Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
2 Colofon Redactionele informatie Redactie Auteurs Els de Boer Monique van Diest Celina Mensinga Idske de Jong Lisette Goudsmid Carine van Oosteren Jeroen Slot Marian Huisman Michiel Overkamp Wim van Zee Idske de Jong Jan van Poorten Renée Kuit Vormgeving, zetwerk, omslag, druk en afwerking Stadsdrukkerij Amsterdam n.v. Foto s omslag Fotobank Intranet Amsterdam Bronvermelding Het overnemen van gegevens is met de volgende bronvermelding toegestaan: O+S Amsterdam prijs: 15, incl. btw en excl. verzendkosten maart 2009 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Voorwoord De publicatie Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld vormt samen met de publicatie Metropoolregio Amsterdam in cijfers 2008 een bron aan informatie over de Metropoolregio. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld bevat informatie over de verdeling van armoede en rijkdom in de Metropoolregio Amsterdam. De publicatie is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de gemeenten: Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad. Onder bewoners van deze gemeenten is onderzocht hoe zijn rijkdom en armoede ervaren in hun gemeente en in de Metropoolregio. Alle gegevens kunnen ook geraadpleegd of gedownload worden via de website van de Dienst Onderzoek en Statistiek (o+s): www.os.amsterdam.nl. Jeroen Slot Hoofd Onderzoek o+s Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
4 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Inhoud Samenvatting en conclusie 7 Inleiding 15 Arm en rijk in de Metropoolregio 15 Onderzoeksvragen 16 Bijdragen regiogemeenten 17 1 Arm en rijk 19 1.1 Rijken zijn armer geworden 19 1.2 Recente ontwikkelingen 20 1.3 Arm en rijk in de Metropoolregio 23 1.4 Ontwikkelingen in inkomen in de Metropoolregio 25 1.5 Focus op rijk en arm 27 1.6 Relatie met leefstijl 30 1.7 Relatie met geluk 31 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 35 2.1 Metropoolregio Amsterdam 35 2.2 De groei van Almere 37 2.3 Van Aeme-stelle tot Amstelveen 40 2.4 Amsterdam 44 2.5 Ups en downs van Haarlem 48 2.6 Haarlemmermeer 50 2.7 Van Purmer tot Purmerend 53 2.8 Zaanstad 57 3 Gouden randjes en pockets of poverty 63 3.1 Gemiddeld inkomen 63 3.2 Inkomensverdeling 2000 en 2005 68 3.3 Pockets of poverty 71 3.4 Gouden randjes 74 3.5 Inkomensongelijkheid 78 3.6 Opvallende resultaten per gemeente 80 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
6 Inhoud 4 Beleving van rijkdom en armoede 91 4.1 Geluk en tevredenheid 91 4.2 Ervaren luxe 97 4.3 Percepties over rijkdom en armoede in de Metropoolregio 99 4.4 Financiële situatie en financiële zorgen 101 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 107 5.1 Almere 107 5.2 Amstelveen 113 5.3 Amsterdam 118 5.4 Haarlem 124 5.5 Haarlemmermeer 130 5.6 Purmerend 135 5.7 Zaanstad 141 Bijlage 1 Tabellen 149 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
7 Samenvatting en conclusie Aanleiding onderzoek Inkomen is een belangrijke indicator voor de economische vitaliteit van een gebied. Hoe groter het aandeel inwoners met een hoog inkomen, hoe meer men te besteden heeft en hoe duurder de woningvoorraad. In onderzoek naar de inkomenssituatie wordt vaak gekeken naar het gemiddelde inkomen in een stad of buurt. Dit onderzoek focust juist op de extremen: in welke delen van de Metropoolregio Amsterdam wonen de armste en de rijkste inwoners? Ook is onderzocht hoe de inkomensverdeling in de Metropoolregio zich verhoudt tot de situatie in heel Nederland en welke veranderingen zich hebben voorgedaan in de periode 2000-2005. Het onderzoek besluit met de resultaten van een onderzoek naar de beleving van rijkdom en armoede onder de inwoners van de Metropoolregio. De Metropoolregio Amsterdam bestaat nog maar kort, officieel sinds december 2007. Voorheen stond het gebied vooral bekend als de Regionale Samenwerking Amsterdam. Gemiddelde vraagprijs woningen Metropoolregio, 1 januari 2004-2009 Graft-De Rijp Uitgeest Heemskerk Wormerland Purmerend Beverwijk Zaanstad Velsen Landsmeer Waterland Haarlemmerliede en Spaarnwoude 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 Haarlem Zandvoort Heemstede Bennebroek Haarlemmermeer Aalsmeer Uithoorn Amsterdam Ouder- Amstel Amstelveen Diemen Muiden Weesp Naarden Bussum Almere Laren Hilversum Blaricum bron: NRC 1 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
8 Samenvatting en conclusie Resultaten Ontstaan van rijkdom en armoede Het ontstaan van rijke en arme gebieden in de Metropoolregio is meestal al decennia of eeuwen geleden begonnen. Sommige wijken zijn van oudsher bewoont door de rijken, andere juist door minder bedeelden. Ook het huidige woningbestand zorgt voor spreiding van rijkdom en armoede. Dure woningen clusteren vaak bij elkaar, evenals sociale woningbouw. De gouden randjes Het Gooi is het rijkste gebied in de Metropoolregio. Het inkomen van de rijkste inwoner per gemeente ligt hier een stuk hoger dan in de rest van de regio. De onderstaande figuur geeft aan in welke wijken van de Metropoolregio relatief veel huishoudens met hoge inkomens wonen. Ten opzichte van vijf jaar eerder is er weinig veranderd. De meeste wijken met heel hoge inkomens in 2005 zijn dezelfde als die van 2000. De wijken met het grootste aandeel allerrijksten (hoogste 1% inkomens) zijn in 2005 te vinden in Huizen (Erica en Tafelberg en Buitenwijken). Aerdenhout in de gemeente Bloemendaal staat op de derde plek. Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met hele hoge inkomens in de Metropoolregio, 2005 (1% verdeling) Katwoude (Waterland) Aerdenhout (Bloemendaal) Wijk 01 Zandvoort Almere- Hout Noordwestelijke Villawijk (Hilversum) Erica en Tafelberg (Huizen) Buitenwijken (Huizen) Brediuskwartier (Bussum) Spiegel (Bussum) Blaricum bron: CBS/bewerking O+S Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
Samenvatting en conclusie 9 Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met lage inkomens in de Metropoolregio, 2000 (1% verdeling) Heemskerk-Dorp Jisp (Wormerland) Middelie (Zeevang) Oranjebuurt (Beverwijk) Watergang (Waterland) Centrum (Amsterdam) Weteringbrug (Haarlemmermeer) Oud-West (Amsterdam) De Baarsjes (Amsterdam) Oud-Zuid (Amsterdam) bron: CBS/bewerking O+S en de pockets of poverty Pockets of poverty zijn gebieden met een groot aandeel inwoners met hele lage inkomens. Op basis van de inkomensgrens van de 1% armste inwoners van de Metropoolregio is nagegaan in welke gemeenten en wijken in de Metropoolregio relatief veel huishoudens met lage inkomens wonen. Er blijkt een groot verschil te zijn tussen de situatie in 2000 en die in 2005. De wijken met het grootste aandeel allerarmsten (laagste 1% inkomens) waren in 2000 te vinden in Waterland (Watergang) en Zeevang (Middelie) en in 2005 in Zandvoort (wijk 01) en Haarlemmermeer (Rijk en omgeving). Veel wijken uit de top tien van wijken met de meeste hele lage inkomens uit 2000 zijn niet terug te vinden in de top tien in 2005. In de arme wijken van 2000 zijn dus tussen 2000 en 2005 minder huishoudens met lage inkomens komen wonen of meer met hoge inkomens. Alleen Amsterdam Centrum komt zowel in 2000 (plek 4) als in 2005 (plek 6) voor in de top 10. Een deel van de lage inkomens wordt ingevuld door zelfstandigen met weinig inkomen. Het inkomen van zelfstandigen fluctueert, vooral in de opstartfase. Dit is een van de redenen waardoor de wijken met relatief veel lage inkomens verschillen tussen perioden. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
10 Samenvatting en conclusie Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met hele lage inkomens in de Metropoolregio, 2005 (1% verdeling) Heemskerkerduin en Nooddorp Ilpendam (Landsmeer) Zandvoort Wijk 01 Poelenburg (Zaanstad) Centrum (Amsterdam) Diemen- Centrum Beinsdorp (Haarlemmermeer) Rijk en omgeving (Haarlemmermeer) Amsteldijk (Uithoorn) Landelijk gebied Hilversum bron: CBS/bewerking O+S Een opvallende uitkomst is dat er enkele wijken zijn die zowel tot de gouden randjes behoren als tot de pockets of poverty. Dit geldt met name voor delen van Zandvoort. Vanzelfsprekend is de mate van inkomensongelijkheid in deze wijken verhoudingsgewijs erg groot. Inkomensongelijkheid In de Metropoolregio zijn de inkomens minder gelijk verdeeld dan in Nederland. Zowel het aandeel mensen met een hoger inkomen als het aandeel met een lager inkomen is groter dan in heel Nederland het geval is. Bovendien is de inkomensongelijkheid toegenomen tussen 2000 en 2005, zowel in Nederland als in de Metropoolregio. De toename was iets sterker in de Metropoolregio dan gemiddeld in Nederland. Vermoedelijk zorgt de clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede voor de grotere inkomensongelijkheid in de Metropoolregio. Er wonen hele rijke mensen maar er is ook veel sociale woningbouw. De Theil-coëfficiënt laat zien dat de ongelijkheid in de staarten van de inkomensverdeling in de Metropoolregio groter is dan in Nederland. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
Samenvatting en conclusie 11 Gini- en Theil-coëfficiënt, Nederland en Metropoolregio, 2000 en 2005 Nederland Metropoolregio A dam 2000 2005 2000 2005 Gini-coëfficient 0,23 0,25 0,25 0,28 Theil-coëfficient 0,09 0,12 0,12 0,15 bron: CBS/bewerking O+S Verschillen tussen gemeenten De ontwikkeling van de inkomens naar gemeente is terug te brengen tot vijf archetypen: 1. Alle inkomensgroepen zijn ongeveer gelijk verdeeld. 2. Relatief veel rijken en weinig armen: de figuur volgt een stijgende lijn. 3. Relatief veel armen en weinig rijken: de figuur volgt een dalende lijn. 4. Zowel veel rijken als veel armen: de middengroep is relatief klein. 5. Zowel weinig rijken als weinig armen: de middengroep is relatief groot. Archetypen inkomensverdeling in gebieden ten opzichte van het gemiddelde in Nederland (10% groepen) 1. Alle inkomens ongeveer gelijk verdeeld % 12 10 8 6 4 2 0 laag midden hoog % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 laag 2. Veel rijk, weinig arm midden hoog % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 laag 3. Veel arm, weinig rijk midden hoog 4. Veel rijk en veel arm (kleine middengroep) % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 laag midden hoog 5. Weinig rijk en weinig arm (grote middengroep) % 14 12 10 8 6 4 2 0 laag midden hoog Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
12 Samenvatting en conclusie In de zeven grote gemeenten komt de inkomensverdeling van Zaanstad, Almere en Haarlem redelijk overeenkomt met de inkomensverdeling in Nederland (type 1). Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer en Purmerend laten een ander beeld zien. In Amstelveen zijn relatief weinig lage inkomens, maar is het aandeel van het zevende tot en met het tiende deciel bovengemiddeld hoog (type 2). Het grote aandeel expats in Amstelveen speelt hierin een rol. In Amsterdam zijn vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens oververtegenwoordigd (type 4). Dit komt doordat in grote steden als Amsterdam zowel veel stedelijke armoede en werkloosheid is (lage inkomens) als kennisintensieve arbeid (hoge inkomens). Het beeld van Purmerend is precies het tegenovergestelde van dat van Amsterdam. In Purmerend zijn de hele hoge en hele lage inkomens ondervertegenwoordigd, daarentegen is de middengroep groot (type 5). Dit hangt samen met de woningmarkt in Purmerend, er zijn relatief veel woningen voor de middenklasse. Haarlemmermeer heeft, net als Amstelveen, relatief weinig hele lage inkomens (type 2). De middengroepen zijn gemiddeld groot en er zijn relatief veel hoge inkomens. Deze hoge inkomensgroepen zijn echter wel kleiner dan in Amstelveen. De hogere inkomens in Haarlemmermeer kunnen verklaard worden door het grote aantal tweeverdieners. In de andere gemeenten zijn ook tweeverdieners, maar in Haarlemmermeer is het aandeel groter. Beleving van rijkdom en armoede in de Metropoolregio Tot slot is onderzocht hoe bewoners van de regio rijkdom en armoede beleven. Hiervoor is een internetenquête gehouden onder ruim 6.000 bewoners van Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad. Gezondheid, geluk en geld maken dat mensen zichzelf rijk voelen. Geluk De meeste respondenten zijn gelukkig met hun leven, ze geven er gemiddeld een 7,6 voor. Ze zijn vooral tevreden met hun eigen woning, hun vrienden en kennissen en hun genoten opleiding. Tevens zijn een viertal geluksvragen voorgelegd waaruit blijkt hoe gelukkig respondenten zijn. Hoog opgeleiden uit het onderzoek voelen zich gelukkiger dan laag opgeleiden, ook mensen met een koopwoning zijn over het algemeen gelukkiger. Inkomen speelt ook een rol in het geluk, hoe hoger het inkomen des te gelukkig mensen zijn. Maar maakt geld dan gelukkig? Mensen met een hoger inkomen zijn vaker van mening dat geld inderdaad gelukkig maakt. Wat maakt mensen nog gelukkiger? Meer geld zou veel mensen met een laag tot middeninkomen, een laag tot middelbaar opleidingsniveau en mensen zonder baan gelukkiger maken. Hoog opgeleiden, gezinnen met kinderen en mensen met hogere inkomens willen daarentegen vooral meer vrije tijd. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
Samenvatting en conclusie 13 Ervaren armste gemeente in de Metropoolregio (procenten) Purmerend Amsterdam Amstelveen Haarlemmermeer Haarlem Almere Zaanstad gemiddelde 0 20 40 60 80 100 % Zaanstad Amsterdam Purmerend Almere Haarlemmermeer Haarlem Amstelveen weet ik niet, geen antwoord bron: enquête panelleden 2008 Percepties over rijkdom en armoede De rijkste gemeenten van de zeven deelnemende gemeente is volgens velen Amstelveen. Over de armste gemeente is verdeeldheid. Een derde van de respondenten denkt dat Zaandam de armste gemeente is, 18% denkt dat Amsterdam dit is en 13% denkt aan Purmerend. Opvallend is dat bewoners van Zaanstad vooral Amsterdam als armste gemeente zien terwijl Amsterdammers Zaanstad juist op die plek zetten. Financiële zorgen Financiële zorgen en leningen zijn nauw met elkaar verbonden. Rood staan bij de bank, een persoonlijke lening hebben of een lening bij familie of vrienden, leidt tot meer financiële zorgen. Leeftijd speelt hierbij een rol: jongeren onder de 35 jaar en 65-plussers maken zich over het algemeen minder zorgen om hun financiën dan de leeftijdsgroep daartussen in. Noten 1 Kaarten vervaardigd door NRC. De getoonde wegen komen uit het Nationaal Wegenbestand van Rijkswaterstaat. De wijk- en gemeentegrenzen komen van CBS/Topografische Dienst Kadaster. De overige elementen (sporen en treinstations, natuurgebieden, zee en overig water) komen van Geodan. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
14 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
15 Inleiding Het zijn roerige tijden. De financiële turbulentie is uitgegroeid tot een ernstige financiële crisis met wereldwijde uitstraling. Deze crisis was mede aanleiding voor de overgang van een hoogconjunctuur naar een laagconjunctuur, onder andere in Nederland. Steeds meer mensen ervaren de gevolgen van de conjunctuuromslag: er dreigen massaontslagen, de werkloosheid gaat weer toenemen, vacatures worden schaarser en de prijzen van huizen en aandelen dalen. In de Quote 500 rijkste Nederlanders die in het najaar van 2008 verscheen, zijn deze effecten nog niet verwerkt. Niet alleen de rijksten van Nederland maar ook de overige Nederlandse huishoudens zien hun vermogen slinken. Dit zorgde in november 2008 voor het eerst in vijf jaar voor een daling van de consumptieve bestedingen. 1 De consequenties van deze recente ontwikkelingen voor de inkomensverdeling van Nederland of de Metropoolregio zijn nog niet bekend. Arm en rijk in de Metropoolregio Inkomen is een belangrijk gegeven voor economische vitaliteit van een gebied. Vaak wordt naar de gemiddelde situatie gekeken van steden of van wijken. De vraag is of hiermee recht wordt gedaan aan de dynamiek en de diversiteit in de regio en die van de verschillende steden in de regio. Naast gemiddelden kent elke stad, en ook de Metropoolregio als geheel, extremen van rijkdom en armoede: een gouden randje en/of een arme wijk. Rijk en arm kunnen zelfs vlakbij elkaar wonen. In de krachtwijk Poelenburg in de gemeente Zaanstad woont bijvoorbeeld een welvarend deel in villa s aan de rand van deze wijk. Waar bevinden de rijke enclaves en pockets of poverty zich in de Metropoolregio? Zijn deze in de afgelopen jaren toe- of afgenomen, is er sprake van verplaatsing en waarom? Zijn er (logische) verklaringen voor de regionale spreiding van rijke en arme wijken en buurten? De antwoorden op deze vragen, die in deze rapportage aan bod komen, leiden tot beter inzicht in de verdeling van arm en rijk in de regio. Hiermee kan het profiel van de delen en de regio als geheel verder ingekleurd worden. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
16 Inleiding Naast financiële rijkdom en armoede is er ook sprake van andere vormen van kapitaal: sociaal en cultureel kapitaal. Door middel van onderzoek onder bewoners in de regio is inzicht verkregen in de manier waarop bewoners rijkdom en armoede beleven. Onderzoeksvragen In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: 1. Hoe is rijkdom en armoede verdeeld over de regio? Welke extremen zijn zichtbaar? 2. Zijn er ruimtelijke verschuivingen zichtbaar in de tijd en welke verklaringen kunnen hiervoor gevonden worden? 3. Hoe worden armoede en rijkdom, breed gedefinieerd, door bewoners van de regio beleefd? Het onderzoek valt uiteen in vijf hoofdstukken: 1 Inkomensverdeling De rapportage begint met een hoofdstuk over de algemene ontwikkelingen die zich voordoen in de inkomensverdeling. Tevens bevat dit hoofdstuk de definitie van een aantal begrippen die in andere hoofdstukken terugkomen, zoals armoede en rijkdom en de Gini- en Theil-coëfficiënt. Ook wordt er een relatie gelegd tussen armoede en rijkdom en leefstijl en geluk. 2 Ontstaansgeschiedenis gemeenten Het ontstaan van arme en rijke buurten wordt onder andere beïnvloed door demografische ontwikkelingen, urbanisatie- en suburbanisatiegolven, het groeikernenbeleid, woningnood in de jaren 50 en het bouwen van nieuwbouwwijken. In het tweede hoofdstuk wordt voor de grotere gemeenten in een paar pagina s de ontstaansgeschiedenis geschetst, op het gebied van de volkshuis vesting en de inkomensverdeling van de bewoners. Iedere beschrijving besluit met een recente verdeling van de woningwaarden per gemeente. 3 Analyse RIO-data Het derde hoofdstuk laat zien waar de pockets of poverty en de gouden randjes zich bevinden in de Metropoolregio, ook veranderingen tussen 2000 en 2005 komen aan bod. Bovendien wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de inkomensongelijkheid in de regio op basis van de Gini- en Theilindex. Is deze toe- of afgenomen? Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
Inleiding 17 4 Resultaten panelonderzoek In het najaar van 2008 is met behulp van de internetpanels van Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad onderzocht hoe armoede en rijkdom beleefd wordt. Ook zijn er relaties gelegd met gezondheid en geluk. Het vierde hoofdstuk doet verslag van de overeenkomsten en verschillen tussen de gemeenten. 5 Resultaten per gemeente Hoofdstuk vijf bevat de resultaten van de het onderzoek naar de beleving van armoede en rijkdom naar gemeente. Bijdragen regiogemeenten O+S Amsterdam heeft het onderzoek uitgevoerd, in nauwe samenwerking met onderzoekers van de hiervoor genoemde gemeenten. Het panelonderzoek is door elke gemeente zelf uitgevoerd en zij schreven ook elk hun eigen paragraaf. Bovendien is het onderzoek begeleid door een commissie die is samengesteld uit de deelnemende gemeenten. De leden van de commissie zijn: Marian Huisman (Almere), Celina Mensinga (Amstelveen), Idske de Jong en Carine van Oosteren (Amsterdam), Lisette Goudsmid (Haarlem), Michiel Overkamp (Haarlemmermeer), Monique van Diest (Purmerend) en Renée Kuit (Zaanstad). Noten 1 CBS, 2008. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
18 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
19 1 Arm en rijk 1.1 Rijken zijn armer geworden Een eeuw gelden was de inkomensongelijkheid in Nederland veel groter dan nu. Dit blijkt uit een onderzoek naar het aandeel van topinkomens. 1 In de Eerste Wereldoorlog was het inkomensaandeel van de 1% rijkste Nederlandse huishoudens bijna 30%, terwijl de 10% rijksten ruim de helft van het totale inkomen naar zich toe trokken. Aan deze scheve inkomensverdeling is in de decennia daarna geleidelijk een einde gekomen tot midden jaren zeventig. In 1977 was het inkomensaandeel van het rijkste procent Nederlanders gedaald tot 7%. Dit is nog steeds zeven keer zoveel als deze groep bij een volkomen gelijke inkomensverdeling zou hebben. Na 1977 veranderde er nog maar weinig, wat inkomensverdeling betreft (figuur 1.1). 2 Het grootste deel van de afname deed zich voor in de supertop, het rijkste 0,1%. Het aandeel van deze groep in Nederland daalde van 9% rond 1920 tot 1% van het totale inkomen vanaf 1975 (figuur 1.2). 1.1 Aandeel topinkomens van het totale bruto inkomen in Nederland, 1914-1998 % 60 50 40 30 20 10 0 1914 1920 1926 1932 1938 1944 1950 1956 1962 1968 1974 1980 1986 1992 1998 NL top 10% NL top 5% NL top 1% bron: Afman en Salverda/ESB 2005 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
20 1 Arm en rijk 1.2 Aandeel top 0,1% in totale bruto-inkomen, 1913-2000 14 % 12 10 8 6 4 2 0 1913 1918 1923 1928 1933 1938 1943 1948 1953 1958 1963 1968 1973 1978 1983 1988 1993 1998 Nederland Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Frankrijk bron: Afman en Salverda/ESB 2005 De inkomensontwikkeling in Nederland komt niet overeen met die in Angelsaksische landen. Tot het midden van de jaren zeventig is de trend in de vs, vk en Nederland gelijk, maar daarna worden de superrijken in de vs en het vk (onder Reagan en Thatcher), vermoedelijk als gevolg van liberalisering, snel rijker terwijl vooral in Nederland en in mindere mate in Frankrijk de nivellering doorzet. Samenstelling inkomens Sinds begin jaren vijftig van de vorige eeuw heeft het cbs informatie over de samenstelling van inkomen naar loon, winst uit onderneming, kapitaal, pensioenoverdrachten. Uit deze gegevens blijkt dat sinds eind jaren 70 het tweede inkomen een belangrijkere rol speelt, vooral bij de 10% hoogste inkomens. Bij het meest vermogende procent van de Nederlandse huishoudens veranderde de samenstelling ook. Het belangrijkste verschil zit in de afname van het aandeel inkomen uit de eigen onderneming en bezit. Ook bij het rijkste procent is inkomen uit loon de belangrijkste inkomstenbron geworden. 1.2 Recente ontwikkelingen Terwijl de inkomensverdeling in Nederland de afgelopen eeuw meer gelijk is geworden, wordt wereldwijd het verschil tussen arm en rijk groter. Dit heeft onder andere te maken met de voortgaande globalisering. In het verleden ging de aandacht vooral uit naar het welvaartsverhogende effect dat globalisering per Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 21 1.3 Cumulatieve compositie inkomensaandeel top 1% in procenten van totale brutoinkomen, 1953-1998 % 14 12 10 8 6 4 2 0 1952 1953 1957 1958 inkomen uit eigen onderneming pensioen, loon en salaris 1959 1962 1964 1966 1967 1970 1973 1975 1977 1981 1985 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 inkomen uit kapitaal bijdrage tweede inkomen overige inkomsten bron: Afman en Salverda/ESB 2005 saldo teweeg brengt; zo langzamerhand begint er meer aandacht te komen voor de verschillen in effecten tussen landen en tussen sectoren en groepen werknemers. 3 Gini- en Theil-coëfficiënten Mogelijk gaat de Nederlandse samenleving hier op den duur ook de gevolgen van ondervinden, maar vooralsnog is het effect van de toenemende ongelijkheid niet merkbaar. Dit blijkt uit de vrijwel gelijkblijvende scores op de Gini- en Theil-coëfficienten, die de mate van ongelijkheid aangeven. 4 De Gini-coëfficiënt ligt tussen de nul en één. Nul correspondeert hierbij met de perfecte gelijkheid (in dit geval heeft iedereen hetzelfde inkomen) en één met perfecte ongelijkheid (één iemand heeft alle inkomen en de rest heeft geen inkomen). Hoe dichter bij nul hoe gelijker de inkomensverdeling. De ondergrens van de Theil-coëfficiënt is ook nul, de bovengrens wordt bepaald door (de logaritme van) het aantal waarnemingen. Met behulp van de Theil-coëfficiënt kunnen uitspraken gedaan worden over verschillen tussen groepen in een land of regio. De vrij stabiele inkomensverdeling voor heel Nederland ontneemt het zicht op verschillen tussen provincies en gemeenten en tussen individuen en groepen, die wel degelijk aanwezig zijn. Utrecht en Noord-Holland zijn de provincies met de hoogste inkomens, en de gemeente Bloemendaal was ook in 2005 weer de rijkste gemeente van Nederland. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
22 1 Arm en rijk 1.4 Inkomensongelijkheid in Nederland, 1995-2005 (in coëfficiënten) 0,30 0,25 0,20 0,15 0,10 0,05 0,00 1995 2000 2001 2002 2003 2004 2005 Gini Theil bron: SCP 2007 Het gemiddeld inkomen van de inwoners van deze gemeente lag 58% boven het landelijk gemiddelde. 5 Bepaalde groepen mensen (allochtonen, vrouwen, laag opgeleiden) hebben een minder gunstige arbeidsmarktpositie en daardoor is hun inkomen gevoeliger voor economische omstandigheden. 6 Hoofdstuk drie gaat in op (veranderingen in) de inkomensverdeling in de Metropoolregio, verschillen binnen de regio en verschillen ten opzichte van heel Nederland, op basis van de berekende Gini- en Theilcoëfficiënten. Gevolgen van hoogconjunctuur Tussen 2005 en 2008 verkeerde de Nederlandse economie in een periode van hoogconjunctuur. Het bruto binnenlands product groeide jaarlijks tussen de 2 en 4%. De inkomensongelijkheid is hierdoor toegenomen. Vooral in 2005 en 2007 groeide het totale vermogen van de 500 rijkste Nederlanders fors, ten opzichte van het voorgaande jaar, met percentages rond de 13. Het aandeel arme huishoudens groeide ook, van 9,6% in 2004 tot 10% in 2005. 7 Sinds begin 2008 groeit de economie minder snel en vanaf het laatste kwartaal van 2008 verkeert de conjunctuur in de fase van teruggang. Dit uit zich onder andere in een afname van de investeringen en van de bestedingen van consumenten. Tussen 2007 en 2008 groeide het vermogen van de 500 rijkste Nederlanders nog met 6%. De gevolgen van de financiële crisis zijn nog niet verwerkt in dit percentage. 8 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 23 1.5 Jaarlijkse groei van het vermogen van de 500 rijkste Nederlanders, 2000-2008 % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 bron: Quote 500 rijkste Nederlanders, 2008 1.3 Arm en rijk in de Metropoolregio Over de inkomensverschillen op regionaal niveau is veel minder bekend dan over de verschillen of het gebrek aan verschillen op nationaal niveau. Het is echter wel mogelijk om dit te onderzoeken, bijvoorbeeld op basis van het Regionaal inkomensonderzoek (rio) van het cbs. In hoofdstuk drie wordt uitgebreid ingegaan op de resultaten van deze analyse. In deze paragraaf wordt slechts één figuur getoond, waaruit blijkt wat het aandeel is van de inwoners uit de Metropoolregio met een laag en met een hoog inkomen, ten opzichte van heel Nederland. 10-procentsgroepen Het cbs publiceert rio-gegevens over drie verschillende groepen doelpopulaties. In dit onderzoek is gekozen voor de gestandaardiseerde gegevens over particuliere huishoudens (excl. studentenhuishoudens) met inkomen. 9 De particuliere huishoudens van geheel Nederland zijn gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen. Daarna zijn ze in tien, qua aantallen gelijke, groepen verdeeld. De figuur bevat de eerste en laatste 10-procentsgroepen voor heel Nederland en de grootste gemeenten uit de Metropoolregio. Laagste 10% In de Metropoolregio wonen verhoudingsgewijs meer huishoudens met een laag inkomen dan in heel Nederland. Het aandeel Amsterdammers met een laag inkomen is hoog. Van de grote gemeenten in de Metropoolregio wonen de meeste huishoudens die tot de laagste inkomenscategorie behoren in Amsterdam, zowel absoluut als relatief. In Amsterdam wonen meer eenoudergezinnen dan Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
