De staat van de aandachtswijken Zuidoost Project 7181 In opdracht van Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling en Dienst Wonen Lieselotte Bicknese Jeroen Slot Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon 020 527 9424 Fax 020 527 9595 l.bicknese@os.amsterdam.nl www.os.amsterdam.nl Amsterdam, augustus 2007
2
Inhoud Inleiding 4 1 Aandachtswijken 5 2 De Staat van de Buurt 7 2.1 Leefsituatie: algemeen welzijnsniveau ondergemiddeld 7 2.2 Bevolking, woningmarkt en woonmilieus: veel eenoudergezinnen 7 2.3 Gezondheid in Zuidoost rond het gemiddelde 11 2.4 Onderwijs: veel voortijdige schoolverlaters in stadsdeel 12 2.5 Economie: weinig kleine ondernemingen 14 2.6 Werkloosheid in Zuidoost het hoogst van de stad 14 2.7 Welvaart: hoog aandeel minimajongeren in Bijlmer 15 2.8 Maatschappelijke participatie: veel sociaal isolement 16 2.9 Participatie in cultuur en sport in Zuidoost ondergemiddeld 16 2.10 Participatie in politiek: opkomst laagst in Bijlmer Centrum 17 2.11 Bijlmer minder veilig dan gemiddeld 17 3 Stoplichtrapportage 19 3.1 Dynamiek in stadsdeel 20 3
Inleiding Minister Vogelaar heeft vijf wijken in Amsterdam geselecteerd, waarin zij de komende 8-10 jaar extra wil investeren om de transformatie van aandachtswijk naar krachtwijk te ondersteunen: Amsterdam Noord; Amsterdam Oost, Bijlmer, Nieuw West en Bos en Lommer. Amsterdam heeft in het rapport Krachtige mensen, Krachtige buurten, fundament voor de Amsterdamse wijkaanpak gekozen om de focus van de wijkaanpak te richten op 17 buurten. De stadsdelen hebben voor de 17 buurten een eerste analyse van de opgave voor de wijkaanpak op buurtniveau gemaakt. Op verzoek van de stadsdelen is de Dienst Onderzoek en Statistiek, O+S, gevraagd een verdieping van de huidige analyses te maken. Deze rapportage beschrijft aan de hand van statistieken en enquêteresultaten de stand van de aandachtswijken in stadsdeel Zuidoost. In Zuidoost zijn drie buurten aangewezen als aandachtswijk: E-buurt (buurtcombinatie Bijlmer Oost T94); G-buurt (buurtcombinatie Bijlmer Oost T94); K-buurt (buurtcombinatie Bijlmer Oost T94). De drie buurten vallen onder dezelfde buurtcombinatie. De analyse is op verzoek van het stadsdeel uitgebreid met twee buurtcombinaties Bijlmer Centrum (T93) en Holendrecht/ Reigersbos (T96) die niet in het fundament zijn opgenomen. Zowel Bijlmer Centrum als Holendrecht/Reigersbos zijn aangemerkt als probleemcumulatiegebied in het kader van het Grotestedenbeleid. Deze gegevens zijn bedoeld als achtergrondinformatie. De analyse wordt in principe op buurtcombinatieniveau uitgevoerd. Waar mogelijk wordt gekeken naar een kleiner schaalniveau. 4
1 Aandachtswijken Wanneer de indicatoren van VROM i benaderd worden met behulp van Amsterdamse informatiebronnen komen de postcodegebieden 1102 en 1104 in Zuidoost als aandachtsgebieden naar voren, oftewel de buurtcombinaties Bijlmer Centrum (T93) en Bijlmer Oost (T94). Aandachtswijken in Zuidoost obv Amsterdamse bronnen voor VROM-indicatoren, pc-gebieden, 2007 1103 1102 1104 1109 Zuidoost 1108 1106 1107 mate van aandacht geen aandacht weinig aandacht aandacht veel aandacht zeer veel aandacht De onderstaande kaart geeft aan welke buurten op grond van een aantal statistische indicatoren voor sociale problematiek ii extra aandacht verdienen bij de wijkaanpak. Het hoogst scoren Venserpolder (T 93a en T93b), de D-buurt (T93c), Hoptille (T93f), Rechte