Product modelleren met SolidWorks Arnoud Breedveld Derde druk
Productmodelleren met SolidWorks Derde druk Arnoud Breedveld
Meer informatie over deze en andere uitgaven kunt u verkrijgen bij: Sdu Klantenservice Postbus 20014 2500 EA Den Haag tel.: 070 378 98 80 www.sdu.nl/service 2013 Sdu Uitgevers, Den Haag Academic Service is een imprint van Sdu Uitgevers 1e druk 2006 (SolidWorks 2006) 2e druk 2009 (SolidWorks 2009) 3e druk 2013 (SolidWorks 2013) Zetwerk: Heymans & Vanhove, Goes Omslagontwerp: Studio Bassa, Culemborg Omslaguitvoering: Carlito s Design, Amsterdam ISBN 978 90 395 2710 8 NUR 173 / 978 Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers bv. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voorzover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 h Auteurswet, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich te wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/ pro). Voor het overnemen van een gedeelte van deze uitgave ten behoeve van commerciële doeleinden dient men zich te wenden tot de uitgever. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, kan voor de afwezigheid van eventuele (druk)fouten en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever deswege geen aansprakelijkheid voor de gevolgen van eventueel voorkomende fouten en onvolledigheden. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher s prior consent. While every effort has been made to ensure the reliability of the information presented in this publication, Sdu Uitgevers neither guarantees the accuracy of the data contained herein nor accepts responsibility for errors or omissions or their consequences.
1.2 Sketch en feature V Beknopte inhoud Voorwoord / VII Inhoudsopgave / IX Deel 1 Basisprincipes / 1 1. Wat staat er op het scherm / 03 2. De principes van een solid modeller / 19 3. Sketches / 37 4. Parts / 101 5. Assemblies / 171 Deel 2 Speciale ontwerpen / 245 6. Varianten en variabelen / 241 7. Body, part, assembly: de opbouw van de modellen / 305 8. Standaardonderdelen en bibliotheken / 331 9. Gekromde vlakken / 361 10. Tekeningen / 421 11. Kunststof producten / 521 12. Metaal: uitslagen en lassen / 565 13. Tools / 617 Register / 655
Voorwoord In de wereld van productontwikkeling is 3D-CAD niet meer weg te denken. Sinds de eerste grote programma s, die halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw alleen voorbehouden waren aan grote bedrijven, is veel veranderd. Grote namen van toen, zoals Computer Vision, Intergraph en Unigraphics, zijn verdwenen of veel minder belangrijk geworden. Halverwege de jaren negentig kwam een nieuwe generatie CAD-programma s op de markt, met daarbij namen als Inventor, SolidEdge en SolidWorks. Van deze programma s heeft vooral SolidWorks zich door de jaren heen bewezen. Van een vrij eenvoudige solid modeller heeft het zich door jaarlijkse updates in bijna twintig jaar ontwikkeld tot een compleet en breed inzetbaar programma. Talloze bedrijven ontwikkelen plug-ins, voor de meest uiteenlopende vakgebieden en toepassingen. Vooral in de productontwikkeling is SolidWorks nu een van de meest gebruikte CAD-programma s. De huidige editie van Productmodelleren met SolidWorks behandelt versie 2013 en is geactualiseerd vanaf SolidWorks 2009. In sommige schermafbeeldingen kun je daardoor nog de vormgeving van 2009 herkennen. Dit boek is bedoeld voor zowel de beginnende als de gevorderde gebruiker van SolidWorks. In het eerste deel (hoofdstuk 1 tot en met 5) worden de basisprincipes van het programma uiteengezet. Nadat dit deel is doorgenomen, moeten verreweg de meeste producten gemodelleerd kunnen worden. Gebruikers die ervaring hebben met andere 3D-CAD-programma s kunnen dit deel waarschijnlijk snel doornemen. Het tweede deel gaat dieper in op een aantal specifieke onderwerpen. Deze zullen niet allemaal voor elke gebruiker van belang zijn, en kunnen daarom selectief, en onafhankelijk van elkaar, bestudeerd worden. Voor het gebruik van dit boek is geen specifieke kennis van CAD nodig, hoewel enige ervaring met welk CAD-programma dan ook, natuurlijk wel helpt. Wel wordt ervan uitgegaan dat de gebruiker vertrouwd is met de bediening van Windows-programma s. Dit boek behandelt SolidWorks 2013. Alleen onderdelen die in de kale versie van SolidWorks beschikbaar zijn, komen aan de orde. Onderwerpen als PhotoWorks en Toolbox die alleen in uitgebreidere versies van SolidWorks, zoals SolidWorks Professional voorkomen, worden in dit boek niet behandeld.
VIII Voorwoord De verschillen tussen opeenvolgende versies van SolidWorks zijn meestal niet al te groot. Daarom zal het geen probleem opleveren om dit boek te gebruiken in combinatie met een oudere, of in de toekomst een nieuwere versie van SolidWorks. Bij dit boek horen enkele bestanden, waarmee geleide oefeningen gedaan kunnen worden. De bestanden zijn te downloaden via de site www.academicservice.nl. Tot slot een opmerking over het gebruik van begrippen. 3D-CAD is van oorsprong een Engelstalig werkterrein en dat geldt ook voor SolidWorks. Veel termen zijn niet of moeilijk vertaalbaar, of de vertaling zou tot grote onduidelijkheid kunnen leiden. Een zin als: De equations kunnen niet in de FeatureManager gesuppresst worden zou natuurlijk vertaald kunnen worden als De vergelijkingen kunnen niet in de KenmerkenBeheerder onderdrukt worden, maar geen enkele SolidWorks-gebruiker zou dan begrijpen wat er bedoeld wordt. Het is daarom onvermijdelijk dat er in dit boek veel Engelse begrippen voorkomen. Alleen waar dat voor de duidelijkheid vereist is, is een vertaling van deze begrippen gegeven. SolidWorks is een programma met veel uitgebreide, en vaak onbekende, mogelijkheden. In de praktijk worden die vaak maar mondjesmaat gebruikt, omdat dat een investering vraagt in tijd, kennis en organisatie, zaken waaraan meestal een groot tekort is. Ik hoop dat dit boek zowel ervaren als onervaren gebruikers mag inspireren om meer mogelijkheden van SolidWorks te benutten, en zo optimaal gebruik te ma ken van dit ontwerpgereedschap. Arnoud Breedveld, januari 2013