24 1 Arm en rijk 1.6 Gestandaardiseerde inkomensverdeling van particuliere huishoudens met het laagste en hoogste inkomen, 2005 % 20 15 10 5 0 Nederland Metropoolregio Amsterdam Haarlemmermeer laagste 10% hoogste 10% Purmerend Amstelveen Almere Zaanstad Haarlem Amsterdam bron: CBS/RIO 2005 gemiddeld in Nederland (9,5%), zij hebben een relatief laag inkomen. Ook heeft Amsterdam, net als andere grote steden, wijken waar concentraties van achterstanden in leefsituatie voorkomen, die vaak gepaard gaan met lage inkomens. In Haarlem is het aandeel huishoudens met een laag inkomen precies gelijk aan het landelijk gemiddelde. Haarlemmermeer, Purmerend, Almere, Amstelveen en Zaanstad hebben een verhoudingsgewijs klein aandeel huishoudens met lage inkomens. Hoogste 10% De Metropoolregio heeft niet alleen verhoudingsgewijs veel huishoudens met een laag inkomen, maar ook veel met een hoog inkomen. Haarlemmermeer en Amstelveen vallen op door het grote aandeel mensen dat tot de hoogste inkomenscategorie behoort. Door de bouw van een aantal Vinexwijken wonen in Haarlemmermeer relatief veel tweeverdieners, vaak met kinderen. In Amstelveen is het aandeel huishoudens dat in de hoogste inkomenscategorie valt nog hoger. Dit is onder andere toe te schrijven aan het relatief grote aandeel expats in Amstelveen. 10 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 25 1.4 Ontwikkelingen in inkomen in de Metropoolregio De stad als emancipatiemachine Steden, en Amsterdam in het bijzonder, worden regelmatig betiteld als emancipatiemachine. Hiermee wordt bedoeld dat steden een sociale liftfunctie of roltrapfunctie hebben. De stad is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor mensen die weinig bezitten en aan het begin van hun carrière staan. Steden zijn onder andere aantrekkelijk vanwege de beschikbaarheid van banen, opleidingsmogelijkheden en mensen met verschillende achtergronden. In veel gevallen verbeteren de nieuwe stedelingen hun positie in sociaal-economisch opzicht om daarna weer te vertrekken. Gezinsuitbreiding en de behoefte aan een ruimere woning in een rustige omgeving zijn vaak reden voor vertrek uit de stad. 11 In Amsterdam is het beleid er de laatste jaren op gericht om meer ruime maar toch nog betaalbare huizen te bouwen. Dit heeft de trek naar de regio voor een deel voorkomen. Daarom is er in Amsterdam momenteel geen sprake van een massale uitstroom van de middenklasse. De meeste mensen die de stad verlaten, hebben een ontwikkeling doorgemaakt tijdens de periode dat ze in de stad woonden. Hierdoor hebben ze op het moment van vertrek een hoger inkomen dan toen ze zich in de stad vestigden. Toch hoeft dit niet te leiden tot een verandering van het gemiddelde inkomensniveau van de stad. De zittende bevolking maakt ook een inkomensgroei door. In Amsterdam nam het gestandaardiseerde inkomen van huishoudens de afgelopen jaren steeds iets toe en nadert het gemiddelde inkomen van Nederland. 12 Inkomensongelijkheid binnen historische steden In Haarlem en Amsterdam is het aandeel inwoners met een hoog inkomen iets hoger dan gemiddeld in Nederland. Historische steden als Amsterdam en Haarlem zijn sinds de jaren 90 weer in trek, vooral bij jonge, hoogopgeleide mensen. Met name alleenstaanden en mensen in creatieve beroepen vormen nieuwe bewonerscategorieën voor de stad. Deze herwaardering van de stad zorgt ervoor dat binnen steden de inkomensverschillen groter worden. In de armere delen van deze steden loopt het gemiddelde inkomen van bewoners niet terug, maar tussen 1999 en 2003 zijn de verschillen in inkomsten met de bewoners van rijkere delen van Amsterdam wel groter geworden. Dit blijkt uit een analyse, die is uitgevoerd door het cbs en het Ruimtelijk Planbureau. Selectieve verhuisstromen zijn de oorzaak voor deze ontwikkeling: armere wijken worden bestendigd in hun positie door het vertrek van sociale stijgers naar omringende suburbane gebieden en groeisteden en door een nieuwe instroom van minder vermogenden uit het buitenland. Rijkere wijken in de historische steden zijn veelal aantrekkelijk voor inwoners met hogere inkomens uit andere delen van de stad. Deze patronen resulteren in grotere inkomensongelijkheid in de historische steden, zoals Amsterdam en Haarlem. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
26 1 Arm en rijk Inkomensgelijkheid in de suburbs In tegenstelling tot het inkomenspatroon in de historische steden, ontwikkelt zich in de groeigemeenten en de nieuwe steden in de regio een patroon waarin de middenklasse het sterkst vertegenwoordigd is. Suburbanisatie, die vanaf de jaren 60 in de regio plaatsvindt, leidt ertoe dat vooral huishoudens met een inkomen in de middenklasse de historische steden verlaat en kiest voor een woning in een van de groeigemeenten of nieuwe steden in de regio. Deze gebieden bieden een aantrekkelijke woonomgeving voor met name jonge gezinnen. In de nieuwe woongebieden zijn daardoor huishoudens die tot de middenklasse behoren veruit in de meerderheid. Nuances tussen lagere, midden of hogere middenklasse nemen toe, waardoor ook hier sprake is van enige inkomensongelijkheid, zij het in beperkte zin. Daarnaast zijn ook binnen de regio verschillen te zien in de spreiding van de middenklassen: zo wonen in Haarlemmermeer bijvoorbeeld meer bewoners die behoren tot de midden tot hogere middenklasse. In Almere en Purmerend is daarnaast ook de lagere middenklasse vertegenwoordigd. Een nieuwe middenklasse In andere delen van de Metropoolregio lukt het nog beter dan in Amsterdam om de middenklasse te behouden of aan te trekken. In Almere komt er zelfs een nieuwe middenklasse bij. De niet-westerse allochtonen in Nederland waren altijd sterk op de grote steden gericht. De laatste jaren is dit aan het veranderen. Onder Surinamers, Turken en Marokkanen is een middenklasse aan het ontstaan die eenzelfde wooncarrière doormaakt als eerder al de autochtone middenklasse, richting suburbane woningmarkt. Vooral in Almere is dit duidelijk waarneembaar. De keuze voor Almere wordt ingegeven door de gunstige huizenprijzen, de suburbane woonomgeving en/of door de aantrekkingskracht van de reeds aanwezige groepen allochtonen. Relatief veel mensen kiezen voor een koopwoning. In 2008 woont bijna 60% van de Surinamers in een koopwoning, terwijl dit in 2000 nog 47% was. 13 Marokkanen en Turken wonen nog veel minder vaak in een koopwoning. Ruimte voor hogere inkomens en starters Er is ook beleid gericht op het aantrekken van mensen met een hoger inkomen. In Amsterdam, Haarlem, Purmerend en Zaanstad worden duurdere woningen gebouwd. In Almere wordt deze doelgroep gelokt met vrije kavels. In Amstelveen, waar al relatief veel gegoede burgers wonen, wordt juist geprobeerd om te bouwen voor starters en voor mensen met een laag inkomen. Haarlemmermeer zet in op doorstroming, om op deze manier ruimte te bieden aan starters. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 27 1.5 Focus op rijk en arm In dit onderzoek zijn we op zoek gegaan naar de rijke enclaves en pockets of poverty in de Metropoolregio. Zijn deze in de afgelopen jaren toe- of afgenomen en hebben deze gebieden zich verplaatst binnen de regio. En waarom? Zijn er (logische) verklaringen voor de regionale spreiding van rijke en arme wijken en buurten? In het vervolg van deze paragraaf wordt aangegeven hoe we armoede en rijkdom in dit onderzoek definiëren. 1.5.1 Veel aandacht voor armen Over armen is veel meer bekend dan over rijken. Veel gemeenten hebben armoedebeleid geformuleerd. Er wordt regelmatig onderzoek gedaan naar de ontwikkelingen die zich voordoen. Vragen hierbij zijn of armoede toe- of afneemt en onder welke groepen in het bijzonder. Armoede is niet gelijk verdeeld over de bevolking. Er zijn drie belangrijke en deels overlappende groepen te onderscheiden: uitkeringsgerechtigden, eenoudergezinnen en niet-westerse allochtonen. Wat is arm? Armoede kan gemeten worden door een relatie te leggen tussen het inkomen en de minimale behoeften van huishoudens. Hier zijn verschillende criteria voor. 14 Volgens het Basic-needs-criterium is iemand arm als hij of zij onvoldoende inkomsten heeft om hetgeen in Nederland absoluut noodzakelijk is te kunnen bekostigen: uitgaven voor voedsel en kleding, woongerelateerde kosten en andere kosten die niet te vermijden zijn. Voor een alleenstaande is dit 667 per maand (in 2000). Het Modest-but-adequate criterium is iets ruimer en bevat ook een beperkt bedrag voor sociale participatie. Een alleenstaande heeft volgens dit criterium in 2005 758 per maand nodig. Armoede is niet alleen een financieel probleem. Armoede is een belemmering voor participatie. Het is vaak zowel de oorzaak als het gevolg van een probleem in de persoonlijke omgeving van mensen, waardoor hun kansen en ontwikkeling steeds verder wordt beperkt. Mensen die moeite hebben om rond te komen nemen minder deel aan het culturele leven en doen minder aan sport. Ze beoordelen hun eigen gezondheid minder positief en hebben meer psychische klachten. 15 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
28 1 Arm en rijk 1.5.2 Weinig aandacht voor de rijken Er is weinig informatie over rijkdom in Nederland en nog minder over rijkdom in de Metropoolregio. Gated communities, wijken die worden afgeschermd door een hek, en daardoor door sommigen beschouwd worden als het toppunt van exclusiviteit en rijkdom, heeft de regio (nog) niet, maar deze bevinden zich wel in de buurt. In Lelystad en Dronten bijvoorbeeld, grenzend aan een golfpark. Aandacht voor rijkeren is er zeker, denk aan de Quote 500, die jaarlijks een lijst maakt van de 500 rijkste Nederlanders. Sinds enkele jaren wordt ook de rijkste inwoner per gemeente openbaar gemaakt (zie 1.7). Wat is rijk? Rijkdom is veel minder eenvoudig te definiëren dan armoede, omdat de relatie met behoeftes minder duidelijk is. Dit zou afgemeten kunnen worden aan de mate waarin men in staat is om te kunnen kopen wat men wil, maar het is niet eenvoudig om hier grenswaarden voor te definiëren. Daarom wordt meestal gebruik gemaakt van relatieve criteria, het aandeel in het totale verdiende vermogen van de rijkste 10% of de 10% rijkste inwoners van een gebied, waarbij uitsluitend gekeken wordt naar inkomen en inkomsten uit vermogen. Het vermogen zelf blijft buiten beschouwing. De hoogte van het salaris van de premier (de Balkenende-norm) wordt wel gebruikt om te bepalen of iemand in de non-profitsector veel verdient. De aanleiding voor het instellen van deze norm was dat ook in deze sector exorbitante inkomens voorkwamen. De norm is dat openbare bestuurders niet meer mogen verdienen dan de minister-president, in 2005 158.000 (bruto) per jaar. Voor beursgenoteerde bedrijven leverde de code-tabaksblat regels over de hoogte en samenstelling van de beloning van bestuurders en commissarissen. Hierdoor ontstond de angst dat Nederland strenger zou zijn dan het buitenland, wat tot een uittocht van bedrijven en topfunctionarissen zou kunnen leiden. 16 Vermogen als uitgangspunt Een andere manier om rijkdom te definiëren is om naar het vermogen te kijken. Hieronder wordt verstaan bezittingen (aandelen, huizen, overig onroerend goed, ondernemingen en banksaldi voor zover bekend) min de waarde van hypotheken en andere schulden. Hier komt nog bij de waarde van overige bezittingen zoals kunst, boten en vliegtuigen. Op basis van het vermogen is de volgende tabel samengesteld voor de Metropoolregio Amsterdam. Per gemeente is de rijkste inwoner vermeld. De rijkste inwoners in Het Gooi zijn aanzienlijk vermogender dan de rijkste inwoners in andere delen van de regio (zoals Haarlemmerliede, Waterland en Aalsmeer). Amsterdam en Amstelveen scoren ook hoog. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 29 1.7 Rijkste inwoner per gemeente van de Metropoolregio Amsterdam gemeente wie hoeveel waarmee Laren Jaap Blokker 2 miljard Blokker Blaricum John de Mol 1,7 miljard Endemol, Talpa Bussum Jos de Pont 750 miljoen investeringsmaatschappij Naarden Cisca Fentener van Vlissingen 640 miljoen erfgenaam SHV Amsterdam Marthe Fock 640 miljoen erfgenaam SHV Amstelveen Lesley Bambergen 545 miljoen vastgoedportefeuille wijlen Jaap Kroonenberg Hilversum Pieter Geelen 366 miljoen oprichter TomTom Huizen Hugo-Erik Bakhuizen 280 miljoen woningen en vastgoed Wijdemeren Jan Aalberts 235 miljoen Aalberts Industries Bloemendaal Kees Rijsterborgh 210 miljoen vastgoed Uitgeest Cees Zwanenburg 195 miljoen supermarkten Wormerland Chris Gongriep 177 miljoen vastgoed Beverwijk Dick Burger 130 miljoen verhuur Haarlem Frans Scholtens 90 miljoen G-star Velsen familie Vrolijk 80 miljoen visserij Zaanstad Jan Kluft 77 miljoen beurs Edam-Volendam Evert Mooijer 69 miljoen garnalen Zandvoort familie Gatsonides 35-40 miljoen flitspalen Haarlemmermeer Marco van Basten 35-40 miljoen voetbal Purmerend John Engelsma 30-35 miljoen erotiek Almere familie Bun 20-25 miljoen vastgoed, supermarkten e.d. Landsmeer Willem-Jan van den Dijssel 20-25 miljoen aandelen Uithoorn Pieter Berveling 15-20 miljoen etikettenindustrie Oostzaan Familie Meijn 15-20 miljoen kippenslachtmachine Zeevang Familie Vroom 15-20 miljoen funderingstechniek Muiden Richard Kraijcek 10-15 miljoen tennis Beemster gebroeders Van t Hek 10-15 miljoen heiwerk Diemen Cornelis Molenaar 9 miljoen souvenirwinkels Damrak Bennebroek Frans Meddens 8 miljoen reclame Heemskerk Ron van t Schip 7 miljoen transport Weesp Cees van Vliet 6 miljoen vastgoed Aalsmeer Gebroeders Millenaar 5 miljoen transport Ouder-Amstel Jos Gillebaard 5 miljoen sportwinkels Waterland Henri Willig 5 miljoen kaas Heemstede Peter Warmerdam 4 miljoen vastgoed Haarlemmerliede c.a. André Vrijbloed 3 miljoen transport bron: Quote 500 rijkste Nederlanders, 2008 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
30 1 Arm en rijk 1.8 Leefstijl in de Metropoolregio bron: Experian 1.6 Relatie met leefstijl Niet alleen inkomensgegevens zijn bepalend voor de sociaal-economische situatie. Op basis van de classificatie van burgers naar socio-economische, socio-demografische kenmerken kan een verdeling naar levensstijl in de regio weergegeven worden. Zo kan een laag inkomen samen gaan met een laag opleidingsniveau, maar anderzijds ook met een hoge opleiding en een creatieve en/of intellectuele levensstijl, zoals bijvoorbeeld van studenten en kunstenaars. Hoge inkomens kunnen samenhangen met een hoge culturele status, maar ook met een lagere culturele achtergrond, zoals die van de zogenaamde nieuwe rijken. Ook de schuldenproblematiek is in de koopkracht van de groepen verwerkt. Experian heeft op basis van eerder genoemde kenmerken van bewoners zogenoemde Mosaicgroepen gedefinieerd, waarin elk type huishouden met een kleur wordt weergegeven. 17 De kleuren geel en rood geven in figuur 1.8 aan waar huishoudens wonen met lage tot lage middenklasse inkomens met weinig koopkracht. De kleur roze slaat op huishoudens die ook een laag inkomen hebben, maar tot een andere groep behoren: dit zijn kunstenaars of studenten. Donkerblauw en donkerpaars betreft de hogere middenklasse en de welgestelden. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 31 De kaart laat zien dat in het centrum van Amsterdam vooral kunstenaars, studenten en welgestelden wonen, en dat in Amsterdam-Noord en de Bijlmer, een belangrijk deel van Zaanstad en de oude wijken van Almere armere mensen wonen, met weinig koopkracht. 1.7 Relatie met geluk Financiële rijkdom en armoede geven maar een beperkt beeld. Door middel van een onderzoek onder bewoners in de regio verschaft hoofdstuk vier inzicht in wat bewoners als rijkdom of armoede beleven. Het welbevinden van de bewoners is nader onderzocht: gaat het alleen om de financiële rijkdom of armoede, of ook om bijvoorbeeld gezondheid en geluk? Geluk is een subjectieve waarneming van het eigen leven als geheel. In deze definitie is geluk iets wat men in gedachte heeft en daarom kan het gemeten worden. Dit kan door een enkele vraag te stellen: Alles bij elkaar genomen, hoe tevreden of ontevreden bent u tegenwoordig met uw leven als geheel? Nederland komt gemiddeld op een 7,6 uit en is hiermee een land met relatief gelukkige inwoners. 18 Er is nog veel meer onderzoek gedaan naar geluk. In het panelonderzoek, waarvan de resultaten vermeld staan in hoofdstuk vier, is behalve naar de mate van tevredenheid met het leven ook op een andere manier naar geluk gevraagd, 1.9 Gemiddeld geluk, 2000-2006 10 8 6 4 2 0 Denemarken Australië Nederland Duitsland Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten Frankrijk Polen Japan Rusland Zimbabwe bron: World Database of Happiness Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
32 1 Arm en rijk namelijk volgens de methode een Amerikaanse geluksdeskundige. Zij bepaalt hoe gelukkig iemand is die aan de hand van de scores op vier vragen. 19 Relatie tussen geluk en inkomen In Nederland is de belangstelling voor geluk van vrij recente datum, zeker vergeleken met een land als Bhutan, waar de ontwikkeling van het bruto nationaal geluk al jaren richtinggevend is voor beleid. Groot-Brittannië en in mindere mate Australië kunnen ook beschouwd worden als koplopers. De toegenomen aandacht voor geluk is te verklaren door de overtuiging dat geluk meetbaar is en door de opvallende uitkomst van die meting. Er is een positie verband tussen inkomen en geluk: hoe hoger het inkomen hoe hoger de gemiddelde score op de subjectieve geluksladder. Echter, geluk neemt niet evenredig toe met het inkomen. 20 Het is dus niet zo dat iemand die 60.000 verdient twee keer zo gelukkig is als iemand 30.000 verdient. Voorbij een bepaalde inkomensgrens (die voor elk mens anders kan liggen) worden mensen nauwelijks gelukkiger als ze meer gaan verdienen. Noten 1 Afman, E. R. en Salverda, W., Topinkomenaandelen in de twintigste eeuw, in: ESB, jaargang 90, nr. 4472, 2005, blz. 444-446. Deze paragraaf is gebaseerd op dit artikel. 2 Niet iedereen is het hiermee eens. Zo blijkt uit een artikel van Caminada en Goudswaard, Trends in inkomensongelijkheid en sociaal beleid, dat de inkomensongelijkheid in Nederland vanaf 1980 juist is toegenomen. 3 Dit wordt nader onderzocht door de VU, RUG, CBS en het CPB, in opdracht van NICIS en enkele grote gemeenten, waaronder Amsterdam. Het onderzoek heet Globalisering en haar invloed op arbeidsmarkten en stedelijke dynamiek en zal in 2012 afgerond zijn. 4 De Gini-coëfficiënt is gelijk aan het gemiddelde absolute verschil tussen inkomens, gedeeld door het gemiddelde inkomen en is genormeerd op het aantal waarnemingen. De Theil-coëfficiënt is gedefinieerd als het gemiddelde van de logaritme van alle inkomens aandelen, gewogen door de inkomensaandelen. 5 Opnieuw hoogste inkomens in Noord-Hollandse gemeenten, CBS, 2008. 6 SCP, De Sociale staat van Nederland 2007. 7 Armoedemonitor 2007, CBS en SCP, 2007. 8 Quote 500 rijkste Nederlanders, 2008. 9 Om het inkomen van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken wordt het inkomen gestandaardiseerd. Dit betekent dat het besteedbaar huishoudinkomen gedeeld wordt door een factor die uitdrukt hoe groot het schaalvoordeel is bij het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Dit inkomen wordt ook wel koopkrachtinkomen genoemd. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
1 Arm en rijk 33 10 C. Mensinga en Duurloo, R., Westerse allochtonen in de regio Amsterdam en de positie van Amstelveen, in: Trends in de Metropoolregio Amsterdam en hun lokale impact, 2008. 11 Staat van de Stad Amsterdam IV, 2007. 12 Amsterdam in cijfers 2008. 13 M. Huisman en Ostendorf, W., De opkomende allochtone middenklasse, in: Trends in de Metropoolregio Amsterdam en hun lokale impact, 2008. 14 De Sociale staat van Nederland 2007, SCP, 2007. 15 De Staat van de Stad Amsterdam IV, Ontwikkelingen in participatie en leefsituatie, O+S, 2007. 16 O tempora! O mores!, Nederlanders tussen luxe en decadentie, Radboud Universiteit Nijmegen, 2008. 17 Experian is leverancier van gegevens op het gebied van consumentensegmentatie. Op basis van heel veel gegevens heeft Experian huishoudens ingedeeld in 10 hoofdtypen, de zogenaamde Mosaicgroepen (deze zijn nog verder verdeeld in 44 subgroepen). Het is een methode die huishoudens beschrijft op basis van overeenkomstige kenmerken zoals leeftijd, hoofd huishouden, huishoudgrootte, gezinsinkomen, koopkracht enz.. De dataleveranciers van Experian zijn o.a.: Kadaster, Dataland, Jonge Gezinnen, M&R Development, RDC (mobiliteitsgegevens), Kamer van Koophandel, TNT Post, KPN Telecom, CBS, NOM, TNS NIPO, GfK Panel Services, Cherridata en Trendbox (consumenten informatie). Dit zijn deels registratiedata en deels onderzoeks- en lifestyledata. Verder wordt gebruik gemaakt van het Nationaal producten- en interesseonderzoek van TNS NIPO (enquête omvang 20.000 personen). 18 R. Veenhoven, Als geld niet gelukkig maakt, waarom werken we dan nog zo hard, in: Geld speelt geen rol. Een verschuiving in waarden van welvaart naar welzijn?, 2007. 19 S. Lyubomirsky, The How of Happiness, 2008. 20 Macro Economische Verkenning 2008, CPB, 2007. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
34 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
35 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio Het ontstaan van arme en rijke buurten wordt beïnvloed door onder andere demografische ontwikkelingen, urbanisatie- en suburbanisatiegolven binnen de regio, het groeikernenbeleid, woningnood in de jaren 50 en de bouw van nieuwbouwwijken en nieuwe steden. In dit hoofdstuk wordt de ontstaansgeschiedenis geschetst van de zeven grote gemeenten in de Metropoolregio. Ook de huidige waarde van de woningen komt aan bod (kaart). Gestart wordt met de recente geschiedenis van de Metropoolregio. 2.1 Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam bestaat nog maar kort, officieel sinds december 2007. Voorheen stond dit gebied bekend als Regionale Samenwerking Amsterdam of Noordvleugel van de Randstad. 2.1 Gemiddelde vraagprijs woningen Metropoolregio, 1 januari 2004-2009 Graft-De Rijp Uitgeest Heemskerk Wormerland Purmerend Beverwijk Zaanstad Velsen Landsmeer Waterland Haarlemmerliede en Spaarnwoude 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 Haarlem Zandvoort Heemstede Bennebroek Haarlemmermeer Aalsmeer Uithoorn Amsterdam Ouder- Amstel Amstelveen Diemen Muiden Weesp Naarden Bussum Almere Laren Hilversum Blaricum bron: NRC 1 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
36 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 2.2 Aandeel woningen in de laagste en hoogste WOZ-waardenklassen, 2008 (procenten) Zaanstad Amsterdam Haarlem Purmerend Almere Haarlemmermeer Amstelveen 6 4 2 0 2 4 6 8 10% < 50.000 50.000 < 100.000 500.000 < 1.000.000 > 1.000.000 bron: CBS In de afgelopen decennia hebben de meeste stedelijke milieus aan waarde gewonnen en behoren inmiddels tot het duurste deel van de regio. In de Metropoolregio bevinden deze milieus zich vooral in het centrale deel van Amsterdam, Haarlem en Amstelveen. Vooral de aan de binnenstad grenzende gebieden, lijken nog steeds aan waarde te winnen. Concentraties van woningen met lage woz-waarden zijn meer verspreid over de regio. Vooral in Amsterdam verdwijnen door sloop van woningen veel van de concentraties met lage woz-waarden. De regio als geheel vertoont meer upgrading dan downgrading. Woningvoorraad In Zaanstad zijn relatief veel woningen met een woz-waarde onder de 50.000. Amsterdam, Haarlem en Purmerend hebben relatief veel woningen met een waarde tussen de 50.000 en 100.000. In Haarlemmermeer en Amstelveen staan relatief veel woningen met een woz-waarde boven de 500.000. De duurste woningen ( 1.000.000 of meer) zijn vooral te vinden in Amstelveen, Amsterdam en Haarlem. In Almere, Purmerend en Zaanstad is het aandeel woningen met een woz-waarde van 1.000.000 of meer nihil. De laagste en hoogste woz-waarden (1% en 2% van de woningen) verschillen sterk per gemeente. In Amsterdam en Purmerend heeft de laagste 1% van de woningvoorraad een maximale waarde van 60.000 terwijl dit in Haarlem 120.000 is en in Amstelveen 126.000. De hoogste 1% is met een waarde Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 37 2.3 Hoogste en laagste WOZ-waarden per gemeente, 2008 totaal aantal gemeente 1% laagste 2% laagste 2% hoogste 1% hoogste woningen Amsterdam 59.000 83.000 664.000 835.000 384.323 Purmerend 60.000 94.000 467.000 547.000 33.141 Haarlem 85.000 94.000 689.000 836.000 71.082 Zaanstad 89.000 95.000 454.000 513.000 62.033 Almere 105.000 114.000 506.000 585.000 71.856 Haarlemmermeer 120.000 135.000 637.000 749.000 54.414 Amstelveen 126.000 133.000 789.000 973.000 35.902 bron: CBS vanaf 973.000 in Amstelveen het hoogste gevolgd door Haarlem en Amsterdam. De hoogste 1% woz-waarden in Purmerend en Zaanstad zijn de laagste van de Metropoolregio. 2.2 De groei van Almere 2 Naoorlogse periode: Suburbanisatie In de naoorlogse jaren 50, de periode van economisch herstel in Nederland, leken welvaart en mobiliteit toe te nemen. Dit maakte het mogelijk om op afstand van de stad te gaan wonen. Werken en gebruik maken van voorzieningen kon men dan in de stad blijven doen. De oude woonwijken in de grote steden leenden zich ook niet langer voor een gezond woon- en leefklimaat. De verpauperde woningen voldeden niet meer aan de moderne maatstaven voor huisvesting van gezinnen. Ideeën over nieuwe vormen van verstedelijking, namelijk het suburbane wonen, kregen daarmee voet aan de grond. Deze ideeën waren verbonden met de idealen van de groeiende middenklasse om in een eengezinshuis in een rustige omgeving te wonen en dit te combineren met werken in de stad. Jaren 60: Nieuwe nederzettingen in de Flevopolder In 1961 werd het structuurplan Zuidelijke IJsselmeerpolders vastgesteld, waarmee de basis werd gelegd voor de uitstraling van de Randstad in de richting van de nieuwe polders. De naoorlogse bevolkingsgroei leidde tot nieuwe behoefte aan woonruimte en rechtvaardigde de plannen voor nieuwe woonkernen in de IJsselmeerpolders. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd de eerste oriënterende studie naar stedelijke vestigingen in Flevoland gepresenteerd. In opdracht Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
38 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio van de Rijksdienst IJsselmeerpolders werden de plannen eind jaren 60, begin jaren 70 verder uitgewerkt. Zij kwamen in het licht te staan van grootstedelijke problematiek, namelijk de enorme woningbehoefte van de grote steden. Om de vernieuwing van oude stadswijken van de grond te krijgen was verhuizing van bewoners naar de zogenaamde overloopgemeenten, later groeikernen genoemd, nodig. De verwezenlijking van het suburbane ideaal kwam tot stand in nieuwe stedelijke nederzettingen in de Flevopolder. Almere is een van de dertien gemeenten die aangewezen werden om de taak van groeikern te vervullen. Naast het bouwen van een groot aantal woningen in een suburbaan woonmilieu moesten ook sociale- en culturele voorzieningen, bedrijventerreinen, infrastructuur en vervoer gerealiseerd worden in de compleet nieuwe nederzetting. Jaren 70: Begin bouw van Almere De eerste ontwerpen van Almere door architect en stedenbouwkundige Teun Koolhaas, waren geïnspireerd op Engelse tuinsteden (gardencities). In 1975 werd de eerste paal geslagen van Almere Haven, een gewoon Hollands stadje aan het water, aldus het plan. Enkele jaren later volgt Almere Stad en ten slotte Almere Buiten. Het gehele plan van Almere kende een polinucleaire (meerkernige) opzet met uiteindelijk vijf kernen, waarin ruimte was voor wonen, voorzieningen en bedrijventerreinen. Jaren 80: Overloopgebied Eind jaren 70 en begin jaren 80 leverde Almere een bijdrage aan de opvang van bewoners uit de verpauperde negentiende-eeuwse wijken van vooral Amsterdam. Deze wijken zouden gesloopt worden. In de snel groeiende kernen van Almere waren de gezinnen uit de middengroepen oververtegenwoordigd, terwijl ouderen en jongeren met lage inkomens in de steden achterbleven. De keuze voor een woning stond voor de nieuwe bewoners centraal, dat deze in Almere lag, was in eerste instantie ondergeschikt. Maar al snel bleken bewoners zich te hechten aan de ruime en groene omgeving in Almere. Almere bood voor veel bewoners ook de mogelijkheid een wooncarrière op te bouwen: van huurnaar koopwoning, van goedkope koop- naar een duurdere koopwoning. Op die wijze droeg Almere bij aan de sociale mobiliteit van zijn bewoners. Groei In 1984 werd Almere een zelfstandige gemeente die geleidelijk is gegroeid tot 180.000 inwoners in 2008. Almere is inmiddels de zevende stad van Nederland. De inwoners komen niet meer allemaal uit de negentiende-eeuwse wijken van Amsterdam. Zij komen ook uit andere delen van Nederland en ver daarbuiten. Het zijn ook nu vooral middenklasse gezinnen die voor een woning in Almere kiezen. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 39 2.4 Almere Haven omstreeks 1988 bron: Almere Naast de uitgestrekte woongebieden en het uitgebreide aanbod van ruimte, groen en sportmogelijkheden, is er inmiddels een groot, nieuw, kosmopolitisch centrum gerealiseerd in het centrumgebied van Almere. Op cultureel en uitgaansgebied loopt het aanbod van voorzieningen in Almere echter sterk achter bij historische steden. Het imago van Almere in de rest van Nederland laat te wensen over: Almere wordt vooral gezien als saaie woonstad. Almeerders denken daar over het algemeen genuanceerder over en zijn veelal zeer tevreden met hun woning en de rustige en groene woonomgeving. Toekomst Volgens recente besluiten van het Rijk zal Almere in de periode tot 2030 verder groeien en zich ontwikkelen tot de vijfde stad van Nederland met een omvang van 350.000 inwoners. Dit betekent een verdubbeling van de huidige omvang van de stad. Het is een enorme opgave om dit proces in samenhang met de dynamiek van de bestaande stad en de regio en in al zijn aspecten van wonen, werken, voorzieningen, vrije tijd, openbare ruimte, infrastructuur en imago te vervolmaken. De wijze waarop de uitbreiding van Almere vorm krijgt zal meebepalen of Almere dé stad voor de middenklasse blijft, of dat ook andere groepen zich tot het wonen in Almere aangetrokken zullen voelen. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
