Alle deelkwalificaties SAW WZ 201 Werken volgens werkplan De deelnemer kan - kenmerken beschrijven van sociaal pedagogisch werk, sociaal cultureel wek en maatschappelijke dienstverlening; - het belang beschrijven van methodisch werken; - werkzaamheden uitvoeren binnen een aangereikt werkplan; - reageren op bijzonderheden en knelpunten; - eenvoudige administratieve werkzaamheden uitvoeren; - met de direct leidinggevende de uitgevoerde werkzaamheden evalueren. WZ 202 Interacties in werksituaties - het belang van functionele contacten beschrijven; - functionele contacten onderhouden; - de leefstijl van de cliënt respecteren; - de Nederlandse taal gebruiken binnen de vereisten van het beroep; - communicatieve vaardigheden toepassen; - samenwerken met cliënten en collega s; - reageren op 'afwijkend' gedrag; - in teamverband werken. WZ 203 Kwaliteit en deskundigheid - de eigen positie binnen de organisatie beschrijven; - beroepsmatig handelen in de werksituatie; - een bijdrage leveren aan het bevorderen van een goed werkklimaat; - een bijdrage leveren aan de kwaliteit van zijn eigen werken; - handelen binnen de grenzen van een organisatie; - zorg dragen voor de eigen beroepsdeskundigheid; - stagiaires, vrijwilligers en nieuwe collega's in de eigen instelling introduceren. WZ 204 Individu en samenleving - zijn mening weergeven over vraagstukken van het menselijk samenleven, waarmee hij in verschillende rollen (partner, deelnemer aan sociale verbanden in vrije tijd en werksituatie) in aanraking komt; - uitleggen hoe de basiskenmerken en uitgangspunten van de parlementaire democratie tot uiting komen in opvattingen en gedragingen van mensen; - de stappen ondernemen die nodig zijn om een baan te krijgen; - informatie verzamelen over zijn eigen rechten, plichten en verantwoordelijkheid; - opvattingen en gedragingen (van zichzelf en van anderen) interpreteren vanuit de kenmerken en de uitgangspunten van de Nederlandse rechtsstaat; - arbeidsomstandigheden verklaren binnen zijn beroepsmatig functioneren. (De deelkwalificatie WZ 204 Individu en samenleving is grotendeels gelijk aan de deelkwalificatie 206 Ontwikkelingen in de maatschappij 1 uit V&V.) WZ 205 Engels 1 - de Engelse taal receptief en expressief toepassen in relevante beroeps- en studiesituaties (luisteren gespreksvaardigheid); - eenvoudige Engelse schriftelijke teksten lezen gericht op relevante beroeps- en studiesituaties (leesvaardigheid); - eenvoudige Engelse teksten schrijven in het kader van relevante beroeps- en studiesituaties (schrijfvaardigheid).
