TECHNISCHE BEPALINGEN PLAATSEN VAN DAKISOLATIE EN RENOVEREN VAN DAKEN TWEEBRUGGENSTRAAT 59, 9000 GENT BOU/2016/041-ID 2938 Aanbestedende overheid : Stad Gent Auteur van het opdrachtdocumenten/ontwerper: : Dienst Bouwprojecten Stad Gent Sint-Salvatorstraat 16 te 9000 Gent DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 1
Inhoud DEEL II : TECHNISCHE BESCHRIJVING... 5 00. ALGEMENE BEPALINGEN...5 00.10. projectgegevens...5 00.20. ontwerpteam...5 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp...5 00.24. ontwerpteam - veiligheidscoördinatie...5 00.30. documenten...5 00.31. documenten - architectuur...5 00.34. documenten - veiligheidscoördinatie...6 01. AANNEMINGSMODALITEITEN...6 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen...6 01.01. aannemingsmodaliteiten bestek PM...6 01.02. aannemingsmodaliteiten voorafgaand plaatsbezoek PM...6 01.03. aannemingsmodaliteiten burgerlijke aansprakelijkheid PM...7 01.04. aannemingsmodaliteiten volledigheid van inschrijving PM...7 01.05. aannemingsmodaliteiten onderaanneming PM...7 01.06. aannemingsmodaliteiten verrekeningen PM...7 01.07. aannemingsmodaliteiten keuringsattesten PM...8 01.08. aannemingsmodaliteiten materialenlijst PM...8 01.09. aannemingsmodaliteiten Gents beleid inzake duurzaam materiaalgebruik PM...9 01.09.01. Gents beleid FSC-gelabeld hout...9 01.09.02. Gents beleid milieuvriendelijke verven...10 01.10. plaatsbeschrijvingen algemeen...11 01.20. werfcoördinatie algemeen...11 01.21. werfcoördinatie planning van de werken PM...12 01.22. werfcoördinatie werfleiding en controle PM...12 01.23. werfcoördinatie werfvergaderingen PM...12 01.26. werfcoördinatie uitvoering van de werken tijdens ingebruikname school PM...12 01.30. werfcondities algemeen...12 01.31. werfcondities orde en netheid PM...12 01.32. werfcondities geluids- en stofhinder PM...13 01.40. veiligheidsvoorschriften algemeen PM...13 02. BOUWPLAATSVOORZIENINGEN... 15 02.00. bouwplaatsvoorzieningen - algemeen...15 02.10. beschermingswerken...15 02.11. beschermingwerken openbare weg PM...15 02.12. beschermingwerken speelplaats (sportvloer) PM...15 02.13. beschermingwerken traphallen PM...16 02.14. beschermingwerken buitenschrijnwerk PM...16 02.30. toegangswegen algemeen...16 02.33. toegangswegen parkeerruimte voor laden en lossen PM...16 02.40. voorlopige omheining algemeen PM...16 02.50. aankondiging werf algemeen...17 02.51. aankondiging werf - werfbord PM...17 02.60. werflokalen algemeen...18 02.61. werflokalen berging van materieel en bouwmaterialen PM...18 02.70. nutsvoorzieningen algemeen...18 02.80. arbeidsmiddelen algemeen...19 02.81. arbeidsmiddelen werken op hoogte...19 02.82. arbeidsmiddelen hijsen en heffen van lasten PM...19 03. AFBRAAKWERKEN... 20 03.00. afbraakwerken algemeen...20 03.20. afbraak ruwbouwelementen - algemeen...20 03.22. afbraak ruwbouwelementen vloeren...21 03.30. afbraak dakelementen algemeen...21 03.32. afbraak dakelementen plat dak...21 DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 2
03.40. afbraak gevelelementen algemeen...25 03.45. afbraak gevelelementen kooiladders (niet te recupereren) TP...25 03.60. afbraak technieken - algemeen...25 03.61. afbraak technieken leidingen...25 04. GEBOUWPRESTATIES... 26 04.00. gebouwprestaties - algemeen...26 04.40. brandveiligheid - algemeen PM...26 22. GEVELMETSELWERK... 27 22.30. renovatiewerken algemeen...27 22.31. renovatiewerken herstelling bestaand gevelmetselwerk FH m2...27 22.32. renovatiewerken terugplaatsen te recupereren deksteen (blauwe hardsteen) TP...28 22.33. renovatiewerken terugplaatsen zettingsprofiel (aluminium) TP...28 26. STRUCTUURELEMENTEN BETON... 30 26.40. betonrenovatie - algemeen...30 26.41. betonrenovatie passivatie van vrijgemaakte wapeningsstaven PM...31 26.43. betonrenovatie handmatig te plaatsen mortel...31 27. STRUCTUURELEMENTEN STAAL... 33 27.00. structuurelementen staal stalen liggers...33 27.01. algemeen verbindingen PM...33 27.02. algemeen stabiliteitsstudie PM...33 27.10. balken algemeen...33 27.12. balken gemetalliseerd profielstaal VH kg...33 27.60. corrosiebescherming - algemeen...34 27.64. corrosiebescherming roestwerende verfsystemen PM...35 27.70. brandbeveiliging algemeen...35 27.71. brandbeveiliging brandwerend verfsysteem PM...36 33. DAKVLOER PLAT DAK... 37 33.00. dakvloer plat dak - algemeen...37 33.02. voorbereidingswerken - bestaande dakdichting FH m2...37 33.20. beplating op dakopstanden - algemeen...37 33.21. beplating multiplex (strook +/- 10cm) FH m...37 34. THERMISCHE ISOLATIE PLAT DAK... 39 34.00. thermische isolatie plat dak - algemeen...39 34.11. isolatieplaten plat dak Minerale wol...39 34.12. isolatieplaten plat dak PIR...41 34.20. dampscherm - algemeen...43 34.21. dampscherm FH m2...44 35. AFDICHTING & AFWERKING PLAT DAK... 45 35.00. afdichting & afwerking plat dak - algemeen...45 35.01. afdichting & afwerking plat dak - waterdichtheidsproeven PM...46 35.02. afdichting & afwerking plat dak - waarborgen & attesten PM...46 35.03. afdichting & afwerking plat dak - renovatie bestaande daken PM...46 35.20. kunststof dakafdichting - algemeen...46 35.50. toebehoren plat dak algemeen...49 35.51. toebehoren plat dak dakdoorvoeren FH st...49 35.53. toebehoren plat dak valbeveiliging...49 36. DAKLICHTOPENINGEN... 52 36.00. daklichtopeningen - algemeen...52 36.30. koepels - algemeen...52 36.32. koepels kunststof polycarbonaat (PC) vast FH st...52 36.33 koepels kunststof polycarbonaat (PC) - rook- en warmteafvoer FH st...53 DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 3
37. DAKRANDEN EN KROONLIJSTEN... 55 37.00. dakranden en kroonlijsten - algemeen...55 37.10. slabben, loketten en aansluitbanden - algemeen...55 37.11. slabben, loketten en aansluitbanden - metaal...55 37.12. slabben, loketten en aansluitbanden - membranen...55 37.20. dakrandprofielen - algemeen...56 37.21. dakrandprofielen - metaal...57 38. DAKWATERAFVOER... 58 38.00. dakwaterafvoer - algemeen...58 38.30. afvoerpijpen - algemeen...58 38.31. afvoerpijpen - kunststof...58 38.50. toebehoren - algemeen...59 38.51. toebehoren dakkolken en tapbuizen...60 38.51.01. toebehoren plaatsen nieuwe tapbuizen PE Ø 90 FH st...60 38.52. toebehoren - draad- en bolroosters FH st...60 38.54. toebehoren - noodspuwers PE Ø 50 (incl. boring) FH st...60 44. BUITENTRAPPEN & BORSTWERINGEN... 62 44.00. buitentrappen en borstweringen - algemeen...62 44.60. brandladders - algemeen...62 44.62. brandladders - aluminium...62 44.62.01 brandladders aluminium hoogteverschil +/- 3 m FH st...63 44.62.02 brandladders aluminium hoogteverschil +/- 5 m FH st...63 51. BINNENPLAATAFWERKINGEN... 64 51.00. binnenplaatafwerkingen - algemeen...64 51.50. plafondafwerking algemeen...64 51.52. plafondafwerking uitbekleding daklichtopeningen PM...64 82. BUITENSCHILDERWERKEN... 66 82.00. buitenschilderwerken - algemeen...66 82.20. buitenschilderwerken op beton - algemeen...66 82.22. buitenschilderwerken op beton - luifels VH m2...66 100 PATRIMONIUMBEHEER / ONVOORZIENE OMSTANDIGHEDEN... 69 100.01 Werken op grond van werkelijke uitgaven TTB...69 100.02 Schoonmaak van de werf - eindschoonmaak PM...69 100.03 Overdracht nuttige informatie voor goed onderhoud PM...70 DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 4
DEEL II : Technische beschrijving 00. ALGEMENE BEPALINGEN 00.10. projectgegevens Het uit te voeren project betreft het plaatsen van isolatie en het renoveren van de bestaande platte daken van een schoolgebouw (Hotelschool), gelegen in de Tweebruggenstraat 59-9000 Gent BOUWPLAATS Tweebruggenstraat 59 9000 Gent BOUWHEER Stad Gent Botermarkt 1 9000 Gent 00.20. ontwerpteam 00.21. ontwerpteam - architecturaal ontwerp Het architecturaal ontwerp is opgemaakt door Stad Gent Departement Facility Management Dienst Bouwprojecten Sint Salvatorstraat 16 9000 Gent Tel 09/266 58 00 bouwprojecten@stad.gent 00.24. ontwerpteam - veiligheidscoördinatie De procedure voor de veiligheidscoördinatie is(gelijktijdig) opgestart. Vanaf 10 juni as worden de concrete gegevens toegevoegd. De veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking wordt uitgevoerd door Buresco ebvba Queneau 47 7880 Vloesberg Projectverantwoordelijke Eric Burens Tel 0478 404 958 Fax 068 570 300 eric@buresco.be 00.30. documenten 00.31. documenten - architectuur PLANNENLIJST - Plan 1/2: bestaande toestand: dakenplan + details - Plan 2/2: nieuwe toestand: dakenplan + principedetails DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 5
00.34. documenten - veiligheidscoördinatie VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDPLAN 01. AANNEMINGSMODALITEITEN 01.00. aannemingsmodaliteiten - algemeen De voorschriften van dit hoofdstuk vormen een toelichting en/of aanvulling bij de wetgeving overheidsopdrachten. Aan alle hieraan verbonden verplichtingen en aansprakelijkheden wordt door onderhavige richtlijnen op geen enkele manier afbreuk gedaan. De aard van alle artikels van dit hoofdstuk 01. Aannemingsmodaliteiten is Pro Memorie (PM), inbegrepen in het geheel van de aanneming. 01.01. aannemingsmodaliteiten bestek PM OPBOUW VAN HET BESTEK Algemeen Ruimte voor algemene bepalingen zoals definities, begrippen, randbepalingen enz. Algemene beschrijving van de uit te voeren werken vervat onder het desbetreffend artikel. Vermelding van de delen van het gebouw waarop het artikel van toepassing is. Beschrijving van de te gebruiken specifieke materialen, met inbegrip van alle materialen nodig bij de verwerking om het eindresultaat te bekomen. Beschrijving van de uitvoeringswijze van de werken; zijnde de minimaal te respecteren uitvoeringsmodaliteiten aan te vullen met de richtlijnen van de fabrikanten. Meeteenheid: de gehanteerde meeteenheid Meetcode: wijze van opmeting Aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (V.H.), Forfaitaire Hoeveelheid (F.H.), Som over geheel (S.O.G), Pro Memorie (PM) of Tegen Terug Betaling (TTB). De artikels Pro Memorie zijn verondersteld inbegrepen in de aanneming, en verrekend over alle artikels. NORMEN De aannemer is behalve aan alle in het bestek vermelde normen onverminderd onderworpen aan de bepalingen van de geldende normen NBN, technische voorschriften van de STS en, TV s (WTCB) en PTV s (Probeton) zoals die drie maanden voor de aanbestedingsdatum werden gehomologeerd of geregistreerd. 01.02. aannemingsmodaliteiten voorafgaand plaatsbezoek PM Door het feit dat hij zijn offerte indient, erkent de inschrijver dat hij ter plaatse is geweest en zich op de hoogte heeft gesteld van de bestaande toestand van de bouwplaats, de ligging, de omgeving en de toegangswegen. Hierdoor wordt de inschrijver geacht zich volledig rekenschap te hebben gegeven van de omvang van de aanneming en de moeilijkheidsgraad van de uit te voeren werken, m.b.t. - de algemene coördinatie van de werken - de inrichting van de bouwplaats - de gemeentelijke voorschriften en nutsleidingen - de noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen op de werf - de mogelijkheden tot de aanvoer en het stockeren van bouwmaterialen - het plaatsen van stellingen - de opstelling van aangepast materieel (kranen, ) - de eventuele voorafgaande sloopwerken - de gebeurlijke aanbouw tegen en de bijhorende afwerkingen van scheidingsmuren of bestaande constructies,. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 6
Het plaatsbezoek is verplicht. Het attest van plaatsbezoek is als bijlage bijgevoegd bij dit bestek. Er zal geen enkele verrekening aanvaard worden i.v.m. de omvang en aard van de werken, die tijdens het plaatsbezoek vastgesteld had kunnen worden. De aannemer maakt een afspraak met de bouwheer, zodat deze de aannemer toegang kan verlenen tot het gebouw. Meetcode Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Inbegrepen in de aanneming. 01.03. aannemingsmodaliteiten burgerlijke aansprakelijkheid PM De aannemer is verantwoordelijk voor iedere schade die hij tijdens of door zijn werken zou toebrengen aan gebouwen, inboedel, beplanting, wegenis, nutsleidingen, e.d. of aan derden zowel aan hun persoon als aan hun goederen. De aansprakelijkheid van de aannemer, werd beschreven in deel 1: ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN. Meetcode Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Inbegrepen in de aanneming. 01.04. aannemingsmodaliteiten volledigheid van inschrijving PM De opsomming van de prestaties in de verschillende documenten of omschrijving in dit bestek moet als niet beperkend worden beschouwd. Door zijn inschrijving verplicht de aannemer zich ertoe in het kader van zijn forfaitaire prijs alle prestaties te leveren die behoren tot en/of in verband staan met de volledige en onberispelijke voltooiing van de werken, zoals die in het aannemingsdossier voorzien zijn: - Bijkomende leveringen en prestaties die niet expliciet beschreven zijn in het bijzonder bestek, detailplannen of uitvoeringsschema s, maar onontbeerlijk zijn voor een volledige en vakkundige uitvoering van de werken of technische installaties maken integraal deel uit van de overeenkomst en worden verondersteld te zijn opgenomen in de prijsbieding. - Eventuele leemtes of opmerkingen moeten gemeld worden bij de inschrijving. Zo niet worden deze verondersteld te zijn inbegrepen in de offerte. - De aannemer kan zich niet beroepen op onderschatting of misvatting van de beschreven werken om afwijkingen van het aannemingscontract te bedingen. - De inschrijver voorziet in zijn prijs alle noodzakelijke maatregelen om in functie van de lokale omstandigheden de werken tot een goed eind te brengen en is daartoe gehouden zich te vergewissen van de toestand ter plaatse. Geen enkel supplement voor onvoorziene omstandigheden zal uit dien hoofde mogen verrekend worden. Meetcode Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Inbegrepen in de aanneming. 01.05. aannemingsmodaliteiten onderaanneming PM Niettegenstaande de aanbestedende overheid geen contractuele band heeft met de onderaannemers eist zij van de hoofdaannemer dat hij enkel werkt met onderaannemers die een erkenning hebben voor het deel van de opdracht dat zij zullen uitvoeren. Het bestek kan steeds bijkomende eisen opleggen inzake onderaannemers (zoals habilitatie, erkenningen, e.d.). 01.06. aannemingsmodaliteiten verrekeningen PM VERREKENINGEN TENGEVOLGE VAN VERMOEDELIJKE HOEVEELHEDEN - VA1 Alle hoeveelheden vermeld op de samenvattende opmeting zijn forfaitair, behalve de hoeveelheden die volgens de documenten tegen prijslijst worden uitgevoerd en die worden voorafgegaan of gevolgd door de vermelding VH of Vermoedelijke Hoeveelheid. Enkel die werken en artikels die uitdrukkelijk als vermoedelijke hoeveelheid zijn opgenomen in het bestek komen in aanmerking. Overschrijdingen van vermoedelijke hoeveelheden moeten voorafgaandelijk aangevraagd worden aan de opdrachtgever. Zij zullen na uitvoering verrekend worden op basis van de opgegeven eenheidsprijzen. De aannemer legt alle nuttige bewijzen voor om de juiste hoeveelheden te bepalen. De opmeting zal gebeuren op initiatief van de DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 7
aannemer, op het ogenblik dat ze best controleerbaar zijn, in het bijzijn van de architect en/of een afgevaardigde van het opdrachtgevend Bestuur. VERREKENINGEN TENGEVOLGE VAN WIJZIGINGEN TIJDENS DE UITVOERING VAN DE WERKEN - VA2 Iedere wijziging, toevoeging of weglating van werken moet in principe worden vermeden. Indien toch noodzakelijk zijn zij het voorwerp van een verrekening. Ze worden opgesteld vóór de uitvoering van de werken en onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door het opdrachtgevend Bestuur. 01.07. aannemingsmodaliteiten keuringsattesten PM In dit bestek wordt voor verschillende materialen en/of systemen geëist dat zij beschikken over een merk van overeenkomstigheid BENOR of een doorlopende technische goedkeuring ATG of een gelijkwaardig keuringsattest. De producten waarvoor een merk van overeenkomstigheid BENOR of een technische goedkeuring ATG bestaat, of die het voorwerp uitmaken van een kwaliteitscontrole tijdens de fabricage door een door de overheid erkende onpartijdige instelling, worden vrijgesteld van de proeven voor voorafgaande technische keuring. De aanbestedende overheid behoudt zich nochtans het recht voor om, in geval van twijfel, op haar kosten tot een geheel of een gedeelte van de keuringsproeven over te gaan; de resultaten van deze proeven kunnen worden meegedeeld aan de instelling belast met het toekennen van het merk BENOR of ATG of met de kwaliteitscontrole van het desbetreffend product. Wanneer door de aannemer een partij zogenoemd (aan BENOR of ATG) gelijkwaardige producten voorgesteld wordt, toont de aannemer vooraf en op zijn kosten de gelijkwaardigheid aan met een gemotiveerde nota opgesteld in het Nederlands. Deze nota omvat alle stavingsstukken zoals auditrapporten, proefuitslagen,, opgemaakt door een officieel erkend onafhankelijk laboratorium. Indien de gelijkwaardigheid niet aanvaard wordt door de aanbestedende overheid zal deze overgaan tot een volledige partijkeuring ten laste van de aannemer. De betrokken producten mogen niet verwerkt worden voordat alle resultaten positief zijn. De aannemer heeft in dit geval nooit recht op schadevergoeding noch op termijnverlenging. 01.08. aannemingsmodaliteiten materialenlijst PM De aannemer legt op vraag van de architect of het Bestuur bij aanvang van de werken en/of minstens 15 dagen voor iedere levering of verwerking een lijst ter goedkeuring voor van alle te gebruiken materialen en systemen, samen met bijhorende representatieve stalen, kleurkaarten, technische fiches en eventueel voorgeschreven keuringsattesten. Wanneer dit gevraagd wordt, zal de aannemer de materialen, voor de aanvang van de werken, laten beproeven. De aannemer is ertoe gehouden het advies in te winnen van de leveranciers en/of fabrikanten van alle door hem gebruikte producten en materialen; hij houdt zich strikt aan al hun voorschriften. In geval van onverenigbaarheid met bepalingen uit dit bestek of met de uitvoeringstekeningen, brengt hij de ontwerper en het opdrachtgevend Bestuur hiervan voor uitvoering op de hoogte. Alle gebruikte materialen en producten worden ter goedkeuring voorgelegd aan het opdrachtgevend Bestuur en de ontwerper, m.i.v. van de nodige technische fiches en stalen. De aannemer dient de materialen geruime tijd voor hun verwerking voor te leggen; hij legt steeds het volledige gamma voor dat past binnen de beschrijving, m.i.v. alle kleuren en modellen. Specificaties - De aannemer houdt een overzichtslijst bij van alle technische fiches, genummerd, met aanduiding van datum van goed- of afkeuring. - Alle technische fiches hebben eenzelfde voorblad, waarop alle informatie betreffende het product terug te vinden is (naam project, besteknummer, volgnummer technische fiche, datum, verwijzing naar het artikelnummer in het bestek, merk, type, ). Sjabloon voorblad ter goedkeuring voor te leggen. - 1 product per technische fiche. - Bij afkeuring van een product dient een aangepaste technische fiche voorgelegd te worden ter goedkeuring. De goedkeuring van een materiaal wordt vastgelegd in de verslagen van de werfvergaderingen of in het dagboek der werken. Deze goedkeuring ontslaat de aannemer niet van zijn verantwoordelijkheid inzake kwaliteit van het materiaal, de uitvoering en de uitvoeringstermijn. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 8
Materialen De materialen worden zoveel mogelijk in recycleerbare verpakkingen geleverd. Het verpakkingsmateriaal wordt systematisch gesorteerd op de werf. Vlarema is van toepassing. De aannemer toont aan de hand van de veiligheidsfiche (Safety Data Sheet) of de technische fiche aan dat er bij de productie van de gebruikte materialen geen stoffen voorkomen die als schadelijk beschouwd worden door de Europese richtlijn 67/548/EEC. Afwerkingsmaterialen en -producten die in contact staan met de binnenomgeving van het gebouw mogen geen stoffen bevatten die kankerverwekkend (R40, R45, R49), mutageen (R46, R68), schadelijk of giftig voor de voortplanting (R60, R61, R62, R63) of toxisch (R23, R24, R25, R26, R27, R28) zijn. Hierbij wordt verwezen naar de Europese Verordening (EG) nr. 1272/2008. 01.09. aannemingsmodaliteiten Gents beleid inzake duurzaam materiaalgebruik PM 01.09.01. Gents beleid FSC-gelabeld hout Duurzaam beheerd en gewonnen hout Een groot deel van alle planten- en diersoorten leeft in bossen. Deze bossen hebben een gunstige invloed op het klimaat. Ze slaan grote hoeveelheden van het broeikasgas CO2 op en ze houden het ecologisch evenwicht van de flora en fauna in stand. Daarnaast leveren ze de mens hout en allerlei nuttige producten zoals grondstoffen voor medicijnen. Veel mensen zijn voor hun bestaan afhankelijk van de bossen. De Stad vereist daarom dat al het hout afkomstig is uit bossen die op duurzame wijze worden beheerd. Dit impliceert dat er geen kaalkap wordt gepleegd maar wel een selectieve kap, dat er bomen worden heraangeplant en dat men ervoor tracht te zorgen dat het ecosysteem in het bos niet wordt verstoord. Alle gebruikte hout dient gewonnen te zijn volgens criteria voor de validering van boscertificercingssystemen. Het hout moet onder andere voldoen aan onderstaande criteria Het hout moet afkomstig zijn uit verantwoord beheerde bossen en/of bijdragen aan een verantwoord beheer van bossen (bv door recyclage). Het product moet volledig vervaardigd zijn uit hout of vezels uit een verantwoord beheerd bos. Er moet rekening gehouden worden met de sociale aspecten van het bosbeheer. De rechten van inheemse gemeenschappen die in het bos wonen of van het bos afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud worden erkend en gerespecteerd. Er moet rekening gehouden worden met de ecologische aspecten van het bosbeheer. Er wordt verantwoord omgesprongen met de fauna en de flora, de bodem en de waterhuishouding. Bossen met grote beschermingswaarde genieten bijkomende bescherming. De bossen waaruit het hout afkomstig is moeten economisch leefbaar zijn, ook op lange termijn. Bosbeheer moet in de eerste plaats de lokale economie versterken. Al het hout dat voorzien is van een FSC label voldoet aan de gestelde eisen van de Stad Gent, naast elke ander bewijs. Alle toepassingen van hout en plaatmaterialen op basis van hout. HOUTSOORT: GELABELD MET ECOLABEL: NBN EN 942 - Hout voor schrijnwerkerij - Algemene indeling van de houtkwaliteit (1996), TV 166 Houten binnenschrijnwerk. Leidraad voor de goede plaatsing rekening houdend met hygrothermische omstandigheden (WTCB, 1986). Een ecolabel is verplicht. Dit label zal het bewijs leveren dat het hout afkomstig is uit bossen waarvan het verantwoord beheer door een onafhankelijke instelling volgens internationaal erkende criteria werd gecertificeerd. Dit ecolabel is het FSC-label (Forest Stewardship Council) of een equivalent dat voldoet aan de hierna volgende voorwaarden: Het systeem voor certificering moet: - geloofwaardig zijn voor de administratie/opdrachtgever. - operationeel zijn op internationaal vlak. - gebaseerd zijn op objectieve en verifieerbare criteria, die het resultaat zijn van een brede consultatie DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 9