40 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 2.5 Gemiddelde vraagprijs woningen Almere, 1 januari 2004-2009 Noorderplassen Weerwater Lage Vaart Almere 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 0 1.5 3 kilometer bron: NRC Ook de woz-waarden van woningen en de gemiddelde vraagprijs laten zien dat Almere een stad is van de middenklasse. Veel woningen hebben een vraagprijs onder de 300.000. Enkele gouden randjes zijn te vinden in Almere-Haven en Almere-Hout. 2.3 Van Aeme-stelle tot Amstelveen Toen de Randstad nog niet veel meer was dan een moerassig gebied, bevolkt door vissers en boeren, vervulde de rivier de Amstel al een belangrijke rol. Het gebied rondom de rivier werd Aeme-stelle genoemd; een oud-nederlands woord voor waterachtig gebied. Vanaf de rivier ontgon de bevolking het veen: de afgestoken grond werd tot turf verwerkt en als brandstof gebruikt. Zo ontstond waarschijnlijk rond het begin van de 13e eeuw in het veengebied ten westen van Ouderkerk het veenwerkersgehucht Amstelveen. Rond 1278 kreeg het dorp met de bouw van een kerk een kernfunctie. Ongeveer in diezelfde periode werd de streek Aeme-stelle in twee bestuursgebieden verdeeld: Ouder-Amstel ten oosten en Nieuwer-Amstel ten westen van de rivier, met Amstelveen als centrum. Een belangrijke bron van inkomsten was turf, met name voor het snel groeiende Amsterdam. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 41 2.6 Ouderkerkerlaan rond 1900 bron: Amstelveen Van gehucht naar dorp en weer terug In de 17e en 18e eeuw groeide Amstelveen uit tot een eenvoudig, maar vriendelijk en welvarend dorpje met een aantal herbergen, winkels en ambachtelijke bedrijfjes. De landelijke rust lokte veel Amsterdammers naar buiten. Zij kochten of huurden huizen of kamers in het dorp om van het buitenleven te genieten en in die tijd bouwden ook de rijke kooplieden hun prachtige landhuizen aan de Amstel. De gemeente Nieuwer-Amstel groeide in de 19e eeuw uit tot een welvarend forensendorp, met een mooi nieuw raadhuis aan de Amstel. In 1896 annexeerde Amsterdam een groot deel van het dichtbevolkte noordelijke gedeelte van Nieuwer-Amstel. Tegenwoordig is dat (ongeveer) het stadsdeel Oud Zuid. Het aantal inwoners daalde daarmee van 35.000 naar 5.500. In 1922 volgde een tweede annexatie, het huidige Buitenveldert werd ook Amsterdam. Begin twintigste eeuw Bij het begin van de 20e eeuw was Amstelveen een eenvoudig landelijk dorp. Enigszins afgelegen omdat het geen enkele belangrijke spoorweg- of waterverbinding had. De verveningen liepen ten einde. De belangrijkste bron van inkomsten was veeteelt met wat akkerbouw, maar ook de tuinbouw en de bloementeelt waren al in opkomst. De bebouwing was vooral te vinden in de kernen Amstelveen, Bovenkerk en Nes aan de Amstel en langs de doorgaande wegen, zoals de Amsterdamseweg, de Handweg en de Noorddammerweg. In de jaren twintig en dertig werden de eerste grootschaliger woningbouwprojecten gerealiseerd, de tuindorpen in Randwijck en Elsrijk (West). De beter gesi- Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
42 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio tueerde Amsterdammers werden de eerste bewoners. Nog altijd zijn deze wijken het meest in trek bij deze groep. Daarnaast werd ook de wijk Patrimonium gebouwd door een woningbouwcorporatie voor de vele werkenden op Schiphol en in de tuinbouw. 1964: Nieuwe naam Na de Tweede Wereldoorlog ving Amstelveen een deel van de Amsterdamse woningnood op en werd tevens officieel één van de woongemeenten van Schiphol. In de jaren vijftig werden de wijken Elsrijk (Oost) en Keizer Karelpark gebouwd en ook dit werden geliefde, lommerrijke wijken, ondanks de toenemende hoogbouw. Voor het eerst kreeg een woningcorporatie een groot aantal woningen in eigendom. Het snel groeiende inwonertal leidde ook tot de ontwikkeling van een nieuw, aantrekkelijk en centraal gelegen centrum. In 1964 veranderde de naam van het bestuursgebied Nieuwer-Amstel, vanwege de dominante positie van Amstelveen binnen de gemeente Nieuwer-Amstel, in Amstelveen. In de jaren zestig en zeventig werden de wijken Bankras en Kostverloren gebouwd. Opvallend was het grote aandeel hoogbouw in deze wijk en de vele huurwoningen, zowel sociale huur als particuliere huur. Enkele decennia later hebben particuliere verhuurders veel bezit al weer afgestoten, vaak verkocht aan zittende bewoners, en is het aandeel koopwoningen gestegen. Ook zijn de eerste (corporatie)flats alweer gesloopt. Daarnaast werd in de jaren zestig Uilenstede gebouwd: de universiteitscampus van de vu. Inmiddels staan daar bijna drieduizend wooneenheden en een enkel zelfstandig appartement. Met de wijken Kronenburg, Bankras en Kostverloren was Amstelveen Noord voltooid. In de jaren zeventig startte de aanbouw van de zuidelijke wijk Groenelaan, de laatste wijk met grootschalige hoogbouw en veel huurwoningen. Waardhuizen en Middenhoven volgden in de jaren zeventig en tachtig. Het zijn wijken met veel hofjes en woonerven, waar laagbouw overheerst. De laatste jaren gaat de vergrijzing in deze wijken snel: de kinderen gaan de deur uit, de ouders blijven nog even zitten. In de jaren negentig volgde nog de meest zuidelijke wijk Westwijk. Van de hofjes was men toen weer helemaal afgestapt, de wijk kenmerkt zich door brede straten en lange zichtlijnen. Deze laatste wijk nadert anno 2009 zijn voltooiing. Westwijk is de meest kinderrijke wijk van Amstelveen en met de nieuwbouw (komend jaar 400 nieuwbouwwoningen) blijft dat voorlopig ook zo. De wat Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 43 2.7 Gemiddelde vraagprijs woningen Amstelveen, 1 januari 2004-2009 Haarlemmermeer ringvaart 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 De Poel Amstel Ouder- Amstel Amstelveen Ouderkerkerplas 0 1 2 kilometers bron: NRC beter gesitueerde Amsterdammers vormen nog steeds de belangrijkste groep (eerste) bewoners. Daarnaast trekt de dure particuliere huur veel starters van buiten de regio en de laatste jaren ook meer en meer expats. De toekomst Inmiddels heeft Amstelveen de 80.000ste bewoner begroet en daar zal het niet bij blijven. De ondertunneling van de A9, de snelweg die Amstelveen nu scheidt in een Noordelijk en Zuidelijk deel, betekent dat er ruimte komt voor nieuwe ontwikkelingen. Deze zijn erop gericht om van Amstelveen weer één stad te maken. Een tweede kans biedt het verleggen van de uitvliegroutes van de Aalsmeerbaan. Daarmee komt bebouwing opnieuw in zicht. Hoge WOZ-waarden De woningen in Amstelveen zijn relatief duur. Nog niet zo duur als in Amsterdam, maar het scheelt niet veel. De woz-waarden zijn daarmee ook relatief hoog. De gemiddelde woz-waarde in Amstelveen is 291.000, de laagste waarde is 29.000, de hoogste 6,3 miljoen. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
44 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio De woningen met de laagste waarden staan nogal verspreid over Amstelveen met een lichte concentratie in Uilenstede. Bij de woningen met de hoogste waarden is een duidelijker patroon te zien: langs de Amstel, langs oudere doorgaande wegen, de gouden bocht bij het Amsterdamse Bos en de grote (deels vrije) kavels in Bankras en in het zuiden van Westwijk. 2.4 Amsterdam 3 Middeleeuwen Rond het jaar 1000 ontstond de nederzetting Aemstelledam daar waar nu het oude hart van Amsterdam ligt. Omdat het gebied door afwatering inklonk, werden dijken aangelegd, de Zeedijk de Nieuwendijk en de Warmoesstraat en midden in de Amstel werd een dam met een sluis gebouwd. Deze Dam zelf werd al gauw het economisch hart van de nederzetting met een markt en later een waag. De nederzetting Aemstelledam groeide in de middeleeuwen uit tot een redelijk welvarend handelsstadje dat vooral profiteerde van de handel met het Oostzeegebied (graan en bier) en van de haringvangst in de Noordzee. De middeleeuwse elite van de stad vestigde zich in de Warmoesstraat, aan de andere kant van de Amstel vestigde zich het gewone volk met bedrijvigheid vooral in de stegen tussen het huidige Damrak en de Nieuwendijk. Achter deze dijken werden in de veertiende eeuw nieuwe wallen opgeworpen om het overtollige water af te voeren en om de bevolking te huisvesten. Dit zijn de Nieuwezijds en Oudezijds Achterburgwallen, Spui en Voorburgwallen. Tegen het einde van de vijftiende eeuw werd er een nieuwe ring om de stad gegraven: de Singel aan de westkant en aan de zuidkant en aan de oostkant een stadsgracht, de Kloveniersburgwal en Geldersekade. Gouden Eeuw Door de groei van de economie en van het inwonertal in de 16e eeuw, wilde het stadsbestuur uitbreiden. Rond 1580 werd er gekozen voor een gordel van grachten tot aan de huidige Leidsestraat. De Heren-, Keizers- en Prinsengracht waren van het begin af aan aantrekkelijke locaties voor de stedelijke elite. In de dwarsstraten vestigde zich de dienstverlenende middenstand. Tussen Spui en Singel kwamen woningen voor de gegoede burgerij. Met het drassige gebied dat nu de Jordaan is bemoeide het bestuur van de stad zich niet. Maar projectontwikkelaars kochten daar grond en bebouwden die met woningen voor het grauw. In de tweede helft van de 17e eeuw werd de grachtengordel doorgetrokken tot over de Amstel. Vanwege een knik in het patroon waren de kavels tussen de Leidsestraat en de Vijzelstraat dieper: deze Gouden Bocht aan de Herengracht werd zodoende het meest prestigieuze deel van de grachtengordel. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 45 2.8 Vondelpark rond 1880 Zie losse foto bron: Stadsarchief Amsterdam 18e en 19e eeuw: van gezapigheid tot voorzichtig sociaal engagement Omdat de bevolking minder snel groeide dan in de periode ervoor, bleef een groot gebied ten oosten van de Amstel onbebouwd. Het gebied werd omgedoopt tot de Plantage en er werden fruitboomgaarden gepland en er kwamen theeschenkerijen. Amsterdam doezelde weg in lome gezapigheid. Vanwege het door Napoleon opgeworpen handelsembargo tegen Engeland, had de positie van Amsterdam als handelsstad te lijden. Met de komst van koning-koopman Willem I werd de economie nieuw leven ingeblazen, hij stichtte onder meer de Nederlandse Handel Maatschappij en initieerde talrijke infrastructurele projecten. Later in deze periode werden eerst het Noordhollandsch Kanaal en later het Noordzeekanaal en de Oranjesluizen aangelegd waarmee de positie van Amsterdam als havenstad werd gestimuleerd. Door de oplevende economie groeide de bevolking weer maar woonde, bij gebrek aan beter, onder erbarmelijke omstandigheden in onder meer de Jordaan, de Nieuwmarktbuurt en op de Oostelijke Eilanden. Revolutiebouw en private villawijken Om een oplossing te bieden voor de overbevolking in de verkrotte wijken en uit angst voor cholera en volksopstanden, werden nieuwbouwplannen gemaakt. Uiteindelijk koos het gemeentebestuur voor een oplossing van J. Kalf: een gordel om de grachten heen waarbij de kavelstroken door particulieren opgekocht konden worden. Het resultaat was een aaneenschakeling van snel en Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
46 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio goedkoop gebouwde wijken met smalle straten en slechte woningen: de huidige Kinkerbuurt, Staatsliedenbuurt, de Pijp en de Dapperbuurt. Deze nieuwbouw werd ook wel revolutiebouw of speculatiebouw genoemd omdat het een aardige belegging was voor kleine zelfstandigen. Om de rijke burgerij, die bij gebrek aan passende woonruimte veelal naar t Gooi en Kennemerland vertrok, voor de stad te behouden, besloot een groep prominente burgers onder leiding van Van Eeghen in 1864 zelf maar een stuk grond te kopen en daar een villawijk en een park aan te leggen: het Willemspark en het Vondelpark. Tot 1935 was dit park in bezit van een private stichting. Ook het stadsbestuur kreeg behoefte aan een meer ruimtelijke, artistieke visie op stedenbouwkundige nieuwbouwprojecten. 20e eeuw: De overheid als planner Tot 1935, Plan Zuid De stedenbouwkundige met die visie werd de architect Berlage. Hij stelde een uitbreidingsplan op voor het gebied ten zuiden van de Vondelpark en de Pijp dat in aangepaste vorm in 1917 werd aangenomen. Het werd vrijwel volledig uitgevoerd door architecten van de Amsterdamse school met villa s aan de oostkant en gegoede arbeiderswoningen aan de westkant: de Rivierenbuurt. 1935-1970, AUP: Het Algemeen Uitbreidingsplan in pure en aangepaste vormen In 1921 annexeerde Amsterdam een aantal randgemeenten waardoor de oppervlakte van Amsterdam verviervoudigde. Stedenbouwkundig ontwerper C. van Eesteren presenteerde in 1935 een functionalistische invulling van het plan. Wonen, werken, recreëren en verkeer werden gescheiden. Het AUP werd in ongewijzigde vorm gerealiseerd in het gebied dat nu de Westelijke Tuinsteden beslaat. Met de komst van de IJtunnel en Coentunnel (eind jaren 60) werd ook de ontwikkeling van Amsterdam-Noord ter hand genomen met wijken als Nieuwendam-Noord, Buikslotermeer-Noord en Banne Buiksloot. Dit werden wijken met arbeiderswoningen voor de scheepsbouwindustrie die aan de noordoever van t IJ was gevestigd. De volgende aanpassing van het AUP was het Structuurplan Amsterdam-Zuid en Zuidoost met de Bijlmer. Wonen, werken, recreëren en verkeer bleven gescheiden, de woningen voor de toekomst werden gekenmerkt door systeembouw en een honingraatstructuur. De Bijlmer werd een fiasco. De woonwensen van stedelingen sloten niet aan bij het aanbod en er waren ook een aantal onvoorziene processen, zoals de toestroom van Surinamers in het begin van de jaren zeventig en de actieve suburbanisatiepolitiek in de jaren zeventig van gemeenten als Almere. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 47 2.9 Gemiddelde vraagprijs woningen Amsterdam, 1 januari 2004-2009 Noordhollandsch kanaal 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 Amsterdam Haarlemmermeer ringvaart Amsterdam-Rijnkanaal Amstel 0 2 4 kilometer Gaasperplas bron: NRC 1970 - heden, de compacte stad In de jaren zeventig bleken licht, lucht en ruimte toch niet de ideale woonomgevingselementen te zijn. Stadsuitbreiding door annexatie was niet meer van deze tijd, stadsvernieuwing kwam op gang en het idee van de compacte stad voorzag in verdichting en vermenging van wonen, werken en recreatie. Daarnaast begon in de jaren tachtig relatief spontaan de Pijp te veryuppen. Aansluitend zijn het Oostelijk Havengebied en het opgespoten IJburg ontwikkeld. En hoewel er ook nu ruimte is voor sociale woningbouw, wordt vooral ingezet op duurdere koopwoningen om koopkrachtige gezinnen voor de stad te behouden. Woningprijzen in Amsterdam De gemiddelde vraagprijs van woningen in Amsterdam verschilt sterk per gebied. In het zuidelijke deel van de stad en in de grachtengordel zijn de hoogste woningwaarden te vinden. De laagste waarden liggen vooral aan de randen van de stad, buiten de ring A10. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
48 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 2.5 Ups en downs van Haarlem De middeleeuwen Van de 13e tot en met de 17e eeuw was Haarlem een belangrijke textielstad waar laken, linnen en wol werden geproduceerd. Ook was gedurende de middeleeuwen het brouwen van bier een belangrijke bron van inkomsten. Haarlem telde rond 1620 circa 40.000 inwoners. In de tweede helft van de 17e eeuw, vanaf ongeveer 1680, ging het bergafwaarts met Haarlem. De bedrijvigheid en de bevolking liepen terug; in 1815 tot 17.000 inwoners, waarvan er velen arm waren. In 1846 was het beeld nog steeds treurig. Een op de vijf Haarlemmers moest een beroep op de bedeling doen. De kleine woningen in Haarlemse hofjes, in het centrum van de stad, vormen een voorbeeld van toenmalige armenzorg door de gegoede burgerij. De woningen waren bedoeld voor behoeftige ouderen en bejaarden vrouwen. Het industriële tijdperk tot WOII In de tweede helft van de negentiende eeuw begon de stad langzaam op te krabbelen. Er kwamen nieuwe industrieën. Zo ontwikkelde de rijtuigenfabriek van J.J. Beijnes zich tot de moderne Koninklijke Fabriek van Rijtuigen en Spoorwagens. Uit de kistenfabriek van Hendrik Figee groeide een bedrijf dat zich toelegde op hefkranen, heimachines en baggermolens. Haarlem kreeg ook een internationale reputatie op het gebied van de grafische industrie. De firma Enschedé bijvoorbeeld groeide uit tot een groot en veelzijdig bedrijf. Het postindustriële tijdperk na WOII De crisis van de jaren dertig bracht ook in Haarlem veel sociale ellende teweeg. Zo moest de fabriek Beijnes 400 van de 460 arbeiders ontslaan. Ook de stad kwam in de rode cijfers. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen de grote industriële bedrijven uit de stad. Haarlem werd een stad van winkels, horeca, zakelijke dienstverlening en publieke instellingen als scholen en overheidsinstellingen. Ook het toerisme vormt een belangrijk onderdeel van de Haarlemse economie. De bevolking van Haarlem is met name sterk gegroeid in de periode 1870-1970 van circa 31.000 inwoners tot circa 173.000 inwoners (na 1970 is de bevolkingsomvang gedaald tot circa 148.000). Door de eeuwen heen hebben zich mensen uit het buitenland gevestigd in Haarlem. Veel Haarlemmers hebben Vlaamse, Duitse, Engelse, Zwitserse of Italiaanse voorouders, vaak zonder dat zelf te weten. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 49 2.10 Hofjes in Haarlem bron: Haarlem Het inkomensniveau van de huidige Haarlemmers ligt boven het landelijke gemiddelde. In de wijken/buurten Duinwijk, Haarlemmerhoutkwartier, Ter Kleef & Te Zaanen, de Oude stad en Spoorbaan Leiden is het inkomen naar verhouding hoog. Voor Haarlem-Oost, Oud Schoten en Spaarndam, Westoever Noord Buitenspaarne en Schalkwijk geldt het omgekeerde. Haarlem heeft een relatief oude woningvoorraad: 10% van voor 1900, 41% van tussen 1900 en de Tweede Wereldoorlog en bijna een kwart (22%) van tussen die tijd en 1970. Het aanbod van recente woningen, waar bijvoorbeeld Haarlemmers met een relatief hoog inkomen naar toe kunnen doorstromen, is derhalve klein. Haarlem kent geen uitbreidingsgebieden. Toch is Haarlem bouwlustig. De nieuw te bouwen woningen moeten worden gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied; voornamelijk op herontwikkelingslocaties. De geraamde productie voor de jaren 2006 t/m 2012 betreft circa 130 kleine en grotere projecten. Grote aantallen worden gerealiseerd in Delftwijk, bij de Raaks, Mariastichting, Deo, Ripperda, 023 (noordstrook Schalkwijk), EKP-terrein, overbouwing Randweg en diverse locaties in de Spoorzone. Woningprijzen in Haarlem Haarlem is een gewilde woonstad met een uitstekend woonklimaat. Hoewel de woningen over het algemeen klein zijn, zijn de prijzen (per m 2 ) hoog. In de volgende kaart zien we de huidige situatie rondom de waarde van Haarlemse woningen. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
50 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 2.11 Gemiddelde vraagprijs woningen Haarlem, 1 januari 2004-2009 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 Mooie Nel Haarlem Bloemendaal Haarlemmermeer ringvaart 0 1 2 kilometers bron: NRC 2.6 Haarlemmermeer Droogmakerij Haarlemmermeer 1852 - WOII Haarlemmermeer werd na vele plannen in de eeuwen ervoor eindelijk drooggemalen. Dit droogmalen moest het gevaar van het Oude Haarlemmer Meer, Leydsche Meer, Oude Meer en het Spiering Meer beteugelen voor de steden Amsterdam, Haarlem en Leiden. De nieuwe grond werd als bijkomstigheid gezien. De beschikbare grond werd in gelijke delen verkaveld en verpacht aan boeren. Pas later kregen meer boeren de grond in eigendom. Langs de Ringvaart ontstonden dorpjes die tegen oude dorpen aanlagen. Bovendien werden twee dorpen in het midden van de polder planmatig aangelegd met de bedoeling om hier voorzieningen te centreren. In 1877 woonde meer dan de helft van de inwoners aan de rand van Haarlemmermeer. De leefomstandigheden in Haarlemmermeer waren in de begintijd zwaar en ongezond. Dit kwam door het ontbreken van voorzieningen, een slechte infrastructuur en een voortdurende strijd om het water weg te pompen. De meeste bewoners kwamen uit het kleigebied van Noord- en Zuid-Holland, Friesland en uit het noordwestelijk deel van Noord-Brabant. Haarlemmermeer was in deze periode vooral in gebruik als agrarisch gebied. Men woonde er liever niet vanwege de zware leefomstandig- Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 51 heden. In 1916 werd luchthaven Schiphol geopend als militair vliegveld. Vanaf de jaren twintig neemt het belang van lijndiensten toe en wordt Schiphol steeds meer een burgerluchthaven. Na WOII tot 1960 De nieuwbouwprojecten waren van kleine omvang. De gemeente wilde zo enerzijds het draagvlak voor voorzieningen versterken maar anderzijds ook voorzien in de plaatselijke woningbehoefte en die van de werkers op Schiphol. Vooral de kernen Badhoevedorp en Zwanenburg groeiden snel. Een kwart van de bevolking woonde in deze twee kernen en ruim de helft van de inwoners woonde aan de randen van de polder. In deze tijd bestond er een duidelijk onderscheid tussen de plattelandsbevolking en de stedelijke bevolking. Verder groeide Schiphol sterk door de groei van de burgerluchtvaart. Het beleid in die tijd was de rest van Haarlemmermeer vooral open te laten, vanwege het belang van agrarisch gebied rondom steden. Rond 1960 tot begin jaren 80 In deze tijd was er sprake van meer planmatige grootschalige groei. Deze groei vond vooral plaats in Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Mensen wilden weg uit de stad vanwege niet toereikende woonruimte voor de groeiende middenklasse. Men wilde graag een eengezinswoning met tuin (veel laagbouw), maar deze was 2.12 Graan voor Visch, eerste uitbreidingswijk Hoofddorp bron: Haarlemmermeer Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
52 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio in de stad niet te vinden. Overwegend gezinnen met kinderen kwamen vanuit de omliggende steden in Haarlemmermeer wonen. Het traditionele verschil tussen de stedelijke en plattelandscultuur werd snel kleiner. Nieuwe inwoners bleven wel sterk georiënteerd op de omliggende steden, terwijl geboren en getogen Haarlemmermeerders meer op de eigen dorpsgemeenschap gericht bleven. Het openhouden van het landschap bleef belangrijk. Haarlemmermeer als agrarische gemeente vormde een groene buffer tussen de omliggende stedelijke gebieden. Begin jaren 80 tot heden Haarlemmermeer kreeg een groeikernstatus om de woningbehoefte uit omliggende steden op te vangen. Ook na het loslaten van het groeikernbeleid is Haarlemmermeer een aanmerkelijk deel van de woningbehoefte van de regio op blijven vangen (zowel uit Haarlem, Amsterdam, Meerlanden en Bollenstreek). De ruimtelijke druk op Haarlemmermeer is sterk toegenomen. De werkgelegenheid is gegroeid, Schiphol werd een belangrijke mainport, nieuwe woonwijken zijn gebouwd en het ruimtebeslag van infrastructuur is toegenomen. Deze periode is gekenmerkt door een sterke planmatige groei van vooral Hoofddorp, maar later ook van Nieuw-Vennep en Vijfhuizen (door vinex-locaties). 2.13 Gemiddelde vraagprijs woningen Haarlemmermeer, 1 januari 2004-2009 Hillegom Bennebroek Haarlemmermeer ringvaart Haarlemmermeer 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 0 1,5 3 kilometer bron: NRC Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 53 De opkomst van het twee- en anderhalf verdienermodel heeft grote invloed gekregen op de tijdsbesteding van veel Haarlemmermeerders. De leefomgeving van de Haarlemmermeerder strekt zich nu uit over de regio; de actieradius van inwoners is mede door het grote autobezit erg groot; inwoners waarderen en maken gebruik van de gunstige ligging van Haarlemmermeer. De keuze voor Haarlemmermeer als woonplaats is vooral pragmatisch van aard, vanwege de beschikbare woonruimte en gunstige ligging. Haarlemmermeer is vooral in trek bij de (hogere) middenklasse. 4 Er ontstaan atypische vormen van stedelijkheid binnen Haarlemmermeer, waarbij rust en ruimte samengaat met dynamiek en drukte. 5 Woningprijzen Haarlemmermeer Een groot deel van de woningen in Haarlemmermeer heeft een vraagprijs van rond de 250.000. De hoogste woningwaarden bevinden zich aan de randen van Hoofddorp en Badhoevedorp. 2.7 Van Purmer tot Purmerend Het begin De oorsprong van de naam Purmerend ligt in het vissersdorp Purmer, dat door een grote stormvloed en de overstroming van 1202 grotendeels verloren ging. Purmerend is waarschijnlijk voortgekomen uit een streekdorp, dat bij de belangrijkste kruising van de dijk bij het Beemstermeer met de weg van Amsterdam naar Hoorn lag, die via Landsmeer en Den Ilp ging. Op deze kruising kwam een marktplein tot stand met een kerk. Willem Eggert In 1410 kreeg Purmerends stadsrechten. Graaf Willem VI verhief in dat jaar zijn vriend en rentmeester Willem Eggert in de adelstand en schonk hem Purmerend. Van 1410 tot 1413 liet Willem Eggert het kasteel Purmersteijn bouwen. Hij was daarmee een van de eerste Amsterdammers die naar Purmerend verhuisde. Hij kon niet weten dat in de twintigste eeuw nog vele duizenden Amsterdammers zijn voorbeeld zouden volgen. Al in 1448 werden twee jaarmarkten ingesteld en een veemarkt. Uit een niet-officiële volkstelling blijkt dat Purmerend in 1420 ongeveer 500 inwoners telde. Midden tussen de droogmakerijen Tot het begin van de 17e eeuw lag Purmerend te midden van het water. Dit veranderde toen rijke Amsterdamse kooplieden opdracht gaven om de Beemster (1612), Purmer (1622) en Wormer (1626) droog te maken. Purmerend kwam Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
54 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 2.14 Purmerend rond 1694 bron: De Wits Stedenboek nu te midden van vruchtbaar land te liggen en kon daardoor haar marktfunctie verder ontwikkelen. In de twee eeuwen daarna werden de bebouwingsgrenzen van Purmerend niet verlegd, wel werd de bebouwing verdicht. In 1632 stonden er niet meer dan 457 huizen in de stad, in 1740 waren dit er 630. Het aantal inwoners bedroeg toen 2.600. Bereikbaarheid verbeterd In de 19e eeuw is de opening van het Noordhollandsch Kanaal (1825) van invloed geweest op de economische ontwikkeling van Purmerend. Deze is gegraven in verband met de verzanding van de toegang tot de Amsterdamse haven. Purmerend profiteerde van de ligging aan de route van de zeeschepen die op weg waren naar Amsterdam. Door de aanleg van de spoorverbinding Enkhuizen-Zaandam (1885) en de tram van Amsterdam-Alkmaar werd de bereikbaarheid van Purmerend aanzienlijk verbeterd. Eind 19e, begin 20e eeuw was voor Purmerend een periode van grote bloei, niet in het minst door de groei van Amsterdam als afzetgebied. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 55 Echte bevolkingsgroei pas na 1955 Tot uitbreiding van de stad buiten de wallen en grachten werd niet eerder overgegaan dan begin 20e eeuw. Eind 19e eeuw telde Purmerend 5.000 inwoners en rond 1950 waren het er 7.000. De echte groei van de stad begon pas in de tweede helft van de 20e eeuw, toen Purmerend bereid was een bijdrage te leveren aan het oplossen van de woningnood in Amsterdam. In 1955 begon de bouw van de eerste 200 woningen voor werknemers van bedrijven in Amsterdam-Noord. De bedrijven daar zagen geen mogelijkheden meer om hun werknemers in de hoofdstad te huisvesten. In de jaren daarna liet Amsterdam een deel van de haar toegewezen woningbouwcontingenten in Purmerend bouwen. Jaren van middel- en hoogbouw Zo ontstonden in de jaren zestig de wijken Overwhere (zuidelijk deel), Wheermolen en Overwhere (noordelijk deel), met open bouwblokken, grote bouwstromen, dus veel herhalingsbouw. Bij de vele woningwetwoningen die er gebouwd werden, lag het accent in de eerste jaren op vierlagen portiek- en galerijflats en daarna op hoogbouw galerijflats. Na de voltooiing van deze wijken waren de bouwmogelijkheden binnen Purmerend even uitgeput. In 1975 heeft Purmerend ruim 31.000 inwoners. De woonerven Pas na het midden van de jaren zeventig kon weer volop gebouwd worden in de Gors, aanvankelijk op het grondgebied van Ilpendam. Kleinschaligheid was toen het motto geworden. Met de bouw van (hoogbouw)flats werd radicaal gestopt en de woonerven deden hun intrede. De woningbouw in de Gors bestaat volledig uit eengezinswoningen met het accent op premiehuur en premiekoopwoningen. Veel Purmerenders werden in staat gesteld hun flatwoning te verruilen voor een eengezinswoning. Vooral gezinnen met kinderen kregen en grepen deze kans, waardoor het vertrek van Purmerenders naar verder gelegen plaatsen ten noorden van Purmerend kon worden afgeremd. Meer stedelijkheid Begin jaren tachtig ging Purmerend verder met woningbouw in het noordelijk deel van de Gors en in de wijk Purmer-Noord. De Gors-Noord had aanvankelijk een bestemming als centrumgebied met een belangrijke werkgelegenheidsfunctie. Het lukte echter onvoldoende deze functie in te vullen waardoor de gronden lange tijd braak dreigden te liggen met alle financiële gevolgen van dien. De omzetting in een woonfunctie in de vorm van premiekoop- en premiehuurwoningen bracht gedeeltelijk uitkomst. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