WZ 206 Ondersteunen bij verzorging en huishouding - kenmerken beschrijven van de verzorging van onderscheiden cliëntgroepen in verschillende situaties; - ondersteuning geven bij verzorging en huishouding volgens een aangereikt werkplan; - een cliënt(groep) ondersteunen bij de persoonlijke verzorging; - huishoudelijke taken verrichten; - procedures en voorschriften toepassen bij huishoudelijke en verzorgende werkzaamheden; - toezicht houden tijdens verzorgende en huishoudelijke werkzaamheden; - ondersteunende werkzaamheden verrichten rondom het beheer van voorraden; - knelpunten en bijzonderheden melden tijdens verzorgende en huishoudelijke werkzaamheden; - met de direct leidinggevende de gegeven ondersteuning in verzorging en huishouding evalueren. WZ 207 Ondersteunen bij begeleiding - kenmerken beschrijven van de begeleiding van onderscheiden cliëntgroepen in verschillende situaties; - ondersteuning geven bij begeleiding volgens een aangereikt werkplan; - binnen het kader van de eigen taken een cliënt(groep) informeren; - de leiding assisteren bij het uitvoeren van activiteiten; - assisteren bij het scheppen van een omgeving waarin cliënten optimaal kunnen functioneren; - tijdens begeleiding toezicht houden; - knelpunten en bijzonderheden in de begeleiding van een cliënt(groep) melden; - met de direct leidinggevende de gegeven ondersteuning bij begeleiding evalueren. WZ 301 Methodische vaardigheden 1 - de domeinen sociaal pedagogisch werk, sociaal cultureel werk en maatschappelijke dienstverlening in Nederland omschrijven; - de doelgroepen van het sociaal pedagogisch werk, het sociaal cultureel werk en de sociale dienstverlening omschrijven; - elementen beschrijven uit sociaal wetenschappelijke theorieën; - elementen beschrijven van de leefwereld van cliënten; - zowel mondeling als schriftelijk de Nederlandse taal gebruiken binnen de vereisten van het beroep; - cliënten observeren; - behoeften aan activiteiten signaleren bij cliënten; - cliënten informeren - cliënten begeleiden - in onverwachte situaties handelen gericht op de veiligheid en gezondheid van cliënten; - de eigen werkzaamheden planmatig uitvoeren; - het eigen functioneren bespreekbaar maken; - rapporteren over de werkuitvoering. WZ 302 Sociale vaardigheden - communicatietechnieken toepassen in de omgang met cliënten en collega s; - gesprekken voeren met cliënten; - communiceren met cliënten en collega s met verschillende achtergronden; - een vertrouwensrelatie onderhouden met een cliënt; - cliënten en vrijwilligers stimuleren - omgaan met kritiek; - spanningen en conflictsituaties hanteren; - leiding geven aan individuele cliënten en aan groepen. WZ 303 Organisatorische vaardigheden - de sociale kaart van een instelling uitleggen; - voor het werk relevante protocollen toepassen; - de eigen positie bepalen binnen de organisatie;
- participeren in de beleidsontwikkeling van de organisatie; - in teamverband werken; - functioneren binnen de arbeidsorganisatie; - procedures toepassen voor het opstellen van de eigen werkplanning. WZ 304 Professionaliteit en kwaliteitszorg - de eigenheid van de cliënt waarborgen; - een functionele samenwerkingsrelatie onderhouden met cliënten en hun naasten; - professioneel optreden in de werksituatie; - de eigen beroepsdeskundigheid op peil houden; - participeren in een systeem van kwaliteitszorg; - de maatschappelijke kaders toepassen waarbinnen de hulp- en dienstverlening plaats vindt. WZ 305 Mens, arbeid en samenleving - het belang van arbeid beschrijven voor de eigen beroepsgroep en voor bepaalde groepen; - de betekenis van veranderingen op het gebied van de sociale zekerheid in Nederland uitleggen voor bepaalde groepen en voor de eigen beroepsgroep in het bijzonder; - het verband beschrijven tussen opvattingen over sociale en politieke vraagstukken enerzijds en achterliggende levensbeschouwelijke en/of politiek-ideologische oriëntatie anderzijds; - beschrijven hoe de ontwikkeling van Nederland tot een multiculturele samenleving zich openbaart in de samenleving in de samenleving, de eigen leefsituatie en de beroepspraktijk; - de internationalisering van de Nederlandse samenleving beschrijven voor zijn eigen leefsituatie en voor zijn eigen beroepspraktijk; - de gevolgen beschrijven van de technologisering van de samenleving voor het arbeidsstelsel in het algemeen en de eigen beroepsgroep in het bijzonder; - relaties beschrijven tussen actuele sociale en politieke vraagstukken en de kenmerken van de sociaal-economische structuur van de Nederlandse samenleving; - verschijningsvormen van de vergrijzing herkennen binnen de Nederlandse samenleving en in zijn eigen leefsituatie; - het verloop van beleids- en besluitvormingsprocessen in Nederland beschrijven met betrekking tot actuele sociale en politieke vraagstukken. WZ 306 Engels 2 - de Engelse taal receptief en expressief toepassen in relevante beroeps- en studiesituaties (luisteren spreekvaardigheid); - vrij eenvoudige Engelse schriftelijke teksten lezen gericht op relevante beroeps- en studiesituaties (leesvaardigheid); - vrij eenvoudige Engelse teksten schrijven in het kader van relevante beroeps- en studiesituaties (schrijfvaardigheid). WZ 307 Doorstroomkwalificatie WZ 308 Verzorgen - de behoefte aan verzorging in kaart brengen; - de deelnemer kan cliënten verzorgen; - helpen bij de persoonlijke verzorging; - opvang bieden bij ziekte en ongeval; - cliënten met een chronische aandoening verzorgen; - samen met cliënten een verblijfsruimte inrichten; - toezien op de veiligheid van de verblijfsruimte; - toezien op de aanwezigheid van cliënten op de locatie; - een bijdrage leveren aan de continuïteit van de dagelijkse gang van zaken; - samen met cliënten huishoudelijke verzorgende taken verrichten; - het aspect verzorging evalueren.