met de opdrachtgever/administratie, met de verbruiker en met de milieubeweging. - niet discriminerend zijn voor bepaalde bostypes of categorieën van bosbeheerders, waar ook ter wereld. - een minimumniveau van ecologisch en sociaal beheer als vereiste stellen, beheer waartoe de bosbeheerder zich moet engageren. - gebaseerd zijn op betrouwbare en onafhankelijke controle. - transparant zijn, zodat al een zelfcontrole tegen misbruiken ingebouwd is. - institutioneel en politiek aangepast zijn aan de lokale omstandigheden. - doelgericht, efficiënt en economisch rendabel zijn. - leiden tot een label op of bij het product, waardoor het product uit verantwoord beheerde bossen op een betrouwbare manier kan onderscheiden worden van andere producten. Bijzondere uitvoeringsvoorwaarden Chain of Custody van een duurzaamheidslabel De Chain of Custody vermelding op een factuur betekent dat alle bedrijven in de handelsketen van zagerij tot fabrikant van eindproducten, in staat zijn de stroom FSC of anders gelabeld - gecertificeerde houtproducten te traceren, zowel administratief als fysiek. Elke schakel in de handelsketen van duurzaam geëxploiteerd hout moet een audit ondergaan, die moet garanderen dat gelabeld hout wel degelijk afkomstig is van gecertificeerde bossen. Deze keten wordt de Chain of Custody (COC) genoemd. Enkel bedrijven die een Chain of Custody certificaat hebben, mogen gelabelde producten verkopen. Op dit certificaat wordt een specifiek Chain of Custody-nummer vermeld. Elk bedrijf heeft zijn eigen nummer. De opdrachtnemer beschikt over een Chain of Custody certificering omtrent de herkomst van het FSC of anders gelabeld hout. Bij ontbreken hieraan bewijst de opdrachtennemer dat zijn houtleverancier over een dergelijke certificering beschikt. Meetcode Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Kosten naar evenredigheid te verdelen over alle respectievelijke uitvoeringsposten waarop dit artikel betrekking heeft. 01.09.02. Gents beleid milieuvriendelijke verven Alle toepassingen van verven, vernissen en beitsen. Verfsoort: watergedragen verven. Technische eisen geldig voor de diverse watergedragen verven: - Alle verven zijn geschikt voor binnen- en buitentoepassingen, tenzij anders vermeld. - Alle verven dienen een uitstekende hechting te bezitten op diverse ondergronden, zoals beton, metselwerk, pleisterwerk enz., evenals op oppervlakken die eerder werden behandeld met waterverdunbare verven. - Voor nieuwe materialen, zoals gips en gipskarton, kan een fixeermiddel worden voorzien. - Het aanbrengen gebeurt door middel van borstel of rol. - De verf is geurarm, milieuvriendelijk en bezit goede vloei-eigenschappen. - Goede buitenduurzaamheid, degelijk glans- en kleurbehoud onder klimatologische omstandigheden zijn vereist. - De verven moeten leverbaar zijn in de opgelegde kleuren en glansgraden. Verf conform de VOC-normen: - Dekkend vermogen : Het dekkend vermogen, gemeten met de zgn. dambordmethode, zal voor de witte verven minimaal 6,5 m2/l bedragen. - Kleur : De kleuren zullen worden bepaald op basis van het NCS of RAL systeem, of met kleurkaart. Bij levering zal de kleurafwijking ( E), spectrofotometrisch bepaald, minder dan drie eenheden bedragen ( E<3). - Glansgraad : De glansgraad wordt gemeten onder een hoek van 60 /60. Volgende glansgraden worden weerhouden: mat: <12% --- soft: 15%< <25% --- zijdeglans: (25%< <55%) --- glanzend >65% ---hoogglans >80%. Meetcode Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Kosten naar evenredigheid te verdelen over alle respectievelijke uitvoeringsposten waarop dit artikel betrekking heeft. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 10
01.10. plaatsbeschrijvingen algemeen De plaatsbeschrijvingen omvatten een volledige en nauwkeurige weergave van de toestand waarin eigendommen, zowel roerend als onroerend, zich bevinden op het ogenblik van het onderzoek. De betrokken eigendommen betreffen alle, zelfs niet aanpalende, eigendommen en openbare domeinen (toegangszone tot de werf, voetpaden, enz.) die op een of andere wijze nadelige invloeden zouden kunnen ondergaan door de uitvoering van de werken, de toepassing van bepaalde uitvoeringstechnieken en/of alle daarmee verband houdende activiteiten. Het is aan de aannemer om ervoor te zorgen dat alle betrokken eigendommen zijn opgenomen in de plaatsbeschrijving. Dit betreft zowel alle aangrenzende constructies als de wegenis en voetpaden rondom het gebouw. Schade mogelijks het gevolg van de uitvoering van de werken aan eigendommen of gebouwdelen niet opgenomen in de plaatsbeschrijving, vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van de aannemer. De aannemer is er toe gehouden uiterlijk 10 dagen voor de aanvangsdatum der werken een tegensprekelijke plaatsbeschrijving op te stellen. Indien de aannemer nalaat een plaatsbeschrijving te laten opstellen of door het Bestuur voor akkoord te laten ondertekenen, draagt hij hiervoor alle verantwoordelijkheid. De tegensprekelijke plaatsbeschrijvingen en de vergelijkende beschrijvingen worden opgemaakt door een beëdigd onafhankelijk expert, aangesteld door de aannemer, na voorafgaandelijk akkoord van het opdrachtgevend Bestuur. Voor de aanvang van de werken wordt een kopie van de door alle betrokken partijen ondertekende plaatsbeschrijving(en) aan alle betrokken partijen en het Bestuur overhandigd. Bij het einde van de werken wordt een tegensprekelijke staat van vergelijking opgemaakt met de vaststelling van de mogelijke schade t.o.v. de toestand vermeld in de plaatsbeschrijvingen bij de aanvang van de werken. De aannemer moet de vastgestelde beschadigingen herstellen of de schade vergoeden. Vóór de voorlopige oplevering overhandigt hij de opdrachtgever de schriftelijke verklaringen van de betrokken eigenaars dat ze ofwel geen schade hebben geleden ofwel dat de schade werd hersteld en/of vergoed. De plaatsbeschrijving zal bestaan uit een nauwkeurige tekstuele beschrijving een visualisering van de bestaande situatie d.m.v. foto s of video een ontvangstmelding en door de eigenaar(s) voor akkoord ondertekend exemplaar Het eindrapport beslaat een geschreven tekst met vermelding van de wijzigingen t.o.v. de originele plaatsbeschrijving, aangevuld met foto s van de gebeurlijke schadegevallen. 01.10.10. plaatsbeschrijvingen bij aanvang van de werken PM Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 01.10.20. plaatsbeschrijvingen staat van vergelijking PM Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 01.20. werfcoördinatie algemeen Algemeen Een optimale coördinatie en planning van de werken moet worden gegarandeerd tussen de werklieden van de hoofdaannemer en deze van andere (onder)aannemers die gelijktijdig op de bouwplaats werkzaam kunnen zijn. De gelijktijdigheid van werken kan niet resulteren in welke schadeclaim dan ook t.o.v. het Bestuur. Zo is het noodzakelijk om tijdig de noodzakelijkheid te signaleren van de door andere aannemers uit te voeren werken teneinde geen vertragingen op te lopen of elkaar te hinderen. In geval van geschillen zal de architect en/of de veiligheidscoördinator-verwezenlijking alleen onherroepelijk beslissen. Voor de aanvang der werken levert de aannemer aan de architect en opdrachtgever een lijst van alle onderaannemers die op de werf zullen werken de naam van de werfleider die op de bouwplaats aanwezig zal zijn tot alle werken beëindigd zijn DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 11
01.21. werfcoördinatie planning van de werken PM Voor de aanvang van de werken moet een globale planning opgemaakt worden in samenspraak met de opdrachtgever, de architect en de betrokken studiebureau s. Deze planning houdt rekening met de vastgelegde uitvoeringstermijnen door de verschillende onderaannemers. Eventuele opmerkingen zullen door de aannemer in een herziene versie worden verwerkt. Op regelmatige tijdstippen zal de planning worden geëvalueerd, i.f.v. de vordering van de werken, de vastgelegde uitvoeringstermijn en gebeurlijke termijnsverlengingen. 01.22. werfcoördinatie werfleiding en controle PM WERFLEIDING De aannemer neemt persoonlijk de leiding van en het toezicht op de werken op zich of wijst hiervoor een gemachtigde aan, die als werfverantwoordelijke instaat voor de goede uitvoering van de opdracht. De gemachtigde moet door het opdrachtgevend Bestuur worden erkend. Het Bestuur heeft steeds het recht om de gemachtigde te doen vervangen. WERFCONTROLE 0p de werf is steeds een kopie van het volledige aannemingsdossier aanwezig. De plannen worden op een afgesproken plaats opgehangen; hierop worden alle verbeteringen en aanpassingen aangeduid. Deze wijzigingen worden, na goedkeuring door de architect en/of opdrachtgever, in het dagboek der werken en/of de werfverslagen genoteerd. Het dagboek der werken en een kopie van alle werfverslagen moeten zich steeds op de bouwplaats bevinden in het werfkantoor. De aannemer stelt het nodige materieel (gereedschap, ladders, ), personeel enz. ter beschikking van het Bestuur en de controleorganen om al de door hen nuttig geachte controles uit te voeren. 01.23. werfcoördinatie werfvergaderingen PM Minstens eenmaal per werkweek vindt er een werfvergadering plaats. Er wordt in samenspraak tussen de opdrachtgever, de architect en de aannemer een bepaalde dag van de week en een vast uur afgesproken waarop de werfvergaderingen worden gehouden. Eventueel bijkomende vergaderingen op uitnodiging van de architect of het Bestuur zijn verplichtend voor de aannemer. In overleg tussen het Bestuur en de architect worden dag en uur bepaald. Van elke werfvergadering wordt door de architect een werfverslag opgemaakt waarin alle besproken punten worden opgenomen en dat aan alle betrokken personen wordt overhandigd of toegestuurd. Deze verslagen zullen de waarde hebben van een aangetekende briefwisseling. Alle punten waarop geen bezwaar gemaakt is, worden als bekrachtigd beschouwd. 01.26. werfcoördinatie uitvoering van de werken tijdens ingebruikname school PM Het schoolgebouw blijft in gebruik tijdens de uit te voeren werken. De aannemer moet zijn werkzaamheden zodanig organiseren, dat het gebruik van het gebouw niet in het gedrang komt. 01.30. werfcondities algemeen 01.31. werfcondities orde en netheid PM De hoofdaannemer richt een nette en ordentelijke werf in en is gedurende de hele uitvoering van de werken verantwoordelijk voor het onderhoud en regelmatig opruimen ervan. TUSSENTIJDS OPRUIMEN & REINIGEN VAN DE BOUWPLAATS Tot aan de voorlopige oplevering staat de aannemer in voor: -het wekelijks opruimen van de bouwplaats en reinigen van werflokalen, of telkens het opdrachtgevend Bestuur, architect of veiligheidscoördinator hierom verzoeken. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 12
-het regelmatig opruimen en verwijderen van de werf van alle puin, afval, overschotten van gebruikte materialen of afval van de door hem en/of zijn onderaannemers uitgevoerde werken. Onder regelmatig wordt verstaan: met een frequentie die het functioneren van het in dienst blijvend gebouw garandeert zonder hinder. -de opkuis of reiniging geldt niet enkel voor de zones waar de specifieke werken plaats vonden. Ook de lokalen die veel circulatie kregen te verduren gedurende de bouwwerkzaamheden en mogelijks geen deel uitmaakten van de werfzone (grenzen van de aanneming), vereisen een grondige opkuisbeurt, begrepen in dit artikel, voor zover duidelijk is dat de vervuiling een gevolg is van de werken. -het treffen van alle maatregelen om de toegangswegen tot de werf (wegenis, riolen) proper te houden; alle door het gemeentebestuur opgelegde waarborgen betreffende het openbaar domein zijn daarbij ten laste van de aannemer. ALGEMENE SCHOONMAAK VOOR DE VOORLOPIGE OPLEVERING Bij het beëindigen van de werken en voor er tot de voorlopige oplevering kan worden overgegaan, moet de aannemer zorgen voor een grondige opkuis van de volledige werf, zowel buiten als binnen de gebouwen, door hem gebruikt tijdens de werken, ongeacht of de vervuiling door hemzelf of zijn onderaannemers werd veroorzaakt. De reinigingswerken gebeuren met aangepaste producten en waar vereist door gekwalificeerd personeel. Keuring De architect en het Bestuur behouden zich het recht voor om na schriftelijke aanmaning, en indien de aannemer hieraan geen gevolg heeft gegeven binnen de 8 dagen na ontvangst, de werf te laten opruimen door derden en de achtergelaten materialen te laten afvoeren. De kosten hiervoor worden onverminderd van de maandelijkse vorderingsstaat of eindafrekening van de aannemer afgehouden. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 01.32. werfcondities geluids- en stofhinder PM GELUIDSHINDER De aannemer moet zijn machines en het aangewende materieel voorzien van alle geluidsdempende middelen die de techniek hem ter beschikking stelt. In het bijzonder bij werkzaamheden in stedelijke omgevingen moet de geluidshinder tot een minimum beperkt worden. Alle gebeurlijke klachten en/of boetes zijn ten laste van de aannemer. Voor meer informatie raadpleeg "Lawaai rond bouwplaatsen" (WTCB, nr.1984/2). en NBN ISO 4872 - Geluidsleer - van luchtgeluid afgestraald door bouwwerktuigen bedoeld voor buitengebruik - Werkwijze voor toetsing van overeenkomstigheid der geluidgrenzen (ISO 4872) (1992). STOFHINDER Bij werken die gepaard gaan met opwaaiend stof, zal de aannemer de nodige maatregelen treffen om de hinder voor de omgeving te beperken: Het puin van de afbraakwerken mag niet naar beneden gegooid worden, er moet gebruik gemaakt worden van stortkokers. De puincontainers moeten afgedekt worden om zo weinig mogelijk stof te doen opwaaien. Er worden bij de afbraak geschikte arbeidsmiddelen gebruikt zodat zo weinig mogelijk stof geproduceerd wordt. Er wordt een geschikte stofafzuiging voorzien op de machines. 01.40. veiligheidsvoorschriften algemeen PM De aannemer neemt op zijn verantwoordelijkheid alle nodige organisatorische en technische maatregelen om gedurende het ganse verloop van de werken de veiligheid te verzekeren van zijn personeel en van alle op de werf toe te laten personen. Alle werken worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van: de Codex over het welzijn op het werk de welzijnswet van 04/08/1996 het KB van 25/01/2001 betreffende tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, en haar wijzigingen de nog geldende voorschriften van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) de diverse publicaties van het Nationaal Actiecomité voor de Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf (NAVB). DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 13
De aannemer zal zich schikken naar de aanbevelingen van de veiligheidscoördinator-verwezenlijking en de richtlijnen van het veiligheids- & gezondheidsplan, zoals gevoegd bij het aanbestedingsdossier. Alle eventueel hieraan verbonden kosten zijn inbegrepen in de aanneming. Personen die de veiligheidsvoorschriften overtreden, kunnen van de bouwplaats worden gestuurd. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijzen van alle respectievelijke uitvoeringsposten waarop het veiligheids- & gezondheidsplan betrekking heeft. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 14
02. BOUWPLAATSVOORZIENINGEN 02.00. bouwplaatsvoorzieningen - algemeen De voorbereidende werkzaamheden voor de inrichting van de bouwplaats omvatten alle administratieve en organisatorische maatregelen en technische middelen om de werken volgens de bepalingen van het aanbestedingsdossier mogelijk te maken en dit overeenkomstig de omvang van de opdracht, de moeilijkheidsgraad en de eisen van veiligheid en hygiëne. Alle bedrijfsmiddelen, zoals materieel, communicatiemiddelen, transport, e.d., alsook de (voorlopige) aansluiting aan de installaties van algemeen nut, de nodige vergunningen, vergoedingen of borgstellingen nodig voor de verwezenlijking van de aanneming zijn standaard inbegrepen in de eenheidsprijs. Dit geldt tevens voor alle deelaspecten van de inrichting van de werf, behalve indien de aanbestedingsdocumenten voor sommige van deze artikelen uitdrukkelijk een afzonderlijke post zouden voorzien. De inrichting en organisatie van de bouwplaats gebeurt voor de aanvang van de werken en volledig op kosten van de aannemer. De concrete planning hiervan wordt volledig overgelaten aan het initiatief en de verantwoordelijkheid van de aannemer, tenzij het bestek specifieke voorschriften oplegt. Het werfinrichtingsplan dient ter goedkeuring voorgelegd te worden. Indien de aannemer het openbaar domein wenst in te nemen voor zijn werfinrichting, dienen alle formaliteiten dienaangaande (toelating inname openbare weg, aanvraag stedenbouwkundige vergunning, ) door de aannemer te gebeuren, zonder tussenkomst van het opdrachtgevend bestuur. Ook alle kosten hieruit voortvloeiend (retributie voor inname openbare weg gedurende de ganse duur van de werken, ) zijn ten laste van de aannemer. 02.10. beschermingswerken 02.11. beschermingwerken openbare weg PM De bestaande openbare wegen en voetpaden moeten op doelmatige wijze beschermd worden tegen iedere gebeurlijke beschadiging. Er mogen geen materialen of afval op de openbare weg worden gestapeld en het verkeer mag niet worden belemmerd. De geldende politionele verordeningen hierover moeten opgevolgd worden. Bij eventuele schade zal de aannemer op zijn kosten herstellingswerken laten uitvoeren, voor de voorlopige oplevering. Bijkomende herstellingswerken die na de oplevering nodig zouden zijn, zullen door de opdrachtgever op de aannemer worden verhaald. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.12. beschermingwerken speelplaats (sportvloer) PM De aannemer dient de nodige voorzieningen te treffen voor het beschermen van de recent aangelegde speelplaats, incl. sportvloer tegen gebeurlijke beschadiging. De aannemer dient rekening te houden bij de opmaak van zijn werfinrichtingsplan dat de speelplaats in gebruik moet blijven en niet mag gebruikt worden als stockageruimte voor materiaal. Er mag geen materiaal of afval worden gestapeld. Ook de doorgangen van en naar de speelplaats mogen niet gehinderd worden. Bij eventuele schade zal de aannemer op zijn kosten herstellingswerken laten uitvoeren, voor de voorlopige oplevering. Bijkomende herstellingswerken die na de oplevering nodig zouden zijn, zullen door de opdrachtgever op de aannemer worden verhaald. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 15
02.13. beschermingwerken traphallen PM De desbetreffende uit te voeren werken aan de daken bevinden zich op verschillende verdiepingen. De aannemer kan gebruik maken van de bestaande traphallen. De lift zelf wordt niet ter beschikking gesteld en mag niet gebruikt worden door de aannemer. De aannemer dient alle noodzakelijke beschermingswerken uit te voeren in de traphallen die enig risico op beschadiging vermijden. Er mag geen materiaal of afval worden gestapeld noch in de traphallen, noch in de gangen. Bij eventuele schade zal de aannemer op zijn kosten herstellingswerken laten uitvoeren, voor de voorlopige oplevering. Bijkomende herstellingswerken die na de oplevering nodig zouden zijn, zullen door de opdrachtgever op de aannemer worden verhaald. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.14. beschermingwerken buitenschrijnwerk PM De aannemer dient ervoor te zorgen dat tijdens de uit te voeren werken aan de gevels (aanpassingswerken dakranden, herstel- en schilderwerken enz.) het bestaande buitenschrijnwerk niet beschadigd wordt. Bij eventuele schade zal de aannemer op zijn kosten herstellingswerken laten uitvoeren, voor de voorlopige oplevering. Bijkomende herstellingswerken die na de oplevering nodig zouden zijn, zullen door de opdrachtgever op de aannemer worden verhaald. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.30. toegangswegen algemeen De aannemer zorgt voor een vlotte, veilige en degelijke ontsluiting van de werf. Alle kosten voor eventuele hieraan verbonden werken zijn integraal ten laste van de aanneming. De aannemer wordt bij zijn inschrijving verondersteld de aard en de toestand van het terrein te kennen en zich volledig rekenschap te hebben gegeven van de moeilijkheden die hij in dat opzicht zou kunnen ondervinden. Hij kan hierover geen redenen inroepen om vertragingen of meerkosten te rechtvaardigen. 02.33. toegangswegen parkeerruimte voor laden en lossen PM De school is gelegen op een hoekperceel tussen de Nieuwebosstraat en de Tweebruggenstraat. Naast de school loopt de Visserijvaart. Op het perceel van de school zelf is er geen enkele mogelijkheid om te parkeren, ook niet voor laden en lossen. De aannemer dient een tijdelijk parkeerverbod en/of de nodige vergunningen aan te vragen bij de plaatselijke instanties om gebruik te maken van de openbare weg. De aannemer staat zelf in voor de vereiste signalisatie, vergunningsaanvragen, alle verschuldigde huren, taksen en/of gebeurlijke boetes. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.40. voorlopige omheining algemeen PM Indien delen van het perceel, na overleg en goedkeuring van het Bestuur, of delen van het openbaar domein, aangewend worden voor het stockeren van materialen en materieel, moet de aannemer ervoor zorgen dat het betreden van deze zone door onbevoegde personen wordt verhinderd. Waar de bouwplaats grenst aan openbaar terrein plaatst de aannemer een voorlopige omheining en de nodige signalisatie, die voldoende doeltreffend is om onbevoegde personen te weren en de veiligheid van het verkeer te waarborgen. Indien nodig kan het Bestuur de aannemer vragen ook andere delen van de bouwplaats van een omheining te voorzien. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 16