56 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio Door de hoge rente begin jaren tachtig, was het echter niet eenvoudig om deze woningen aan de man te brengen. Het gevolg daarvan was dat veel van deze plannen omgezet werden in plannen voor sociale woningbouw, al dan niet in gestapelde vorm. Deze woningen waren over het algemeen klein en sober van uitvoering met een houten berging in de achtertuin. Toch moesten zij een relatief hoge huur opbrengen. Ook het aanzien van de nieuwbouw werd in de jaren tachtig duidelijk anders. Zowel in de Gors-Noord als in grote delen van de Purmer-Noord werden de voortuinen in de ban gedaan, de woningdichtheid verhoogd, om de stedelijkheid te benadrukken. De grens van 50.000 inwoners werd in 1985 gepasseerd. Meer ruimte en groen In de tweede helft van de jaren tachtig werd gestart met de woningbouw in Purmer-Zuid. In het hart van deze wijk loopt van noord naar zuid een waterpartij die het centraal in de wijk gelegen park doorsnijdt. Het is een ruim opgezette wijk met een groene parkachtige uitstraling. Door het lage renteniveau en de stijgende welvaart zijn in deze wijk weer veel meer duurdere eengezinswoningen in de koopsector gebouwd met aan de oostzijde de twee onder een kapwoningen en de vrijstaande woningen. In 1995 wordt de grens van 65.000 inwoners bereikt. Op weg naar 80.000 inwoners Weidevenne is voorlopig de laatste nieuwbouwwijk van Purmerend. Voor deze vinex-wijk, moest het Noordhollandsch Kanaal overgestoken worden. In 1997 is met deze wijk een aanvang gemaakt; de wijk is op dit moment voor meer dan 80% voltooid. Aan de zuidzijde van deze wijk vormt de ecologische zone Weideveld een natuurlijke verbinding tussen bebouwing en het waterrijke veenweidelandschap. Het aandeel koopwoningen is opgevoerd tot 80% en de verscheidenheid aan woonvormen is in deze wijk ongekend groot. In het laatste deel van de wijk dat het dichtst tegen het oude centrum aan ligt, worden veel woningen gebouwd in de vorm van halfgesloten bouwblokken met parkeren op de binnenterreinen. Volgens de laatste bevolkingsprognose zal in 2010 de 80.000ste inwoner verwelkomd worden. Woningwaarden in Purmerend Purmerend heeft veel woningen met een waarde tussen de 150.000 en 250.000. De duurdere woningen bevinden zich vooral aan de randen van de gemeente. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 57 2.15 Gemiddelde vraagprijs woningen Purmerend, 1 januari 2004-2009 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 Noord-Hollandsch Kanaal Purmerend 0 1 2 kilometer bron: NRC 2.8 Zaanstad IJzertijd en Romeinse Tijd In de IJzertijd (600 v. Chr.) trokken de eerste mensen vanuit de duinstreek het grondgebied van Zaanstad binnen, in wat nu de dorpen Assendelft en Krommenie zijn. De rest van Zaanstad was een zompig, moeilijk toegankelijk hoogveenmoeras. De eerste bewoners waren boeren die rechthoekige boerderijen bouwden met een plaggenfundering en lemen wanden. De daken waren van riet. Tot in de derde eeuw na Chr., in de Romeinse Tijd, konden deze mensen zich in het westen van de Zaanstreek handhaven. Na ongeveer 250 trokken ze weg, gedwongen door de stijging van de zeespiegel. Middeleeuwen Rond 950 kwamen opnieuw boeren vanuit de duinstreek Assendelft en Krommenie binnen. Door het graven van sloten en het aanleggen van dijken kon daarna het hele Zaanse hoogveengebied worden ontgonnen. De middeleeuwse boerderijen werden op dezelfde manier gebouwd als die in de IJzertijd en de Romeinse Tijd. In de loop van de 14e en 15e eeuw versteenden de funderingen en werden de wanden gemaakt van gezaagd en geteerd hout. Mensen die het zich Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
58 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio konden veroorloven lieten ook een stenen haard metselen. Het dak bleef van riet. Na 1300 concentreerde de bewoning zich langs de dijken en ontstond de zo kenmerkende lintbebouwing. In deze periode woonden een paar duizend mensen op het grondgebied van het huidige Zaanstad. De gouden eeuw en het verval Door de uitvinding van de houtzaagmolen (1592) bloeide de economie op. De Zaanstreek werd het eerste industriegebied van Europa. Het aantal inwoners nam toe van 10.000 in 1580 naar 27.000 in 1750. In die tijd stonden er honderden molens, waarvan een groot deel houtzaagmolens. In de Zaanstreek was hout een goedkoop bouwmateriaal. Terwijl de rest van Nederland huizen in steen bouwde, bleef de houtbouwtraditie in de Zaanstreek voortleven. Wel verving men, in verband met brandgevaar, het riet op de daken door dakpannen. Onder invloed van de rijke koopmanshuizen in Amsterdam versierden succesvolle Zaanse kooplieden de gevels van hun huizen met uitbundig houtsnijwerk en lieten binnen enorme, betegelde schouwen zetten (zgn. smuigers ). Zo ontstond het Zaanse woonhuis. Het teren nam af en men verfde de buitenmuren steeds vaker groen, blauw, wit of geel. De overgrote meerderheid van de bevolking was echter niet rijk en woonde in kleine, onversierde houten huizen. Groengeverfd, dat wel. De tweede helft van de 18e eeuw was een periode van economische achteruitgang met het dieptepunt rond 1810, toen er nog maar 20.000 mensen in de Zaanstreek woonden. De nieuwe tijd Door de opbloei van de economie nam de bevolking weer toe tot 30.000 en 50.000 rond 1900. Voor deze mensen werden in hoog tempo huizen gebouwd: voor de arbeiders kleine, niet al te beste houten rijtjeshuizen, vaak met een stenen voorgevel, voor de middenklasse geheel stenen, vrijstaande, luxe huizen en voor de rijke ondernemers fraaie, soms buitensporig grote villa s. De arbeiders woonden aan paden en nauwe straten haaks op de oude linten, de rijke ondernemers langs de Zaan met uitzicht op hun fabrieken. Om onduidelijke reden verfde men de houten woningen vrijwel alleen nog maar groen ( Zaans groen ). De woningwet van 1902 maakte een einde aan de eeuwenoude houtbouwtraditie. Er mochten vanaf dat jaar alleen nog maar stenen huizen worden gebouwd. De woningwet maakte echter sociale woningbouw mogelijk. Vooral in de plaatsen langs de Zaan, waar de meeste industrie stond, verrezen bakstenen arbeiderswijken met woningen van wisselende kwaliteit en grootte. Door de aanleg van spoorlijnen, autowegen en telefoonlijnen was het voor de rijke ondernemers niet langer meer nodig direct in de buurt van hun fabrieken Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 59 2.16 Langs de Zaan bron: Zaanstad langs de Zaan te wonen. Zij verhuisden naar de duinstreek waar de grond droog was en de lucht schoon. De Zaanstreek kreeg een steeds eenzijdiger bevolkingssamenstelling: veel arbeiders, wat boeren en weinig kantoorpersoneel en middenklasse en vrijwel geen rijke bovenklasse. Tussen 1910 en 1940 groeide het inwoneraantal tot 80.000 en werden er veel sociale en kleine woningen gebouwd en nauwelijks middenklassenhuizen of villa s. Dit had ook zijn effect op de rest van de samenleving: het winkelaanbod was eenzijdig en gericht op weinig koopkrachtige klanten, er was geen groot theater, er waren weinig parken, weinig musea, geen hogescholen etc. Groeispurten vanaf de jaren zestig in verschillende kernen Het bevolkingsaantal passeerde rond 1955 de 100.000 en schommelde rond het jaar 2000 om de 150.000. Met een productie van ongeveer 1.000 woningen per jaar werd vanaf de jaren zestig de naoorlogse woningnood te lijf gegaan. Ook in de jaren zeventig zette deze hoge productie zich voort. Verspreid over de stad, tot 1974 nog verschillende gemeenten, kwamen nieuwe woonwijken tot stand. Poelenburg nu een van de landelijke prachtwijken verrees, evenals de Zaandamse wijken Pelders- en Hoornseveld en Kogerveldwijk. Het zijn wijken met veel goedkopere huurwoningen. Ook in het westelijk deel van Krommenie werden in deze tijd veel woningen gebouwd. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
60 2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio In de periode 1975-1990 werden opnieuw diverse woonwijken toegevoegd, vooral aan de noord- en westrand van Zaandam. Het zijn rustige middenklassewijken, die nu langzaam aan het vergrijzen zijn. Diversiteit en kwaliteit De bouwproductie zet zich op lager niveau voort vanaf de jaren negentig. Het Zaanoeverproject is dan gestart, fabrieken langs de Zaan maken plaats voor moderne koop- en huurappartementen. In het noorden van de gemeente wordt gestart met de nieuwe Vinexwijk Saendelft met veel laagbouw. Vissershop, het eerste sociale woningbouwproject uit de jaren twintig uit de vorige eeuw, wordt gesloopt en vervangen door nieuwe huizen in dezelfde stijl. Ook in andere wijken met een eenzijdige en kwalitatief vaak slechte woningvoorraad wordt via herstructurering meer diversiteit geboden. In 2005 wordt de 60.000ste woning gebouwd. Naast bouwproductie komt de kwaliteit van het wonen steeds meer in beeld als leidend principe. Dat uit zich in een grote differentiatie naar prijs, woningtype en woonmilieu. 2.17 Gemiddelde vraagprijs woningen Zaanstad, 1 januari 2004-2009 Heemskerk 0 1,5 3 kilometer t Zwet De Poel / t Zwet Beverwijk Zaan 75.000 150.000 250.000 500.000 750.000 1.000.000 2.500.000 Zaanstad Nauernase Vaart Zijkanaal C bron: NRC Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
2 Ontstaan van rijkdom en armoede in de regio 61 Woningwaarden in Zaanstad Zoals al uit figuur 2.2 naar vorige kwam zijn de woz-waarden van woningen in Zaanstad relatief laag. Dit is terug te zien in de vraagprijzen van woningen, deze liggen veelal tussen de 150.000 en 250.000. Noten 1 Kaarten vervaardigd door NRC. De getoonde wegen komen uit het Nationaal Wegenbestand van Rijkswaterstaat. De wijk- en gemeentegrenzen komen van CBS/Topografische Dienst Kadaster. De overige elementen (sporen en treinstations, natuurgebieden, zee en overig water) komen van Geodan. 2 Bronnen: Berg, J.J., S. Franke en A. Reijndorp (2007): Adolescent Almere. Hoe een Stad wordt gemaakt en Breed, E., P. de Jong., e.a. (2001): Vijfentwintig jaar mensenwerk. Samen leven in een nieuwe stad. 3 Geschiedenis van Amsterdam deel I tot en met deel IV, 2004-2007, SUN. 4 Construct met de variabelen: opleiding, inkomen en leeftijd. 5 Meer hierover is te vinden in de Staat van Haarlemmermeer. Bronnen: www.haarlemmermeer-geschiedenis.nl, gemeente Haarlemmermeer (2005), KoWI, gemeente Haarlemmermeer (2008) Staat van Haarlemmermeer. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
62 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
63 3 Gouden randjes en pockets of poverty Hoe is armoede en rijkdom verdeeld in de Metropoolregio? Waar zitten de pockets of poverty en waar de gouden randjes? In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de verdeling van inkomens in de Metropoolregio Amsterdam. Allereerst komt het gemiddeld inkomen van huishoudens en personen aan de orde waarna wordt ingegaan op het aandeel rijken en armen in de verschillende gemeenten en wijken. Tenslotte komt inkomensongelijkheid aan bod: zijn de inkomens gelijk of juist scheef verdeeld over de regio en tussen de gemeenten? Het hoofdstuk eindigt met een beschrijving van de inkomensontwikkeling van elk van de zeven grote gemeenten. In het hele hoofdstuk worden telkens eerst de algemene trends in de Metropoolregio (alle gemeenten) nader beschouwd, vervolgens komen de belangrijkste verschillen tussen de gemeenten en wijken in de Metropoolregio aan bod. Daarna wordt ingezoomd op Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad, de gemeenten die meewerkten aan de totstandkoming van dit boekje. Aan het einde van dit hoofdstuk is een overzicht met gebruikte definities opgenomen. 3.1 Gemiddeld inkomen Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens, ook wel het koopkrachtinkomen genoemd, bedroeg in Nederland in 2005 20.800. Bloemendaal is in de Metropoolregio de gemeente met het hoogste gemiddelde koopkrachtinkomen ( 34.600). In Amsterdam ( 20.200) ligt het koopkrachtinkomen het laagst. Dit wil zeggen dat huishoudens in Amsterdam gemiddeld minder te besteden hebben dan huishoudens in de andere gemeenten van de Metropoolregio. Van de zeven grote gemeenten hebben Amsterdam, Almere, Zaanstad en Purmerend een inkomen onder het Nederlandse gemiddelde. Het koopkrachtinkomen van Haarlemmermeer en Amstelveen ligt ruim boven het Nederlandse gemiddelde, dat van Haarlem in mindere mate ook (zie tabel 3.1). Een andere maat om het inkomen te bekijken is het inkomen van personen met 52 weken inkomen. 1 De rangschikking van het inkomen van personen, met 52 weken inkomen, is anders dan die van het koopkrachtinkomen van huishoudens (zie tabel 3.2). In Purmerend en Zaanstad is het besteedbaar inkomen Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
64 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.1 Gestandaardiseerd gemiddeld besteedbaar inkomen particuliere huishoudens, 2005 (x 1.000) gemeente koopkrachtinkomen huishoudens Amstelveen 25,1 Haarlemmermeer 23,2 Haarlem 21,1 Purmerend 20,7 Zaanstad 20,4 Almere 20,3 Amsterdam 20,2 Nederland 20,8 bron: CBS per persoon het laagst en onder het Nederlandse gemiddelde. Hoewel de rangschikking op de laagste plekken verschilt, staan Amstelveen en Haarlemmermeer zowel wat betreft koopkracht van huishoudens als wat betreft het inkomen per persoon op plek 1 en 2. Het verschil in rangorde, van met name Amsterdam, kan verklaard worden doordat in Amsterdam relatief veel alleenstaanden en eenoudergezinnen wonen. Het koopkrachtinkomen corrigeert voor schaalvoordelen die meerpersoonshuishoudens hebben door een gemeenschappelijke huishouding. Het corrigeert echter niet voor de omvang van de groep alleenstaanden. Naast de grote groep alleenstaanden in Amsterdam is de participatiegraad relatief laag: de werkloosheid is er hoger dan gemiddeld evenals het aandeel mensen met een uitkering. 3.2 Gemiddeld besteedbaar inkomen personen en particuliere huishoudens, 2005 (x 1.000) besteedbaar inkomen personen met koopkrachtinkomen gemeente 52 weken inkomen huishoudens Amstelveen 22,7 25,1 Haarlemmermeer 20,1 23,2 Amsterdam 19,0 20,2 Haarlem 18,8 21,1 Almere 18,3 20,3 Zaanstad 17,8 20,4 Purmerend 17,7 20,7 Nederland 18,2 20,8 bron: CBS Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 65 3.3 Beroepsbevolking (15-64 jaar) naar opleidingsniveau, 2007 (procenten) lager middelbaar hoger gemeente onderwijs onderwijs onderwijs totaal Amsterdam 15 33 51 100 Amstelveen 17 39 47 100 Haarlem 21 39 39 100 Haarlemmermeer 25 46 28 100 Purmerend 24 51 24 100 Zaanstad 24 52 24 100 Almere 26 48 23 100 Metropoolregio 19 41 38 100 Nederland 23 44 31 100 bron: CBS Dit heeft invloed op het koopkrachtinkomen. Maar het inkomen van de personen met inkomen ligt in Amsterdam, vooral voor vrouwen, hoger dan in Almere, Purmerend en Zaanstad, mogelijk door het opleidingsniveau of het aantal uren dat de vrouwen werkzaam zijn. Zoals in tabel 3.3 is af te lezen is het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in Amsterdam en Amstelveen veel hoger dan in de andere gemeenten. Stijging koopkrachtinkomen 2000-2005 Tussen 2000 en 2005 is het koopkrachtinkomen in Nederland gestegen van 18.000 in 2000 tot 20.800 in 2005. Wel was er tussen 2002 en 2003 sprake van een kleine daling van het koopkrachtinkomen maar sinds 2003 is de stijging weer doorgezet (tabel 3.4). Dit patroon geldt ook voor de meeste van de zeven grote gemeenten in de Metropoolregio. Het besteedbaar inkomen van personen met 52 weken inkomen is eveneens gestegen tussen 2000 en 2005 (tabel 3.5). De inkomens in Amstelveen en Haarlemmermeer zijn de hele periode hoog ten opzichte van de vijf andere gemeenten en ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde (zie figuur 3.6 en 3.7). Het persoonsinkomen is in Amstelveen sneller gestegen dan gemiddeld in Nederland. Het persoonsinkomen in Haarlemmermeer lag de gehele periode ruim boven het Nederlandse gemiddelde maar is niet verder uitgelopen. In Amsterdam lag het koopkrachtinkomen in 2000 nog ruim onder de andere grote gemeenten en het Nederlandse gemiddelde, sinds 2004 is dit verschil kleiner Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
66 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.4 Ontwikkeling koopkrachtinkomen, 2000-2005 (x 1.000) gemeente 2000 2001 2002 2003 2004 2005 Amstelveen 21,5 23,5 25,0 24,4 24,5 25,1 Haarlemmermeer 20,3 21,8 22,6 22,6 22,5 23,2 Haarlem 18,3 19,5 20,4 20,5 20,6 21,1 Purmerend 18,1 19,2 20,2 20,1 19,9 20,7 Zaanstad 18,1 19,2 20,2 20,1 19,8 20,4 Almere 18,1 19,6 20,2 19,9 19,9 20,3 Amsterdam 17,4 18,6 19,7 19,4 19,5 20,2 Nederland 18,0 19,3 20,3 20,2 20,2 20,8 bron: CBS/RIO 3.5 Ontwikkeling inkomen personen met 52 weken inkomen, 2000-2005 (x 1.000) gemeente 2000 2001 2002 2003 2004 2005 Amstelveen 19,7 21,2 22,4 22,0 22,1 22,7 Haarlemmermeer 17,9 18,7 19,4 19,4 19,4 20,1 Amsterdam 16,6 17,5 18,5 18,4 18,6 19,0 Haarlem 16,4 17,3 18,2 18,1 18,2 18,8 Almere 16,6 17,4 18,1 17,8 18,0 18,3 Zaanstad 16,1 16,8 17,5 17,5 17,4 17,8 Purmerend 16,1 16,7 17,4 17,4 17,2 17,7 Nederland 16,3 17,0 17,8 17,7 17,8 18,2 bron: CBS/RIO geworden en in 2005 is het koopkrachtinkomen in Amsterdam vrijwel gelijk aan het koopkrachtinkomen in Almere en Zaanstad. Het inkomen van personen ligt in Amsterdam boven het Nederlandse gemiddelde. Tussen 2000 en 2005 is het inkomen in Amsterdam sterker gestegen dan in de rest van Nederland. Purmerend, Almere en Zaanstad gaan over de hele periode qua koopkrachtinkomen vrijwel gelijk op, alleen tussen 2004 en 2005 is in Purmerend het koopkrachtinkomen iets harder gestegen dan in de andere twee gemeenten waardoor het koopkracht inkomen in Purmerend rond het Nederlandse gemiddeld uitkomt. Het persoonsinkomen laat een iets ander patroon zien. In Almere lag het besteedbaar inkomen van personen in 2000 boven het Nederlandse gemiddelde. Tussen 2000 en 2005 is dit inkomen steeds dichter richting het gemiddelde gegaan. Het inkomen van personen in Zaanstad en Purmerend gaat Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 67 3.6 Ontwikkeling koopkrachtinkomen, 2000-2005 (index: Nederland=100) 125 120 115 110 105 100 95 2000 2001 2002 2003 2004 2005 Amstelveen Haarlemmermeer Haarlem Purmerend Zaanstad Almere Amsterdam Nederland bron: CBS/RIO de hele periode vrijwel gelijk op. Ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde is er sprake van divergentie. De inkomens zijn minder sterk gestegen dan gemiddeld in Nederland. Haarlem had in 2000 een koopkrachtinkomen rond het niveau van Almere, Zaanstad en Purmerend, maar stijgt, doordat er in Haarlem tussen 2002 en 2003 geen daling plaatsvond, sinds 2003 boven die gemeentes uit en blijft boven het Nederlandse gemiddelde. 3.7 Ontwikkeling besteedbaar inkomen personen met 52 weken inkomen, 2000-2005 (index: Nederland=100) 130 125 120 115 110 105 100 95 2000 2001 2002 2003 2004 2005 Amstelveen Haarlemmermeer Haarlem Purmerend Zaanstad Almere Amsterdam Nederland bron: CBS/RIO Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
68 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.2 Inkomensverdeling 2000 en 2005 Metropoolregio ten opzichte van Nederland Op basis van het Regionaal Inkomensonderzoek 2000 en 2005 van het cbs is de inkomensverdeling in de Metropoolregio afgezet tegen de verdeling in Nederland op basis van het koopkrachtinkomen. 2 Alle particuliere huishoudens met een positief inkomen 3 in Nederland zijn hiervoor gerangschikt naar hoogte van koopkrachtinkomen. Vervolgens zijn ze in tien gelijke groepen verdeeld. Het aandeel van elke groep in het Nederlands gemiddelde is dus 10%. De koopkrachtinkomens in de Metropoolregio, ingedeeld op basis van de grenzen die bij de Nederlandse indeling horen, laten zien dat de Metropoolregio zowel veel lage als hoge inkomens herbergt. De middengroepen zijn iets kleiner dan gemiddeld in Nederland. Tussen 2000 en 2005 is het aandeel lage inkomens iets afgenomen (2e en 3e deciel). In figuur 3.8 is dit te zien aan de blauwe en rode pijlen links in de figuur. De afstand tot het gemiddelde is kleiner geworden. Echter het aandeel hoge inkomens (7e, 8e en 9e deciel) nam ook af (blauwe en rode pijl rechts in de figuur). Waardoor de middengroepen vooral meer richting het Nederlandse gemiddelde zijn gekropen maar de echte extremen zijn gebleven. 3.8 Aandeel 10% groepen in de Metropoolregio, 2000 en 2005 (procenten) 13 % 12 11 10 9 8 1e 10% groep 2e 10% groep 3e 10% groep 4e 10% groep 5e 10% groep 6e 10% groep 2000 2005 gemiddelde Nederland 7e 10% groep 8e 10% groep 9e 10% groep 10e 10% groep bron: CBS/bewerking O+S Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 69 De verdeling van de inkomens in gemeenten kan grofweg ingedeeld worden in vijf archetypen: 1 Alle inkomensgroepen zijn ongeveer gelijk verdeeld. 2 Relatief veel rijken en weinig armen: de figuur volgt een stijgende lijn. 3 Relatief veel armen en weinig rijken: de figuur volgt een dalende lijn. 4 Zowel veel rijken als veel armen: de middengroep is relatief klein. 5 Zowel weinig rijken als weinig armen: de middengroep is relatief groot. 3.9 Inkomensverdeling in vijf archetypen 1. Alle inkomens ongeveer gelijk verdeeld % 12 10 8 6 4 2 0 laag midden hoog % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 laag 2. Veel rijk, weinig arm midden hoog % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 laag 3. Veel arm, weinig rijk midden hoog 4. Veel rijk en veel arm (kleine middengroep) % 16 14 12 10 8 6 4 2 0 laag midden hoog 5. Weinig rijk en weinig arm (grote middengroep) % 14 12 10 8 6 4 2 0 laag midden hoog In de zeven grote gemeenten zien we dat de inkomensverdeling van Zaanstad, Almere en Haarlem redelijk overeenkomt met de inkomensverdeling in Nederland (type 1). Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer en Purmerend laten een ander beeld zien (figuur 3.10). In Amstelveen zijn relatief weinig lage inkomens, maar is het aandeel van het zevende tot en met het tiende deciel bovengemiddeld hoog (type 2). In Amsterdam zijn vooral de hele lage, maar ook de hele hoge inkomens oververtegenwoordigd (type 4). Purmerend toont een beeld tegenovergesteld aan dat van Amsterdam. In Purmerend zijn de hele hoge Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
70 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.10 Inkomensverdeling in vier grote gemeenten ten opzichte van Nederlandse inkomensverdeling, 2005 (procenten) % 25 20 15 10 5 0 1e 10% groep 2e 10% groep 3e 10% groep 4e 10% groep 5e 10% groep 6e 10% groep 7e 10% groep 8e 10% groep 9e 10% groep 10e 10% groep Haarlemmermeer Purmerend Amstelveen Amsterdam bron: CBS/bewerking O+S en hele lage inkomens ondervertegenwoordigd, daarentegen is de middengroep groot (type 5). Haarlemmermeer heeft, net als Amstelveen, relatief weinig hele lage inkomens. De middengroepen zijn gemiddeld groot en er zijn relatief veel hoge inkomens. Deze hoge inkomensgroepen zijn echter wel kleiner dan in Amstelveen (type 2). Inkomensverdeling ten opzichte van Metropoolregio Om de gemeenten binnen de Metropoolregio af te zetten tegen het Metropoolgemiddelde zijn de inkomens in de Metropoolregio, aan de hand van dezelfde methode in 10% groepen verdeeld als de Nederlandse inkomensverdeling. De grenzen van de inkomensgrenzen van de 10%-groepen in de Metropoolregio verschillen dus van de inkomensgrenzen van de Nederlandse verdeling. Voor de zeven grote gemeenten in de Metropoolregio levert deze inkomensverdeling een iets ander beeld op dan de Nederlandse inkomensverdeling (zoals in figuur 3.11). Zo heeft Amsterdam ten opzichte van Nederland relatief veel hoge inkomens, maar ten opzichte van de Metropoolregio juist iets minder dan gemiddeld (meer type 3 dan type 4). Van de zeven grote gemeenten heeft Amstelveen het grootste aandeel hele rijken (hoogste 10%) (type 2 gemeente). Echter door de hoge inkomens in Het Gooi staat Amstelveen op een 9e plek wanneer we naar alle gemeenten in de Metropoolregio kijken. Bloemendaal, Laren en Naarden hebben het grootste aandeel rijken (allen type 2 gemeenten). Haarlemmermeer heeft relatief weinig inwoners in de allerhoogste inkomens Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 71 3.11 Inkomensverdeling zeven grote gemeenten ten opzichte van Metropoolverdeling, 2005 (procenten) % 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 1e 10% groep 2e 10% groep 3e 10% groep 4e 10% groep 5e 10% groep 6e 10% groep 7e 10% groep Haarlemmermeer Purmerend Amstelveen Amsterdam Almere Haarlem Zaanstad 8e 10% groep 9e 10% groep 10e 10% groep bron: CBS/bewerking O+S groepen. Almere, Purmerend en Zaanstad hebben vrijwel dezelfde inkomensverdeling: een grote middengroep en relatief weinig hele rijken en hele armen (type 5). Haarlem heeft van alle gemeenten in de Metropoolregio de inkomensverdeling die het meest overeenkomt met de Metropoolregio (type 1 gemeente). 3.3 Pockets of poverty Welke gebieden in de Metropoolregio hebben relatief veel hele arme inwoners? De 10% verdeling van het koopkrachtinkomen zegt iets over het aandeel rijken en armen in een gemeente maar geeft geen inzicht in de echte pockets of poverty. Pockets of poverty zijn gebieden met een groot aandeel inwoners met hele lage inkomens. Op basis van de inkomensgrens van de 1% armste inwoners van de Metropoolregio is nagegaan in welke gemeenten en wijken in de Metropoolregio relatief veel huishoudens met lage inkomens wonen. Vervolgens is op buurtniveau gekeken naar de zeven grote gemeenten op basis van de 5% inkomensverdeling. Hier is gekozen voor 5% in verband met kleine aantallen. Alleen de wijken en buurten met meer dan 70 huishoudens in zowel 2000 als 2005 zijn meegenomen in de analyse. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
72 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.12 Inkomensverdeling in de Metropoolregio, 2005 (1% verdeling) Metropoolregio Amsterdam: 1% tot 0,8% Purmerend 0,8% < 1,2% 1,2% en meer Zaanstad Bloemendaal Zandvoort Haarlem Amsterdam Almere Diemen Muiden Haarlemmermeer Weesp Wijdemeren Hilversum bron: CBS/bewerking O+S Gemeenten De gemeenten met het grootste aandeel huishoudens met hele lage inkomens (laagste 1%) zijn Amsterdam en Diemen (beide 1,5%), maar ook in Zandvoort (1,4%) en in Muiden (1,3%) wonen relatief veel huishoudens met hele lage inkomens. Muiden is in dit rijtje opvallend omdat in Muiden het aandeel allerrijksten (rijkste 1%) ook relatief hoog is (3,5%). In Almere, Weesp, Wijdemeren en Bloemendaal is het aandeel allerarmsten gemiddeld. De gemeente met het kleinste aandeel hele arme inwoners is Bennebroek (0,2%). Wijken De wijken met het grootste aandeel allerarmsten (laagste 1% inkomens) waren in 2000 te vinden in Waterland (Watergang) en Zeevang (Middelie) en in 2005 in Zandvoort (wijk 01) en Haarlemmermeer (Rijk en omgeving). Veel wijken uit de top tien van wijken met de meeste hele lage inkomens uit 2000 zijn niet terug te vinden in de top tien in 2005. In de arme wijken van 2000 zijn dus tussen Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 73 3.13 Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met lage inkomens in de Metropoolregio, 2000 (1% verdeling) Heemskerk-Dorp Jisp (Wormerland) Middelie (Zeevang) Oranjebuurt (Beverwijk) Watergang (Waterland) Centrum (Amsterdam) Weteringbrug (Haarlemmermeer) Oud-West (Amsterdam) De Baarsjes (Amsterdam) Oud-Zuid (Amsterdam) bron: CBS/bewerking O+S 3.14 Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met lage inkomens in de Metropoolregio, 2005 (1% verdeling) Heemskerkerduin en Nooddorp Ilpendam (Landsmeer) Zandvoort Wijk 01 Poelenburg (Zaanstad) Centrum (Amsterdam) Diemen- Centrum Beinsdorp (Haarlemmermeer) Rijk en omgeving (Haarlemmermeer) Amsteldijk (Uithoorn) Landelijk gebied Hilversum bron: CBS/bewerking O+S Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
74 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.15 Inkomensverdeling in de Metropoolregio, 2005 (5% verdeling) Zaanstad Purmerend Metropoolregio Amsterdam: 5% tot 3,5% 3,5% < 6,5% 6,5% < 10% 10% en meer buiten beschouwing Haarlem Almere Amsterdam Amstelveen Haarlemmermeer bron: CBS/bewerking O+S 2000 en 2005 minder huishoudens met lage inkomens komen wonen of meer met hoge inkomens. Alleen Amsterdam, stadsdeel Centrum komt zowel in 2000 (plek 4) als in 2005 (plek 6) voor in de top 10. Buurten De buurten, in de zeven grote gemeenten, met het grootste aandeel arme bewoners (laagste 5%) zijn vooral te vinden in Amsterdam. Toch ligt de buurt met het allergrootste aandeel arme bewoners niet in Amsterdam maar in Haarlemmermeer, namelijk in Graan voor Visch-Zuid (16,3%). Op de tweede plaatst staat Keizerkarelpark-West (Amstelveen) gevolgd door Weteringbrug (Haarlemmermeer) en de Burgwallen Oude- en Nieuwe zijde in Amsterdam. 3.4 Gouden randjes In hoofdstuk 1 is al aangegeven dat het inkomen van de rijkste inwoner per gemeente in Het Gooi veel hoger ligt dan in de rest van de regio. Laren, Blaricum, Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 75 3.16 Inkomensverdeling in de Metropoolregio, 2005 (1% verdeling) Metropoolregio Amsterdam: 1% Beemster Zeevang tot 0,8% Heemskerk Beverwijk Uitgeest Wormerland Purmerend Edam- Volendam 0,8% < 1,2% 1,2% en meer Velsen Zaanstad Oostzaan Landsmeer Waterland Bloemendaal Haarlemmerliede en Spaarnwoude Zandvoort Haarlem Amsterdam Almere Diemen Muiden Heemstede Bennebroek Haarlemmermeer Aalsmeer Uithoorn Amstelveen Ouder- Amstel Weesp Naarden Huizen Bussum Blaricum Laren Wijdemeren Hilversum bron: CBS/bewerking O+S Bussum en Naarden vormen de top vier. Op basis van de inkomensgrens van de 1% rijkste inwoners van de Metropoolregio is nagegaan waar relatief veel rijken wonen. Gemeenten In figuur 3.16 valt af te lezen dat in de rode gemeenten het aandeel hele rijken relatief groot is. De groene gemeenten daarentegen hebben relatief weinig hele rijke inwoners. Het aandeel heel rijken is het hoogst in Bloemendaal (7%), gevolgd door Blaricum (6,7%), Laren (5,3%), Naarden (4,1%) en Muiden (3,1%). Beverwijk, Purmerend en Almere hebben met 0,3% het minste hele rijken inwoners. Wijken De wijken met het grootste aandeel allerrijksten (hoogste 1% inkomens) waren zowel in 2000 als in 2005 te vinden in Huizen (Erica en Tafelberg en Buitenwijken). Aerdenhout in de gemeente Bloemendaal staat op de derde plek. De top tien van wijken met heel hoge inkomens is stabieler dan de top tien van Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
