Eindtoets hoofdstuk 1

Vergelijkbare documenten
Eindtoets hoofdstuk 1

Eindtoets hoofdstuk 1

Eindtoets hoofdstuk 1

6,9. Samenvatting door een scholier 1093 woorden 21 september keer beoordeeld. Aardrijkskunde HFD 1 1. Schaalniveaus

Aardrijkskunde gaat over gebieden. Een gebied of regio is een stuk van het aardoppervlak.

Bevolkingsspreiding. Waar zit iedereen? Juist of onjuist: China is het grootste land ter wereld. A. Juist. B. Onjuist

Ten noorden van de evenaar ligt het noordelijk halfrond. Ten zuiden daarvan het zuidelijk halfrond.

Toets_Hfdst6_BevolkingEnRuimtelijkeInrichting

Antwoorden Aardrijkskunde H1 bevolking 1.7 t/m 1.9 en workitout

AARDRIJKSKUNDE voor de onderbouw HANDBOEK

Samenvatting Aardrijkskunde H1 paragraaf 2 t/m 8

Samenvatting Aardrijkskunde samenvatting aardrijkskunde de geo H1 havo/vwo

Opdracht Aardrijkskunde Atlasopdracht

Het onderdeel van aardrijkskunde dat zich bezighoudt met de bevolkingsomvang en de bevolkingssamenstelling wordt demografie genoemd.

Toets_Geowijzer_hfdst1

AARDRIJKSKUNDE voor de onderbouw WERKBOEK

Praktische opdracht Wiskunde C Bevolkingsgroei

2 Landschapszones op aarde SO 1

Voorbeeld toetsen aardrijkskunde

Er zijn 3 soorten kaarten

Zon, aarde en maan. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

KWT opdracht Atlas gebruik

Kwt opdracht atlas gebruik

Atlasvaardigheden. banner. Sjaak van der Lee. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Kaart- en atlasvaardigheden

Atlasvaardigheden. Sjaak van der Lee. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

INHOUD 1 WAAR LIGT HET? 2 WAAR KOMT HET VANDAAN? 3 EUROPA

2 Over bevolking en cultuur

Aardrijkskunde voor de onderbouw. Toetsenboek 1 vmbo-kgt. Eindredactie: Mari Janssen Albert Lubberink

1. Geef de titels van de kaarten die horen bij de bladzijden van de Grote Bosatlas.

1kgt. AARDRIJKSKUNDE voor de onderbouw HANDBOEK

Samen op één wereldbol. 1. Geschiedkundige personen.

1t/h. AARDRIJKSKUNDE voor de onderbouw HANDBOEK

Werken met De Grote BOSATLAS E D I T I E T W E E Ë N V I J F T I G

1. De bevolkingsspreiding en -groei in de wereld

Samenvatting Aardrijkskunde Leefbaarheid en zorg in stedelijke en landelijke gebieden

Ontwerp Paper 2 Bijlage 4

Grote gemeenten goed voor driekwart van bevolkingsgroei tot 2025

2 Over bevolking en cultuur

Atlasgebruik 53e hv123

Atlasgebruik 53e hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

ZONNELOPER N N NL. 90 NOORDPOOL maart. juni juli. aug. sept. okt. mei. april. feb

Atlasvaardigheden T-excellent. Udens College. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl II

H2: Europa, verenigd of versnipperd?

St. Scouting St. Franciscus Wijchen

Atlasgebruik 53e vmbo12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Atlasgebruik 53e vmbo12

Atlas. Mens en Maatschappij GG. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Lessen over Cosmografie

De Geo. 1 hv Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk ste druk

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. In 2025 fors meer huishoudens in de Randstad

vwo AARDRIJKSKUNDE voor de onderbouw ANTWOORDENBOEK

6,1. Wat is migratie? On the move. Samenvatting door een scholier 1685 woorden 3 juni keer beoordeeld. Aardrijkskunde. 2.

GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud Algemene inhoud

Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 1, les 1,2,3

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet?

LESONTWERP ALGEMENE VAKKEN / VOEDING-VERZORGING

De Geo. 3 havo/vwov Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk ste druk

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk ste druk

A. LEER EN TOETSPLAN Vak: Aardrijkskunde Leerjaar: 1 Onderwerpen: KAARTEN, KAARTLEZEN, PLAATSBEPALING, HOOG en LAAG, ENDOGENE en EXOGENE KRACHTEN,

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Vaardigheden - Atlasgebruik. VO-content StudioVO. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Demi Smit Sarah Lingaard. Atlas van de toekomst

De Geo. 3 havo/vwov Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk 2 1, 2 en 3. 1ste druk

Groep 7/8. 0 Hoofstuk. Groep 7/8

Ontwerp Paper 2 Bijlage 2

5.1 De kaart van Nederland

Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 1, 2 en 3, Migratie en vervoer

Atlasvaardigheden basisbosatlas

De Geo. 1 th Aardrijkskunde voor de onderbouw. Antwoorden hoofdstuk ste druk

Planbureau voor de Leefomgeving PERSBERICHT. Bevolking daalt in kwart Nederlandse gemeenten. Nieuwe regionale bevolkingsprognoses tot 2040:

Winterspelen in Vancouver, Canada

Prognose van de bevolking naar herkomst,

Opdrachten bij Weer en klimaat. (Tekstboek en de ELO) Temperatuurverschillen op aarde.

