Thoraxcentrum JAARVERSLAG 2013

Vergelijkbare documenten
Thoraxcentrum. Kwaliteits- Jaarverslag. Juli 2015

Kwaliteit zorg van Thoraxcentrum UMCG

Thoraxcentrum. Jaarverslag 2012

GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN 5CORONAIRLIJDEN

Programma

NVVC-CONNECT. In kaart brengen van zorg voor. Nederlandse patiënt met myocardinfarct

Recente ontwikkelingen in de acute hartzorg

5.3. Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden

Overzicht prestaties Hartchirurgie

Jan G Grandjean. Cardiothoracaal Chirurg

Harttransplantatie - De voorbereiding

Indicatorensets Meetbaar Beter

Prestaties hartchirurgie

Volumenormen cardiologie 2016

Besluit van 14 december 2016 houdende de opleidings- en erkenningseisen voor het medisch specialisme cardiologie

Left Ventriculair Assist Device

Indicatorensets Meetbaar Beter

AORTAKLEPLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Aortakleplijden

6ATRIUMFIBRILLEREN. Hiërarchie gecombineerd voor Atriumfibrilleren

Aantallen en uitkomsten van congenitale cardiothoracale chirurgie in Nederland

Van hartinfarct tot nazorg op de poli

5.4. Atriumfibrilleren

Knelpunten en uitgangsvragen

Intracardiale pacemaker

CORONAIRLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Coronairlijden

Vastgesteld rapport van het inspectiebezoek Toezicht Operatief Proces cardiothoracale chirurgie in het Amphia Ziekenhuis te Breda.

Polikliniek atriumfibrilleren

Thoraxcentrum Harttransplantatie

Patiëntveiligheid in ziekenhuizen. 12,5 jaar onderzoek, successen en nieuwe uitdagingen

Inspectie voor de Gezondheidszorg Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Hartkatheterisatie, dotter of omleidingen

Jaarverslag Ziekenhuis 195. Gemaakt op:

Factsheet Indicatoren Geïnstrumenteerde Lage Rug Chirurgie (DSSR) 2016

Leren van onverwacht ernstige gebeurtenissen in de zorg

jaarverslag 2008 Ziekenhuis 195 Gemaakt op:

Value based healthcare in de praktijk

STAPPENPLAN BIJ HET MODEL STUURYSTEEM DECUBITUS (PROJECT DECUBITUSZORG IN DE DAGELIJKSE PRAKTIJK; DOOR STUREN STEEDS BETER)

5.4 Gastro-intestinaal

Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling

Minimaal invasieve aortaklepchirurgie NVHVV Het hart in handen, van klein tot groot

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting.

Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 20 juni 2018 / versie

6.4 Evaluatie na inbrengen Pacemakers en ICD s

Stage - Cardiologie. Lokaal Opleidingsplan Interne Geneeskunde, UMC Utrecht,

Leiderschap in de Cardio-thoracale chirurgie Ervaringen in het Radboud en Haga ziekenhuis Prof. dr. ir. H.A. van Swieten

ZORGCALAMITEITEN in het UMCG

Factsheet Indicatoren DSSR 2018 Geïnstrumenteerd (A) DSSR 2018 Registratie gestart: 2014

Een loopbaan bij het Thoraxcentrum Rotterdam. a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

13 juni 2015 Landelijke Hartkleppenbijeenkomst van de diagnosegroep Hartfalen Cardiomyopathie en Hartkleppen Een samenvatting van de presentaties

Praten over behandelwensen en -grenzen

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Factsheet Indicatoren Longcarcinoom (DLCA) 2017 Start DLCA-S: 2012 (/2015 voor alle cardiothoracale centra) Start DLCA-R: 2013 Start DLCA-L: 2016

Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie:

Inhoud. Aanleiding Doel Samenstelling Werkmodel Activiteiten Resultaten

CHECKLIST ZORGBELEIDSPLAN IC-AFDELINGEN IN NEDERLAND. Nederlandse Vereniging voor Intensive Care

Algemene beschrijving en instructie ACS registratie tool en Dashboard

TAVI (Un) limited. transcatheter aorta valve implantation. NVVC 1 April Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team

Peer Review. Hartrevalidatie

Toetsingskader Follow-up Toezicht operatief proces (FU TOP)

In de bijlage treft u het definitieve rapport aan, uw reactie op het concept rapport is hierin verwerkt.