76 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.17 Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met hoge inkomens in de Metropoolregio, 2000 (1% verdeling) Katwoude (Waterland) Bloemendaal wijk 00 Aerdenhout (Bloemendaal) Wijk 01 Zandvoort Almere- Hout Erica en Tafelberg (Huizen) Buitenwijken (Huizen) Blaricum Spiegel (Bussum) Noordwestelijke Villawijk (Hilversum) bron: CBS/bewerking O+S 3.18 Top tien van wijken met grootste aandeel huishoudens met hoge inkomens in de Metropoolregio, 2005 (1% verdeling) Katwoude (Waterland) Aerdenhout (Bloemendaal) Wijk 01 Zandvoort Almere- Hout Noordwestelijke Villawijk (Hilversum) Erica en Tafelberg (Huizen) Buitenwijken (Huizen) Brediuskwartier (Bussum) Spiegel (Bussum) Blaricum bron: CBS/bewerking O+S Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 77 3.19 Inkomensverdeling in de Metropoolregio, 2005 (5% verdeling) Zaanstad Purmerend Metropoolregio Amsterdam: 5% tot 3,5% 3,5% < 6,5% 6,5% < 10% 10% en meer buiten beschouwing Haarlem Almere Amsterdam Amstelveen Haarlemmermeer bron: CBS/bewerking O+S wijken met heel lage inkomens. Stond bij de lage inkomens vijf jaar later nog maar één van de tien wijken in de top tien, van de wijken met heel hoge inkomens staan negen van de tien wijken nog steeds in de top tien. Alleen wijk 00 in Bloemendaal is uit de top tien verdwenen en Brediuskwartier in Bussum is erin verschenen (zie figuur 3.17 en 3.18). Het aandeel hele hoge inkomens is eveneens toegenomen. Wanneer we naar de top drie kijken dan had Erica en Tafelberg in 2000 24% hele rijken, in 2005 was dit 25%. In de Buitenwijken van Huizen behoorde in 2000 23% van de inwoners tot de hoogst inkomens, in 2005 was dit 25%. Aerdenhout in Bloemendaal steeg van 11% naar 14%. Buurten Op buurtniveau in de zeven grote gemeenten, op basis van de rijkste 5% van de Metropoolregio, vallen Amstelveen en Haarlemmermeer op. Een groot aantal buurten in Amstelveen en Haarlemmermeer, maar ook in het Zuidelijk deel van Amsterdam, hebben relatief veel rijken (rode gebieden in figuur 3.19). De buur Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
78 3 Gouden randjes en pockets of poverty ten met het grootste aandeel hele rijken zijn Badhoevedorp-Bouwlust (13%), Vijfhuizendijk (11%) beide in Haarlemmermeer, Vogelhorst (10%) in Almere, Station Zuid wtc en omgeving (10%) en de Apollobuurt (10%) in Amsterdam. 3.5 Inkomensongelijkheid In hoofdstuk 1 is beschreven dat de mate van inkomensongelijkheid kan worden uitgelegd aan de hand van de Gini-coëfficiënt en de Theil-coëfficiënt. Deze maten staan uitgelegd in hoofdstuk 1. Een Gini-coëfficiënt van 0 geeft aan dat de inkomens gelijk zijn verdeeld: iedereen heeft hetzelfde inkomen. Een Ginicoëfficiënt van 1 geeft aan de inkomens ongelijk zijn verdeeld: 1 persoon bezit al het inkomen. De Gini-coëffiënt is vooral gevoelig voor veranderingen rond het gemiddelde. De Theil-coëfficiënt meet hetzelfde maar kent meer gevoeligheid voor veranderingen in de staarten. Op basis van het koopkrachtinkomen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (rio) van het cbs zijn de Gini- en Theil-coëfficiënt voor de Metropoolregio en de gemeenten en wijken binnen de Metropoolregio berekend voor 2000 en 2005. Zowel in 2000 als in 2005 was er in de Metropoolregio meer inkomensongelijkheid dan in Nederland. Dat wil zeggen dat de inkomens in de Metropoolregio minder evenredig zijn verdeeld. Tussen 2000 en 2005 is de inkomensongelijkheid toegenomen, zowel in Nederland als in de Metropoolregio. De toename was iets sterker in de Metropoolregio dan gemiddeld in Nederland. Hoe komt het dat de inkomensongelijkheid in de Metropoolregio groter is dan gemiddeld in Nederland? Mogelijk zorgt de clustering van kennisintensieve werkgelegenheid, gecombineerd met stedelijke armoede voor dit verschil. Er wonen hele rijken maar er is ook veel sociale woningbouw. De Theil-coëfficiënt laat zien dat de ongelijkheid in de staarten van de inkomensverdeling in de Metropoolregio groter is dan in Nederland. 3.20 Gini- en Theil-coëfficiënt Nederland en Metropoolregio, 2000 en 2005 Nederland Metropoolregio 2000 2005 2000 2005 Gini-coëfficient 0,23 0,25 0,25 0,28 Theil-coëfficient 0,09 0,12 0,12 0,15 bron: CBS/bewerking O+S Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 79 3.21 Ontwikkeling inkomensongelijkheid zeven grote gemeenten ten opzichte van de Metropoolregio, 2000-2005 (Gini-coëfficiënt) 0,35 Gini-coëfficiënt 0,30 0,25 0,20 0,15 0,10 0,05 0,00 Amsterdam Amstelveen Haarlem Haarlemmermeer Almere Gini-coëfficiënt 2000 Gini-coëfficiënt 2005 Zaanstad Purmerend Gini-coëfficiënt Metropoolregio 2000 Gini-coëfficiënt Metropoolregio 2005 bron: CBS/bewerking O+S Gemeenten Op gemeente niveau is de inkomensongelijkheid het grootst in Blaricum. Zowel de Gini-coëfficiënt als de Theil-coëfficiënt laten dit zien. Ook Bloemendaal, Laren, Bussum, Muiden en Naarden kennen een grote inkomensongelijkheid. Deze gemeenten kwamen in paragraaf 3.4 naar voren als de gouden randjes van de Metropoolregio. In deze gouden randjes is de dus veel inkomensongelijkheid. In de bijlagen van deze rapportage is een tabel opgenomen met de coëfficiënten per gemeente. In gemeenten als Beverwijk, Purmerend, Uitgeest, Heemskerk, Zaanstad, Oostzaan en Almere is de inkomensongelijkheid gering. Binnen deze gemeenten komen dus relatief veel dezelfde inkomens voor. Het aandeel hele rijken en hele arme huishoudens is dan ook, zoals in paragraaf 3.3 naar voren kwam, gering. De huizenprijzen lijken hier sterk van invloed op de inkomensongelijkheid. Dit zijn namelijk ook de gemeenten in de Metropoolregio waar de huizenprijzen grotendeels op hetzelfde niveau liggen (zie figuur 2.1 in hoofdstuk 2). Relatief lage woz-waarden en weinig verschil tussen de woz-waarden hangt samen met weinig inkomensongelijkheid. Doordat de huizenprijzen allemaal op eenzelfde niveau liggen, liggen de inkomens dat ook. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
80 3 Gouden randjes en pockets of poverty Grote gemeenten In de zeven grote gemeenten, met uitzondering van Amsterdam en Amstelveen, is minder inkomensongelijkheid dan gemiddeld in de Metropoolregio. Tussen 2000 en 2005 is in deze zeven gemeenten de inkomensongelijkheid toegenomen, vooral in Amstelveen. De toename van de inkomensongelijkheid was het kleinst in Almere, Purmerend en Zaanstad (zie figuur 3.21). 3.6 Opvallende resultaten per gemeente In deze paragraaf wordt de inkomensontwikkeling en de inkomensongelijkheid in de zeven grote gemeenten kort per gemeente weergegeven. 3.6.1 Almere Almere is een relatief jonge gemeente die nog steeds groeit. In hoofdstuk 2 kwam al naar voren dat een groot deel van de huizen in Almere is gebouwd als overloopgebied voor de middenklasse uit Amsterdam. Er wonen dan ook veel gezinnen met kinderen. Dat Almere een stad is voor de middenklasse is duidelijk terug te zien in de inkomens. Het koopkrachtinkomen ligt rond het Nederlands gemiddelde; er zijn relatief weinig hele arme en hele rijke huishoudens. Wel stond Almere-Hout in 2000 in de top vijf van wijken met het grootste aandeel rijke huishoudens van de Metropoolregio. In 2005 is Almere-Hout echter gezakt naar een 10e plek. De buurten met het grootste aandeel hele arme huishoudens (armste 5% van de Metropoolverdeling) zijn buitengebied Almere-Hout (9,5%), Molenbuurt (8,3%) en De Hoven (7,5%). Deze buurten zijn oranje weergegeven in figuur 3.22. De buurten met het grootste aandeel hele rijke huishoudens (rijkste 5% van de Metropoolverdeling) zijn: Verzetswijk (36,4%), De Velden (16,7%), Noorderplassen (16,3%) en buitengebied Almere-Hout (12,5%). In de buurt buitengebied Almere-Hout zowel relatief veel hele rijke als hele arme huishouden. De inkomensongelijkheid is in Almere laag. Toch zijn er wel verschillen tussen de buurten. In Vogelhorst, buitengebied Almere-Hout en Centrum Almere- Haven is relatief veel inkomensongelijkheid. Daarentegen is er in de Indische buurt, de Stripheldenbuurt, Centrum Almere-Buiten en Danswijk relatief weinig inkomensongelijkheid. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 81 3.22 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Almere, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: CBS/bewerking O+S Vergelijking van figuur 3.22 met figuur 2.5 (verkoopprijzen woningen) laat zien dat de inkomens en de huizenprijzen dezelfde richting opwijzen. De huizenprijzen zijn in een groot deel van Almere uniform, in deze gebieden is er ook weinig inkomensongelijkheid. 3.6.2 Amstelveen Amstelveen staat bekend als een rijke gemeente. Al sinds de 17e eeuw was Amstelveen een welvarend dorpje en is dit eigenlijk altijd gebleven. Het koopkrachtinkomen van huishoudens in Amstelveen ligt dan ook ver boven het Nederlandse gemiddelde. Ondanks de rijkdom van de gemeente als geheel zijn er een aantal buurten waarin relatief veel huishoudens wonen met een laag inkomen (laagste 5% van de Metropoolverdeling). De buurten met het grootste aandeel hele arme huishuidens zijn: Uilenstede en Kronenburg (22,7%), Buitengebied-Noord (8,4%) en Oude-Dorp en Boverkerk-Dorp (7,4%). Daarentegen zijn er heel veel buurten waar relatief veel hele rijke (rijkste 5% van de Metropoolverdeling) huishoudens wonen (rode gebieden in figuur 3.23). In de buurten: Elsrijk-West (17,3%), Buitengebied-Noord (15,8%), Stadshart (13,1%), Randwijck (11,1%), Buitengebied Zuid (10,7%) en Patrimonium (10,5%) wonen relatief veel huishoudens met een heel hoog inkomen. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
82 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.23 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Amstelveen, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: CBS/bewerking O+S Zoals in figuur 3.23 te zien is wonen in de buurt Buitengebied-Noord zowel relatief veel hele arme huishoudens als hele rijke. De inkomensongelijkheid is in Amstelveen het grootst in de buurten: Buitengebied-Noord, Elsrijk-Oost, Patrimonium en Buitengebied-Zuid. In de buurten Westwijk-West, Middenhoven en Keizer-Karelpark-Oost is ten opzichte van de rest van Amstelveen weinig inkomensongelijkheid. De inkomensongelijkheid is er echter groter dan in veel andere buurten van de grote zeven gemeenten in de Metropoolregio. Vergelijking van figuur 3.23 met figuur 2.7 (verkoopprijzen woningen) laat zien dat de inkomens en de huizenprijzen dezelfde richting opwijzen. 3.6.3 Amsterdam De stedelijke dynamiek van Amsterdam zorgt ervoor dat er zowel veel hele lage inkomens als hele hoge inkomens zijn (zie paragraaf 3.2). De gemiddelde vraagprijs van woningen in Amsterdam ligt hoog, er zijn echter ook veel sociale huurwoningen met een lage woz-waarde. De buurten met de meeste hele arme bewoners (armste 5% van de Metropoolverdeling) zijn: Grachtengordel-West (18,0) en Zeeburgereiland/Nieuwe Diep (16,7%). Daarnaast zijn er een heel aantal andere buurten waar het aandeel allerarmste bewoners (armste 5% van de Metropoolverdeling) groter is dan 10%. Deze buurten zijn in de kaart in het rood weergegeven. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 83 3.24 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Amsterdam, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: RIO/bewerking O+S De buurten met het grootste aandeel hele rijke huishoudens (rijkste 5% van de Metropoolverdeling) zijn de Apollobuurt (31,9%), Station Zuid/wtc e.o. (28,7%), De Omval (24,1), Museumkwartier (23,0%) en Willemspark (22,0%). Ook in de Grachtengordel-Zuid en -West, de Vondelbuurt en de Houthavens wonen relatief veel hele rijke huishoudens. De inkomensongelijkheid is in Amsterdam het grootst in de buurten met relatief veel hele rijke huishoudens. De Grachtengordel-Zuid en -West, De Vondelbuurt en de Willemsparkbuurt hebben een Gini-coëfficient en een Theil-coefficient boven de 0,4. Dit wil zeggen dat een relatief kleine groep een groot deel van het inkomen in handen heeft. Vergelijking van figuur 3.24 met figuur 2.9 (verkoopprijzen woningen) laat zien dat de inkomens en de huizenprijzen in dezelfde richting wijzen. In de zuidelijke buurten liggen de woningprijzen hoog, in het Centrum zijn zowel goedkope als dure woningen te vinden, en aan de randen van de stad zijn de woningprijzen relatief laag. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
84 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.25 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Haarlem, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: CBS/bewerking O+S 3.6.4 Haarlem In de Middeleeuwen was Haarlem een belangrijke textielstad maar aan het eind van de 17e eeuw ging het bergafwaarts met Haarlem en dit duurde tot het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het huidige inkomensniveau ligt, zoals in paragraaf 3.1 al ter sprake kwam, boven het Nederlandse gemiddelde. Haarlem kent een aantal buurten waar relatief veel hele arme huishoudens wonen (armste 5% van de Metropoolverdeling): Waarderpolder (11,9%), Potgieterbuurt (7,1%), Parkwijk, Frans Halsbuurt en Centrum (alle drie 6,8%). In Den Hout (26,6%), de Koninginnebuurt (12,8%) en Kleine Hout (12,0%) wonen relatief veel huishoudens met hele hoge inkomens (hoogste 5% van de Metropoolverdeling). In Haarlem is de inkomensongelijkheid binnen buurten relatief laag. De inkomensongelijkheid is het hoogst in Den Hout, de Koninginnebuurt en Kleine Hout, de buurten met het grootste aandeel huishoudens met hele hoge inkomens. In Dietsveld en de Indische Buurt-Zuid is de inkomensongelijkheid het kleinst. Vergelijking van figuur 3.25 met figuur 2.11 (verkoopprijzen woningen) laat zien dat de inkomens en de huizenprijzen in dezelfde richting wijzen. In de Zuid- Westelijke buurten liggen de woningprijzen hoog, in het Centrum zijn zowel goedkope als dure woningen te vinden, en in het Noorden en Oosten van de stad zijn de woningprijzen relatief laag. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 85 3.26 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Haarlemmermeer, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: CBS/bewerking O+S 3.6.5 Haarlemmermeer In Haarlemmermeer ligt het koopkrachtinkomen (huishoudens) ruim boven het Nederlandse gemiddelde. In paragraaf 3.2 kwam naar voren dat er in Haarlemmermeer relatief weinig huishoudens zijn met (hele) lage inkomens en relatief veel rond en boven het gemiddelde. Het aandeel allerhoogste inkomens is er slechts iets groter dan gemiddeld. Toch stonden in 2005 twee wijken in Haarlemmermeer in de top vijf van wijken met het grootste aandeel huishoudens met de aller laagste inkomens (armste 1% van de Metropoolverdeling): Rijk en omgeving en Beinsdorp. Twee buurten in Haarlemmermeer hebben veel meer huishoudens met hele lage inkomens dan gemiddeld (armste 5% van de Metropoolverdeling): Graan voor Visch-Zuid (19%) en Vijfhuizen-Dijk (10,7%). Vrijschot-Noord (43,4%), Badhoevedorp-Bouwlust (26,5%) en Nieuw-Vennep Omgeving (15,7%) hebben daarentegen een heel hoog aandeel huishoudens met hele hoge inkomens (hoogste 5% van de Metropoolverdeling). Ook in Vijfhuizen-Dijk is het aandeel huishoudens met hele hoge inkomens hoog (18,1%). De grootste inkomensongelijkheid binnen de buurt is te vinden in Nieuw- Vennep en omgeving en in Badhoevedorp Bouwlust. Hierbij moet worden opgemerkt dat vooral in Nieuw-Vennep het verschil tussen de extremen heel erg groot is (hele hoge Theil-coëfficiënt). In Abbenes-Dorp, Zwanenburg-Oost en Weteringsebrug is de inkomensongelijkheid daarentegen heel erg laag. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
86 3 Gouden randjes en pockets of poverty 3.27 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Purmerend, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: CBS/bewerking O+S 3.6.6 Purmerend Het koopkrachtinkomen van huishoudens in Purmerend ligt rond het Nederlandse gemiddelde. De middenklasse is relatief groot in Purmerend en er zijn relatief weinig hele rijke en hele arme huishoudens. De buurten met de meeste hele arme bewoners (armste 5% van de Metropoolverdeling) zijn: Binnenstad (7,0%) en Wagenweg (6,9%). Deze buurten zijn in de kaart in het oranje weergegeven. De Stationsbuurt (0%) en Azië (1,1%) hebben juist relatief weinig huishoudens met hele lage inkomens. Purmerend kent geen buurten met een bovengemiddeld aandeel huishoudens met hele hoge inkomens. In paragraaf 3.5 kwam al kort naar voren dat het inkomen in Purmerend redelijk gelijk verdeeld is. Er is weinig inkomensongelijkheid en er zijn geen buurten waar sprake is van hele grote verschillen tussen arm en rijk. In de buurt Amerika is de inkomensongelijkheid het grootst en ook in Wagenweg en Binnenstad is de inkomensongelijkheid groter dan gemiddeld in Purmerend. Toch blijft de inkomensongelijkheid gering ten opzichte van andere gemeenten in de Metropoolregio. Vergelijking van figuur 3.27 met figuur 2.15 (verkoopprijzen woningen) laat zien dat de inkomens en de huizenprijzen dezelfde richting opwijzen. Purmerend is een middenklasse gemeente met weinig extreem hoge inkomens en extreem hoge huizenprijzen. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 87 3.28 Aandeel hele arme en hele rijke huishoudens Zaanstad, 2005 (procenten) Arm Rijk weinig gemiddeld bovengemiddeld veel bron: CBS/bewerking O+S 3.6.7 Zaanstad Het koopkrachtinkomen in Zaanstad ligt rond het Nederlandse gemiddelde en ongeveer op hetzelfde niveau als Purmerend en Almere. De woz-waarden in Zaanstad zijn gemiddeld laag. Vooral langs de Zaan. Maar langs de Zaan staan ook woningen met een hogere woz-waarde. Zaanstad heeft een aantal buurten waar relatief veel huishoudens wonen met een heel laag inkomen (laagst 5% van de Metropoolverdeling): Krommeniedijk (10,9%), Industriebuurt (8,1%), Poelenburg (8,0%) en Westzaan-Zuid (7,9%). Daarnaast is er een groot aantal buurten waar juist relatief weinig huishoudens wonen met een heel laag inkomen (groen in figuur 3.28). De buurten met het grootste aandeel huishoudens met een heel hoog inkomen (rijkste 1% van de Metropoolverdeling) zijn: Het Eiland (8,4%), J.J. Allanbuurt (6,9%) en Westknollendam (6,8%). In Zaanstad is er relatief weinig inkomensongelijkheid (zie paragraaf 3.5). Ook binnen de buurten is de inkomensongelijkheid klein. In de buurten Hogerveld, Havenbuurt en Wormerveer-Zuid is de inkomensongelijkheid klein. De buurten in Zaanstad met de grootste inkomensongelijkheid zijn: Kalverpolder, Westzaan-Noord, Russische buurt en J.J. Allanbuurt. Vergelijking van figuur 3.28 met figuur 2.17 in hoofdstuk 2 (woningprijzen) laat zien dat in de delen van Zaanstad met relatief lage woningprijzen het aandeel hele rijken ook relatief laag is. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
88 3 Gouden randjes en pockets of poverty Inkomensdefinities Besteedbaar inkomen Het besteedbaar inkomen is gelijk aan het bruto inkomen verminderd met de betaalde overdrachten aan loon-, inkomensten- en vermogensbelasting. De betaalde overdrachten bestaand uit premies volksverzekeringen (aow, aww, aaw en awbz), premies ziektekostenverzekeringen en andere overdrachten, zoals premies voor lijfrente en fiscaal aftrekbare echtscheidingsuitkeringen. Het besteedbaar inkomen bepaalt de vrije bestedingsruimte van een huishouden of persoon. Gemiddeld besteedbaar inkomen per persoon met 52 weken inkomen Personen die het gehele jaar inkomen hebben genoten, worden in de categorie met 52 weken inkomen gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de groep die het gehele jaar inkomen hebben genoten. Personen die in het onderzoeksjaar gedurende een kortere tijd of over een qua tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de groep minder dan 52 weken inkomen. Studenten met een studiebeurs in het kader van de wet studiefinanciering, worden altijd tot deze laatste groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een baan. Uitzondering op deze regel vormen de studenten die naast hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt altijd ingedeeld bij de categorie 52 weken inkomen. Het is niet mogelijk de groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen kleine banen (minder dan 12 uur) en dus relatief lage inkomens voorkomen. Gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen (koopkrachtinkomen) Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken wordt het inkomen gedeeld door een equivalentiefactor. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de cbs-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Voor deze huishoudens is de factor gelijk aan 1. De cbs-equivalentiefactor voegt hieraan 0,38 toe voor de volgende meerderjarige. Per minderjarig kind wordt de factor afhankelijk van leeftijd en rangorde van het kind opgehoogd met een waarde tussen de 0,15 en 0,30. Een alleenstaande met een besteedbaar inkomen van 10.000 en een echtpaar met een besteedbaar inkomen van 13.800 bevinden zich dus op een even hoog welvaartniveau: na standaardisatie bedraagt het inkomen in beide situatie 10.000. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
3 Gouden randjes en pockets of poverty 89 Huishoudens Een huishouden bestaat uit één of meer personen die alleen of samen een leefeenheid vormen: dit uit zich bijvoorbeeld in het gebruik van een gemeenschappelijke woonkamer of keuken. Huishoudens zijn dus gezinnen, samenwonenden, woongroepen en alleenstaanden die een zelfstandige huishouding voeren. Gini-coëfficient en Theil-coëfficient De Gini-coëfficiënt ligt tussen de nul en één. Nul correspondeert hierbij met de perfecte gelijkheid (in dit geval heeft iedereen hetzelfde inkomen) en één met perfecte ongelijkheid (één iemand heeft alle inkomen en de rest heeft geen inkomen). Hoe dichter bij nul hoe gelijker de inkomensverdeling. De ondergrens van de Theil-coëfficiënt is ook nul, de bovengrens wordt bepaald door (de logaritme van) het aantal waarnemingen. Met behulp van de Theil-coëfficiënt kunnen uitspraken gedaan worden over verschillen tussen groepen in een land of regio. Noten 1 Zie kader. 2 Zie kader. 3 Zelfstandigen hebben vaker dan anderen soms een negatief inkomen, dit fluctueert echter sterk per jaar. Om rekenkundige redenen zijn deze negatieve inkomens (0,5%) buiten beschouwing gelaten. 4 Negatieve inkomens zijn buiten beschouwing gelaten omdat zij op laag schaalniveau teveel vertekening veroorzaken. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
90 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
91 4 Beleving van rijkdom en armoede Eind 2008 is aan de panelleden van de gemeenten Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad een vragenlijst voorgelegd over rijkdom en armoede. Het doel van de vragenlijst was meer inzicht te krijgen in de percepties over rijkdom en armoede in de regio en de eigen financiële situatie. Daarnaast wordt rijkdom en armoede gerelateerd aan geluk en tevredenheid met het leven. Verschillen de percepties over rijkdom en armoede en de percepties over de eigen financiële situatie tussen de gemeenten? Hoe zijn deze verschillen te verklaren? In dit hoofdstuk worden de resultaten van de zeven gemeenten vergeleken en wordt uitgebreid ingegaan op geluk en tevredenheid in relatief tot welvaart. In de panelonderzoeken werd een redelijke tot goede respons behaald. In het algemeen geldt dat de panelleden wat hoger zijn opgeleid dan gemiddeld in de regiogemeenten, ook het inkomen is iets hoger dan gemiddeld. 4.1 Geluk en tevredenheid Westerse landen geven over het algemeen een hogere tevredenheidsscore aan hun leven dan ontwikkelingslanden. Ook landen in Latijns-Amerika scoren relatief hoog. 1 4.1 Tevredenheidscore met het leven in het algemeen (rapportcijfer) 8,5 5,8 3,0 verzameld tussen 1995 en 2005 op een schaal van 1 tot en met 10. bron: World database of Happyness Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
92 4 Beleving van rijkdom en armoede In Nederland doet het Sociaal en Cultureel Planbureau eens in de twee jaar onderzoek naar de sociale staat van Nederland. In 2007 kwam hieruit naar voren dat Nederlanders hun leven gemiddeld met een 7,6 waarderen. 2 De Eurobarometer van de Europese Commissie geeft weer dat de tevredenheid van Nederlanders met hun leven tot de hoogste scores van Europa behoort, samen met de Scandinavische landen en Luxemburg. In Portugal, Hongarije en Bulgarije is de tevredenheid met het eigen leven het laagst. 3 In ons onderzoek in de Metropoolregio waarderen respondenten hun leven gemiddeld een 7,6. Er zijn daarbij geen verschillen tussen Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Purmerend en Zaanstad. De tevredenheidsscores en de, eveneens onderzochte, geluksscore hangen sterk met elkaar samen en worden beïnvloed door dezelfde factoren. In figuur 4.2 is te zien dat de Metropoolbewoners vooral tevreden zijn met hun woning, hun vrienden en kennissenkring, hun opleiding (tot nu toe), hun maatschappelijke positie en de eigen gezondheid. De algemene tevredenheid met het leven wordt voor een groot deel verklaard 4 door tevredenheid met de aspecten: gezondheid, vrienden en kennissen, de woning, financiële middelen, werk, de Nederlandse samenleving en de maatschappelijke positie van de respondent. 4.2 Tevredenheidscore met verschillende onderwerpen, Metropoolregio 2008 (rapportcijfer) leven als geheel 7,6 woning vrienden en kennissenkring opleiding (tot nu toe) maatschappelijke positie gezondheid werk/dagbesteding woonomgeving loopbaan de financiële middelen huishouden 7,9 7,9 7,7 7,6 7,6 7,5 7,5 7,5 7,6 de samenleving in de eigen gemeente de Nederlandse samenleving 6,7 6,5 de regering 5,8 0 1 2 3 4 5 6 7 8 bron: enquête panelleden 2008 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 93 Geluk Er zijn in de geschiedenis verschillende definities voor geluk gegeven. Aristoteles beschreef geluk als een uiting van de ziel in bewuste handelingen en Freud zag geluk als een kwestie van Lieben und Arbeiten. Wetenschappers gebruiken naast de term geluk ook vaak de term welzijn omdat dit een neutralere lading heeft. Prof. dr. S. Lyubomirsky heeft een zogenoemde schaal voor subjectief geluk ontworpen. De schaal bestaat uit vier vragen met zeven antwoordmogelijkheden. Per vraag kunnen maximaal zeven punten en minimaal een punt behaald worden. De antwoorden leveren een score op tussen de één en de zeven. Internationaal wordt gemiddeld tussen de 4,5 en 5,5 gescoord. Studenten blijken lager te scoren (gemiddeld 4,5) dan werkende volwassenen en oudere, gepensioneerde mensen (gemiddeld 5,6). Geluksstellingen van Lyubomirsky 1. Ik beschouw mijzelf in het algemeen als: een bijzonder ongelukkig mens tot een bijzonder gelukkig mens. 2. Vergeleken met mijn leeftijdgenoten ben ik veel minder gelukkig tot veel gelukkiger. 3. Sommige mensen zijn doorgaans heel gelukkig. Ze genieten van het leven, wat er ook gebeurt en halen er alles uit. In welke mate gaat dit ook voor u op? helemaal niet tot ja hoor, zo ben ik helemaal. 4. Sommige mensen voelen zich niet gelukkig. Ze zijn niet (per se) depressief, maar niet zo gelukkig als ze zouden kunnen zijn. In welke mate geldt dit voor u? Ja hoor, zo ben ik helemaal tot helemaal niet. Deze vier geluksvragen zijn voorgelegd aan de panels van de Metropoolregio. De gemiddelde score is een 5,0. Tussen de gemeenten zijn geen verschillen gevonden. Geluk en tevredenheid hangen wel sterk samen met elkaar en met allerlei kenmerken van personen. Omdat geluk en tevredenheid met dezelfde factoren samenhangen wordt hier voor het gemak alleen over geluk gerapporteerd. Het opleidingsniveau, de huishoudsamenstelling, de leeftijd, de tijdsbesteding, het inkomen en het soort woning van respondenten zijn van invloed op hun geluk. Mensen met een hoog opleidingsniveau zijn gelukkiger dan mensen met een laag opleidingsniveau en mensen met koopwoning of particuliere huurwoning zijn gelukkiger dan mensen met een sociale huurwoning. Ook het inkomen is van invloed, hoe hoger het inkomen des te hoger de geluksscore. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