De omheining wordt voldoende stevig uitgevoerd, onderhouden en indien nodig hersteld. De hoogte van de voorlopige omheining bedraagt ten minste 1,80 m. De afsluiting is voorzien van de nodige afsluitbare toegangen. Sleutels van deze toegangen worden bezorgd aan de architect en het Bestuur. De renovatiewerken aan de lager gelegen daken impliceren dat een deel van het voetpad (openbare weg) dient afgescheiden te worden. Waar de omheining wordt aangebracht op het voetpad, moet de aannemer zorgen voor een veilige voetgangerszone met een minimale breedte van 0,80 m en voorzien van een stevige borstwering op 1,00 m hoogte. Dit dient goedgekeurd te worden door de betrokken stadsdienst. De omheining wordt op regelmatige afstanden voorzien van een bordje verboden de werf te betreden of dergelijke. De omheining blijft eigendom van de aannemer en wordt pas weggenomen na de voorlopige oplevering of na akkoord van het Bestuur. De aannemer is volledig verantwoordelijk voor alle gebeurlijke diefstallen en/of vandalisme. Afbakening van de bouwplaatszone. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Alle kosten zijn ten laste van de aanneming. De nodige borden, signalisatie, verlichting, overdekkingen, voetgangerspaden, taksen, enz. worden hierbij inbegrepen. 02.50. aankondiging werf algemeen De aannemer voorziet informatie over de werf voor voorbijgangers. De opstelling van de werfaankondiging zal gebeuren in samenspraak met het Bestuur en moet in overeenstemming zijn met alle wettelijke en/of gemeentelijke verordeningen. De leesbaarheid van de informatie moet gedurende de volledige uitvoeringstermijn gegarandeerd zijn. Het werfbord wordt geplaatst bij aanvang van de werken. De aannemer is verantwoordelijk voor de veilige opstelling, stabiliteit en verankering van het geheel, ook bij hevige regen en stormwinden. De onderkant van de werfaankondiging bevindt zich op een hoogte van min. 250 cm boven het plaatselijk niveau van het voetpad. De werfaankondiging wordt pas verwijderd mits uitdrukkelijke goedkeuring van het Bestuur en blijft eigendom van de opdrachtgever, ook na verwijdering. Na verwijdering wordt de inplantingsplaats in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Behalve de vermelding van de hoofdaannemer en eventuele onderaannemers op de borden worden bijkomende reclamepanelen niet toegestaan, behoudens de uitdrukkelijke goedkeuring van het Bestuur. Iedere andere vorm van publiciteit is verboden en moet van de werf worden verwijderd. 02.51. aankondiging werf - werfbord PM Uit te voeren in watervaste multiplex of een gelijkwaardig weersbestendig materiaal. Kleur panelen: wit Afmetingen per paneel: circa 200 x 20 cm Letters: zwarte letters in een eenvoudig, strak afgelijnd lettertype, d.m.v. weersbestendige zwarte letters aangebracht op een witte achtergrond, geschilderd of zelfklevend. De te vermelden informatie en de richtlijnen voor de opmaak zijn bepaald door de opdrachtgever, en zal minimaal volgende zaken bevatten: Benaming van de opdracht Plaats van de opdracht Opdrachtgevend bestuur: naam, adres, telefoon, logo in kleur Subsidiërende overheden Veiligheidscoördinator: naam, adres, telefoon, logo in kleur Studiebureau: naam, adres, telefoon, logo in kleur Aannemer: naam, adres, telefoon, logo in kleur stermijn: aanvangsdatum en vooropgestelde einddatum van de werken DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 17
Lay-out ter goedkeuring voor te leggen aan de architect/bouwheer. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.60. werflokalen algemeen De directie van de school stelt één werflokaal (op het gelijkvloers) en sanitaire voorzieningen ter beschikking van de aannemer bij aanvang van de werkzaamheden. Voor de werken starten zal het Bestuur omtrent het gebruik ervan enkele concrete afspraken maken, die zowel door de aannemer als eventuele onderaannemers dienen te worden gerespecteerd. Bij niet naleving van deze afspraken, kan het Bestuur het gebruik van het ter beschikking gesteld werflokaal en sanitair verbieden en dient de aannemer in eigen beheer een werfkeet te voorzien. De kosten hieraan verbonden zijn integraal ten laste van de aannemer. Dit werflokaal kan gebruikt worden door het personeel van de aannemer en eventuele onderaannemers. De arbeiders kunnen in dit lokaal hun kleding bergen, zich verzorgen en eten. Het lokaal mag niet gebruikt worden voor het opslaan van materialen en gereedschap. Er dient op gewezen te worden dat dit lokaal eveneens als vergaderruimte zal fungeren tijdens werfvergaderingen. De aannemer dient een afsluitbare bergkast te voorzien voor de berging van het technisch dossier, attesten, vorderingsstaten, stalen, Het werflokaal moet op alle officiële werkdagen tijdens de normale werktijden toegankelijk zijn voor de opdrachtgever en de architect. De aannemer is verantwoordelijk voor het onderhoud en opkuis van het werflokaal op regelmatige tijdstippen, dit gedurende de volledige gebruiksduur van de werken. 02.61. werflokalen berging van materieel en bouwmaterialen PM De aannemer voorziet in voldoende bergruimte binnen zijn werfzone. Materieel en bouwmaterialen gevoelig voor vocht moeten opgeslagen worden op een droge plaats. De aannemer moet de bergruimten afsluiten, de gestapelde voorwerpen beschutten en ze beschermen tegen hitte, koude, vochtigheid en brandgevaar. De aannemer draagt zelf de volledige verantwoordelijkheid bij gebeurlijke diefstal van goederen. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.70. nutsvoorzieningen algemeen De directie van de school stelt de bestaande nutsvoorzieningen (water, elektriciteit) ter beschikking van de aannemer en eventuele onderaannemers. Voor de werken starten zal het Bestuur omtrent het verbruik ervan enkele concrete afspraken maken, die zowel door de aannemer als eventuele onderaannemers dienen te worden gerespecteerd. Bij niet naleving van deze afspraken, kan het Bestuur het verbruik van de bestaande nutsvoorzieningen verbieden en dient de aannemer in eigen beheer een voorlopige aansluiting te voorzien. Op dat ogenblik zullen alle nodige formaliteiten, evenals de kosten voor aansluiting, huur, taksen, leveringen, verbruik en onderhoud voor de diverse voorlopige aansluitingen volledig ten laste vallen van de aannemer, gedurende het ganse verloop van de werf. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 18
02.80. arbeidsmiddelen algemeen 02.81. arbeidsmiddelen werken op hoogte 02.81.10. arbeidsmiddelen werken op hoogteladders PM De aannemer voorziet de nodige ladders voor het bereiken van de gewenste plaatsen. Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.81.20. arbeidsmiddelen werken op hoogtesteigers PM De aannemer voorziet de nodige steigers. De steigers beantwoorden aan de bepalingen van het ARAB. Ze worden aldus opgevat dat ze de werklieden volkomen veiligheid bieden en tevens het opdrachtgevend Bestuur in staat stellen de werken van dichtbij te volgen. Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte (KB 31/08/2005 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. Steigers moeten voldoen aan de normen NBN EN 12810 en NBN EN 12811. Er moet steeds een stabiliteitsberekening uitgevoerd worden om het ontwerp van de steigers te bepalen. Ze worden zodanig opgebouwd dat geen enkel onderdeel, tijdens het gebruik van de steiger, ten opzichte van het geheel kan bewegen. De steigers moeten verankerd of bevestigd zijn aan een punt dat voldoende weerstand biedt of beschermd zijn tegen elk risico van wegglijden of omvallen. Tijdens de montage, de demontage, de ombouw en het gebruik van de steiger wordt er een aangepaste bescherming tegen het risico van vallen en tegen het risico van vallende voorwerpen aangebracht op elk niveau van de steiger. Ze worden voorzien van windvaste zeilen of afschermingen ten einde geen hinder te veroorzaken buiten de bouwzone. De aannemer zal in functie van de uit te voeren werkzaamheden de geschikte arbeidsmiddelen voorstellen. Informatief wordt meegegeven dat de vrije ruimte rondom de buitengevels, zowel aan de straatzijde als aan de waterkant, zeer beperkt is. Er dient nagekeken te worden welke steigers/stelling hier het meest geschikt voor is. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. 02.82. arbeidsmiddelen hijsen en heffen van lasten PM De aannemer voorziet de nodige hulpmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten (kranen, hefplatformen, takels, ). Het KB betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen voor het hijsen of heffen van lasten (KB 04/05/1999 en eventuele aanvullingen, wijzigingen) is van toepassing. De pijl van de werfkraan mag geen hinder veroorzaken of hinder ondervinden indien deze buiten de bouwplaats zwenkt. Als aandachtpunt kan worden meegegeven dat het plaatsen van een vaste torenkraan op deze locatie een zware kost inhoudt als gevolg van de ingebruikname van de openbare weg. Daarom kan bij de werfinrichting best bekeken worden of er mogelijkheid bestaat in het plaatsen van een mobiele kraan. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 19
03. AFBRAAKWERKEN 03.00. afbraakwerken algemeen PLANNING De aannemer legt minstens twee weken voor de aanvang van de afbraakwerken een werkplanning ter goedkeuring voor aan de opdrachtgever. De aannemer houdt rekening met eventuele aanpassingen die door het Bestuur gevraagd worden. De aannemer houdt rekening met de weersomstandigheden en zal zijn afbraakwerken inpassen in de planning zodanig dat het gebouw geen schade ondervindt, bijvoorbeeld de dakdichting wordt pas verwijderd, naarmate de nieuwe dakbedekking aansluitend hierop kan worden aangebracht. Op deze manier is er geen waterinsijpeling mogelijk tijdens de werken. De aannemer legt een gedetailleerde planning ter goedkeuring voor aan de ontwerper en het opdrachtgevend Bestuur. VOORZORGSMAATREGELEN EN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Het uitvoeren van de afbraakwerken gebeurt onder volledige verantwoordelijkheid van de aannemer. Hij neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen om schade te voorkomen. De aannemer zorgt dat de niet te slopen gebouwelementen afdoende beschermd worden. Beschadigingen aan te behouden constructiedelen worden door de aannemer en op zijn kosten in hun oorspronkelijke toestand hersteld. De nodige beveiliging voor personen en de afscherming voor onbevoegde personen wordt voorzien. Het gebouw dient eveneens tijdens de afbraakwerken voldoende beveiligd te blijven tegen inbraak. ASBEST Wanneer de aannemer onverwacht materialen ontdekt waarvan hij vermoedt dat ze asbesthoudend zijn, verwittigt hij onmiddellijk het Bestuur. Een staal van het materiaal wordt naar een erkend labo voor asbestonderzoek gestuurd. Indien het staal asbesthoudend blijkt te zijn, maakt de aannemer een verrekeningsvoorstel op voor de bijkomend te verwijderen asbesttoepassingen. De aannemer vangt de verwijderingwerkzaamheden pas aan na goedkeuring van de architect en bouwheer. Bij nalatigheid hiervan kan hij onder geen beding overmacht inroepen. Indien asbest aanwezig zou zijn, wordt voor de verwijdering verwezen naar: - KB 16/03/2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico s van blootstelling aan asbest - Ontmanteling van elementen uit asbestcement in buitenomstandigheden WTCB-dossiers Nr. 2/2008). AFVOER VAN PUIN Alle afbraakmaterialen worden na de afbraak eigendom van de aannemer en worden volgens vordering van de werken weggevoerd naar officieel erkende stortplaatsen of verwerkingscentra. De aannemer moet op verzoek van het Bestuur de bewijzen hiervan kunnen voorleggen. Het is verboden de openbare weg te belemmeren met de afbraakmaterialen. Onder geen beding worden afbraakmaterialen, puin, vuilnis of afval op de werf achtergelaten, ingegraven of verbrand. 03.20. afbraak ruwbouwelementen - algemeen De werken omvatten: - de eigenlijke afbraak van de ruwbouwelementen, zoals beschreven in onderstaande artikels; - het verwijderen van alle afvalmaterialen en puin naar erkende stortplaatsen of recyclagecentra; - het herstel, in oorspronkelijke staat, van eventuele beschadigde bouwdelen. Waar dragende delen van de bestaande ruwbouw weggebroken worden, zorgt de aannemer dat de stabiliteit van het gebouw of de zone waarin de werken plaatsvinden niet in gevaar komen. Hiervoor gebruikt hij de nodige stellingen, beveiligingen, tijdelijke schoren, onderstuttingen en beschermingsmaatregelen. Er wordt uiterst omzichtig tewerk gegaan. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 20
03.22. afbraak ruwbouwelementen vloeren 03.22.20. afbraak ruwbouwelementen vloeren/beton 03.22.21. afbraak verdiepingsvloer dakopening rookkoepel TP Betreft de gedeeltelijke afbraak van de dakvloer in beton, voor het maken van een nieuwe dakopening (rookkoepel). De afbraakwerken kunnen pas worden uitgevoerd na studie door een stabiliteitsingenieur (bepalen uitvoeringsmethodiek). De kosten hieraan verbonden zijn ten laste van de aannemer en zijn begrepen in dit artikel. De afbraak gebeurt met gepaste middelen zonder de te behouden constructies en/of afwerkingen te beschadigen. Zie aanduiding af te breken zone (dak G) op het dakenplan (1/2) bestaande toestand. Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). 03.30. afbraak dakelementen algemeen De werken omvatten: - het aanbrengen van de nodige beschermingen, met wind- en watervaste zeilen en alle andere benodigde beschermingsmaatregelen tegen hemelwater; - het treffen van de eventueel nodige veiligheidsmaatregelen aan de straatzijde volgens de geldende reglementeringen van de gemeente; - de eigenlijke afbraak van de dakelementen; - het verwijderen van alle afvalmaterialen en puin naar erkende stortplaatsen of recyclagecentra. - het herstel, in oorspronkelijke staat, van eventuele beschadigde bouwdelen. De aannemer zorgt dat de niet te slopen gebouwelementen afdoende beschermd en niet beschadigd worden. 03.32. afbraak dakelementen plat dak 03.32.20. afbraak houten dakstructuur incl. dakdichting TP De afbraak van de volledige dakopbouw (dakdichting in bitumen en onderliggende dakstructuur in hout). De volledig niet dragende dakstructuur (incl. dakdichting en bebording) wordt verwijderd en afgevoerd. Inbegrepen alle bijhorende spielatten, bevestigingselementen,. De volledige structuur wordt verwijderd tot op de dragende dakstructuur in beton. Deze dient behouden te blijven. Verwijderen van bestaande dakbedekking van dak B en dak C. Zie aanduidingen op plan (1/2) bestaande toestand. Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). 03.32.30. afbraak dakdichting (bitumen) VH m2 Het verwijderen van de bestaande dakdichting in bitumen die losligt door vochtophoping. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 21
Verwijderen van de bestaande dakdichting. Zie aanduidingen op plan (1/2) bestaande toestand. meeteenheid: per m2 meetcode: netto af te breken dakoppervlakte. Aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) 03.32.31. afbraak dakdichting (zink) FH m2 Het verwijderen van de bestaande dakdichting in zink. De volledige dakdichting in zink wordt verwijderd, met inbegrip van alle bijhorende elementen zoals kralen, bevestigingselementen, eventueel onderliggende materialen,. De volledige structuur wordt verwijderd tot op de dragende dakstructuur in beton. Deze dient behouden te blijven. Verwijderen van bestaande dakdichting van dak A en dak C. Zie aanduidingen op plan (1/2) bestaande toestand. meeteenheid: per m2 meetcode: netto af te breken dakoppervlakte. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 03.32.50. afbraak daklichtelementen dakkoepels FH st Betreft het verwijderen van alle dakkoepels (diameter 70cm dagmaat), inclusief alle toebehoren. De opstanden van de koepels dienen behouden te blijven. De verwijdering van de koepels moet bij voorkeur op dezelfde dag gebeuren als de plaatsing van de nieuwe koepels. De hinder moet zo minimaal mogelijk blijven voor de gebruiker en timing inzake de werken t.h.v. de speelplaats moeten tijdig gecommuniceerd worden. Verwijderen van de bestaande dakkoepels op dak K, incl. de aansluitingen met de dakdichting. meeteenheid: per stuk Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 22
03.32.60. afbraak dakdoorvoeren Plaatsen van dakisolatie en renoveren van daken, Tweebruggenstraat 59 03.32.61. afbraak dakdoorvoeren - verluchtingspijpen FH st Betreft de afbraak van de bestaande dakdoorvoeren voor ventilatie, incl. de aansluitingen op de dakdichting. Het verwijderen van de af te breken dakdoorgangen dient zorgvuldig te gebeuren, met minimale schade aan de bestaande dakdichting, die moet dienst doen als dampscherm. De te verwijderen dakdoorvoeren werden aangeduid op plan (1/2) bestaande toestand. meeteenheid: per stuk Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 03.32.62. afbraak dakdoorvoeren tapbuizen FH st Betreft de afbraak van de bestaande tapbuizen, incl. de aansluitingen op de dakdichting. Het verwijderen van de af te breken tapbuizen dient zorgvuldig te gebeuren, met minimale schade aan de bestaande dakdichting, die moet dienst doen als dampscherm. De te verwijderen tapbuizen werden aangeduid op plan (1/2) bestaande toestand. meeteenheid: per stuk Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 03.32.71. afbraak nieuwe dakdoorvoer (RW-afvoer) FH st Het maken van een nieuwe doorvoer in de betonnen dakstructuur voor een nieuwe RW-afvoer. De nieuwe doorvoer dient doorgeboord te worden in de betonnen overkraging van de bestaande dakstructuur. Nieuwe RW-afvoer te voorzien op dak C, zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 03.32.72. afbraak muurkappen in zink breedte > 90 cm TP Afbraak van alle zinken muurkappen, incl. bevestigingsmiddelen op de bestaande dakopstanden en het zuiver zetten van de dakrand. Voorzien op dak D, E, F, G, H, I, J Lengte +/- 330 lm Zie aanduidingen op plan (1/2) bestaande toestand. Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 23
03.32.73. afbraak dakrandprofielen in zink breedte < 40 cm TP Afbraak van alle zinken dakrandprofielen, incl. bevestigingsmiddelen op de bestaande dakopstanden en het zuiver zetten van de dakrand. Voorzien op dak B, C, K Lengte +/- 77 lm Zie aanduidingen op plan (1/2) bestaande toestand. Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). 03.32.74. afbraak slabben in zink FH m Alle bestaande zinken slabben worden verwijderd en afgevoerd, daar waar de dakopbouw verhoogt (plaatsen nieuwe isolatie en dakdichting). Met inbegrip van alle bevestigingsmiddelen. Zorgvuldig wegnemen van de zinken slabben zonder de bestaande dakdichting te beschadigen. Zuiver zetten van de opgaande dakdichting (te behouden). Indien de voegen moeten bijgewerkt worden, zullen deze opgevoegd worden (begrepen in dit artikel). Voorzien op dak A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K. meeteenheid: lengte meter meetcode: netto af te breken lengte. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 03.32.75. afbraak slabben in lood VH m Afbraak van alle loden slabben die niet meer kunnen gerecupereerd worden en dienen vernieuwd te worden. Zorgvuldig wegnemen van de loden slabben zonder de bestaande dakdichting te beschadigen. Zuiver zetten van de opgaande dakdichting (te behouden). Indien de voegen moeten bijgewerkt worden, zullen deze opgevoegd worden (begrepen in dit artikel). Voorzien op dak B, K. meeteenheid: lengte meter meetcode: netto af te breken lengte. Aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) 03.32.76. afbraak dekstenen in beton (niet te recupereren) FH m Afbraak van de bestaande dekstenen in beton. De dekstenen worden weggenomen met inbegrip van de mortellagen. Op de te renoveren dakopstanden tussen dak I en dak J. meeteenheid: lengte meter meetcode: netto af te breken lengte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 24
03.40. afbraak gevelelementen algemeen De gevelelementen worden volgens aanduiding op de plannen afgebroken. De werken omvatten: - het treffen van de eventueel nodige veiligheidsmaatregelen aan de straatzijde. Eventuele kosten hiervoor zijn ten laste van de aannemer; - de afbraak van de gevelelementen; - het verwijderen van alle afvalmaterialen en puin naar erkende stortplaatsen of recyclagecentra; - het aanbrengen van de nodige beschermingen tegen hemelwater tot de nieuwe gevelelementen opgetrokken zijn. De aannemer zorgt dat de niet te slopen gebouwelementen afdoende beschermd en niet beschadigd worden. Eventuele schade wordt door de aannemer op zijn kosten hersteld. 03.45. afbraak gevelelementen kooiladders (niet te recupereren) TP Alle bestaande gevelladders dienen gedemonteerd en afgevoerd te worden, met inbegrip van alle bijhorende verankeringsmiddelen, het herstellen van de verankeringspunten in de gevel. Indien de voegen moeten bijgewerkt worden, zullen deze opgevoegd worden. Verwijderen van de bestaande gevelladders i.f.v. het plaatsen van nieuwe kooiladders conform de veiligheidsnorm. Aantal bestaande kooiladders: - 2 stuks (+/- 5m) - 2 stuks (+/- 3m) Zie aanduidingen op plan 1/2 bestaande toestand (dakvlakken D, F, G, I). Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). 03.60. afbraak technieken - algemeen 03.61. afbraak technieken leidingen 03.61.20. afbraak verluchtingsbuis voormalige mazouttank FH st De verluchtingsbuis van de voormalige mazouttank is niet meer operationeel en dient verwijderd te worden, inclusief alle bijhorende koppel-, verbindings- en bevestigingsstukken,. De verluchtingsleiding wordt over de volledige lengte voorzichtig gedemonteerd. Beschadigingen aan de te behouden constructiedelen zullen hersteld worden. Indien de voegen moeten bijgewerkt worden, zullen deze opgevoegd worden. Zie aanduiding op plan 1/2 bestaande toestand (speelplaats). meeteenheid: per stuk Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 25
