Rendement bij inductiemachines: motor versus generator

Vergelijkbare documenten
Verschillende normen voor de bepaling van het rendement van een inductiemachine

5. HOOFDSTUK 5 SYNCHRONE MACHINES

WINDENERGIE : GENERATOREN

warmte en licht energie omzetting elektriciteit In een lamp wordt energie omgezet

Modellering windturbines met Vision

Katholieke Hogeschool Kempen Campus HIKempen Geel Departement Industrieel Ingenieur en Biotechniek 4 EM ET. Labo Elektrotechniek

SYNCHRONE MOTOREN I. Claesen / R. Slechten


WINDENERGIE : SYNCHRONE GENERATOREN

Opgaven elektrische machines ACE 2013

Teken grafisch de stroom door de belasting en de stroom geleverd door de secundaire wikkeling. (wo H~ *-l. ~ODI 11 u,

Tent. Elektriciteitsvoorziening I / ET 2105

6. HOOFDSTUK 6 GEBRUIK EN CONSTRUCTIE VAN SYNCHRONE MACHINES

Leereenheid 4. Driefasige synchrone motoren

ELEKTRICITEIT GELIJKSTROOMMOTOREN - LABO

U niversiteit Twente - Faculteit der Elektrotechniek. Ten tam en INLEIDING ELEKTRISCHE ENERGIETECHNIEK ( )

UITWERKINGEN BIJ DE OEFENOPGAVEN BIJ ELEKTRISCHE OMZETTINGEN

Nadere beschouwing. Subtransiënt gedrag

Voorwoord. Invloed van harmonische spanningen op een netgekoppelde inductiegenerator I

Vermogen Elektronica : Stappenmotor

Tentamen Octrooigemachtigden

Testen en metingen op windenergie.

Labo. Elektriciteit OPGAVE: Karakteristieken van driefasetransformatoren. Sub Totaal :.../90 Totaal :.../20

LABO. Elektriciteit OPGAVE: Karakteristieken van synchrone generatoren. Remediering: Datum van opgave: Datum van afgifte: Verslag nr. : 06.

Alternator 1. De functie van de wisselstroomgenerator of de alternator 2. De werking/ basisprincipe van de wisselstroomgenerator

Tentamen Elektriciteitsvoorziening i. (ee2611/et2105d3-t)

P ow er Quality metingen: Harmonischen

Tentamen ELEKTRISCHE OMZETTINGEN (et 13-20)

ASYNCHRONE EN SYNCHRONE GENERATOREN: EEN BREED SPECTRUM

Your added value provider

Analyse van de Futaba S3003 dc motor

Energiemanagement Windturbines

Bespreking Motorkenplaat Asynchrone Motoren. Frank Rubben

ELEKTRICITEIT THEORIE versie:9/05/2004 EENFAZE MOTOREN I. Claesen / R. Slechten

Harmonischen: gevolgen

SAVE EN RGY! Hoe een reductiekast energie-efficiënter kiezen? IWT Tetraproject ETEA

Tentamen ELEKTRISCHE OMZETTINGEN (et2 040)

Licht- en Verlichtingstechnieken : Grondslagen elektriciteit, licht en visuele omgeving : Deel Elektrotechniek

Didactische opstelling U/f sturing.

Inhoudsopgave

Harmonischen in de netstroom

Simulink. Deel1. Figuur 1 Model van het zonnepaneel in Simulink.

Practicum kortsluitankermotor met frequentie-omvormer

Oefensessies. Blok 2 Wk3

Draaistroom en frequentie regelaars.. ZX ronde 8 september 2013

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De koppel-snelheidskarakteristiek van de driefasige asynchrone motor. Totaal :.../100 ../. Remediëring: Datum van opgave:

Schade door lagerstromen.zx ronde 12 maart 2017

Omvormer gedomineerd microgrid met autonome WKK via asynchrone generator

Changing winds. Windmills.

X C D X C D. voertuigentechniek CSPE KB minitoets bij opdracht 8

Masterproef Modellering van een dubbelkooi inductiemotor

De elektromotor Hart van het systeem

vanwege het hoge rendement weinig warmte-ontwikkeling vanwege de steile schakelpulsen genereert de schakeling sterke hf-stoorsignalen

LABO. Elektriciteit. OPGAVE: De gelijkstroommotor .../.../ /.../...

ELEKTRICITEIT-Stappenmotoren

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement

One VLT for all motors free choice of motor and optimal operation

Voorwoord. Bart Moreau Lauwe, juni 2009 III

* Bereken de uitdrukking voor koppel, vermogen en energiestroom voor synchrone generator. * Bespreek in 't algemeen de invertorschakelingen met 180

Passieve filters: enkele case studies

Stedin in transitie. Dr. Ir. E.J. Coster

Antwoorden E-day. Vraag 1: Wat veroorzaakt de hierboven getoonde lagerschade? A) Slechte smering B) Vervuiling C) Stroomdoorgang D) Overbelasting

Studiewijzer (ECTS-fiche)

VOORBLAD SCHRIFTELIJKE TOETSEN. : 0 meerkeuzevragen. : Lees bladzijde 2 door en vul op deze bladzijde je naam, studentnummer en klas in.