Inhoud Voorwoord / VII Deel 1 Basisprincipes / 1 1 Wat staat er op het scherm? / 3 1.1 Indeling van het scherm / 3 1.2 Roteren en in- en uitzoomen / 7 1.3 Opsplitsen van het scherm / 11 1.4 Weergave van het model / 12 1.5 Sneltoetsen / 17 2 Principes van een solid modeller / 19 2.1 Part en Assembly / 19 2.2 Sketch en Feature / 20 2.3 Snelstart: modelleren van een eenvoudig product / 22 2.4 Wijzigen van het model / 34 3 Sketches / 37 3.1 Fully, Over of Under Defined / 37 3.2 Geldige en ongeldige sketches / 41 3.3 Werken in een sketch / 44 3.3.1 Starten van de sketch / 44 3.3.2 Openen van een bestaande sketch / 46 3.3.3 Sluiten van een sketch / 47 3.3.4 Hide en Show / 47 3.3.5 Selecteren van elementen / 48 3.3.6 De PropertyManager / 49 3.3.7 For Construction / 50 3.3.8 Grid en Snap / 51 3.3.9 Quick Snaps / 52 3.4 Sketchcommando s / 52 3.4.1 Elementen / 53 3.4.2 Spiegelen / 55 3.4.3 Elementen afleiden van bestaande geometrie / 56 3.4.4 Trim en Extend / 59 3.4.5 Patronen / 60 3.4.6 Verplaatsen, roteren, verschalen / 62
X Inhoud 3.5 Bematen / 63 3.5.1 Ordinate / 66 3.5.2 Driving en Driven / 68 3.5.3 Bematen in een part, referentiematen / 68 3.6 Relaties / 69 3.6.1 Automatisch relaties toevoegen tijdens het tekenen / 69 3.6.2 Handmatig relaties toevoegen / 70 3.6.3 Relaties zichtbaar maken / 71 3.6.4 Voorbeelden van gebruik van relaties / 73 3.6.5 Relaties naar elementen buiten de sketch / 76 3.6.6 Overzicht van beschikbare relaties / 76 3.6.7 Problemen met relaties / 78 3.7 Sketches hergebruiken / 80 3.7.1 Een sketch delen / 80 3.7.2 Een schetsvlak veranderen / 80 3.7.3 Een sketch kopiëren met Copy/Paste / 82 3.7.4 Derived Sketch / 83 3.7.5 Create Sketch from Selections / 83 3.8 Sketch / 84 3.9 Driedimensionale sketch / 90 3.9.1 Planes / 93 3.9.2 Relaties / 96 3.9.3 Sketcher Triad / 96 3.9.4 Sketch Properties / 97 3.9.5 Splines / 97 3.9.6 3D Curves: Helix / 97 4 Parts / 101 4.1 Constructie-elementen: Reference Geometry / 101 4.1.1 Reference Point / 102 4.1.2 Reference Axis / 103 4.1.3 Reference Plane / 103 4.1.4 Coordinate System / 106 4.2 Selecteren van elementen / 109 4.2.1 Gebruik Hidden Lines / 111 4.2.2 Gebruik Select Other / 111 4.2.3 Selection Filters / 112 4.2.4 Andere selectiemethoden / 113 4.3 De FeatureManager / 114 4.3.1 Structuur van het model: Parent/Child-relaties / 117 4.3.2 Suppress feature / 118 4.3.3 Rollback / 119 4.3.4 Veranderen van de volgorde / 120 4.3.5 Verwijderen van een feature / 121 4.3.6 Gebruik van folders, namen, omschrijvingen en opmerkingen / 122
Inhoud XI 4.3.7 Fouten in de FeatureManager / 124 4.4 Extrusie en rotatie / 125 4.4.1 Extruded Boss en Extruded Cut / 125 4.4.2 Revolved Boss en Revolved Cut / 135 4.5 Afronden en afschuinen / 136 4.5.1 Fillet Constant Radius / 136 4.5.2 FilletXpert / 138 4.5.3 Chamfer / 140 4.6 Enkele veelgebruikte features / 141 4.6.1 Shell / 141 4.6.2 Rib / 143 4.6.3 Scale / 145 4.6.4 Mirror / 146 4.7 Patterns / 147 4.7.1 Linear Pattern / 147 4.7.2 Circular Pattern / 149 4.7.3 Table Driven / 150 4.7.4 Sketch Driven / 151 4.7.5 Curve Driven Pattern / 152 4.7.6 Fill Pattern / 155 4.8 Sweep en Loft / 156 4.8.1 Sweep / 156 4.8.2 Loft / 159 4.9 Materiaal, kleur en textuur / 163 4.9.1 Materiaal / 164 4.9.2 Kleur en textuur / 167 4.9.3 Display States / 169 5 Assemblies / 171 5.1 Snelstart: maken van een assembly / 171 5.2 Overzicht van de assembly / 178 5.2.1 Plaatsen van onderdelen / 178 5.2.2 Fixed en Floating / 179 5.2.3 Move en Rotate Component / 179 5.2.4 Component Patterns en Mirror Component / 181 5.2.5 Assembly Features / 182 5.2.6 Stuknummers en stuklijst / 185 5.3 Mates / 186 5.3.1 SmartMates / 188 5.3.2 Advanced Mates / 189 5.3.3 Mechanical mates / 191 5.3.4 Problemen bij mates / 194 5.3.5 Mate Reference / 194 5.4 Exploded View / 201 5.4.1 Overzicht Exploded View / 204 5.4.2 Explode Line Sketch / 206
XII Inhoud 5.5 Weergave van componenten / 208 5.5.1 Show of Hide / 208 5.5.2 Display Mode / 209 5.5.3 Transparantie / 210 5.5.4 Isolate / 210 5.5.5 Kleur / 211 5.5.6 Display Pane / 212 5.5.7 Display State / 212 5.6 Parts maken en wijzigen binnen een assembly / 214 5.6.1 Overzicht in-context editen / 223 5.6.2 In-context modelleren en externe referenties / 224 5.7 Omgaan met (externe) referenties / 225 5.7.1 Interne bestanden / 225 5.7.2 Bestandsnamen en locaties / 225 5.7.3 Part van naam veranderen of kopiëren / 227 5.7.4 Assembly van naam veranderen of kopiëren / 228 5.7.5 Component vervangen / 229 5.7.6 Problemen met mates / 231 5.7.7 Verbreken en vergrendelen van externe relaties / 233 5.8 Assembly Layout Sketch / 234 5.9 Grote assemblies / 237 5.9.1 Herstructureren van assemblies / 238 5.9.2 Suppressed, Lightweight en Resolved / 240 5.9.3 SpeedPak / 241 5.9.4 Enveloppe / 242 5.9.5 Advanced Component Selection / 242 5.9.6 Large Assembly Mode / 243 Deel 2 Speciale onderwerpen / 245 6 Varianten en variabelen / 247 6.1 Configurations / 247 6.1.1 Aanmaken en verwijderen van een configuratie / 251 6.1.2 Wijzigen van een configuratie / 252 6.1.3 Derived configurations / 253 6.1.4 Toepassen van configuraties in assemblies / 254 6.1.5 Configuraties van assemblies / 258 6.2 Links en Equations / 260 6.2.1 Links / 260 6.2.2 Equations / 263 6.2.3 Selecteren van maten voor equations / 266 6.2.4 Equations tussen verschillende parts / 268 6.2.5 Equations in verschillende configuraties / 270 6.2.6 Aandachtspunten bij het schrijven van equations / 271 6.2.7 Conditionele statements in equations / 272 6.2.8 Gebruik van File Properties / 274 6.2.9 Problemen bij equations / 275
Inhoud XIII 6.3 Design table / 276 6.3.1 De Design Table maken en aanpassen / 280 6.3.2 Andere elementen aansturen vanuit de Design Table / 283 6.3.3 Design Tables in assemblies / 286 6.3.4 Excel basics / 288 6.4 Custom Properties / 292 6.4.1 Instellen van Custom Properties via File Properties / 292 6.4.2 Instellen van Custom Properties via Task Pane / 295 6.4.3 Custom Properties instellen per configuratie / 296 6.4.4 Custom Properties instellen via de Design Table / 296 6.5 DriveWorksXpress / 297 6.6 Design studies / 304 7 Body, part, assembly: de opbouw van modellen / 305 7.1 Multi-body Parts / 305 7.1.1 Het maken van een multi-body part / 306 7.1.2 Verwijderen van een body / 307 7.1.3 Verplaatsen van een body / 308 7.1.4 Multi-body part of assembly? / 310 7.1.5 Isolate / 310 7.2 Onderdelen samenvoegen, splitsen en hergebruiken / 311 7.2.1 Combine parts / 311 7.2.2 Split parts / 314 7.2.3 Save Bodies / 317 7.2.4 Create Assembly / 318 7.2.5 Insert into New Part / 318 7.2.6 Assembly Save as / 319 7.2.7 Join parts / 319 7.2.8 Insert part / 321 7.2.9 Mirror part / 322 7.2.10 Cavity / 322 7.2.11 Derived Part / 323 7.2.12 Intersect / 324 7.3 Gebruik van Base Part / 324 7.4 Design Intent / 328 8 Standaardonderdelen en bibliotheken / 331 8.1 Design Library / 331 8.1.1 Werken met Design Library / 332 8.1.2 Maken van Library Features / 335 8.1.3 Plaatsen van Library Features / 339 8.1.4 Design Library en externe referenties / 341 8.1.5 3D ContentCentral / 341 8.2 Design Clipart en SolidWorks Search / 342 8.2.1 Dissection / 342 8.2.2 SolidWorks Search / 344