H-buurt (T93g), Hakfort/Huigenbos (T93h), de E-buurt (T94a), Kortvoort (T94d), K-buurt- Midden (T94f ) en Bijlmermuseum Zuid (T94n). Daarnaast verdient een groot aantal buurten in Zuidoost veel aandacht in de wijkaanpak. Aandachtswijken in Zuidoost op basis van sociale problematiek, naar buurt, 2007 93b 94a 94j 93a 93c 94b 94c 94i 93d 93j 94n 94k 94d 94f 94g 93e 94h 93g 94e 93f 93i 95a 93h 96c 98a Mate van aandacht Buurten Stadsdeel Zuidoost geen aandacht weinig aandacht aandacht veel aandacht zeer veel aandacht 96a 96b 96f 96g 96d 96e 97a 97b 97d 97c 5
6
2 De Staat van de Buurt 2.1 Leefsituatie: algemeen welzijnsniveau ondergemiddeld De Leefsituatie-index (SLI) geeft het algemene welzijnsniveau van de Amsterdammers weer. De index is opgebouwd uit gegevens over wonen, gezondheid, bezit van consumptiegoederen, vrijetijdsactiviteiten, mobiliteit, sociale participatie, sportactiviteit en vakantie. De SLI ligt in Zuidoost met 96 punten ruim onder het stedelijke gemiddelde van 100. Leefsituatie-index ten opzichte van het stedelijk gemiddelde, 2004 en 2006 110 108 106 104 102 100 98 96 94 92 90 Oud-Zuid Centrum Oud-West Zeeburg Westerpark De Baarsjes Slotervaart Zuideramstel Bos en Lommer Osdorp Oost-Watergraafsmeer Zuidoost Geuzenveld-Slotermeer Amsterdam-noord 2.2 Bevolking, woningmarkt en woonmilieus: veel eenoudergezinnen 2004 2006 gemiddelde Amsterdam (2004 en 2006) Bron: enquête Staat van de Stad Amsterdam, O+S In 2003 zijn alle buurten in Amsterdam onderverdeeld naar woonmilieu. 1 De aandachtsgebieden in Zuidoost behoren tot de volgende woonmilieus: Met uitzondering van de G-buurt Oost (T94j) hebben Bijlmer Centrum (T93) en Bijlmer Oost (T94) een transitiemilieu. In dit milieu wonen relatief veel allochtone gezinnen. Er is sprake van een sterke mate van doorstroming: 29% van de bewoners van het transitiemilieu heeft een woonduur korter dan één jaar. Ook wordt in deze buurten sterke probleemcumulatie aangetroffen: een hoog aandeel sociale huurwoningen valt 1 Dienst Wonen: Stedelijke dynamiek bij stagnerende woningmarkt, 2004. 7
samen met hoge werkloosheid, bijstandsafhankelijkheid en een hoog aandeel etnische minderheden. De G-buurt Oost (T94j) heeft een welgesteld stedelijk milieu. Holendrecht West (T96a) en Reigersbos Noord (T96b) hebben een overgangsmilieu. Het typerende kenmerk voor dit milieu is een duale bevolkingsstructuur van autochtone ouderen en gezinnen van etnische minderheden. In een vrij gematigd tempo maakt de ene groep plaats voor de andere in de vaak kleine sociale huurwoningen. Gaasperdam (T96d en e) en Reigersbos Midden (T96f) zijn stadsvernieuwingsgebieden. In dit woonmilieu zijn de woningen vaak klein en van na 1980. Er wonen vooral kleine huishoudens zonder kinderen. Holendrecht Oost (T96c) en Reigersbos Zuid (T96g) hebben een stadsrandmilieu. Hier staat vooral nieuwbouw uit de jaren negentig, waaronder relatief veel koopwoningen. Woonmilieus in Amsterdam, 2003 woonmilieus 2003 centrumrand dorp stadsvernieuwing transitie welgesteld stedelijk overgang aansluiting inbreiding stadsrand centrum buiten beschouwing De grootste concentratie in Zuidoost van sociale woningbouw bevindt zich in Holendrecht West en Reigersbos Noord. In deze laatste buurt bevindt zich ook een concentratie van bijstandscliënten en werklozen. In de D-buurt en de E-buurt bevinden zich de grootste concentratiegebieden van bijstandscliënten en werklozen. 8
