De maan van dichtbij

Vergelijkbare documenten
TULE inhouden & activiteiten Oriëntatie op jezelf en de wereld - natuur en techniek. Kerndoel 46. Toelichting en verantwoording

4 Het heelal 6. De zon. De aarde. Jupiter. De maan. Ons zonnestelsel. Mars. Mercurius Venus

De ruimte. Thema. Inhoud

Licht 7. Welk deel van het licht wordt door een plant gebruikt voor de fotosynthese? A. groen licht B. rood licht C. zwart licht D.

Planeten. Zweven in vaste banen om een ster heen. In ons zonnestelsel zweven acht planeten rond de zon. Maar wat maakt een planeet nou een planeet?

NAAM: SaLVO! KLAS: Lesbrief de Maan AARDRIJKSKUNDE NATUURKUNDE WISKUNDE KLAS 2/3 HV

1. Het Heelal. De aarde lijkt groot, maar onze planeet is niet meer dan een stip in een onmetelijke ruimte.

Drenthe Drenthe is de provincie waar de minste mensen op een vierkante kilometer wonen. In heel Drenthe wonen ongeveer mensen.

Drenthe Drenthe is de provincie waar de minste mensen op een vierkante kilometer wonen. In heel Drenthe wonen ongeveer mensen.

T2b L1 De ruimte of het heelal Katern 1

Het eetbare zonnestelsel groep 5-7

Auditieve oefeningen bij het thema: de ruimte

Vragen die naar voren komen zijn: Is het in Australië even laat, en waarom? Hoe lang duurt een dag op de maan? Waarom zijn er seizoenen?

Auditieve oefeningen bij het thema: de ruimte

1. De maan 3 2. Volle maan 4 3. Een maand 6 4. De maan trekt 8 5. Een reis naar de maan 9 6. Op de maan Maanweetjes 11 8.

inhoud 1. Inleiding 3 2. Wat is een maan? 4 3. Het ontstaan van de maan 4. De maan en de maanden 5. Kijken naar de maan 6. Landing op de maan

Leraar: H. Desmet, W.Van Dyck Handtekening: Pedagogisch begeleider: G. Tibau

Naam: Janette de Graaf. Groep: 7. Datum:Februari Het heelal.

Test je kennis! De heelalquiz



* Je kunt natuurlijk ook foto s van de lucht maken met de gedraaide zonnebril voor de lens.

ONTDEK HET PLANETARIUM! DE ANTWOORDEN GROEP 3-4

Introductie Ruimtemissie Rosetta

Een les voor de bovenbouw van de basisschool en de eerste klassen van het voortgezet onderwijs over verhoudingen

Zons- en maansverduistering

inhoud 1. Inleiding 2. Wat is een planeet 3. Soorten planeten 4. Het ontstaan van planeten 5. De planeten 1.Mercurius 2. Venus 3. De Aarde 4.

Handleiding stellarium

Avontuurlijke ruimtestages. 6 dagen / 5 nachten (van dag 1 om 17 u. tot en met dag 6 om 15 u.)

1) Mercurius. 2) Zoek informatie over vallende sterren. Muurkrant opdracht in 2-tallen

STERRENBOEKJE van. versie 3 4 februari

Hoe hoog is dat? groep Bron:

Inleiding. Ik heb hiervoor gekozen omdat ik het heel interessant vind en ik had een onderwerp nodig.

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen

3 Kermis aan de hemel

Geschiedenis/erfgoed

Les 2 Ophelderen Leestekst: Het zonnestelsel

Ik doe mijn spreekbeurt over de ruimte omdat ik het een interessant onderwerp vind en ik er graag meer over wilde weten.

dag en nacht Vragen behorende bij de clip dag en nacht op

Spreekbeurt Aardrijkskunde Zonnestelsel

Lesmateriaal bovenbouw

Thema 5 Aarde in het heelal

Lesbrief. Voetstappen Kader Abdolah

HOE KOM JE NAAR DE LES?

Zon, aarde en maan. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Reis naar andere hemellichamen

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

Die aantrekkingskracht noemt men ook de zwaartekracht.

Werkbladen In de klas. Leven in het heelal. Naam. School. Klas 2 en 3 havo-vwo. Klas

Woordenlijst - Aarde

VAN STEELPAN NAAR LEEUW

Basiscursus Sterrenkunde

Leerpad Holle Wegen Halen. Opdrachten. Holle_Wegen_OPDRACHT.indd 1 20/04/10 14:04

Leerkrachten handleiding werkboekje sterrenwacht Halley

Samenvatting ANW Hoofdstuk 6

Praktische Sterrenkunde H o o r c o l l e g e A r t i s

inhoud 1. Overal sterren 2. Wat is een ster? 3. Het leven van een ster 4. Een ster dichtbij 5. De zon 6. Sterren en kleuren 7.