XIV Inhoud 8.3 Hole Wizard / 345 8.3.1 Specificeren van het soort gat / 345 8.3.2 Specificeren van de plaatsing van het gat / 348 8.3.3 Simple Holes / 349 8.3.4 Hole Series / 349 8.3.5 Smart Fasteners / 352 8.4 Cosmetic Thread / 352 8.5 Smart Components / 354 8.5.1 Definiëren van een Smart Component / 355 8.5.2 Wijzigen van een Smart Component / 356 8.5.3 Plaatsen van een Smart Component / 357 9 Gekromde vlakken / 361 9.1 Splines / 361 9.1.1 Tekenen van een spline / 361 9.1.2 Manipuleren van een spline / 362 9.1.3 Controlepunten toevoegen en verwijderen / 364 9.1.4 Opties van splines / 365 9.1.5 Fit Spline / 367 9.1.6 Spline on Surface / 368 9.1.7 Equation Driven Curve / 369 9.1.7a Conics / 370 9.1.8 Projected Curve / 370 9.1.9 Curve Through XYZ/Reference Points / 371 9.1.10 Composite Curve / 372 9.1.11 Edges / 372 9.1.12 Kwaliteit van curven en vlakken / 374 9.2 Solid features / 376 9.2.1 Constant Radius Fillet / 376 9.2.2 Variable Radius / 378 9.2.3 Face Fillet / 380 9.2.4 Full Round Fillet / 382 9.2.5 Sweep / 383 9.2.6 Loft / 385 9.2.7 Boundary / 387 9.2.8 Dome / 388 9.2.9 Shape / 389 9.2.10 Deform / 390 9.2.11 Indent / 394 9.2.12 Flex / 397 9.2.13 Freeform / 399 9.2.14 Wrap / 400 9.3 Werken met surfaces / 401 9.4 Maken van surfaces / 405 9.5 Bewerken van surfaces / 409
Inhoud XV 10 Tekeningen / 421 10.1 Snelstart: drawings / 421 10.2 Het tekenvel / 427 10.2.1 Sheet / 427 10.2.2 Titelblock data / 429 10.2.3 Template / 429 10.3 Instellingen voor aanzichten en doorsneden / 432 10.3.1 Weergave van aanzichten en doorsneden / 432 10.3.2 Lijnsoorten / 435 10.3.3 3D Drawing View / 437 10.3.4 Centerline en Center Mark / 438 10.3.5 Plaatsing van aanzichten / 442 10.3.6 Tekenen in een tekening / 443 10.4 Aanzichten / 445 10.4.1 Model View / 445 10.4.2 Projected View / 449 10.4.3 Standard 3 View / 450 10.4.4 Auxiliary View / 450 10.4.5 Detail View / 452 10.4.6 Crop View / 453 10.4.7 Broken View / 454 10.4.8 Relative View / 455 10.4.9 Predefined View / 456 10.4.10 Alternate Position View / 456 10.5 Doorsneden / 457 10.5.1 Section View / 457 10.5.2 Broken-out Section / 462 10.5.3 Arcering / 464 10.6 Bematen / 466 10.6.1 Annotation views / 467 10.6.2 Plaatsen van maten in de tekening / 470 10.6.3 Positioneren van maten / 474 10.6.4 Tekst van de maat / 479 10.6.5 Pijlpunten / 484 10.7 Andere aanduidingen / 487 10.7.1 Teksten / 487 10.7.2 Oppervlakteruwheid / 491 10.7.3 Geometrische toleranties / 493 10.7.4 Hole Callout / 494 10.7.5 Hole Table / 495 10.7.6 Cosmetic Thread / 500 10.7.7 Stuknummers / 500 10.7.8 Stuklijst / 503 10.7.9 Revisies / 508 10.7.10 General Table / 509 10.7.11 Layers / 509
XVI Inhoud 10.7.12 Style / 510 10.7.13 Blocks / 512 10.8 DimXpert / 515 11 Kunststof producten / 521 11.1 Modelleren met lossing / 521 11.1.1 Split Line / 522 11.1.2 Draft-Manual / 524 11.1.3 DraftXpert / 528 11.2 Analyseren van lossing en ondersnijding / 529 11.2.1 Draft Analysis / 529 11.2.2 Undercut Analysis / 531 11.2.3 Parting Line Analysis / 533 11.3 Maken van matrijzen / 533 11.3.1 Parting lines / 534 11.3.2 Shut-Off surfaces / 538 11.3.3 Parting surfaces / 540 11.3.4 Tooling Split / 541 11.4 Probleemoplossing bij matrijzen / 544 11.5 Matrijs met schuiven en inzetstukken / 550 11.6 Fastening Features / 554 11.6.1 Mounting Boss / 554 11.6.2 Snap Hook / 556 11.6.3 Snap Hook Groove / 557 11.6.4 Lip / Groove / 558 11.6.5 Vent / 561 12 Metaal: uitslagen en lassen / 565 12.1 Snelstart: uitslagen / 565 12.2 Overzicht Sheet Metal / 572 12.2.1 Bend Allowance / 573 12.2.2 Auto Relief / 575 12.2.3 Gauge Table / 576 12.2.4 Parameters / 576 12.3 Features voor Sheet Metal / 577 12.3.1 Base Flange / 577 12.3.2 Tab / 579 12.3.3 Edge Flange / 579 12.3.4 Miter Flange / 583 12.3.5 Hem / 585 12.3.6 Jog / 585 12.3.7 Sketched Bend / 587 12.3.8 Cross Break / 587 12.3.9 Closed Corner / 588 12.3.10 Break Corner / 589 12.3.11 Corner Trim / 590
Inhoud XVII 12.3.12 Welded Corner / 591 12.3.13 Unfold en Fold / 592 12.3.14 Extruded Cut / 593 12.3.15 Lofted Bend / 594 12.4 Uitslagen vanuit een solid / 595 12.4.1. Convert to Sheet Metal / 595 12.4.2. Rip en Insert Bends / 596 12.5 Forming Tool / 599 12.6 Lassen in de samenstellingstekening / 602 12.7 Weldments / 606 12.7.1 Structural Member / 606 12.7.2 Overige weldment-features / 609 12.7.3 Het definiëren van een eigen profiel / 612 12.7.4 Weldment Cut List / 614 13 Tools / 617 13.1 Analyse van part en assembly / 617 13.1.1 Measure / 617 13.1.2 Mass Properties en Section Properties / 618 13.1.3 Feature Statistics en Assembly Xpert / 620 13.1.4 Interference Detection / 620 13.1.5 Clearance Verification / 622 13.1.6 Hole Alignment / 622 13.1.7 Collision Detection / 623 13.1.8 Dynamic Clearance / 624 13.1.9 Physical Dynamics / 624 13.1.10 Sensors / 625 13.2 Motion Studies / 626 13.2.1 Animation Wizard / 627 13.2.2 Handmatige animatie / 628 13.2.3 Extra opties in animaties / 630 13.2.4 Opslaan van animaties / 631 13.3 SimulationXpress / 632 13.3.1 Sterkteberekening van een part / 633 13.3.2 Factor of Safety / 637 13.4 FloXpress Analysis / 638 13.5 DFMXpress / 641 13.6 Exporteren en importeren / 642 13.6.1 Exporteren / 643 13.6.2 Importeren van 3D-modellen / 644 13.6.3 Importeren van 2D-tekeningen / 647 13.6.4 Importeren van bitmaps / 650 13.6.5 edrawings / 651 13.6.6 Defeature / 651 13.7 SolidWorks Explorer / 652 Register / 655
1.2 Sketch en feature 3 1 Wat staat er op het scherm? n 1.1 Indeling van het scherm Wanneer je werkt met SolidWorks, zul je merken dat verschillende werkbalken en menu s die op het scherm staan steeds veranderen, en zich aanpassen aan wat je aan het doen bent. Dat is erg handig, en maakt dat je snel kunt werken, maar als je net begint met SolidWorks kan het verwarrend zijn. Daarom is het van belang dat je de belangrijkste menu s weet te vinden. In figuur 1.1 is het scherm van SolidWorks te zien, zoals dat er na de installatie van het programma uitziet. De achtergrondkleuren kun je desgewenst aanpassen. Voor de schermafbeeldingen in dit boek gebruiken wij steeds een witte achtergrond. Figuur 1.1 Het scherm van SolidWorks.