Kernprognose : tijdelijk minder geboorten

Eindexamen aardrijkskunde havo 2003-I

Een kaart wordt op schaal getekend. Dat is een verkleining van de werkelijkheid.

Praktische opdracht Aardrijkskunde Criminaliteit in Nederland

Het soort weer dat een land tijdens een lange periode heeft. Gebied in de wereld waar het klimaat overal hetzelfde is.

Samenvatting Aardrijkskunde Migratie & mobiliteit

DE WERELD VAN DE GROTE STAD

Schrijf alle antwoorden op een apart antwoordblad.

People. Europa telt niet de meeste inwoners, maar heeft. wel de hoogste bevolkingsdichtheid van alle regio s

Spreekbeurt Aardrijkskunde De Verenigde Staten: land van migranten

2 Over bevolking en cultuur

7.4. Boekverslag door E woorden 24 september keer beoordeeld. Aardrijkskunde

Emigratie hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

LESONTWERP ALGEMENE VAKKEN / VOEDING-VERZORGING

Transcriptie:

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS EINDTOETS Eindtoets hoofdstuk 1 1 a Wat zijn de belangrijkste onderdelen die een cartograaf op een kaart tekent? windrichting, 1..., 2..., 3. b Noteer de letters van de windstreken en tussenwindstreken in de juiste volgorde. Werk vanaf N(oord) rechtsom met de klok mee. 2 Welk hulpmiddel in de atlas gebruik je als je het snelst wilt zoeken: a kaart Alpen? b kaart eigen omgeving? c kaart Rijn? d kaart overstromingen? 3 Waarom zijn kaarten belangrijk? 4 Bekijk bron 1. a Noteer de schaal van de kaart. b Je reist van Rotterdam via Den Haag naar Amsterdam. De afstand tussen Rotterdam en Den Haag is hemelsbreed gemeten 1 cm. Van Den Haag naar Amsterdam 2,5 cm. Wat is de afstand in werkelijkheid? Bron 1 5 De schaal van een kaart is 1 : 10 000. a Hoe groot is 1 cm op de kaart in werkelijkheid? b De afstand over de weg tussen twee plaatsen is 10 km. Hoe groot is de afstand op de kaart in cm? Malmberg 1/4

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS EINDTOETS 6 Welke schaal geeft het gebied het minst verkleind weer? A 1 : 10 000 B 1 : 100 000 C 1 : 1 000 000 D 1 : 10 000 000 7 Je kunt kiezen uit kaarten met de volgende schalen: A 1 : 5 000 B 1 : 50 000 C 1 : 500 000 D 1 : 5 000 000 a b c d Welke schaal gebruik je om een treinreis door Europa te plannen? Welke schaal geeft een gebied het meest verkleind weer? Welke schaal is nodig om een fietstocht door Nederland te plannen? Welke schaal past het beste bij een plattegrond? 8 Je hebt twee kaarten. Kaart 1 heeft een schaal van 1 : 100 000. Kaart 2 is tien maal kleiner. Wat is de schaal van kaart 2? A 1 : 10 000 000 B 1 : 10 000 C 1 : 1 000 D 1 : 1 000 000 9 Gebruik de schalen van vraag 8. Noteer de juiste letter. a Op welke schaal staat het grootste gebied afgebeeld? b Wat is het kleinste schaalgetal? c Met welke schaal is de verkleining het minst? d Wat is het grootste schaalgetal? 10 Bekijk bron 2. a Wat is de afstand in kilometers? b Is deze kaart veel of weinig verkleind? Bron 2 Malmberg 2/4

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS EINDTOETS 11 De schaalstok van bron 3 is 3 cm lang. Welke schaal hoort bij deze schaalstok? Bron 3 12 Welke woorden horen bij een kleinschalige kaart? Kies steeds uit onderstaande tweetallen. a kleine schaal grote schaal b weinig details veel details c klein afgebeeld groot afgebeeld d minder verkleining meer verkleining e klein schaalgetal groot schaalgetal 13 I Een topografische kaart is nauwkeurig en toont veel details. II Een thematische kaart geeft alles weer wat er in een gebied is te zien. III Een overzichtskaart geeft een algemeen beeld van een groot gebied. A B C D I is onjuist; II en III zijn juist. I en II zijn onjuist; III is juist. I en III zijn juist; II is onjuist. I is juist; II en III zijn onjuist. 14 Wat is het verschil tussen een staatkundige en natuurkundige overzichtskaart? 15 Combineer de juiste letters en cijfers (bijv. 1A). A staatkundige overzichtskaart 1 Europa, bevolking B natuurkundige overzichtskaart 2 Nederland, reliëf C thematische kaart 3 stadswijk Parijs D topografische kaart 4 Europese Unie 16 Wat voor soort kaart gebruik je als je: a een wandeltocht door de omgeving van je school wilt maken? b een kaart met de titel dreigend water ontdekt? c wilt weten welke landen aan Nederland grenzen? d kaart de titel Nederland, rivierengebied heeft? 17 In elk rijtje hoort één woord niet thuis. Noteer het woord dat niet in het rijtje past. a natuurkundige overzichtskaart wegen Alpen b topografische kaart nauwkeurig Europa c staatkundige overzichtskaart wateren Nederland 18 Noteer de juiste kaartsoort in onderstaande tekst. Bij een watersnoodramp gebruik je verschillende soorten kaarten. Een goed overzicht over de plaatsen die gevaar lopen krijg je op een 1. Op een kaart met de hoogteligging kun je zien welke plaatsen als eerste hulp nodig hebben. Dat is een 2 kaart. Welke rivieren dreigen te overstromen zie je op de... 3... Om de juiste weg te vinden om de bewoners van een huis te bereiken gebruik je een... 4. 19 Juist of onjuist? Verbeter de onjuiste uitspraken. a De meest voorkomende kaart in de atlas is een staatkundige overzichtskaart. b Op een staatkundige kaart staan de provincies met een verschillende kleur aangegeven. c Bergen, rivieren, wateren en wegen staan op een natuurkundige overzichtskaart. d Op een natuurkundige overzichtskaart staan landsgrenzen aangegeven. Malmberg 3/4

