Toneelspelen KINDERLITERATUUR

Vergelijkbare documenten
GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. Kinderliteratuur

Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?

Uitleg boekverslag en boekbespreking

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. limme Taal. Kranten en tijdschriften

Volgorde in goede de (In de goede volgorde)

Begrijpend lezen Strategie 6 & 7. Extra oefenen Niveau B

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Voorbereiden op het schrijven: een film bekijken

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * website * voorlezen

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. limme Taal. Kranten en tijdschriften

De regenworm en zijn moeder

Begrijpend lezen Strategie 6 en 7. Extra oefenen Niveau A

Werkstuk. En natuurlijk ook spreekbeurt. Gemaakt door: Anmami Verhulvelrij Groep 7abcd

Onderstaand schema geeft aan wat de kinderen standaard als huiswerk meekrijgen.

Luister naar het gedicht en lees mee met de tekst. Vul de ontbrekende woorden in.

en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht

2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S

Beoordeling power-point groep 5

Lesbrief SPRIETSELS Improvisatietheater

Inhoud. Inleiding 7. Eindverslag 86. Extra opdrachten 90. Tips voor op school 94

Activiteit: Filosoferen met kinderen over taal

Pluk vindt een huisje

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Voorbereiden op het schrijven: een film bekijken

Waarom ga je schrijven? Om mensen ervan te overtuigen dat een plek in je buurt opgeknapt moet worden.

Luister naar het lied en lees mee met de tekst. Kies telkens het juiste woord.

* Dit is belangrijk.?? Dit snap ik niet. / Dit is een moeilijk woord.

Werkblad: Vind me dan

Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren

Hoe bereid ik een spreekbeurt voor?

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Bedenken: een tekening maken van de held

Mijn doelen voor dit jaar

Met hulp: vragen over de tekst bedenken en beantwoorden

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. Kinderliteratuur

Nucleair materiaal uit ziekenhuis verdwenen

Voor jezelf? Les 1 Welkom!

Waar zie je de bijzondere vogel en hoe ziet hij eruit?

geheim nooit aan iemand anders vertelt. En vooral niet aan grote mensen. Dat zou rampzalige gevolgen hebben. Ze zouden zeggen dat ik een gevaarlijke

GROEP 3 GROEP 4 GROEP 5 GROEP 6 GROEP 7 GROEP 8. Kranten en tijdschriften

Wat ga je schrijven: een verhaal over een held die een uitdaging aangaat

Annie M.G. Schmidt & Fiep Westendorp Pluk. van de Petteflet. Amsterdam Antwerpen Em. Querido s Uitgeverij BV 2010

Leerlingenboekje les 7 en 8. Naam. Schrijfopdracht 6 Een spannend dierenverhaal. Groep 6

voor leerlingen Pesten op het werk VRAGEN EN OPDRACHTEN

Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk

4 Denken. in het park een keer gebeten door een hond. Als Kim een hond ziet wil ze hem graag aaien. Als

Een oorzaak-gevolg-schema maken met je schrijfmaatje

De exodus. Foto s van het materiaal

In dit thema staat het creëren van een goede groepssfeer centraal.

Hoofdstuk 4 Letterreparatie oefening 1

Tekst lezen en verwijswoorden begrijpen

Hotel Hallo - Thema 1 Hallo

De eekhoorn kon niet slapen. Hij liep van zijn deur om zijn tafel heen naar zijn kast, bleef daar even staan, aarzelde of hij de kast zou opendoen,

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Taal op niveau Spreken Op weg naar niveau

Les 1: Welke plek in de buurt moet opgeknapt worden?

Luisteren. Bij deze hand-out hoort ook een presentatie document om te gebruiken in de klas. U kunt het hier downloaden.

WERKBLADEN Seksuele intimidatie

Tekst lezen en een tekstschema invullen

Lees : Mattheüs 25:14-30

Inleiding. Veel plezier!

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 3 Op weg met Jezus. H. Theobaldusparochie, Overloon

Alice in Wonderland.

4 Vind me dan. Achtergrondinfo Planten en dieren hebben allerlei manieren om niet op te vallen. Deze kunnen onderverdeeld worden in:

LEERKRACHTGEDEELTE ACTIVITEIT HOE-FILE: HOE MAAK IK HET UIT? VAN LIEF NAAR EX.

Thema 1 Concentratie. Waarom? Wanneer? Hoe? Kringgesprek

6 Past je werk bij je privéleven? In deze prestatie ga je laten zien dat stage en privéleven best samen kunnen gaan.

Speklappen en rookworsten

OPDRACHTENBLAD. Opdracht 1 Waar kun je aan zien dat dit artikel iets met wetenschap en techniek te maken heeft? Zet daar een rondje om.

opdracht 1 instructie telefoongesprek speech opdracht 2 boekbespreking poëziepresentatie sollicitatie

Workshop Vertellen. Workshop Vertellen

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Filmpje kijken en aantekeningen maken

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Boekverslag & presentatie

Deze opdracht doe je met een maatje. Vertel aan elkaar wat je hebt onthouden van de tekst. Gebruik de woorden: Wie? Wat? Welke? Waar? Wanneer? Hoe?