94 4 Beleving van rijkdom en armoede 4.3 Geluksscore in relatie tot inkomen in de Metropoolregio, 2008 6 geluksscore 5 4 3 2 1 0 950 951-1300 1301-1900 1901-3150 3151-4300 4301-5500 5501-6900 > 6900 bron: enquête panelleden 2008 Alleenwonenden zijn minder gelukkig dan mensen met een meerpersoonshuishouden. Mensen tussen de 45 en 54 jaar hebben gemiddeld de laagste geluksscore (4,9) terwijl 65-plussers het hoogst scoren (5,1). Maakt geld gelukkig? Geld maakt gelukkig zegt 52% van de respondenten. Vooral respondenten uit Haarlemmermeer, Zaanstad en Almere vinden dit. Haarlemse respondenten vinden juist relatief vaak het tegenovergestelde. De perceptie of geld gelukkig maakt hangt sterk samen met het inkomen van het huishouden van de respondenten. Hoe hoger het inkomen des te vaker men van mening is dat geld gelukkig maakt. 4.4 Geld maakt gelukkig, 2008 (mee eens, procenten) gemeente % Haarlemmermeer 54 Zaanstad 54 Almere 54 Amsterdam 53 Purmerend 52 Amstelveen 48 Haarlem 46 gemiddelde 52 bron: enquête panelleden 2008 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 95 4.5 Mening over Geld maakt gelukkig naar inkomen van het huishouden, 2008 (procenten) 950 951-1300 1301-1900 1901-3150 3151-4300 4301-5500 5501-6900 > 6900 totaal 0 20 40 60 80 100 % helemaal mee eens mee eens neutraal mee oneens helemaal mee oneens bron: enquête panelleden 2008 Er is geen verschil in geluksniveau tussen mensen die vinden dat geld gelukkig maakt en mensen die vinden dat dit niet zo is. Het gevoel zelf je pad te kunnen uitstippelen vergroot over het algemeen wel het geluk, evenals religie en spiritualiteit. Mensen die hebben aangegeven dat spiritualiteit en/of religie een hele belangrijke rol in hun leven inneemt hebben een hogere geluksscore dan gemiddeld. Financiële zorgen beïnvloeden sterk het geluk Kunnen rondkomen is net als het inkomen van invloed op het geluk. Over het algemeen geldt: hoe makkelijker mensen kunnen rondkomen hoe gelukkig ze zijn. Mensen die zich zorgen maken om baanverlies, hun hypotheek, oplopende schulden, teruggang van hun inkomen, pensionering of inflatie zijn minder gelukkig dan mensen die zich hier geen zorgen om maken. Schulden beïnvloeden, naast zorgen om de financiële situatie, ook het geluk. Leningen bij vrienden of familie, persoonlijke leningen en/of die rood staan bij de bank maken mensen minder gelukkig. Mensen met een hypotheek, en dus met een eigen huis, zijn daarentegen gelukkiger dan mensen die geen hypotheek hebben. Ook een positieve ontwikkeling van de financiële situatie in de afgelopen jaren en een verwachte positieve ontwikkeling in de toekomst leidt tot een hogere geluksscore. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
96 4 Beleving van rijkdom en armoede 4.6 Geluksverhogende factoren in de Metropoolregio, 2008 (procenten) meer geld, minder financiële problemen meer vrije tijd betere gezondheid betere gezondheid familieleden ander werk, andere werkzaamheden andere woning meer vrienden, kennissen andere woonomgeving vinden van een partner betere relatie met partner of familieleden krijgen van een kind krijgen van werk anders namelijk niets weet ik niet, geen antwoord 0 5 10 15 20 25 30 35 % bron: enquête panelleden 2008 Gelukkiger worden? De tevredenheid met het leven kan volgens de respondenten vooral verbeterd worden door meer geld, minder financiële problemen, meer vrije tijd en een betere gezondheid. Ook een betere gezondheid voor familieleden, ander werk/ andere werkzaamheden en een andere woning worden regelmatig genoemd. In Amsterdam en Haarlem wordt het vinden van een partner ook relatief vaak genoemd als tevredenheidverhogende factor, in deze gemeenten zijn relatief veel alleenstaanden. Het krijgen van een kind wordt in Haarlem en Purmerend relatief vaak genoemd als mogelijke geluksverhogende factor. De top drie is in alle gemeenten gelijk. Meer geld is vooral een geluksverhogende factor voor mensen met een laag tot middeninkomen, laag en middelbaar opgeleiden en mensen zonder baan. Meer vrije tijd wordt daarentegen relatief vaak genoemd door mensen met een hoog opleidingsniveau, gezinnen met kinderen, eenoudergezinnen, werkenden en mensen onder de 55 jaar. Hoe hoger het inkomen, des te vaker wordt meer vrije tijd genoemd als tevredenheidverhogende factor. Meer geld wordt minder vaak genoemd naarmate het inkomen toeneemt. Lage inkomens noemen bijna altijd geld als één van de factoren die hun geluk zou vergroten. Ditzelfde geldt voor opleidingsniveau. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 97 Door alleenstaanden wordt het vinden van een partner het meest genoemd (40%) als geluksverhogende factor, gevolgd door geld en een betere gezondheid. Ook respondenten met een eenoudergezin noemen vaak het vinden van een partner (33%), bij deze groep staat meer geld echter op de eerste plaats (43% noemt dit). Ouderen noemen een betere gezondheid het vaakst als factor om hun geluk te vergroten. Driekwart van de mensen zonder baan is van mening dat een baan zal zorgen voor meer tevredenheid. 4.2 Ervaren luxe Rijkdom, luxe en decadentie hangen nauw met elkaar samen. Ter gelegenheid van het 17e lustrum van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft het Instituut van Toegepaste Sociale Wetenschappen (its) een onderzoek uitgevoerd naar beleving van Nederlanders over luxe en decadentie. In dat onderzoek is aan respondenten gevraagd of zij goedkeurend of afwijzend aankeken tegen een aantal voorgelegde activiteiten zoals vakanties, luxe etenswaren en merkkleding. Om te kijken of de meningen van de bewoners van de Metropoolregio verschillen van Nederlanders in het algemeen zijn een aantal voorbeelden van luxe die in dat onderzoek aan de orde kwamen ook in dit onderzoek getoetst. 4.7 Houding ten opzichte van luxe activiteiten in de Metropoolregio, 2008 (procenten) regelmatig korte vakanties houden/weekendjes weg vroeg stoppen met werken 10 dagen all. incl. hotelvakantie uit eten gaan in toprestaurants een cruise in de Middellandse Zee het kopen van dure merkkleding het thuis schenken van dure champagnes kaviaar eten helikopterskiën 0 20 40 60 80 100 % goedkeurende houding afwijzende houding weet het niet bron: enquête panelleden 2008 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
98 4 Beleving van rijkdom en armoede Luxe activiteiten zoals regelmatig weekendjes weg, vroeg stoppen met werken en all-inclusive vakanties krijgen de goedkeuring van een meerderheid van de respondenten in de Metropoolregio en in Nederland. Kaviaar eten en helikopterskiën daarentegen krijgen de minste goedkeuring (zie figuur 4.7). Vergeleken met Nederland kijken respondenten in de Metropoolregio echter toch vaker goedkeurend naar helikopterskiën. De houding ten opzichte van de overige luxe onderwerpen komt vrijwel overeen tussen Nederland en de Metropoolregio. Het eigen gedrag en de houding van mensen tegenover een aantal luxe-activiteiten hangt sterk met elkaar samen en lijkt beïnvloed te worden door de eigen mogelijkheden. Ouderen, mensen met lagere inkomens en mensen met een sociale huurwoning hebben vaker een afwijzende houding ten opzichte van de genoemde activiteiten dan anderen. Vooral respondenten tot en met 44 jaar hebben er weinig moeite mee dat anderen zich overgeven aan deze vormen van luxe. Wanneer respondenten het geld zouden hebben, zou 90% misschien of zeker wel regelmatig korte vakanties houden of weekendjes weggaan. Twee derde zou (misschien) vroeg willen stoppen met werken, hierin zijn ook de meningen van reeds gepensioneerden en mensen zonder werk meegenomen. Uit eten gaan in toprestaurants en een 10 dagen all inclusive hotelvakantie zou ruim de helft van de respondenten doen wanneer zij er het geld voor hadden. Kaviaar eten en helikopterskiën zou slechts een kleine groep doen als geld er niet toe deed. 4.8 Eigen gedrag ten opzichte van luxe activiteiten in de Metropoolregio, 2008 (procenten) regelmatig korte vakanties houden/weekendjes weg vroeg stoppen met werken uit eten gaan in toprestaurants 10 dagen all. incl. hotelvakantie het kopen van dure merkkleding een cruise in de Middellandse zee het thuis schenken van dure champagnes kaviaar eten helikopterskiën 0 20 40 60 80 100% zeker wel misschien wel weet ik niet, geen antwoord waarschijnlijk niet zeker niet bron: enquête panelleden 2008 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 99 4.3 Percepties over rijkdom en armoede in de Metropoolregio De rijkste en de armste gemeente Als respondenten hun eigen gemeente vergelijken met de andere zes uit de Metropoolregio die deelnamen aan het onderzoek dan plaatsen zij hun eigen gemeente veelal in het midden qua rijkdom. Bijna de helft van de Amsterdammers zet Amsterdam op de vierde of vijfde plek (1= armste gemeente en 7= rijkste gemeente). Ook respondenten uit Purmerend en Almere plaatsen hun gemeente vooral op plek vier en vijf. Haarlemmermeer en Haarlem worden door de bewoners zelf iets rijker geschat, zij zetten hun gemeenten vooral op plek vijf en zes. Respondenten uit Zaanstad zijn niet van mening dat hun gemeente de armste is, maar plaatsen Zaanstad wel iets lager dan de respondenten uit de andere gemeenten hun eigen gemeente plaatsen. Amstelveners zijn ervan overtuigd (45%) dat zij de rijkste gemeente zijn van de deelnemende gemeenten (zie tabel 4.9). De respondenten uit de zeven gemeenten zijn vrijwel unaniem over de rijkste gemeente in de Metropoolregio (van de zeven deelnemende gemeenten): Amstelveen (62%). Slechts 12% denkt dat Haarlem de rijkste gemeente is, gevolgd door Haarlemmermeer (6%) en Amsterdam (5%). Over de armste gemeente van de zeven zijn de meningen verdeeld. Eén op de drie respondenten uit de Metropoolregio denkt dat Zaanstad de armste gemeente is, 18% denkt Amsterdam en 13% is van mening dat Purmerend de armste gemeente van deze zeven gemeenten is. Opvallend is dat respondenten in Zaandstad Amsterdam als de armste gemeente zien terwijl de Amsterdammers Zaanstad juist op die plek zetten. 4.9 Ervaren welvaartspositie in de Metropoolregio, 2008 (procenten) armste rijkste weet gemeente 1 2 3 4 5 6 7 ik niet totaal Almere 2 7 14 34 23 8 1 11 100 Amstelveen 0 0 1 2 9 25 45 17 100 Amsterdam 5 9 15 23 25 12 3 7 100 Haarlem 0 1 4 16 30 31 8 9 100 Haarlemmermeer 0 1 4 15 30 32 8 11 100 Purmerend 0 3 10 30 33 10 2 11 100 Zaanstad 12 15 20 27 16 3 1 6 100 bron: enquête panelleden 2008 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
100 4 Beleving van rijkdom en armoede 4.10 Ervaren armste gemeente in de Metropoolregio, 2008 (procenten) Purmerend Amsterdam Amstelveen Haarlemmermeer Haarlem Almere Zaanstad gemiddelde 0 20 40 60 80 100 % Zaanstad Amsterdam Purmerend Haarlemmermeer Haarlem Amstelveen Almere weet ik niet, geen antwoord bron: enquête panelleden 2008 Ervaren welvaart Bijna 60% van alle respondenten vindt dat de verschillen tussen arm en rijk in de eigen gemeente groot zijn. Bijna de helft (47%) vindt bovendien dat de verschillen de afgelopen jaren zijn toegenomen. Vooral Amsterdammers vinden de verschillen tussen arm en rijk in Amsterdam groot en dat deze verschillen zijn toegenomen. Maar ook veel Almeerders delen deze mening. Respondenten uit Haarlemmermeer en Amstelveen noemen juist minder vaak dat er sprake is van grote verschillen en dat deze verschillen zouden zijn toegenomen. Dit is op vallend omdat de inkomensongelijkheid juist in Amstelveen groot is (paragraaf 3.5). Bewoners van Amstelveen ervaren dit dus niet zo. Ook de ervaren verschillen tussen arm en rijk door respondenten uit Almere zijn opvallend. De inkomens ongelijkheid is daar juist gering. Onderwijsvolgende jongeren die (nog) bij hun ouders wonen vinden het verschil tussen arm en rijk in hun gemeenten vaker niet groot dan anderen. Mensen met lagere inkomens vinden de verschillen tussen arm en rijk vaker groot dan mensen met een heel hoog inkomen. Vrouwen zijn vaker dan mannen van mening dat de verschillen tussen arm en rijk de afgelopen jaren zijn toegenomen. Alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben eveneens vaker deze mening dan mensen met een huishouden met meerdere volwassenen. Hogere inkomens en mensen tot en met 44 jaar vinden het minst vaak dat verschillen tussen arm en rijk zijn toegenomen in de afgelopen jaren. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 101 4.11 Ervaren rijkdom en armoede in de eigen gemeente, 2008 (procenten) Amsterdam Almere Zaanstad Haarlem Haarlemmermeer Purmerend Amstelveen totaal 0 10 20 30 40 50 60 70 80 90% verschillen arm en rijk groot verschillen arm en rijk toegenomen bron: enquête panelleden 2008 4.4 Financiële situatie en financiële zorgen De inkomens van de respondenten verschillen tussen de gemeenten. Respondenten uit Amstelveen hebben relatief vaak een hoog inkomen, onder de respondenten uit Amsterdam zitten zowel relatief veel hoge als lage inkomens en Purmerend heeft relatief veel lagere inkomens. De overige gemeenten zitten daartussenin. Amsterdam en Almere hebben relatief veel werkenden in het panel zitten, in Haarlem en Amstelveen zijn relatief veel respondenten al gepensioneerd. 4.12 Huishoudinkomen, 2008 (procenten) Amstel- Amster- Haarlem- Almere veen dam Haarlem mermeer Purmerend Zaanstad totaal 950 3 5 4 5 4 3 3 4 951-1300 4 4 6 6 4 6 5 5 1301-1900 16 17 19 18 15 21 19 18 1901-3150 32 31 32 31 36 37 36 34 3151-4300 27 26 22 25 24 24 25 24 4301-5500 12 8 9 10 10 5 8 9 5501-6900 4 5 5 3 4 2 2 4 > 6900 2 4 3 2 3 1 2 2 bron: enquête panelleden 2008 Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
102 4 Beleving van rijkdom en armoede 4.13 Kunnen rondkomen, 2008 (procenten) Almere Purmerend Zaanstad Haarlem Amsterdam Haarlemmermeer Amstelveen totaal 0 20 40 60 80 100% niet tot net kunnen rondkomen soms over houden goed tot ruimschoots kunnen rondkomen bron: enquête panelleden 2008 Kunnen rondkomen Vier procent van de respondenten uit de Metropoolregio zegt niet te kunnen rondkomen, 4% heeft er moeite mee en 11% kan het financieel net redden. Daar staat tegenover dat 62% ruimschoots rond kan komen. De figuur laat zien dat respondenten uit Almere en Purmerend het vaakst zeggen niet of maar net kunnen rondkomen. Respondenten uit Amsterdam, Haarlemmermeer en Haarlem geven het vaakst aan goed tot ruimschoots te kunnen rondkomen. Mensen die aangaven niet tot net rond te kunnen komen zijn relatief vaak: laag opgeleid, een eenoudergezin, werkloos of arbeidsongeschikt, wonend in een sociale huurwoning en hebben een relatief laag inkomen. Dit wil overigens niet zeggen dat alle mensen met een laag inkomen slecht kunnen rondkomen. Een deel van de respondenten heeft een laag inkomen, maar zegt goed rond te kunnen komen. Ontwikkeling financiële situatie De afgelopen jaren is 40% van alle respondenten er financieel op vooruit gegaan, voor 29% bleef de financiële situatie gelijk en 30% ging er op achteruit (1% weet het niet). In Haarlemmermeer en Almere zijn relatief veel mensen er financieel op achteruit gegaan, in Amstelveen juist relatief weinig. De financiële crisis heeft de panelleden mogelijk al beïnvloed in hun verwachtingen rondom de ontwikkeling van hun financiële situatie in het komende jaar. Een derde denkt er komend jaar op achteruit te gaan (2009). Het zijn overigens vooral mensen die er de afgelopen jaren op achteruit gingen die deze ontwikkeling zien doorzetten in de toekomst. Tussen de gemeenten valt op dat relatief veel respondenten uit Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 103 4.14 Verwachte ontwikkeling financiële situatie komend jaar, 2008 (procenten) Amsterdam Haarlem Purmerend Amstelveen Zaanstad Almere Haarlemmermeer totaal 0 20 40 60 80 100% vooruit gelijk achteruit weet ik niet bron: enquête panelleden 2008 Haarlemmermeer, Zaanstad en Purmerend verwachten er komend jaar (2009) financieel op achteruit te gaan. Mannen zijn er vaker sterk op vooruit gegaan dan vrouwen, dit geldt ook voor hoog opgeleiden en mensen onder de 35 jaar. Deze groepen verwachten er de komende jaren ook relatief vaak op vooruit te gaan. Leningen en schulden Een kwart van de respondenten zegt geen geld geleend te hebben. In Amsterdam en Amstelveen zijn relatief veel mensen die geen geld lenen. Dit hangt vooral samen met het relatief lage aandeel respondenten met een hypotheek in deze gemeenten (respectievelijk 46% en 55%). In Almere heeft daarentegen 77% een hypotheek. De verdeling tussen koop- en huurwoningen in gemeenten hangt natuurlijk samen met de aanwezigheid van hypotheken. Naast de hypotheek komen in Almere schulden in de vorm van rood staan bij bank of giro en/of een persoonlijke lening het vaakst voor, in Amstelveen en Haarlem het minst vaak. Schoolgaande jongeren (jonger dan 35 jaar) en mensen zonder werk hebben relatief vaak een lening bij vrienden of familie. Rood staan bij de bank komt relatief vaak voor bij (een ouder) gezinnen met kinderen (onder de 45 jaar) en mensen zonder werk. Mannen, eenoudergezinnen en niet-gepensioneerden zonder baan hebben vaker dan gemiddeld een persoonlijke lening. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
104 4 Beleving van rijkdom en armoede 4.15 Lopende leningen, 2008 (procenten) Amster- Amstel- Haarlem- Almere dam veen Haarlem mermeer Purmerend Zaanstad totaal hypotheek 77 46 55 59 69 59 67 62 rood staan 26 21 14 16 17 18 22 19 persoonlijke lening 19 14 9 9 12 15 15 13 studieschuld 2 8 8 9 2 6 5 6 lening bij vrienden/ familie 3 6 5 4 3 4 5 4 andere lening 3 2 1 2 2 2 2 2 geen geld geleend 15 30 31 24 21 29 20 24 weet ik niet, wil ik niet zeggen 2 1 2 1 1 2 1 2 bron: enquête panelleden 2008 Zorgen om financiële situatie Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 staat voor helemaal geen zorgen en 10 voor heel veel zorgen, scoren de respondenten in de Metropoolregio gemiddeld een 4,5. Haarlemse respondenten maken zich de minste zorgen om hun financiën en respondenten uit Purmerend en Almere de meeste. Financiële zorgen en leningen zijn nauw met elkaar verbonden. Buiten de hypotheek, beïnvloeden schulden sterk de mate waarin respondenten zich zorgen maken om hun financiën. Heeft men een leningen bij familie dan is de score 5,9, en rood staan bij de bank of een persoonlijke lening of doorlopend krediet levert een score op van 5,5, en dus relatief veel financiële zorgen. 4.16 Mate van zorgen om financiële situatie, 2008 (rapportcijfer; schaal 1 tot 10) gemeente rapportcijfer Haarlem 4,2 Amstelveen 4,3 Amsterdam 4,3 Haarlemmermeer 4,4 Zaanstad 4,4 Almere 4,7 Purmerend 4,9 totaal 4,5 bron: enquête panelleden 2008 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
4 Beleving van rijkdom en armoede 105 Een aantal achtergrondkenmerken van respondenten speelt een rol in de mate van financiële zorgen. Vooral mensen met een lagere sociaal-economische positie, dus met een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag inkomen maken zich relatief veel zorgen. Het betreft daarmee ook vaak eenoudergezinnen, werklozen, arbeidsongeschikten en mensen met een sociale huurwoning. Ook leeftijd speelt een rol: jongeren onder de 35 jaar en 65-plussers maken zich minder druk om hun financiële situatie dan mensen tussen de 35 en 64 jaar. Ook mensen die aangeven hun eigen pad te kunnen uitstippelen maken zich minder zorgen dan zij die het gevoel hebben dat niet te kunnen. Noten 1 Prof. dr. R. Veenhoven, World database of Happyness: http://worlddatabaseofhappiness. eur.nl. 2 Sociale Staat van Nederland (2007), SCP. 3 Eurobarometer 69 (2008), Europeese Commissie. http://ec.europa.eu/public_opinion/ archives/eb/eb69/eb69_part1_en.pdf. 4 Regressieanalyse. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
106 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
107 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente In het vorige hoofdstuk kwamen de verschillen tussen de gemeenten wat betreft percepties over rijkdom en armoede aan de orde op basis van een panelonderzoek wat eind 2008 is gehouden en waaraan ruim 6.500 panelleden deelnamen. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving per gemeente met de resultaten van het onderzoek. De volgorde van de paragrafen is: Almere (5.1), Amstelveen (5.2), Amsterdam (5.3), Haarlem (5.4), Haarlemmermeer (5.5), Purmerend (5.6) en tenslotte Zaanstad (5.7). 5.1 Almere Gezondheid, geld en geluk maken dat Almeerders zich rijk voelen. In de persoonlijke levenssfeer is autonomie in de eigen ontwikkeling de belangrijkste factor. De middenklasse domineert in Almere en het merendeel van de Almeerders kan redelijk tot goed rondkomen met het inkomen. Toch heeft ruim een derde schulden naast de eventuele hypotheek. Almere wordt binnen de Metropoolregio als een gemiddeld welvarende stad beschouwd. Almeerders in het onderzoek voelen zich in meerderheid even welvarend of welvarender dan andere Almeerders en Nederlanders. Rijkdom is: gezondheid, geld en geluk Almere is een stad voor de middenklasse: de huishoudinkomens liggen gemiddeld iets hoger dan het landelijk gemiddelde. Omdat de gezinsomvang groter is ligt het inkomen per persoon juist weer iets lager dan het landelijk gemiddelde. Rijkdom en armoede worden echter niet alleen bepaald door financiële middelen. Almeerders noemen gezondheid als belangrijkste aspect om een gevoel van rijkdom te ervaren. Daarnaast zijn ook geld, geluk en liefde heel belangrijk, gevolgd door gezin, familie en kinderen. Minder vaak noemde men tevredenheid, vrijheid en werk. Andersom wordt armoede wel het meest bepaald door het gebrek aan financiële middelen, maar daarnaast ook door ziekte of ongezond zijn en door een gebrek aan sociale contacten, zoals geen vrienden hebben, alleen zijn en eenzaamheid. Ongelukkig zijn wordt minder vaak genoemd als typering van armoede. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
108 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente Respons Voor dit onderzoek is via internet een vragenlijst voorgelegd aan het gemeentelijke onderzoekspanel. In totaal deden 827 panelleden mee aan het onderzoek, een respons van 54%. Panelleden met als herkomst Nederland zijn in de respons oververtegenwoordigd (80% tegen 68% in de bevolking), evenals hoger opgeleiden. Een derde van de respondenten is tussen de 25 en 45 jaar en ruim de helft tussen de 45 en 65 jaar. Bijna de helft (46%) van de ondervraagden leeft als paar met kinderen en een derde als paar zonder kinderen, 14% is alleenstaand en 3% vormt een eenoudergezin. Daarmee zijn eenoudergezinnen ondervertegenwoordigd in de respons. Bijna de helft van de respondenten is hoger opgeleid en 32% heeft een middelbare opleiding gevolgd. 5.1.1 Financiële situatie en financiële zorgen Financiële situatie Het middenklasse karakter van Almere wordt weerspiegeld in de gemiddelde huishoudinkomens van de respondenten. Bijna de helft van de respondenten heeft een inkomen tot maximaal 3.150 per maand. Ruim een derde heeft een hoger inkomen, 13% noemde het inkomen liever niet. Bijna twee derde (63%) verwerft het inkomen uit loondienst en 8% als zelfstandig ondernemer. Daarnaast is 28% werkzoekend, student, huisvrouw, afgekeurd of gepensioneerd. De arbeidsparticipatie in Almere is hoog: zijn veel tweeverdieners. De ruimte die het inkomen biedt is veelal gering: Almere kent een substantiële schuldenproblematiek. Kunnen rondkomen De uitkomsten van het onderzoek bevestigen dat veel huishoudens niet makkelijk rond kunnen komen met hun inkomen. Een op de vijf respondenten kan maar net of zelfs net niet rondkomen met het inkomen. Een bijna even groot deel kan redelijk rondkomen. Bijna 60% kan echter goed tot (zeer) goed rondkomen. Mensen met een lage opleiding hebben de meeste moeite met rondkomen. Van de huishoudtypen kunnen eenoudergezinnen (42%) en alleenstaanden (31%) het moeilijkst rondkomen. Maar ook bijna een kwart van de paren met kinderen (23%) zegt moeilijk of maar net te kunnen rondkomen. Paren zonder kinderen hebben hier minder vaak problemen mee. Vrijwel ieder huishouden (85%) heeft een lening lopen. Vaak betreft dit de hypotheek, maar als de hypotheek buiten beschouwing blijft heeft 37% van de huishoudens een of meerdere andere lening(en) lopen. Zo heeft bijna één op de vijf respondenten een persoonlijke lening. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 109 5.1.1 Typering eigen financiële situatie (procenten) % ik kan niet rondkomen 2 ik kan moeilijk rondkomen 5 ik kan net rondkomen 15 ik houd soms wat over 19 ik kan goed rondkomen 38 ik kan ruimschoots rondkomen 29 weet ik niet/geen antwoord 2 totaal 100 bron: Almere Veranderingen in de financiële situatie Het grootste deel van de respondenten heeft in de afgelopen jaren een verandering meegemaakt in de financiële situatie. Voor bijna 40% betekende de verandering een vooruitgang, maar voor bijna een derde betekende het een achteruitgang in inkomen. Verbetering van het inkomen werd vooral veroorzaakt door de werksituatie, in de vorm van een nieuwe baan of verbeterde omstandigheden in de huidige baan. Ook de partner werd genoemd als bron van extra inkomen: de partner vond een (andere) baan, of het inkomen van de partner steeg. 5.1.2 Ontwikkeling en verwachting financiële situatie (procenten) sterk op vooruit enigszins op vooruit niet op vooruit, maar ook niet op achteruit enigszins op achteruit sterk op achteruit weet ik niet/ geen antwoord 0 10 20 30 40 50% afgelopen jaren komend jaar bron: Almere Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
110 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente Achteruitgang in inkomen vindt vaker zijn oorsprong in het feit dat men met pensioen gaat of van een uitkering moet gaan leven door ziekte of arbeidsongeschiktheid. Daarnaast wordt ook genoemd dat het levensonderhoud duurder is geworden door inflatie, dat de lonen niet meestijgen, de komst van de euro en de kredietcrisis. De verwachtingen voor de komende jaren zijn gematigd tot negatief. Maar liefst driekwart verwacht geen positieve inkomensontwikkelingen. Slechts een op de vijf verwacht dat het inkomen de komende jaren zal stijgen, zij het in geringe mate: een halvering van de groep die de afgelopen jaren nog vooruitgang boekte. Vooral de leeftijdsgroep tot 45 jaar verwacht vooruitgang van het inkomen. De leeftijdsgroepen daarboven verwachten vaker een achteruitgang. Mensen die moeilijk rond kunnen komen hebben sombere vooruitzichten over de ontwikkeling van hun inkomen. Mensen die goed rond kunnen komen zien de toekomst veel positiever in. Ook paren met kinderen en actieven op de arbeidsmarkt (werknemers en zelfstandigen) hebben een positievere kijk op hun toekomstige financiële situatie dan mensen die niet werkzaam zijn op de arbeidsmarkt. Zorgen om financiële situatie Er zijn nogal wat zorgen om de financiële situatie. Op de schaal van 1 tot 10, waarbij 1 staat voor helemaal geen zorgen en 10 voor heel veel zorgen scoren de Almeerse respondenten gemiddeld een 4,8. Ruim een derde (37%) heeft geen tot weinig zorgen over de financiële situatie, maar 60% zegt redelijk wat (38%) tot veel zorgen (23%) te hebben. Eenoudergezinnen, lager opgeleiden en mensen met een laag inkomen maken zich de meeste zorgen over hun financiële situatie. 5.1.3 Zorgen om financiële situatie (procenten) kredietcrisis teruggang inkomen pensionering inflatie anders hypotheek weet ik niet/ geen antwoord geen zorgen 0 5 10 15 20 25 30 35 40% bron: Almere Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 111 5.1.4 Welvaartspositie Almere in de Metropoolregio (procenten) % 1 armste gemeente 2 2 7 3 14 4 34 5 23 6 8 7 rijkste gemeente 1 weet ik niet/geen antwoord 11 totaal 100 bron: Almere De meeste zorgen hebben betrekking op de kredietcrisis en een mogelijke teruggang in het inkomen. Maar ook de inflatie en de (toekomstige) pensionering zijn voor velen een bron van zorg. 5.1.2 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Als Almere vergeleken wordt met de zes andere steden in dit onderzoek plaatsen Almeerse respondenten hun stad op een plaats die iets boven het gemiddelde tussen armste en rijkste gemeente ligt. Zij zien Almere absoluut niet als de 5.1.5 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Haarlem Amsterdam Haarlemmermeer Zaanstad Almere Purmerend 0 10 20 30 40 50 60 70 % rijkste gemeente armste gemeente bron: Almere Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
112 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.1.6 Ervaren welvaart (procenten) uw buurt of wijk Almere Nederland de wereld 0 20 40 60 80 100 % welvarender even welvarend minder welvarend weet ik niet/geen antwoord bron: Almere rijkste, maar zeker ook niet als de armste gemeente in de Metropoolregio (zie tabel 5.1.4). Vanuit Almere gezien wordt Amstelveen veruit als de rijkste gemeente binnen de Metropoolregio beschouwd, en Zaanstad en Amsterdam duidelijk als de armste gemeenten in de Metropoolregio (zie figuur 5.1.5). Ervaren welvaart Almeerders voelen zich in meerderheid (81-85%) even welvarend als of zelfs welvarender dan de mensen in hun buurt, de stad en Nederland. Een vijfde voelt zich welvarender dan buurtgenoten en een derde voelt zich welvarender dan andere Almeerders en andere Nederlanders. Ten opzichte van de wereldbevolking voelt 71% zich welvarender. Slechts een kleine groep voelt zich minder welvarend dan de meeste andere buurtbewoners, Almeerders, Nederlanders of wereldburgers (variërend van 6% tot 12%). Almeerders zijn van mening dat er grote verschillen zijn tussen arm en rijk in hun gemeente. Een substantiële groep (ruim 40%) is van mening dat de verschillen tussen arm en rijk in de gemeente de afgelopen jaren zijn toegenomen. 5.1.7 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Almere het verschil tussen arm en rijk is in Almere de afgelopen jaren toegenomen 0 20 40 60 80 100 % eens neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Almere Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 113 5.2 Amstelveen Amstelveen is geen armlastige gemeente gemeten naar het inkomen van de inwoners, de prijs van de huizen, de auto s voor de deur en de winkels in het Stadshart. Bij de perceptie van rijkdom en armoede komt dit ook terug, geld speelt daarin een belangrijke rol. De meeste Amstelveners kunnen goed rondkomen met hun inkomen. Toch is men niet zonder financiële zorgen, maar hier speelt duidelijk ook de huidige economisch onzekerheid een belangrijke rol. Amstelveen wordt door de eigen bewoners gezien als de rijkste gemeente binnen de Metropoolregio. Amstelveners voelen zich gemiddeld even welwarend als buurtgenoten en stadsgenoten, maar welvarender dan andere Nederlanders. Armoede is vooral geldgebrek In Amstelveen wordt rijkdom vooral geassocieerd met (goede) gezondheid, het gezin, familie, vriendschap en tenslotte ook met (voldoende) geld. Daarnaast worden vaak steekwoorden gebruikt zoals geluk, liefde en welvaart. Armoede wordt doorgaans met het omgekeerde geassocieerd: geldgebrek, ziekte en moeite om in de dagelijkse basisbehoeften te voorzien, eenzaamheid en slechte huisvesting. Respons De vragenlijst is begin december 2008 aan de panelleden verzonden. De totale respons was 62% (n=392). Meer mannen dan vrouwen hebben gereageerd (55%- 45%) en ook ouderen zijn in de respons oververtegenwoordigd. Door weging van de uitkomsten is voor deze scheefheid in respons gecorrigeerd. 5.2.1 Financiële situatie en financiële zorgen Kunnen rondkomen Het overgrote deel van de Amstelveense respondenten (62%) kan goed tot ruimschoots rondkomen. Slechts een kleine minderheid (15%) kan niet of net aan rondkomen. Ouderen, hoger opgeleiden en hogere inkomens kunnen beter rondkomen dan jongeren, lager opgeleiden en lagere inkomens. Veranderingen in de financiële situatie Zijn respondenten er het afgelopen jaar op vooruit of achteruit gegaan? Iets minder dan de helft (40%) is erop vooruit gegaan, bijna een derde (31%) is gelijk gebleven en ruim een kwart (27%) is erop achteruit gegaan. Hier is een duidelijk Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
