Tabel 1: Frequentieverdelingen, gemiddelden en spreiding van opleidingen van respondenten en partners (naar geslacht) en vaders en moeders van de respondent. Respondenten Partners Ouders Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Vaders Moeders 1 LAGERE SCHOOL 14.7% 20.3% 8.2% 34.6% 40.5 54.9 2 LBO 14.2% 13.8% 16.5% 16.5% 14.8 13.2 3 MAVO 6.9% 17.8% 14.4% 19.7% 7.7 13.8 4 MBO 14.2% 8.0% 14.4% 9.4% 8.1 4.4 5 VWO,HAVO 12.5% 8.3% 7.2% 6.3% 6.0 4.6 6 HBO 12.9% 16.6% 18.0% 7.1% 13.9 6.1 7 W.O.,HOGESCHOOL 24.6% 15.1% 21.1% 6.3% 9.1 3.1 Valid N 232 325 194 127 519 523 Missing N 1 0 131 106 39 35 Mean 4.33 3.80 4.35 2.83 3.02 2.21 SD 2.17 2.15 2.05 1.88 2.19 1.73 De meetschaal is voor de betrokken personen dezelfde rangorde van 1 tot 7. Bij het berekenen van gemiddelde en standaarddeviatie veronderstellen we dat deze rangorde als een intervalvariabele kan worden behandeld. Ik heb de frequentieverdelingen via percentages weergegeven, met de totale N per kolom. Dit geeft meer informatie dan alleen de frequenties (en er gaat geen informatie verloren). Partners van vrouwen zijn doorgaans mannen, partners van mannen zijn doorgaans vrouwen. Ik heb de verdelingen per geslacht opgesteld, zodat de tabel telkens een volgorde man / vrouw geeft. Belangrijk is het vermelden van de missing N (naast de valid N). Data analyse draait voor een groot deel om de verantwoorde omgang met missing values. Deze zijn voor de respondenten verwaarloosbaar. Er zijn misssing values voor de partners deze ontstaan vermoedelijk grotendeels doordat niet iedereen en partner heeft. Bij de oudes is minder dan 10% missend dit is het aantal respondenten dat de opleiding van hun ouders niet weet of wil zeggen. Dit kan voor vertekening in analyses zorgen als de missende waarde veel lagere opleidingen betreffen. De gemiddelden laten zien dat zowel voor respondenten, partners als ouders geldt dat mannen gemiddeld hoger zijn opgeleid dan vrouwen. Het verschil is het grootst bij de partners (onduidelijk waarom) en het kleinst bij de respondenten.
Tabel 2a: Significantietesten van verschil in gemiddeld opleidingsniveau tussen mannen en vrouwen voor respondenten, partner en ouders. N Mannen Vrouwen Verschil SE T Type T test Respondenten 557 4.33 3.88 0.525 0.186 2.8 Independent Partners 321 4.35 2.83 1.519 0.222 6.8 Independent Ouders 510 3.03 2.21 0.816 0.072 11.4 Paired Tabel 2b: Significantietesten van verschil in gemiddeld opleidingsniveau tussen mannelijke respondenten en mannelijke partners; vrouwelijke respondenten en vrouwelijke partners N Respondenten Partners Verschil SE T Type T test Mannelijke respondenten en partners Vrouwelijke respondenten en partners 426 4.33 4.35 0.018 0.204 0.1 Independent 450 3.80 2.83 0.876 0.205 4.8 Independent Zowel de independent samples als de matched pairs t test heeft betrekking op verschillen in gemiddelden tussen twee groepen. Dit verschil (het effect ) heb ik expliciet vermeld. Daarnaast vermeld ik uitdrukkelijk de SE (standard error of sampling error). Merk op dat deze voor een paired sample T test veel kleiner is dan bij een independent sample T test. Hierachter steekt een algemeen principe: SE s zijn kleiner als je meer verklaarde variantie hebt, in dit geval de ene variabele beter uit de andere kunt voorspellen. De T waarde is effect / SE. Als je een T waarde vermeldt, is het eigenlijk niet nodig ook een P waarde weer te geven. De T is (tweezijdig) significant (P<.05) als T > 2.0. In onderzoeksverslagen zie je vaak dat de T waarden door een sterretjes systeem worden vervangen. Ik heb geen acht geslagen op resultaten van Levene s test van equal variances ( homoskedasticity ).