4 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? Uiteraard kan, zoals in elk Windows-programma, elk onderdeel versleept worden en op een andere plaats worden neergezet. Het is echter aan te bevelen dit (in het begin) zo min mogelijk te doen. Het kan erg vervelend worden als je steeds moet zoeken waar de verschillende menu s en werkbalken staan. We behandelen de onderdelen die je nu op het scherm ziet. Wanneer je de muis over het SolidWorks-logo, links bovenin het venster beweegt, zie je de pulldownmenu s verschijnen. Wil je ze zichtbaar houden, klik dan op de punaise. (zie figuur 1.2). Afhankelijk van welke add-in s van SolidWorks geïnstalleerd zijn, kan dit menu uitgebreider zijn. Alle commando s zijn in de pulldownmenu s te vinden. Je zult de pulldownmenu s echter maar weinig gebruiken. Onder in elk menu vind je de optie Customize Menu. Hiermee kun je items uit het menu (on)zichtbaar maken. Het is echter niet aan te bevelen dit meteen al te gaan doen. Figuur 1.2 Onderdelen van het scherm: pulldownmenu s. De MenuBar Toolbar staat links bovenin het venster, naast het SolidWorkslogo. Hierin vind je een aantal basisfuncties, bijvoorbeeld om een nieuw of een bestaand bestand te openen, om bestanden op te slaan enzovoort. Figuur 1.3 Onderdelen van het scherm: de Menu Toolbar De View Toolbar verschijnt bovenaan, in het midden van het scherm. Met de functies die daarin staan, kun je bepalen hoe het model op het scherm weergegeven wordt. Figuur 1.4 Onderdelen van het scherm: de View Toolbar Het volgende onderdeel is de CommandManager. Dit is een bijzondere en belangrijke menubalk. Bijzonder is dat de getoonde knoppen contextgevoelig zijn: ben je een tweedimensionale tekening aan het maken, dan verschijnen de commando s die je daarbij nodig hebt. Ben je echter een driedimensionale vorm aan het maken, dan verschijnen de commando s die daar betrekking op hebben. Dit gaat automatisch, maar je kunt ook
1.1 Indeling op het scherm 5 handmatig wisselen tussen de beschikbare knoppen. Daarvoor gebruik je de tabs onder de CommandManager. In figuur 1.5 zijn dat de tabs Features, Sketch, Evaluate, DimXpert en Office Products. Figuur 1.5 Onderdelen van het scherm: CommandManager Aan de CommandManager kun je tabs toevoegen of daaruit verwijderen. Klik daarvoor met de rechtermuisknop op een van de tabs. Je kunt nu de tabs aan- of uitvinken. Bij specifieke toepassingen zul je zien dat je dit moet gebruiken. Ook kun je, hoewel je dat waarschijnlijk nooit zult doen, de hele CommandManager onzichtbaar maken, of ervoor kiezen om de namen van de commando s niet weer te geven. Wil je dit doen (of herstellen), klik dan met de rechtermuisknop ergens in één van de menu s (niet op een van de tabs van de CommandManager). Met de bovenste optie in het menu dat verschijnt, zet je de CommandManager aan of uit. De tweede optie (Use Large Buttons with Text) bepaalt of de tekst bij de knoppen weergegeven wordt. Deze optie zul je in principe altijd aan laten staan. Aan de linkerkant van het scherm staat een kolom waarin verschillende informatie kan verschijnen. Bovenaan staan vijf tabs (zie figuur 1.6), maar dat kunnen er meer worden, afhankelijk van de gebruikte applicaties en add-in s. Figuur 1.6 De tabs van de FeatureManager, PropertyManager, ConfigurationManager, DimXpertManager en DisplayManager De eerste tab is de FeatureManager. Hierin zie je alle onderdelen waaruit het model is opgebouwd. De FeatureManager heb je steeds nodig om de juiste elementen uit je model te kunnen selecteren en om de opbouw van het model te zien. Wanneer je in een andere tab zit, verschijnt de FeatureManager soms ook als een fly-out in het grafische deel van het scherm. De tweede tab is de PropertyManager. Deze verschijnt automatisch wanneer je een commando gebruikt en de eigenschappen van een ele-
6 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? ment moet instellen. Na beëindiging van het commando verschijnt automatisch de FeatureManager weer. De derde tab is de ConfigurationManager. Hier krijg je mee te maken wanneer je verschillende varianten van een onderdeel gaat maken. De vierde tab is de DimXpertManager. Deze gebruik je om maten en toleranties voor productie in het model aan te geven. De vijfde tab is de DisplayManager, waar je kleuren en materialen en dergelijke kunt instellen. Wanneer de FeatureManager actief is, zie je naast de tabs een symbool met twee pijltjes. Wanneer je hier op klikt, verschijnt het Display Pane, een paneel waarin je instellingen voor bijvoorbeeld de kleur van onderdelen kunt zien. Met dezelfde pijltjes kun je het Display Pane ook weer verbergen. Rechts van het grafische scherm zie je nog een paar tabs. Dit is het Task Pane (zie figuur 1.7). Hier kun je snel bestanden openen en in bibliotheken naar onderdelen zoeken. In hoofdstuk 8 komen we op een aantal functies uit het Task Pane terug. Het Task Pane open je door op een van de tabs te klikken. Om het Task Pane weer te sluiten klik je er naast, in het grafische gebied. Je kunt het Task Pane desgewenst helemaal (on)zichtbaar maken door met de rechtermuisknop in een toolbar te klikken. In de lijst die verschijnt staat ook het Task Pane. Figuur 1.7 Het Task Pane geopend. Helemaal onder in het venster van SolidWorks vind je de statusbar (zie figuur 1.8). Hierin verschijnt soms nuttige informatie.