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS EINDTOETS 20 Noteer de juiste uitspraken over meridianen. 1 Meridianen zijn breedtecirkels die de noorder- en zuiderbreedte aangeven. 2 Meridianen zijn lengtecirkels die van pool tot pool lopen. 3 Meridianen geven de ooster- en westerlengte aan. 4 De nulmeridiaan verdeelt de aarde in een noordelijk en zuidelijk halfrond. 21 Noteer de juiste uitspraken over remote sensing. 1 Het aardoppervlak zendt straling uit in de vorm van warmte of licht. 2 Een satellietfoto is hetzelfde als een remote-sensingbeeld. 3 Het ene deel van het aardoppervlak zendt meer straling uit dan het andere deel. 4 Een remote-sensingbeeld is een luchtfoto. 22 Waarom kun je remote sensing goed gebruiken als aanvulling op kaarten uit de atlas? 23 a Wat betekent GIS? b Wat is een belangrijk voordeel van GIS? Extra stof 24 Noteer de cijfers van de juiste uitspraken over tijdszones. 1 De nulmeridiaan geeft de West-Europese Tijd aan. 2 Het oostelijk en westelijk halfrond zijn samen 180 graden. 3 De aarde draait in 24 uur 180 graden om zijn as. 4 Naar het oosten wordt het steeds een uur later. 25 I Een navigatiekaart gebruik je om een route te bepalen. II Een navigatiekaart geeft alles weer wat er in een gebied is te zien. III Een navigatiekaart is een thematische kaart. A B C D I is onjuist, II en III zijn juist. I en II zijn onjuist; III is juist. I en III zijn juist; II is onjuist. I is juist; II en III zijn onjuist. Atlasvragen 26 Gebruik de kaart Luchtfoto/Kaart/Schaal Willemstad. a Welke topografische kaart is het meest gedetailleerd? b Waaraan kun je dat zien? 27 Noteer de lengte en breedte in hele graden en minuten van: a Utrecht. b de plaats van je school. 28 a Wat voor soort kaart is Nederland bevolking? b Welke soort kaart vind je het meeste in de atlas? 29 a Is de legenda van iedere kaart hetzelfde? b Waar vind je het antwoord in de atlas? 30 Bekijk de kaart Noord-Europa. a Wat voor soort kaart is dit? b Waaraan kun je dat zien? Malmberg 4/4

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS ANTWOORDEN TOETSEN Eindtoets hoofdstuk 1 1 a 1 = titel 2 = legenda 3 = schaal b N, N.O., O, Z.O., Z, Z.W., W, N.W. 2 a Register topografische namen [namenregister]. b Algemene inhoud. c Register topografische namen [namenregister]. d Trefwoordenregister [zaakregister]. 3 Aardrijkskunde bestudeert de invloed van natuur en mens op aarde. Kaarten zijn het belangrijkste hulpmiddel, want je ziet de werkelijkheid in het klein. 4 a 1 : 2 500 000 b 87,5 km 5 a 0,1 km b 1 cm 6 A 7 a 1 : 500 000 (C) b 1 : 5 000 000 (D) c 1 : 50 000 (B) d 1 : 5000 (A) 8 D 9 a A b C c C d A 10 a 0,15 kilometer b Weinig 11 1 : 3 000 000 12 a kleine schaal b weinig details c klein afgebeeld d meer verkleining e groot schaalgetal 13 C 14 Staatkundige kaart: vooral menselijke onderdelen, zoals landen, provincies, steden, wegen. Natuurkundige kaart: vooral natuurlijke onderdelen, zoals bergen, rivieren, hoogteligging. 15 A4, B2, C1, D3 16 a topografische kaart b thematische kaart c staatkundige overzichtskaart d natuurkundige overzichtskaart 17 a wegen b Europa c wateren 18 1 = staatkundige overzichtskaart 2 = natuurkundige overzichtskaart 3 = natuurkundige overzichtskaart 4 = topografische kaart 19 a onjuist, thematische kaart komt het meeste voor b juist c onjuist, wegen staan niet op een natuurkundige overzichtskaart d onjuist, op een natuurkundige overzichtskaart staan geen landsgrenzen 20 2, 3 21 1, 3 22 Remote-sensingbeelden zijn heel gedetailleerd en actueel. 23 a Geografisch Informatiesysteem. b Met GIS maak je digitale kaarten waarbij je lagen met informatie over elkaar heen kunt leggen. Extra stof 24 1, 4 25 C Malmberg 1/2