114 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.2.1 Typering eigen financiële situatie (procenten) % ik kan niet rondkomen 2 ik kan moeilijk rondkomen 5 ik kan net rondkomen 9 ik houd soms wat over 23 ik kan goed rondkomen 44 ik kan ruimschoots rondkomen 18 weet ik niet/geen antwoord 0 totaal 100 bron: Amstelveen verschil tussen de leeftijdsklassen en opleidingsniveaus te zien. Jongeren en hoog opgeleiden gingen er vaker op vooruit, ouderen en laag opgeleiden gingen er vaker op achteruit. Vooruitgang werd doorgaans geboekt door een verandering van werksituatie, achteruitgang was vaak te wijten aan pensionering, minder werken of een verandering van de huishoudensituatie. De verwachtingen voor komend jaar zijn minder positief. Een kwart verwacht nog vooruitgang, een derde verwacht achteruitgang en 40% denkt dat de financiële situatie gelijk blijft. Vrouwen, ouderen en lager opgeleiden zijn somberder over de verwachtingen voor de komende jaren dan gemiddeld. 5.2.2 Ontwikkeling en verwachting financiële situatie (procenten) sterk op vooruit enigszins op vooruit niet op vooruit, maar ook niet op achteruit enigszins op achteruit sterk op achteruit weet ik niet/ geen antwoord 0 10 20 30 40 50% afgelopen jaren komend jaar bron: Amstelveen Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 115 5.2.3 Zorgen om financiële situatie (procenten) teruggang inkomen kredietcrisis inflatie pensionering anders hypotheek baanverlies (oplopende) schulden weet ik niet/ geen antwoord geen zorgen 0 5 10 15 20 25 30% bron: Amstelveen Zorgen om financiële situatie Amstelveners maken zich niet zoveel zorgen om hun financiële situatie. Op een schaal van 1 tot en met 10 (1 = helemaal geen zorgen en 10 = heel veel zorgen) is de score voor de hoeveelheid financiële zorgen gemiddeld 4,3. Bijna de helft maakt zich geen of een beetje zorgen, maar een kleine groep (8%) maakt zich veel tot zeer veel zorgen. Jongeren maken zich gemiddeld minder zorgen dan ouderen, dat geldt ook voor hoog opgeleiden. Op de vraag waar men zich dan zorgen over maakt wordt het meest teruggang in inkomen en de kredietcrisis genoemd, gevolgd door inflatie en pensionering. 5.2.2 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Op welke plaats zet men Amstelveen qua welvaart van de bewoners in vergelijking met de andere zes regiogemeenten? Meer dan de helft is van mening dat Amstelveen de rijkste gemeente is en nog eens een kwart zet Amstelveen op de tweede plaats. Inwoners van Amstelveen zijn het erover eens dat Amstelveen de rijkste gemeente is. Over de armste gemeente is verdeeldheid: de meeste mensen denken dat dit Zaanstad is, maar ook Amsterdam gooit hoge ogen als armste stad. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
116 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.2.4 Welvaartspositie Amstelveen in de Metropoolregio (procenten) % 1 armste gemeente 0 2 1 3 1 4 2 5 12 6 25 7 rijkste gemeente 56 weet ik niet/geen antwoord 4 totaal 100 bron: Amstelveen 5.2.5 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Haarlem Amsterdam Haarlemmermeer Zaanstad Almere Purmerend 0 10 20 30 40 50 60 70 80% rijkste gemeente armste gemeente bron: Amstelveen Ervaren welvaart Voelen respondenten zich meer of minder welvarend dan anderen in hun wijk, in de gemeente, in Nederland en de rest van de wereld? Binnen de eigen wijk voelen de meeste mensen (70%) zich even welvarend als de andere wijkbewoners. Binnen de gemeente wordt meer verschil in inkomen ervaren. Dat verschil wordt groter in de vergelijking met Nederland en helemaal als het om de wereld gaat. Opvallend is dat mannen, jongeren en hoger opgeleiden zich vaker dan anderen welvarender voelen op alle genoemde niveaus. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 117 5.2.6 Ervaren welvaart (procenten) uw buurt/wijk Amstelveen Nederland de wereld welvarender 12 16 37 77 even welvarend 70 58 47 11 minder welvarend 11 18 9 4 weet ik niet/geen antwoord 8 9 7 8 totaal 100 100 100 100 bron: Amstelveen Er zijn grote verschillen tussen rijk en arm in Amstelveen meent een belangrijk deel van de respondenten (43%), 3% is het echter oneens met deze stelling, terwijl een derde hierover geen standpunt inneemt. Over de stelling dat verschillen tussen rijk en arm zijn toegenomen in de afgelopen jaren in Amstelveen is men minder stellig. Ruim een derde is het eens met deze stelling. 5.2.7 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Amstelveen het verschil tussen arm en rijk is in Amstelveen de afgelopen jaren toegenomen 0 eens 20 40 60 80 100 % neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Amstelveen Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
118 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.3 Amsterdam Rijkdom is gezondheid, geluk en mensen om je heen. Armoede is gebrek aan geld, gezondheid, sociale contacten en eten. Twee derde van de respondenten kan ruim of goed rondkomen van het inkomen. Een kleine helft (44%) ging er de afgelopen jaren in inkomen (sterk) op vooruit. Voor de komende tijd verwacht echter een kwart een achteruitgang in het inkomen. Als men zorgen heeft over de financiële situatie gaat dit vooral om een teruggang in het inkomen en de kredietcrisis. Amsterdam geldt niet als de armste, maar ook niet als de rijkste gemeente van de regio. Rond de 40% van de respondenten voelt zich welvarender dan de buurtbewoners, overige bewoners van Amsterdam, Nederland en de wereld. Armoede is gebrek aan Rijkdom is volgens veel Amsterdamse panelleden gezondheid, geluk, familie en vrienden, geld en geen financiële zorgen hebben. Hoewel geld en het ontbreken van financiële zorgen vaak worden genoemd zijn het vooral ook niet-financiële zaken die panelleden spontaan noemen bij de vraag om rijkdom in drie steekwoorden te omschrijven. Armoede daarentegen wordt vooral omschreven als gebrek aan geld, gezondheid, sociale contacten en eten. Eenzaamheid en alleen voelen worden eveneens vaak genoemd. Ook afhankelijkheid wordt gezien als armoede. Respons Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van het online panel van o+s Amsterdam. Van de 3.358 panelleden die een uitnodiging voor het onderzoek hebben ontvangen vulden 1.646 mensen de vragenlijst volledig in, een respons van 49%. De ondervraagde panelleden wonen verspreid over de stad en zijn gemiddeld 49 jaar oud. Iets meer dan de helft is man (53%) en twee derde heeft een hoog opleidingsniveau (hbo of wo opleiding voltooid). Van de ondervraagden is een derde alleenstaand, 34% is gehuwd of samenwonend zonder thuiswonende kinderen en 24% is gehuwd of samenwonend met thuiswonende kinderen en 5% is een eenoudergezin. Ruim de helft van de respondenten heeft een koopwoning (54%), een derde heeft een sociale huurwoning en 12% een particuliere huurwoning. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 119 5.3.1 Financiële situatie en financiële zorgen Bezigheden en inkomsten Een meerderheid van de respondenten is op dit moment werkzaam (76%). De overige respondenten zijn gepensioneerd (11%), arbeidsongeschikt (4%), werkloos/werkzoekend (2%) of huisman of -vrouw (2%). Overige respondenten doen iets anders, zoals vrijwilligerswerk, volgen onderwijs of doen een combinatie van verschillende eerdergenoemde activiteiten. De voornaamste bron van inkomsten is voor de meeste mensen dan ook werk, een uitkering of pensioen. Twee procent geeft aan vooral te leven van vermogen. Bijna een derde van de respondenten heeft een inkomen tussen de 1.901 en 3.150 netto per maand. 5.3.1 Netto inkomsten van het huishouden van respondenten (procenten) % netto 950 per maand of minder 4 netto tussen de 951 en 1300 per maand 5 netto tussen de 1301 en 1900 per maand 17 netto tussen de 1901 en 3150 per maand 30 netto tussen de 3151 en 4300 per maand 20 netto tussen de 4301 en 5500 per maand 9 netto tussen de 5501 en 6900 per maand 5 netto meer dan 6900 per maand 3 wil ik niet zeggen/geen antwoord 7 totaal 100 bron: Amsterdam Kunnen rondkomen Bijna twee derde van de respondenten kan goed (42%) of ruimschoots (23%) rondkomen. De overige respondenten kunnen niet (1%), moeilijk (5%) of net (12%) rondkomen. Zeventien procent zit ertussenin, zij houden soms wat over. Hoe hoger het opleidingsniveau en/of het inkomen des te beter mensen kunnen rondkomen. Mannen en paren zonder kinderen kunnen vaker dan vrouwen en mensen met een andere huishoudsamenstelling goed rondkomen. Vooral alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben relatief vaak moeite met rondkomen. Veranderingen in de financiële situatie Ruim een kwart (27%) van de mensen is er in de afgelopen jaren financieel (sterk) op achteruit gegaan. Vierenveertig procent ging er op vooruit en bij 29% Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
120 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.3.2 Ontwikkeling en verwachting financiële situatie (procenten) sterk op vooruit enigszins op vooruit niet op vooruit, maar ook niet op achteruit enigszins op achteruit sterk op achteruit weet ik niet/ geen antwoord 0 10 20 30 40 50% afgelopen jaren komend jaar bron: Amsterdam werd de financiële situatie niet beter of slechter. De redenen waarom mensen erop achteruit zijn gegaan zijn divers: alles wordt duurder, de komst van de euro, een andere baan, minder gaan werken, arbeidsongeschikt en/of ziekte, aow of pensionering en aandelen worden veelvuldig genoemd. Respondenten die er de afgelopen twee jaar op vooruit gingen gaven hiervoor als reden vooral een verandering in hun werksituatie (75%). Andere redenen waardoor meerdere mensen erop vooruit gingen zijn financiële meevallers, salarisverhoging verandering van huishoudsamenstelling en het beginnen van een eigen bedrijf. Voor de komende tijd verwacht ruim een kwart van de respondenten dat hun financiële situatie erop vooruit zal gaan. Dit zijn vooral mensen die er de afgelopen jaren ook op vooruit gingen. Veertig procent denkt er niet op vooruit maar ook niet op achteruit te gaan en 31% is van mening dat zij er de komende tijd financieel op achteruit zullen gaan. Van deze laatste groep denkt 5% er sterk op achteruit te zullen gaan. Bepaalde groepen zijn negatiever over de ontwikkeling van hun financiële situatie dan anderen. Mensen met een laag opleidingsniveau, arbeidsongeschikten/ langdurig zieken en ouderen zijn er de afgelopen jaren relatief vaak op achteruit gegaan en verwachten relatief vaak dat dit ook het komende jaar het geval zal zijn. Vooral jongeren tot en met 34 jaar zijn er financieel gezien sterk op vooruit gegaan en ook voor de toekomst verwachten zij veelal verbetering. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 121 Zorgen om financiële situatie Er is aan de respondenten gevraagd om hun zorgen rondom hun financiële situatie uit te drukken in een rapportcijfer waarbij een 1 staat voor geen zorgen en een 10 voor heel veel zorgen. Gemiddeld werd een 4,3 gegeven voor de mate van financiële zorgen. Respondenten die zich in meer of mindere mate zorgen maken geven vooral aan zich zorgen te maken om teruggang in inkomen (38%), de kredietcrisis (35%) en pensionering (31%). Een kwart van de respondenten maakt zich zorgen om inflatie. Hoewel gevraagd is naar financiële zorgen noemt bijna 20% een niet-financiële reden zoals gezondheid, sociale contacten, het milieu en de toekomst. Schulden Dertig procent van de panelleden geeft aan geen schulden te hebben. Van de respondenten met schulden is een hypotheek de meest genoemde (46%) vorm. Ruim twintig procent staat wel eens rood bij de bank en 14% heeft een persoonlijke lening of doorlopend krediet. Een studieschuld (7%), leningen bij familie of vrienden (6%) of andere soorten leningen (2%) komen minder vaak voor. Omdat in Amsterdam meer alumni wonen komen studieschulden hier vaker voor dan in de andere regio gemeenten. 5.3.2 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Qua welvaart plaatsen respondenten Amsterdam in de middenmoot van de zeven steden in de Metropoolregio. 1 Een kwart van de respondenten zet Amsterdam op de vierde plek van de zeven regiogemeenten en eveneens een kwart zet Amsterdam op de 5e plek. Slechts enkelen denken dat Amsterdam de rijkste of armste gemeente van de Metropoolregio is. De rijkste gemeente is volgens ruim 60% Amstelveen, gevolgd door Haarlem (15%). Over de armste gemeente in de Metropoolregio lopen de meningen meer uiteen. Ruim een derde denkt dat Zaanstad de armste gemeente is, 17% noemt Purmerend als armste gemeente en 14% noemt Almere (zie figuur 5.3.3). Ervaren welvaart Ruim 80% van de respondenten vindt zichzelf welvarender dan de rest van de wereld. Het zijn vooral 65-plussers die zichzelf minder welvarend vinden. Een ongeveer even grote groep, rond de 40%, voelt zichzelf welvarender ten opzichte van de buurt of wijk, Amsterdam en Nederland. Nog geen 10% noemt zichzelf minder welvarend dan andere bewoners in deze gebieden. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
122 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.3.3 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Haarlem Haarlemmermeer Amsterdam Almere Zaanstad Purmerend 0 10 20 30 40 50 60 70% rijkste gemeente armste gemeente bron: Amsterdam De perceptie van de eigen welvaart neemt toe met het inkomen. Hoe hoger het inkomen hoe vaker mensen zichzelf welvarender dan anderen vinden. Het valt op dat vooral jongeren (jonger dan 35 jaar) hun eigen welvaart groter vinden dan de welvaart van anderen in hun wijk, in Amsterdam of Nederland. Ook respondenten met een hoog opleidingsniveau vinden zichzelf vaker welvarender dan mensen met een laag opleidingsniveau. Mensen zonder werk (werkloos, arbeidsongeschikt of ziek) vinden zichzelf minder welvarend dan anderen. 5.3.4 Ervaren welvaart (procenten) uw buurt/wijk Amsterdam Nederland de wereld 0 20 40 60 80 100 % welvarender even welvarend minder welvarend weet ik niet/geen antwoord bron: Amsterdam Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 123 5.3.5 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Amsterdam het verschil tussen arm en rijk is in Amsterdam de afgelopen jaren toegenomen 0 20 40 60 80 100 % eens neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Amsterdam Volgens een ruime meerderheid van de respondenten zijn de verschillen tussen arm en rijk in Amsterdam groot. De helft van de respondenten is van mening dat de verschillen tussen arm en rijk de afgelopen jaren zijn toegenomen. Mensen tussen de 35 en 54 jaar zijn het relatief vaak oneens met de stelling dat de verschillen tussen arm en rijk de aflopen jaren zijn toegenomen in Amsterdam. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
124 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.4 Haarlem Haarlemmers voelen zich rijk als ze gezond zijn. Eenzaamheid en geld gebrek brengen ze in verband met armoede. Veel Haarlemmers lijken in materieel opzicht erg tevreden te zijn. Een meerderheid zegt ruimschoots te kunnen rondkomen, maar één op de twintig maakt zich veel tot heel veel financiële zorgen. Binnen de wijk en de gemeente voelen Haarlemmers zich meestal even welvarend of welvarender dan anderen. Binnen de Metropoolregio wordt Haarlem als een rijkere stad gezien, die op de tweede of derde plaats staat. Wat is armoede en wat is rijkdom? Haarlemse panelleden associëren armoede en rijkdom met veel verschillende aspecten. Rijkdom brengt men heel vaak in verband met gezondheid, dit wordt door bijna driekwart van de respondenten genoemd. De helft noemt gezin, familie, relatie en vriendschap. Minder vaak worden genoemd: geld (41%), geluk (21%) en liefde (18%). Aan de andere kant vat men armoede vooral vaak op als geldgebrek (57%), eenzaamheid en gebrek aan contacten (41%), ongezond of ziek zijn, honger hebben en gebrek aan basisbehoeften (beide rond de 30%). Respons In Haarlem deden 785 panelleden mee in het onderzoek, een respons van 42%. Meer mannen dan vrouwen hebben gereageerd (54%-46%). Jongeren zijn in de respons ondervertegenwoordigd. Door weging is de scheefheid in de verdeling naar leeftijd rechtgetrokken. Het effect hiervan is dat de invloed van huishoudens met een lager inkomen groter wordt. Panelleden met een hoger inkomen blijven niettemin oververtegenwoordigd in de respons. 5.4.1 Financiële situatie en financiële zorgen Kunnen rondkomen Haarlemmers kunnen in meerderheid goed tot ruimschoots rondkomen met hun inkomen. Dit geldt voor bijna twee derde (63%) van de respondenten. Daarnaast is echter een groep van één op de vijf die niet of net aan rond kan komen. Ouderen, hoger opgeleiden en huishoudens met een hoger inkomen geven vaker aan dat ze goed of ruimschoots kunnen rondkomen. Ook samenwonenden en gehuwden zonder kinderen en mannen zeggen vaker dan anderen dat zij goed of ruimschoots rond kunnen komen. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 125 5.4.1 Typering eigen financiële situatie (procenten) % ik kan niet rondkomen 1 ik kan moeilijk rondkomen 4 ik kan net rondkomen 15 ik houd soms wat over 17 ik kan goed rondkomen 42 ik kan ruimschoots rondkomen 21 weet ik niet/geen antwoord 1 totaal 100 bron: Haarlem Veranderingen in de financiële situatie In de afgelopen jaren is een belangrijke groep (43%) van de Haarlemse respondenten er financieel op vooruitgegaan. Bijna een derde (31%) is er echter op achteruit gegaan en voor ruim een kwart (27%) is de financiële situatie gelijk gebleven. De groepen die er vooral op vooruit gingen zijn Haarlemmers tot 34 jaar, kinderen die bij hun ouders wonen, hoger opgeleiden, samenwonenden of gehuwden met kinderen en huishoudens met hoge inkomens. Vooruitgang in de financiële situatie wordt veruit het vaakst veroorzaakt door een verandering van werksituatie. De belangrijkste redenen voor achteruitgang in de financiën die worden genoemd zijn pensionering of vut, minder werken, een verandering van de huishoudensituatie en de inflatie. 5.4.2 Ontwikkeling en verwachting financiële situatie (procenten) sterk op vooruit enigszins op vooruit niet op vooruit, maar ook niet op achteruit enigszins op achteruit sterk op achteruit weet ik niet/ geen antwoord 0 5 10 15 20 25 30 35 40% afgelopen jaren komend jaar bron: Haarlem Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
126 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.4.3 Zorgen om financiële situatie (procenten) kredietcrisis teruggang inkomen inflatie pensionering anders hypotheek baanverlies (oplopende) schulden weet ik niet/geen antwoord geen zorgen 0 5 10 15 20 25 30 35% bron: Haarlem Voor het komende jaar zijn de vooruitzichten minder rooskleurig: nog maar een kwart verwacht in die periode vooruitgang in de financiële situatie. Een grotere groep, een derde, verwacht echter achteruitgang, maar de grootste groep (39%) denkt dat de financiële situatie gelijk blijft. Achteruitgang wordt vooral verwacht door vrouwen, 65+-ers, lager opgeleiden en huishoudens met een lager inkomen. Anderzijds wordt het komende jaar financiële vooruitgang het meest verwacht door huishoudens met de hoogste inkomens. Zorgen om financiële situatie Haarlemse respondenten hebben relatief weinig zorgen om hun financiële situatie. Een grote groep (44%) maakt zich hier geen of een beetje zorgen over. Een veel kleinere groep (6%) heeft veel tot heel veel financiële zorgen. De gemiddelde score van de zorgen die Haarlemmers hebben over de financiële situatie is dan ook met 4,2 relatief laag (hierbij gold dat 1= geen zorgen en 10= heel veel zorgen). Mannen (4,0) maken zich minder financiële zorgen dan vrouwen (4,4). Ook ouderen, 65-plussers, maken zich minder zorgen (3,8) dan gemiddeld. Hoog opgeleiden (3,6) maken zich minder zorgen dan middelbaar (4,7) en laag opgeleiden (4,7). Naarmate het inkomen hoger is maakt men zich minder financiële zorgen. In het algemeen geldt in Haarlem: hoe groter de tevredenhed is over de eigen situatie, hoe minder zorgen men heeft over de financiële situatie. Men maakt zich het vaakst zorgen over de kredietcrisis, een teruggang in inkomen, inflatie en de pensionering. Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 127 Schulden Bijna een kwart van de respondenten heeft geen geld geleend. De overigen hebben op een of meerdere wijzen een vorm van schuld uitstaan. De meest voorkomende vormen van schuld zijn: hypotheek (59%), rood staan bij bank of giro (16%), persoonlijke lening of doorlopend krediet (9%) en studieschuld/lening voor studiefinanciering (9%). 5.4.1 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Hoe percipiëren Haarlemmers de welvaartspositie van Haarlem ten opzichte van de andere regiogemeenten? De meeste Haarlemmers zien hun stad net niet als rijkste gemeente van de Metropoolregio. In meerderheid plaatsen zij Haarlem op de tweede (32%) en op de derde plaats (30%). Een beperkt deel (8%) ziet Haarlem als de rijkste gemeente binnen de regio. 5.4.4 Welvaartspositie Haarlem in de Metropoolregio (procenten) % 1 armste gemeente 0 2 1 3 4 4 16 5 30 6 32 7 rijkste gemeente 8 weet ik niet/geen antwoord 8 totaal 100 bron: Haarlem Van de zeven regiogemeenten zien Haarlemmers het vaakst Zaanstad als de armste gemeente (26%), gevolgd door Purmerend, Almere en Amsterdam. Over wat de rijkste gemeente binnen de regio is een grote groep het eens: ruim de helft noemt Amstelveen als rijkste gemeente, op afstand gevolgd door Amsterdam (10%) en de eigen stad Haarlem (9%) (zie figuur 5.4.5). Ervaren welvaart Binnen de eigen wijk voelen de meeste Haarlemmers (86%) zich even welvarend als of welvarender dan de andere wijkbewoners. Een kwart zegt welvarender te zijn dan anderen in de buurt. De perceptie dat men welvarender is dan anderen Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
128 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.4.5 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Amsterdam Haarlem Haarlemmemeer Purmerend Almere Zaanstad 0 10 20 30 40 50 60% rijkste gemeente armste gemeente bron: Haarlem neemt toe naarmate men de geografische blik verlegd van de gemeente (29%), Nederland (35%) naar de rest van de wereld (79%). Naarmate het inkomensniveau en de opleiding hoger is zegt men vaker welvarender te zijn dan anderen. Dit geldt voor alle vier de referentiekaders. Binnen de context van de buurt zeggen alleenstaanden zich vaker welvarender te voelen dan anderen. Op het niveau van de gemeente geldt dit ook voor mannen en gehuwden/samenwonenden met kind(eren). Op het schaalniveau van Nederland voelen mannen en gehuwden/samenwonenden zonder kinderen zich vaker welvarender dan anderen. 5.2.6 Ervaren welvaart (procenten) uw buurt/wijk Haarlem Nederland de wereld welvarender 25 29 35 79 even welvarend 61 50 48 10 minder welvarend 9 14 12 5 weet ik niet/geen antwoord 4 7 6 6 totaal 100 100 100 100 bron: Haarlem Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 129 5.4.7 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Haarlem het verschil tussen arm en rijk is in Haarlem de afgelopen jaren toegenomen 0 20 40 60 80 100 % eens neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Haarlem Meer dan de helft van de panelleden (56%) is van mening dat er sprake is van grote verschillen tussen rijk en arm in Haarlem. Drie op de tien vinden dat het verschil tussen rijk en arm in de afgelopen jaren is toegenomen. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
130 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.5 Haarlemmermeer Gezondheid, geluk en in iets mindere mate geld draagt bij aan rijkdom volgens Haarlemmermeerders. Het inkomen van de digipanelleden varieert van anderhalf tot drie keer modaal. Over het algemeen zeggen de meesten ook prima rond te kunnen komen. Een deel van hen staat regelmatig rood bij de bank of heeft een doorlopend krediet. Het meest maakt men zich zorgen over de kredietcrisis en de eigen hypotheek. Desondanks heeft het grootste deel van de digipanelleden vertrouwen in de toekomst. Qua welvarendheid positioneert men de eigen gemeente als één of twee na rijkste in vergelijking met de andere grote gemeenten in de Metropoolregio. Wat is armoede en wat is rijkdom? Rijkdom is voor bijna twee derde van de digipanelleden: gezondheid en geluk. Dit wordt pas op afstand gevolgd door geld. Door ongeveer een zesde van de respondenten wordt liefde genoemd. Daarna komen vrienden, familie en gezin/ kinderen. Bij associaties met armoede springt toch vooral een gebrek aan of geen geld hebben eruit. Daarna volgen ziekte en eenzaamheid. Als een gebrekkige gezondheid bij ziekte wordt opgeteld, wordt dit echter het vaakst genoemd. Kijkend naar de associaties bij rijkdom en armoede is het opvallend dat respondenten het vooral met gezondheid associëren en iets minder vaak puur met geld. Respons Voor het onderzoek in Haarlemmermeer werden in totaal bijna 1.600 panelleden benaderd. De respons op de vragenlijst was 46%. Het Haarlemmermeerse digipanel bestaat voornamelijk uit (echt)paren waarvan ruim de helft thuiswonende kinderen heeft. De man/vrouw verdeling is gelijk en de gemiddelde leeftijd is bijna 50 jaar. Bijna de helft van de respondenten heeft een opleiding op hoog niveau afgerond. 5.5.1 Financiële situatie en financiële zorgen Bezigheden en inkomsten In het Haarlemmermeerse digipanel zijn qua inkomen nauwelijks echte extremen terug te vinden. Ongeveer de helft van de digipanelleden verdient tussen de 1.900 en 4.300 netto per maand. Dit is tussen de anderhalf en drie keer modaal. 2 Slechts 6% zit onder de 1.300 en 5% boven de 5.500 netto. Daarbij Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 131 moet aangetekend worden dat van 15% van de respondenten het inkomen onbekend is. Ongeveer twee derde van de digipanelleden heeft het inkomen uit werk van zichzelf of van zijn/haar partner. Een vijfde is pensioengerechtigd en 5% krijgt een uitkering. Een twaalfde van de respondenten zegt huisvrouw/-man te zijn. Kunnen rondkomen De hoogte van het inkomen heeft zoals verwacht een positief verband met de mate waarin mensen kunnen rondkomen. Met name (echt)paren zonder kinderen zijn positief over hun financiële situatie. Verder zeggen mannen vaker dan vrouwen goed rond te kunnen komen. Verandering in de financiële situatie Ongeveer een even groot deel is er in de afgelopen jaren op vooruit (35%) of achter uit (31%) gegaan qua inkomen. Het omslagpunt in het voor- of achteruit gaan ligt rond de leeftijd van 50 jaar. Bij respondenten jonger dan 50 jaar zijn meer mensen erop vooruit gegaan, terwijl bij 50-plussers dit precies andersom is. Een verklaring hiervoor is mogelijk dat jongeren vaker van werksituatie veranderen, nog niet bovenaan hun salarisschaal zijn of promotie maken. Dit zijn dan ook de belangrijkste redenen die men aangeeft voor de vooruitgang in hun financiële situatie. Daarbij springt verandering van werksituatie eruit. Een andere niet aan het werkgerelateerde reden is een financiële meevaller. Ongeveer een tiende van de respondenten heeft dit het afgelopen jaar gehad. Bij de mensen die zeggen achteruit te zijn gegaan, wordt het meest genoemd: pensioen of vut en stijging van de lasten, zoals hypotheek, hogere prijzen, hogere ziektekosten. De verwachting voor komend jaar is wat pessimistisch, slechts een vijfde verwacht erop vooruit te gaan, terwijl ruim twee derde denkt erop achteruit te gaan. 5.5.1 Typering eigen financiële situatie (procenten) % ik kan niet rondkomen 1 ik kan moeilijk rondkomen 4 ik kan net rondkomen 12 ik houd soms wat over 19 ik kan goed rondkomen 45 ik kan ruimschoots rondkomen 19 weet ik niet/geen antwoord 1 totaal 100 bron: Haarlemmermeer Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