Concentratiegebieden van sociale woningbouw (minimaal 98%) en bijstandscliënten en werklozen (minimaal 16% en 18%) van minimaal 30 eenheden Mate van aandacht Buurten Zuidoost geen aandacht weinig aandacht aandacht veel aandacht zeer veel aandacht gecombineerde concentraties bijstandscliënten en werkloosheid concentraties corporatie woningen bron: Stadsmonitor Amsterdam In de G-buurt Noord komt een concentratiegebied voor van krap wonen. Hier heeft minimaal 46% van de woningen evenveel of minder kamers dan het aantal bewoners. De meeste buurten in Zuidoost hebben naar verhouding veel woningen met vier of meer kamers. Buurten met minder woningen met veel kamers dan gemiddeld (35%) zijn Gaasperdam Noord (31%), K-buurt Midden (25%), Venserpolder Oost (24%), Kortvoort (24%), Venserpolder West (22%) en Amsterdamse Poort (4%). Concentraties krap wonen (minimaal 46%), 2004 (geel) en 2006 (blauw) 9
De concentratiegebieden van 0 tot 11-jarigen zijn de laatste twee jaar sterk in omvang afgenomen in Zuidoost. In 2006 bevindt zich alleen nog een concentratie in Bijlmermuseum Zuid (T94n). In de aandachtsgebieden is in 2006 een concentratie van 12 tot 17-jarigen ontstaan in de D-buurt (T93c). 0-11 jarigen (>24%) 12-17 jarigen (>13%) 2004 (geel) en 2006 (blauw) 2004 (geel) en 2006 (blauw) Wanneer gekeken wordt naar de etnische achtergrond van de 0 tot 5-jarigen blijken zich in Zuidoost diverse concentratiegebieden te bevinden van peuters en kleuters met een niet-westerse achtergrond. Verder kent Zuidoost grote concentraties van eenoudergezinnen. Concentraties van gezinnen met twee ouders (>34%) komen niet voor in De Bijlmer en Holendrecht/Reigersbos. 0-5 jarigen van niet-westerse herkomst (>86%) eenoudergezinnen (>22%) 2003 (geel) en 2005 (blauw) 2004 (geel) en 2006 (blauw) In bijna heel Zuidoost wonen relatief veel Surinamers. Uitzondering hierop vormen het oosten van De Bijlmer, Huntum, de L-buurt, Gein Noordoost en Driemond. Daarnaast bevinden zich zowel in Bijlmer Oost als Bijlmer Centrum grote concentraties van personen uit de overige niet-geïndustrialiseerde landen. Het gaat hierbij relatief vaak om Ghanezen, waarvan zich enkele grote concentraties bevinden in Bijlmer Oost. 10
Concentratiegebieden van etnische groepen in Zuidoost, 2006 Autochtonen (n>984, >66%) Surinamers (n>177, >18%) Marokkanen (n>167, >20%) Turken (n>100, >13%) Overig niet-geïndustrialiseerde landen (n>229, >23%) 2.3 Gezondheid in Zuidoost rond het gemiddelde De gemiddelde levensverwachting in Zuidoost is iets lager dan gemiddeld in Amsterdam. Levensverwachting bij geboorte in jaren, 2000-2004 mannen vrouwen Zuidoost 74,3 79,3 Amsterdam 75,1 79,7 Nederland 76,4 81,3 Het aandeel inwoners van Zuidoost dat aangeeft een (zeer) goede gezondheid te hebben ligt met 80% rond het stedelijk gemiddelde (82%). Bewoners van het overgangsmilieu, transitiemilieu en stadsvernieuwingsmilieu, de drie meest voorkomende woonmilieus in Zuidoost, geven minder vaak dan bewoners van de overige woonmilieus aan dat ze een (zeer) goede gezondheid hebben. Landelijke cijfers van TNO laten zien dat 14% van de jongens en 17% van de meisjes in de leeftijdsgroep 4 tot 15 jaar te dik is. Uit de evaluatie van de pilot van het project JUMPin blijkt dat het aandeel basisschoolleerlingen met overgewicht in een aantal Amsterdamse achterstandswijken fors hoger ligt (2002: 36%). Er zijn geen gegevens bekend over Zuidoost in JUMPin Leerlingvolgsysteem. 11