De brug van Adri. Rollen: Verteller Martje Adri Wim

Lekker spelen! gemeente Staphorst

Tekst lezen en vragen stellen

In je kracht. Werkboek voor deelnemers

Paaswake voor kinderen 31 maart 2018

MONDELINGE TAALVAARDIGHEID BK 2 MAKKELIJK GEZEGD. Wat ga je doen?

Nederlands in Uitvoering

Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties

Mentorlessen. Klas:...

Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus

Actielessen. Lesbrief 1. Nederlands leren. Wat leert u in deze les? Veel succes!

Opdrachtkaarten Herfst

Inhoudsopgave. Stages. Het zoeken van een stageplaats Stappenplan

De Trampoline De Haar 200, Leidschendam

boosheid onder controle? Hoe krijg ik die Vaardigheden en technieken om je te helpen omgaan met boosheid & frustratie

Wat ga je schrijven: een verklarende tekst. Een oorzaak-gevolg-schema maken met je schrijfmaatje

Tekst lezen en een tekstschema invullen

Het onderzoek van de burgemeester 5/6

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken

Handleiding bij leskaarten groep 5. Verantwoording Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede

leerlingbrochure nld Door: Jolanthe Jansen

LESBRIEF NR 2 OPDRACHT 1 ANDERS? VOOR GROEP

Tekst lezen en vragen stellen over de tekst

4 In de tekst staat: Dit is een recept voor een toetje. Weet jij wat een recept is? Kruis de goede zin aan.

Transcriptie:

Toneelspelen Wat ga je leren? Je leert wat letterlijke tekst is, wat een verteller is en hoe je tekst uit een boek in een toneelstukje kunt omzetten. INLEIDING Hieronder zie je een stuk van het verhaal van van de Petteflet. In het verhaal hoor je heel vaak iets zeggen. Dit kun je ook zien in het verhaal. Alles wat zegt staat tussen aanhalingstekens. Dit noemen we letterlijke tekst. Lees onderstaande tekst maar eens en let op de aanhalingstekens. Hoe lang ben je bezig? Ongeveer 2 3 uur Wat heb je nodig? kleurpotloden pen/potlood lijntjespapier materiaal voor het toneelstuk leesboek (keuzeopdracht) Wat is er dan? vraagt. Er is iemand in nóód! riep Dikke Dollie. Wie dan? Kom gauw, riep Dollie weer. Ze was heel zenuwachtig, ze fladderde nog even gauw een rondje om heen. Ze riep nog snel: Derde eikenboom van links vlak bij de vijver. En toen vloog ze weg. wilde dadelijk naar de lift gaan. Hij begon al hard te lopen want hij wou zo gauw mogelijk naar het park. Maar na twee stappen bleef hij staan en draaide zich om. Daar bij de leuning stond nog steeds het roze meisje. Het dochtertje van mevrouw Helderder, de keurige, schone. Ze mocht nooit naar buiten, want ze moest altijd schoon blijven. stapte naar haar toe en zei: Luister eens, zou jij me willen helpen? keek verwonderd op. Ze had al die tijd over de leuning gehangen en naar het uitzicht gekeken; ze had het gesprek van Dollie en helemaal niet opgemerkt.

Ik moet naar het park met m n kraanwagentje, zei haastig. Ik moet daar iemand gaan redden. Redden? vroeg. Wie dan? Hoe dan. Dat weet ik nog niet, zei. Maar ik ben bang dat ik het niet alleen af kan. Ga alsjeblieft mee. weifelde. Toen schudde ze haar hoofd. Ik mag niet, zei ze. In het park maak ik me vuil, zegt mijn moeder. Ik mag nooit naar het park. Wél om iemand te helpen, zei. Nou doe je t? Of doe je t niet? Er is haast bij, weet je. schudde haar hoofd. Ik durf niet zei ze. Goed, zegt. Dan ga ik alleen. En hij draafde weg naar de lift. Maar vlak voor hij de liftdeur dicht trok, kwam hijgend aanlopen. Ik kom toch, zei ze. Uit: A.M.G. Schmidt, van de Petteflet, Uitgeverij Querido, Amsterdam, 1971 OPDRACHTEN Opdracht 1 Bekijk het verhaal van nog eens. Onderstreep alles wat zegt met een rood potlood. Onderstreep alles wat zegt met een blauw potlood. Onderstreep alles wat Dollie zegt met een groen potlood. Opdracht 2 De tekst die je NIET onderstreept hebt, vertelt de verteller van het verhaal. De verteller vertelt bijvoorbeeld iets over hoe de plek eruit ziet waar en zijn. In een toneelstuk is er meestal geen verteller. Daar beelden ze alles uit. En elke persoon zegt zijn eigen tekst. Het stukje van van de Petteflet uit de inleiding kun je ook in de vorm van een toneelstuk zetten. Het ziet er dan zo uit:

Dollie Dollie Wat is er dan? Er is iemand in nóód! Wie dan? Kom gauw Derde eikenboom van links vlak bij de vijver. Luister eens, zou je me willen helpen? Ik moet naar het park met mijn kraanwagentje. Ik moet daar iemand redden. Redden? Wie dan? Hoe dan? Dat weet ik nog niet. Maar ik ben bang dat ik het niet alleen af kan. Ga alsjeblieft mee. Vul het schema verder in.

Opdracht 3 Probeer met drie andere kinderen het stukje van van de Petteflet na te spelen. Gebruik hiervoor de tekst die staat bij de inleiding en laat iemand de tekst van de verteller voorlezen. Je hebt 4 rollen: 1. Verteller 2. 3. Dikke Dollie 4.. Veel succes! Opdracht 4 Probeer opnieuw met andere kinderen het stukje van de Petteflet na te spelen. Maar let op: Er is nu GEEN verteller meer. Er zijn dus, naast jezelf nog maar twee andere kinderen nodig. Als er geen verteller is, moeten de toneelspelers niet alleen praten maar ook dingen laten zien. Zo moeten andere kinderen bijvoorbeeld kunnen zien dat Dollie zenuwachtig rond fladderde en dat na twee stappen bleef staan en zich omdraaide en dat weifelde en toen haar hoofd schudde en enzovoort. In de inleiding staat wat er allemaal precies gebeurde en in opdracht 2 wat iedereen moet zeggen. Voordat je gaat spelen is het handig om een schema te maken als bij opdracht 2. In het schema staat wat iedereen moet zeggen, maar ook wat iedereen moet doen. Kijk naar onderstaand schema, daar hebben we al een begin gemaakt: Rol Wat iedereen doet Wat iedereen zegt staat stil en kijkt Dollie aan en zegt dan: Wat is er dan? Dollie Dolly fladdert met vleugel en roept: Er is iemand in nóód! staat nog stil en zegt: Wie dan? Dollie Dollie fladdert om Kom gauw heen en roept... Derde eikenboom van links vlak bij de vijver. rent weg, Luister eens, zou je me willen helpen? Ik moet maar stopt als hij naar het park met mijn kraanwagentje. ziet en zegt tegen haar: Ik moet daar iemand redden. Redden? Wie dan? Hoe dan? Dat weet ik nog niet. Maar ik ben bang dat ik het niet alleen af kan. Ga alsjeblieft mee.

Rol Wat iedereen doet Wat iedereen zegt Neem bovenstaand deel van het schema over op lijntjespapier en vul het in met wat en doen en wat ze zeggen. AFSLUITING Voer het toneelstuk van van de Petteflet (zonder verteller) op in de klas. Gebruik hiervoor het schema uit opdracht 4. Doe het daarna nog eens, maar nu met verteller. Dat heb je bij opdracht 3 al een keer geoefend. Vraag aan de kinderen in de klas wat makkelijker was om te begrijpen. Vertel dan aan je leerkracht en de kinderen uit je klas wat gemakkelijker was om te spelen. KEUZEOPDRACHTEN Keuzeopdracht 1 Schrijf een eigen toneelstuk. Kies twee hoofdpersonen en beschrijf hoe ze eruit zien. Hoofdpersoon 1: Hoofdpersoon 2:

Bedenk waar het verhaal over gaat. Het onderwerp is: Bedenk een plek waar het verhaal gebeurt. De plek is: Schrijf op lijntjespapier wat de hoofdpersonen tegen elkaar zeggen. Doe dat zoals je dat bij opdracht 2 al eerder hebt gedaan. Daar waren en de hoofdpersonen. Maak nu zelf zo n schema, maar dan met de namen van je eigen hoofdpersonen en wat zij volgens jou moeten zeggen. Keuzeopdracht 2 Ga je toneelstuk oefenen. Je kunt samen met een klasgenoot de hoofdpersonen spelen, maar je kunt ook poppetjes gebruiken. Als je het liefst samen met een klasgenoot wilt oefenen vraag dan aan je leerkracht met wie je dat mag doen. Bedenk of je het toneelstuk wil opvoeren voor de klas of voor een paar leerlingen. Bedenk of je nog spullen nodig hebt voor je toneelstuk. Zo ja, verzamel deze dan of maak ze zelf. Keuzeopdracht 3 Zoek zelf een verhaal op waarin heel veel letterlijk wordt gezegd. Zoek ook een verhaal op waar de verteller het meeste aan het woord is. Van welk verhaal kun je makkelijker een toneelstuk maken en waarom?