04. GEBOUWPRESTATIES 04.00. gebouwprestaties - algemeen Dit bestek is opgesteld conform de wettelijke vereisten en de eventueel aanvullende gebouwprestaties. De aannemer zal alle nodige maatregelen treffen voor en tijdens de uitvoering van de werken zodat de beoogde resultaten behaald worden. De in dit hoofdstuk vermelde prestaties moeten gehaald worden, zelfs als verdere bepalingen in het bestek dit tegenspreken. De aannemer signaleert het onmiddellijk aan de ontwerper als hij tegenstellingen in het bestek ontdekt. Een goede coördinatie van de werken met de onderaannemers is onontbeerlijk. 04.40. brandveiligheid - algemeen PM Algemeen De aannemer moet voor de volledig nieuwe dakopbouw een Broof T1 attest kunnen voorleggen. Deze is van toepassing vanaf de nieuwe isolatielagen tot en met de nieuwe dakdichting. De bestaande dakopbouw (betonnen dakstructuur en bestaande dichting) wordt hierbij niet in rekening genomen. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de aanneming. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 26
22. GEVELMETSELWERK 22.30. renovatiewerken algemeen 22.31. renovatiewerken herstelling bestaand gevelmetselwerk FH m2 Omvat het vervangen van plaatselijke schade aan gevelstenen, alsook het dichten van een voormalige verluchtingsdoorvoer. Inbegrepen is het verwijderen van de beschadigde stenen, opkuis van de mortelbramen, vervanging van de stenen en het opvoegen. GEVELSTEEN Het formaat, de textuur en de kleur sluiten zo goed mogelijk aan bij het bestaande parement. De NBN EN 771-1 Voorschriften voor metselstenen Deel 1: Metselbaksteen is van toepassing. Enkel stenen behorende tot categorie I volgens NBN EN 771-1 mogen toegepast worden. De stenen behoren tot de klasse HD (hoge dichtheid) volgens NBN EN 771-1. De stenen dragen het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. Vorstklasse (volgens NBN B 27-009): zeer vorstbestand Gehalte aan actieve oplosbare zouten: categorie S2 (volgens NBN EN 771-1). Gebroken stenen mogen niet verwerkt worden. Het aantal gevelbakstenen met fouten mag niet groter zijn dan 5%. De aannemer zal ten minste drie stalen met prestatiefiche voorafgaandelijk ter goedkeuring voorleggen aan de architect en het Bestuur. METSELMORTEL De metselmortel draagt het BENOR-merk of gelijkwaardig. De aannemer heeft de keuze tussen voorgemengde fabrieksmortel van het droge type of voorgemengde fabrieksmortel van het natte type. Hij staat in voor de keuze van een geschikte metselmortel rekening houdend met de initiële wateropname van de gevelstenen. Er mogen enkel hulpstoffen toegevoegd worden in samenspraak met de producent van de mortel. VOEGMORTEL De NBN EN 998-2 Specificaties voor mortels - Deel 2: Metselmortel en TV 208 Opvoegen van metselwerk zijn van toepassing. De mortel draagt het BENOR-merk of gelijkwaardig. Bij iedere levering wordt een certificaat van oorsprong gevoegd. De voegmortel moet compatibel zijn met de metselmortel en de gevelsteen. De samenstelling van de voegmortel is aangepast aan de klimatologische omstandigheden op het moment van aanbrengen. De voegmortel moet vorstbestand zijn. - De uitvoering van het metselwerk gebeurt volgens de regels van de kunst en in overeenstemming met STS 22 en NBN EN 1996. - De NBN EN 998-2 Specificaties voor mortels - Deel 2: Metselmortel is van toepassing. - TV 208 - Opvoegen van metselwerk. Het verwijderen van de bestaande bakstenen moet met zeer veel omzichtigheid gebeuren, zodat de aangrenzende stenen niet beschadigd worden door de uitvoering van deze werken. Bij gebruik van mortel worden de metselstenen vol en zat in de mortel gelegd. De uit de voegen puilende mortel wordt langs de spouwzijde met het truweel afgeschraapt. Indien het metselwerk achteraf opgevoegd wordt, moeten de voegen voor de mortel volledig verhard is, uitgekrabd worden over minimaal 10 mm en maximaal 15 mm. Metselwerkverband is overeenkomstig met het bestaand parement. Het gevelmetselwerk wordt achteraf gevoegd met een voegmortel, volgens TV 208 - Opvoegen van metselwerk. Bij het heropvullen van het metselwerk is het van belang dat rondom de steen een goede voegvulling gevat zit. kleur en textuur: aansluitend bij het bestaande voegwerk voor verwerking kleurstaal ter goedkeuring voor te leggen ligging van het voegvlak t.o.v. het steenvlak: overeenkomstig het bestaande parement vorm van de voeg: overeenkomstig het bestaande parement structuur van het voegvlak: overeenkomstig het bestaande parement DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 27
Zie aanduidingen op plan 1/2 bestaande toestand, t.h.v. dakvlak A en G. Dak A Dak G meeteenheid: m2 meetcode: netto oppervlakte. Alle openingen groter dan 0,2 m2 worden afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 22.32. renovatiewerken terugplaatsen te recupereren deksteen (blauwe hardsteen) TP Hermetselen van de losliggende deksteen t.h.v. het schouwkanaal. Bestaande deksteen in blauwe hardsteen. Uit te voeren volgens de regels van de kunst, zie uitvoeringsvoorschriften art. 22.31. Zie aanduiding op plan 1/2 bestaande toestand (dakvlak H). Dak H Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). 22.33. renovatiewerken terugplaatsen zettingsprofiel (aluminium) TP Terugplaatsen van het gerecupereerde zettingsprofiel in aluminium (ter plaatse aanwezig), met inbegrip van het zuiver zetten van de bestaande bouwkundige zettingsvoeg en alle bevestigingsmiddelen. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 28
Zie aanduiding op plan 1/2 bestaande toestand (dakvlak F). Aard van de overeenkomst: Totale prijs (TP). DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 29
26. STRUCTUURELEMENTEN BETON 26.40. betonrenovatie - algemeen Alle herstelwerken noodzakelijk voor het renoveren van beschadigde betonnen constructie-elementen. Onder beschadiging verstaat men ontoelaatbare scheurvorming en scheurwijdte, corrosie van de wapening, afbrokkelen van de betondekking. De renovatiewerken omvatten: - de nodige stellingen en afdekzeilen; - de bescherming van de niet-behandelde delen (ramen, deuren, luifels, ); - de voorbereiding van de ondergrond en het verwijderen van het loszittend of aangetast beton; - het ontroesten van de wapening; - reinigen van het oppervlak; - herstellen van de beschadigingen; - de eventueel aan te brengen coating; - het beschermen tegen toekomstige beschadigingen; - het opruimen van de werf. & uitvoering ALGEMEEN De betonherstellingswerken worden uitgevoerd volgens TV 231 Herstel en bescherming van beton (WTCB). De normen NBN EN 1504-1 t.e.m. NBN EN 1504-10 zijn van toepassing. De betonherstellingswerken mogen enkel uitgevoerd worden door een gecertificeerde aannemer conform de procescertificatie PTV-BPC-560-01 en TRA-BPC-560-01 van BCCA. De gebruikte herstellings- en beschermingsproducten dragen het CE-merk en het BENOR-merk (of gelijkwaardig). Voor de aanvang van de werken legt de aannemer de bewijsvoering van zijn certificatie, de attesten van de uitvoerder(s) en de BENOR-bewijzen van de gebruikte producten voor aan het Bestuur. VOORONDERZOEK EN VASTSTELLINGEN De aannemer start met een vooronderzoek van de te herstellen betonelementen. Aan de hand van de visuele inspectie en de basisproeven zoals beschreven in 3.2. Basisinspectie van TV 231. Om de omvang van de herstelling te bepalen, onderzoekt de aannemer het betonoppervlak op beschadigingen, loszittende en holklinkende delen. Hij doet dit door behamering van de ondergrond met een metalen hamer. Ook de plaatsen die op het eerste gezicht geen schade vertonen, worden behamerd. Alle te herstellen zones worden aangeduid. VOORBEREIDENDE WERKEN Binnen de afgebakende zones worden alle niet hechtende delen en het minderwaardig beton mechanisch of hydraulisch verwijderd tot op het gezonde beton, met een minimale diepte van 5 mm. De randen van de te herstellen zone worden trapvormig uitgehakt om loskomen van de aan te brengen herstellingslaag te voorkomen. De volledige omtrek van de aangetaste wapening moet vrijgemaakt worden en dit over de ganse lengte van de gecorrodeerde gedeelten plus minimum 20 mm aan beide zijden van de zichtbaar geroeste wapening. De zichtbare wapeningen worden grondig ontroest overeenkomstig de zuiverheidsgraad opgegeven in de technische fiche van de staalbeschermingsproducten. Dit moet gebeuren conform de norm ISO 8501-1. Indien de wapening meer dan één vierde van de dikte is doorgeroest, dient dit vermeld te worden aan het Bestuur en de architect, met plaatsaanduiding. De opdrachtgever zal in dit geval, na inwinnen van technisch advies bij stabiliteitsingenieur, beslissen voor welke van de volgende oplossingen gekozen wordt: - doorknippen en verwijderen DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 30
- vervangen van wapening, mits de nodige inklemming te voorzien - verstevigingswapening aanbrengen met aanduiding van diameter staaf, lengte en waar te plaatsen. De aannemer heeft tijdens de betonherstellingswerken een profometer ter beschikking om het bestuur toe te laten de diepte van de wapening te meten. Oude verfcoatings, vetten, olie, cementhuid of andere onzuiverheden worden verwijderd m.b.v. gritstralen om een voldoende ruwheid van het oppervlak te bekomen zodat een goede hechting tussen het oorspronkelijk materiaal en de herstelmortel verzekerd is. Alle gereinigde oppervlakken moeten ontstoft worden d.m.v. olievrije luchtdruk of door waterstralen. Vlamstralen is in alle gevallen streng verboden. Na het vrijmaken van de gecorrodeerde wapening en het verwijderen van de loszittende betondelen, maakt de aannemer een document op met de uit te voeren hoeveelheden voor de verder in dit bestek opgenomen artikels voor de betonherstelling. Het document bevat een overzicht per artikel en per dakvlak. Dit document moet door het Bestuur worden goedgekeurd voor verdere uitvoering van de werken. 26.41. betonrenovatie passivatie van vrijgemaakte wapeningsstaven PM Wanneer de betondekking kleiner is dan 2 cm, wordt de wapening over de volledig vrijgemaakte lengte behandeld met een anti-corrosiebescherming. Het anticorrosiebeschermingsproduct voldoet aan de bepalingen van NBN EN 1504-7 en is drager van het Benor-merk (of gelijkwaardig) volgens PTV 567. De vrijgemaakte wapening wordt grondig ontroest volgens de zuiverheidsgraad opgegeven in de technische fiche van de herstelmortels. Het product wordt aangebracht volgens de richtlijnen van de fabrikant. Het product mag de goede hechting tussen wapening en beton of herstelmortel geenzins verstoren. De betonnen dakranden van de te renoveren platte daken. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in artikel 26.43 26.43. betonrenovatie handmatig te plaatsen mortel 26.43.20. betonrenovatie harsgebonden mortel VH dm2 Manueel uitgevoerde herstellingen met gebruik van een harsgebonden mortel (PC-mortel). Het volledig betonrenovatiesysteem bezit een ATG-goedkeuring of gelijkwaardig. Er wordt gebruik gemaakt van een harsgebonden herstelmortel. De temperatuur van verwerking van de harsgebonden mortel is minimum 5 C bij een maximum relatieve vochtigheid van 80%, tenzij de fabrikant een mortel levert om te verwerken bij lagere temperaturen dan 5 C. De verwerking van de klaargemaakte mortelmassa moet geschieden vooraleer de binding optreedt. In geen geval mag een mortel, ouder dan 1,5 uur worden verwerkt. Vooraleer de herstelmortel aangebracht wordt, dient men een aanhechtingslaag aan te brengen op de drager. De wapening moet voorzien worden van een anti-corrosiebehandeling. De bepalingen van de Goedkeuringsleidraad G0013 opgesteld door Butgb (verkrijgbaar op http://qc.aoso.vlaanderen.be/nl/normes/index.html) zijn van toepassing. Voor het verwerken van de mortel houdt de aannemer rekening met de richtlijnen van de producent van de mortel, onder wiens begeleiding de herstelling wordt uitgevoerd. Enkel mortels met een geldige ATG-goedkeuring of gelijkwaardige certificering mogen gebruikt worden. volgens de richtlijnen van de fabrikant en van de certificering van het systeem. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 31
Vooraf de voorbehandeling uit te voeren volgens artikel 26.41. Inbegrepen in dit artikel. Voor het aanbrengen van de herstelmortel wordt de ondergrond volledig gereinigd en bevochtigd. De herstelmortel wordt verwerkt volgens de beschrijving in de ATG. Het aanbrengen van de mortel mag niet geschieden buiten de grenswaarden voor de temperatuur vermeld in de plaatsingsvoorschriften van de fabrikant. Het onderverdelen van de verpakking is enkel toegelaten in het geval dat de aannemer voorafgaandelijk overgaat tot de homogenisatie van de verpakking en dat hij beschikt over precisiebalansen op de werf om tot op minimum 0,5% van het gewicht te wegen. De dikte van de mortel mag de maximale dikte voorzien in de ATG niet overschrijden, tenzij in zeer lokale zones. Grotere diktes moeten aangebracht worden in verschillende lagen. Een volgende laag zal aangebracht worden op de vorige, die al of niet uitgehard dient te zijn, met of zonder bijzondere tussenprimer, conform de onderrichtingen van de fabrikant van deze mortel. Herstellen van de betonnen luifels (dakranden) die geen betondekking meer hebben op de wapeningsijzers. meeteenheid: dm2 meetcode: som van de gemiddelde oppervlakten (gemiddelde lengte x gemiddelde breedte) van de te herstellen zones, zijnde de zones waar de wapening is blootgemaakt aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 32
27. STRUCTUURELEMENTEN STAAL 27.00. structuurelementen staal stalen liggers Leveren en plaatsen van stalen liggers volgens stabiliteitsstudie (begrepen in artikel 03.22.21), met inbegrip van alle uitvoeringstekeningen, verbindingssystemen, de eigenlijke uitvoering in het werk, de aansluiting met de ruwbouw, verankeringen, hulpstukken, corrosie- en brandbescherming,... 27.01. algemeen verbindingen PM De wijze van verbinden van de verschillende elementen onderling (lassen, bouten, aangelaste doken, klinknagels, ) wordt bepaald door een stabiliteitsingenieur (zie artikel 03.22.21). De aannemer ziet er op toe dat de aangewende verbindingssystemen volstrekt verenigbaar zijn met de andere structurele, technische en/of afwerkingselementen waaruit de constructie is samengesteld. Alle stukken die moeten doorlopen tot tegen andere stukken zullen op de juiste lengte gebracht en pasgemaakt worden, met rechtlijnige en goed tegen elkaar aansluitende boorden. Het snijden en korten van de stukken gebeurt zo dat geen scheuren, barsten of metaalvervorming wordt veroorzaakt. Alle aangewende metalen onderdelen voor de verankering van buitenconstructies bestaan uit roestvast staal. 27.02. algemeen stabiliteitsstudie PM De studie voor het maken van een opening in de betonnen dakstructuur (rookkoepel) en het ontwerp van de structurele staalelementen (namelijk dimensioneren liggers, profieltypes, vooropstellen van typeverbindingen, aansluitingen) worden geleverd door een studiebureau stabiliteit. De opmaak van en de kosten voor deze, zijn ten laste van de aannemer. Deze deskundige zal het voorstel voor de structurele werken verder uitwerken en berekenen. Hij zal een detailtekening aanleveren en een specifieke beschrijving. De afmetingen op de architectuurplannen zijn indicatief en dienen nagemeten te worden. Nieuwe dakopening voor rookkoepel, Zie aanduiding op plan (1/2) bestaande toestand, dak G Aard van de overeenkomst: Pro memorie. Inbegrepen in artikel 03.22.21. 27.10. balken algemeen 27.12. balken gemetalliseerd profielstaal VH kg De aannemer zal instaan voor de volledige levering en plaatsing van het profielstaal (conform de stabiliteitsstudie) voor het maken van een nieuwe dakopening (rookkoepel). Inbegrepen zijn de lassen, bouten, ankerstaven, verbindingsstukken, het boren van gaten, schroeven, klinknagels, het verankeren in muren, kappen en opstoppen van openingen enz. Materialen Profielen van staal voor courant gebruik; de mechanische eigenschappen en de kwaliteiten van de staalsoorten beantwoorden aan de voorschriften van de normen van de reeks NBN A 21. Het staal is van kwaliteit AE 235 (minimale vloeigrens van 235 N/mm2), tenzij anders bepaald door stabiliteitsingenieur. Het staal is perfect lasbaar. Oppervlaktebescherming: gemetalliseerd ZN 80 (inbegrepen). Alle stalen profielen krijgen volgende oppervlaktebehandeling in de werkplaats: metalliseren door zinkspuiten. Na Sa3 zandstralen, teneinde een goed hechtend ruw draagvlak te bekomen, wordt metaal van een tot smelten gebrachte zinkdraad op het draagvlak geprojecteerd met een vlampistool. De minimum dikte van de zinklaag dient 80 DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 33
micron te bedragen; hiervan wordt een attest voorgelegd. Het gemetalliseerde smeedwerk wordt tenslotte met twee lagen roestwerende verf behandeld. Kleine beschadigingen tijdens transport en montage worden oordeelkundig hersteld met een aangepast verzinkingsmiddel en twee lagen roestwerende verf. Bij grote beschadigingen worden de profielen van de werf verwijderd en volledig opnieuw behandeld zoals hoger beschreven. Vóór de uitvoering moet de constructeur de rechtlijnigheid van de staalprofielen controleren om mogelijke kromming of scheeftrekking te vermijden. Reeds verbonden stukken mogen niet gerecht worden. Nieuwe dakopening voor rookkoepel Zie aanduiding op plan (1/2) bestaande toestand, dak G Meeteenheid: kg Meetmethode: netto gemeten. Er wordt een massatoeslag van 10% voorzien: 5% voor hulpstukken (verbindingen, kop- en voetplaten, verstijvingsplaten,...) 5% voor lasnaden, bouten, moeren en rondellen verbindingsdeuvels, afval en walstoleranties,... Aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Begrepen in de eenheidsprijs: Alle beschreven leveringen, materialen en uitvoeringen: vervoer, montage, de materialen, de verbindingen, uitsparingen, reinigen en aanbrengen van de beschreven afwerkingslagen, het op maat brengen van de profielsnede, Alle handelingen voor het bekomen van een goede verbinding aan de omliggende bouwelementen zoals daar zijn: het voorzien van openingen in of wachtstaven aan profielen voor verbinding met gewapend beton, kop- en voetplaten, metalen schoenen,.... Herstel van beschadigingen aan de beschermlaag. 27.60. corrosiebescherming - algemeen Het betreft de voorafgaandelijke corrosiebeschermende behandelingen van constructies en/of elementen in staal, met inbegrip van alle verbindingen en bijwerkingen na montage op de werf. Algemeen REFERENTIENORMEN - NBN EN ISO 14713 - Bescherming van ijzer en staal in constructies tegen corrosie - Deklagen van zinken aluminium - Leidraden (1999) - NBN EN ISO 2064 - Metallieke en andere niet-organische deklagen - Definities en conventies over de meting van de dikte (2000) - NBN EN ISO 3882 - Metallieke en andere niet-organische deklagen - Overzicht van methoden voor het meten van de dikte (2003) - NBN EN ISO 4543 - Metallieke en andere niet-organische deklagen - Algemene regels voorcorrosieproeven toepasbaar op opslagomstandigheden (1995) - NBN EN 10214 - Plaat en band van staal bekleed met zinkaluminium (ZA) door continu dompelen -Technische leveringsvoorwaarden (1995) - NBN EN 10215 - Plaat en band van staal bekleed met aluminiumzink (AZ) door continu dompelen -Technische leveringsvoorwaarden (1995) - NBN EN 10271 - Elektrolytisch met zink-nikkel (ZN) beklede platte staalproducten Technische leveringsvoorwaarden (1999) VOORBEREIDING Alle te behandelen stalen onderdelen moeten een glad en zuiver oppervlak hebben: alle onzuiverheden zoals stof, vetten, bramen, schilfers, verf- en vernisresten, siliconen (lassprays), lasslakken of lasspatten worden zorgvuldig verwijderd. De geprefabriceerde elementen worden daartoe hetzij ontvet hetzij gegrindblasted, gestaalstraald of gezandstraald, overeenkomstig: - NBN ENV ISO 8502-1 - Voorbehandeling van staal voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Beproevingen voor de beoordeling van de oppervlaktereinheid - Deel 1 (1999) - NBN EN ISO 8502 - Voorbehandeling van staal voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Beproevingen voor de beoordeling van de oppervlaktereinheid - Deel 2-4,6,9 (1999) - NBN EN ISO 8503 - Voorbereiding van staaloppervlakken voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Ruwheidseigenschappen van gestraalde staaloppervlakken - Deel 1-4 (1995) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 34
