzijde van de straat is een landbouwkundig bedrijf (verkoop landbouwmachines) gesitueerd. Figuur 3: ruimtelijke context Tiensebaan (luchtfoto) december 2016 13/48

3. PLANNINGSCONTEXT 3.1. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) 3 bepaalt de planningscontext op gewestelijk niveau. Bekkevoort wordt in het RSV opgenomen als een gemeente behorende tot het buitengebied. Vier basisdoelstellingen kunnen worden onttrokken uit de algemene visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Vlaanderen, hiervan zijn de volgende drie belangrijk voor de gemeente Bekkevoort: - het behoud en waar mogelijk de versterking van het buitengebied en een bundeling van wonen en werken in de kernen van het buitengebied; - het concentreren van economische activiteiten in die plaatsen die deel uitmaken van de bestaande economische structuur van Vlaanderen; - het optimaliseren van de bestaande verkeers- en vervoersinfrastructuur waarbij de ruimtelijke condities worden gecreëerd voor het verbeteren van het collectief vervoer en de organisatie van vervoersgenererende activiteiten op punten die ontsloten worden door openbaar vervoer. Binnen de gemeente Bekkevoort moet zeker rekening worden gehouden met de volgende ruimtelijke principes: - gedeconcentreerde bundeling; - infrastructuren als bindteken en basis voor de locatie van activiteiten; - fysisch systeem ruimtelijk structurerend. Specifiek voor het buitengebied waartoe de gemeente Bekkevoort behoort, zijn volgende doelstellingen van belang: - het buitengebied vrijwaren voor de essentiële functies; - tegengaan van versnippering van het buitengebied; - bundelen van de ontwikkeling in de kernen van het buitengebied; - landbouw-, natuur- en bosfunctie in goed gestructureerde gehelen; - bereiken van gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied; - afstemmen van ruimtelijk beleid en milieubeleid op basis van het fysisch systeem; - bufferfunctie in het buitengebied. Een multifunctionele ontwikkeling (wonen, werken,...) en verweving in de kernen van het buitengebied staan centraal bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. 3.2. Relatie met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant In het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Vlaams-Brabant (RSVB) 4 kernprincipes gehanteerd: - herwaardering van het fysisch systeem; - een centrumprovincie met Brussel; - een provincie met diverse stedelijke kernen; - de Vlaamse Ruit geeft een duidelijke structuur; - mobiliteit als sturend gegeven. worden volgende 3 Definitief vastgesteld door de Vl. Regering d.d. 23/09/1997, eerste herziening d.d. 12/12/2003, tweede herziening d.d. 17/12/2010. 4 Definitieve vastgesteld door de provincieraad Vlaams-Brabant d.d. 07/04/2004, herziening (addendum) d.d. 05/03/2012. december 2016 14/48

De provincie wenst een halt toe te roepen aan de verdere versnippering en verlinting van de open ruimte. De kernen dienen versterkt te worden als kwalitatieve en aantrekkelijke woonomgevingen. In de gewenste nederzettingsstructuur van de provincie wordt de kern van Bekkevoort aangeduid als hoofddorp. In het buitengebied zijn het de hoofddorpen die hoofdzakelijk de dynamiek (wonen, lokale bedrijvigheid, voorzieningen, administratieve dienstverlening) dienen op te nemen. Molenbeek, Wersbeek, Struik en Rijnrode zijn aangeduid als kern-in-hetbuitengebied. Deze beleidscategorie duidt op de respectievelijke woonclusters en concentraties van bebouwing die een duidelijke kernfunctie vervullen in het buitengebied, doch niet werden geselecteerd als hoofddorp of woonkern. Aldus kan bij een kern-in-hetbuitengebied geen bijkomende oppervlakte worden voorzien voor het opvangen van de gemeentelijke taakstelling inzake wonen en/of bedrijvigheid, indien hiermee de verlinting wordt verdergezet. Aangezien de problematiek van éénvormige entiteiten reeds bebouwde percelen omvat, is er geen sprake van een verderzetting van de verlinting. 3.3. Relatie met het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan In dit hoofdstuk worden de relevante elementen uit het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Bekkevoort (GRS) 5 toegelicht en verduidelijkt. Uit het informatieve deel blijkt dat Bekkevoort, naast drie kerngebieden (Bekkevoort, Assent en Wersbeek) een sterke aanwezigheid van woonlinten kent. De suburbanisatie van wonen en economische activiteiten heeft langs de uitgeruste wegen geleid tot een sterke bebouwingsgroei. De nederzettingsstructuur kenmerkt zich als een bebouwd perifeer landschap waarbij de verspreide bebouwing als bedreiging voor de open ruimte wordt beschouwd. Meer specifiek voor de Witteweg wordt de specifieke situatie van zonevreemde vergunde woningen binnen eenzelfde ruimtelijke structuur, maar binnen een verschillende bestemming namelijk landschappelijk waardevol agrarisch gebied en natuurgebied als bedreiging beschouwd. Het deelplan van de Witteweg-Meutelstraat is gesitueerd op de rand tussen twee verschillende landschapseenheden die de gemeente onderscheidt (in totaal worden er 10 onderscheiden), namelijk het Open landschap rond A2 (E314) en de Vallei van de Hazehoekloop. Het Deelplan van de Tiensebaan situeert zich volledig binnen de landschapseenheid Muggenberg en Netelzeep. In het richtinggevend deel worden de verschillende dorpskernen als troef van het buitengebied beschouwd. Groei wordt geconcentreerd in en/of aansluitend bij de kernen (met een onderscheid tussen het hoofddorp Bekkevoort, de woonkern Assent en de kleine kernen in het buitengebied) met oog voor het behoud van de authenticiteit van de plattelandskernen. De landschappelijke structuur zal terug zoals voorheen de basis zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Een verdere versnippering van de open ruimte en verdere lintbebouwing wordt tegengegaan. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van de zonevreemde constructies dient het afwegingskader voor bestaande grotendeels vergunde/vergund geachte constructies te 5 Definitief vastgesteld door de gemeenteraad Bekkevoort d.d. 20/02/2012 en definitief aanvaard door de bestendige deputatie d.d. 24/05/2012. december 2016 15/48

volgen. Het afwegingskader vormt de basis voor de opmaak van masterplannen en RUP s, waarbinnen verder onderzoek en afweging dient te gebeuren. Al de niet behandelde onderdelen binnen deze afwegingskaders vallen onder de algemene regelgeving met betrekking tot zonevreemdheid. De site Witteweg-Meutelstraat wordt in het GRS reeds als éénvormige entiteit aangehaald. In de bindende bepalingen van het GRS werd het opstellen van een RUP ruimtelijk éénvormige entiteiten aan zonevreemde woningen als actiepunt opgenomen. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 4: GRS Bekkevoort gewenste bebouwde structuur - wonen. december 2016 16/48

4. BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE & EFFECTEN PER MILIEUDISCIPLINE 4.1. Gewestplan Het gewestplan is een juridisch verordenend document en is zodoende de randvoorwaarde voor alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Met de uitwerking van dit RUP kunnen voorstellen tot behoud, verfijning of aanpassing van het gewestplan worden gedaan. De gemeente Bekkevoort valt onder het gewestplan Aarschot Diest (14/11/1978). 4.1.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Overeenkomstig het gewestplan bestaat de bestemming van het Deelplan uit natuurgebied: - De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden. In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk. 4.1.2. Deelplan Tiensebaan Overeenkomstig het gewestplan bestaat de bestemming van het Deelplan uit agrarisch gebied: - De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 5: gewestplan. 4.2. Bodem 4.2.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Huidige situatie a. bodemkaart Volgens de bodemkaart bestaat de bodem in het deelplan uit nat lemig zand met weinig duidelijke ijzer en/of humus B horizontzand (type wshfc). b. kaarten met herbevestiging agrarische gebieden en landbouwtypering Op basis van de kaart herbevestiging agrarische gebieden blijkt dat het volledige deelplan niet is ingekleurd als herbevestigd agrarisch gebied. Nagenoeg het hele deelplan is niet aangeduid op de landbouwtyperingskaart. Een klein gedeelte heeft een zeer lage waardering. december 2016 17/48