WZ 309 Begeleiden SPW 3 - begeleidingsbehoeften beschrijven van cliënten; - informatie verzamelen over een cliënt; - de behoefte aan begeleiding in kaart brengen; - het ondersteuningsplan vertalen naar zijn eigen werkplan; - advies en informatie geven om cliënten en hun naasten te ondersteunen in hun dagelijks functioneren; - activiteiten organiseren; - cliënten begeleiden bij ontwikkelingsgerichte activiteiten; - het functioneren van cliënten in de groep optimaliseren; - cliënten begeleiden bij de vorming en beleving van hun waarden en normen; - cliënten begeleiden in de omgang met anderen; - cliënten begeleiden bij praktische zaken; - cliënten begeleiden bij het aangaan van vriendschappen en intieme relaties; - cliënten begeleiden bij belangrijke levensgebeurtenissen; - de zelfstandigheid van cliënten bevorderen; - de uitvoering en resultaten van het aspect begeleiding van het ondersteuningsplan evalueren. WZ 310 Dienst verlenen - profiel, taakgebieden en belang van de sociaal dienstverlener beschrijven; - de behoefte van een cliënt aan dienstverlening bepalen; - een cliënt informeren over de bereikbaarheid en het functioneren van de organisaties voor hulpen dienstverlening; - de dienstverlening uitvoeren; - een cliënt begeleiden naar instanties en organisaties; - praktische dienstverlening bieden; - aanvragen van voorzieningen afhandelen; - verwijzen; - eenvoudige juridische vraagstukken oplossen; - de uitvoering en de resultaten van de dienstverlening evalueren. WZ 311 Begeleiden SD - de behoefte van een cliënt aan begeleiding vaststellen; - een plan opstellen voor de begeleiding van een cliënt; - het opgestelde plan van begeleiding uitvoeren; - de cliënt ondersteunen bij het verwerven van praktische en sociale vaardigheden; - de cliënt ondersteunen in het accepteren van de eigen leefsituatie; - opvang bieden aan cliënten waar tijdelijk geen passende voorziening of hulp voor beschikbaar is; - naasten van de cliënt en vrijwilligers ondersteunen; - de begeleiding evalueren; WZ 312 Belangen behartigen - de behoefte van de cliënt aan belangenbehartiging inventariseren; - belangen van de cliënt(groep) behartigen; - pleit bezorgen bij derden ten behoeve van cliënten; - voor de cliënt bemiddelen naar organisaties, instanties of personen; - de voortgang van de dienstverlening bewaken; - een eenvoudig onderzoek uitvoeren; - de uitgevoerde belangenbehartiging en pleitbezorging evalueren. WZ 313 Informeren en adviseren - een bijdrage leveren aan preventie-activiteiten; - de voorlichting en advisering evalueren.