1.2 Roteren en in- en uitzoomen 7 Figuur 1.8 De statusbar. Tot slot heb je het centrale deel van het scherm, wat we het grafische gebied noemen. Hier is je model te zien en kun je steeds onderdelen selecteren. Handig is het Snelmenu, dat je vindt door op het toetsenbord op S te drukken. In het menuutje dat dan verschijnt, vind je de commando s die je op dat moment (waarschijnlijk) nodig hebt. Figuur 1.8a Het Snelmenu, met commando s die je op dat moment nodig zou kunnen hebben. Elk onderdeel op het scherm (de CommandManager, de PropertyManager, de FeatureManager) kun je verslepen en neerzetten waar je wilt. Om het je wat makkelijker te maken, kent SolidWorks drie standaard Workspaces. Je vindt deze in de pulldownmenu s onder View > Workspace. Je kunt hier kiezen uit de volgende drie opties: 1 Default, kies deze als je een normale monitor gebruikt, met een beeldverhouding van 3:4. 2 Widescreen geeft instellingen voor breedbeeld monitoren. De CommandManager komt dan naast de FeatureManager te staan. 3 Dual Monitor plaatst de CommandManager, FeatureManager en PropertyManager op het tweede beeldscherm, zodat je de eerste monitor volledig voor het model kunt gebruiken. n 1.2 Roteren en in- en uitzoomen Als je met SolidWorks werkt, ben je continu met je model aan het draaien en aan het in- en uitzoomen. Vaak werk je met complexe modellen, en dan is het erg belangrijk dat je steeds precies het goede stukje van het model op het scherm kunt krijgen. Het beste kun je de commando s in de View-toolbar aanklikken of de sneltoetsen van de muis gebruiken. Met Rotate View kun je je model met de muis precies zo draaien als je wilt. De knop voor dit commando vind je alleen in de pulldownmenu s, terwijl je toch steeds het model aan het roteren bent. Daarom: wen aan het gebruik van de middelste muisknop (bij veel muizen het scroll-wieltje): door deze in te drukken kun je je model meteen roteren, zonder eerst een commando te hoeven selecteren. Merk op dat tijdens het roteren de vorm van de cursor verandert.
8 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? Het Rotate View-commando heeft één speciale functie: klik je tijdens het roteren een lijn of een punt van je model aan, dan roteer je daarna het model om die lijn of dat punt heen. Je hebt dan meer controle over hoe je model precies draait. Om aan te geven dat je een element geselecteerd hebt, verandert de vorm van de cursor. Toetsenbord: eventueel kun je ook de pijltjestoetsen op het toetsenbord gebruiken om je model te roteren, maar de stapgrootte en draairichting is daarmee vrij lastig te controleren. Shift + pijltjestoetsen maakt dat het roteren sneller gaat. Zoom In/Out gebruik je bijna net zoveel als Rotate. De werking is vrijwel hetzelfde. De vorm van de cursor geeft aan dat je aan het in- en uitzoomen bent. Om snel te werken, gebruik je het scroll-wieltje van de muis. Door dit te draaien, zoom je in en uit. Toetsenbord: Z voor uitzoomen en Shift + Z voor inzoomen. Pan verschuift het model over het scherm (zonder te roteren). Ctrl + middelste muisknop geeft hetzelfde resultaat. Toetsenbord: Ctrl + pijltjestoetsen Zoom to Area gebruik je om een kader in de tekening aan te geven (slepen), dat vervolgens zo groot mogelijk op het scherm gezet wordt. Zoom to Fit is bedoeld om het hele model zo groot mogelijk op het scherm te zetten. Voor dit commando is ook een sneltoets beschikbaar: druk op het toetsenbord op F. Previous View zet het beeld terug in de vorige positie. Toetsenbord: Shift + Ctrl + Z Met de zes commando s die hierboven gegeven zijn, kun je het model zo roteren dat je precies het deel ziet dat je wilt zien. Er zijn nog enkele andere commando s maar die worden minder gebruikt. Merk op dat de eerste drie commando s alleen in de pulldownmenu s te vinden zijn, maar in de praktijk alleen met de muis (het scrollwieltje) bediend worden. De laatste drie commando s vind je ook in de View Toolbar, die boven het model staat. Overigens vind je ook alle commando s door ergens naast het model met de rechtermuisknop te klikken. Er verschijnt dan een popupmenu. Soms wil je het model ook precies van boven of van opzij bekijken, dat lukt met de commando s hiervoor niet. Daarvoor gebruik je het menu onder de knop View Orientation, in de View Toolbar, zie figuur 1.9. Wanneer je daar op klikt gebeuren er twee dingen: er verschijnt een klein pop-up venster met daarin de standaardviews en om het model heen verschijnt een soort kubus met afgeschuinde hoeken. Klik op een icoontje in het
1.2 Roteren en in- en uitzoomen 9 Figuur 1.9 De standaardviews in de view-toolbar. menuutje of op een vlak in de kubus om je beeld in te stellen. Rechts in het venstertje vind je nog een uitklapmenu met de opties Isometric, Dimetric en Trimetric. Belangrijk om nog te noemen is Normal To. Deze optie laat je een vlak selecteren, en draait het beeld vervolgens zo dat je loodrecht op dat vlak kijkt. Dat is vaak handig wanneer je een tekening op een schuin vlak moet maken. Het commando More Options opent een nieuw venster met daarin opnieuw de standaardviews. Dit venstertje kun je ook (sneller) openen door op de spatiebalk te drukken. Figuur 1.10 Het venster met de View Orientation. Hoewel dit venster meer van hetzelfde lijkt, zijn er toch drie redenen om het soms te gebruiken: 1 In de eerste plaats werkt het sneller dan alle andere mogelijkheden om de beeldoriëntatie in te stellen. Het menuutje kan met een klik op de spatiebalk opgeroepen worden, en kan door op de punaise te klikken zichtbaar op het scherm gehouden worden. Je kunt dan steeds met één klik je beeld verdraaien. 2 Dit menu geeft de mogelijkheid een eigen beeldinstelling op te slaan. Klik daarvoor op New View. Je kunt dan een naam aan je eigen instelling geven. Je zult deze optie niet meteen gebruiken, maar het kan op den duur erg handig zijn. Om een eigen instelling weer te verwijderen, selecteer je deze in de lijst en druk je op het toetsenbord op <Delete>.
