Raadsvoorstel Onderwerp: Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen Omgevingsrecht Indiener agendapunt: College van Burgemeester en wethouders Roerdalen Portefeuillehouder: C.T.G. Wolfhagen Gevraagd besluit: 1. De Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen vast te stellen en deze categorieën aan te wijzen als gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit Omgevingsrecht. Bijlage(n): Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen Bijlage(n) ter inzage: - Consequenties: Vereenvoudiging buitenplanse afwijking bestemmingsplan Samenvatting Door het aanwijzen van categorieën gevallen waarvoor geen Verklaring van Geen Bedenkingen is vereist wordt de procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan aanzienlijk verkort. Daarnaast wordt de procedure eveneens verkort voor het verlenen van een omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan waarvoor wel een Verklaring van Geen Bedenkingen van de gemeenteraad is vereist doordat raadsvoorstellen rechtstreeks worden voorgelegd aan de gemeenteraad zonder tussenkomst van de commissie. Aanleiding Op 10 juli 2014 is door uw raad de Kadernota 2015 vastgesteld. Een van de drie speerpunten die daarin nader zijn uitgewerkt is het speerpunt sturingskracht. Sturingskracht is het vermogen waarmee resultaten bereikt kunnen worden. Dit wil de gemeente bereiken door het zijn van een slagvaardige organisatie. Controles en protocollen ondersteunen de gemeente in het bereiken van doelen, maar krijgen daarbij nooit de overhand. De gemeente treedt op vanuit vertrouwen en mogelijkheden. Procedures en regels worden verkort en vereenvoudigd om snel met mandaat te kunnen handelen zodat het speerpunt de mens centraal mogelijk gemaakt wordt. In de kadernota heeft uw raad vastgelegd dat procedures en regels vereenvoudigd en verkort dienen te worden. Om bij te dragen aan dit standpunt is het mogelijk om de procedure voor buitenplanse afwijkingen van een bestemmingsplan te vereenvoudigen. Met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 zijn de mogelijkheden om activiteiten voor zaken waarvoor een vergunningsplicht geldt en die in strijd zijn met het bestemmingsplan toch vergund te krijgen gewijzigd. Voorheen was het via de Wet ruimtelijke ordening mogelijk om in geval van strijd met het bestemmingsplan ontheffing van het bestemmingsplan te verlenen of een projectbesluit te nemen. De bevoegdheid tot afwijking van het bestemmingsplan is nu vastgelegd in de Wabo. Pagina 1
Om de procedure voor het afwijken van een bestemmingsplan door middel van een ruimtelijk onderbouwde omgevingsvergunning te verkorten en te vereenvoudigen is het mogelijk om een Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen op te stellen. Kader Het kader wordt gevormd door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Kadernota 2015. Afwegingen en argumenten Het bestemmingsplan is een juridisch bindend document voor zowel de overheid als voor burgers en bedrijven. In het bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd voor een bepaald gebied. Gemeenten zijn verplicht om voor het gehele grondgebied te beschikken over actuele bestemmingsplannen. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Tevens is het verboden een bouwwerk te bouwen in strijd met het bestemmingsplan. Voorheen was het via de Wet ruimtelijke ordening mogelijk om in geval van strijd met het bestemmingsplan ontheffing van het bestemmingsplan te verlenen of een projectbesluit te nemen. De bevoegdheid tot afwijking van het bestemmingsplan is nu vastgelegd in de Wabo. De Wabo kent een aantal mogelijkheden om af te wijken van het bestemmingsplan. 1. Binnenplanse afwijking In art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 1 van de Wabo staat vermeld dat indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking een omgevingsvergunning kan worden verleend. De grondslag voor deze afwijking is terug te vinden in het bestemmingsplan. 2. Kruimelgevallenregeling De kruimelgevallenregeling staat beschreven in art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 2 van de Wabo. Indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan kan in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen een omgevingsvergunning worden verleend. Deze afwijking is alleen mogelijk voor gevallen die zijn opgenomen in bijlage II, artikel 4 van het Bor. Of het college wel of niet wil meewerken aan deze afwijkingsmogelijkheid staat het college vrij. Het is immers een kan bepaling. Om invulling te geven aan deze mogelijkheid heeft het college nadere beleidsregels vastgesteld. Pagina 2
3. Buitenplanse afwijking De mogelijkheid tot buitenplanse afwijking, ook wel projectafwijkingsbesluit genoemd staat beschreven in art. 2.12, eerste lid, sub a onder 3 van de Wabo. Indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan kan de activiteit in gevallen die niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat, een omgevingsvergunning worden verleend. De bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning ligt bij het college. Alleen geldt voor deze afwijkingsmogelijkheid dat de omgevingsvergunning pas kan worden verleend, op grond van artikel 6.5, eerste lid van het Bor, nadat de gemeenteraad heeft verklaard daartegen geen bedenkingen te hebben. Op grond van artikel 6.5, derde lid van het Bor, kan de gemeenteraad categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen van de raad niet vereist is. De verkorting en de vereenvoudiging van de bestemmingsplanprocedure die hier aan de orde is, is de buitenplanse afwijking. Procedure buitenplanse afwijking Op het projectafwijkingsbesluit is de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit paragraaf 3.3 van de Wabo van toepassing. Op grond van deze procedure dient binnen 26 weken een besluit te worden genomen op een verzoek om omgevingsvergunning waarvoor een projectafwijkingsbesluit is vereist. Zoals eerder al gezegd is het voor deze procedure noodzakelijk dat de raad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft. Deze procedure vereist dat een project tweemaal wordt voorgelegd aan de raad. De eerste keer geeft de raad een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af. Deze ontwerp verklaring wordt samen met het ontwerp besluit ter inzage gelegd. Vervolgens geeft de raad, na de inzagetermijn, met inachtneming van eventueel tegen het ontwerp ingediende zienswijzen en de reactie hierop, een definitieve verklaring van geen bedenkingen af. Pas nadat de definitieve verklaring van geen bedenkingen is afgegeven kan het college de gevraagde omgevingsvergunning verlenen. Het tijdspad is weergegeven in onderstaande tabel. Pagina 3