Tabel 3: Tien indicatoren van culturele opvoeding, descriptives Valid N Min Max Mean SD culopv1 IN OUDERLIJK GEZIN WERDEN BOEKEN GELEZEN 556 1 3 2.19.789 culopv2 OUDERS ZETTEN KINDEREN TOT LEZEN AAN 553 1 3 1.75.814 culopv3 RESP. WAS ALS KIND LID VAN BIB. 554 1 2 1.63.483 culopv4 AANTAL BOEKEN BIJ RESP. OUDERLIJK HUIS (< 100; > 100) 554 1 2 1.41.492 culopv5 AANWEZIGHEID VAN EEN NED. WOORDENBOEK 549 1 2 1.76.426 culopv6 AANWEZIGHEID VAN EEN ATLAS 555 1 2 1.87.336 culopv7 RESP. GING MET OUDERS NAAR MUSEUM 556 1 3 1.55.702 culopv8 RESP. GING MET OUDERS NAAR CONCERT-TONEE 556 1 3 1.44.661 culopv9 FREQUENTIE SCHOUWBURGBEZOEK OUDERS 552 1 3 1.57.715 culopv10 FREQ. BEZOEK ARCHITECTUUR MET OUDERS 554 1 3 1.71.790 Valid N (listwise) 537 Total N (pairwise) 557 Meetschalen zijn: (1) Helemaal niet, (2) Niet zoveel (3) Heel veel [1, 2]; (1)Nee, (2) Ja [3, 4, 5, 6]; (1) Nooit, (2) Heel soms (3) Vaak [7, 8, 9, 10]. Merk op dat de pairwise N best wel kleiner is dan de listwise N. Ook hier moet je nadenken over de behandeling van missing values. De meetschalen verschillen tussen de indicatoren zowel wat betreft hoeveelheid alternatieven als de benoeming daarvan. De indicatoren zijn niet op dezelfde schaal gemeten en kunnen daarom niet zomaar gemiddeld worden. Belangrijk is ook dat de SD s nogal uiteenlopen bij middeling van items zijn de spreiding een soort gewichten.
Tabel 4: Betrouwbaarheidsanalyse van tien culturele opvoedingsindicatoren (gestandaardiseerd) Corrected Item-Total Correlation Cronbach's Alpha if Item Deleted Zculopv1 Zscore: IN OUDERLIJK GEZIN WERDEN BOEKEN GELEZEN.541.823 Zculopv2 Zscore: OUDERS ZETTEN KINDEREN TOT LEZEN AAN.573.820 Zculopv3 Zscore: RESP. WAS ALS KIND LID VAN BIB..439.833 Zculopv4 Zscore: AANTAL BOEKEN BIJ RESP. OUDERLIJK HUIS.612.816 Zculopv5 Zscore: AANWEZIGHEID VAN EEN NED. WOORDENBOEK.543.823 Zculopv6 Zscore: AANWEZIGHEID VAN EEN ATLAS.430.834 Zculopv7 Zscore: RESP. GING MET OUDERS NAAR MUSEUM.591.818 Zculopv8 Zscore: RESP. GING MET OUDERS NAAR CONCERT-TONEE.513.826 Zculopv9 Zscore: FREQUENTIE SCHOUWBURGBEZOEK OUDERS.514.826 Zculopv10 Zscore: FREQ. BEZOEK ARCHITECTUUR MET OUDERS.560.821 Betrouwbaarheid schaal.839 Valid N 537 Het is wat ongebruikelijk om zo n tabel te rapporteren, meestal volstaat men met het vermelden van de alpha. Omdat de meeteenheden van de indicatoren verschillend zijn, dienen de indicatoren voor betrouwbaarheidsanalyse eerst gestandaardiseerd te worden en moet de alpha if item deleted vergeleken worden met de standardized items alpha. De conclusie is dat geen enkele indicator verwijderd hoeft te worden om de betrouwbaarheid van de schaal te verhogen. De betrouwbaarheid van de schaal (0.84) is naar gangbare maatstaven hoog. Interpretatie van alpha is die van stabiliteit: het is Cronbach s schatting van de test retest correlatie, dit is de correlatie van de schaal met zichzelf bij hermeting. Hoge betrouwbaarheid zegt op zichzelf nog niet dat het kenmerk goed (valide) gemeten is. Betrouwbaarheid is een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor validiteit.
