Tsjechisch Nimfen Omdat Walter met nimfen handiger is dan ik zelf heb ik hem verzocht wat wetenswaardigheden, tips en tricks te verklappen over deze specifieke manier van nimfvissen. Walter en ik hebben regelmatig samen gevist in Noorwegen. Hij heeft me er van overtuigd dat deze wijze van vliegvissen buitengewoon productief en spannend kan zijn. Namens de bezoekers van deze website bedank ik Walter hierbij voor zijn bijdrage. Vooraf Glad ijs besefte ik me toen ik Erik beloofde een stukje te schrijven over het nimfen op korte afstand. Oftewel Tsjechisch nimfen. Want in bepaalde kringen wordt deze vorm van vliegvissen gezien als een uiterst minderwaardige vorm van visjes vangen. Ver ondergeschikt aan het vissen met een droge vlieg, bij voorkeur stroomopwaarts gevist. Toch waag ik me eraan. Omdat ik geen purist ben noch wil worden, maar ook omdat vliegvissen een bezigheid is waaraan iedereen zijn eigen invulling kan en mag geven, waarin geen methode boven een andere verheven is omdat een ander dat vindt. En niet in het minst 1 / 8
omdat ik het oprecht een heel leuke en uitdagende manier van vliegvissen vind die lang niet zo makkelijk is als sommigen beweren. Wat is Tsjechisch nimfen? Tsjechisch nimfen dus. Een methode die we hier hebben leren kennen doordat teams uit het voormalige Oostblok er keer op keer mee in de prijzen vielen tijdens wedstrijden. Oppervlakkig gezien zie je een vliegvisser heel korte worpjes maken, stroomopwaarts, voor m langs en weer ophalen zodra de nimfen opgetild worden door de stroming. Aan de leader 2 of drie verzwaarde nimfen. Tussen de leader en de lijn soms een verklikkertje, maar veel vaker een opvallend gekleurd stukje gevlochten braided. De vliegenlijn komt niet eens op het water, steekt hooguit een meter uit het topoog. Na elke paar worpen verplaatst de visser een paar stapjes en vist op die manier heel secuur z n stek af. Met succes, want regelmatig staat z n hengel goed krom en landt ie een mooie vlagzalm. Want hoewel er ook forel mee gevangen wordt is het Tsjechisch nimfen vooral succesvol op vlagzalm. Zelf doe ik het graag op de grotere Noorse rivieren als de Glomma en daar baseer ik de rest van mijn verhaal ook op. 2 / 8
Walter met een kromme hengel. En dat was echt niet de enige vis van de dag... Wanneer en waar? Ook ik vind vissen met een droog vliegje erg leuk. En als ik vis actief zie stijgen zal ik ook niet snel naar de nimf grijpen. Feit blijft dat vissen het leeuwendeel van hun voedsel niet boven komen halen, maar vlak bij de bodem pakken, nimfjes dus. En daar pas ik me op aan, ik ben eerlijk genoeg om toe te geven dat ik graag wat vang als ik aan het vissen ben. Dan kun je natuurlijk aan de slag met een enkele nimf, al dan niet met een dobbertje erboven en worpen maken als met een droge vlieg. Ik mis daarbij de controle over m n nimf, weet soms amper waar is precies is, laat staan of ie correct drift. Zeker in sneller stromende stukken waar een enkele nimf wel heel erg zwaar moet zijn om de bodem te halen geef ik de voorkeur aan de korte methode. Die geeft me volledige controle over de drift, terwijl ik door de inzet van drie licht verzwaarde nimfen ook de bodem haal, met nimfen die veel natuurlijker ogen dan sommige dieptebommen. Zelfs in de volle hoofdstroom van de Glomma die droog amper te bevissen is kan ik met Tsjechisch nimfen goed terecht. 3 / 8
Om te starten: zoek stukken met een gravel- of stenenbodem, snellopend en knie-tot middeldiep. Vaak te herkennen aan de steile kabbel die erop staat. Het Materiaal Over hengel en lijn valt heel veel te zeggen, maar we kunnen het ook lekker makkelijk houden. De langste #4 of # 5 hengel die je hebt is prima, 10 foot is ideaal. De lijn gebruik je nauwelijks, dus laat je gewone drijvende DT of WF er op zitten. Als er een lekker fel gekleurd lusje op zit is dat mooi, kun je goed als verklikker gebruiken. 4 / 8