c. bodemerosie Volgens de kaart met erosiegevoelige gebieden is het deelplan en de ruime omgeving nauwelijks erosiegevoelig. Voor het deelplan zijn volgens de potentiële bodemerosiekaart geen gegevens gekend. Volgens de hellingenkaart heeft nagenoeg het volledige deelplan een hellingsgraad tussen 0,5 en 5%. De hoogte binnen het grootste deel van het deelplan varieert volgens de reliëfkaart (digitale hoogtemodel Vlaanderen) tussen 30 en 35 m. Er is dus weinig hoogteverschil binnen het deelplan. Het laagste deel van het deelplan bevindt zich in het noorden van het deelplan. d. Huidig bodemgebruik Het grootste deel van het deelplan is in gebruik als tuinzone bij zonevreemde woningen. Het huidig bodemgebruik komt aldus niet overeen met de kaart voor bodemgebruik, waarin het deelplan ingekleurd is als zones voor akkerbouw en boomgaarden. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Het deelplan wordt gevormd door reeds bebouwde percelen, meerbepaald met zonevreemde woningen en hun tuinzone. Door de bijkomende overdruk van het deelplan zullen deze zonevreemde woningen meer mogelijkheden krijgen qua herbouw en uitbreiding. Deze mogelijkheden zullen de basisrechten voor zonevreemde woningen (VCRO art. 4.4.10 ev) niet overstijgen. Het huidige bodemgebruik zal worden bestendigd door de uitwerking van het RUP. Verhardingen zoals o.a. wegen en parkings dienen te bestaan uit waterdoorlatende materialen tenzij wordt aangetoond dat dit niet haalbaar (bouwfysisch) of wenselijk is (omdat er bv. een vervuilingsrisico is). Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige bodemgebruik behouden blijven. Conclusie De ontwikkeling van het RUP Eénvormige entiteiten zal weinig invloed hebben op de bodemstructuur en het bodemgebruik aangezien het hier om reeds bebouwde percelen gaat die reeds een sterke vertuining kennen. 4.2.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie a. bodemkaart Volgens de bodemkaart bestaat de bodem in het deelplan uit een natte zandleembodem met sterk gevlekte, verbrokkelde textuur B horizont (type Lhc). b. kaarten met herbevestiging agrarische gebieden en landbouwtypering Op basis van de kaart herbevestiging agrarische gebieden blijkt dat het volledige deelplan is gelegen binnen herbevestigd agrarisch gebied. Het hele deelplan heeft een matige waardering op de landbouwtyperingskaart. december 2016 18/48

c. bodemerosie Volgens de kaart met erosiegevoelige gebieden is het volledige deelplan en de ruime omgeving ingekleurd of opgenomen op deze kaart, m.a.w. het deelplan is erosiegevoelig. De tuinen bij de woningen zijn weliswaar reeds aangelegd. Voor het deelplan zijn volgens de potentiële bodemerosiekaart geen gegevens gekend. Volgens de hellingenkaart heeft nagenoeg het volledige deelplan een hellingsgraad tussen 0,5 en 5%. De hoogte binnen het grootste deel van het deelplan varieert volgens de reliëfkaart (digitale hoogtemodel Vlaanderen) tussen 25 en 28 m. Er is dus weinig hoogteverschil binnen het deelplan. Het laagste deel van het deelplan bevindt zich in het zuidoosten van het deelplan. d. Huidig bodemgebruik Het grootste deel van het deelplan is in gebruik als tuinzone bij zonevreemde woningen. Het huidig bodemgebruik komt aldus niet overeen met de kaart voor bodemgebruik, waarin het deelplan deels is ingekleurd als zone voor akkerbouw. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Het deelplan wordt gevormd door 2 woningen en hun tuinzone. Door de herbestemming van het deelplan zal 1 van de woningen meer mogelijkheden verkrijgen dan in de huidige toestand. Deze mogelijkheden zullen de basisrechten voor zonevreemde woningen (VCRO art. 4.4.10 ev) niet overstijgen. Het huidige bodemgebruik zal worden bestendigd door de uitwerking van het RUP. Verhardingen zoals o.a. wegen en parkings dienen te bestaan uit waterdoorlatende materialen tenzij wordt aangetoond dat dit niet haalbaar (bouwfysisch) of wenselijk is (omdat er bv. een vervuilingsrisico is). Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige bodemgebruik behouden blijven. Conclusie De ontwikkeling van het RUP Eénvormige entiteiten zal weinig invloed hebben op de bodemstructuur en het bodemgebruik aangezien het hier om reeds bebouwde percelen gaat die reeds een sterke vertuining kennen. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 6: bodemkaart. Kaart 7: herbevestigde agrarische gebieden (HAG). Kaart 8: erosiegevoelige gebieden. Kaart 9: potentiële erosiekaart. Kaart 10: hellingenkaart. Kaart 11: reliëfkaart. Kaart 12: infiltratiegevoelige gebieden. Kaart 13: bodemgebruik. Kaart 14: landbouwtyperingskaart. december 2016 19/48

4.3. Water: oppervlakte- en grondwater 4.3.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Huidige situatie a. watertoetskaart overstromingsgevoelige gebieden Het deelplan ligt volgens de kaart voor overstromingsgevoelige gebieden (Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Operationeel Waterbeheer) niet in mogelijk of effectief overstroombaar gebied. b. waterlopen in het deelplan Er bevinden zich geen waterlopen in het deelplan. Op circa 50 m ten noordwesten van het plangebied is de Tieltse Motte, een waterloop van tweede categorie, gelegen. Gelet op het reliëf van het terrein watert het hemelwater in het plangebied af naar deze waterloop. c. infiltratiekaart Volgens de infiltratiekaart is het deelplan niet aangeduid als infiltratiegevoelig. Bij verbouwingen, aanleg van nieuwe verharde oppervlakten is de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater en de provinciale stedenbouwkundige verordening inzake verhardingen van toepassing. d. bodemerosie Zie deel 4.2.1., c. bodemerosie. e. grondwaterkwetsbaarheid en grondwaterstroming Volgens de kaart voor grondwaterkwetsbaarheid is het grondwater zeer kwetsbaar. Het volledige deelplan is matig gevoelig voor grondwaterstroming (type 2, zie kaart voor grondwaterstromingsgevoeligheid. Bij de ontwikkeling van het RUP zal infiltratie van hemelwater maximaal worden bevorderd door de voorziene maatregelen, zoals voldoen aan de van toepassing zijnde stedenbouwkundige verordeningen en door maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen. Aangezien er geen beken en grachten in het Deelplan zijn, zullen er geen waterlopen worden gedempt, verlegd, ingekokerd of overwelfd. f. zoneringskaart van de VMM Het deel van het deelplan waar de woningen en achtertuinen zich bevinden is opgenomen in de zoneringskaart als collectief te optimaliseren buitengebied. g. waterwinningsgebied Het deelplan is niet gelegen in een waterwinningsgebied of een beschermingszone. h. signaalgebied In het deelplan is geen signaalgebied gelegen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Bij de ontwikkeling van het RUP zal er altijd moeten worden voldaan aan de van toepassing zijnde gewestelijke, provinciale en/of gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen zoals opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. december 2016 20/48