132 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.5.2 Schulden (procenten) hypotheek rood staan persoonlijke lening lening bij vrienden of familie studieschuld andere lening onbekend ik heb geen geld geleend 0 10 20 30 40 50 60 70% bron: Haarlemmermeer Schulden Ruim twee derde van de respondenten heeft een hypotheekschuld. Ongeveer een tiende van de mensen met een koophuis zegt geen hypotheekschuld (meer) te hebben. Een vijfde van de digipanelleden heeft geen geld geleend. Het gros van deze respondenten woont in een huurwoning. Naast de hypotheekschuld staat een deel (17%) van de digipanelleden regelmatig rood bij de bank of giro en 12% heeft een persoonlijke lening of doorlopend krediet. Mensen met een lage opleiding zeggen vaker geen geld geleend te hebben (40%) dan hoger opgeleiden (14%). Dit verschil is vooral te verklaren door het al dan niet hebben van een hypotheekschuld. Zorgen om financiële situatie Digipanelleden geven gemiddeld een 4,4 voor de zorgen over hun financiële situatie. Ongeveer een tiende maakt zich veel zorgen en ruim een vijfde maakt zich nauwelijks zorgen. Het is opvallend dat meer vrouwen dan mannen zich zorgen maken. Vooral mensen met inkomens tot 1.900 blijken zich zorgen te maken. Dit sluit aan bij het feit dat hoger opgeleiden zich duidelijk minder zorgen maken dan lager opgeleiden. Tenslotte maken 65-plussers zich minder zorgen dan de overige groepen. Ongeveer een vijfde van de digipanelleden maakt zich helemaal geen zorgen. Door degenen die zich wel zorgen maken wordt de kredietcrisis het vaakst genoemd als reden van financiële zorgen. Het is opvallend dat mannen zich vaker zorgen maken over de kredietcrisis, terwijl vrouwen vaker de hypotheek Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 133 5.5.3 Zorgen om financiële situatie (procenten) kredietcrisis teruggang inkomen pensionering mijn financiële situatie in het algemeen inflatie baanverlies hypotheek (oplopende) schulden anders namelijk weet ik niet/ geen antwoord geen zorgen 0 5 10 15 20 25 30 35 40% bron: Haarlemmermeer noemen. Ook (echt)paren met kinderen maken zich vaker zorgen over de hypotheek. Echtparen zonder kinderen noemen juist de kredietcrisis en teruggang van het inkomen als zaken waar ze zich zorgen over maken. De leeftijdsfase is onderscheidend voor het soort zorgen: jongeren tussen 18 en 35 jaar maken zich duidelijk vaker zorgen over hun hypotheek en hun financiële situatie. De leeftijdsgroep daarboven, 36 tot 49 jarigen, maken zich vaker druk over baanverlies. Met het naderen van het pensioen maken de 50 tot 64 jarigen zich duidelijk vaker zorgen over een teruggang in het inkomen. Dezelfde vrees bestaat bij 65-plussers. Deze groep is ook het meest bang voor de kredietcrisis en mogelijke inflatie. Ondanks de zorgen heeft het grootste deel (80%) van de digipanelleden (veel) vertrouwen in de toekomst. 5.5.2 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Haarlemmermeerse digipanelleden zien Amstelveen opvallend vaak als rijkste gemeente. Wat de armste gemeente betreft zijn de meningen wat meer verdeeld, waarbij vooral Zaanstad eruit springt, gevolgd door Amsterdam en Purmerend. Haarlemmermeerders zetten hun eigen gemeente neer als één of twee na rijkste gemeente (63%) van de regio. Ervaren welvaart De meeste digipanelleden (70%) voelen zich even welvarend als hun buurt- of wijkgenoten. Een zeer klein deel voelt zich minder welvarend (7%) en een wat Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
134 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.5.4 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Haarlemmermeer Haarlem Almere Amsterdam Zaanstad Purmerend 0 10 20 30 40 50 60 70% rijkste gemeente armste gemeente bron: Haarlemmermeer groter deel meer welvarend (18%). Ook ten opzichte van de gemeente als geheel voelt een meerderheid zich even welvarend. Een op de vijf voelt zich meer welvarend. Ten opzichte van de gemiddelde Nederlander voelt ongeveer een derde zich meer welvarend; de helft zegt even welvarend te zijn. Een kleine groep, ruim een tiende, denkt minder welvarend te zijn. In vergelijking met de rest van de wereld denkt een overgrote meerderheid het beter te hebben. Er bestaat in deze antwoorden logischerwijs een duidelijk verband tussen de hoogte van het inkomen en de mate waarin men zegt zich meer of minder welvarend te voelen. Bijna de helft van de digipanelleden ziet grote verschillen tussen arm en rijk in Haarlemmermeer. Men weet echter niet zo goed of deze de afgelopen jaren zijn toegenomen. 5.5.5 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Haarlemmermeer het verschil tussen arm en rijk is in Haarlemmermeer de afgelopen jaren toegenomen 0 eens 20 40 60 80 100 % neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Haarlemmermeer Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 135 5.6 Purmerend Bij rijkdom denken Purmerenders in de eerste plaats aan gezondheid en niet direct aan geld. Bij armoede worden zaken die betrekking hebben op geld wel als eerste genoemd. De meeste Purmerenders kunnen ruimschoots tot goed rondkomen met hun inkomen en een kleine minderheid voelt zich minder welvarend dan de meeste andere mensen in Nederland. Purmerenders vinden hun eigen gemeente zeker niet de rijkste maar ook zeker niet de armste van de zeven gemeenten die aan dit onderzoek meededen. Vergeleken met die gemeenten maken Purmerenders zich meer zorgen om de eigen financiële situatie. Wat is rijkdom en wat is armoede? Gezondheid is veruit het meest voorkomende woord waar Purmerenders aan denken als zij in het begrip rijkdom moeten omschrijven. Bij driekwart van de panelleden kwam dit woord in de beschrijving voor. Bij meer dan de helft was dit zelfs het eerste woord waar zij aan dachten. Andere woorden werden veel minder genoemd. Wat daarin opvalt is dat daar ook de niet-materiële aspecten de boventoon voeren. Naast gezondheid overheersen de woorden geluk, liefde, vriendschap en tevredenheid. Deze woorden zien we vaak in combinatie met woorden als partner en (klein) kinderen. Hoewel dus niet direct aan geld en andere financiële zaken gedacht wordt, draagt bij benadering eenderde van alle antwoorden deze aspecten wel in zich. Het hebben van een (leuke) baan of werk wordt door minder dan 10% geassocieerd met rijkdom. Bij armoede daarentegen denkt men in eerste instantie wel aan de financiële kanten van het begrip; geen of onvoldoende geld, geen eten, schulden, uitkering, geen woning en geen werk zijn de woorden die in de omschrijvingen domineren. De niet-materiële zaken als een slechte gezondheid, alleen zijn, eenzaamheid, afhankelijkheid en geen geluk ontbreken hier echter ook niet. Respons De enquête is gehouden in december 2008 onder 1.600 Purmerendse panelleden van 18 jaar en ouder. Hiervan vulden ruim 1.100 de vragenlijst in. Dit betekent een respons van 69%. De antwoorden in de tabellen en figuren zijn gewogen naar geslacht en leeftijd. Deze weging corrigeert de relatief sterke aanwezigheid van hoger opgeleiden in het panel en de ondervertegenwoordiging van allochtonen gedeeltelijk. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
136 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.6.1 Financiële situatie en financiële zorgen Bezigheden en inkomsten Van de panelleden die de vraag over hun netto maandinkomen van hun huishouden hebben beantwoord heeft 30% een inkomen beneden de 1.900; voor 9% is dat zelfs minder dan 1.300. Aan de bovenkant van de inkomensverdeling zien we dat 33% meer dan 3.150 maand te besteden heeft en voor 9% is dat meer dan 4.300. Voor 60% van de panelleden is werken de voornaamste bezigheid, terwijl 16% geniet van de aow en 7% studeert. Werk vormt voor veel panelleden (69%) de belangrijkste inkomstenbron; voor en op de vijf is dat vut, aow of pensioen, terwijl 5% een andere uitkering heeft. Kunnen rondkomen De meeste Purmerendse panelleden (59%) kunnen ruimschoots tot goed rondkomen met hun inkomen. De groep die niet of moeilijk kan rond komen is met 6% zeer gering in omvang. Daarnaast is de groep die net kan rondkomen of soms wat overhoudt met 35% vrij omvangrijk. Hoe hoger de opleiding en hoe hoger het inkomen, hoe beter men met het inkomen kan rondkomen. Het zijn vooral de eenoudergezinnen en in mindere mate de alleenstaanden die vaker net of moeilijk rond kunnen komen. Dit verklaart voor een belangrijk deel dat vrouwen zeggen moeilijker rond te kunnen komen dan mannen. Zij zijn immers vaker alleenstaand en ouder in een eenoudergezin. Veranderingen in de financiële situatie Bijna 40% van de panelleden is er de afgelopen jaren in financieel opzicht 5.6.1 Typering eigen financiële situatie (procenten) % ik kan niet rondkomen 1 ik kan moeilijk rondkomen 4 ik kan net rondkomen 12 ik houd soms wat over 19 ik kan goed rondkomen 45 ik kan ruimschoots rondkomen 19 weet ik niet/geen antwoord 1 totaal 100 bron: Purmerend Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 137 op vooruitgegaan. Dit is meer dan de bijna een derde die er op achteruit is gegaan. Voor de overige 30% is de financiële situatie ongeveer gelijk gebleven. Verandering in de werksituatie is veruit de meest genoemde reden waarom men er financieel op vooruit is gegaan, op ruime afstand gevolgd door veranderingen in het huishouden zoals huwelijk of samenwonen en kinderen die het huis uit gaan. Pensionering is de belangrijkste reden waarom men er financieel op achteruit is gegaan. Voor het jaar 2009 verwacht ongeveer een kwart van de panelleden er financieel sterk of enigszins op vooruit te gaan, terwijl ruim een derde denkt er op achteruit te zullen gaan. De rest verwacht geen grote wijzigingen in hun financiële situatie of weet het niet. Wie zijn er nu financieel vaker op vooruit- of achteruitgegaan? Purmerenders in de leeftijd tot 45 jaar zijn er relatief vaker op vooruitgegaan dan de Purmerenders die tot de oudere leeftijdsgroepen behoren. Ook zijn de hoogopgeleiden en zij die al een hoog inkomen hadden er relatief vaker op vooruitgegaan. Thuiswonende kinderen zijn er eveneens relatief vaker op vooruitgegaan. Alleenstaanden en paren zonder kinderen zagen het minst vaak hun inkomen stijgen. Dezelfde groepen die er het afgelopen jaar relatief vaak op vooruit- of achteruit zijn gegaan zien we ook weer terug bij de inkomensverwachtingen voor het jaar 2009. Van de panelleden die er het afgelopen jaar op achteruit zijn gegaan verwacht dan ook 60% dat zij er in 2009 op achteruit zullen gaan. 5.6.2 Ontwikkeling en verwachting financiële situatie (procenten) sterk op vooruit enigszins op vooruit niet op vooruit, maar ook niet op achteruit enigszins op achteruit sterk op achteruit weet ik niet/ geen antwoord 0 5 10 15 20 25 30 35 40% afgelopen jaren komend jaar bron: Purmerend Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
138 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente Schulden Een hypotheek is de meest genoemde vorm van geld lenen: bijna 60% van alle panelleden leent hiervoor. Daarnaast staat bijna één op de vijf (18%) rood bij de bank en heeft 15% een persoonlijke lening of een doorlopend krediet. De overige leenvormen zoals studiefinanciering (6%) of het lenen bij familie of vrienden (5%) komen bij de panelleden weinig voor. Panelleden met een laag inkomen hebben vaker géén hypotheek. Een kwart van de 18-24 jarigen heeft een studieschuld en 15% van deze groep leent bij familie of vrienden. Er is geen duidelijk verband tussen rood staan bij de bank of het hebben van een persoonlijke lening en de hoogte van het inkomen of het opleidingsniveau. Wel zien we dat rood staan bij de bank het meest voorkomt bij de 35-44 jarigen (30%). Zorgen om financiële situatie Als men een rapportcijfer moet geven aan de mate waarin men zich zorgen maakt om de eigen financiële situatie, waarbij 1 voor helemaal geen zorgen staat en 10 voor erg veel zorgen, dan geven de panelleden gemiddeld een cijfer van 4,9. Een derde maakt zich weinig tot geen zorgen en 16% juist veel tot erg veel. Vrouwen maken zich duidelijk meer zorgen om de eigen financiële situatie dan mannen. Dit gaat ook op voor de midden- en laagopgeleiden ten opzichte van de panelleden met een hoge opleiding. Hoe hoger het inkomen hoe minder zorgen men zich maakt. De teruggang in het inkomen, de kredietcrisis, dreigende inflatie en de pensionering zijn de belangrijkste zaken waar men zich zorgen om maakt. Over (oplopende) schulden en de hypotheeklasten maakt men zich duidelijk minder druk. 5.6.3 Zorgen om financiële situatie (procenten) teruggang inkomen kredietcrisis inflatie pensionering baanverlies hypotheek (oplopende) schulden anders, namelijk geen zorgen 0 5 10 15 20 25 30 35 40% bron: Purmerend Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 139 5.6.4 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Haarlem Amsterdam Haarlemmermeer Almere Purmerend Zaanstad 0 10 20 30 40 50 60 70% rijkste gemeente armste gemeente bron: Purmerend 5.6.2 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Aan dit onderzoek deden zeven gemeenten mee die behoren tot de Metropoolregio Amsterdam. Op welke plaats zetten Purmerenders hun eigen gemeente als 1 staat voor de armste gemeente en 7 voor de rijkste gemeente? In de ogen van haar inwoners neemt Purmerend een positie in die iets boven het gemiddelde ligt; ruim 70% van de inwoners zet Purmerend op de plaatsen 4 of 5. Over welke gemeente de rijkste en welke de armste is binnen de Metropoolregio, gezien de financiële positie van de inwoners, zijn de Purmerenders erg duidelijk. Amstelveen is met 66% de rijkste gemeente. Haarlem komt met 17% op zeer ruime afstand op plaats twee. Zaanstad wordt door bijna 60% beschouwd als de armste gemeente. Amsterdam en Almere volgen op de plaatsen twee en drie. Ervaren welvaart Een ruime meerderheid van de panelleden (68%) voelt zich welvarender dan de meeste andere mensen in de wereld. Als men de eigen welvaart vergelijkt met die van de meeste mensen in de eigen wijk, de eigen gemeente en Nederland dan ligt het percentage aanmerkelijk lager; 20 tot 25% voelt zich dan welvarender. Maar ook dan blijkt dat er maar weinig panelleden zijn die zich minder welvarend voelen. De meerderheid voelt zich even welvarend. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
140 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.6.5 Ervaren welvaart (procenten) uw buurt/wijk Purmerend Nederland de wereld welvarender 20 21 24 68 even welvarend 68 64 56 18 minder welvarend 7 8 14 8 weet ik niet/geen antwoord 5 7 7 7 totaal 100 100 100 100 bron: Purmerend Het zal ook hier niet verbazen dat naarmate men hoger opgeleid is en/of een hoger inkomen heeft, men zich welvarender voelt. Ook voelen mannen zich welvarender dan vrouwen. Er zijn meer panelleden die vinden dat er in Purmerend grote verschillen bestaan tussen arm en rijk dan panelleden die het daar niet mee eens zijn. Dit geldt eveneens voor de stelling dat de verschillen tussen arm en rijk de afgelopen jaren zijn toegenomen. Purmerenders met lage inkomens en Purmerenders van 45 jaar en ouder vinden relatief vaker dat er grote verschillen bestaan tussen rijk en arm in hun gemeente en dat dit verschil de afgelopen jaren is toegenomen. 5.6.6 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Purmerend het verschil tussen arm en rijk is in Purmerend de afgelopen jaren toegenomen 0 eens 20 40 60 80 100 % neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Purmerend Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 141 5.7 Zaanstad Het Zaanpanel denkt gedifferentieerd over de begrippen rijkdom en armoede. Rijkdom wordt vaker met niet-materiële aspecten in verband gebracht, zoals gezondheid, geluk en vriendschap. Armoede wordt juist vaker wel gerelateerd aan materiële zaken. De meerderheid van het panel kan goed tot ruimschoots rondkomen met het inkomen. Voor de komende jaren verwacht een derde van het panel dat hun inkomen er niet op vooruit of achteruit gaat, twintig procent verwacht een inkomensachteruitgang. Onder degenen die moeilijk rondkomen zijn relatief vaak laag opgeleiden of eenoudergezinnen. Bijna negen op de tien panelleden maakt zich zorgen over de financiële toekomst. De mate waarin verschilt echter sterk. Volgens het Zaanpanel is Zaanstad niet de armste gemeente in de regio, maar is Amsterdam dat. Zaanstad komt op de tweede plaats. Wat is armoede en wat is rijkdom? Rijkdom en armoede zijn begrippen die vaak in relatie worden gebracht met financiële welvaart of juist het ontbreken van geld om goed in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien. Maar het zijn ook begrippen die met nietfinanciële zaken in verband worden gebracht. Uit dit onderzoek blijkt duidelijk dat ook het panel gedifferentieerd over deze twee begrippen denkt. De grote thema s wat betreft rijkdom zijn volgens het panel gezondheid, geluk, geld, liefde en vriendschap en vrijheid. Financiële ruimte en financiële onafhankelijkheid worden vaak genoemd maar nog vaker worden de niet-financiële kanten van het begrip belicht. Gezondheid wordt in dit verband het meest vaak genoemd in ruim een kwart van de gegeven steekwoorden. Armoede wordt naar verhouding juist wél vaker in verband gebracht met een financiële of materiële kant: geldzorgen, schulden, geen geld voor bepaalde zaken, geen werk, slechte behuizing of dakloosheid en de voedselbank. Ook niet-materiële zaken worden benoemd, zoals eenzaamheid, slechte gezondheid en ontevredenheid. Respons Ruim 1.100 panelleden hebben de vragenlijst ingevuld. Dit is een respons van 49%. Meer mannen (54%) dan vrouwen hebben meegedaan en relatief minder jongere respondenten tot 40 jaar en 65-plussers, meer hoger opgeleiden en slechts een kleine groep allochtonen. De samenstelling van het panel wijkt hiermee af van die van de Zaanse bevolking. Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
142 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.7.1 Financiële situatie en financiële zorgen In de inkomensverdeling van het Zaanpanel is te zien dat iets meer dan een kwart een inkomen tot 1.900 heeft en 12% valt in de categorie 6.901 en hoger. Voor de meeste panelleden is werk de bron van inkomsten en dit is dan ook de belangrijkste bezigheid. Zeventien procent is gepensioneerd, 6% leeft van een uitkering. 5.7.1 Netto inkomsten van het huishouden van respondenten (procenten) 25% 12% 27% 1.900 en minder 1.901 3.150 3.151 6.900 6.901 en meer 36% bron: Zaanstad Zwemmen hoef ik niet, maar pootje baaien vind ik heel fijn De meerderheid van het panel zegt goed of ruimschoots rond te kunnen komen met hun inkomen: 43% kan goed rondkomen en 16% ruimschoots. Eén op de vijf respondenten houdt soms wat over en 14% kan maar net rondkomen. Een klein deel van het panel zegt niet of moeilijk te kunnen rondkomen. 5.7.2 Typering eigen financiële situatie (procenten) % ik kan niet rondkomen 1 ik kan moeilijk rondkomen 4 ik kan net rondkomen 14 ik houd soms wat over 21 ik kan goed rondkomen 43 ik kan ruimschoots rondkomen 16 weet ik niet/geen antwoord 1 totaal 100 bron: Zaanstad Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 143 Respondenten met een lage opleiding komen vaker moeilijk of net rond met het inkomen en hoger opgeleiden juist vaker goed en ruimschoots. Vooral eenouder gezinnen in Zaanstad hebben relatief vaak moeite rond te komen. De hoogte van het inkomen hangt sterk samen met de mate waarin men gemakkelijk of moeilijk kan rondkomen. Hoe meer geld men verdient of heeft, hoe makkelijker men rondkomt en andersom. Personen met een laag inkomen komen relatief vaak net rond of houden soms wat over. Een laag inkomen betekent niet automatisch dat men moeite heeft met rondkomen: één op de vier panelleden met een laag inkomen kan goed of ruimschoots uitkomen. Veranderingen in de financiële situatie Veertig procent van het panel verwacht dat hun inkomen min of meer stabiel blijft. Voor 30% van het panel was dit al zo in de afgelopen jaren (zie figuur 5.7.3). Relatief meer respondenten (28%) verwachten een achteruitgang in inkomen dan een vooruitgang (21%). Slechts twee procent verwacht er sterk op vooruit te gaan, terwijl dit in het verleden voor een grotere groep (9%) gold. De belangrijkste redenen voor vooruitgang is vooral een verandering van werksituatie. Voor achteruitgang van inkomen worden veelsoortige redenen genoemd. Naast minder uren gaan werken, werkloosheid en schulden noemt men vaak dat het leven, sinds de euro, er in meer dan één opzicht veel duurder op is geworden. Voor de toekomstverwachting wordt ook een aantal keer de invloed van de kredietcrisis genoemd. 5.7.3 Ontwikkeling en verwachting financiële situatie (procenten) sterk op vooruit enigszins op vooruit niet op vooruit, niet op achteruit enigszins op achteruit sterk op achteruit weet niet/ geen antwoord 0 5 10 15 20 25 30 35 40% afgelopen jaren komend jaar bron: Zaanstad Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
144 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente Panelleden tot 40 jaar zijn er in de afgelopen jaren vaker financieel op vooruit gegaan dan de anderen. Zij staan midden in het werkzame leven en maken nog carrière. Vijfenzestig-plussers hebben vaker een stabiel inkomen of zijn er juist enigszins of sterk op achteruit gegaan door de pensionering. Wat betreft de toekomstverwachtingen is er eenzelfde patroon te zien, met dit verschil dat nu ook respondenten in de middelste leeftijdsgroep vaker denken er niet (meer) op vooruit te gaan. Hoog opgeleide panelleden zijn er de afgelopen jaren vaker op vooruit gegaan en verwachten hetzelfde voor de toekomst. Voor laag opgeleiden geldt juist het omgekeerde. Zorgen om financiële situatie Twaalf procent van het panel maakt zich geen zorgen over de eigen financiële situatie. De overige 87% doet dit wel, maar de mate waarin men zich zorgen maakt verschilt. Veertig procent van het panel maakt zich niet veel zorgen en geeft op de schaal van 1 (=helemaal geen zorgen) tot 10 (=heel veel zorgen) een cijfer onder de vier. Nog eens bijna veertig procent van het panel geeft een cijfer tussen de vijf en de zeven en geeft dus aan zich wel zorgen te maken. Negen procent geeft tenminste een acht. Gemiddeld is de score 4,4. Vrouwen, alleenstaanden en respondenten met een lage opleiding of laag inkomen maken zich relatief wat meer zorgen over de financiële situatie dan anderen en geven daaraan gemiddeld een iets hoger cijfer. Voor ruim een derde van het panel gaan de zorgen vooral om de gevolgen van de kredietcrisis en/of een teruggang van het inkomen. Voor een relatief groot deel 5.7.4 Zorgen om financiële situatie (procenten) kredietcrisis teruggang inkomen pensionering inflatie anders baanverlies hypotheek (oplopende) schulden weet ik niet/geen antwoord geen zorgen 0 5 10 15 20 25 30 35 40% bron: Zaanstad Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 145 (28%) betreft dit ook hun pensionering of de inflatie (26%) en in mindere mate baanverlies en de hypotheek (15%). Bij de categorie anders noemt men ook nog zorgen over de verkoop van het huis, verlies van opdrachten (als zelfstandig ondernemer), de hoge kosten voor de kinderopvang en de (gemeente) belastingen. Schulden Een op de vijf leden van het Zaanpanel heeft géén schulden. Tweederde van het panel heeft een hypotheek en ongeveer een op de vijf staat wel eens rood bij de giro of bank. Een persoonlijke lening of doorlopend krediet heeft 15% van de panelleden. Vijf procent leent bij familie of vrienden en 5% heeft een studieschuld. Panelleden met een laag inkomen hebben vaker géén hypothecaire schuld maar wel andere schulden. Bij personen met een hoger inkomen is dat precies andersom. Alleenstaanden en eenoudergezinnen hebben vaker geen hypotheek. 5.7.2 Percepties over rijkdom en armoede Ervaren rijkdom en armoede in de Metropoolregio Op welke plaats zetten de panelleden van Zaanstad hun eigen gemeente in het rijtje van de andere deelnemende gemeenten uit de Metropoolregio aan dit onderzoek? Een op de acht respondenten vindt dat Zaanstad de armste gemeente is. Vijftien procent zet Zaanstad op de een na laagste plek, maar de meeste panelleden, ongeveer tweederde, beschouwen Zaanstad als een gemiddelde gemeente: niet rijk maar ook niet arm. 5.7.5 Welvaartspositie Zaanstad in de Metropoolregio (procenten) % 1 armste gemeente 12 2 15 3 20 4 27 5 16 6 3 7 rijkste gemeente 1 weet ik niet/geen antwoord 6 totaal 100 bron: Zaanstad Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
146 5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 5.7.6 Ervaren rijkste en armste gemeente (procenten) Amstelveen Haarlem Amsterdam Haarlemmermeer Almere Zaanstad Purmerend 0 10 20 30 40 50 60 70% rijkste gemeente armste gemeente bron: Zaanstad Van de zeven steden in de Metropoolregio vindt twee derde van het Zaanse panel Amstelveen de rijkste gemeente. Op afstand volgt Haarlem en Amsterdam. Volgens het panel is Amsterdam tevens de armste gemeente, dit keer gevolgd door Zaanstad, Purmerend en Almere. Ervaren welvaart Als men de persoonlijke financiële situatie in het perspectief stelt van de eigen buurt, gemeente, Nederland of de wereld blijkt dat het panel zich vooral even welvarend voelt. Met betrekking tot de eigen buurt geldt dit voor twee derde van het panel en ten opzichte van Zaanstad voor ruim de helft van het panel. Ten opzichte van de 5.7.7 Ervaren welvaart (procenten) uw buurt/wijk Zaanstad Nederland de wereld welvarender 23 33 27 70 even welvarend 65 51 54 16 minder welvarend 8 10 14 9 weet ik niet/geen antwoord 4 5 5 6 totaal 100 100 100 100 bron: Zaanstad Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
5 Beleving van rijkdom en armoede per gemeente 147 5.7.8 Perceptie verschillen rijkdom en armoede (procenten) er zijn grote verschillen tussen arm en rijk in Zaanstad het verschil tussen arm en rijk is in Zaanstad de afgelopen jaren toegenomen 0 eens 20 40 60 80 100 % neutraal oneens weet ik niet/geen antwoord bron: Zaanstad rest van de wereld voelt 70% zich welvarender. Een klein aantal panelleden voelt zich juist minder welvarend. Naar opleidings- en inkomensniveau zijn de verschillen wat groter. Hoe hoger het opleidingsniveau of inkomen hoe meer respondenten zich welvarender ten opzichte van de meeste anderen voelen. Opmerkelijk is dat vrouwen zich relatief vaker even welvarend voelen ten opzichte van de meeste anderen in de eigen gemeente en mannen juist welvarender. Een groot deel van het panel onderstreept de stelling dat er binnen de gemeente grote verschillen zijn tussen rijk en arm. Over de toegenomen verschillen tussen rijk en arm in de afgelopen jaren, is het panel meer verdeeld. Panelleden met een laag inkomen vinden vaker dat de verschillen tussen arm en rijk de afgelopen jaren in Zaanstad zijn toegenomen. Noten 1 Waarbij een 1 staat voor de armste gemeente en een 7 voor de rijkste gemeente. 2 Modaal NL: 30.000,. 3 Uitleg schaal: geen zorgen (1) veel zorgen (10). Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
148 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
149 B Bijlage 1 Tabellen Tabel 1 Top tien wijken met grootste aandeel lage inkomens (1% Metropoolverdeling) 2000 2005 Watergang (Waterland) 4,6 Zandvoort Wijk 01 4,2 Middelie (Zeevang) 3,7 Rijk en omgeving (Haarlemmermeer) 3,6 Weteringbrug (Haarlemmermeer) 3,4 Amsteldijk (Uithoorn) 3,5 Centrum (Amsterdam) 2,3 Beinsdorp (Haarlemmermeer) 3,5 Oud-West (Amsterdam) 2,2 Landelijk gebied Hilversum 3,4 Heemskerk-Dorp 2,2 Centrum (Amsterdam) 2,7 De Baarsjes (Amsterdam) 2,0 Poelenburg (Zaanstad) 2,5 Oranjebuurt (Beverwijk) 2,0 Heemskerkerduin en Nooddorp 2,4 Oud-Zuid (Amsterdam) 1,7 Ilpendam (Landsmeer) 2,3 Jisp (Wormerland) 1,7 Diemen-Centrum 2,2 bron: CBS/bewerking O+S Tabel 2 Top tien wijken met grootste aandeel hoge inkomens (1% Metropoolverdeling) 2000 2005 Erica en Tafelberg (Huizen) 24,3 Erica en Tafelberg (Huizen) 25,2 Buitenwijken (Huizen) 22,6 Buitenwijken (Huizen) 25,2 Aerdenhout (Bloemendaal) 11,1 Aerdenhout (Bloemendaal) 14,1 Wijk 01 Zandvoort 9,3 Katwoude (Waterland) 10,0 Almere-Hout 8,8 Spiegel (Bussum) 9,5 Noordwestelijke Villawijk (Hilversum) 7,9 Brediuskwartier (Bussum) 8,8 Blaricum 7,0 Wijk 01 Zandvoort 8,4 Katwoude (Waterland) 6,0 Noordwestelijke Villawijk (Hilversum) 7,4 Spiegel (Bussum) 5,9 Blaricum 6,7 Bloemendaal wijk 00 5,9 Almere-Hout 6,6 bron: CBS/bewerking O+S Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld
150 Bijlage 1 Tabellen Tabel 3 Theil-coëfficiënt en Gini-coëfficiënt per gemeente, 2000 en 2005 Theil-coëfficiënt Gini-coëfficiënt 2000 2005 2000 2005 Blaricum 0,31 0,30 0,36 0,39 Bloemendaal 0,18 0,26 0,31 0,37 Laren 0,19 0,23 0,31 0,36 Bussum 0,16 0,23 0,28 0,34 Naarden 0,14 0,21 0,27 0,33 Muiden 0,12 0,22 0,23 0,32 Zandvoort 0,13 0,20 0,26 0,31 Amsterdam 0,15 0,18 0,28 0,31 Heemstede 0,11 0,17 0,25 0,31 Bennebroek 0,13 0,18 0,26 0,30 Zeevang 0,09 0,16 0,23 0,29 Amstelveen 0,11 0,16 0,24 0,28 Beemster 0,10 0,18 0,23 0,28 Wijdemeren 0,10 0,15 0,24 0,28 Huizen 0,11 0,16 0,24 0,28 Ouder-Amstel 0,13 0,15 0,25 0,28 Hilversum 0,11 0,15 0,25 0,28 Landsmeer 0,10 0,15 0,23 0,27 Aalsmeer 0,11 0,13 0,24 0,26 Diemen 0,10 0,11 0,24 0,25 Waterland 0,08 0,12 0,22 0,25 Weesp 0,10 0,12 0,23 0,25 Haarlem 0,09 0,12 0,23 0,25 Haarlemmermeer 0,09 0,12 0,22 0,25 Uithoorn 0,09 0,11 0,22 0,25 Haarlemmerliede en Spaarnwoude 0,09 0,10 0,22 0,24 Wormerland 0,07 0,12 0,21 0,24 Edam-Volendam 0,08 0,11 0,22 0,24 Velsen 0,08 0,12 0,21 0,24 Almere 0,09 0,10 0,22 0,23 Oostzaan 0,07 0,10 0,21 0,23 Zaanstad 0,08 0,09 0,21 0,23 Uitgeest 0,07 0,09 0,21 0,23 Heemskerk 0,07 0,09 0,20 0,22 Beverwijk 0,07 0,08 0,21 0,22 gemiddelde Metropoolregio 0,12 0,15 0,25 0,28 gemiddelde Nederland 0,09 0,12 0,23 0,25 bron: CBS/bewerking O+S Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam
Metropoolregio Amsterdam 2008 Arm en rijk in beeld 151
152 Feiten en cijfers over de Metropoolregio Amsterdam