2.4 Onderwijs: veel voortijdige schoolverlaters in stadsdeel Bij 11 van de 15 basisscholen in Bijlmer Oost en Centrum heeft minimaal 66% van de leerlingen een leerlinggewicht. Aandeel leerlingen met leerlinggewicht per school, schooljaar 2006/2007 Het Klaverblad De Schakel De Polsstok Islam Bs As Soeffah Bijlmerhorst Bijlmer Montessori De Santenkraam Shri Laksmi School Bijlmerdrie Het Kruispunt De Blauwe Lijn Onze Wereld Basisschool Crescendo De Rozemarn OBS Nellestein Oec Basissch Achtsprong Cornelis Jetses Jan Woudsmasc De Brink Mobiel Holendrecht De Morgenster Het Gein Basisschool Gaasperdam De Knotwilg De Tamboerijn De Ster De Schalmei De Regenboog Aandeel achterstandsleerlingen schooljaar 2006/2007 minder dan 33% 33% - < 66% meer dan 66% De gemiddelde Citoscore ligt in Zuidoost met 534,5 ruim onder het stedelijk gemiddelde van 536,8. In het stadsdeel deed 30% van de leerlingen in groep 8 niet mee aan de Citotoets (Amsterdam: 21%). In Zuidoost bevinden zich vijf basisscholen met een gemiddelde Citoscore lager dan 531,1. Twee hiervan bevinden zich in Bijlmer Oost. Bijlmer Centrum en Holendrecht/Reigersbos hebben ieder één school met een erg lage Citoscore. 12
Citoscores per school in Zuidoost, driejaarsgemiddelde 2004-2006 Het Klaverblad De Schakel Islam Bs As Soeffah Bijlmerhorst De Polsstok De Santenkraam Bijlmer Montessori Shri Laksmi School Het Kruispunt Onze Wereld Bijlmerdrie Basisschool Crescendo De Blauwe Lijn Oec Basissch Achtsprong OBS Nellestein De Rozemarn Jan Woudsmaschool Cornelis Jetses Holendrecht De Brink De Morgenster Mobiel Het Gein De Knotwilg De Schalmei Basisschool Gaasperdam De Regenboog De Tamboerijn De Ster Cito driejaarsgemiddelde 2004-2006 539,8 - < 545,7 531,1 - < 539,8 525,9 - < 531,1 geen score Het relatief verzuim onder leerplichtige leerlingen ligt in de aandachtswijken in Zuidoost iets onder het stedelijk gemiddelde van 4,2%. Aandeel relatief verzuim in leerplichtpopulatie van stadsdeel waar de leerling woont, 2005/2006 Amsterdam = 4,1% 5,8% en meer 4,2% - < 5,8% 2,6% - < 4,2% minder dan 2,6% 13
In Bijlmer Oost en Centrum ligt het aandeel voortijdig schoolverlaters ver boven het stedelijk gemiddelde van 16% van de jongeren tussen 17 en 22 jaar. Aandeel VSV ers op de totale populatie bovenleerplichtigen in stadsdeel waar leerling woont, 31 juli 2006 20% en meer 16% - <20% 11% - <16% minder dan 11% bron: DMO/O+S 2.5 Economie: weinig kleine ondernemingen Gemiddeld zijn er in Amsterdam op elke 1.000 inwoners 570 banen. In de aandachtsbuurten in Amsterdam Zuidoost varieert dit van 116 in Holendrecht/Reigersbos tot 782 in Bijlmer Centrum, waar zich met name rond de Amsterdamse Poort en Hoptille veel werkgelegenheid bevindt. In alle aandachtsgebieden in Zuidoost bevinden zich een aantal buurten met relatief weinig bedrijvigheid (zie stoplichtrapportage). In Bijlmer Oost en Holendrecht/Reigersbos bevindt de meeste werkgelegenheid zich in de gezondheids- en welzijnszorg, terwijl in Bijlmer Centrum meer dan 10.000 banen in de financiële sector zijn. Gemiddeld bevinden zich in Amsterdam per 1.000 inwoners 69 ondernemingen waarin 5 of minder personen werkzaam zijn. In de aandachtsbuurten in Zuidoost zijn dit er minder: de aantallen lopen uiteen van 26 kleine ondernemingen in Holendrecht/Reigersbos tot 37 in Bijlmer Oost. 2.6 Werkloosheid in Zuidoost het hoogst van de stad Begin 2007 ligt de werkloosheid in Zuidoost met 10,1% ruim boven het gemiddelde (7,3%). Het stadsdeel heeft hiermee de hoogste werkloosheid van alle stadsdelen. Met 14