ONTDEK HET PLANETARIUM! DE ANTWOORDEN GROEP 7-8

SPECIAAL WEEKJOURNAAL: THEMAWEEK STERREN EN PLANETEN

HOE VIND JE EXOPLANETEN?

12 Tijd. Klokkijken. Een plank van 3 m en 20 cm wordt in 4 gelijke stukken gezaagd. Hoe lang is elk stuk? 3 m en 20 cm = 320 cm. 320 cm : 4 = 80 cm

1. Zwaartekracht. Hoe groot is die zwaartekracht nu eigenlijk?

Werkbladen In NEMO. Zoeken naar leven. Naam. School. groep 7-8. Klas

Presentatie bij de cursusbrochure Sterrenkunde voor Jongeren

1 Inleiding. Worden de maanden langer of korter?

3. Verwerking door discussie. (15 min.) De feiten en juiste antwoorden zijn voor de leraar ter beschikking in dit document.

Werkbladen in NEMO. Leven in het heelal. Naam. School. Onderbouw havo-vwo. Klas

Met de Kijker op Jacht, Universum 1, 2006 Door: Jeffrey Bout

Projectboekje ruimte Oudste kleuters

Reis naar andere hemellichamen

Samenvatting door D woorden 28 november keer beoordeeld. Aardrijkskunde

Beverbadges Steven Stroom

Tips, achtergrondinformatie en lesmateriaal voor ruimtevaart in de klas

Lesbrief. Een goeie truc Marjan Berk

Wat zie jij op het plaatje? Schrijf het vehaal af. De golf was zo hoog als een. Er staan heel veel huizen onder

De regenworm en zijn moeder

De Ark, Lichtkring, Marktpleinkerk en clubs vieren samen KINDERKERSTFEEST Liturgie

ONTDEK HET PLANETARIUM! DE ANTWOORDEN GROEP 5-6

Een vreemde planeet groep 5-8

Oplossingen uit het vorige nummer

Oplossingen uit het vorige nummer

Oplossingen uit het vorige nummer

Oplossingen uit het vorige nummer

Oplossingen uit het vorige nummer

Kerndoel 46 De leerlingen leren dat de positie van de aarde ten opzichte van de zon leidt tot natuurverschijnselen, zoals seizoenen en dag/nachtritme.

Kernvraag: Hoe reflecteren de. verschillende materialen licht?

Les 1.3 Lichamelijke beperking

Zondag 7 januari Het feest van Epifanie. Evangelie-lezing: Mattheüs 2 : 1 12

Delfstoffen uit de ruimte

12 Tijd VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Tijd. Klokkijken

Tekstboek. VMBO-T Leerjaar 1 en 2

Transcriptie:

De maan van dichtbij Workshop over de Maan voor docenten van groep 1-4 www.ruimtevaartindeklas.nl Judith Bal

www.ruimtevaartindeklas.nl Maan Quiz Les Maanmozaïek Aan de slag Andere ideeën en vragen (Kraters maken)

Vraag 1: Zie de maan schijnt door de bomen Maar schijnt de maan wel echt? A. Ja, de maan geeft licht, net als de zon. B. Nee, de maan weerkaatst vooral het licht van de duizenden sterren in het heelal. C. Nee, de maan weerkaatst vooral het licht van de zon. D. Nee, de maan weerkaatst vooral het licht van de aarde.

Vraag 1: Zie de maan schijnt door de bomen Maar schijnt de maan wel echt? A. Ja, de maan geeft licht, net als de zon. B. Nee, de maan weerkaatst vooral het licht van de duizenden sterren in het heelal. C. Nee, de maan weerkaatst vooral het licht van de zon. D. Nee, de maan weerkaatst vooral het licht van de aarde.

Vraag 2: Wat is het verschil tussen een planeet en een maan? A. Een maan draait om een zon, een planeet draait om een maan. B. Er is geen verschil. C. Een planeet draait om een zon, een maan draait om een planeet. D. Een maan is hoogstens 1000 km doorsnede, planeten zijn groter.

Vraag 2: Wat is het verschil tussen een planeet en een maan? A. Een maan draait om een zon, een planeet draait om een maan. B. Er is geen verschil. C. Een planeet draait om een zon, een maan draait om een planeet. D. Een maan is hoogstens 1000 km doorsnede, planeten zijn groter.