- NBN EN ISO 11124 - Voorbereiding van staaloppervlakken voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Specificaties voor metallische straalmiddelen - Deel 1-4 (1997) - NBN EN ISO 11125 - Voorbereiding van staaloppervlakken voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Beproevingsmethoden voor metallieke schuurmiddelen voor stralen - Deel 1-7 (1997) - NBN EN ISO 11126 - Voorbereiding van staaloppervlakken voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Specificaties voor niet-metallische straalmiddelen - Deel 1-8 (1997) - NBN EN ISO 11127 - Voorbereiding van staaloppervlakken voor het aanbrengen van verven en aanverwante producten - Beproevingsmethoden voor niet-metallische straalmiddelen - Deel 1-7 (1997) De lasnaden moeten glad en poriënvrij zijn. Vervolgens worden roest en walshuid verwijderd door beitsen in zuur. Na voorbehandeling worden de constructie-elementen voorzien van onderstaand corrosiebeschermingssysteem. 27.64. corrosiebescherming roestwerende verfsystemen PM De stalen profielen en bevestigingselementen worden behandeld ter voorkoming van corrosie door het aanbrengen van een verfsysteem. en uitvoering Na de vereiste voorbehandelingen, volgens 27.60 corrosiebescherming - algemeen, tot een reinheidsgraad Sa2½ volgens NBN EN ISO 8501-1, zullen de stalen profielen en bevestigingselementen in het werkhuis zo snel mogelijk voorzien worden van een roestwerend verfsysteem. Het verfsysteem wordt uitgevoerd door bekwame vakmensen en volgens de voorschriften van de leverancier van het verfsysteem. De aannemer zal een technische fiche vooraf ter goedkeuring voorleggen van een roestwerend verfsysteem (tweecomponenten epoxy-polyurethaan verfsysteem, monocomponent polyurethaan verfsysteem, ), geschikt voor de omgeving waaraan de stalen constructiedelen zullen blootgesteld worden. Het gebruik van loodmenie is verboden. - De oppervlaktetemperatuur van de te schilderen constructiedelen dient minimaal 3 C boven de dauwpunttemperatuur te liggen. - De metaalonderdelen die door beton omhuld zullen worden alsook de contactoppervlakken van de verbindingen met bouten mogen niet geverfd worden. - De voorschriften van de reeks NBN EN ISO 12944 zijn van toepassing. - Na montage op de werf zullen alle montageonderdelen en gebeurlijke beschadigingen worden bijgewerkt. Het verfsysteem dient zeer goede mechanische eigenschappen, een perfecte hechting op het voorbereide metaal en zeer goede anticorrosieve eigenschappen te hebben, en moet bestand zijn tegen chemicaliën, oplosmiddelen, water, watercondensatie enz. - Laagdikte minimum 40 micronmeter. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de elementen in staal waar een corrosiebescherming is vereist. 27.70. brandbeveiliging algemeen De stalen constructie-elementen worden voorzien van een brandwerend verfsysteem dat opschuimt bij brand en het staal isoleert zodat het staal de bezwijktemperatuur niet bereikt gedurende de vooropgestelde tijd. en uitvoering De staalprofielen zullen zodanig beschermd worden dat voldaan wordt aan de vereiste brandweerstand Rf, overeenkomstig de norm NBN 713-020, aangevuld met NBN ENV 1993-1-2 - Eurocode 3 - Ontwerp van stalen draagsystemen - Deel 1-2: Algemene regels - Brandbeveiligend ontwerp (1995). De bepalingen van het K.B. van 07/07/1994 - Koninklijk Besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen, samen met de aanvullingen en wijzigingen aan het KB, zijn van toepassing. Het geattesteerde systeem zal voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de architect. REFERENTIENORMEN - NBN 713-20 - Beveiliging tegen brand - Gedrag bij brand bij bouwmaterialen en bouwelementen - Weerstand tegen brand van bouwelementen) (met erratum) + addenda DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 35
- NBN ENV 1993-1-2 - Eurocode 3 - Ontwerp van stalen draagsystemen - Deel 1-2: Algemene regels Brandbeveiligend ontwerp samen met Belgische toepassingsrichtlijn (gehomologeerde versie + NAD) - KB 07/07/1994 - Koninklijk Besluit tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen - KB 04/04/1996 - Koninklijk Besluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen - KB 18/12/1996 - Koninklijk Besluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen - KB 19/12/1997 - Koninklijk Besluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen - KB 04/04/2003 - Koninklijk Besluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen - TV 238 De applicatie van opzwellende verfsystemen op stalen constructies 27.71. brandbeveiliging brandwerend verfsysteem PM Alle materialen maken deel uit van hetzelfde systeem, geleverd door dezelfde verffabrikant. Het verfsysteem bestaat uit een grondlaag, een brandwerende verflaag en een toplaag. De materialen zijn onderling compatibel en compatibel met de ondergrond waarop ze aangebracht worden. De volledige opbouw heeft als resultante een oppervlak met een geattesteerde brandweerstand conform de brandnorm. - Tweecomponenten primer als grondlaag: De primer wordt gemengd met verharder, en wordt met de spuit aangebracht na een kwartier rusten van het mengsel; Soortelijk gewicht 1,55 g/cm3; Vaste stofgehalte 52% vol%; Glansgraad Ericson 60 halfmat; Droogtijden stofdroog na 15 minuten, duimvast na 30 minuten, overschilderbaar na 12 uur; - Brandverf voor staalconstructies: Niet giftige, schuimvormende verf op waterbasis geschikt voor alle stalen constructies; Kleur: wit; Gebruiksklare verf, niet te verdunnen; Aanbrengen bij temperaturen boven 5 C en relatieve vochtigheid lager dan 80%; Soortelijk gewicht: 1,37 g/cm3; Vlampunt > 55 C; - Afwerkingslak: Industriële afwerkingslak die het brandsysteem beschermt tegen mechanische invloeden en die het geheel een kleuraspect bezorgt volgens RAL-, NCS- en NGK-kleuren; De lak is speciaal ontwikkeld om een minimale belasting en een maximale bescherming te bieden aan het brandwerend schild; Soortelijk gewicht 1,25 g/cm3; Maalfijnheid maximaal 5μm; Vaste stofgehalte 40% volumepercent; Glansgraad satijnglanzend. Voorbereiding volgens de richtlijnen van de fabrikant. De oppervlakte wordt behandeld met een primer (a). Na drogen wordt de brandverf (b) door spuiten aangebracht in maximale laagdiktes van 1,1 mm; aanbrenging in verschillende snelle bewegingen. Aantal lagen in functie van de te bereiken brandbestendigheid, volgens de voorschriften van de verffabrikant. Na de door de verffabrikant opgelegde droogtijden wordt de oppervlakte afgelakt met een afwerkingslak (c). Laagdikte en aantal lagen volgens de voorschriften van de fabrikant van de lakverf. Na het drogen wordt een dikte controle uitgevoerd op de aangebrachte laag door de verfleverancier. Deze levert na controle een brandattest af. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de elementen in staal waar een brandweerstand is vereist. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 36
33. DAKVLOER PLAT DAK 33.00. dakvloer plat dak - algemeen Alle werken en leveringen, voor het realiseren van de dakvloer voor platte daken. Onder dakvloer wordt verstaan het draagvlak voor de isolatie en de dichtingslaag. 33.02. voorbereidingswerken - bestaande dakdichting FH m2 Het betreft de voorbereidende werken voor het behouden van de bestaande dakdichting. De gerecupereerde dakdichting zal fungeren als dampscherm of ondergrond voor de nieuwe dakopbouw. Voor de plaatsing van de nieuwe dakisolatie, zullen volgende acties ondernomen worden door de aannemer: Grondige reiniging van de volledige dakoppervlakte. Dit houdt in het vegen en borstelen van alle dakoppervlaktes en het verwijderen van alle verontreiniging; Na de reiniging een voorafgaandelijke inspectie van de dakoppervlakte op beschadigingen (losse delen, rimpels, blazen en scheuren). Ook de dakdoorgangen en afvoeren dient goed onderzocht te worden op mogelijke beschadigingen; Plaatselijk herstellen daar waar de bestaande dichting beschadigd is, naden los zijn gekomen, Na de herstellingen moet de bestaande dakdichting één gesloten geheel vormen, teneinde dienst te kunnen doen als dampscherm. De vlakheid van de draagvloer dient conform te zijn met de technische voorschriften van de fabrikant van de isolatiematerialen. De werken mogen niet verder aanvangen voordat de leidende ambtenaar een controle heeft kunnen uitvoeren op de staat van de bestaande dakdichting, en voordat de aannemer een gevolg heeft gegeven aan eventuele opmerkingen. meeteenheid: m2 meetcode: netto geprojecteerde oppervlakte. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire hoeveelheid (FH) 33.20. beplating op dakopstanden - algemeen Levering en plaatsing van een beplating, voor een minimale ophoging van de dakrand en ondersteuning van de nieuwe dakdichting en dakrandprofiel. Materialen De plaatmaterialen beantwoorden aan STS 04.4. De bevestigingsmiddelen zijn volgens STS 31. De uitvoering van de beplating beantwoord aan de voorschriften van STS 31, TV 215 4.2., de richtlijnen van de fabrikant van de platen en de dakdichtingsmaterialen. De afstand tussen twee bevestigingspunten mag niet groter zijn dan 30 cm. Tussen de platen wordt een kleine speling voorzien van minimaal 2 mm. De bevestiging gebeurt d.m.v. pluggen en vijzen op de betonnen ondergronden. 33.21. beplating multiplex (strook +/- 10cm) FH m Multiplexplaten beantwoordend aan NBN EN 636. De platen zijn voorzien van een CE-markering en zijn drager van een FSC- label. Specificaties Plaattype: watervast - type 3 (buitengebruik) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 37
Houtsoort: Naaldhout Plaatdikte: minimaal 30 mm Breedte strook: +/- 10 mm Plaatsen van dakisolatie en renoveren van daken, Tweebruggenstraat 59 De platen worden aangebracht op een droge, vlakke en zuivere ondergrond. Oneffenheden worden vooral met aangepaste middelen weggewerkt. De platen worden mechanisch bevestigd tot in de onderliggende betonnen structuur van de opstand. Tussen de platen wordt een speling voorzien van 2mm. Te plaatsen op de dakrand, ter hoogte van het dakrandprofiel. Zie aanduidingen op plan 2/2 (nieuwe toestand) meeteenheid: m meetcode: netto lengte Aard van de overeenkomst: Forfaitaire hoeveelheid (FH) Inbegrepen in de eenheidsprijs is de voorbereiding van het legvlak. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 38
34. THERMISCHE ISOLATIE PLAT DAK 34.00. thermische isolatie plat dak - algemeen Levering en plaatsing van de isolatie voor het plat dak binnen het voorziene dakdichtingssysteem. De werken omvatten: - de levering en verwerking van de isolatiematerialen; - de levering en de plaatsing van kleefmiddelen (lijmen, bitumen, ) en/of mechanische bevestigingstoebehoren; - de verticale isolatiestroken tegen dakopstanden en/of dakranden; - de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen. De bepalingen van volgende normen en technische voorschriften zijn van toepassing: TV 215 - Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud TV 239 Mechanische bevestiging van de isolatie en de afdichting op geprofileerde staalplaten TV 244 - Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes NBN B 46-401 - Het platte dak opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud BUtgb-nota m.b.t begaanbaarheid van platte daken 34.11. isolatieplaten plat dak Minerale wol Isolatieplaten uit rotswol, overeenkomstig NBN EN 13162 - Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen - Fabrieksmatig vervaardigde producten van minerale wol (MW) - Specificaties. De isolatie draagt het CE-merk en is Keymark-gecertificeerd. De betreffende gegevens zijn aangegeven op het etiket van elke verpakkingseenheid. Alle eventuele te verstrekken specificaties zijn conform aan NBN EN 13162, die geldt voor minerale wol-producten in thermische toepassing voor de bouwsector. Specificaties De prestatiecriteria worden opgesplitst in isolatieplaten gebruikt als toplaag bij tweelaagse uitvoering in minerale wol en opstanden, en isolatieplaten als eerste laag bij tweelaagse uitvoering. Prestatiecriteria toplagen isolatie en isolatie van opstanden: Druksterkte bij 10% vervorming (NBN EN 826): minimum 60 kpa Belastingsklasse (volgens tabel2 BUtgb-nota): minimum P2 tot P3 Brandgedrag: Brandreactie EUROCLASS A2-s1, d0 volgens NBN EN 13501-1 Vormvast in de tijd, krimpt niet, schotelt niet; conform eis UEAtc 3.4.1. : < 0,5 % (max. 5 mm) Uitzettingscoëfficiënt = 0 (1/K) Niet capillair, niet hygroscopisch, blijvend waterafstotend Waterdampdiffusieweerstandsgetal µ = 1,3 Chemisch neutraal. Corrosie op geprofileerde staalplaten en/of op bevestigers treedt niet op. Weekmakermigratie treedt niet op, geen scheidingslaag nodig. Druksterkte of drukspanning bij 10 % vervorming: min. 60 kpa (NBN EN 826) Puntlast : min. 1050 N - Ponsweerstand : min. 210 kpa (NBN EN 12430) Delaminatiesterkte: min. 15 kpa (NBN EN 1607) Drukvastheidsklasse UEAtc C (UEAtc 4.5.1) Uitkraging in de lengterichting: dikte 60 tot 75 mm: 150 mm, dikte vanaf 80 mm: 2 x dikte (UEAtc 4.5.2) Overspanning met tweezijdige oplegging : max. 3 x isolatiedikte (UEAtc 4.5.3) Prestatiecriteria eerste laag bij tweelaagse uitvoering: Druksterkte bij 10% vervorming (NBN EN 826): minimum 60 kpa Brandveilig. Brandgedrag onbeklede plaat EUROCLASS A1 volgens NBN EN 13501-1 Vormvast in de tijd, krimpt niet, schotelt niet; conform eis UEAtc 3.41. : < 0,5 % (max. 5 mm) Uitzettingscoëfficiënt = 0 (1/K) Niet capillair, niet hygroscopisch, blijvend waterafstotend Waterdampdiffusieweerstandsgetal µ = 1 DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 39
Chemisch neutraal. Corrosie op stalen plooiplaten en/of op bevestigers treedt niet op. Weekmakermigratie treedt niet op, geen scheidingslaag nodig. Druksterkte of drukspanning bij 10 % vervorming : min. 40 kpa (NBN EN 826) Puntlast : min. 600 N - Ponsweerstand : min. 120 kpa (NBN EN 12430) Delaminatiesterkte: min. 15 kpa (NBN EN 1607) Uitkraging in de lengterichting : max. 2 x isolatiedikte (UEAtc 4.52) Overspanning met tweezijdige oplegging : max. 3 x isolatiedikte (UEAtc 4.53) 34.11.10. isolatieplaten plat dak minerale wol tweelaags, Rd min. 5,5 m²k/w FH m2 De isolatie van de platte daken voorzien met minerale wol worden tweelaags uitgevoerd. De totale dikte van het isolatiepakket is 22 cm. Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): D = max. 0,040 W/m.K Dikte van de onderste laag: 14 cm Dikte van de bovenste laag: 8 cm Thermische weerstand (Rd-waarde): minimaal 5,50 m²k/w voor de totale dikte van de isolatie (2 lagen) Oppervlakteafwerking: de toplaag is aan de bovenzijde voorzien van een glasvlies. De isolatielaag wordt uitgevoerd in twee lagen. De aannemer heeft de keuze uit volgende uitvoeringswijzen: De eerste laag wordt mechanisch bevestigd tot in de draagstructuur van het plat dak. Enkel bevestigen in afschotlagen wordt niet toegestaan. Hierop wordt een tweede laag vol verlijmd. De gebruikte lijm is aangepast aan het type isolatieplaat, en volgens de voorschriften van de fabrikant. Ofwel De bestaande dakdichting wordt voorafgaandelijke mechanisch bevestigd tot in de draagstructuur van het plat dak. Enkel bevestigen in afschotlagen wordt niet toegestaan. De eerste laag isolatie wordt vol verlijmd op de bestaande dakdichting. De tweede laag isolatie wordt vol verlijmd op de eerste laag isolatie. De gebruikte lijm is aangepast aan het type isolatieplaat, en volgens de voorschriften van de fabrikant. De ondergrond moet zuiver en winddroog zijn (vrij van zichtbaar vocht), waarbij de plaatsingsoppervlakte en de materialen droog moeten worden gehouden tot voltooiing van de werken. De isolatie mag nooit nat geplaatst worden, bij iedere werkonderbreking is het daarbij aangewezen het blootliggend isolatiemateriaal tegen weersinvloeden te beschermen. Bij verlijming van de platen met warme bitumen of bitumineuze koudlijm, moet de omgevingstemperatuur minimaal 5 C bedragen. De uitvoeringsvoorschriften van de fabrikant moeten strikt gevolgd worden. De aannemer legt een berekeningsnota voor betreffende de mechanische bevestigingen waaruit blijkt hoeveel bevestigingspunten noodzakelijk zijn. Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak G en I. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie tussen de dakopstanden. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 34.11.30. isolatieplaten opstanden plat dak minerale wol éénlaags, Rd min. 3,5 m²k/w FH m2 Omvat opstanden in minerale wol, aansluitend op dakvlakken uitgevoerd met minerale wol. Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): D = max. 0,040 W/m.K Dikte van de laag: 14 cm Oppervlakteafwerking: de bovenzijde is voorzien van een glasvlies. De opstanden in minerale wol worden éénlaags uitgevoerd. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 40
De isolatie wordt mechanisch bevestigd tot in de achterliggende betonnen structuur van de opstand. De aannemer legt een berekeningsnota voor betreffende de mechanische bevestigingen waaruit blijkt hoeveel bevestigingspunten noodzakelijk zijn. Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak G en I. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten tussen dakvlak en bovenzijde van de opstand. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 34.12. isolatieplaten plat dak PIR De isolatie van de platte daken voorzien met PIR worden tweelaags uitgevoerd. De totale dikte van het isolatiepakket is 14 cm. Isolatieplaten uit polyisocyanuraatschuim overeenkomstig NBN EN 13165 - Materialen voor de warmte-isolatie van gebouwen. Het blaasmiddel gebruikt bij de productie bevat geen CFK s HFK s. De platen hebben een CE-keurmerk. Specificaties Oppervlakteafwerking: aan beide zijden bekleedt met een gasdicht meerlaags alu-complex. De platen hebben een vierzijdige sponning. Prestatiecriteria: Warmtegeleidingscoëfficiënt (λ-waarde): maximum 0,022 W/mK Druksterkte bij 10% vervorming (NBN EN 826): minimum 150 kpa Begaanbaarheid: Klasse C Volumegewicht: minimaal 30kg/m³ Reactie bij brand (NBN EN 13501-1): min. klasse D-s2-d0 34.12.10. isolatieplaten plat dak PIR tweelaags, Rd min. 6,36 m²k/w FH m2 Dikte van de onderste laag: 6 cm Dikte van de bovenste laag: 8 cm De isolatielaag wordt uitgevoerd in twee lagen. De isolatie wordt verspringend en met gesloten voegen geplaatst en de platen mogen niet schotelen. De voegen van de tweede laag dient in verstek te worden gelegd ten opzichte van de eerste laag. De aannemer heeft de keuze uit volgende uitvoeringswijzen: De eerste laag wordt mechanisch bevestigd tot in de draagstructuur van het plat dak. Enkel bevestigen in afschotlagen wordt niet toegestaan. Hierop wordt een tweede laag vol verlijmd. De gebruikte lijm is aangepast aan het type isolatieplaat, en volgens de voorschriften van de fabrikant. Ofwel De bestaande dakdichting wordt voorafgaandelijke mechanisch bevestigd tot in de draagstructuur van het plat dak. Enkel bevestigen in afschotlagen wordt niet toegestaan. De eerste laag isolatie wordt vol verlijmd op de bestaande dakdichting. De tweede laag isolatie wordt vol verlijmd op de eerste laag isolatie. De gebruikte lijm is aangepast aan het type isolatieplaat, en volgens de voorschriften van de fabrikant. De isolatieplaten worden nauw aansluitend geplaatst. Openstaande naden zijn niet toegestaan tussen de platen onderling. Aan de randen van de dakvlakken worden openstaande naden tot het minimum beperkt. Indien aanwezig worden de openstaande naden aan de randen opgeschuimd. Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak B, C, D, F, G, H, J. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie tussen de dakopstanden. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 41
Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 34.12.11. isolatieplaten plat dak PIR met afschot tweelaags, Rd min. 6,36 m²k/w FH m2 Dikte van de onderste laag: 6 cm zonder afschot Dikte van de bovenste laag: minimaal 8 cm (excl. helling afschot) De platen in afschot worden door de fabrikant op maat geleverd, volgens een legplan voor het realiseren van een dakhelling van minimum 1,5 % Technische specificaties: zie art. 34.12 svoorschriften cfr. artikel 34.12.10 Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak B, C, J. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie tussen de dakopstanden. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 34.12.12. isolatieplaten plat dak PIR met afschot éénlaags, Rd min. 2,27 m²k/w FH m2 Voor het realiseren van een afvoergeul in de nieuwe dakopbouw. Dikte van de isolatielaag: minimaal 5 cm De platen in afschot worden door de fabrikant op maat geleverd, volgens een legplan voor het realiseren van een dakhelling van minimum 1,5 % Technische specificaties: zie art. 34.12 svoorschriften cfr. artikel 34.12.10 Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak B, C, J. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als horizontale projectie. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 34.12.13. isolatieplaten opstanden plat dak (verticaal) PIR éénlaags, Rd min. 3,64 m²k/w FH m2 Dikte van de isolatielaag: 8 cm Technische specificaties: zie art. 34.12 De opstanden in PIR worden éénlaags uitgevoerd. De isolatie wordt mechanisch bevestigd tot in de achterliggende betonnen structuur van de opstand. De aannemer legt een berekeningsnota voor betreffende de mechanische bevestigingen waaruit blijkt hoeveel bevestigingspunten noodzakelijk zijn. Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak B, C, D, F, G, H, J. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten tussen dakvlak en bovenzijde van de opstand. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 42
34.12.14. isolatieplaten opstanden plat dak (horizontaal) PIR éénlaags, Rd min. 1,36 m²k/w FH m2 Dikte van de isolatielaag: 3 cm Technische specificaties: zie art. 34.12 De opstanden worden horizontaal voorzien van PIR platen, éénlaags uit te voeren. De isolatie wordt mechanisch bevestigd tot in de onderliggende betonnen structuur van de opstand. De aannemer legt een berekeningsnota voor betreffende de mechanische bevestigingen waaruit blijkt hoeveel bevestigingspunten noodzakelijk zijn. Zie aanduiding op de plannen 2/2 (nieuwe toestand) en/of principedetails van dak D, G, F, I, J. meeteenheid: per m2 meetcode: netto oppervlakte gemeten als de horizontale projectie van de dakopstand. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 34.20. dampscherm - algemeen De bestaande dakdichting wordt als dampscherm gebruikt en waar nodig zullen plaatselijk herstellingen worden uitgevoerd (zie art. 33.02). Op de dakvlakken waar geen bestaande dakdichting kan of wordt gerecupereerd na afbraak van slabben enz., dient een nieuw dampscherm aangebracht te worden. Ook daar waar de bestaande dakdichting, die fungeert als dampremmende laag, niet hoog genoeg is opgetrokken (dakranden en opstanden), zal deze verhoogd worden met een nieuwe strook dampscherm. Deze zal minsten 10 cm overlappen op de bestaande dakdichting. Materialen De bepalingen van volgende normen en voorschriften zijn van toepassing: TV 215 - Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud NBN EN 13707 - Flexibele banen voor waterafdichting - Gewapende bitumen dakbanen voor waterafdichtingen - Definities en eigenschappen NBN EN 13970 - Flexibele banen voor waterafdichtingen - Dampremmende lagen van bitumen - Definities en eigenschappen PTV 46-002 Dakafdichting Onderlaagmembranen op basis van bitumineuze bindmiddelen Het dampscherm moet beschikken over een BENOR certificering of opgenomen zijn in de ATG technische goedkeuring of gelijkwaardig van de dakdichting. Het dampscherm is van het type bitumen-polyestervlies, bitumenglasvlies of alu-dampscherm. PE-folies zijn niet toegestaan. De keuze van de dampschermen is verenigbaar met de voorgeschreven isolatiematerialen en met de voorziene dakopbouw en afdichting, en met de bestaande dakdichting waarop moet aangesloten worden. Het type dampscherm en de bevestigingswijze moeten voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de leidende ambtenaar. Het dampscherm is geschikt voor minimaal binnenklimaatklasse III. De bepalingen van volgende voorschriften zijn van toepassing: TV 215 - Het platte dak : opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud TV 244 - Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes De plaatsing en bevestigingswijze van het dampscherm zal gebeuren in overeenstemming met de plaatsingswijze van de isolatieplaten, de aard van de ondergrond en het type dampscherm, volgens de bepalingen van TV 215 6.3 en de richtlijnen, zoals opgenomen in de technische goedkeuring ATG (of gelijkwaardig) van het dakdichtingssysteem. Het insluiten van vochtige (isolatie) materialen tussen het dampscherm en de afdichtingslaag moet worden uitgesloten. Indien vereist moet bij de uitvoering gebruik te worden gemaakt van aangepaste compartimenteringstechnieken. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 43