name Bijlmer Centrum en Bijlmer Oost kennen buurten met hoge werkloosheid, maar ook in Holendrecht West en Reigersbos Noord is het aandeel werkloze bewoners hoog (zie hoofdstuk 3). In de aandachtsgebieden liggen drie buurten waar de werkloosheid juist heel laag is. Het gaat om de F-buurt, G-buurt Oost en Holendrecht Oost. Werkloosheid per buurtcombinatie, 1 januari 2007 Bijlmer Centrum 13,3 Bijlmer Oost 11,0 Holendrecht/Reigersbos 8,4 Zuidoost 10,1 Amsterdam 7,3 2.7 Welvaart: hoog aandeel minimajongeren in Bijlmer Het aantal minima per buurt is alleen over 2004 bekend. In De Bijlmer en Holendrecht/Reigersbos liggen vijf buurten met een erg hoog aandeel minima tot 65 jaar (Amsterdam: 17%). Het gaat om De Amsterdamse Poort (38%), Bijlmermuseum Zuid (38%), G-buurt Noord (36%), E-buurt (33%) en K-buurt Midden (33%). Ook in Venserpolder, de D-buurt, Hoptille, de rechte H-buurt, Bijlmermuseum Noord en Kortvoort ligt het aandeel minima met 26% tot 32% ruim boven het stedelijk gemiddelde. Over 2005 is het aandeel minimajongeren per buurtcombinatie bekend. In Bijlmer Centrum en Oost groeit respectievelijk 42% en 40% van de jongeren op in een minimahuishouden (Amsterdam: 28%). In Holendrecht/Reigersbos gaat het om 34% van de jongeren. Aandeel jongeren tot 18 jaar dat opgroeit in minimahuishouden, 2005 Legenda veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld Bron: Armoedemonitor 15
2.8 Maatschappelijke participatie: veel sociaal isolement Van de Amsterdammers geeft 14% aan zich sterk geïsoleerd te voelen. In Zuidoost ligt dit percentage met 21% hoger. Alleen in Amsterdam-Noord is men nog vaker sterk geïsoleerd (23%). Sterk sociaal isolement komt veel voor in het transitiemilieu (18%), stadsvernieuwingsgebieden (18%) en het woonmilieu stadsrand (21%), de meest voorkomende woonmilieus in Zuidoost. In Zuidoost ligt het percentage inwoners dat minstens één keer per maand actief is in een vereniging of organisatie met 24% lager dan gemiddeld in Amsterdam (32%). Dit is het laagste aandeel van alle stadsdelen. Ruim de helft van de bewoners van Zuidoost (55%) heeft minimaal één keer per week contact met de buren. Dit is evenveel als gemiddeld over de stad. In Bijlmer Centrum is de sociale cohesie lager dan gemiddeld in de stad. In de overige aandachtswijken in Zuidoost (Bijlmer Oost en Holendrecht/Reigersbos) ligt de cohesie rond het gemiddelde. Sociale cohesie Bron: Monitor Leefbaarheid en Veiligheid, O+S 2.9 Participatie in cultuur en sport in Zuidoost ondergemiddeld Inwoners van stadsdeel Zuidoost gaan minder vaak naar verschillende culturele uitgaansgelegenheden dan gemiddeld. Nog geen kwart (22%) ondernam de afgelopen 12 maanden tenminste vier culturele uitgaansactiviteiten tegenover 41% in de gehele stad. 16