Het deelplan is gelegen in een collectief te optimaliseren buitengebied. Bij de herbouw en/of verbouwingen van de woningen zullen de nodige voorzieningen moeten worden getroffen om het huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de bestaande riolering van de Witteweg. Aangezien er geen beken en grachten in het deelplan zijn, zullen er geen waterlopen worden gedempt, verlegd, ingekokerd of overwelfd. Aangezien het deelplan is gelegen in een matig gevoelig gebied voor grondwaterstroming, kunnen ondergrondse constructies deze grondwaterstroming wel beïnvloeden. Indien bronbemaling tijdens de constructies van gebouwen nodig is, moet er altijd naar worden gestreefd om te voldoen aan de wettelijke bepalingen. Deze werken moeten in overleg met belanghebbenden gebeuren en in de tijd worden beperkt. Er moet altijd worden getracht om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen. De grondwaterkwetsbaarheid is zeer kwetsbaar. Aangezien het deelplan zonevreemde woningen betreft, zal de opslag van gevaarlijke producten nul zijn met uitzondering van mogelijkse opslag van stookolie voor gebouwverwarming. Deze opslag moet voldoen aan de wettelijke normen. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel bestemd als natuurgebied maar er bevinden zich reeds zonevreemde woningen en hun tuinzones. Een negatieve invloed op de bodem en het grondwater wordt niet verwacht. Conclusie Bij de ontwikkeling van het RUP zal infiltratie van hemelwater maximaal worden bevorderd door de voorziene maatregelen, zoals voldoen aan de van toepassing zijnde stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen, en door maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen zoals opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Wateroverlast bij hevige regenval zal door toepassing van deze maatregelen tot een minimum worden herleid. De nodige gemeenschappelijke voorzieningen worden getroffen om huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de in de onmiddellijke omgeving bestaande riolering. Aangezien er geen beken en grachten in het deelplan zijn, zullen er geen waterlopen worden gedempt, verlegd, ingekokerd of overwelfd. De zonvreemde woningen zijn gelegen in een matig gevoelig gebied voor grondwaterstroming. Ondergrondse constructies kunnen deze grondwaterstroming wel beïnvloeden. Indien bronbemaling nodig zou zijn tijdens de constructies van gebouwen, moet er altijd naar worden gestreefd om te voldoen aan de wettelijke bepalingen. Deze werken moeten in overleg met belanghebbenden gebeuren en in tijd worden beperkt. Er zal steeds getracht worden om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen. Door te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake opslag van gevaarlijke producten zal de bodem en het grondwater maximaal worden beschermd. 4.3.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie a. watertoetskaart overstromingsgevoelige gebieden Het deelplan ligt volgens de kaart voor overstromingsgevoelige gebieden (Vlaamse Milieumaatschappij, afdeling Operationeel Waterbeheer) niet in mogelijk of effectief overstroombaar gebied. december 2016 21/48

b. waterlopen in het deelplan Er bevinden zich geen waterlopen in het deelplan. Langsheen de Tiensebaan-Meenselstraat is de Drieskensbeek, een niet-geklasseerde waterloop gelegen. c. infiltratiekaart Volgens de infiltratiekaart is het deelplan niet aangeduid als infiltratiegevoelig. Bij verbouwingen, aanleg van nieuwe verharde oppervlakten is de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater en de provinciale stedenbouwkundige verordening inzake verhardingen van toepassing. d. bodemerosie Zie deel 4.2.2., c. bodemerosie. e. grondwaterkwetsbaarheid en grondwaterstroming Volgens de kaart voor grondwaterkwetsbaarheid is het grondwater weinig kwetsbaar. Het volledige deelplan is weinig gevoelig voor grondwaterstroming (type 3, zie kaart voor grondwaterstromingsgevoeligheid. Bij de ontwikkeling van het RUP zal infiltratie van hemelwater maximaal worden bevorderd door de voorziene maatregelen, zoals voldoen aan de van toepassing zijnde stedenbouwkundige verordeningen en door maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen. f. zoneringskaart van de VMM Het deelplan is opgenomen in de zoneringskaart als collectief te optimaliseren buitengebied. g. waterwinningsgebied Het deelplan is niet gelegen in een waterwinningsgebied of een beschermingszone. h. signaalgebied In het deelplan is geen signaalgebied gelegen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Bij de ontwikkeling van het RUP zal er altijd moeten worden voldaan aan de van toepassing zijnde gewestelijke, provinciale en/of gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen zoals opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Het Deelplan is gelegen in een collectief te optimaliseren buitengebied. Bij de herbouw en/of verbouwingen van de woningen zullen de nodige voorzieningen moeten worden getroffen om het huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de bestaande riolering van de Tiensebaan. Aangezien het Deelplan is gelegen in een weinig gevoelig gebied voor grondwaterstroming, kunnen ondergrondse constructies de grondwaterstroming nog beïnvloeden. Indien bronbemaling tijdens de constructies van gebouwen nodig is, moet er altijd naar worden gestreefd om te voldoen aan de wettelijke bepalingen. Deze werken moeten in overleg met belanghebbenden gebeuren en in de tijd worden beperkt. Er moet altijd worden getracht om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen. Het grondwater is weinig kwetsbaar. Aangezien het deelplan zonevreemde woningen bevat zal de opslag van gevaarlijke producten nul zijn met uitzondering van mogelijkse opslag van stookolie voor gebouwverwarming. Deze opslag moet voldoen aan de wettelijke normen. december 2016 22/48

Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel bestemd als agrarisch gebied en er bevinden zich reeds twee woningen en hun tuinzones. Een negatieve invloed op de bodem en het grondwater wordt niet verwacht. Conclusie Bij de ontwikkeling van het RUP zal infiltratie van hemelwater maximaal worden bevorderd door de voorziene maatregelen, zoals voldoen aan de van toepassing zijnde stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie- en buffervoorzieningen, en door maximaal gebruik van waterdoorlatende materialen zoals opgenomen in de stedenbouwkundige voorschriften. Wateroverlast bij hevige regenval zal door toepassing van deze maatregelen tot een minimum worden herleid. De nodige gemeenschappelijke voorzieningen worden getroffen om huishoudelijk afvalwater gescheiden van het hemelwater op te vangen en aan te sluiten op de in de onmiddellijke omgeving bestaande riolering. De woningen zijn gelegen in een weinig gevoelig gebied voor grondwaterstroming. Ondergrondse constructies kunnen deze grondwaterstroming wel beïnvloeden. Indien bronbemaling nodig zou zijn tijdens de constructies van gebouwen, moet er altijd naar worden gestreefd om te voldoen aan de wettelijke bepalingen. Deze werken moeten in overleg met belanghebbenden gebeuren en in tijd worden beperkt. Er zal steeds getracht worden om het niet vervuild bemalingswater opnieuw in de bodem te brengen. Door te voldoen aan de wettelijke bepalingen inzake opslag van gevaarlijke producten zal de bodem en het grondwater maximaal worden beschermd. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 8: erosiegevoelige gebieden. Kaart 12: infiltratiegevoelige gebieden. Kaart 15: watertoetskaart overstromingsgevoelige gebieden. Kaart 16: recent overstroomde gebieden. Kaart 17: natuurlijk overstromingsgevoelige gebieden. Kaart 18: mogelijk overstromingsgevoelige gebieden. Kaart 19: grondwaterstromingsgevoelige gebieden. Kaart 20: grondwaterkwetsbaarheid. Kaart 21: zoneringsplan VMM. 4.4. Fauna, flora en biodiversiteit 4.4.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Huidige situatie Nagenoeg het hele deelplan is aangeduid als biologisch minder waardevol volgens de biologische waarderingskaart. Het bebost perceel in het zuidwesten van het deelplan is aangeduid als biologisch waardevol. Het deelplan is niet gelegen in vogel- of habitatrichtlijngebied of in een GEN-gebied. Ten (noord)westen van de Meutelstraat, op circa 20 m van het plangebied, is het habitatrichtlijngebied Valleien van de Winge en de Motte met valleihellingen gelegen. Delen hiervan zijn ook aangeduid als grote eenheid natuur ( De Vallei van de Tieltse Motte ). Het deelplan is volgens het gewestplan ingekleurd als natuurgebied. De percelen in het deelplan zijn bebouwd met zonevreemde woningen of woningen in een zonevreemde verkaveling. Doorheen de voorbije decennia heeft er een sterke vertuining van het natuurgebied plaatsgevonden. Hierdoor is de link met het bosrijke (en op het gewestplan december 2016 23/48