Er worden zo weinig mogelijk voegen gemaakt. Voegen in overlapping moeten steeds onderling en tegen andere bouwdelen aangekleefd worden, zodat de dampremmende laag een doorlopend membraan vormt over de gehele dakoppervlakte. De overlappingen en voegdichtingen worden uitgevoerd conform de voorgeschreven dampschermklasse. Ter hoogte van opstanden (dakranden, lichtkoepels, doorbrekingen, ) wordt het dampscherm voldoende opgetrokken zodat de isolatie volledig ingesloten is (zie ook TV 244 5 Opstanden). Bijzondere zorg moet worden besteed aan alle doorboringen (openingen verluchtingen,...), of daar waar lokaal condensatie kan optreden in het isolatiemateriaal. De doorboringen worden niet ruimer gemaakt dan strikt noodzakelijk. Door de openingen wordt een mantelbuis geplaatst waartegen het dampscherm aansluit zodat de isolatie volledig ingesloten zit (zie ook TV 244 8 Dakdoorbrekingen en sokkels). 34.21. dampscherm FH m2 Dampscherm bestaande uit bitumen-polyestervlies, bitumenglasvlies of alu-dampscherm. Specificaties Dampscherm klasse E3 volgens TV 215. Dikte min. 2,5 mm ingeval van bitumen. Het dampscherm is zelfklevend. Plaatsing conform de ATG-goedkeuring van het dakdichtingssysteem. De verwerking van het dampscherm is geschikt op alle bouwrelevante, draagkrachtige, vet-, silicone en stofvrije ondergronden. op licht vochtige ondergrond mogelijk. Indien nodig wordt alvorens het dampscherm wordt geplaatst, eerst een bitumineuze hechtvernis aangebracht op de ondergrond. De samenstelling van de hechtprimer is aangepast aan de specifieke ondergrond en conform de voorschriften van de fabrikant van het dampscherm. Het is de uitvoerende aannemer na te gaan voor welke werkwijze er wordt gekozen in functie van de opgelegde daksamenstelling en het gehanteerde product. Ieder merk heeft verschillende uitvoeringsmethodes. Het is dan ook zo dat bij de keuze van een specifiek merk de fabrieksvoorschriften steeds worden gevolgd. swijze vooraf ter goedkeuring voor te leggen. Op alle dakvlakken waar de bestaande dakdichting niet kan gerecupereerd worden of onvoldoende opgetrokken is ter hoogte van de dakranden. Meeteenheid: m2 Meetmethode: Netto uit te voeren oppervlakte, miv. de opstanden. Overlappingen, snijverliezen enz. moeten opgenomen worden in de eenheidsprijs. Aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) Eenheidsprijs De werken omvatten de voorbereiding van de ondergrond; levering en plaatsing dampscherm; de voorlopige bescherming van de materialen voor en na de uitvoering. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 44
35. AFDICHTING & AFWERKING PLAT DAK 35.00. afdichting & afwerking plat dak - algemeen Deze post omvat alle leveringen en werken tot het realiseren van de voorziene dakdichting op de platte daken tot een afgewerkt en waterdicht geheel. Deze werken omvatten: - het nazicht en de voorbereiding van het draagvlak; - de levering en verwerking van de voorgeschreven dakdichtingslagen, inclusief alle noodzakelijke scheidingslagen, primers, lijmen, bevestigingsmiddelen en toebehoren; - het aanwerken van de dakdichting rondom koepels, ventilatiekanalen, e.d.; - de waterdichte afwerking en aansluiting (of herstelling) van de dakdichting ter hoogte van de dakranden, gevelopstanden en eventuele aangrenzende constructies; - de eventuele voorlopige beschermingsmaatregelen; - de gebeurlijke kosten voor de proeven op de waterdichtheid. Materialen De volgende normen zijn integraal van toepassing: TV 215 - Het platte dak: opbouw, materialen, uitvoering, onderhoud (WTCB) TV 244 Aansluitingsdetails bij platte daken: algemene principes (WTCB) NBN B 46-001 - Dakopbouw met afdichtingen - Bitumen- of kunststoffolies. De soepele dichtingssystemen zijn UV-bestendig (toepassing zonder schutlaag). Het product beschikt over een doorlopende technische goedkeuring van de Butgb, EUtgb, of gelijkwaardig voor toepassing binnen de voorziene dakopbouw. Bij onverenigbaarheden tussen het vooropgestelde dakafdichtingssysteem en de dakopbouw (dakvloer, dampscherm, isolatie- en dichtingssysteem) stelt de aannemer de ontwerper onmiddellijk op de hoogte en dient het advies van de fabrikant te worden ingewonnen. Het daksysteem en de voorziene bevestigingswijze moeten de aangrijpende windlasten kunnen opnemen. Hierbij wordt verwezen naar volgende norm Windbelasting op platte daken volgens de windnorm NBN EN 1991-1-4 Butgb. Indien de windweerstand van gekleefde systemen onvoldoende zouden zijn, dient bijkomend ballast te worden voorzien, inbegrepen in de eenheidsprijs. De dakafdichtingen mogen enkel aangebracht worden door gekwalificeerde plaatsers, met de nodige ervaring en deskundigheid, die volledig vertrouwd met de uitvoering van het voorziene dakafdichtingssysteem (referenties voor te leggen). De aannemer zal een erkenning door de fabrikant voorleggen. De ondergronden dienen, in functie van de voorziene dakafdichting en plaatsingsmethode, respectievelijk te voldoen aan de voorschriften van NBN B 46-001 en TV 215 4.2.: zij moeten luchtdroog zijn en een temperatuur van meer dan 5 C hebben. zij moeten goed vlak, vast, zuiver en vrij zijn van vreemde stoffen (vet, kiezel, olie...). zij moeten chemisch en mechanisch met de dakdichting verenigbaar zijn. voegen van draagvloerelementen of van cellenbeton zullen gepast overbrugd worden. De plaatsing zal onderbroken en op zijn minst voorlopig beschermd worden bij vochtig weer (regen, sneeuw, mist) en/of bij temperaturen lager dan 5 C. Het werk mag in deze gevallen enkel voortgezet worden, mits voorafgaandelijke toestemming van de architect en naleving van de door de fabrikant opgelegde voorzorgsmaatregelen. Dagproducties moeten steeds waterdicht kunnen worden afgewerkt met inbegrip van de randafwerkingen. De voorziene isolatie mag onder geen beding nat worden of dient te worden vervangen. De aannemer zal de daken hiertoe waar aangewezen compartimenteren. De nodige maatregelen worden getroffen om na de uitvoering van de dakwerken het betreden van het dak te beperken. Indien nodig in functie van de verdere opbouw zal men bovenop de afdichting een beschermlaag aanbrengen DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 45
(beschermdoek van minimaal 300 g/m², bouwbeschermplaten,.). Alle mogelijke schade, voortvloeiende uit een gebrekkige coördinatie of onvoldoende beschermingsmaatregelen vallen ten laste van de aannemer. De aannemer dient garant te staan voor een perfecte waterdichte afwerking en aansluiting van de dakdichting ter hoogte van dakranden, opstanden, schoorstenen, sokkels, horizontale en verticale dakdoorbrekingen, bewegingsvoegen overeenkomstig de bepalingen van TV 244, alsook de randafwerking (en/of herstelling) t.a.v. aangrenzende constructies. De stroken zullen zoveel mogelijk uit één stuk, gelijkmatig en spanningsvrij, uitgerold en bevestigd worden. De schikking van langs- en dwarsnaden wordt zodanig gekozen dat een volledige waterafvloeiing verzekerd is. Als de helling meer dan 20% bedraagt zullen de schikkingen voor het bevestigen van de dakdichting uitgevoerd worden volgens de technische goedkeuring ATG. Brandgedrag (cfr. artikel 04.40) De aannemer moet voor de volledig nieuwe dakopbouw een Broof T1 attest kunnen voorleggen. Deze is van toepassing vanaf de nieuwe isolatielagen tot en met de nieuwe dakdichting. De bestaande dakopbouw (betonnen dakstructuur en bestaande dichting) wordt hierbij niet in rekening genomen. 35.01. afdichting & afwerking plat dak - waterdichtheidsproeven PM Algemeen Na uitvoering van de dakafdichting worden de daken, ter beproeving van de waterdichtheid onder water gezet gedurende ten minste 48 uur, overeenkomstig de bepalingen van TV 215 8.5. 35.02. afdichting & afwerking plat dak - waarborgen & attesten PM Algemeen De aannemer blijft gedurende een periode van 10 jaar na de voorlopige oplevering, aansprakelijk voor de volledige waterdichtheid van de uitgevoerde dakafdichting. Bijkomend zal de aannemer bij de voorlopige oplevering een door de fabrikant opgemaakt attest afleveren, houdende een 10-jarige fabriekswaarborg op gebreken m.b.t. de geleverde materialen (zonder voorbehoud op materialen en arbeidsloon wanneer zich dientengevolge een vervanging van de dakbedekking zou opdringen). Dienaangaande dienen alle richtlijnen van de producent van de dakdichtingsmaterialen (volgens technische goedkeuring ATG) nauwgezet te worden nageleefd, onverminderd gebeurlijke tegenstrijdige bepalingen vermeld in het bijzonder bestek. 35.03. afdichting & afwerking plat dak - renovatie bestaande daken PM Algemeen De bijkomend te voorziene werken bij de renovatie van de bestaande dakopbouw omvatten: - Ontmanteling van alle overtollige elementen: verluchtingspijpjes, (zie art. 03.32.61) - Controle en voorbereiding van de ondergrond: alvorens de nieuwe dakdichting of eventuele isolatielaag, bovenop de bestaande dakbanen, aan te brengen zullen ongebruikte dakdoorvoeren en barsten gedicht worden, het oppervlak gezuiverd en ontdaan van alle vreemde stoffen die de hechting van de nieuwe dakopbouw en dakafdichting in het gedrang kunnen brengen. Zonodig dient voorafgaandelijk een aangepaste fixatielaag op de ondergrond te worden aangebracht; - Aanpassing van aanwezige afvoeren en vernieuwen van tapbuizen. 35.20. kunststof dakafdichting - algemeen Materialen De dakdichtingen beantwoordend aan TV 215 8.3 Kunststofdakafdichtingen en NBN EN 13956 - Flexibele banen voor waterafdichtingen - Kunststof en rubber banen voor waterafdichtingen voor daken - Definities en eigenschappen. Zij behouden hun goede mechanische en fysische eigenschappen bij koude en warmte en zijn bestand tegen chemicaliën en atmosferische invloeden overeenkomstig NBN EN 1844. Het afdichtingssysteem bezit een doorlopende technische goedkeuring ATG voor toepassing op de betrokken ondergrond of is gelijkwaardig door te voldoen aan de minimum eisen en proefmethodes zoals opgenomen in de UEAtc-richtlijnen voor het respectievelijke dakbedekkingsmateriaal. Conformiteit met de UEAtc-eisen is aan te tonen op basis van de CEtechnische fiche en bijhorende prestatieverklaring (Declaration of Performance) en/of technische goedkeuring ATG. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 46
Alle toebehoren en bijproducten zoals prefabvormstukken, het type en/of merk van de lijmen, oplosmiddelen, tapes, schroeven, plaatjes, zijn afkomstig van en/of stemmen overeen met de richtlijnen van de ATG en/of de fabrikant van de folie. De plaatsing gebeurt op een droge, stof en vetvrije ondergrond, zonder oneffenheden. Ingeval van plaatsing van niet gecacheerde membranen op ruwe ondergronden wordt het membraan onderaan voorzien van een beschermlaag, bestaande uit een polyesterdoek of een polypropyleenweefsel. Het aantal naden van het dakmembraan wordt tot een minimum beperkt. Het is toegelaten en zelfs aanbevolen grote membranen in de werkplaats op maat te prefabriceren. De schikking van de langs- en dwarsnaden wordt zo gekozen dat een volledige waterafvloeiing verzekerd is. De banen worden spanningsloos geplaatst, na het openrollen laat men het membraan minstens 30 minuten relaxeren alvorens het te fixeren of naadverbindingen te maken. De te lassen of te verlijmen oppervlakken moeten droog zijn en ontdaan van alle vetten en stof. De naadoverlappingen worden zorgvuldig uitgevoerd over de volledige breedte en samengedrukt. 35.21. kunststof dakafdichting - EPDM/vol gekleefd UV-bestendige membranen vervaardigd op basis van synthetisch rubber (Ethyleen-Propyleen-Dieen-Monomeer) volgens TV 215 8.3.2.1. Het systeem garandeert een volledige compatibiliteit met de voorziene dakopbouw en ondergrond (tabellen 32 en 36 van TV 215). Specificaties Dikte EPDM-laag: minimum 1,2 mm (excl. evt. dikte onderlaag) Overeenkomstig TV 215 8.3.2.1 kunnen de membranen behoren tot onderstaande types ofwel gewapend met een intern wapeningnet in glasvezel-, polypropyleen (type Ei). ofwel fabrieksmatig voorzien van een cachering in ongeweven glasvlies, polyestervlies, of polypropyleen (type Ec), Indien de onderzijde van het membraan de functie van dampdrukverdeler niet op zich kan nemen, dient een extra dampdrukverdelende laag voorzien te worden onder het membraan. Aanvullende specificaties Wortelweerstand groendaken (TV 229): wortelbestendig volgens NBN EN 13948 Weerstand tegen externe brand: B- ROOF (t1) volgens NBN EN 13501-5 en CEN/TS 1187-1. Het membraan voldoet aan de basiskwaliteitsnormen voor oppervlaktewater (neutrale ph-waarde) en geeft geen schadelijke stoffen af. Het oppervlaktewater mag niet verkleuren. Conform TV 215 8.3.6. en TV 244, de ATG-richtlijnen en/of voorschriften van de fabrikant. Plaatsingsmethode: vol gekleefd met aangepaste lijm overeenkomstig ATG en richtlijnen van de fabrikant. De breedte van de langse en dwarse overlappen tussen de banen bedraagt minimum 50 mm (overeenkomstig ATG en plaatsingsmethode). Alle overlappen worden op dezelfde dag gedicht. Zo niet worden ze gereinigd en/of voorbehandeld zoals beschreven in de richtlijnen van de fabrikant. De overlappen worden gedicht (zie TV 215 8.3.2.1.3): ofwel door met warme lucht gelaste overlappen van lasbare polyethyleenbanden, lasbare butyltapes (eventueel op een EPDM-drager), EPDM met SBS-bitumen aan de onderzijde, TPE-tapes op een EPDM-drager of TPE-stroken. ofwel door koudverkleving met contactlijm op basis van butyl of polychloropreen of met zelfklevende butyltapes. Kimfixatie langsheen dakranden en lichtstraten en rondom dakdoorvoeren dient te worden voorzien waar vereist en uitgevoerd zoals voorgeschreven in de ATG en volgens de richtlijnen van de fabrikant. Waar nodig, en volgens de voorschriften van de fabrikant, zal voorafgaandelijk een hechtprimer aangebracht worden op de ondergrond. Aansluitingsdetails overeenkomstig TV 244 en/of TV 239 van het WTCB: aansluiting plat dak met dorpels volgens TV 244 5.5.2 DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 47
aansluiting plat dak met volle muren volgens TV 244 5.5.5 opvatting bewegingsvoegen volgens TV 244 7. 35.21.20. kunststof dakafdichting - EPDM/vol gekleefd op minerale wol FH m2 Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand en/of principedetails. meeteenheid: per m2 meetcode: netto horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. Dakopstanden worden afzonderlijk opgemeten. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 35.21.21. kunststof dakafdichting - EPDM/vol gekleefd op PIR FH m2 Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand en/of principedetails. meeteenheid: per m2 meetcode: netto horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. Dakopstanden worden afzonderlijk opgemeten. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 35.21.22. kunststof dakafdichting - EPDM/vol gekleefd op bestaande dakdichting/dakstructuur FH m2 Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand en/of principedetails. meeteenheid: per m2 meetcode: netto horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. Dakopstanden worden afzonderlijk opgemeten. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 35.21.23. kunststof dakafdichting EPDM opstanden/vol gekleefd; ontwikkeling 20cm FH m Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand en/of principedetails. meeteenheid: per m meetcode: netto lengte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 35.21.24. kunststof dakafdichting - EPDM opstanden/vol gekleefd; ontwikkeling > 60cm FH m2 Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand en/of principedetails. meeteenheid: per m2 meetcode: netto horizontaal geprojecteerde dakoppervlakte. Openingen met een dagmaat kleiner dan 1 m2 worden niet afgetrokken. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 35.21.26. kunststof dakafdichting EPDM zettingsvoegen FH m Uitzetvoegen worden uitgevoerd met een aparte strook in ongewapend EPDM, die los ligt in het midden over minimaal 10 cm breedte en aan beide zijden op de dakafdichtingsbanen voldoende breed wordt aangehecht (kleven of lassen), om de optredende spanningen te kunnen opnemen. Deze strook wordt plat liggend over de voeg aangebracht, eventueel ondersteund door een dunne (metalen) plaat om niet in de opening weg te zakken. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 48
Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand en/of principedetails. meeteenheid: per m meetcode: netto lengte. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 35.50. toebehoren plat dak algemeen 35.51. toebehoren plat dak dakdoorvoeren FH st De bestaande dakdoorvoeren van de platte daken (verluchting) worden gedemonteerd (zie art. 03.32.61). De buis wordt opgehoogd en een nieuwe plakplaat ter hoogte van het afgewerkte dak wordt voorzien. In dit artikel is het volledige systeem voor aan- en afvoer van lucht (natuurlijke ventilatie) begrepen. Weersbestendige dakdoorvoerelementen, samengesteld uit een plakplaat en een standpijp, diameter en lengte afgestemd op de opbouw van het platte dak en de beoogde functie van de doorvoer. In de plakplaat is een EPDM membraan geïntegreerd, compatibel met het dakdichtingsmembraan. Bovendaks verluchtingselement (uit assortiment leverancier) voor te leggen aan het Bestuur ter goedkeuring. Specificaties : aluminium met geïntegreerde EPDM slabbe Diameter: aan te passen in functie van de aan te sluiten ventilatieleidingen Afwerking: voorzien van verluchtingskap (begrepen in dit artikel) Volgens TV 244 8.4 verticale doorbrekingen. De onderbreking van dampschermen, thermische isolatie, waterdichte lagen, mag geen afbreuk doen aan de prestaties. Een continue aansluiting op de dakdoorvoer moet worden gerealiseerd. Detaillering en technische specificaties ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper. Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) In dit artikel zijn alle onderdelen voor een waterdichte en stabiele aansluiting inbegrepen. 35.53. toebehoren plat dak valbeveiliging Deze valbeveiligingssystemen dienen ertoe om werknemers met hun PBM s (persoonlijke beschermingsmiddelen) zich vast te maken aan de voorziene valbeveiliging voor het uitvoeren van onderhouds- en bouwwerkzaamheden in gevarenzones. Ontwikkeling van de systeemplanning in samenspraak met de opdrachtgever, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, alsmede instructies en eindoverdracht (incl. alle documentatie van de op de desbetreffende bevestigingsondergrond door het gekwalificeerd montagebedrijf uitgevoerde test). De installateur dient vooral een rekennota voor te leggen ter goedkeuring (belasting van het dak, doorbuiging, rek van de levenslijn valhoogte enz). DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 49
35.53.20. toebehoren plat dak vaste ankerpunten Valbeveiligingssysteem gecertificeerd volgens NBN EN 795 Bescherming tegen vallen van een hoogte Verankeringsvoorzieningen: - conform klasse A, d.m.v. permanente enkele ankerpunten voor bevestiging in platte daken. - conform klasse C, d.m.v. een permanent lijnsysteem voor platte daken. Volgens de richtlijnen van de systeemfabrikant en de dakbedekking, aangevuld met de uitvoeringsprincipes van TV 244 8.6 Sokkels. Stalen componenten (hulsen en oogmoeren) zijn uit roestvast staal. De verankeringen zijn voorzien voor maximum 3 personen, en worden aangepast in functie van de draagstructuur, conform NBN EN 795, met een waterdichte afwerking. Certificering als compleet systeem met extra test op de desbetreffende bevestigingsondergrond. De aanduiding van de opstelling op het dakenplan dient als richtlijn. Systeem en positionering in overleg met de ontwerper en veiligheidscoördinator ter goedkeuring. 35.53.21. toebehoren plat dak vaste ankerpunten in dakstructuur VH st Voorzien van beveiliging volgens dakenplan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk (per ankerpunt) aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Eenheidsprijs met inbegrip van alle bevestigingen, verwerkingen en toebehoren. Keuring De keuring door een erkend organisme is inbegrepen in dit artikel. 35.53.22. toebehoren plat dak vaste ankerpunten in opgaand metselwerk VH st Voorzien van beveiliging volgens dakenplan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk (per ankerelement) aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Eenheidsprijs met inbegrip van alle bevestigingen, verwerkingen en toebehoren. Keuring De keuring door een erkend organisme is inbegrepen in dit artikel. 35.53.30. toebehoren plat dak lijnsysteem VH m Horizontaal levenslijnsysteem als doorloopsysteem (glijanker loopt over tussenankers en bochten) met een constante kabelvoorspanning. Valbeveiligingssysteem gecertificeerd volgens NBN EN 795 Bescherming tegen vallen van een hoogte Verankeringsvoorzieningen, conform klasse C, d.m.v. een permanent lijnsysteem voor platte daken. Systeem ter goedkeuring voor te leggen aan de ontwerper/bestuur. Stalen componenten zijn uit roestvast staal. Sectie staalkabel: minimum 8 mm Volgens de richtlijnen van de fabrikant van het systeem en de dakbedekking. Verankering tot in de draagstructuur conform NBN EN 795, met een waterdichte afwerking. De verankeringspunten worden op strategische punten op het dak geplaatst, tussenafstand van de ankerpalen te bepalen i.f.v. de desbetreffende dakvlakken. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 50