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS ANTWOORDEN TOETSEN Atlasvragen 26 a Topografische kaart 1 : 25 000. b Alles staat er groter op afgebeeld dan op de topografische kaart 1 : 50 000. 27 a 52 06 N.B. - 5 07 O.L. b Antwoorden verschillen. 28 a Thematische kaart. b Thematische kaart. 29 a Nee. b In de algemene legenda voor in de atlas. 30 a Staatkundige overzichtskaart. b Overzicht van een groot gebied. Op de kaart staan menselijke onderdelen, zoals wegen, plaatsen en grenzen. Malmberg 2/2

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS TUSSENTOETS 2 EN 3 Tussentoets 2 en 3 1 Noteer de cijfers van de juiste uitspraken. 1 Het belangrijkste hulpmiddel bij aardrijkskunde is de atlas. 2 Op een kaart wordt de werkelijkheid in het klein afgebeeld. 3 Op iedere kaart staat een noordpijl. 4 Zonder legenda kun je een kaart niet lezen. 2 I De legenda geeft aan wat het onderwerp van de kaart is. II De legenda kan per kaart verschillend zijn. III De legenda verklaart de gebruikte kleuren en kaarttekens op de kaart. A B C D I is onjuist, II en III zijn juist. I en II zijn onjuist; III is juist. I en III zijn juist; II is onjuist. I is juist; II en III zijn onjuist. 3 Combineer de juiste letters en cijfers (bijv. 1A). Zoeken in de atlas kun je met: A trefwoordenregister [zaakregister] 1 onderwerp B algemene inhoud 2 onderwerp op alfabet C register topografische namen [namenregister] 3 ligging land bekend D bladwijzer 4 namen op alfabet 4 Wat is juist? Om een kaart te kunnen begrijpen moeten de volgende onderdelen erop staan: A windroos, legenda en titel. B legenda, schaal en windroos. C schaal, windroos en titel. D titel, schaal en legenda. 5 Bekijk bron 1. a Welke windstreken horen bij de letters A en B? b Welke windstreken horen bij de cijfers 1, 2, 3 en 4? Bron 1 6 Wat wordt met de schaal van de kaart aangegeven? A De afstand die op de kaart is gemeten. B De verhouding tussen de afstand op de kaart en de werkelijkheid. C De afstand tussen plaatsen in kilometers. D Hoeveel het gebied op de kaart is vergroot. Malmberg 1/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS TUSSENTOETS 2 EN 3 7 Bekijk bron 2. I De schaal staat aangegeven met een schaalstok. II De schaal kun je ook weergeven als 1 : 500 000. III In werkelijkheid is 1 cm op de kaart 50 km. A B C D I is onjuist, II en III zijn juist. I en II zijn onjuist; III is juist. I en III zijn juist; II is onjuist. I is juist; II en III zijn onjuist. Bron 2 8 Bekijk nogmaals bron 2. De afstand tussen Rotterdam en Zwolle is hemelsbreed gemeten 5,5 cm. Bereken de afstand in kilometers. 9 Noteer de cijfers van de juiste uitspraken. 1 Een wereldkaart is een voorbeeld van een grootschalige kaart. 2 Op een wereldkaart staat alles klein afgebeeld. 3 Een plattegrond is een voorbeeld van een kleinschalige kaart. 4 Op een plattegrond staat alles groot afgebeeld. 10 Combineer de juiste letters en cijfers (bijv. 1A). A staatkundige overzichtskaart 1 Europa, klimaat B natuurkundige overzichtskaart 2 Alpen C thematische kaart 3 plattegrond Amsterdam D topografische kaart 4 Nederland, provincies Malmberg 2/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS TUSSENTOETS 2 EN 3 Extra stof 11 Op de kaart is de afstand tussen twee plaatsen 30 cm. De schaal van de kaart is 1 : 450 000. Wat is de afstand in kilometers? A 1350 km B 13,5 km C 135 km D 1,3 km 12 Bekijk nogmaals bron 2. Dit is een voorbeeld van een: 1 thematische kaart. 2 navigatiekaart. 3 natuurkundige overzichtskaart. 4 staatkundige overzichtskaart. Malmberg 3/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS ANTWOORDEN TOETSEN Tussentoets 2 en 3 1 1, 2, 4 2 A 3 A2, B1, C4, D3 4 D 5 a A = Oost B = West b 1 = N.O. 2 = Z.W. 3 = Z.O. 4 = N.W. 6 B 7 D 8 137,5 kilometer 9 2, 4 10 A4, B2, C1, D3 Extra stof 11 C 12 1, 2, 4 Malmberg 1/1