In Zuidoost wordt relatief weinig gesport: 39% doet aan sport, tegenover 51% gemiddeld. In het stadsdeel wordt het minst vaak voldaan aan de norm voor gezond bewegen (minimaal een half uur per dag matig intensief bewegen; 41%, gemiddeld 50%). Vooral in het woonmilieu stadsrand en de stadsvernieuwingsgebieden beweegt men weinig (respectievelijk 41% en 44% voldoet aan norm). 2.10 Participatie in politiek: opkomst laagst in Bijlmer Centrum De verkiezingsopkomst (Tweede Kamer en stadsdeel) is in Bijlmer Centrum lager dan gemiddeld in het stadsdeel en in de stad. Dat geldt ook (in minder mate) voor de Tweede Kamerverkiezingen in Bijlmer Oost. De opkomstpercentages in Holendrecht/Reigersbos liggen iets hoger dan het stadsdeelgemiddelde maar lager dan het stadsgemiddelde. Opkomstpercentage verkiezingen 2006 naar buurtcombinatie stadsdeelraad Tweede Kamer Bijlmer Centrum T93 39 58 Bijlmer Oost T94 47 62 Holendrecht/Reigersbos T96 48 66 Zuidoost T 46 64 Amsterdam 53 74 2.11 Bijlmer minder veilig dan gemiddeld De Bijlmer, met name Bijlmer Centrum, is minder veilig dan gemiddeld in Amsterdam. Beide buurten scoren hoog als het gaat om geweld en (drugs)overlast. Daarnaast ligt in De Bijlmer het aantal inbraken ook ver boven het gemiddelde. De veiligheid in Holendrecht/Reigersbos is gemiddeld. Geweldsmisdrijven komen hier echter ook relatief vaak voor. 17
Objectieve Veiligheidsindex 2006 legenda > 130 100-130 70-99 < 70 Op de oude Burgwallen na is het veiligheidsgevoel in Bijlmer Centrum het laagste in de stad. In Bijlmer Oost en Holendrecht/Reigersbos is het veiligheidsgevoel beter, maar ondergemiddeld. Subjectieve Veiligheidsindex 2006 legenda > 118 100-118 82-99 < 82 Er zijn geen aandachtswijken in Zuidoost waar het aandeel inwoners dat vaak jongerenoverlast ervaart ruim boven het stedelijk gemiddelde van 17% ligt. In Bijlmer Centrum en Holendrecht/Reigersbos is de overlast met 22% het hoogst (zie hoofdstuk 3). 18
3 Stoplichtrapportage Kerncijfers aandachtsgebieden Zuidoost tov het stedelijk gemiddelde iii % Corporatie Economie Werkloosheid Welvaart % Niet-westers Basisonderwijs Politiek i t Obj. veiligheid Jeugdoverlast Sociale cohesie Verloedering Woonomgeving T93a Venserpolder West 93 86 13,1 28 76 531,9 56 T93b Venserpolder Oost 88 80 13,5 28 81 533,3 58 T93c D-buurt 100 214 32,2 32 88 535,5 58 T93d F-buurt 52 61 2,5 13 82 535,0 49 T93e Amsterdamse Poort 100 9288 12,9 38 82 533,3 80 T93f Hoptille 100 2916 13,9 25 77 533,3 58 T93g Rechte H-buurt 74 58 13,0 29 82 533,3 58 T93h Hakfort/Huigenbos 100 54 15,3 21 80 533,3 58 T93i Huntum 7 663 6,1 0 23 533,3 51 T93j Vogeltjeswei 37 77 8,6 15 85 533,3 58 T93 Bijlmer Centrum 87 782 13,3 27 80 533,3 58 123 22 5,8 25 5,9 T94a E-buurt 95 368 24,5 33 90 534,8 45 T94b G-buurt West 33 298 11,6 19 82 534,3 60 T94c Bijlmermuseum Noord 95 50 14,1 31 77 534,3 67 T94d Kortvoort 100 117 13,0 28 71 534,9 58 T94e Kelbergen 88 63 8,6 14 48 534,3 62 T94f K-buurt Midden 100 261 17,4 33 80 534,3 59 T94h K-buurt Zuidwest 95 417 4,7 0 99 534,3 62 T94i Grunder/Koningshoef 35 79 8,0 24 91 534,3 62 T94j G-buurt Oost 20 90 4,0 3 28 536,2 75 T94k Kantershof 38 85 5,3 12 38 531,0 71 T94m G-buurt Noord 100 17 5,8 36 87 534,3 62 T94n Bijlmermuseum Zuid 94 28 15,4 38 89 534,3 62 T94 Bijlmer Oost 70 124 11,0 25 70 534,3 62 104 16 6,2 32 6,3 T96a Holendrecht West 100 84 12,4 30 61 532,9 59 T96b Reigersbos Noord 97 42 11,7 29 69 534,0 66 T96c Holendrecht Oost 34 71 4,3 7 31 534,5 78 T96d Gaasperdam Noord 73 423 7,2 12 58 534,0 66 T96e Gaasperdam Zuid 66 326 8,8 15 50 534,7 67 T96f Reigersbos Midden 73 25 8,1 17 56 534,0 66 T96g Reigersbos Zuid 47 49 5,2 8 40 534,0 66 T96 Holendrecht/Reigersbos 74 116 8,4 20 54 534,0 66 88 22 6,1 35 6,8 T Zuidoost 72 762 10,1 63 534,5 64 89 17 31 6,7 Amsterdam 52 570 7,3 17 34 536,8 74 87 17 6,1 31 7,1 19