Historische autotechniek (4)

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (8)

Niet-symmetrisch driefasig systeem

De dynamo. Student booklet

Case Simulink EE4- Building a SSV - Team PM1 21 maart 2014

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen. Totaal :.../ /.../ Datum van afgifte:

Het testen van led s en drivers

E opgewekte EMK [V] f stator frequentie [Hz] rotor frequentie [Hz] I anker stroom [A] rotor lijnstroom [A] I kortsluitstroom [A]

3 december Geachte heer Don,

Leereenheid 6. Aanvullingen

Arbeid, vermogen en rendement

3. HOOFDSTUK 3 GEBRUIK VAN DE INDUCTIEMACHINE

NIEUWE RENDEMENTSNORMEN EN -RICHTLIJNEN VAN TOEPASSING OP DRIEFASIGE KOOIANKERMOTOREN

3. De éénfasige transformator

Tentamen Octrooigemachtigden

Draaiveldtheorie. Inductiemachines 2

Meting zonnepaneel. Voorbeeld berekening diodefactor: ( ) Als voorbeeld wordt deze formule uitgewerkt bij een spanning van 7 V en 0,76 A:

Inleiding Vermogenversterkers en de Klasse A versterker

Motor- en voertuigprestatie (3)

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (2)

Professionele bachelor elektromechanica

Extra College; Technieken, Instrumenten en Concepten

We kunnen nu met deze kabel de spanning meten door de kabel parallel te schakelen op bv het LEGO zonnepaneel, de LEGO condensator of de LEGO motor.

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

Magnetische toepassingen in de motorvoertuigentechniek (1)

Vrij Technisch Instituut Grote Hulststraat Tielt tel fax

Studenten van de elektronica afdeling van het VTI testen de vorig jaar gebouwde Savonius windturbine uit.

Opgaven met uitwerkingen. bij. Elektrische Omzettingen

4. HOOFDSTUK 4 CONSTRUCTIE VAN INDUCTIEMOTOREN

Harmonischen: een virus op het net? FOCUS

Binnen het interval van toegelaten inlaattemperaturen, daalt het thermisch vermogen bij stijgende inlaattemperatuur.

Deze proef dient om de student inzicht te geven in de werking van de transformator.

Onderzoek werking T-verter.

Transcriptie:

Rendement bij inductiemachines: motor versus generator Focus Inductiemachines vinden meestal hun toepassing als motoren, hoewel er een groeiende markt is voor kleine elektrische generatoren (bijvoorbeeld voor WKK s), waar de inductiemachine als generator een volwaardige concurrent is voor andere machinetypes. Deze markt is echter nog jong, waardoor fabrikanten van inductiemachines meestal enkel het motorrendement vermelden in de catalogi en wordt helemaal geen informatie gegeven met betrekking tot generatorwerking. Voor- en nadelen van inductiemachines Klassieke inductiemachines hebben, voor wat betreft kleinschalige elektriciteitsproductie, enkele nadelen ten opzichte van synchrone en dubbelgevoede inductiemachines. Ze hebben ondermeer een iets lager rendement dan de andere twee machinetypes en voor toepassing in windenergie kunnen ze enkel gebruikt worden bij vast toerental, wat niet toelaat om een optimale vermogenproductie te bekomen. Voordelen van de klassieke inductiemachine zijn dan weer de eenvoud, de robuustheid en lage onderhoudskosten, wat zeker voor lage vermogens (onder 200 kw) opweegt tegen de eerder vermelde nadelen. Inductiemachines met kooirotor kunnen zonder speciale synchronisatieapparatuur met het net gekoppeld worden. Teneinde de transiënte stromen bij het uitvoeren van de netkoppeling te beperken, is het aangeraden de machine voor het aansluiten op het net op een snelheid dichtbij het synchrone toerental te brengen. In geval van een kortsluiting op het net levert de inductiemachine met kooirotor weinig tot geen energie, aangezien de bekrachtiging wegvalt (hierbij wordt wel het remanente magnetische veld in het blikpakket van de machine verwaarloosd). Men dient wel op te letten voor zelfbekrachtiging indien er in de buurt van de machine condensatoren voor het verbeteren van de arbeidsfactor zijn geïnstalleerd.