als natuurgebied bestemd) gebied dat ten westen van de cluster is gelegen, over de ganse straatlengte helemaal verdwenen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen De percelen zijn momenteel reeds bebouwd. Er vindt geen herbestemming plaats. Door het voorzien van een overdruk parkgebied krijgen de woningen meer mogelijkheden qua uitbreiding en herbouw. Ook een aantal zonevreemde functiewijzigingen (bvb. kantoor, dienstverlening en vrij beroep tot maximaal 100m² vloeroppervlakte, toeristische logies) worden mogelijk. De nieuwe mogelijkheden gaan niet ruimer dan de basisrechten voor zonevreemde woningen zoals ze bepaald zijn in de VCRO. Aangezien het hier om al bebouwde percelen gaat waarbij de mogelijke functies laagdynamisch zullen blijven, wordt geen invloed op het Habitatrichtlijngebied verwacht. De zonevreemde functiewijzigingen hebben betrekking op reeds bestaande gebouwen/woningen. Aangezien de percelen reeds bebouwd zijn en de basisrechten (VCRO) een maximaal bouwvolume van 1.000m³ toelaten, zal bijkomende bebouwing in het deelplan beperkt blijven. Met het RUP zal hoofdzakelijk de dynamiek in het deelplan (beperkt) verhogen. Gelet op het reeds bebouwd karakter van het deelplan, de sterke vertuining van het deelplan en de identieke mogelijkheden op de naburige percelen wordt dergelijke dynamiek niet als storend beschouwd. Aangezien Het RUP enkel mogelijkheden voorziet voor de bestaande woningen en geen bijkomende woningen toestaat zal ook de invloed op het beboste perceel in het zuidwesten van het deelplan dat aangeduid is als biologisch waardevol, beperkt blijven. Een eventuele ontbossing van dit terrein is vergunningsplichtig waarbij het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos (plus boscompensatie) zal moeten worden gevraagd. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel bestemd als natuurgebied. Echter betreffen het bebouwde percelen met grote achtertuinzones. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal de huidige gebruik behouden blijven. De dynamiek zal evenwel lager blijven dan bij de ontwikkeling van het RUP aangezien de zonevreemde functiewijzigingen zoals bepaald in de VCRO niet mogelijk zijn in natuurgebied. Conclusie Door de uitwerking van het deelplan met de voorziene milderende maatregelen, zijnde een maximale gelijkstelling tot de mogelijkheden van de basisrechten van zonevreemde woningen in agrarisch gebied, zal de biodiversiteit in het deelplan niet excessief afnemen. 4.4.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie Het hele deelplan is aangeduid als biologisch minder waardevol volgens de biologische waarderingskaart. Het deelplan is niet gelegen in vogel- of habitatrichtlijngebied of in een GEN-gebied. Ook in de nabije omgeving bevindt er zich geen dergelijke gebieden. Het deelplan is volgens het gewestplan ingekleurd als agrarisch gebied. De percelen in het deelplan zijn bebouwd met 2 halfopen woningen. december 2016 24/48

Uitwerking RUP met milderende maatregelen De percelen zijn momenteel reeds bebouwd. Er vindt geen herbestemming plaats. Door het toelaten van twee zonevreemde woningen waarbij voor elk de basisrechten (VCRO) gelden zal het bouwvolume per woning beperkt blijven tot 1.000m³. Bijkomend bouwvolume zal dus beperkt blijven. Gelet op de toegestane zonevreemde functiewijzigingen zal met het RUP hoofdzakelijk de dynamiek in het deelplan verhogen. Gelet op het reeds bebouwd karakter van het deelplan, het over amper twee woningen gaat en identieke mogelijkheden op de naburige percelen bestaan wordt dergelijke dynamiek niet als storend beschouwd. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel bestemd als agrarisch. Echter betreffen het bebouwde percelen met grote achtertuinzones. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. De dynamiek zal evenwel lager blijven dan bij de ontwikkeling van het RUP aangezien de zonevreemde functiewijzigingen maar geldig zijn in vergunde gebouwen (of gebouwencomplex). Conclusie Door de uitwerking van het deelplan met de voorziene milderende maatregelen, zijnde een maximale gelijkstelling tot de mogelijkheden van de basisrechten van zonevreemde woningen in agrarisch gebied, zal de biodiversiteit in het Deelplan niet excessief afnemen. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 22: biologische waarderingskaart. Kaart 23: vogel-en habitatrichtlijngebieden. Kaart 24: gebieden van het VEN en IVON. 4.5. Ruimtelijke ordening 4.5.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Voor de goedkeuring van het ruimtelijk uitvoeringsplan is het gewestplan van toepassing. Een aantal percelen zijn in een verkaveling gelegen en dus hebben eigen stedenbouwkundige voorschriften. Doorheen de tijd heeft de site langs de Witteweg (en Meutelstraat) kunnen evolueren naar een ruimtelijk éénvormig straatbeeld met aan de westelijke zijde van de weg de woningen gelegen en aan de oostelijke zijde hoofdzakelijk onbebouwd terrein. Verdere gelijkenissen tussen de woningen langs de Witteweg zijn de bouwvorm (bijna allemaal vrijstaande woningen), de zadeldakvorm en de gebruikte gevelmaterialen. Echter, is de juridische situatie van de bebouwde percelen langsheen de Witteweg sterk verschillend: woningen in woongebied, zonevreemde woningen in agrarisch gebied, zonevreemde woningen in natuurgebied en woningen gelegen in een zonevreemde verkaveling. Gevolg hiervan is dat de toekomstige mogelijkheden op de percelen, ondanks hun gelijkaardige ruimtelijk voorkomen en hun ligging binnen eenzelfde woonlint, sterk verschilt van perceel tot perceel en de ruimtelijke eenvormigheid in het gedrang komt. Zo werd aangetoond dat binnen het deelplan de bestemming als natuurgebied, wat als ruimtelijk kwetsbaar gebied 6 wordt beschouwd, achterhaald is (zie deel 7.2. van de 6 Hieronder wordt verstaan: de volgende gebieden, aangewezen op plannen van aanleg: agrarische gebieden met ecologisch belang, agrarische gebieden met ecologische waarde, bosgebieden, brongebieden, groengebieden, natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, natuurontwikkelingsgebieden, natuurreservaten, overstromingsgebieden, valleigebieden parkgebied. Gebieden, aangewezen op ruimtelijke uitvoeringsplannen, en sorterend onder één van volgende categorieën of subcategorieën van gebiedsaanduiding: bos, reservaat en natuur. Het Vlaams Ecologisch Netwerk, bestaande uit december 2016 25/48

toelichtingsnota). Desondanks houdt de huidige wetgeving met deze nuancering geen rekening met tot gevolg dat de zonevreemde woningen in het natuurgebied minder mogelijkheden hebben dan de nabij gelegen, soms aangrenzende, zonevreemde woningen in agrarisch gebied 7 terwijl er in realiteit nauwelijks verschil is in kwetsbaarheid. Om de ruimtelijke eenvormigheid in de toekomst te kunnen behouden, wenst de gemeente dit RUP op te stellen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen (planopvatting) Het voorgenomen plan en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften van het RUP zullen de juridisch-planologische basis vormen om de verdere optimalisering van het deelplan en het wegwerken van de juridische onzekerheid binnen een ruimtelijke verantwoord kader te laten gebeuren. De mogelijkheden worden maximaal gelijkgesteld met de mogelijkheden van zonevreemde woningen in niet-kwetsbaar gebied. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel reeds in gebruik door 7 eengezinswoningen. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie Het ruimtelijk uitvoeringsplan veroorzaakt geen aanzienlijke effecten t.o.v. de referentiesituatie gezien de milderende maatregelen en voorschriften die in dit RUP worden opgesteld. 4.5.2. Deelplan Tiensebaan Het deelplan van de Tiensebaan heeft zich doorheen de jaren ontwikkeld als twee halfopen bebouwingen, weliswaar niet conform de afgeleverde vergunning. Nochtans past de typologie van een halfopen bebouwing zich perfect in binnen het woonlint (zie deel 2.2. van de toelichtingsnota). Bijkomend aspect is dat het parket de overtreding geseponeerd heeft en er een juridische onzekerheid is ontstaan voor de huidige bewoners van het goed. Met voorliggend RUP wenst de gemeente de problematiek van juridisch onzekerheid op te lossen om zo een ruimtelijk aanvaardbare ontwikkeling mogelijk te maken op maat van en passend binnen de lokale ruimtelijke context. Uitwerking RUP met milderende maatregelen (planopvatting) Het voorgenomen plan en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften van het RUP zullen de juridisch-planologische basis vormen om de verdere optimalisering van het Deelplan en het wegwerken van de juridische onzekerheid binnen een ruimtelijke verantwoord kader te laten gebeuren. De mogelijkheden worden maximaal gelijkgesteld met de mogelijkheden van zonevreemde woningen in niet-kwetsbaar gebied (juridische gelijkheid met de aangrenzende zonevreemde woningen). de gebiedscategorieën Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. De beschermde duingebieden en de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens artikel 52, 1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud. (VCRO Art. 1.1.2. 10 ). 7 Zie basisrechten voor bestaande zonevreemde woningen, VCRO, art. 4.4.12. ev. december 2016 26/48

Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel reeds in gebruik door 2 eengezinswoningen (halfopen bouworde). Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie Het ruimtelijk uitvoeringsplan veroorzaakt geen aanzienlijke effecten t.o.v. de referentiesituatie gezien de milderende maatregelen en voorschriften die in dit RUP worden opgesteld. 4.6. Landschapsatlas, cultureel erfgoed en archeologie 4.6.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat a. discipline landschappen (cultureel erfgoed en landschap) De Landschapsatlas 8 is een inventaris van waardevolle landschappen van Vlaanderen. Hij bestrijkt het volledige Vlaamse grondgebied met uitzondering van stedelijke kernen en de dicht bebouwde agglomeraties. Zowel puntvormige, lijnvormige als vlakvormige relicten van bovenlokaal belang zijn erin gebiedsdekkend gekarteerd. Samenhangende gehelen met belangrijke erfgoedwaarden en een vrij hoge gaafheid worden gewaardeerd via de aanduiding als relictzone. De meest waardevolle ensembles worden ankerplaatsen genoemd. Voor ankerplaatsen en relictzones en gave landschappen worden specifieke beleidswensen geformuleerd. De 'Inventaris Bouwkundig Erfgoed 9 ' bevat op dit moment ruim 80.000 relicten bouwkundig erfgoed. Bouwkundig erfgoed is zo ruim mogelijk gezien: gebouwen van alle mogelijke typologieën, gebouwengroepen, complexen, bijhorende interieurs en interieurelementen, infrastructuur, klein erfgoed, straatmeubilair, monumentale beeldhouwwerken enz. De databank bevat ook beschrijvingen van gehelen zoals straten, gehuchten en stadswijken. Volgende elementen worden geselecteerd volgens de Landschapsatlas en de Inventaris Bouwkundig Erfgoed : - Het deelplan ligt binnen het traditioneel landschap zandige Hageland en binnen het vlakrelict Walenbos-Kleefberg-Bensberg-Osseberg-Tieltse Broeken (R20069) (uiterste noordelijke zijde van het Deelplan). - Binnen het deelplan zijn geen punt- of lijnrelicten en beschermde monumenten terug te vinden. b. discipline archeologie Het deelplan is niet gelegen in een beschermde archeologische site en is niet gelegen in een archeologische zone (vastgestelde inventaris). Het deelplan is niet gelegen in een archeologische zone (wetenschappelijke inventarissen). Gelet op de beperkte omvang van het deelplan is er geen potentiële erfgoedwaarde en is een archeologisch vooronderzoek niet aangewezen. Wel moet steeds de regelgeving en richtlijnen uit het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het bijhorende Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 in acht worden genomen. 8 MVG, Dep. LIN, AROHM, afd. M & L, CD Rom Landschapsatlas, juni 2000; Ankerplaatsen, vector, 2001, MVG Dep. LIN AROHM afd. M & L; Traditionele landschappen, vector, 2001, UG Vakgroep Geografie; Relicten van de traditionele landschappen, vector, 2001, MVG Dep. LIN AROHM afd. M & L. 9 Deze inventaris is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert december 2016 27/48

Uitwerking RUP met milderende maatregelen Er worden geen specifieke milderende maatregelen genomen. Wel zal in dit RUP worden gestreefd naar een optimale landschappelijke integratie van het Deelplan. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan het behoud en het versterken van de zichten op het omringende landelijk gebied. Indien een archeologische opgraving noodzakelijk blijkt, moet daar, in overleg met de cel Archeologie van het Agentschap Onroerend Erfgoed, voldoende tijd en middelen voor worden vrijgemaakt. De financiële last wordt gedragen door de bouwheer. Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. De impact op het culturele erfgoed en landschap blijft bijgevolg nihil. Conclusie Aangezien er binnen en onmiddellijk grenzend aan het deelplan geen beschermde monumenten of dorpsgezichten, geen cultureel- en bouwkundig erfgoed aanwezig is en aangezien kan worden gesteld dat de impact op het relictlandschap nihil is, zijn er geen aanzienlijke effecten te verwachten door de realisatie van dit RUP. Het RUP zal eveneens geen ingrijpende gevolgen hebben voor het traditionele landschap waarbinnen het Deelplan zich situeert (o.a. door te zorgen voor een optimale landschappelijke inpassing). 4.6.2. Deelplan Tiensebaan a. discipline landschappen (cultureel erfgoed en landschap) - Het deelplan ligt binnen het traditioneel landschap zandlemig Hageland. - Binnen het Deelplan zijn geen punt- of lijnrelicten en beschermde monumenten terug te vinden. b. discipline archeologie Het deelplan is niet gelegen in een beschermde archeologische site en is niet gelegen in een archeologische zone (vastgestelde inventaris). Het deelplan is niet gelegen in een archeologische zone (wetenschappelijke inventarissen). Gelet op de beperkte omvang van het deelplan is er geen potentiële erfgoedwaarde en is een archeologisch vooronderzoek niet aangewezen. Wel moet steeds de regelgeving en richtlijnen uit het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en het bijhorende Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 in acht worden genomen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Er worden geen specifieke milderende maatregelen genomen. Wel zal in dit RUP worden gestreefd naar een optimale landschappelijke integratie van het Deelplan. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan het behoud en het versterken van de zichten op het omringende landelijk gebied. Indien een archeologische opgraving noodzakelijk blijkt, moet daar, in overleg met de cel Archeologie van het Agentschap Onroerend Erfgoed, voldoende tijd en middelen voor worden vrijgemaakt. De financiële last wordt gedragen door de bouwheer. Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. De impact op het culturele erfgoed en landschap blijft bijgevolg nihil. december 2016 28/48

Conclusie Aangezien er binnen en onmiddellijk grenzend aan het deelplan geen beschermde monumenten of dorpsgezichten, geen cultureel- en bouwkundig erfgoed aanwezig is zijn er geen aanzienlijke landschappelijke effecten te verwachten door de realisatie van dit RUP. Het RUP zal eveneens geen ingrijpende gevolgen hebben voor het traditionele landschap waarbinnen het Deelplan zich situeert (o.a. door te zorgen voor een optimale landschappelijke inpassing). Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 25: Landschapsatlas. 4.7. Lucht en klimaat De luchtkwaliteit in de gemeente Bekkevoort en het deelplan worden weergegeven op basis van de concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In Vlaanderen is het naleven van de Europese grenswaarden van deze stoffen bovendien het meest kritiek. 4.7.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Huidige situatie Het volgende resultaat geldt voor de periode 2009-2011: - gemiddeld werden er 18 overschrijdingen van de norm daggemiddelde PM 10 genoteerd in de periode 2010-2012 voor het volledige deelplan. De norm dag gemiddelde concentratie van PM 10 bedraagt 0-10 μg/m³. Zodra deze waarde 35 maal wordt overschreden, spreekt men van normoverschrijding. - het jaargemiddelde van de concentratie PM 10 bedraagt 22 μg/m³ voor het deelplan in de periode 2010-2012. Normoverschrijding treedt op vanaf een jaarmiddelde concentratie van 40 μg/m³. - Het jaargemiddelde van de concentratie NO 2 bedraagt 17 μg/m³ voor het deelplan in de periode 2010-2012. Vanaf een jaarconcentratie van 40 μg/m³ spreekt men van normoverschrijding. - de totale index bedraagt 4 (vrij goed) voor het deelplan in de periode 2010-2012. Deze waarde schommelt tussen 0 en 10. Vanaf een waarde van 7 spreekt men van een normoverschrijding. Het deelplan grenst in het noorden en oosten aan respectievelijk de Meutelstraat en de Witteweg. Andere wegen zijn er niet in de omgeving. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Activiteiten die emissies van fijn stof en NO 2 zullen veroorzaken binnen het voorliggende deelplan zijn er niet. Er kunnen geen bijkomende woningen bij gecreëerd worden dus bijkomende emissies, afkomstig van gebouwverwarming, zijn er niet. Aan-en afrijdende voertuigen kunnen wel vermeerderen gezien de zonevreemde functiewijzigingen die mogelijk worden. Maar gelet op het beperkte schaalniveau die deze activiteiten hebben zullen bijkomende emissies beperkt blijven. Nieuwe, verbouwde en herbouwde gebouwen, die worden verwarmd, moeten voldoen aan het vereiste E- en K-peil voor gebouwen, m.a.w. door doorgedreven isolatie van deze gebouwen en het beperken van het energieverbruik van de installaties voor verwarming, koeling en ventilatie zullen de emissies afkomstig van te realiseren gebouwverwarming aanzienlijk verminderen. december 2016 29/48

Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel in gebruik door woningen en tuinzone. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie De effecten van de uitwerking van het voorliggende RUP op lucht en klimaat kunnen als minimaal worden beoordeeld omdat er al woningen zijn gevestigd en het aantal woningen niet kan stijgen in vergelijking met de huidige toestand. De toegestane zonevreemde functiewijzigingen zijn kleinschalig van aard waardoor bij de ontwikkeling van het voorliggend RUP de bijkomende emissies door gebouwverwarming en voertuigen maximaal worden beperkt. 4.7.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie Het volgende resultaat geldt voor de periode 2009-2011: - gemiddeld werden er 16 overschrijdingen van de norm daggemiddelde PM 10 genoteerd in de periode 2010-2012 voor het volledige deelplan. De norm dag gemiddelde concentratie van PM 10 bedraagt 0-10 μg/m³. Zodra deze waarde 35 maal wordt overschreden, spreekt men van normoverschrijding. - het jaargemiddelde van de concentratie PM 10 bedraagt 21 μg/m³ voor het deelplan in de periode 2010-2012. Normoverschrijding treedt op vanaf een jaarmiddelde concentratie van 40 μg/m³. - Het jaargemiddelde van de concentratie NO 2 bedraagt 16 μg/m³ voor het deelplan in de periode 2010-2012. Vanaf een jaarconcentratie van 40 μg/m³ spreekt men van normoverschrijding. - de totale index bedraagt 4 (vrij goed) voor het Deelplan in de periode 2010-2012. Het deelplan grenst in het noorden aan de Tiensebaan. Het perceel is nabij het kruispunt met de Tiensebaan (richting Kapellen) gelegen. Andere wegen zijn er niet in de omgeving. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Activiteiten die emissies van fijn stof en NO 2 zullen veroorzaken binnen het voorliggende Deelplan zijn er niet. Er kunnen geen bijkomende woningen bij gecreëerd worden in vergelijking met de huidige bestaande toestand dus bijkomende emissies, afkomstig van gebouwverwarming, zijn er niet. Aan-en afrijdende voertuigen kunnen wel vermeerderen gezien de zonevreemde functiewijzigingen die mogelijk worden. Maar gelet op het beperkte schaalniveau die deze activiteiten kunnen hebben zullen bijkomende emissies beperkt blijven. Nieuwe, verbouwde en herbouwde gebouwen, die worden verwarmd, moeten voldoen aan het vereiste E- en K-peil voor gebouwen, m.a.w. door doorgedreven isolatie van deze gebouwen en het beperken van het energieverbruik van de installaties voor verwarming, koeling en ventilatie zullen de emissies afkomstig van te realiseren gebouwverwarming aanzienlijk verminderen. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel in gebruik door woningen en tuinzone. Wanneer het Deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie De effecten van de uitwerking van het voorliggende RUP op lucht en klimaat kunnen als minimaal worden beoordeeld omdat er al woningen zijn gevestigd en het aantal woningen niet december 2016 30/48

kan stijgen in vergelijking met de huidige toestand. De toegestane zonevreemde functiewijzigingen zijn kleinschalig van aard waardoor bij de ontwikkeling van het voorliggend RUP de bijkomende emissies door gebouwverwarming en voertuigen maximaal worden beperkt. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 26: fijn stof (PM 10 daggemiddelde) Kaart 27: fijn stof (PM 10 jaargemiddelde) 4.8. Licht, geluid en geur 4.8.1. Deelplan Witteweg Huidige situatie Momenteel vormt de woonfunctie het voornaamste gebruik. De geluidskaarten voor dit gebied zijn niet ingekleurd. Gelet op het laag dynamische gebruik van het deelplan zijn er ook geen hinderlijke licht-, geluids- en geurbronnen aanwezig. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Aangezien het RUP geen bijkomende woningen toelaat en de toekomstige (zonevreemde) functiewijzigingen laagdynamisch van aard zijn, zijn er geen milderende maatregelen nodig. Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie Het planinitiatief heeft geen licht-, geluids- en geuroverlast tot gevolg. 4.8.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie Momenteel vormt de woonfunctie het voornaamste gebruik. De geluidskaarten voor dit gebied zijn niet ingekleurd. Gelet op het laag dynamische gebruik van het deelplan zijn er ook geen hinderlijke geluidsbronnen aanwezig. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Aangezien het RUP geen bijkomende woningen toelaat en de toekomstige (zonevreemde) functiewijzigingen laagdynamisch van aard zijn, zijn er geen milderende maatregelen nodig. Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusie Het planinitiatief heeft geen licht-, geluids- en geuroverlast tot gevolg. 4.9. Gezondheid en veiligheid van de mens 4.9.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Huidige situatie De Witteweg-Meutelstraat kenmerkt zich, als uitloper van de kernbebouwing van Bekkevoort, als een klassiek woonlint. Eengezinswoningen vormen dan ook de belangrijkste functie zowel binnen de entiteit als in de nabije omgeving. Ter hoogte van het kruispunt Witteweg-Oude Leuvensebaan (op ca. 100 meter afstand van het deelplan) is een voetbalterrein gelegen. Ter december 2016 31/48

hoogte van het kruispunt Oude Tiensebaan-Oude Leuvensebaan (op ca. 300 meter afstand van het deelplan) is het ouderenzorghuis Hof Ter Heyde gelegen. In het plangebied van het voorliggend RUP alsook in de nabije omgeving is geen Sevesoinrichting gelegen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Aangezien het RUP geen bijkomende woningen toelaat en de toekomstige (zonevreemde) functiewijzigingen laagdynamisch van aard zijn, zijn er geen milderende maatregelen nodig. Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusies Er is geen significante toename wat betreft gezondheid en veiligheidsrisico te verwachten ten gevolge de realisatie van het voorliggende RUP. 4.9.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie De Tiensebaan kenmerkt zich als een klassiek woonlint in een voor het overige hoofdzakelijk open landschap. De percelen die achter de woonlinten zijn gelegen zijn hoofdzakelijk in landbouwgebruik. In de onmiddellijke omgeving van het deelplan zijn er binnen een straal van 200 m geen onderwijsinstellingen, rust- en verzorgingstehuizen of kinderdagverblijven. In het plangebied van het voorliggend RUP alsook in de nabije omgeving is geen Sevesoinrichting gelegen. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Aangezien het RUP geen bijkomende woningen toelaat en de toekomstige (zonevreemde) functiewijzigingen laagdynamisch van aard zijn, zijn er geen milderende maatregelen nodig. Toetsing nulalternatief Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Conclusies Er is geen significante toename wat betreft gezondheid en veiligheidsrisico te verwachten ten gevolge de realisatie van het voorliggende RUP. 4.10. Mobiliteit 4.10.1. Deelplan Witteweg-Meutelstraat Huidige situatie Algemeen betreft het hier een goed ontsloten site, zowel voor autoverkeer als voor zwakke weggebruikers. Enkel de ontsluiting met het openbaar vervoer is eerder beperkt. In het mobiliteitsplan van Bekkevoort krijgt de Witteweg uitdrukkelijk een lokale functie (erftoegang, geen verbindingsfunctie). december 2016 32/48

Uitwerking RUP met milderende maatregelen Het RUP voorziet vooral in de bestendiging van de bestaande situatie. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen blijven de kleinschaligheid en het lokale karakter de voornaamste uitgangspunten. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel in gebruik als woon-en tuinzone. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik met de zonevreemde woningen en bijhorende verhardingen behouden blijven. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige bodemgebruik behouden blijven en zal het mobiliteitsprofiel (en de mobiliteitsimpact) nauwelijks wijzigen. Conclusie Er is geen aanzienlijk effect met betrekking tot mobiliteit te verwachten door de ontwikkeling van het deelplan. 4.10.2. Deelplan Tiensebaan Huidige situatie Algemeen betreft het hier een goed ontsloten site, zowel voor autoverkeer als voor zwakke weggebruikers. Enkel de ontsluiting met het openbaar vervoer is eerder beperkt. In het mobiliteitsplan wordt de Tiensebaan/Meenselstraat aangeduid als lokale weg type I (verbindingsweg) die wordt omschreven als volgt: - de hoofdfunctie van de weg is verbinden op lokaal en interlokaal niveau; - ontsluiten en toegang geven zijn aanvullende functies; - lokale verbindingswegen verbinden kernen onderling met een centrum, een (klein)stedelijk gebied of met het hogere wegennet; - de weg heeft geen verbindingsfunctie op bovenlokaal niveau; - de kwaliteit van doorstroming is ondergeschikt aan de verkeersleefbaarheid; - toegang geven moet niet worden afgebouwd of gescheiden. In het mobiliteitsplan van Bekkevoort wordt de Tiensebaan ook geselecteerd als weg voor lokaal zwaar verkeer. Uitwerking RUP met milderende maatregelen Het RUP voorziet vooral in de bestendiging van de bestaande situatie. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen blijven de kleinschaligheid en het lokale karakter de voornaamste uitgangspunten. Toetsing nulalternatief Het deelplan is momenteel in gebruik als woon-en tuinzone. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige gebruik behouden blijven. Wanneer het deelplan niet wordt ontwikkeld, zal het huidige bodemgebruik behouden blijven en zal het mobiliteitsprofiel (en de mobiliteitsimpact) nauwelijks wijzigen. Conclusie Er is geen aanzienlijk effect met betrekking tot mobiliteit te verwachten door de ontwikkeling van het deelplan. Toegevoegd kaartmateriaal (planmer Screeningsnota - deel II: kaartenbundel): Kaart 30: Atlas der buurt-en voetwegen. december 2016 33/48