3.1 Dynamiek in stadsdeel De volgende tabel geeft aan of een buurt zich in positieve of negatieve richting ontwikkelt ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Het hoge aantal verhuizingen in de D, F, E en K-buurt wordt beïnvloed door de sloop van een groot aantal woningen in deze buurten. verhuismobiliteit 2002-2007 mutatie niet- westerse allochtonen 2002-2007 (procentpunten) groei 12-18 jarigen 2001-2006 (procenten) T93a Venserpolder West 15,3 1,4-10 T93b Venserpolder Oost 15,1 2,2-3 T93c D-buurt 26,7 0,2-37 T93d F-buurt 26,3-7,6 254 T93e Amsterdamse Poort 22,6 2,8-17 T93f Hoptille 19,6 11,1-8 T93g Rechte H-buurt 14,7 1,3 10 T93h Hakfort/Huigenbos 19,2 7,6-16 T93i Huntum 5,7 6,8-4 T93j Vogeltjeswei 9,4 1,1-10 T93 Bijlmer Centrum T94a E-buurt 41,0-6,5-73 T94b G-buurt West 21,6 5,1 4 T94c Bijlmermuseum Noord 40,4 1,5-11 T94d Kortvoort 16,3 3,0 7 T94e Kelbergen 9,1 11,1 16 T94f K-buurt Midden 15,0 3,2-6 T94h K-buurt Zuidwest 63,3 3,7-84 T94i Grunder/Koningshoef 37,1 1,8-16 T94j G-buurt Oost 11,2 3,0 3 T94k Kantershof 11,4 19,7 8 T94m G-buurt Noord 3,8 4,7 13 T94n Bijlmermuseum Zuid 3,8 1,0 10 T94 Bijlmer Oost T96a Holendrecht West 13,3 11,3-8 T96b Reigersbos Noord 12,0 9,2 5 T96c Holendrecht Oost 7,7 5,4-9 T96d Gaasperdam Noord 15,8 9,3 11 T96e Gaasperdam Zuid 16,7 11,3-23 T96f Reigersbos Midden 11,1 5,2-12 T96g Reigersbos Zuid 10,0 7,8-27 T96 Holendrecht/R bos Amsterdam 13,5 1,7 5,7 20
i Bron: O+S: Probleemwijken in Amsterdam, 2007. Indicatoren: Gemiddeld netto huishoudinkomen, aandeel werkenden, aandeel laagopgeleiden, aandeel woningen < 4 kamers, <1970 en sociale huur, signalering van bekladding en vernieling, overlast buren, overlast andere groepen mensen, veiligheidsgevoel, waardering woning en buurt, verhuisgeneigdheid, geluidsoverlast, overlast verkeer en vervuiling, verkeersveiligheid. ii Bron: O+S: Probleemwijken in Amsterdam, 2007. Indicatoren: Aandeel en mutatie van het aantal jongeren, opkomst bij verkiezingen, aandeel (langdurige) minima, aandeel eenoudergezinnen, jeugdwerkloosheid, aandeel niet-westerse allochtonen, gemiddelde Citoscore en sociale cohesie. iii Betekenis kleuren: De rode vakken wijken in negatieve zin meer dan een standaarddeviatie af van het stadsgemiddelde en de groene vakken in positieve zin. Voor de stoplichtrapportage zijn de volgende indicatoren gebruikt: Wonen: Het aandeel corporatiewoningen Economie: Aantal banen per 1.000 inwoners Werkloosheid: Aandeel Niet-werkende werkzoekenden per 1-1-2007 Welvaart: Aandeel minima jonger dan 65 jaar (2004) Aandeel niet-westerse allochtonen per 1-1-2007 Basisonderwijs: Citoscore 2006 (buurtcijfers berekend op basis van het gemiddelde van de scholen in de buurt, stadsdeelcijfers op basis van alle in het stadsdeel wonende leerlingen) Politieke interesse: Opkomst tweede kamer verkiezingen 2006 Objectieve Veiligheidsindex 2006 Jeugdoverlast en verloedering: Aandeel dat vaak verloederingskenmerken/jeugdoverlast signaleert (bron: Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2006) Sociale cohesie: Kengetal berekend op basis van de respons op vier stellingen uit de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid: De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks, In deze buurt gaat men op een prettige manier met elkaar om, Ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid en Ik voel mij thuis bij de mensen in deze buurt. Woonomgeving: Rapportcijfer woonomgeving 2005 (bron: Wonen in Amsterdam). 21