Factsheets indicatoren Verwisseling van en bij patiënten

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA)

VISIE DOCUMENT COLLEGE VAN CARDIOLOGIE

EEN MEERJARIG BELEIDSPLAN MET SMART DOELSTELLINGEN

Factsheet indicatoren DSSR/Wervelkolomregistratie 2019 Geïnstrumenteerd (A)

32 Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen

Hij draagt in deze hoedanigheid zorg voor:

Factsheet Indicatoren Beroerte (CVAB)

Evaluatie locatieprofiel ziekenhuislocatie Den Helder. Continu op zoek naar de meest optimale zorg voor iedere patiënt

Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel)

Percutane aortaklepimplantatie (TAVI) en Mitraclip

Als regioziekenhuis heeft het IJsselland Ziekenhuis veel aandacht voor de samenwerking met de partners uit de regio.

Logistieke drukte op de hartcatheterisatiekamers VUmc. Arwen Naber (stafadviseur cardiologie) en Margaret van Valkengoed (PICA)

Transcriptie:

Thoraxcentrum JAARVERSLAG 2013 November 2014

Thoraxcentrum JAARVERSLAG 2013

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Productie en Personeel 7 3 Afdeling Cardiologie 11 3.1 Patiëntenzorg 3.2 Onderzoek 3.3 Onderwijs & opleiding 4 Afdeling Cardiothoracale Chirurgie 17 4.1 Patiëntenzorg 4.2 Onderzoek 5 Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid 21 5.1 Inleiding 5.2 Certificeren 5.3 Processen 5.4 Protocolontwikkeling 5.5 Databeheer 5.6 Meldingen 6 Prestatie-indicatoren 29 6.1 Cardiothoracale chirurgie 6.1.1 Aantal ingrepen en wachttijden 6.1.2 Kwaliteit 6.2 Cardiologie 6.2.1 Kwaliteitsindicatoren 6.2.2 VMS thema optimale zorg acuut coronair syndroom 6.2.3 Meetbaar Beter 7 Bijzondere programma s 45 7.1 Transplantatieprogramma 7.1.1 Harttransplantatie 7.1.2 Left Ventricular Assist Device 7.1.3 Longtransplantatie 7.1.4 Hart-longtransplantatie 7.2 Transkatheter Hartklep Interventies 7.2.1 Transkatheter Aortaklep Implantatie 7.2.2 Mitraclip 7.3 Centrum Congenitale Hartafwijkingen 3 8 Dissertaties en Publicaties 59 8.1 Dissertaties 2013 8.2 Publicaties

4

1 Inleiding Het Thoraxcentrum, het samenwerkingsverband van de afdelingen Cardiologie en Cardiothoracale chirurgie van het UMCG, richt zich op topklinische en topreferente zorg voor patiënten met cardiovasculaire en pulmonale aandoeningen. Het Thoraxcentrum is voor een groot deel van Noord- Nederland het eindpunt van verwijzing op zowel cardiologisch, cardiochirurgisch als pulmonaal gebied gezien het volledige pakket van zorg dat zij aanbiedt. Hierbij staan kwaliteit, patiëntveiligheid en klantgerichtheid bij het verlenen van zorg voorop. 5 De daling in de verrichtingen die zich na jaren van groei in 2012 liet zien, heeft in 2013 niet doorgezet. Het aantal percutane coronaire interventies (PCI s) is weliswaar nog iets verder gedaald maar dit is vooral toe te schrijven aan de toename van de Fractional Flow Reserve (FFR) meting bij de indicatiestelling voor het verrichten van deze interventie. Het aantal open hart operaties bevindt zich weer op het niveau van voor 2012 en er zijn nog nooit zoveel longtransplantaties verricht als in 2013. In 2013 is de in 2012 gestarte beddenreductie binnen het Thoraxcentrum voltooid waarbij er van de oorspronkelijke 108 bedden er nog 94 overbleven. Dankzij een korte ligduur en toename van het aantal dagopnames bleek dit nog ruim voldoende capaciteit om alle opnames te kunnen herbergen zonder consequenties voor de wachtlijst. De afdeling Hartbewaking is in oktober 2013 tijdelijk verhuisd naar een andere locatie. Op de oude locatie komt een volledig nieuwe Hartbewaking die in het najaar van 2014 zal worden opgeleverd. Het Thoraxcentrum heeft ook in 2013 veel aandacht gehad voor en nadruk gelegd op het verbeteren van de kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid. In 2012 is de kerngroep kwaliteit opgezet en deze organisatievorm heeft er toe bijgedragen dat het kwaliteitsbeleid in 2013 zichtbaar uitgevoerd en verankerd kon worden in de organisatie. Om invulling te geven aan transparantie in de uitkomsten van de zorg is het Thoraxcentrum in 2013 gaan participeren in het project Meetbaar Beter en heeft zich samen met de regio aangesloten bij het NVVC Connect project.