10 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? 3 Je kunt hier de standaardview-instellingen wijzigen, ofwel: je kunt zelf bepalen wat de boven- of de voorzijde van je model is (zie figuur 1.10). Dit kan handig zijn, omdat het nu eenmaal wel eens voorkomt dat je een model in de verkeerde positie modelleert. Steeds als je een isometrisch beeld hebt, ligt het model dan op zijn zijkant. Dat kun je hier eenvoudig corrigeren en wel als volgt: Roteer het model zodanig dat je (bijvoorbeeld) tegen de bovenkant aankijkt. Klik op de spatiebalk (het model roteert nu naar isometrie) en vervolgens op Update Standard Views (het model roteert weer terug naar de vorige positie). Kies uit de standaardviews welke positie dit zou moeten worden (klik in dit voorbeeld dus op Top ). Een andere manier om hetzelfde te bereiken is door het model eerst in de gewenste positie te roteren, en vervolgens naast het model op de rechtermuisknop te klikken en Set Current View As... te kiezen. Vervolgens kun je een van de standaardviews kiezen. SolidWorks geeft nog een waarschuwing. Klik je op OK, dan hebben alle views een nieuwe naam gekregen. Voor de duidelijkheid: je verandert hier eigenlijk alleen de namen van de views, niet de werkelijke coördinaten. Figuur 1.11 Nadat je de standaardviews update, komt het model in een isometrie in de juiste positie te staan. Tot slot een opmerking over Perspective. In de standaardinstelling geeft SolidWorks geen perspectief weer. Isometrie, maar vooral dimetrie en trimetrie lijken op een perspectivische weergave, maar zijn het niet. Evenwijdige lijnen lopen echt evenwijdig, en lopen dus niet naar elkaar toe naar een verdwijnpunt, zoals dat bij perspectief het geval is. Soms lijkt de weergave in SolidWorks daardoor nogal onnatuurlijk. Het aanzetten van perspectief is geen probleem: Klik in de View Toolbar op de laatste knop (View Settings) en daarna op Perspective. Realiseer je wel dat als je dit doet álle aanzichten in perspectief weergegeven worden, ook de standaardaanzichten (top, bottom, front enzovoort). Deze aanzichten worden daardoor erg moeilijk te interpreteren, en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Vandaar het advies: gebruik tijdens het modelleren geen perspectief, maar wen aan de dimetrische of trime-
1.3 Opsplitsen van het scherm 11 trische weergave. Uiteraard gebruik je wel perspectief wanneer je renderingen voor presentaties gaat maken. Een speciale tool om het in- en uitzoomen te vergemakkelijken is het vergrootglas. Het vergrootglas open je door op het toetsenbord op de letter G te drukken. In het vergrootglas kun je met het scrollwieltje van de muis in- en uitzoomen en roteren, zoals we dat hiervoor gezien hebben. Verder kun je in het vergrootglas gewoon werken. Wanneer je met de muis klikt, bijvoorbeeld om een element te selecteren, zal het vergrootglas in de meeste gevallen weer verdwijnen. Figuur 1.12 Het vergrootglas. n 1.3 Opsplitsen van het scherm Soms is het handig om het model tegelijk van meerdere kanten te kunnen bekijken. In dat geval kun je het scherm opsplitsen. Daarvoor gebruik je weer het menu van de View Orientation. Onderin dit menu vind je vier standaardindelingen voor het scherm, zie figuur 1.13 en 1.14 Figuur 1.13 scherm. De vier standaardinstellingen voor de verdeling van het Wanneer je het scherm opsplitst, zie je voor de naam van elk view (aanzicht) het linksymbooltje. Dit geeft aan dat de aanzichten van het model aan elkaar gekoppeld zijn. Het model is in alle gelinkte views even groot te zien en de views staan uitgelijnd ten opzichte van elkaar. Wanneer er in één view ingezoomd wordt, dan gebeurt dat automatisch in alle views.
12 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? De links kun je uit- en eventueel weer aanzetten door met de rechtermuisknop ergens in het venster te klikken (niet op het model) en de optie Link Views te kiezen. Figuur 1.14 Het grafische gebied in vieren opgedeeld. Wanneer het scherm opgesplitst is, kan in elk view afwisselend gewerkt worden. Soms is dat handig, maar je zult het waarschijnlijk niet heel vaak toepassen. Meestal is het prettiger om één heel groot view te hebben in plaats van twee of vier kleine. In de techniek die hiervoor beschreven is, kijk je in elk view naar hetzelfde model. Je kunt op deze manier dus niet meerdere modellen tegelijk op het scherm krijgen (zie figuur 1.15). Dat kan wel door meerdere bestanden te openen en vervolgens in de pulldownmenu s bijvoorbeeld Windows > Cascade of Windows > Tile Horizontally te kiezen. Dit is een standaard Windowstechniek, en we gaan ervan uit dat die bekend is. Heb je meerdere bestanden geopend en wil je snel wisselen tussen die bestanden, gebruik dan de toetscombinatie <ctrl>+<tab>. n 1.4 Weergave van het model SolidWorks kent vijf verschillende manieren om het model op het scherm te
1.4 Weergave van het model 13 Figuur 1.15 Meerdere modellen tegelijk op het scherm. visualiseren: als lijntekening, met gekleurde vlakken (shading) en enkele varianten daarop (zie figuur 1.16). De standaardversie van SolidWorks kan niet renderen, of ray-tracen. Voor een dergelijke fotorealistische weergave van het model voor presentatiedoeleinden, is de add-in PhotoWorks nodig. In dit boek wordt PhotoWorks niet behandeld. De weergavemogelijkheden die wel standaard in SolidWorks zitten, zijn bedoeld voor gebruik tijdens het modelleren. Het instellen van de weergave doe je via de opties onder de knop Display Style in de View Toolbar. Figuur 1.16 De vijf verschillende mogelijkheden om een model weer te geven.
14 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? Wireframe en Hidden Lines Visible zul je weinig gebruiken. Zodra je model iets ingewikkelder wordt, verschijnen er veel te veel lijnen op het scherm. Wel heb je een van deze twee instellingen soms even nodig om achterliggende lijnen te kunnen zien en selecteren. Hidden Lines Removed geeft vaak juist een te eenvoudig beeld van het model, en is daardoor soms moeilijk te interpreteren. Shaded With Edges is meestal de prettigste instelling om in te werken. Het model is goed te zien, en ook de begrenzingen van alle vlakken (die je bij het modelleren vaak nodig hebt) zijn te zien. Shaded heeft als nadeel dat de begrenzingen van vlakken niet te zien zijn. Deze instelling geeft wel het mooiste beeld, bijvoorbeeld wanneer je een schermafbeelding voor een presentatie nodig hebt. Wanneer je bij de weergave kiest voor Shaded of Shaded With Edges, kun je er ook voor kiezen een soort slagschaduw weer te geven. Functioneel heeft dit weinig zin, maar het ziet er wel goed uit, zie figuur 1.17. De optie Shadows in Shaded Mode vind je onder de laatste knop in de View Toolbar: View Settings. Ook vind je daar de optie Ambient Occlusion, waarmee de schaduwen nog realistischer berekend worden. Figuur 1.17 Weergave zonder en met slagschaduw. Een speciale mogelijkheid bij de weergave van het model is Section View (zie figuur 1.18). Hierbij snijd je het model met een vlak door, zodat je goed de binnenkant kunt zien en bewerken. Om een section view in te stellen, klik je in de View Toolbar op de knop Section View. Boven in de PropertyManager zie je drie knoppen. Kies daarmee eerst een doorsnijdingsvlak (Front, Top of Right). Overigens kun je ook elk ander vlak in je model selecteren als doorsnijdingsvlak. Je kunt de plaats en positie van het doorsnijdingsvlak aanpassen, ofwel via invulvelden in de PropertyManager (aan de linkerkant van het scherm), ofwel