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS TUSSENTOETS 4 EN 5 Tussentoets 4 en 5 1 Bekijk bron 1. Noteer de juiste begrippen: a Ten noorden van de evenaar. b De breedteligging van de evenaar naar de Noordpool. c Ten zuiden van de evenaar. d De breedteligging van de evenaar naar de Zuidpool. Bron 1 2 I Breedtecirkels worden ook wel parallellen genoemd. II Breedtecirkels nummer je van 0 tot 180 graden. III De Steenboks- en Kreeftskeerkring zijn voorbeelden van breedtecirkels. A B C D I is onjuist, II en III zijn juist. I en II zijn onjuist; III is juist. I en III zijn juist; II is onjuist. I is juist; II en III zijn onjuist. 3 Noteer de cijfers van de juiste uitspraken over lengtecirkels. 1 De belangrijkste lengtecirkel is de evenaar. 2 De lengtecirkel wordt ook meridiaan genoemd. 3 De zuidpool- en noordpoolcirkel zijn voorbeelden van lengtecirkels. 4 Een lengtecirkel loopt van pool tot pool. 4 Hoe noemt men de lijn die de aarde in een westelijk en oostelijk halfrond verdeelt? 5 Waar ligt Nederland? A Op het noordelijk halfrond en westerlengte. B Op het zuidelijk halfrond en westerlengte. C Op het noordelijk halfrond en oosterlengte. D Op het zuidelijk halfrond en oosterlengte. Malmberg 1/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS TUSSENTOETS 4 EN 5 6 Wat is de hoogste breedtegraad en lengtegraad? Welke combinatie is juist? Hoogste breedtegraad Hoogste lengtegraad A 90 360 B 90 180 C 180 180 D 180 360 7 Bekijk bron 2. Welke breedtegraden horen bij Amsterdam? A 52 N.B. en 4 O.L. B 52 N.B. en 4 W.L. C 58 N.B. en 4 O.L. D 58 N.B. en 4 W.L. Bron 2 8 Gebruik nogmaals bron 2. Welk antwoord is juist? Spanje ligt op: 1 het noordelijk halfrond. 2 het zuidelijk halfrond. 3 oosterlengte. 4 westerlengte. 9 I Fysische geografie kijkt naar de invloed van de mens op aarde. II Fysische geografie onderzoekt hoe bewoners rivierwater vervuilen. III Fysische geografie bestudeert gebergtevorming, aardbevingen en vulkanen. A B C D I is onjuist, II en III zijn juist. I en II zijn onjuist; III is juist. I en III zijn juist; II is onjuist. I is juist; II en III zijn onjuist. Malmberg 2/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS TUSSENTOETS 4 EN 5 10 Welke zinnen horen bij sociale geografie? Noteer de juiste cijfers. Een verslaggever doet verslag van: 1 schade aan woningen door aardbevingen. 2 afbreken van oude woningen in een stad. 3 aanleggen van een spoorlijn door een gebergte. 4 verhogen van dijken om overstromingen te voorkomen. Extra stof 11 De aarde is verdeeld in tijdzones. Leg uit waardoor iedere tijdzone ongeveer 15 breed is. Noteer de berekening. 12 Noteer de cijfers van de juiste uitspraken over tijdzones. 1 De nulmeridiaan geeft de Midden-Europese Tijd aan. 2 Het oostelijk en westelijk halfrond zijn samen 360 graden. 3 De aarde draait in 24 uur 180 graden om zijn aardas. 4 Naar het oosten wordt het steeds een uur later. Malmberg 3/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 1 DE WERELD ONTDEKKEN MET DE ATLAS ANTWOORDEN TOETSEN Tussentoets 4 en 5 1 A = noordelijk halfrond B = noorderbreedte C = zuidelijk halfrond D = zuiderbreedte 2 C 3 2, 4 4 nulmeridiaan 5 C 6 B 7 A 8 1, 4 9 B 10 2, 3, 4 Extra stof 11 In 24 uur draait de aarde 360 graden om zijn as. Dit delen door 24 uur is 15 graden. 12 2, 4 Malmberg 1/1

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR EINDTOETS Eindtoets hoofdstuk 2 1 I Het geboortecijfer is 13. Het sterftecijfer bedraagt 10. Dit land heeft een sterfteoverschot. II Door de armoede te bestrijden kan de snelle bevolkingsgroei worden afgeremd. A B C D Alleen I is goed. Alleen II is goed. I en II zijn goed. I en II zijn fout. 2 Zowel in land X als in land Y bedraagt het geboortecijfer 9. Dat betekent dat in beide landen: A per duizend vrouwen evenveel kinderen geboren worden. B evenveel kinderen geboren worden. C de bevolking even snel groeit. D per duizend inwoners evenveel kinderen geboren worden. 3 In ontwikkelingslanden zijn de gezinnen vrij groot. Geef daarvoor vier redenen. 4 Bekijk bron 1 hieronder goed. a Bovenstaande figuren zeggen iets over: bevolkingsdichtheid bevolkingsspreiding beide b De bevolkingsdichtheid in gebied A, B en C is gelijk. Is deze uitspraak juist of onjuist? c Bereken de bevolkingsdichtheid van gebied A. Noteer de berekening. Bron 1 Malmberg 1/6

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR EINDTOETS 5 Bekijk de grafiek van bron 2 goed. a In de kaart van bron 2 zie je twee grafiektypen terug. Welke zijn dat? b Welke drie grafiektypen ken je nog meer? Bron 2 6 Bekijk bron 3 hieronder goed. Dit bevolkingsmodel laat de verschillende fasen in de ontwikkeling van een bevolking zien. a In welke fase van dit model zit Nederland? b Geef voor elke uitspraak hieronder aan, op welke fase van het model die betrekking heeft. 1 Een moeder huilt bij het graf van haar zesde kind dat overleden is als gevolg van een tyfusepidemie. 2 Er komen steeds meer gouden bruiloften. 3 Ouders beginnen meer over gezinsplanning na te denken. c In fase 2 en 3 is er, als je naar de lijnen van het geboorte- en sterftecijfer kijkt, in deze figuur steeds sprake van een: A geboorteoverschot. B sterfteoverschot. C migratiesaldo. D natuurlijke groei. Bron 3 Malmberg 2/6