Certificering als compleet systeem met extra test op de desbetreffende bevestigingsondergrond. Opstelling volgens aanduiding op plan en in overleg met de ontwerper en veiligheidscoördinator ter goedkeuring. Voorzien van beveiliging volgens dakenplan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: lopende meter met inbegrip van de verankeringspunten aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) Eenheidsprijs met inbegrip van alle bevestigingen, verwerkingen en toebehoren. Keuring De keuring door een erkend organisme is inbegrepen in dit artikel. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 51
36. DAKLICHTOPENINGEN 36.00. daklichtopeningen - algemeen Het betreft alle openingen in platte daken voorzien van lichtdoorlatende elementen. De elementen worden stormvast en inbraakbestendig bevestigd aan de dak- en/of ruwbouwstructuur, met aangepaste, roestbestendige bevestigingsmiddelen. De montage van de daklichtelementen in het dak en de aansluiting met de dakbedekkingen en/of dakdichtingen zijn perfect regen- en winddicht. Een goede afwatering garandeert dat zich nergens stagnerend water kan ophopen. De prestatieniveaus m.b.t. sterkte tegen wind, luchtdoorlaat en waterdichtheid, stemmen overeen met tabel 6 van STS 52.0. De aansluiting met de dakconstructie garandeert bovendien een correcte thermische aansluiting (bouwknopen EPB doorboring dakschil, isolatie en luchtscherm) 36.30. koepels - algemeen Levering en plaatsing van geprefabriceerde dakkoepels voor platte daken, d.w.z. het volledige oplegkader, het koepelgedeelte en alle nodige toebehoren, met inbegrip van de nodige bevestigingsmiddelen, opstanden, randaansluitingen, kitten, binnenafwerking e.d.. Bij plaatsing in bestaande daken is het plaatselijk wegnemen van de dakdichting, het maken en stabiliseren van een aangepaste dakopening inbegrepen in de eenheidsprijs (zie art. 27.02). Materialen De koepels dragen een CE-merk overeenkomstig NBN EN 1873 Geprefabriceerde toebehoren voor daken - Kunststof lichtkoepels met opstanden - Productspecificatie en beproevingsmethoden. Alle koepels zijn optisch zuiver, lichtecht en weerbestendig. Zij zijn voorzien van een oplegrand voor een spanningsvrije oplegging en een afdruipboord. In overeenstemming met de voorziene dakbedekking en/of afwerking wordt een thermisch geïsoleerde geprefabriceerde (of op maat vervaardigde) opstand bijgeleverd, die een waterdichte aansluiting en opstandhoogte van 150 mm garandeert (gemeten vanaf het afgewerkte dak). Zij worden voorzien van inbraakbestendige en corrosievrije bevestigingsmiddelen (éénrichtingsschroeven) en duurzame aansluitflenzen voor een waterdichte hechting met de voorziene dakdichting. De koepels worden geplaatst volgens de voorschriften van de fabrikant. De koepels en opstanden worden perfect horizontaal geplaatst, ongeacht lichte hellingen van het dak. De koepel moet tochtvrij op de opstand aansluiten door middel van een duurzame, UV-bestendige afdichtingsband. De vastzetting van de koepel is zo dat de vrije uitzetting mogelijk blijft. Dubbelwandige koepels moeten aan de buitenzijde gelast worden om condensatievorming te voorkomen. De koepels worden naargelang de opstand, met inox schroeven of bouten bevestigd doorheen de schroefkoppeling. Keuring De aannemer blijft aansprakelijk voor de goede waterdichte aansluiting op de voorziene dakdichting, gedurende een termijn van tien jaar, vanaf de datum van voorlopige oplevering. Af te leveren attest 1200-Joule-certificaat (doorvalbeveiliging). 36.32. koepels kunststof polycarbonaat (PC) vast FH st Omvat de levering en plaatsing van vaste lichtkoepels in polycarbonaat. De koepel beschikt over een doorlopende goedkeuring ATG (of gelijkwaardig). DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 52
Specificaties - Afmetingen: diameter 70 cm (bestaande dagmaat) - Type: enkelwandig - Vorm: rond - Brandreactie: euroklasse B,s1,d0 (volgens NBN EN 13501-2) - Uitzicht: helder - Dikte van de platen: minimum 2 à 5 mm volgens afmetingen, rekening houdend met sneeuw- en windbelasting. - Lichtkoepel voorzien van een UV-beschermende coëxtrusielaag. - Te monteren op bestaande dakopstand (wordt niet verhoogd) De koepels worden geplaatst volgens de voorschriften van de fabrikant en in overeenstemming met de voorziene dakopbouw en bestaande dakopstand. De koepel wordt bevestigd met éénrichtings schroefsysteem. Op de schroef wordt een inbraakveilige en waterdichte klipdop geplaatst en voorzien van een inbraakvertragend metaalkapje en universele one-way schroef. Vernieuwen dakkoepels op dak K (luifel speelplaats) meeteenheid: per stuk. meetcode: de opgegeven opmetingen zijn de dagmaten van de koepel gemeten aan de onderzijde van de opstand. Inbegrepen alle hulpstukken en bevestigingsmiddelen. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 36.33 koepels kunststof polycarbonaat (PC) - rook- en warmteafvoer FH st Omvat de levering en plaatsing van een opengaande rook- en warmteafvoer in polycarbonaat, inclusief de opstanden in polyester. De koepel is tevens geschikt voor gebruik als ventilatieluik. CE goedkeuring (RWA-systeem) volgens EN 12101-2 en conform NBN S21-208. Specificaties - Afmetingen: 120 x 120 cm (dagmaat) - Lichtkoepel in polycarbonaat (CE markering EN 1873), voorzien van een UV-beschermende coëxtrusielaag. - Type: meerwandig (alle schalen dienen uitgevoerd te worden in polycarbonaat!) - Ug-waarde: < 1,0 W/m2K (100 % thermische onderbreking) - Luchtdichtheidsklasse 2 volgens EN 1873 - Uitzicht: helder - Vorm: vierkantig grondvlak, gebogen bovenzijde - Brandreactie: euroklasse B,s1,d0 (volgens NBN EN 13501-2) - Brandklasse CE-geheel: euroklasse E (volgens NBN EN 13501-1) - Geïsoleerde opstand in polyester (50cm) met U-waarde max. 1,0 W/m2K (conform CE goedkeuring RWA systeem) Met inbegrip van alle externe steunplaten Geprefabriceerde binnenkader glad afgewerkt, aansluitend op de binnenafwerking van het plafond - Openingsmechanisme in gegalvaniseerd staal Alle scharnieren, klemmen en schroeven zijn uit roestvast staal 18/8. De dichtingsstrip zorgt voor een winddichte afsluiting tussen het vast kader en opengaand deel van de koepel. De rookafvoerkoepel kan zowel manueel geopend worden als automatisch. In dit artikel is inbegrepen de levering en plaatsing van alle nodige componenten voor een gebruiksklare installatie: de koepel, het elektrisch openingssysteem met enkele motor (min. 24V), de nodige bekabeling met trek- en verbindingsdoos voor indienststelling. De buizen, bedrading en aansluitingen naar het openingsmechanisme zijn ten laste van de aannemer. De buizen en schakelaar worden geplaatst volgens de aanwijzing van de ontwerper. De voeding wordt voorzien door het Bestuur. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 53
Uitbekleding binnenzijde (t.h.v. plafond) beschreven in art. 51.52, is begrepen in dit artikel. Keuring Begrepen is de indienststelling en de herkeuring m.b.t. de nieuw geplaatste RWA-installatie. De koepels worden geplaatst volgens de voorschriften van de fabrikant en in overeenstemming met de voorziene dakopbouw en dakopstand. De hoogte van de opstand bedraagt circa 50 cm. De nieuwe opstand wordt voldoende bevestigd tot in de onderliggende draagstructuur. De koepel wordt bevestigd met éénrichtings schroefsysteem. Op de schroef wordt een inbraakveilige en waterdichte klipdop geplaatst en voorzien van een inbraakvertragend metaalkapje en universele one-way schroef. Nieuw rookkoepel op dak G, zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk. meetcode: de opgegeven opmetingen zijn de dagmaten van de koepel gemeten aan de bovenkant van de opstand Inbegrepen alle hulpstukken, de bevestigingsmiddelen, de opstand, openingsmechanisme, alsook de binnenafwerking. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 54
37. DAKRANDEN EN KROONLIJSTEN 37.00. dakranden en kroonlijsten - algemeen 37.10. slabben, loketten en aansluitbanden - algemeen Materialen Slabben, loketten en aansluitbanden voor een water- en regendichte afwerking van de aansluitvoegen tussen verschillende constructiedelen. Het betreft o.a. de randaansluitingen tussen dak en opgaande gevelmuren, dak en schoorsteen, rond dakdoorgangen en langs de boven- en zijranden van dakvlakken. Bij de aansluiting tegen gevelmetselwerk worden de slabben afgewerkt met een loket of aansluitingsband. Loketten en/of aansluitbanden zijn stukken die aan één kant in de muur worden bevestigd en aan de andere kant een voldoende overlap bewerkstelligen over de opstaande strook van de slabben of afdichtingsmembramen. De aangewende materialen garanderen een volledige compatibiliteit met de voorziene dakopbouw en ondergronden. volgens de aanduidingen op plan, detailtekeningen en uitvoeringsprincipes van de respectievelijke Technische Voorlichtingsnota s (WTCB) en STS 56.1, aangevuld met de richtlijnen van de fabrikant van de dakbedekking: aansluiting plat dak met opgaande spouwmuur volgens TV 244 5.5.1 (afb.37) aansluiting plat dak met dorpels / buitenschrijnwerk volgens TV 244 5.5.2 aansluiting plat dak met volle muren volgens TV 244 5.5.5 aansluiting plat dak met schoorsteen volgens TV 244 8.5 (afb. 114) 37.11. slabben, loketten en aansluitbanden - metaal 37.11.10. slabben, loketten en aansluitbanden - metaal/lood VH m Bladlood overeenkomstig NBN EN 12588 - Lood en loodlegeringen - Gewalste loodplaten voor toepassing in de bouw. Specificaties Diktes bladlood: slabben & loketten minimum 1,50 mm De bevestigingsnagels met grote platte kop zijn verzinkt. De stroken bladlood worden goed aangeklopt en strak afgesneden. De loketten of aansluitingsbanden worden uitgevoerd met een overlapping van ten minste 10 cm. Ze worden bevestigd met 3 nagels per lm. De voegen tussen metselwerk en ingewerkte slabben worden voorzien van een elastische voeg, met een UV-bestendige, hoogwaardige MS polymeer kit volgens STS 56.1. Het betreft alle te vernieuwen in- en aan te werken loodslabben. meeteenheid: lengte meter meetcode: netto aan te brengen lengte. Inbegrepen het vrijmaken van de voeg en het aanbrengen van de kit. aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (VH) 37.12. slabben, loketten en aansluitbanden - membranen 37.12.10. slabben, loketten en aansluitbanden - membraan/gewapende EPDM FH m Systeem van loodvervangende membranen uit UV-bestendig gewapend EPDM, bestemd voor het aansluiting van de dakdichting met het opgaande parement. Alle nodige hulpstukken zijn te voorzien voor een perfecte waterdichting. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 55
Specificaties Bovenzijde: rubberen toplaag Bandbreedte: volgens aard toepassing Voorzien van aluminiuminlage als wapening Slagvastheid 300mm Op maat te snijden uit de stroken met het gebruikelijke gereedschap (blikschaar, mes). Overlappingen en hoeken van de EPDM-stroken worden met uiterste zorg gevormd. Overlappen minstens 5 cm en uit te voeren volgens de voorschriften van de fabrikant. Verwerkingstemperatuur en voorbereiding bij temperatuur van -20 C tot 50 C. Inkloppen gebeurt bij 5 C tot 50 C. De voegen tussen metselwerk en ingewerkte slabben worden voorzien van een elastische voeg, met een UV-bestendige, hoogwaardige MS polymeer kit volgens STS 56.1. Het betreft alle in- en aan te werken loodslabben met opstanden van het dak en de dakbedekking: Overal waar een hoger volume aansluit aan een lager Aansluiting platte dak aan opgaande muren en schoorstenen meeteenheid: lengte meter meetcode: netto aan te brengen lengte. Inbegrepen het vrijmaken van de voeg en het aanbrengen van de kit. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 37.20. dakrandprofielen - algemeen Geprefabriceerde elementen bestemd voor een waterdichte en esthetisch afgelijnde afwerking van de dakranden van platte daken met de gevelzichtvlakken. Alle vereiste hoek-, verbindings- en bevestigingselementen zijn in de eenheidsprijs begrepen. Materialen De dakrandprofielen zijn verenigbaar met de voorziene dakdichtingsmaterialen en gevelafwerking. De bevestigingswijze garandeert een waterdichte afwerking met druiplijst en is zo opgevat dat vervormingen door temperatuurschommelingen worden voorkomen. Er wordt enkel gebruik gemaakt van aangepaste binnen- en buitenhoekstukken en/of in verstek gelaste profielen, vervaardigd in de werkplaatsen van de fabrikant. Alle profielen en hun bevestigingsmiddelen zijn UV- en corrosiebestendig. Model voorafgaandelijk ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. volgens TV 244 6.4 Dakrandprofielen, 6.5 en conform de richtlijnen van de fabrikant van de dakrandprofielen en de fabrikant van de dakdichting. De dakrandprofielen worden rechtlijnig (zowel in het verticaal als horizontaal vlak) aangebracht en in zo groot mogelijke lengten verwerkt. Het profiel wordt zo aangebracht dat een overlap ontstaat van minimum 15 tot 20 mm t.o.v. het gevelvlak, waarbij de vlakke bovenrand lichtjes (minimum 2 ) afhelt naar het dak toe, om vervuiling van de gevel te voorkomen. De bevestiging met de ondergrond gebeurt d.m.v. een aan de ondergrond en dakdichting aangepaste bevestigingswijze, volgens detailtekeningen en/of richtlijnen van de fabrikant. Keuring De bevestiging van de profielen moet aan een trekkracht van 2500 N/lm kunnen weerstaan. Het geheel verzekert een waterdichte aansluiting met de dakdichting. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 56
37.21. dakrandprofielen - metaal Plaatsen van dakisolatie en renoveren van daken, Tweebruggenstraat 59 37.21.10. dakrandprofielen - metaal/zinken kraal FH m Op maat gevormde dakrandprofielen uit voorbehandeld zink, beantwoordend aan NBN EN 501 - Dakwaren van metaalblad - Eisen voor volledig ondersteunde zinken dakwaren. Verbindings- en hoekstukken zijn uit hetzelfde materiaal. Specificaties Type: zinken kraal volgens TV 244 6.4.1.1, met aan de onderzijde een geplooid zinken hoekprofiel met retour (dekken van de verhoogde opstand kopse zijde multiplexplaat) Oppervlaktebehandeling: voorbehandeld zink Kleur: natuur Wanddikte: minimum 1 mm Hoogte aan de zichtzijde kraal : circa 30 mm, hoogte onderliggend hoekprofiel: circa 50 mm (multiplex volledig gedekt) Zowel zinken kraal als hoekprofiel mechanisch te bevestigen op de dakrand Op de dakopstand wordt voor het bekomen van een vlakke ondergrond een bebording van watervaste multiplexplaat voorzien (zie artikel 33.21). meeteenheid: per lopende meter meetcode: netto geplaatste lengte aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 57
38. DAKWATERAFVOER 38.00. dakwaterafvoer - algemeen Alle werken en leveringen voor het plaatsen van bovengrondse elementen die instaan voor het opvangen en afvoeren van het dakwater tot op rioleringsniveau. De materialen voor afvoerbuizen moeten duurzaam en UV-bestendig zijn en weerstand kunnen bieden aan de agressiviteitsklasse: klasse 2: industriële (of stedelijke) atmosfeer. De uitvoering beantwoordt aan NBN 306 Dakbedekkingen - Leidraad voor de goede uitvoering Waterafvoer en NBN EN 12056-3 Binnenriolering onder vrij verval - Deel 3: Ontwerp en berekening van hemelwaterafvoersystemen. In de periode tussen het plaatsen van de gootafdichtingen en van de afvoerbuizen neemt de aannemer de nodige voorzorgen opdat het hemelwater niet kan aflopen op de gevelwanden. Keuring Alle gebruikte materialen en hulpstukken zijn vrij van materiaals- of fabricagegebreken die hun sterkte, zuiverheid van vorm en goed gedrag in de tijd in het gedrang kunnen brengen. Alle elementen die voor of bij de uitvoering werden beschadigd, worden geweigerd. 38.30. afvoerpijpen - algemeen Levering en plaatsing van de hemelwaterafvoerpijpen, met inbegrip van bevestigingshaken, beugels, kragen, eventuele ellebogen, T-stukken, uitzettingsvoegen, lasnaden of koppelingen, de aansluitingen op de hanggoten (vergaarbakjes,...) en verdere elementen afwaarts, Materialen Alle onderdelen en toebehoren zijn op elkaar afgestemd en geleverd door dezelfde leverancier. De minimale doorsnede van de afloopbuizen wordt bepaald rekening houdend met het maximum af te voeren debiet volgens NBN EN 12056-3 - Binnenriolering onder vrij verval - Deel 3: Ontwerp en berekening van hemelwaterafvoersystemen, met een minimum van 1 cm2 doorsnede per m2 horizontale projectie van het betrokken dak en een minimale doorsnede ND 75 mm. De hemelwaterafvoerpijpen worden gemonteerd volgens de voorschriften van de systeemleverancier, eventuele detailtekeningen en deze vermeld in hoofdstuk 3 van NBN 306. De buizen worden verticaal in het lood geplaatst. De buizen zijn zoveel mogelijk uit één stuk. De bevestiging met aangepaste beugels aan de vorm en formaat van de buizen moet het vrij uitzetten van de buizen toelaten. Zij worden water- en reukdicht aangesloten op het ondergrondse rioleringsnet d.m.v. aangepaste hulpstukken. Keuring De hemelwaterafvoerbuizen staan volkomen verticaal. De aansluitingen moeten waterdicht zijn tot een druk die overeenstemt met een waterkolom die gelijk is aan de hoogte van de buis. 38.31. afvoerpijpen - kunststof 38.31.20. afvoerpijpen - kunststof/hdpe Buizen en hulpstukken uit hard polyethyleen beantwoordend aan de voorschriften van NBN EN 1519 Kunststofleidingsystemen voor binnenrioleringen (lage en hoge temperatuur) - Polyethyleen (PE) - Deel 1: Specificaties voor buizen, fittingen en het systeem. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 58
Specificaties Kwaliteit: Soortelijk gewicht: > 0,941 gr/dm3 Shore-hardheid; minimum 63 Lineaire uitzettingscoëfficient: maximaal 0,2 mm/m C Kleur: zwart Vorm: rond Buitendiameter: ND 110 Beugels: schroefbeugels uit gegalvaniseerd staal ZN 450, aangepast aan de kleur van de buizen. De buizen dragen het overeenkomstigheidsmerk Benor (of gelijkwaardig). Opstelling: circa 20 mm voor het muurvlak geplaatst, in aansluiting met de bestaande doorvoeren (tapbuizen) Aansluiting op de tapbuizen: de afvoerbuizen worden over de bestaande tapbuizen geschoven. Gevelbevestiging: d.m.v. deels klemmende en deels glijdende beugels zodat de buizen kunnen bewegen zonder beschadigingen. Bevestiging minstens om de 100 cm. 38.31.21. afvoerpijpen - nieuwe afvoeren PE - Ø110 FH m Leveren en plaatsen van nieuwe afvoerbuizen in PE (diameter 110), inclusief beugels, eventueel schuifmof en bevestigingsmiddelen. Opstelling: circa 20 mm voor het muurvlak geplaatst, in aansluiting met de doorvoeren (tapbuizen) Aansluiting op de tapbuizen: de afvoerbuizen wordt over de nieuwe tapbuis geschoven. Verbindingen: d.m.v. effen spiegellassen, met uitzondering van de aansluiting op de tapbuizen en op de riolering. Gevelbevestiging: d.m.v. deels klemmende en deels glijdende beugels zodat de buizen kunnen bewegen zonder beschadigingen. Bevestiging minstens om de 100 cm. Om lengteveranderingen door temperatuursschommelingen te kunnen opvangen worden de nodige uitzetstukken ingebouwd. De uitzettingsmoffen bestaan uit een band met lage wrijvingsweerstand en zonder schadelijke inwerking op de buis. Nieuwe RW-afvoer zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: lopende m meetcode: netto lengte, gemeten in de as van de buis, zonder de overlappingen mee te rekenen. Hulpstukken worden gemeten als één lopende meter buis. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 38.31.22. afvoerpijpen inkorten bestaande afvoeren PE - Ø110 (incl. vernieuwen beugels ) FH st Door het isoleren van de bestaande platte daken, wordt de dakopbouw hoger. Daarom dienen waar nodig de bestaande afvoeren in PE gedemonteerd te worden en ingekort te worden aan de bovenzijde (aansluiting met tapbuis). Eveneens voorzien in dit artikel is het vernieuwen van de beugels. Alle bestaande afvoeren, zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk meetcode: per in te korten afvoer, inclusief het vernieuwen van de beugels. aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 38.50. toebehoren - algemeen Levering en plaatsing van alle noodzakelijke hulp- en/of verbindingsstukken om een perfecte afwatering van het hemelwater toe te laten vanaf de opvang op de dakvlakken tot de afvoer. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 59
38.51. toebehoren dakkolken en tapbuizen Tapbuizen / dakkolken beantwoordend aan TV 244 3.6. en vervaardigd uit een materiaal, verenigbaar met de dakvloer, het isolatiemateriaal, het dampscherm en de dakdichting. Specificaties : PE-buis met dezelfde eigenschappen als de afvoeren. Aan de buis is een aansluitslab in EPDM vastgemaakt door inklemming met een aluminium. De tapbuizen worden waterdicht ingewerkt in de dakdichtingslagen volgens TV 244 Aansluitingdetails platte daken en de ATG-richtlijnen (of gelijkwaardig) van het voorziene dakdichtingsmateriaal. De kolken worden zodanig geplaatst dat plasvorming wordt vermeden. Ze zullen minimaal 2 cm en maximaal 5 cm lager geplaatst worden dan de nevenliggende dakdichting. 38.51.01. toebehoren plaatsen nieuwe tapbuizen PE Ø 90 FH st De nieuwe tapbuizen hebben een diameter van 90 mm Opvatting en uitvoering: volgens TV 244 3.6.2 Dakwaterafvoeren in het dakvlak, aangevuld met TV 244 8.4 verticale doorbrekingen. De tapbuis valt minimaal 10 cm in de onderliggende afvoer. meeteenheid: per stuk meetcode: per nieuw te plaatsen tapbuis aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 38.52. toebehoren - draad- en bolroosters FH st Ballonvormige draadbolroosters uit een corrosievast materiaal, aangepast aan de diameter van de afvoerbuizen. : UV- en weersbestendig De aannemer legt een staal voor ter goedkeuring aan de architect en het Bestuur. Te plaatsen op iedere tapbuis, zie aanduidingen op plan 2/2 nieuwe toestand. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 38.54. toebehoren - noodspuwers PE Ø 50 (incl. boring) FH st De noodspuwers, worden voorzien als verklikkers ingeval van verstopping van de primaire hemelwaterafvoer van de platte daken. Nieuwe noodspuwers te voorzien in de nabijheid van elke tapbuis. De spuwertjes zijn voorzien van aangepaste plakplaatjes voor een stabiele en waterdichte aansluiting op de voorziene dakdichting. Specificaties : kunststof PE Diameter: 50 mm Uitsteek (t.o.v.) gevelvlak: minimum 50 mm Positionering bij platte daken volgens TV TV 244 3.4.3 Nooduitlaten spuwers De juiste doorgangslengte moet ter plaatse worden opgemeten. De boring in inbegrepen in dit artikel. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 60