5. ANNEX / AANVULLINGEN EN CONCLUSIES N.A.V. ADVIESRONDE De gemeente Bekkevoort heeft in in uitvoering van deze regelgeving een onderzoek tot m.e.r. opgemaakt. De initiatiefnemer heeft de dienst MER gevraagd een selectie van betrokken instanties over te maken. Op basis van de aangeleverde lijst werden volgende instanties aangeschreven: Provincie Vlaams-Brabant (dienst Ruimtelijke Ordening) Agentschap Natuur & Bos Ruimte Vlaanderen (afdeling APL) Agentschap Onroerend Erfgoed Departement Landbouw en Visserij Agentschap Wonen Vlaanderen Na een adviesronde van 30 dagen + 7 dagen na het versturen van een herinneringsbrief (en mail), brachten volgende instanties advies uit: Provincie Vlaams-Brabant (dienst Ruimtelijke Ordening) Agentschap Natuur & Bos Agentschap Onroerend Erfgoed Departement Landbouw en Visserij Agentschap Wonen Vlaanderen Van Ruimte Vlaanderen werd geen advies ontvangen. Na telefonisch contact met Ruimte Vlaanderen op 22 december 2016 werd bevestigd dat zij ook geen advies meer gaan uitbrengen in kader van de planmer-screening. De integrale adviezen, evenals een kopie van de e-mail van het Agentschap Wonen Vlaanderen, zijn terug te vinden in bijlage 1 van deze nota. Eventuele aanpassingen aan voorliggende nota (in navolging van de adviesronde) worden in het blauw aangegeven in de nota. 5.1. Overzicht, samenvatting en eventuele behandeling van de ontvangen adviezen 5.1.1. Advies provincie Vlaams-Brabant De provincie Vlaams-Brabant formuleert volgend advies: Aangezien het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan de wijziging beoogt van het juridisch kader inzake ruimtelijke ordening voor beperkte gebieden op lokaal niveau, zonder aanzienlijke milieueffecten, valt het plan, ons inziens, niet onder de plan-mer-plicht. Geen aanpassingen aan de screeningsnota nodig. 5.1.2. Advies Agentschap Natuur en Bos Het Agentschap Natuur en Bos formuleert volgend advies: Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat er voldoende werd aangetoond dat er geen aanzienlijke milieueffecten op aanwezige natuurwaarden zullen veroorzaakt worden en gaat akkoord met de inhoud van de screeningsnota. Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt volgende vrijblijvende aanpassingen voor: Toevoegen van een grafische weergave van het RUP en een korte beschrijving van de nieuwe bestemmingen. Het bestemmingsplan van beide deelplannen is toegevoegd aan de kaartenbundel (kaarten 31 en 32). december 2016 34/48

5.1.3. Advies Departement Landbouw & Visserij Het Departement Landbouw & Visserij formuleert volgend advies: Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw verzoek tot raadpleging in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage van het gemeentelijk RUP "Eénvormige entiteiten Bekkevoort goed ontvangen. Het departement zal geen advies uitbrengen bij de voorliggende screening plan- MER, maar zal dat wel doen in een later stadium van de adviesprocedure. Opdat bij de verdere uitwerking van het plan voldoende rekening met de landbouwsituatie zou worden gehouden wenst het Departement Landbouw en Visserij wel te wijzen op een aantal algemene aandachtspunten. Ten laatste bij het voorleggen van het ontwerp-rup moeten deze aspecten duidelijk beschreven worden indien zij relevant zijn voor het plan. De inname van herbevestigd agrarisch gebied (HAG) moet voldoende gemotiveerd en gecompenseerd worden conform omzendbrief RO/2010/01. Er moeten milderende maatregelen voorzien worden voor de inname van professioneel uitgebate landbouwpercelen. De opvang van regenwater moet binnen het plangebied zelf gebeuren en op zodanige wijze dat de waterhuishouding van de omliggende landbouwgronden er geen nadelige effecten van ondervindt. Alle nodige bufferzones moeten binnen het plangebied zelf aangelegd worden. Andere milderende maatregelen die uit de uitvoering van het plan voortvloeien, moeten binnen het plangebied zelf uitgevoerd worden of buiten het plangebied zonder de agrarische structuur aan te tasten. Hierbij wordt gedacht aan zaken zoals bos-en natuurcompensaties. De impact van het plan op de landbouw moet voldoende onderzocht worden. Het Departement Landbouw en Visserij kan desgewenst op basis van een aangeleverde contour in de vorm van een shapefile (polygoon) een landbouwimpactstudie opmaken. Geen aanpassingen aan de screeningsnota nodig. Bij de verder uitwerking van het RUP zal er rekening worden gehouden met bovenvermelde aandachtspunten van het Departement Landbouw en Visserij. Wat de landbouwimpactstudie betreft, werd per mail reeds het pré-advies van het Departement Landbouw en Visserij ontvangen (9 september 2016). Hieruit blijkt dat het over het algemeen niet nodig is om bij dit RUP een landbouwimpactstudie uit te voeren omdat het hier hoofdzakelijk over bebouwde percelen gaat. 5.1.4. Advies Agentschap Onroerend Erfgoed Het agentschap Onroerend Erfgoed formuleert volgend advies: Het agentschap Onroerend Erfgoed vindt dat de MER-screening voldoende aantoont dat het RUP in zijn huidige vorm geen aanzienlijke milieueffecten zal genereren voor de discipline landschap, bouwkundig erfgoed en archeologie. Geen aanpassingen aan de screeningsnota nodig. 5.1.5. Advies Agentschap Wonen-Vlaanderen Het Agentschap Wonen-Vlaanderen formuleert volgend advies (via mail): Wonen-Vlaanderen heeft geen opmerkingen bij deze screeningsnota. Geen aanpassingen aan de screeningsnota nodig. december 2016 35/48

5.2. Eindconclusie De screeningsnota werd opgemaakt en voor advies overgemaakt aan verschillende adviesverlenende instanties. Uit de ontvangen adviezen is gebleken dat er slecht zeer beperkte aanpassingen/aanvullingen noodzakelijk waren. Op basis van voorliggende nota kan worden geconcludeerd dat het voorliggende plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-mer niet nodig wordt geacht. december 2016 36/48