1.4 Weergave van het model 15 Figuur 1.18 Het instellen van een section view. door de pijl midden in het doorsnijdingsvlak te verslepen. Door de zijkanten van het doorsnijdingsvlak te verslepen, wordt het vlak geroteerd. Wanneer in een section view de verkeerde kant van een vlak weggehaald, klik dan in de PropertyManager op de knop Reverse Section Direction. Is alles goed ingesteld, klik dan in de PropertyManager op OK. Je kunt in de section view werken alsof het een normaal aanzicht is. Om de section view weer uit te zetten, selecteer je het commando opnieuw in de toolbar of in de pulldownmenu s. Tip: wil je een bepaalde section view vaker gebruiken, en snel kunnen wisselen, save het dan in de PropertyManager door op Save te klikken en het view een naam te geven. In het View Orientation-venster (zie paragraaf 1.2) komt deze naam er nu bij te staan. Je kunt dus met één klik naar het gewenste section view gaan, zonder dat je de instellingen in de PropertyManager opnieuw hoeft te maken. Let op: door het instellen van een section view verandert het model niet! Alle handelingen die je doet, worden ook op het onzichtbare deel uitgevoerd. Zodra het section view weer uitgeschakeld wordt, is het hele model weer zichtbaar. Een alternatief voor Section View is LiveSection. Dit commando werkt iets intuïtiever dan Section View, maar dient hetzelfde doel. Ook met LiveSection maak je een tijdelijke doorsnede van je model, zodat je gemakkelijker de binnenkant kunt bewerken. Om LiveSection te starten, klik je met de rechtermuisknop op een vlak en kies je in het popupmenu LiveSection. Dat vlak kun
16 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? je vervolgens door het model heen trekken met behulp van de pijl die verschijnt. Desgewenst kun je het doorsnijdingsvlak ook roteren door een van de cirkels die verschijnen te verslepen. Anders dan met Section View zie je de doorsnede, maar blijft gelijktijdig het hele model zichtbaar. Je kunt meerdere livesections tegelijk aanmaken. Deze verschijnen in de FeatureManager in het mapje Livesections. Om een livesection achteraf te bewerken klik je er met de rechtermuisknop op, in het model of in het mapje in de FeatureManager. Je kunt dan bijvoorbeeld de pijlen weer zichtbaar maken om de plaats en richting van de doorsnede te wijzigen, of de livesection helemaal verwijderen. Figuur 1.19 Een doorsnede van het model met LiveSection. In SolidWorks kun je ook de achtergrondkleur voor het model instellen. Dat heet een Scene. In figuur 1.1 heb je al gezien hoe de achtergrond er in de standaard instellingen uitziet. Wanneer je in de View Toolbar op Apply Scene klikt, zie je een lijst met standaard scenes. Voor het model heeft het uiteraard geen belang welke achtergrond je gebruikt, dus kies er een die je prettig vindt. Om het er allemaal nog fraaier uit te laten zien, heeft SolidWorks RealView geïntroduceerd. Met Realview kun je materialen toekennen aan je model; het model wordt vervolgens gerenderd weergegeven, zoals dat ook met PhotoWorks gebeurt. Je kunt het gerenderde model vervolgens roteren en bewerken, terwijl het steeds gerenderd blijft. Het renderen met RealView gebeurt realtime door de grafische kaart in je pc. Dit in tegenstelling tot PhotoWorks, waar het renderen softwarematig gebeurt. Of je RealView kunt gebruiken hangt daarom af van je grafische kaart. Kijk op www.solidworks. com of jouw grafische kaart met RealView gebruikt kan worden. Om RealView aan te zetten, klik je in de View Toolbar op het laatste knopje (View Settings) en vervolgens op RealView. Ontbreekt dit knopje, dan is jouw grafische kaart blijkbaar niet geschikt voor RealView. Op het toekennen van materialen komen we terug in paragraaf 4.9.
1.5 sneltoetsen 17 n 1.5 Sneltoetsen In SolidWorks kun je aan elke toets functies toekennen. Dat maakt dat je veel sneller kunt werken. Verschillende toetsen hebben al standaard een functie. In tabel 1.1 zie je de belangrijkste. Wil je een compleet overzicht, of zelf sneltoetsen definiëren, ga dan in de pulldownmenu s naar Tools > Customize en ga in het menu dat verschijnt naar de tab Keyboard. Hier vind je alle sneltoetsinstellingen. Functie Orientation Front Back Left Right Top Bottom Isometric Normal To Previous View Zoom to Fit Zoom Out Zoom In Magnifying Glass Filter Edges Filter Vertices Filter Faces Shortcut Bar Line Quick Snaps Toggle Selection Filter Toolbar Toggle Selection Filters Full Screen Sneltoets SpaceBar Ctrl+1 Ctrl+2 Ctrl+3 Ctrl+4 Ctrl+5 Ctrl+6 Ctrl+7 Ctrl+8 Ctrl+Shift+Z F Z Shift+Z G E V X S L F3 F5 F6 F11 Tabel 1.1 De belangrijkste sneltoetsen Behalve door gebruik van de sneltoetsen zijn er nog twee manieren om snel commando s te geven: Handig is het Snelmenu, dat je vindt door op het toetsenbord op de letter S te drukken. Er verschijnt dan een contextgevoelig menuutje, waarin de commando s staan die je op dat moment (waarschijnlijk) nodig hebt.
18 Hoofdstuk 1 Wat staat er op het scherm? Figuur 1.20 Het snelmenu met commando s die je op dat moment nodig zou kunnen hebben Met Mouse Gestures kun je ook snel de meest gebruikte commando s kiezen. Klik op de rechtermuisknop, en houd deze ingedrukt. Verplaats nu de muis een beetje, en je ziet in een cirkel om de muis heen vier commando s verschijnen (zie figuur 1.21). Door de cursor nu over het gewenste commando heen te bewegen, wordt dit commando geselecteerd. Als je de commando s eenmaal kent, kun je hier heel snel mee werken. Figuur 1.21 Mouse gestures
Register 655 Register 3D ContentCentral 332 3D Drawing View 437 3D-sketch 90 A Absorbed features 117 Add Curvature Control 363 Add Sheet 430 Add Tangency Control 364 Advanced Component Selection 242 Afronden van maten 481 Align Collinear/Radial 475 Align Parallel/Concentric 475 Alternate Position View 456 Ambient Occlusion 14 Amerikaanse projectie 423 Angle 186 Angle Limit 191 Annotations 115 Arceren 464 Area Hatch 465 Assemblies 19 Assembly Features 182 Assembly Transparency 223 AutoBalloon 501 Auto Hatching 460 Auto Relief 575 Autotransitioning 53 Auxiliary View 450 Axis 102, 107 B Balloon 500 Base Feature 324 Base Flange 566 Base Part 324 Bend Allowance 573 Bend deduction 574 Bends 577 Bend table 575 Bibliotheken 331 Bill of Materials 251, 503 Bitmaps 650 Block 333 Blocks 512 Body 307, 464 BOM 503 Bottom-Up modelling 214 Break Alignment 442 Bridging 306 Broken-out Section 462 Broken View 454 C Cavity 322 Centerlines 438 Centermarks 438 Change Tranparency 210 Circle 53 Circular 149 Circular Component Pattern 181 Circular Note Pattern 491 Circular Pattern 61 Cirkelvormig patroon 61 Click-click 24 Click-drag 24 Closed Corner 588 Coincident 186 Collision Detection 623 Combine 311 CommandManager 4 Component 229