WZ 314 Kinderopvang - functioneren vanuit inzicht in de maatschappelijke functie van de kinderopvang in Nederland; - een eigen visie op opvoeding ontwikkelen; - functioneren in verschillende vormen van kinderopvang; - kinderen in hun ontwikkelingsproces begeleiden; - groepsprocessen hanteren; - spel en spelactiviteiten begeleiden; - de taalvaardigheid van kinderen stimuleren; - communiceren met kinderen; - communiceren met ouders/verzorgers. WZ 315 Gehandicaptenzorg - functioneren vanuit inzicht in de maatschappelijke functie van de gehandicaptenzorg in Nederland; - functioneren in verschillende voorzieningen voor gehandicapten; - gehandicapten in hun ontwikkelingsproces begeleiden; - gehandicapten met agressief en normoverschrijdend gedrag begeleiden; - communiceren met ouders/verzorgers van een gehandicapte; - zorg en ondersteuning bieden aan gezinnen met een gehandicapt gezinslid; - een gehandicapte ondersteunen in zijn contacten met de omgeving. WZ 316 Basisonderwijs WZ 401 Methodische vaardigheden 2 - elementen uit sociaal wetenschappelijke theorieën toepassen in de omgang met cliënten; - zijn begeleidingsaanpak afstemmen op de leefwereld van cliënten - zowel mondeling als schriftelijk de Nederlandse taal gebruiken binnen de vereisten van het beroep; - informatie verzamelen ten behoeve van cliënten; - behoeften aan activiteiten signaleren bij cliënten; - signalen van cliënten vertalen tot een (hulp)vraag; - voorlichting geven; - cliënten begeleiding; - procedures toepassen gericht op veiligheid en gezondheid van cliënten; - een ondersteuningsplan of een eigen plan van aanpak evalueren; - rapporteren volgens de beroepscode. WZ 402 Organisatorische vaardigheden 2 - reageren in situaties die een uitzondering vormen op het protocol; - de eigen positie bepalen binnen de organisatie; - voorlichting voor de eigen instelling verzorgen; - begeleiding geven aan collega s, vrijwilligers en stagiaires; - een werk- en personeelsplanning opstellen voor de eigen afdeling. WZ 403 Engels 3 - de Engelse taal vloeiend receptief en expressief toepassen in relevante beroeps- en studiesituaties (luister- en spreekvaardigheid); - Engelse schriftelijke teksten lezen gericht op relevante beroeps- en studiesituaties (leesvaardigheid); - schriftelijke materialen produceren ten behoeve van afhandelen van gevarieerde werkzaamheden (schrijfvaardigheid). WZ 404 Begeleiden SPW 4 - (hulp)vragen beschrijven die gesteld worden door cliënten van de onderscheiden doelgroepen; - informatie verzamelen over een cliënt en cliëntsysteem
- een bijdrage leveren aan het opstellen van een ondersteuningsplan - uitgaande van het ondersteuningsplan samen met andere disciplines een bijdrage leveren aan het vaststellen van de begeleidingsvraag van een cliënt; - uitgaande van het ondersteuningsplan planmatig invulling geven aan begeleidingsactiviteiten voor een cliënt(groep); - een cliënt(groep) begeleiden bij een proces van veranderen; - uitgaande van het ondersteuningsplan planmatig invulling geven aan de activiteitenbegeleiding voor een cliënt(groep); - het functioneren van een cliënt in de eigen omgeving en of in cliëntgroep optimaliseren; - eventueel samen met een cliënt(groep) primaire preventie-activiteiten uitvoeren; - namens een cliënt(groep) de rol van contactpersoon uitoefenen; - de uitvoering van de begeleiding in relatie tot het ondersteuningsplan evalueren. WZ 405 Programmeren - profiel, taakgebieden en belang van de sociaal-cultureel werker beschrijven; - doel en functie omschrijven van recreatieve en culturele activiteiten; - doel en functie van educatieve activiteiten omschrijven; - behoeften en tekorten opsporen op het terrein van sociaal en cultureel welzijn; - activiteiten organiseren; - een