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR EINDTOETS 7 Bekijk bron 4 goed. a Bij welke van de drie leeftijdsdiagrammen A, B of C, passen het beste de termen ontgroening en vergrijzing? b Licht je keuze bij a toe voor beide begrippen. c Hoe wordt het door jou bij a gekozen leeftijdsdiagram wel genoemd? d Welke van de drie leeftijdsgrafieken komt het dichtst in de buurt van die van India? A B C Bron 4 8 Bekijk bron 5. a Zet achter de cijfers 1, 2 en 3 de begrippen immigratie, emigratie en remigratie. b Iemand die van één land naar een ander land verhuist, is zowel immigrant als emigrant. Leg dat uit. c In land A zijn er in een jaar 140 000 immigranten en 80 000 emigranten. Bereken het migratiesaldo. d Is de uitkomst van vraag c een positief of negatief migratiesaldo? Bron 5 9 a Als er sprake is van (volg)migratie als gevolg van gunstige berichten naar het land van herkomst, is er sprake van: A gezinsherenigende migratie. B kettingmigratie. C gezinsvormende migratie. b De drie bij a genoemde antwoorden zijn alle: A economische motieven om te emigreren. B sociale motieven om te emigreren. C politieke motieven om te emigreren. D godsdienstige motieven om te emigreren. Malmberg 3/6

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR EINDTOETS 10 a Stel, je woont in een arm land en wilt misschien naar een rijk land verhuizen. Noem twee minpunten van het arme land, waar jij woont. b Noem twee andere termen voor minpunten. 11 De Taj Mahal is een van de nieuwe wereldwonderen die in 2007 via internet door mensen overal ter wereld zijn gekozen. Dit is een voorbeeld van een 1 cultuurkenmerk. Dat veel Indiërs een koe als een heilig dier beschouwen is een voorbeeld van een 2 cultuurkenmerk. 12 Stelling: Nederland is een multiculturele samenleving. Geef aan of deze stelling juist of onjuist is en licht je keuze toe. 13 Twee uitspraken: I Racisme is hetzelfde als discriminatie. II Conflicten in de wereld hebben vaak te maken met godsdiensten. A B C D Alleen I is goed. Alleen II is goed. I en II zijn goed. I en II zijn fout. 14 Twee uitspraken: I Een vooroordeel berust op een ongegronde mening. II Een vooroordeel berust op feitelijke kennis. A B C D Alleen I is goed. Alleen II is goed. I en II zijn goed. I en II zijn fout. Malmberg 4/6

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR EINDTOETS 15 a Bekijk bron 6 goed. Leg uit hoe je in deze tekening apartheid terug kunt zien. b Er is in dit voorbeeld sprake van 1... en... 2 segregatie. Bron 6 Extra stof 16 In elk land worden mensen opgeleid voor studies over de bevolking. a Hoe heet het vak dat deze mensen bestuderen? b Wat is de waarde van deze onderzoeken voor de bevolking nu en in de toekomst? 17 Leg uit waarom het geboortecijfer en het vruchtbaarheidscijfer niet hetzelfde hoeven te zijn? 18 Door welke organisatie van de Verenigde Naties is de werelderfgoedlijst opgesteld? Atlasvragen 19 Gebruik de kaart Nederland bruto sterftecijfer. De (bruto) sterftecijfers zijn gemiddeld erg hoog in de provincies: A Flevoland, Noord-Holland, Utrecht. B Noord-Brabant, Zuid-Holland, Flevoland. C Flevoland, Zuid-Holland, Zeeland. D Drenthe, Groningen, Zeeland. Malmberg 5/6

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR EINDTOETS 20 Gebruik dezelfde kaart als bij vraag 19. Verspreid over Nederland laten de (bruto) sterftecijfers vrij grote verschillen zien. Geef daarvoor de belangrijkste verklaring. 21 Gebruik de kaart Nederland allochtonen. In welke provincies vind je de meeste allochtonen? A Noord- en Zuid-Holland. B Groningen en Gelderland. C Noord-Brabant en Limburg. D Friesland, Groningen en Drenthe. 22 a Alleen voor de 53e druk van de Grote Bosatlas! Je krijgt de opdracht om de segregatie van allochtonen in Amsterdam te onderzoeken. Welke kaart kun je daarvoor het beste gebruiken? b Wat zegt deze kaart over de segregatie van allochtonen in Amsterdam? Vragen India 23 Waarom zijn vooral de kustgebieden en rivierdalen in India dichtbevolkt? 24 Stel, je moet aantonen dat India een multiculturele samenleving is. Welke atlaskaart ga je daarvoor gebruiken? Geef de titel van de kaart. 25 India is na China het land met de meeste 1 ter wereld. Hier zijn een groot aantal religies ontstaan, waaronder het hindoeïsme en 2. Gedurende bijna 100 jaar vormde India een deel van het Britse rijk. In 1947 werd India 3. Langzaam maar zeker verandert India van een plattelandssamenleving in een 4 samenleving. Het grootste deel van de bevolking in de steden is arm en woont in 5. Malmberg 6/6