Bepaling van het rendement Om het rendement van verschillende inductiemachines met kooirotor voor generatorwerking te kunnen vergelijken, dient dit rendement uiteraard met dezelfde methode bepaald te worden. Een Input-Output methode, waarbij alle verliescomponenten met behulp van metingen van spanningen, stromen, vermogens, koppel en snelheid worden gemeten of geschat lijkt hiervoor de beste kandidaat. Nadelen hiervan zijn de nood aan een nauwkeurige (en dus dure) koppelmeting en de relatief tijdsintensieve procedure voor het opstellen, kalibreren en bemeten van de machine. Voordeel is dan weer dat men met deze methode met hoge betrouwbaarheid kan stellen dat alle verliesvermogens accuraat zijn bepaald en gereflecteerd in het uiteindelijke rendement. Het rendement bij motorwerking wordt bepaald als de verhouding van het mechanische uitgangsvermogen tot het elektrische ingangsvermogen. Bij generatorwerking is het gegeven als de verhouding van het elektrische uitgangsvermogen tot het mechanische ingangsvermogen. De vraag stelt zich nu op welke basis het rendement in motor- en generatorwerking kan worden vergeleken. Er zijn verschillende opties: Metingen bij gelijke statorstroom vermits de Jouleverliezen in de statorwikkelingen de grootste verliescomponent is. Metingen bij gelijk elektrisch vermogen in dit geval mogen de verliezen in generatorwerking groter zijn dan deze bij motorwerking. Dit volgt uit een analyse van de formules voor het rendement bij motor- versus generatorwerking. Een overzicht van de verschillende verliesvermogens laat toe te analyseren wat de verschillen zijn tussen motor- en generatorwerking vanuit het oogpunt van rendement: De wrijvings- en ventilatieverliezen, alsook de kernverliezen, worden verondersteld constant te blijven over het volledige werkingsgebied en worden vooraf bepaald aan de hand van een nullastproef. De Jouleverliezen in de stator- en rotorwikkelingen verschillen wel tussen motor- en generatorwerking. De rotorverliezen zijn gelijk aan het slip-percentage s (maat voor de afwijking tussen het werkelijke en het synchrone toerental) maal het luchtspleetvermogen P LS. Dit luchtspleetvermogen wordt bepaald als: P = P P P ( motor) LS elek Joule, stator ijzer P = P + P + P ( generator) LS elek Joule, stator ijzer Bij motorwerking levert het net zowel de Jouleverliezen in rotor en stator als het benodigde magnetisatiestroom (de ijzerverliezen).

Tijdens generatorbedrijf dient de mechanische aandrijfmotor echter de Jouleverliezen te leveren, terwijl het net nog steeds het reactieve vermogen voor de magnetisatie (de ijzerverliezen) levert. Motor versus generator Bij een motor neemt bij toenemende belasting de statorstroom en dus ook de spanningsval over de statorweerstand toe (die zeker bij kleine machines niet verwaarloosbaar is), waardoor de beschikbare spanning voor het opwekken van de EMK (U LS ) daalt, en hiermee ook de magnetisatiestroom (ijzerverliezen) en de kernverliezen. Bij een generator, gekoppeld aan een net met constante spanningsamplitude, leidt een toenemende belasting tot een grotere statorstroom (de uitgangsstroom van de machine naar het net) en een grotere spanningsval over de statorweerstand. Hierdoor stijgt de beschikbare spanning voor het opwekken van de EMK (U LS ) en stijgen de magnetisatiestroom en de kernverliezen. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van het equivalente schema in Figuur 1. Bemerk dat de stroom i ijzer verantwoordelijk is voor de ijzerverliezen. Figuur 1: Equivalent schema met vermogenstromen voor motor- (rood) en generatorbedrijf (blauw) Er kan dus gesteld worden dat bij gelijk actief elektrisch vermogen (P elek ) de statorverliezen groter zijn in generatormode dan bij motorwerking, omdat de statorstroom bij een generator een grotere reactieve component bevat door de toegenomen magnetisatiestroom. De rotorverliezen lijken eveneens groter te zijn bij generatorwerking (door het grotere luchtspleetvermogen P LS ), maar het effect van de slip s dient in rekening te worden gebracht. De verliezen bij generatorwerking zijn dus groter dan deze bij motorbedrijf, maar zoals eerder vermeld mogen ze een factor 1/η motor groter zijn om eenzelfde rendementswaarde voor motor- en generatorwerking te bekomen.

Meetresultaten Ter illustratie worden nu enkele meetresultaten getoond die een vergelijking maken tussen het rendement in motor- en generatorbedrijf. Figuur 2: Rendement volgens IEEE 112-B met gelijk actief elektrisch vermogen in beide modes Figuur 3: Rendement volgens IEEE 112-B met gelijke statorstroom in beide werkingsmodes Uit figuren 2 en 3 blijkt dat niet voor alle inductiemachines geldt dat het rendement als generator lager is dan dit als motor. Algemeen kan worden gesteld dat het generatorrendement lager is dan het motorrendement voor inductiemachines met een magnetische kern die dichtbij verzadiging werkt, in combinatie met een niet-verwaarloosbare statorweerstand. Deze kenmerken zijn vooral eigen aan machines uit de medium tot lage efficiëntieklassen. Machines met een hoger vermogen hebben meestal een

kleinere statorweerstand en vertonen een generatorrendement dat tot 1% hoger kan zijn dan het motorrendement. Inductiemachines met een koperen rotor hebben typisch een hoger rendement (zowel in motor- als generatormode) als deze met een aluminium rotor. Bron: departement Electrotechniek (ESAT)-ELECTA, K.U.Leuven Auteur: ir. W. Deprez en ir T.Loix, ESAT-ELECTA KU Leuven