Vraag 3: Hoelang duurt een dag op de maan? Een dag is de periode dat het hemellichaam één keer ronddraait om haar eigen as. Op aarde duurt een dag 24 uur. A. 12 uur B. 24 uur C. Een week D. Een maand

Vraag 3: Hoelang duurt een dag op de maan? Een dag is de periode dat het hemellichaam één keer ronddraait om haar eigen as. Op aarde duurt een dag 24 uur. A. 12 uur B. 24 uur C. Een week D. Een maand

Vraag 4: Op de foto zie je de maan en de zon zoals je ze vanaf de aarde ziet. Ze lijken allebei even groot op deze foto. Wat is waar? A. De maan en zon lijken ongeveer even groot omdat ze ook ongeveer even groot zijn. B. De maan is veel groter dan de zon, maar omdat de maan veel dichter bij de aarde staat lijken maan en zon ongeveer even groot. C. De maan is veel kleiner dan de zon, maar omdat de maan veel dichter bij de aarde staat lijken ze ongeveer even groot. D. Geen van de andere antwoorden is goed.

Vraag 4: Op de foto zie je de maan en de zon zoals je ze vanaf de aarde ziet. Ze lijken allebei even groot op deze foto. Wat is waar? A. De maan en zon lijken ongeveer even groot omdat ze ook ongeveer even groot zijn. B. De maan is veel groter dan de zon, maar omdat de maan veel dichter bij de aarde staat lijken maan en zon ongeveer even groot. C. De maan is veel kleiner dan de zon, maar omdat de maan veel dichter bij de aarde staat lijken ze ongeveer even groot. D. Geen van de andere antwoorden is goed.

Vraag 5: De maan staat altijd met dezelfde kant naar de aarde toegekeerd. Stel, je staat op de maan en kijkt naar de aarde. Wat zie je in de loop van een maanetmaal? A. De aarde komt op in het westen en gaat onder in het oosten. B. De aarde staat altijd op dezelfde plaats aan de hemel. C. De aarde komt op in het oosten en gaat onder in het westen. D. Geen van de andere antwoorden is goed.

Vraag 5: De maan staat altijd met dezelfde kant naar de aarde toegekeerd. Stel, je staat op de maan en kijkt naar de aarde. Wat zie je in de loop van een maanetmaal? A. De aarde komt op in het westen en gaat onder in het oosten. B. De aarde staat altijd op dezelfde plaats aan de hemel. C. De aarde komt op in het oosten en gaat onder in het westen. D. Geen van de andere antwoorden is goed.

Vraag 6: In welk jaar zette voor het eerst een mens voet op de maan? A. 1979 B. 1969 C. 1959 D. 1989

Vraag 6: In welk jaar zette voor het eerst een mens voet op de maan? A. 1979 B. 1969 C. 1959 D. 1989

Vraag 7: Hoe ver is de maan van de aarde verwijderd? A. 400 kilometer B. 4.000 kilometer C. 40.000 kilometer D. 400.000 kilometer

Vraag 7: Hoe ver is de maan van de aarde verwijderd? A. 400 kilometer B. 4.000 kilometer C. 40.000 kilometer D. 400.000 kilometer

Vraag 7: Wat is waar? De astronauten die op de maan geweest zijn, A. moesten een speciaal astronautenpak aan om te voorkomen dat ze ziek zouden worden door maanbacteriën. B. moesten een speciaal astronautenpak aan, omdat je anders te diep wegzakt in de maanbodem. C. moesten een speciaal astronautenpak aan, omdat de maan geen atmosfeer heeft. D. konden in hun gewone kleren buiten lopen, maar moesten wel handschoenen dragen en een zonnebril op.

Vraag 7: Wat is waar? De astronauten die op de maan geweest zijn, A. moesten een speciaal astronautenpak aan om te voorkomen dat ze ziek zouden worden door maanbacteriën. B. moesten een speciaal astronautenpak aan, omdat je anders te diep wegzakt in de maanbodem. C. moesten een speciaal astronautenpak aan, omdat de maan geen atmosfeer heeft. D. konden in hun gewone kleren buiten lopen, maar moesten wel handschoenen dragen en een zonnebril op.

Les Maanmozaïek Wat voor opdrachten zou je hierbij kunnen doen?

Verwonderen Hoe ver is de maan? Is de maan plat of rond? Wordt de maan steeds kleiner en groter, groeit de maan? Geeft de maan licht? Wonen er mensen op de maan?

Groep 1 2: Verwonderen De hemel met zon, maan en sterren Groep 3 4: Vormen van de maan zoals wij die zien Verandering van de schaduw van een object in de loop van een dag De stand van de zon op verschillende momenten van de dag (opkomst oosten, hoogtepunt zuiden, ondergang westen)

Maanmozaïek maken Tips voor puzzelen met kleuters: Samen 1 puzzel maken Tekening op de achterkant maken en puzzel omdraaien Puzzelstukjes nummeren of kleurcodes geven

Maanmozaïek bespreken Kom terug op de vragen in het begin Bekijk de structuur van de maan

Andere Les ideeen Prentenboeken Maanknutsels Verteltafel Maak een maantas Liedjes

Vragen?