BIJLAGE 1: ONTVANGEN ADVIEZEN december 2016 37/48

december 2016 38/48

december 2016 39/48

december 2016 40/48

december 2016 41/48

december 2016 42/48

december 2016 43/48

december 2016 44/48

BIJLAGE 2 : BRONVERMELDING GEBRUIKTE KAARTLAGEN Atlas van de buurtwegen Digitale versie van de Atlas der Buurtwegen, vector, toestand 12/06/2012, Provincie Vlaams-Brabant; Atlas der Buurtwegen Vlaams-Brabant, wijzigingen, vector, toestand 24/02/2015, Provincie Vlaams-Brabant. Bodem - erosie Bodemkaart: bodemtypes, substraten, fasen en varianten van het moedermateriaal en de profielontwikkeling, Databank Ondergrond Vlaanderen, vector, versie 05/01/2015, ALBON - Dienst Land en Bodembescherming; Potentiële bodemerosiekaart per perceel, vector, toestand 11/01/2016, ALBON - Dienst Land en Bodembeheer. Grootschalig referentiebestand - GRB GRB, vector, toestand 26/04/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; 3D GRB - Gebouw LOD1 DHMV II, versie 2.0.0, vector, toestand 01/10/2015, Agentschap Informatie Vlaanderen. Grenzen Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen (gewest), vector, toestand 29/01/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen (provincie), GDI Vlaanderen, vector, toestand 29/01/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen (arrondissement), vector, toestand 29/01/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen (fusiegemeenten), vector, toestand 29/01/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; Deelgemeentengrenzen, eigen verwerking o.b.v. kadastrale afdelingen (CadMap), Multinet 2005 (TeleAtlas) en het voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, vector, toestand 29/01/2016, GIS-cel Provincie Vlaams-Brabant; Grondwater Beschermingszones van grondwaterwinningen, vector, toestand 06/07/2006, Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Operationeel Waterbeheer; Infrastructuur Wegenregister, toestand 17/03/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; Open Streetmap, toestand 02/05/2016, OSM; Zoneringsplan, vector, toestand 01/09/2009, VMM - Vlaamse Milieumaatschappij; Kadaster Digitale kadastrale percelenplannen (CADMAP) AAPD - Agentschap Informatie Vlaanderen, toestand 01/01/2014, Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie. Landbouw Landbouwtypering, vector, toestand 1995, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie; december 2016 45/48

Landschap Beschermd Onroerend Erfgoed, vector, toestand 02/03/2016, Agentschap Onroerend Erfgoed; Inventaris van Archeologisch Erfgoed (CAI), vector, toestand 02/03/2016, MVG departement LIN afdeling AROHM instituut voor het archeologisch patrimonium; Waardevolle bodems in Vlaanderen, versie 2006, vector, toestand 31/12/2006, ALBON - Dienst Land en Bodembescherming; Inventaris bouwkundig erfgoed, vector, toestand 02/03/2016, Agentschap Onroerend Erfgoed; Inventaris van landschappelijk erfgoed: Landschapsrelicten, vector, toestand 02/03/2016, Agentschap Onroerend Erfgoed; Inventaris van Landschappelijk Erfgoed: Aangeduide ankerplaatsen, vector, toestand 02/03/2016, Agentschap Onroerend Erfgoed; Inventaris van Landschappelijk erfgoed: Inventaris van historische tuinen en parken, vector, toestand 02/03/2016, Agentschap Onroerend Erfgoed; Inventaris van Landschappelijk Erfgoed: Inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde, vector, toestand 02/03/2016, Agentschap Onroerend Erfgoed; Relicten van Traditionele Landschappen (puntrelicten), vector, toestand 08/05/2001, Agentschap Onroerend Erfgoed; Relicten van Traditionele Landschappen (lijnrelicten), vector, toestand 09/02/2015, Agentschap Onroerend Erfgoed; Ankerplaatsen relictenatlas, vector, toestand 09/02/2015, Agentschap Onroerend Erfgoed; Relicten van Traditionele Landschappen (vlakrelicten), vector, toestand 09/02/2015, Agentschap Onroerend Erfgoed; Traditionele Landschappen, vector, toestand 09/02/2015, Universiteit Gent - Vakgroep Geografie; Landschapskenmerkenkaart, versie 2002.2, vector, toestand 12/11/2002, Agentschap Onroerend Erfgoed; Unesco werelderfgoed: Unesco werelderfgoed, vector, actuele toestand, Agentschap Onroerend Erfgoed. Localisatie CRAB Adressenlijst, vector, download 27/04/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen Milieu Geluidskaarten (wegverkeer Lden), vector, versie goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 13.09.2013, Vlaamse Overheid, Dpt. LNE; Geluidskaarten (wegverkeer Lnight), vector, versie goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 13.09.2013, Vlaamse Overheid, Dpt. LNE; Geluidskaarten (spoorverkeer Lden), vector, versie goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 13.09.2013, Vlaamse Overheid, Dpt. LNE; Geluidskaarten (spoorverkeer Lnight), vector, versie goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 13.09.2013, Vlaamse Overheid, Dpt. LNE; Seveso-inrichtingen in Vlaanderen, vector, toestand 29/03/2016, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, dienst Veiligheidsrapportering; december 2016 46/48

Natuur Natura2000 (habitatrichtlijngebieden), vector, toestand 18/01/2013, Agentschap voor Natuur en Bos; Natura2000 (vogelrichtlijngebieden), vector, toestand 11/07/2005, Agentschap voor Natuur en Bos; Gebieden van het VEN en het IVON, vector, toestand 05/12/2015, Agentschap voor Natuur en Bos; Biologische Waarderingskaart en Natura 2000 Habitatkaart, vector, toestand 08/05/2014, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; Begrenzing van de erkende Natuurreservaten, vector, toestand 04/06/2015, Agentschap voor Natuur en Bos; Vlaamse natuurreservaten, vector, toestand 19/04/2016, Agentschap voor Natuur en Bos; Openbaar vervoer Haltes en reiswegen Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn, vector, toestand 18/03/2016, Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn; Oppervlaktewater Vlaamse Hydrografische Atlas Waterloopsegmenten, vector, toestand 01/03/2016, Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Operationeel Waterbeheer; Vlaamse Hydrografische Atlas Zones, vector, toestand 01/03/2016, Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Operationeel Waterbeheer; VHA - waterlopen met aanvulling van IL obv terreinonderzoek en luchtfotoverwerking, vector, VMM - afdeling Operationeel Waterbeheer en Interleuven bijwerkingen; GRB (wateroppervlakken), vector, toestand 26/04/2016, Agentschap Informatie Vlaanderen; Atlas Waterlopen Vlaams-Brabant, vector en raster, 1950, Provincie Vlaams-Brabant. Orthofoto Orthofoto's, middenschalig, zomervlucht 2012, toepassingsschaal 1:1500, Agentschap Informatie Vlaanderen; Orthofotomozaïek, middenschalig, winteropname (opname 8/03/2015 tot 12/04/2015), kleur, GDI Vlaanderen, toepassingsschaal 1:1000, Agentschap Informatie Vlaanderen. Reliëf Hoogtelijnen met interval 5m, Provincie Vlaams-Brabant, afgeleid bestand van DHM- Vlaanderen, 5 m, vector, toestand 31/05/2006, Provinciebestuur Vlaams-Brabant; Digitaal Hoogtemodel Vlaanderen II, DTM, raster, 1 m, toestand 13/11/2014, Agentschap Informatie Vlaanderen. RO-planning Gewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannen, vector, actuele toestand, Vlaamse Overheid - Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed - Afdeling Ruimtelijke Planning; Perimeters van provinciale RUP's, vector, actuele toestand, Provincie Vlaams-Brabant; Provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen (definitief vastgesteld), vector, toestand 18/04/2016, Provincie Vlaams-Brabant; december 2016 47/48

Gewestplan, vector, toestand 18.06.2014, Vlaamse overheid - Departement Ruimte Vlaanderen; Herbevestigde agrarische gebieden, vector, toestand 28/01/2013, Vlaamse Overheid - Ruimte Vlaanderen; BPA-contouren, vector, 02/12/2009, Vlaamse overheid - Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed; Overstromingsgebieden en oeverzones, vector, toestand 03/03/2016, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid; Perimeters RVV Provinciale Ruimtelijke Uitvoeringsplannen, vector, toestand 29/07/2015, Provincie Vlaams-Brabant; Bodembedekkingsbestand, opname 2001, vector, Agentschap Informatie Vlaanderen; Bodemgebruiksbestand, opname 2001, vector, toestand 01/01/2001, Agentschap Informatie Vlaanderen; Topografische kaart Topografische kaart, kleur, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal Geografisch Instituut; Topografische kaart, zwart-wit, grid, opname 1991-2005, schaal 1/10.000, Nationaal Geografisch Instituut. Watertoets Infiltratiegevoelige bodems, versie 1.0, vector, toestand 20/07/2006, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid; Hellingenkaart, versie 1.0, vector, toestand 20/07/2006, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid; Grondwaterstromingsgevoelige gebieden, versie 1.0, vector, toestand 20/07/2006, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid; Erosiegevoelige gebieden, versie 1.0, vector, toestand 20/07/2006, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid; Overstromingsgevoelige gebieden, vector, toestand 23/04/2014, Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid; Recent overstroomde gebieden, vector, toestand 27/06/2012, Vlaamse Milieumaatschappij - afdeling Operationeel Waterbeheer. december 2016 48/48