Ontvangst aanvraag, beoordelen op volledigheid, toets aan bestemmingsplan Ambtelijke beoordeling wenselijkheid ontwikkeling Collegevoorstel en raadsvoorstel c.q. alleen collegevoorstel voor ontwerpverklaring van geen bedenkingen Publicatie en ter inzage leggen ontwerpbesluit Ambtelijke behandeling zienswijzen (onderscheid wel of geen zienswijzen) Collegevoorstel en raadsvoorstel c.q. alleen collegevoorstel voor definitieve verklaring van geen bedenkingen (onderscheid wel of geen zienswijzen) Verlenen vergunning door college Met verklaring raad Zonder verklaring raad Proceduretijd Cumulatief Proceduretijd Cumulatief 2 weken 2 weken 2 weken 2 weken 4 weken 6 weken 4 weken 6 weken 12 weken 18 weken 2 weken 8 weken 8 weken 26 weken 8 weken 16 weken 3 weken of (2 weken) 8 weken (2 weken) 29 weken (28 weken) 37 weken (30 weken) 2 weken 39 weken (32 weken) 2 weken 18 weken 2 weken 20 weken 2 weken 22 weken Pagina 4
Verkorten procedure Aan de hand van bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat een procedure waarbij alleen besluitvorming door het college nodig is aanzienlijk korter is. Op dit moment is de proceduretijd ongeveer 39 weken wanneer er zienswijzen worden ingediend en een tweede behandeling door de raad dus noodzakelijk is en geldt een proceduretijd van 32 weken wanneer er geen zienswijzen worden ingediend en vaststelling van de VVGB wordt gedelegeerd aan het college. In de praktijk zijn langere procedures vaak nog realistischer gelet op: - de vereiste ambtelijke voorbereidingstijd, met name indien zienswijzen worden ingediend; - de vergaderfrequentie van de raad; - de termijn in de praktijk doorgaans niet zo perfect op elkaar aansluiten als in bovenstaand model wordt weergegeven. Gelet op de belangen van aanvragers bij een spoedige procedure, de wens tot deregulering en het verminderen van de administratieve lasten, voortvloeiend uit de kadernota, is het wenselijk om de proceduretijd te verkorten. Eerder is door het presidium al besloten dat deze raadsvoorstellen niet meer in de commissie behandeld worden. Daarnaast waren deze raadsbesluiten in 2014 allemaal een hamerstuk. Om deze redenen is het wenselijk om de procedure te verkorten. Hetgeen bereikt kan worden door: - Het aanwijzen van categorieën gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de raad is vereist. Door deze categorieën aan te wijzen kan de proceduretijd voor het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan met ongeveer 10 weken te verkorten. Dit leidt tot een aanzienlijke versnelling in de besluitvorming en biedt meer ruimte voor flexibiliteit doordat de besluitvorming niet gebonden is aan de vergaderfrequentie van de raad. Voor de categorieën van gevallen die aangewezen worden wordt de proceduretijd aanzienlijk verkort. Daarnaast is het mogelijk de procedure voor gevallen die niet worden aangewezen in de Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen enigszins te verkorten door deze voorstellen, zonder advies van de commissie, direct ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. Op deze manier wordt de procedure met ongeveer één maand verkort. Verhouding nieuwe wet- en regelgeving In de commissievergadering van 13 oktober 2014 is gevraagd hoe de bepalingen die zijn opgenomen in de Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen zich verhouden tot de op 1 november 2014 in werking tredende wijzigingen van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat de wijziging van het Bor ziet op een aanpassing van de regeling voor vergunningsvrij bouwen en de toepassing van de kruimelgevallenregeling. Het raadsvoorstel ziet op aanvragen omgevingsvergunning die niet passen binnen deze regimes en ruimtelijk uitgebreid moeten worden gemotiveerd / moeten worden voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. De nieuwe kaders in het Bor zijn vergeleken met het raadsvoorstel. De conclusie luidt dat er geen tegenstrijdigheden of overlappingen zijn tussen de Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen en het Bor. Pagina 5
Rol gemeenteraad Het feit dat er gevallen worden aangewezen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van uw raad is vereist betekent niet dat uw raad niet meer betrokken zal zijn bij ruimtelijke projecten. Alleen relatief kleine bestemmingsplanafwijkingen zijn opgenomen in de nu voorgestelde Lijst Verklaring van Geen Bedenkingen. Voorbeelden hiervan zijn de plaatsing van een tijdelijke woonunit op een woningbouwlocatie en het in beperkte zin afwijken van de in het bestemmingsplan gehanteerde maten voor dak- en goothoogte. Ons college kan en zal indien een ontwikkeling naar het oordeel van het college politiek gevoelig is voorleggen aan uw raad voor een individuele verklaring van geen bedenkingen. Twee jaarlijks zal aan uw raad een overzicht worden verstrekt met de afgegeven VVGB vergunningen. Proces en communicatie Het besluit wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt. Sint Odiliënberg, 18 december 2014 Burgemeester en wethouders van Roerdalen, De secretaris, De burgemeester, J.J.W.M. L Ortije mr. M.D. de Boer-Beerta Pagina 6