Tabel 5: Invloed van opleiding van ouders op opleiding van respondenten, met constanthouden van confounders leeftijd en sekse (model B), en mediator culturele opvoeding (model C). Gestandaardiseerde regressiecoefficienten. Valid N=506 (listwise). Model A Model B Model C Beta T Beta T Beta T VOPL 0.483 10.3 0.420 9.2 0.334 6.7 MOPL 0.202 4.3 0.137 3.0 0.107 2.4 AGE -0.252 6.9-0.214 5.7 FEMALE -0.119 3.7-0.136 4.2 CULOPV 0.182 4.0 Adj R2 40.6% 46.9% 48.4% Vermeld zijn gestandaardiseerde regressiecoefficienten en hun T waarden. Een T is statistisch significant (P<.05) als T > 2.0. Model A laat de totale invloed van de opleiding van ouders zien. De invloed van de opleiding van vaders is beduidend sterker dan die van de opleiding van moeder. In Model B houden we leeftijd en geslacht constant. Beide zijn potentiële confounders (gaan vooraf aan opleiding ouders en opleiding respondent). De confounders verzwakken het hoofdeffect. Dat komt met name door leeftijd: oudere respondenten hebben een lagere opleiding, maar ook lager opgeleide ouders. Een gedeelte van het in model A getoonde effect van opleidingen van de ouders is dus schijn. In Model C houden we een mediator constant: culturele opvoeding volgt op de opleiding van de ouders en gaat vooraf aan de opleiding van de respondent. De afzwakking van het effect van de opleiding van ouders dient als een indirect effect te worden geënterpreteerd. Ca. 20% van deze invloed komt voor rekening van het cultureel kapitaal mechanisme: hoger opgeleide ouders geven hun kunderen veel cultuur mee en daarmee bereiken deze een hogere opleiding. Het is interessant om te zien dat vaders opleiding zoveel meer gewicht krijgt dan die van moeders, maar als het je daar niet om gaat is het overzichtelijker om de de opleiding van vader en moeder te middelen.
Syntax ** UITWERKING PRACTICUM OPDRACHT 1 **. IMPORT FILE='U:\)Datalib\NET\CULPART\cul8485_p0837.por'. freq sexe. recode sexe (2=0)(1=1) into Female. freq gebjaar. Compute Age=85-Gebjaar. Recode Age (-12=88). freq Age. freq opl popl. ** DESCRIPTIVES **. cross opl popl by female. cross opl popl by female /missing=include. cross opl popl by female /cel=col. freq vopl mopl /stat=mean stddev. mean opl popl by female. ** SIGNIFICANTIE-TESTEN **. T-test groups=female (0,1) / var=opl popl. T-test paired=vopl with mopl. if (female eq 0) male_educ=opl. if (female eq 1) male_educ=popl. if (female eq 0) female_educ=popl. if (female eq 1) female_educ=opl. T-test groups=female (0,1) / var=male_educ female_educ. ** CULTURELE OPVOEDING **. freq culopv1 to culopv10. desc culopv1 to culopv10. ** BETROUWBAARHEIDSANALYSE **. DESC culopv1 to culopv10 /SAVE. RELI VAR=Zculopv1 to Zculopv10 /SUMM=ALL.
compute CULOPV = mean(zculopv1 to zculopv10). Desc CULopv. ** REGRESSIE-ANALYSE **. regress /stat=def tol /dep= OPL /enter=vopl MOPL /enter=age Female / enter=culopv. compute FMEDUC=mean(VOPL,MOPL). regress /stat=def tol /dep= OPL /enter=fmeduc /enter=age Female / enter=culopv.