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR ANTWOORDEN TOETSEN Eindtoets hoofdstuk 2 1 B 2 D 3 1 Kinderen zijn arbeidskracht. 2 Veel kinderen is een zegen volgens sommige godsdiensten. 3 Van de kinderen sterft er een aantal jong, dus wil men enkele kinderen meer. 4 Kinderen zijn een oudedagsvoorziening voor hun ouders. 4 a beide b De uitspraak is onjuist: in gebied C wonen, op een grotere oppervlakte, minder mensen. c Opp.: 4 x 6 = 24 km 2. Inw.: 900. Dus: 900 : 24 = 37,5 inw/km 2. 5 a beeldgrafiek en stroomgrafiek b 1 = staaf- of kolomgrafiek 2 = lijngrafiek 3 = cirkelgrafiek 6 a Fase 4. Wij hebben een laag geboorte- en sterftecijfer. b 1 = fase 1 2 = fase 4 3 = fase 3 c D (natuurlijke groei) 7 a B b Hierbij hoort een dalend geboorte- en sterftecijfer, dus een afnemend percentage jongeren < 20 jaar en een toenemend percentage 65+-ers. c Urn- of uimodel. d A 8 a 1 = emigratie 2 = immigratie 3 = remigratie b Voor het land waar hij vertrekt is hij emigrant, voor het land waar hij naartoe verhuist is hij immigrant. c 60 000 d Een positief migratiesaldo; er komen meer mensen binnen dan dat er weggaan. 9 a B b B 10 a Twee van de volgende antwoorden: laag loon werkloosheid armoede slechte gezondheidszorg slecht onderwijs. b pushfactoren of afstotingsfactoren. 11 1 = zichtbaar 2 = onzichtbaar 12 Juist. Nederland bestaat uit verschillende bevolkingsgroepen met ieder hun eigen cultuur. 13 B 14 A 15 a De onaanraakbaren wonen apart van de mensen uit de hogere kasten. b 1 = ruimtelijke 2 = sociale (Volgorde maakt niet uit.) Extra stof 16 a demografie b Bevolkingsontwikkeling is van belang vanwege allerlei economische, politieke en sociale belangen. Groeit een bevolking snel of langzaam of krimpt het aantal zelfs. 17 Het gaat bij beide om het aantal levengeborenen; bij het geboortecijfer per 1000 inwoners, bij het vruchtbaarheidscijfer per 1000 vruchtbare vrouwen (15-44 jaar). 18 UNESCO Malmberg 1/2

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR ANTWOORDEN TOETSEN Atlasvragen 19 D 20 Naarmate de bevolking meer vergrijsd is, zal het sterftecijfer hoger zijn. 21 A 22 a Kaart 26B. b Allochtonen wonen gesegregeerd in vooral Amsterdam-Zuidoost, Geuzeveld/Slotermeer, Bos en Lommer en de Baarsjes. Vragen India 23 Het zijn laaggelegen, vlakke delen en daardoor geschikt voor bewoning. 24 Kaart 144C (alleen in de 53e editie!). 25 1 = inwoners 2 = boeddhisme 3 = onafhankelijk 4 = stedelijke 5 = krottenwijken Malmberg 2/2

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR TUSSENTOETS 2 EN 3 Tussentoets 2 en 3 1 Wat is juist? I India is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. II India is het land met de grootste bevolking ter wereld. A B C D Alleen I is juist. Alleen II is juist. I en II zijn beide juist. I en II zijn beide onjuist. 2 Welke van de volgende begripsomschrijvingen is fout? A De verdeling van de bevolking over een gebied noem je bevolkingsspreiding. B Geboortecijfer: het aantal levendgeborenen in een land in een bepaald jaar. C Levensverwachting: gemiddeld aantal jaren dat je vanaf je geboorte (of vanaf een bepaalde leeftijd) nog te leven hebt. D Bevolkingsdichtheid: gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer. 3 Bekijk bron 1 en lees de onderstaande uitspraken. 1 In A is sprake van een sterke bevolkingsopeenhoping. 2 In B is sprake van een gelijkmatige bevolkingsspreiding. 3 In alle drie de gebieden is de bevolkingsdichtheid even groot. A Uitspraak 1 en 2. B Uitspraak 2 en 3. C Uitspraak 1 en 3. D Geen enkele uitspraak is juist. Bron 1 4 Een land heeft een oppervlakte van 300 000 km 2. Er wonen 21 miljoen mensen. De bevolkingsdichtheid is 5 In welke gebieden zal de bevolkingsdichtheid laag zijn? A Atacamawoestijn in Zuid-Amerika. B Tropisch regenwoud op Borneo. C California met een zeeklimaat. D Dal van de Ganges in India. E Himalayagebergte in het noorden van India. F West-Europa. Malmberg 1/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR TUSSENTOETS 2 EN 3 6 Zowel in land X als in land Y is het geboortecijfer 8. Dat betekent dat er in die landen in één jaar: A per duizend vrouwen evenveel kinderen geboren worden. B per duizend inwoners evenveel kinderen geboren worden. C de groei van de bevolking even hoog is. D er evenveel kinderen geboren worden. 7 De totale bevolking van een land bedraagt 32 000 000 mensen. Er sterven in een jaar 240 000 mensen. Hoe groot is het sterftecijfer? A Het sterftecijfer bedraagt 4. B Het sterftecijfer bedraagt 7,5. C Het sterftecijfer bedraagt 15. D Het sterftecijfer bedraagt 18. 8 Bekijk bron 2. Welke begrippen horen bij de begrippen 1, 2 en 3? A 1 = geboortecijfer, 2 = bevolking, 3 = sterftecijfer. B 1 = geboortecijfer, 2 = sterftecijfer, 3 = bevolking. C 1 = bevolking, 2 = sterftecijfer, 3 = geboortecijfer. D 1 = sterftecijfer, 2 = geboortecijfer, 3 = bevolking. Bron 2 9 Welke van de volgende fasen in de bevolkingsontwikkeling is momenteel van toepassing op India? A Hoog geboortecijfer en dalend sterftecijfer. B Hoog geboortecijfer en hoog sterftecijfer. C Dalend geboortecijfer en dalend sterftecijfer. D Laag geboortecijfer en laag sterftecijfer. Malmberg 2/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR TUSSENTOETS 2 EN 3 10 De leeftijdsgrafiek in bron 3 geeft de leeftijdsopbouw van de bevolking van een land weer. Welke beweringen zijn juist? I De leeftijdsgrafiek is van een ontwikkeld land. II De leeftijdsgrafiek laat de ontgroening van het land. A B C D Alleen bewering I is juist. Alleen bewering II is juist. Beide beweringen zijn juist. Beide beweringen zijn onjuist. Bron 3 Extra stof 11 Bij het Nederlandse Bureau voor de Statistiek (CBS) werken demografen. Zij beschrijven: A de ontwikkeling van de politiek in Nederland. B de ontwikkeling van de economie van Nederland. C de ontwikkeling van de bevolking van Nederland. D de ontwikkeling van het verkeer in Nederland. 12 In welk van de onderstaande landen is het vruchtbaarheidscijfer het hoogst? A Nederland B Verenigde Staten C Rusland D India Malmberg 3/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR ANTWOORDEN TOETSEN Tussentoets 2 en 3 1 A 2 B 3 A 4 70 inw./km 2 5 A, B en E 6 B 7 B 8 B 9 A 10 D Extra stof 11 C 12 D Malmberg 1/1