Dan de rest van de leader. Zelf gebruik ik een stukje felgroen braided nylon van een centimeter of 30 als beetverklikker. Aan de ene kant een lusje, aan de andere kant een klein zilver ringetje. Als je wilt: dunner maken naar het ringetje toe door er draadjes deels uit te halen. Zelf maken, maar ook kant en klaar te koop. Aan het eind van dat stukje braided knoop je je leadermateriaal. In de meeste gevallen is 15/100 prima. Omdat we de zaak snel willen laten zinken is fluorcarbon in dit geval echt een uitkomst. Heb je dat niet, gebruik dan gewoon nylon, maar ontvet dat goed zodat het niet te gek blijft drijven. Een stuk van ruim een meter is voldoende tot de eerste vlieg. En die gaat aan een zijlijntje van zo n 15 cm lang. Kan op talloze manieren, ik vind de bloedknoop prima waarbij ik 1 eind langer houd. Vervolgens weer 70 cm tot een meter tot het volgende zijlijntje. En dan nog eens zoiets tot het eind van je leader. Al met al heb je nu een leader van 2,4 tot 3 meter. De nimfen 5 / 8
Enkele goed vangende nimfen uit de collectie van Walter. Aan die leader drie nimfjes. Daar kun je weer een boek mee vullen, maar de basis is niet al te moeilijk. Gekromde haken in de maten 10, 12 en soms 14 zijn de norm. Weerhaakloos vanzelf wat mij betreft. Ik zweer bij de Knapek G serie vanwege z n lange gebogen haakpunt die me minder vaak doet vastzitten. Looddraad erop, beetje dubbing, een schildje van latex en een ribbing van nylon, klaar. Voor patroontjes verwijs ik graag naar eerdere artikelen van Erik. Wel heb ik een paar tips voor het binden ervan: Hou je nimfen zo dun mogelijk, hoe dikker en hariger, hoe slechter ze zinken. Wil je een lichte of fluor-kleur behouden als ie nat is: bedek het lood dan met een laagje typex (correctievloeistof voor teksten'. Maak je nimfjes in verschillende zwaartes en maak ze herkenbaar door de kleur van je binddraad (groen=10 wikkelingen, bruin = 20 wikkelingen, zwart = 30 wikkelingen of zoiets). Maak naast heel natuurlijke nimfjes ook een aantal in disco kleuren, zorgen soms voor verrassingen. 6 / 8
Latex voor de schildjes haal je makkelijk uit z.g. doktershandschoentjes. Leg die tussen 2 velletjes papier en snij het geheel in reepjes van plm. 0,5 cm breed. De techniek Je staat haaks op de stroom. Meter lijn uit je topoog. Werp (lob) de leader schuin stroomop en laat m afzinken. Hou je verbinding vliegenlijn leader op of net boven het oppervlak. Hef je hengel gelijkmatig naarmate de nimfen langs je komen. Laat m vervolgens weer zakken als ze van je af stromen. Dan neemt de stroom de nimfen mee omhoog, hou je ze heel even in de stroom en lob het geheel weer stroomopwaarts. Aanbeten herken je aan alles wat onnatuurlijk oogt aan de beweging van de leader: wegschieten, blijven staan in de stroom of een verkeerde kant op bewegen. Heel af en toe ook gewoon aan een voelbare ruk. Het moment aan het eind van de drift als de nimfen omhoog komen is soms ook erg gewild, die aanbeten mis je zelden. Op die andere moet je gewoon veel oefenen en er gevoel voor krijgen, je gaat steeds meer zien en vangen. Ook ga je dan ontdekken dat het soms loont je nimfen iets sneller of langzamer dan de stroom te laten gaan. Wat je ook moet ontdekken is het gewicht van je nimfen aan te passen aan de stroomsterkte en diepte. Af en toe moet je de bodem voelen, anders vis je te licht. En de zwaarste vlieg in het midden, die zorgt ervoor dat de andere ook de bodem bereiken. Tot slot 7 / 8
Spreekt het je aan: geef het dan eens een kans en besteedt er eens een paar uur aan. Je merkt dan vanzelf of het iets voor je is of niet. Heb je het eenmaal te pakken dan ben je in staat heel secuur stekken uit te kammen en veel te vangen, ook op plaatsen en momenten dat je droog niets ziet. Het geeft echt een kick als je op een gegeven moment de controle hebt over je vliegjes en merkt dat dat heel veel verschil maakt. Besef dat veel vangen leuk is maar denk aan je eigen verantwoordelijkheid: vis weerhaakloos en met respect voor de vis, neem alleen mee wat je ook echt opeet en pas er mee op in echt kwetsbaar water. Have Fun! Walter 8 / 8