activiteitenplan maken; - een activiteitenplan uitwerken; - activiteiten bijstellen op basis van evaluatie. WZ 406 Begeleiden SCW - de behoefte aan begeleiding van cliënten van het sociaal-cultureel werk typeren; - potentiële cliënten animeren; - een ondersteuningsplan formuleren voor de begeleiding van cliënten; - cliënten begeleiden tijdens activiteiten; - een vertrouwensrelatie aangaan met een cliënt; - cliënten die deelnemen aan educatie- en vormingsprogramma s activeren; - groepsprocessen hanteren; - vrijwilligers en gastdocenten begeleiden. WZ 407 Ondersteunen - doel en functie van samenlevingsopbouw omschrijven; - maatschappelijke verhoudingen en vraagstukken relateren aan doelen van samenlevingsopbouw; - maatschappelijke tekorten en problemen signaleren bij cliënten; - ontwikkelingsbehoeften, maatschappelijke belangen en emancipatiemogelijkheden van cliënten in kaart brengen; - informatie, advies en voorlichting geven over de woon-, werk- en leefsituatie in zijn werkgebied; - cliënten activeren tot maatschappelijke participatie; - vormen van opvang bieden in bijzondere situaties; - een bijdrage leveren aan vormen van opvoedingsondersteuning en gezondheidsvoorlichting; - een bijdrage leveren aan netwerkvorming en samenwerkingsprojecten in het kader van sociaal beleid, educatie en preventief jeugdbeleid. WZ 408 Beheren - met vrijwilligers werken; - de public relations verzorgen voor de instelling; - een bijdrage leveren aan de dagelijkse coördinatie en aan het beheer van de accommodatie; - een bijdrage leveren aan de administratie van de instelling; - een bijdrage leveren aan het financieel beleid; - in een team werken; - stagiaires begeleiden. WZ 409 Activiteitenbegeleiding
- een bijdrage leveren aan het opstellen van een ondersteuningsplan voor de hulpvraag van een cliënt uit een van de onderscheiden doelgroepen; - een plan opstellen voor het geven van begeleiding met behulp van activiteiten aan een cliënt(groep); - het programma van activiteitenbegeleiding inhoud geven met behulp van activiteiten; - de keuze van activiteiten, methoden, technieken, materialen en middelen afstemmen op een cliënt(groep); - de begeleiding met behulp van activiteiten afstemmen op diverse doeleinden voor een cliënt(groep); - een arbeidsmatige dagbesteding aanbieden aan een cliënt(groep); - bij een cliënt(groep) preventie-activiteiten uitvoeren; - in de activiteitenbegeleiding integratie en afstemming stimuleren; - een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van het werkgebied van de activiteitenbegeleiding. WZ 410 Woonbegeleiding - een bijdrage leveren aan het opstellen van een ondersteuningsplan vanuit de hulpvraag van een cliënt uit een van de onderscheiden doelgroepen; - methodische woonbegeleiding geven gericht op een cliënt(groep); - in de (woon)begeleiding integratie en afstemming stimuleren; - in de (woon)begeleiding planmatig de groep als middel gebruiken; - begeleiding geven aan een cliënt(groep) in onderscheiden situaties: - in markante levenssituaties begeleiden - met eigen of andermans handicap leren omgaan - leren communiceren met mensen van verschillende leeftijd - met andere culturele achtergronden leren omgaan - met verschillende vormen van seksualiteit leren omgaan - met gedragsproblematieken (van zichzelf en van anderen) leren omgaan - met problematisch cliënt systemen leren omgaan - stimuleren tot milieubewust handelen in zijn omgeving - begeleiden bij preventie-activiteiten; - cliëntsystemen begeleiden; - bij een uithuisplaatsing of bij een verwijzing begeleiding geven aan een cliënt en/of een cliëntsysteem; - aan een cliënt(groep) ambulante ondersteuning bieden; - een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van het werkgebied van de woonbegeleiding.