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR TUSSENTOETS 4, 5 EN 6 Tussentoets 4, 5 en 6 1 a Candresh uit India ging onlangs bij zijn oom in Groot-Brittannië wonen. Voor India is hij een a b Jan verhuisde 10 jaar geleden naar Nieuw-Zeeland. Omdat hij heimwee had, keerde hij naar Nederland terug. Voor Nederland is Jan een b. c Vama verliet India en vond werk als advocaat bij de Verenigde Naties in New York. Zij is een c. Welke combinatie is juist? A a = emigrant; b = immigrant; c = kettingmigrant. B a = immigrant; b = kettingmigrant; c = emigrant. C a = emigrant; b = remigrant; c = arbeidsmigrant. D a = immigrant; b = remigrant; c = arbeidsmigrant. 2 Bekijk bron 1. Wat is fout? Nederland had: A in 1950 een negatief migratiesaldo. B in 1975 een vestigingsoverschot. C in 1980 een vestigingsoverschot van ongeveer 50 000 personen. D in 2000 een vestigingsoverschot van ongeveer 50%. Bron 1 Nederland, emigratie en immigratie vanaf 1950. 3 Landen met een positief migratiesaldo vind je vooral in: A Zuid-Amerika B West-Europa C Afrika D Azië 4 Wat is juist? I India heeft een positief migratiesaldo. II Vooral laagopgeleide mensen verlaten India. A B C D Alleen I is juist. Alleen II is juist. I en II zijn beide juist. I en II zijn beide onjuist. 5 Vul de juiste woorden in: Ontwikkelingslanden hebben meestal een.a.migratiesaldo. Dit komt omdat ontwikkelingslanden landen zijn met veel b factoren. Malmberg 1/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR TUSSENTOETS 4, 5 EN 6 6 Vul de juiste woorden in: Het kastenstelsel in India is een..a. cultuurkenmerk. De Taj Mahal is een.b cultuurkenmerk. Het.c.. is de belangrijkste godsdienst in India. 7 India is een aantrekkelijk land voor toeristen omdat: A het één hoofdcultuur heeft. B de Taj Mahal op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. C het een multiculturele samenleving is. D het een aangenaam klimaat heeft. 8 Het kastenstelsel is een onderverdeling van de Indiase bevolking in bepaalde standen. Wat is juist? I De hoogste stand zijn de Brahmanen, de laagste stand de Dalits. II Van welke stand iemand is, wordt bepaald door inkomen en beroep. A B C D Alleen I is juist. Alleen II is juist. I en II zijn beide juist. I en II zijn beide onjuist. 9 Bekijk bron 2. Welk begrip is het meest van toepassing op de kaart? A autochtoon B allochtoon C integratie D segregatie Bron 2 Malmberg 2/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR TUSSENTOETS 4, 5 EN 6 10 Welke combinatie is juist? A Noord-Afrika islamitisch B Noord-Afrika boeddhistisch C Azië christelijk D Azië hindoeïstisch Extra stof 11 In India is er migratie van het platteland naar grote steden zoals Mumbai. Wat is het belangrijkste motief voor migratie naar de stad? A politiek B economisch C cultureel D sociaal 12 Bij migratie naar de Indiase stad Mumbai zijn de pullfactoren van Mumbai erg belangrijk. Welke van de onderstaande factoren zijn pullfactoren van Mumbai? Noteer alleen de cijfers. 1 andere gewoonten 2 aanwezigheid familie 3 meer kans op een baantje 4 betere voorzieningen 5 lager loon 6 eigen woning Malmberg 3/3

WERELDWIJS 1 HAVO/VWO 2 OVER BEVOLKING EN CULTUUR ANTWOORDEN TOETSEN Tussentoets 4, 5 en 6 1 C 2 D 3 B 4 D 5 a negatief b afstotingsfactoren of pushfactoren 6 a onzichtbaar b zichtbaar c hindoeïsme 7 C 8 A 9 D 10 A Extra stof 11 B 12 3 en 4 Malmberg 1/1