656 Register Composite Curve 372 Concentric 186 Conditionele statements 272 ConfigurationManager 6 Configurations 247 Connectors 160 Constant radius 376 Constant Radius Fillet 376 Constructievlak 101 Convert Entities 57 Coordinate System 106 Copy 62 Cosmetic Thread 352 Create Assembly 318 Create Sketch from Selections 83 Crop View 453 Curvature Comb 366 Curvature Control 408 Curve Driven Pattern 152 Curve Through Reference Points 371 Curve Through XYZ Points 371 Custom Properties 292 D Dangling 78 Deellijn 521 Deform 390 Delete 413 Delete Hole 412 Derived configurations 253 Derived Part 323 Derived Sketch 83 Design Binder 116 Design Intent 328 Design Library 331 Design Study 304 Detail View 452 Dimensions 471 DimXpertManager 6 Display/Delete Relations 72 Display Mode 209 Display Pane 6, 212 Display State 212 Display States 169 Dissolve Pattern 182 Dissolve Sub-assembly 238 Distance 186 Distance Limit 191 Dome 388 Doorsnede 424 Draft 524 Draft Analysis 529 Drawing Template 429 Driving dimensions 38 Dynamic Mirror 55 E Edit Sheet Format 427 Edit Sketch Plane 81 edrawings 651 Ellipse 55 Empty View 445 End Cap 610 Enveloppe 242 Eorming tools 599 Equations 260 Europese projectie 423 Exploded View 204 Explode Line Sketch 206 Exporteren 642 Extend 59 Externe referenties 224 Extruded Boss 125 Extruded Cut 125 F Face 380, 413 Face Fillet 380 Faces 151 Feature Driven Pattern 181 FeatureManager 5 Feature Scope 184 Fill 155 Filled surface 407 Fillet 376 Fit Spline 367 Fixed 179 Flex 397 For Construction 50 Foreshortened 478 Format Painter 512 Full Round 382
Register 657 Full Round Fillet 382 Fully Defined 37 G General Table 509 Geometrische toleranties 493 Geometry pattern 151 Gesloten contour 41 Grafische gebied 22 Grid 51 Guide curves 159, 406 Gusset 610 H Heal Edges 372 Helix 97 Hidden Lines Removed 14 Hidden Lines Visible 14 Hide 47 Hole callout 471 Hole Series 349 Hole Table 495 Hole Wizard 345 I IIF 272 Import Diagnostics 645 Importeren 645 In-Context modelling 214 Indent 394 Insert into New Part 318 Insert Mold Folders 540 Insert part 321 Insert Spline Point 364 Interference Detection 620 Interlock 541 Intersection Curve 58 J Jog 585 Jog Line 59 Join parts 319 K K-factor 574 Kleur 210 Klikvingers 556 Knit 403 Kopiëren 60 L Large Assembly Mode 243 Layers 509 Library Feature 335 Lightweight 240 Lijnsoort 436 Line 53 Linear 152 Linear Note Pattern 491 Linear Pattern 147, 181 Line Font 435 Line Style 436 Links 200 Lock View Focus 445 Loft 156 Lofted Bend 594 Lossing 555 M Magnetic Line 502 Mass Properties 618 Mate References 194 Materiaal 242 Mates 258 Measure 617 Merge results 306 Mid Surface 408 Mirror 141 Mirror Components 182 Mirror Entities 55 Mirror part 322 Miter Flange 583 Model View 445 Modify Sketch 63 Mold Folders 549 Mounting Boss 554 Move 62, 413 Move component 179 Move/Copy 308 Multi-body parts 305
658 Register N Normal To 9 Note 487 O Offset 484 Offset Entities 57 Ondersnijdingen 521 Open contour 43 Oppervlakteruwheid 491 Ordinate 66 Over Defined 38 Override value 480 P Pan 8 Parabola 55 Parallel 186 Parallellogram 54 Parameters 281 Parent/child-relaties 117 Partial Ellipse 55 Parting Line 524 Parting surfaces 534 Parts 19 Passingen 482 Pattern 146, 155 Perpendicular 186 Perspectief 10 Physical Dynamics 624 Pierce 385 Pijlpunten 484 Planar 405 Plane 93 Planes 103 Points 103 Polygon 54 Predefined View 456 Previous View 8 Projected Curve 370 Projected View 449 PropertyManager 5 Q Quick Snaps 52 R Radiate 406 Rechthoekig patroon 60 Rectangle 53 Reference 103 Reference geometry 101 Relations 49 Relative to Model 455 Relax Spline 364 Replace 414 Replace Mate Entities 230 Revolve 156 Rib 141 Rip 598 Rollback 119 Rotate 62 Rotate Component 179 Rotate View 7 Roteren 62 Route Line 207 Ruled surface 406 S Save Bodies 317 Save Sheet Format 429 Scale 62, 141 Schaal van de tekening 428 Section Properties 618 Select Connected Faces 114 Selected Contours 133 Selection Filters 112 Select Other 111 Select Partial Loop 113 Select Tangency 114 Setback Parameters 376 Shaded 14 Shaded With Edges 14 Shape 389 Sheet Metal 565 Sheet Properties 430 Shell 141 Show 47 Show Curvature 366 Show Inflection points 365 Show Minimum Radius of Curvature 366
Register 659 Show Spline Control Polygon 365 Show Spline Handles 365 Shut-Off surfaces 537 Silhouette 522 Simple Holes 349 Simplify Spline 364 Sketch Driven 151 Sketch Driven Pattern 151 Sketcher Triad 96 Sketch Fillet 53 Sketch picture 651 Sketch Point 53 Smart Components 354 Smart dimension 63 Smart Fasteners 352 SmartMates 188 Snap 51 Snap Hook 556 Snap Hook Groove 557 Solid Bodies 117 Spline 53 Spline on Surface 368 Splines 361 Split Entities 59 Split Line 388 Split parts 314 Staalconstructies 565 Stacked Balloon 502 Statusbar 6 Straddle faces 531 Structural Member 606 Stuklijst 503 Stuknummers 500 Suppressed 240 Suppress feature 118 Surface Bodies 402 Surface finish 489 Sweep 156, 405 Symmetric 189 T Tab 619 Tabellen 496 Table Driven 150 Table position 496 Tangency Control 362 Tangent 154 Tangent Edges 434 Task Pane 6 Text 55 Texturen 164 Thicken 403 Thread Callout 500 Tile Horizontally 12 To Area 8 To Fit 8 Toleranties 481 Toolbar Line Format 436 Top-Down modelling 214 Transparency 212 Triad 180 Trim 409 Trim Entities 59 U Under Defined 37 Untrim 411 V Variable radius 376 Vary sketch 148 Vent 561 Verplaatsen 62 Verschalen 62 Vertex 126 Vorm- en plaatstoleranties 493 W Weldment 609 Where Used 653 Width 189 Wireframe 14 Wrap 400 X Xpress 632 Z Zebra Stripes 374 Zoom In/Out 8
SolidWorks is in de wereld van de productontwikkeling een veelgebruikt 3D-CAD programma. Door het grote gebruiksgemak heeft SolidWorks zich onderscheiden en inmiddels is het, door jaarlijkse updates, uitgegroeid tot een uitgebreid programma met plug-ins voor talloze specifieke toepassingen. De nieuwe druk van dit populaire Nederlandstalige naslagwerk en leerboek is geheel herzien en bijgewerkt voor SolidWorks 2013. Product modelleren met SolidWorks is opgedeeld in twee delen. Het eerste deel behandelt de basisbeginselen van het werken met SolidWorks. Kennis van CAD-systemen is hiervoor niet vereist. Na het doornemen van het eerste deel moet een gebruiker producten met een normale complexiteit kunnen modelleren. Het tweede deel gaat dieper in op specifieke onderwerpen, zoals modelleren van kunststof of metalen onderdelen, werken met bibliotheken, het maken van varianten, enzovoort. Product modelleren met SolidWorks is geschikt voor zowel beginnende als gevorderde gebruikers. Verder kan het boek dienen als tutorial of als naslagwerk. Het boek is in eerste instantie bedoeld voor het hbo, maar is ook op andere niveaus bruikbaar. Bij onderwerpen waar dat nuttig is, zijn geleide oefeningen opgenomen die de gebruiker via een praktijkvoorbeeld stap voor stap door een procedure loodst. Het boek is voorzien van oefeningen waarvan de bestanden beschikbaar zijn via de website van Academic Service. Arnoud Breedveld heeft vele jaren onderwijservaring aan de Haagse Hogeschool (Industrieel Product Ontwerpen) en de Design Academy in Eindhoven. Daarnaast werkt hij zelfstandig als consultant. 978 90 395 2710 8 9 173 / 978 *uklpdo#bxmy-,*