HET NIET-GEVENTILEERDE PLATTE DAK
Het niet-geventileerde platte dak 41 STICHTING BOUWRESEARCH SAMSOM UITGEVERIJ ALPHEN AAN DEN RIJN/BRUSSEL 1974
ISBN 90 1402309 X
Voorwoord Het platte dak blijkt in de praktijk nog steeds aanleiding te geven tot vele problemen en schade. Schade die vaak niet dan met grote kosten is te herstellen. De problemen liggen doorgaans op bouwfysisch terrein, met name treden vaak schadegevallen op door onvoldoende of onjuist uitgevoerde isolatie. Geen wonder dat aan dit belangrijke onderdeel van gebouwen een groot deel van het onderzoekwerk van de Stichting Bouwresearch wordt besteed. Reeds eerder werd in de publicatie nr. 11: 'Ventilatie van muren en daken' aandacht besteed aan het geventileerde platte dak. Een belangrijk deel van platte dakconstructies wordt echter nog steeds uitgevoerd als niet-geventileerde daken. Enerzijds is dit het gevolg van de gunstige ervaringen die in de praktijk zijn opgedaan met 'in-zichzelf-isolerende' dakplaten van bijv. gasbeton, anderzijds omdat soms een effectieve ventilatie van de isolatielaag niet altijd mogelijk is. Het vochttechnisch gedrag van het ongeventileerde platte dak is lange tijd vrij negatief beoordeeld. De onderzoekingen hebben echter aangetoond, dat - mits de juiste opbouw wordt gekozen - goede resultaten worden bereikt. In de onderhavige publicatie wordt ook aandacht besteed aan de nieuwe ontwikkelingen bij dit soort daktypen, t.w. het platte dak waarbij de isolatie is aangebracht op de waterdichte laag. Betreffende dit constructietype wordt het onderzoek nog voortgezet; in een later stadium zal hierover worden gerapporteerd. Het onderzoek werd uitgevoerd door de Technisch Physische Dienst TNO-TH onder begeleiding van de Studiecommissie B2 'Warmte- en vochttransport', die ten tijde van het gereedkomen van het manuscript voor deze publicatie als volgt was samengesteld: IR. F. J. VAN SA NTE voorzitter IR. R. POELS secretaris IR. R. A. DE HEER onderdirecteur Bouwcentrum, Rotterdam raadgevend ingenieur, Leiderdorp medewerker Ingenieursbureau Dwars, Heederik en Verhey N.V. Amersfoort 5
IR. M. HUGENHOL TZ PROF. IR. C. J. HOOG EN- DOORN IR. W. J. LICHTVELD IR. H. F. MER TENS IR. A. W. VAN SETERS IR. R. V. VAN DER SCHAAR H. SCHREUDER PROF. IR. A. C. VERHOEVEN IR. J. UYTTENBROECK directeur Adviesbureau P. W. Deerns BV, Groningen hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft raadgevend Lichtveld en Buis, Utrecht architect, BNA, Breukelen oud-directeur Instituut TNO voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies, Delft adviserend ingenieur, Leusden medewerker N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, Hoevelaken hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf, Brussel Namens T.N.O. werd aan de vergaderingen deelgenomen door: DR. IR. J. DE JONG IR. P. EUSER DR. IR. J. VAN DER KOOI B. H. VOS onderdirecteur Technisch Physische Dienst TNO-TH, Delft medewerker Technisch Physische Dienst TNO-TH, Delft medewerker Technisch Physische Dienst TNO-TH, Delft Hoofd van de Sectie Warmte- en Vochttransport van het Instituut TNO voor Bouwmaterialen en Bouwconstructies, Delft Het manuscript voor deze publicatie werd verzorgd door dr. ir. J. de Jong en dr. ir. J. van der Kooi. ' IR. F. J. VAN SANTE voorzitter B2 6
Inhoud blz. 1 lideidhmg 2 Functies en eigenschappen van verschillende dakonderdelen 2.1 Draagvloer 2.2 Isolatielaag 2.3 Verlaagd plafond 2.4 Dampremmende lagen 2.5 Dampdrukverdelende lagen 2.6 Afschotlaag 2.7 Ballastlaag 3 Opbouwen toepasbaarheid van verschillende typen niet-geventileerde daken 3.1 Algemene indeling 3.2 Enkelvoudige constructies 3.3 Samengestelde constructies 3.4 Dakconstructies waarbij de isolatielaag is aangebracht op een waterdichte laag Figuren 1 tot en met 15 Weergave van onderdelen uit een dak Literatuur 9 10 10 12 15 16 18 21 22 23 23 25 29 35 37 57 58 7