De buisjes worden lichtjes afwaterend naar buiten toe geplaatst. De aansluiting garandeert een waterdichte en verzorgde aansluiting met het dakvlak en gevelzichtvlak. De doorvoeropening wordt afgewerkt met een aangepaste kit. Te plaatsen in de nabijheid van iedere tapbuis. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 61
44. BUITENTRAPPEN & BORSTWERINGEN 44.00. buitentrappen en borstweringen - algemeen Levering en plaatsing van alle voorziene buitentrappen, borstweringen en brandladders tot een afgewerkt geheel met inbegrip van de bijhorende bordessen, treden, randafwerkingen, borstweringen, handgrepen,. De werken omvatten: - het opmeten van de juiste afmetingen ter plaatse; - de controle en voorbereiding van de steunen; - de opmaak van de nodige werktekeningen en aftoetsing aan de geometrische eisen en gebruiksgeschiktheidscriteria volgens NBN B 03-004, gebeurlijke aanpassingen vallen ten laste van de aanneming, - de fabricage op maat, - het transport en de montage van alle trapelementen met inbegrip van de corrosiebeschermende behandelingen; - alle bevestigings- en/of oplegmiddelen, chemische verankeringen, inclusief de eventueel noodzakelijke constructieve uitzetvoegen en kitten; - de randafwerkingen, t.o.v. omgevende vloer-, dorpel- en gevelafwerkingen; - de nodige voorzieningen om de elementen na plaatsing te beschermen tegen beschadiging of bevuiling voor de volledige duur van de overige werken. Materialen - De bepalingen van 27.00. structuurelementen- staal zijn van toepassing op de stalen elementen. - Alle materialen zijn vorstbestendig en bezitten een voldoende duurzaamheid t.o.v. het buitenklimaat. - Alle metalen elementen en bevestigingsmiddelen zijn corrosiebestendig. - De buitentrappen moeten bij alle weersomstandigheden veilig begaanbaar te zijn (antislip-treden). - De stabiliteit van de trappen en borstweringen moet in alle omstandigheden gewaarborgd zijn. De norm NBN B 03-004 Borstwering is integraal van toepassing. De beschermingshoogte en samenstelling van leuningen en borstweringen moet voorafgaand aan de bestelling worden afgetoetst aan de geometrische eisen en gebruiksgeschiktheidscriteria (weerstand tegen horizontale belasting uitgeoefend door personen, windbelasting, combinatie van belastingen, zachte schokproef) volgens NBN B 03-004. Rekennota van de theoretische vervorming (volgens tabellen 5 en 9 van de norm) voor te leggen. - De verankeringen van de borstweringen zijn aangepast aan het materiaal waarin ze zullen worden aangebracht. Hun weerstand moet gewaarborgd worden aan de hand van een proefrapport, proeven in-situ of een rekennota. - De buitentrappen en brandladders voldoen inzake brandveiligheid aan de bepalingen in artikel 04.40. m.b.t. brandveiligheid. - De aangegeven vorm en basisafmetingen op de aanbestedingsplannen zijn richtinggevend. De aannemer is verplicht ter plaatse de afmetingen te controleren. - De elementen worden zoveel mogelijk geprefabriceerd in de werkplaats en vervolgens ter plaatse gemonteerd en verankerd aan de omgevende draagconstructies. De concrete opvatting van bevestigingspunten en vereiste verankeringselementen wordt voorafgaandelijk in onderling overleg tussen ontwerper, ingenieur, aannemer en fabrikant bepaald. Bij de montage wordt nauwlettend toegezien op het voorkomen van alle mogelijke koudeen/of vochtbruggen. 44.60. brandladders - algemeen 44.62. brandladders - aluminium Vaste op maat vervaardigde ladder uit aluminium met veiligheidskooi, voor het veilig onderhoud van de platte daken. De normen NBN EN 131 en NBN EN ISO 14122-4 zijn van toepassing. Vaste ladder, met twee verticale ladderbomen met daartussen horizontale laddersporten. Ladder samengesteld met extrusieprofielen uit een hoogwaardig aluminiumlegering. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 62
Specificaties Oppervlaktebehandeling: geanodiseerde aluminiumlegering naar NBN 1-50, laagdikte min. 20 µm Bevestigings- en verbindingsmiddelen zijn vervaardigd uit roestvast staal (RVS). Afmetingen: indicatief (na te meten door de aannemer ter plaatse) Ladderbreedte: minimum 600 mm De laddersporten worden voorzien van een antislip-uitvoering. Veiligheidskooi met horizontale kooiringen (vanaf ca. 2,2 m hoogte), vrije doorgang kooidiepte min. 700 mm De ladder wordt gepoederlakt: RAL-kleur later te bepalen Systeem (inclusief bevestigingswijzen) ter goedkeuring voor te leggen aan het Bestuur. Op maat gemaakte ladder, ter plaatse te monteren. De constructiedelen mogen niet worden gelast omdat zulks de fysische eigenschappen van het aluminium kan wijzigen. De bovenste laddersport ligt gelijk met het aankomstniveau, de ladderbomen lopen circa 1,1m door en zijn verbreed. Onderaan steunt de ladder op een vaste ondergrond. Bij de bevestiging aan de gevel wordt rekening gehouden met thermische uitzetting. Bevestigingssysteem ter goedkeuring voor te leggen. Omwille van de brede dakranden, hebben de ladders aan de bovenzijde een uitstapplatform met doorlopende borstwering tot de veilige zone van het plat dak (randzone van 2 m t.o.v. dakrandprofiel). Begrepen in de eenheidsprijs van dit artikel. 44.62.01 brandladders aluminium hoogteverschil +/- 3 m FH st Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand, tussen dak G-H, dak I-H, dak G-E. In dit artikel is de netto-hoogte aangegeven, excl. de extra hoogte die boven het dak moet uitsteken. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) 44.62.02 brandladders aluminium hoogteverschil +/- 5 m FH st Zie aanduiding op plan 2/2 nieuwe toestand, tussen dak D-F, dak F-G. In dit artikel is de netto-hoogte aangegeven, excl. de extra hoogte die boven het dak moet uitsteken. meeteenheid: per stuk aard van de overeenkomst: Forfaitaire Hoeveelheid (FH) DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 63
51. BINNENPLAATAFWERKINGEN 51.00. binnenplaatafwerkingen - algemeen Alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van lichte binnenconstructies en uitbekledingen met plaatmaterialen tot een volledig afgewerkt geheel. Materialen Alle gebruikte materialen zijn bestand of worden beschermd tegen schade door corrosie, schimmelvorming of insecten. Alle hout gebruikt voor regelstructuren moet het FSC-label dragen en de leverancier moet FSC gecertificeerd zijn. De platen worden droog, horizontaal en op een vlakke ondergrond opgeslagen, goed beschermd tegen beschadiging. De voegproducten worden droog en vorstvrij opgeslagen. De plaatafwerkingen moeten uitgevoerd worden door een hierin gespecialiseerd (onder)aannemer. De uitvoering zal gebeuren in regen- en winddichte ruimten en bij risico s op vervormingen als gevolg van vocht enkel in een droog gebouw (relatieve luchtvochtigheid maximaal 80%). De aannemer gaat na of de ondergrond voldoende vlak, haaks, droog, net, stabiel en coherent is en maakt deze waar nodig geschikt. Indien zichtbare gebreken aanleiding kunnen geven tot een slechte uitvoeringskwaliteit, wordt de ontwerper hiervan op de hoogte gesteld. Er wordt hierbij rekening gehouden met de voorschriften van de fabrikant van de platen, lijmen, bevestigingsmiddelen en/of de achterliggende draagstructuur. De bevestiging van het geheel aan de dragende structuren gebeurt volgens voorstel van de aannemer. Op aanvraag van het Bestuur zal de aannemer de nodige werktekeningen voorleggen. De afwerkingen en hun bevestigingen moeten weerstaan aan de verschillende belastingen die zullen aangrijpen op het geheel. Er wordt rekening gehouden met aan de afwerking opgehangen en bevestigde structuren. Waar vereist worden aangepaste bevestigings- of ophangversterkingen geïntegreerd. Dit wordt vooraf besproken met de architect. Er moet een goede uitvoeringscoördinatie met de andere onderaannemers gegarandeerd zijn. De nodige uitsparingen, versterkingen,, worden in overleg met de respectievelijke onderaannemer voorzien, rekening houdend met de vereiste afwerking. Onvolkomenheden, zoals rond doorvoeren voor technische installaties, worden bijgewerkt. De aannemer is verantwoordelijk voor een scheurvrije uitvoering van de wand- en plafondafwerkingen en zal dilatatievoegen aanbrengen volgens aanduiding op de plannen, de voorschriften van de fabrikant en/of volgens zijn ondervinding. Als er bijkomende bewegingsvoegen tengevolge van scheurvorming in de ondergrond moeten voorzien worden, zal dit aan de architect voorgelegd worden. 51.50. plafondafwerking algemeen 51.52. plafondafwerking uitbekleding daklichtopeningen PM Levering en plaatsing van de uitbekledingen voor de dagkanten van de dakkoepel (rookkoepel), met inbegrip van plaatmaterialen, bevestigingsmiddelen en afwerking volgens de voorgeschreven afwerkingsgraad. Plaatstroken: gipsvezelplaten Op alle buitenhoeken wordt een stalen hoekbeschermingsprofiel geplaatst in aansluiting met de plafondstructuur in beton. Mortelspecie: specificaties in functie van de ondergrond, zodat een optimale hechting en stabiliteit van de pleisterlagen op de ondergrond verzekerd is. De bepalingen van TV 199 - Binnenbepleisteringen - Deel 1 en TV 201 - Binnenbepleisteringen - Deel 2 (WTCB, 1996) zijn van toepassing. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 64
Afwerkingsgraad: F3 (volvlakkig plamuren), inclusief de randaansluitingen tussen de dagkanten en het bestaand plafond dienen uitgepleisterd te worden. Oppervlaktekwaliteit volgens NBN EN 635-2,-3: klasse I (te schilderen in wit) aard van de overeenkomst: Pro Memorie (PM). Inbegrepen in de eenheidsprijs van de rookkoepel (art. 36.33). DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 65
82. BUITENSCHILDERWERKEN 82.00. buitenschilderwerken - algemeen De post "buitenschilderwerken" omvat alle noodzakelijke leveringen en werken voor het realiseren van de voorziene schilderwerken aan gevels, houten en stalen gevelelementen, behandeling van buitenschrijnwerk, e.d. tot een zuiver afgelijnd en afgewerkt geheel. In overeenstemming met de algemene en/of specifieke bepalingen van het bijzonder bestek, dienen de onder deze post begrepen eenheidsprijzen, hetzij volgens uitsplitsing in de samenvattende opmeting, hetzij in hun globaliteit, steeds te omvatten : de plaatsing van de nodige stellingen of ladders en alle gereedschap om een veilige en efficiënte uitvoering mogelijk te maken; het proper houden van de omgeving, waar geschilderd wordt; het nemen van alle voorzorgsmaatregelen teneinde beschadigingen te voorkomen van het gebouw en de gevelelementen, t.t.z. het beschermen van niet te schilderen delen (afplakken, ); het verwijderen van allerlei obstakels zoals regenwaterafvoerleidingen (en de tijdelijke vervanging door goed functionerende noodvoorzieningen); het eventueel voorafgaandelijk wegnemen van bestaande verflagen of bekledingen, die het aanbrengen van nieuwe verflagen zouden bemoeilijken; het slecht functioneren van draai- en sluitwerk door verflagen ongedaan te maken, enz., ; het nazicht en geschikt maken van de ondergrond, d.w.z. het bijwerken van onvolkomenheden, zoals oneffenheden of krassen (d.m.v. puimen, schuren, plamuren,...), het ontstoffen (afborstelen, afwassen) en ontvetten van het te schilderen oppervlak (met aangepast producten); het desgevallend voorafgaandelijk aanbrengen van gevraagde kleurstalen; het zorgvuldig aanbrengen van alle door het bijzonder bestek of alle door de fabrikant voorgeschreven hecht-, grond-, dek- en/of drenkingslagen, het verwijderen van aangebrachte afplakstroken, het reinigen van gebeurlijke vlekken of spatten, het verwijderen van alle afval, voortkomend van de werken, de bescherming van het aangebrachte schilderwerk tot bij de voorlopige oplevering en het desgevallend zorgvuldig aanbrengen van kleine 'retouches'. 12 maanden gelden. 82.20. buitenschilderwerken op beton - algemeen Buitenverfsystemen op ondergronden uit ter plaatse gestort of geprefabriceerd beton, met inbegrip van de voorbereiding van de ondergrond. NBN EN 1062 Verven en vernissen voor buitenmetselwerk en -beton is van toepassing. Volgende normen zijn van toepassing: Solventrichtlijn (2004/42/EG) REACH, EU-richtlijn 1907/2006 EG Gevaarlijke stoffen richtlijn 67/548/EEC Richtlijn 2001/59/EG Preparaten richtlijn 1999/548/EC NBN EN ISO 4618: 2006 - Verven en vernissen - Termen en definities 82.22. buitenschilderwerken op beton - luifels VH m2 Algemeen De schilderwerken worden uitgevoerd volgens TV 249 - Leidraad voor de goede uitvoering van schilderwerken (herziening van TV 159) (WTCB). De schilderwerken moeten uitgevoerd worden door ervaren vaklui. De aannemer respecteert de te nemen voorzorgsmaatregelen, opgegeven door de fabrikant en de bepalingen van het A.R.A.B., m.b.t. gezondheidsrisico s verbonden aan het inademen van schadelijke solventen, e.d. Bij twijfel of onvoorziene omstandigheden wordt de adviseur van de verffabrikant geraadpleegd. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 66
Conform NBN EN 1062-1 Alle gebruikte materialen en producten zijn geschikt voor de beoogde toepassing en zijn onderling en met de staat van de ondergrond verenigbaar. De verantwoordelijkheid van de aannemer wordt door het voorschrijven van samenstellingen of formules geenszins verminderd, ze blijft volledig bestaan. De aannemerschilder moet dan ook alle nodige voorzieningen treffen ter voorkoming van reacties, haarscheuren, enz., ten gevolge van het contact van de verven onderling en/of met de drager. 'Grondlaag' Grondlaag: oplosmiddelhoudende grondlaag op basis van silikoon-hars combinatie: hoog indringvermogen, waterafstotend, kleurloos, dichtheid: 0,892, verbruik: ca. 170 ml/m2 en meer naargelang de zuigkracht van de ondergrond, droogtijd: 12 uur. 'Waterafstotende verf' Waterdampdoorlatende, slagregendichte en vuilafstotende gevelverf op basis van silikoonhars-emulsie (geveldispersieverf). geen aangroei van micro-organismen, spanningsarm, niet filmbindend maar micro-poreus, zeer waterdampdoorlaatbaar, zeer slagregendicht,-dichtheid: 1,67 verbruik: ca. 150 ml/m2 bij gladde ondergrond en na toevoeging van 3% water, droogtijd: 6 uur, regendichtheid: 0,035 kg/(m2h1/2), diffusieweerstand: 0,025, kleur: vrij te bepalen uit beschikbare kleurenkaart. glans: G3 (mat) De uitvoering van de buitenschilderwerken moet gebeuren bij droog, windstil weer en in een stofarme omgeving. Onder voor schilderwerken ongunstige omstandigheden mag onder geen beding geschilderd worden. De minimale en maximale temperatuur en relatieve vochtigheid moeten overeenstemmen met de voorschriften van de verffabrikant. Voorbereiding: De te behandelen oppervlakten dienen zodanig gereinigd dat alle vuil, vet, losse en aangetaste delen grondig zijn verwijderd. Eventueel hieruit voortkomende beschadigingen dienen te worden hersteld in structuur en sterkte van de ondergrond met materialen verenigbaar met het aan te brengen verfsysteem. De aannemer dient alle aansluitende bouwkundige delen (gevelmetselwerk, buitenschrijnwerk) te beschermen tijdens de schilderwerken. Eventuele beschadiging, verfresten op niet te schilderen delen vallen onder de verantwoordelijkheid van de aannemer en dienen op zijn kosten hersteld te worden. Opbouw: Behandeling met een grondlaag siloxan impregneergrond à rato van ca. 170 ml/m2, Schilderen met een dekkende laag siloxaan geveldispersiemuurverf à rato van ca. 150 ml/m2, Afwerking met een gelijkmatig dekkende eindlaag siloxaan geveldispersiemuurverf à rato van ca. 150 ml/m2. AFVAL Het is ten strengste verboden, afval van voorbehandelings- of verfproducten uit te gieten in wasbakken, uitgietbakken, putjes,, die zich in het gebouw bevinden. De aannemer zal het afval verzamelen in eigen recipiënten, van de werf verwijderen en op reglementaire wijze storten. Gedurende de droogtijd of uithardingsperiode, neemt de aannemer de nodige voorzorgen om personen te waarschuwen voor de pas uitgevoerde schilderwerken, d.m.v. opschriftborden, het spannen van koorden of plaatsen van afsluitingen. Alle gebeurlijke beschadigingen, voortvloeiend uit de nalatigheid van de aannemer zijn volledig op zijn verantwoordelijkheid en worden onmiddellijk hersteld. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 67
DUURZAAMHEID - WAARBORGEN Indien er zich blaarvorming, barstvorming, afschilfering, verkleuring, afpoederen en/of haarscheurvorming voordoet, binnen een waarborgtermijn van 12 maanden na de voorlopige oplevering, zal de schilder, op zijn kosten, alle nodige herstellingen uitvoeren die de architect en het bestuur noodzakelijk achten. Eventueel moet de verf worden verwijderd en de werken worden herbegonnen. Voor de herstelde oppervlakken zal een nieuwe waarborgperiode vastgelegd worden. De schilderwerken gebeuren op de bestaande betonnen luifels van de dakranden, daar waar er betonherstel is toegepast. Meetcode Meeteenheid: m2 Meetmethode: netto oppervlakte, zonder onderscheid te maken tussen horizontale of verticale delen Aard van de overeenkomst: Vermoedelijke Hoeveelheid (V.H.) Alle beschreven handelingen en materialen, m.i.v. voorbereiding van de ondergrond zijn inbegrepen in de eenheidsprijs. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 68
100 PATRIMONIUMBEHEER / ONVOORZIENE OMSTANDIGHEDEN 100.01 Werken op grond van werkelijke uitgaven TTB Deze post omvat de onvoorziene werken die niet uitdrukkelijk in het bestek vermeld staan. Het bestuur beslist over de aard en de omvang van deze werken. In de meetstaat is hiertoe een stelpost voorzien. Werken en leveringen van gekende posten, waarvan de hoeveelheid wijzigt, zullen verrekend worden volgens eenheidsprijzen bij aanbesteding, ongeacht de grootte van de wijziging. De verrekening door de aannemer zal gebeuren op basis van de vastgelegde uurlonen en de courante eenheidsprijzen voor het aangewende materiaal. Transportkosten e.a. verhogen met het toegelaten percentage voor algemene kosten en winsten. Vooraleer de aannemer zijn bijkomende opdracht aanvat zal een verrekeningsvoorstel ter goedkeuring worden voorgelegd. In de inschrijving wordt er verplichtend rekening gehouden met de totale reeds ingeschreven som voor dit artikel. Aard van de overeenkomst: Stelpost, Tegen terugbetaling (TTB). Eenheidsprijs omvat de door de aannemer werkelijke gedragen uitgaven (lonen, materiaal, transport,...) vermeerderd met 15% voor de algemene kosten en winst. In de offerte wordt er verplichtend met voorlopige prijs gerekend van 13.000,00. Dit bedrag wordt verplicht overgenomen op de offerte. 100.02 Schoonmaak van de werf - eindschoonmaak PM De aannemer is verplicht tijdens en bij het beëindigen van de werken zo dikwijls als nodig het terrein op te ruimen. Hieronder is te verstaan het verwijderen van bouwmaterialen, vuilnis en afval, voortkomende van zijn werken, het grondig reinigen, evenals het vervoeren van alle afval en bouwresten naar een erkende stortplaats. Tijdens de uitvoering van de werken der aanneming, tot aan de voorlopige oplevering, moet de aannemer alle afval (verpakkingsonderdelen, kartons, overtollige materiaal e.d.) op het einde van elke werkdag verwijderen. Dit geldt overigens eveneens voor alle vervuiling ten gevolge van deze werken (afbraakmaterialen, overschotten van bewerkte materialen, vervuiling door lassen of schijven...). De aannemer is er aan gehouden zijn uitvoeringsmethodiek dermate aan te passen dat de werken op zich een minimum aan vervuiling met zich mee brengen (bv. boren met stofzuiger, zagen in daartoe ingerichte zone of buiten,...). Alle kosten voortvloeiend uit voorgaande zijn een last van de aanneming en zijn begrepen in de verschillende eenheidsprijzen van het bestek. De infrastructuur welke het voorwerp uitmaakt van de aanneming moet bovendien ten vroegste één week voor de afgesproken voorlopige oplevering volledig worden gereinigd. Alle zelfklevers, of andere markeringen voor de uitvoering, worden vooraf verwijderd. Er mogen verder geen snippers, stofvorming, spatten, vuile vegen en vingertasten meer worden vastgesteld. Voornoemde geldt niet enkel voor de functionele ruimten, of de zones waar de specifieke werken plaats vonden, ook de lokalen die veel circulatie kregen te verduren gedurende de bouwwerkzaamheden en mogelijks geen deel uitmaakten van de werfzone (grenzen van de aanneming), vereisen een grondige opkuisbeurt, begrepen in dit artikel, voor zover duidelijk is dat de vervuiling een gevolg is van de werken. De aannemer dient er vooral zorg voor te dragen dat het gebouw aan de binnenzijde ten alle tijde rein achtergelaten wordt. De aannemer dient er voorts op toe te zien dat de lokalen waar geen werken voorzien zijn in het kader van onderhavig bestek, en waar geen circulatie vereist is voor een degelijke en veilige uitvoering der werken, terdege worden beschermd tegen vervuiling door de werken. Dit op alle plaatsen waar nodig, en met materialen aangepast aan de lokale omstandigheden. Bij nalatigheid vallen alle werken voor het opkuisen van deze lokalen ten laste van de aannemer. Voor de vaststelling ter zake dient men zich te kunnen baseren op een degelijke plaatsbeschrijving. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 69
Gedurende de werfopvolging zal de aannemer nauwgezet het onderhoudsadvies van de fabrikanten/leveranciers der door hem geleverde, verwerkte en geplaatste materialen bijhouden onder de vorm van een technische fiche. Deze bundel dient bij de voorlopige oplevering te worden overhandigd aan het Bestuur. De opkuis van de volledige werfzone. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Inbegrepen in het geheel der aanneming. 100.03 Overdracht nuttige informatie voor goed onderhoud PM De aannemer heeft tot plicht, de ontwerper alle details en documenten en technische fiches te bezorgen die de leidend ambtenaar nodig acht voor het nauwgezet opvolgen van de werken. Volgende documenten worden overhandigd : Conformiteitsattesten van verschillende materialen. Certificaat overeenkomstig milieuvoorschriften en recyclagetechniek. De garantiebewijzen. Technische fiches en instructies met het onderhoudsadvies. Alle details en documenten nodig voor het nauwgezet opvolgen van de werken. Aard van de overeenkomst: Pro Memorie (P.M.). Inbegrepen in het geheel der aanneming. DEEL II:Technische beschrijving BOU/2016/041-ID 2938 Blz. 70