Ofschoon enige voorzichtigheid op zijn plaats is, lijkt het gevoerde beleid en aandacht die er geweest is voor de kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid zijn vruchten af te werpen gezien de uitkomsten van de diverse interventies in 2013. Op het gebied van onderzoek bestendigt het Thoraxcentrum zijn vooraanstaande positie zowel nationaal als internationaal. Het kent hierbij een goede traditie met bijbehorende resultaten op het gebied van zowel preklinisch als klinisch onderzoek. Ook in 2013 heeft het vele onderzoek dat binnen het Thoraxcentrum wordt gedaan weer geleid tot een groot aantal internationale publicaties. 6

2 Productie en Personeel In 2013 heeft de daling die in 2012 optrad in termen van productie niet verder doorgezet. Belangrijk is te noemen de groei in aantal open hart operaties en het totale aantal transplantaties van boven de 40. 7 2013 2012 2011 2010 2009 Algemeen: Opnames Thoraxcentrum totaal 4.767 4.900 5.551 5.656 5.741 Opnames Cardiologie 3.762 3.928 4.362 4.435 4.731 Opnames Cardiothoracale chirurgie 1.005 972 1.189 1.221 1.010 Nieuwe patiënten 10.500 10.510 10.668 10.353 10.030 Bezoeken polikliniek 33.347 34.756 34.846 32.307 31.223 Opnames CCU 1.681 1.747 1.800 1.834 1.635 Cardiothoracale chirurgie: OpenHartOperatie totaal 1.085 1.007 1.125 1.124 1.043 Coronary artery bypass grafting (CABG) 542 549 587 554 553 Coronary artery bypass grafting (CABG) + klep 87 94 100 121 98 Klep OK 364 300 388 377 353 Aortachirurgie 92 64 50 72 39

2013 2012 2011 2010 2009 Harttransplantaties 4 4 7 6 4 Longtransplantaties 37 32 32 29 33 LVAD 4 2 8 Operaties Centrum Congenitale Hartafwijkingen Interventiecardiologie: 269 287 236 301 333 Transkatheter hartklepinterventies (THI) 93 75 90 56 12 Coronair AngioGram (CAG) 93 1.367 1.411 1.464 1.464 Percutane Coronaire Interventie (PCI) 1.614 1.716 1.939 2.197 2.157 Fractional Flow Reserve (FFR) meting 468 383 365 241 175 Electrofysiologie: Conventionele pacemakers 151 167 193 205 226 Biventriculaire pacemakers zonder ICD functie 14 16 14 16 4 Biventriculaire pacemakers met ICD functie 98 105 111 109 79 ICD s zonder biventriculaire pacemakerfunctie 258 235 283 235 277 Reveal implantaties 18 19 14 13 12 Ablaties 381 382 353 249 280

De (geringe) toename in de personele bezetting zit voornamelijk in het primaire proces (zorgondersteuning). Bezetting 2013 2012 2011 Medici 42,7 42,1 38,6 Arts-assistenten 12,8 15,0 15,4 Verpleging & verzorging 177,9 178,5 172,9 Zorgondersteuning 93,8 84,9 76,4 Zorgadministratie 37,4 43,0 43,5 Management en staf 4,7 3,9 3,4 Research en onderwijs 9,2 6,3 6,6 Secretariaten 5,3 5,8 6,4 Totaal Thoraxcentrum 383,8 379,7 363,2 9 Het ziekteverzuim binnen het Thoraxcentrum was in 2013 (12 maand gemiddelde exclusief gravida) 2,7 %. Het ziekteverzuimpercentage van het Thoraxcentrum over dezelfde periode vorig jaar (1-1-2012 tot 1-1- 2013) was 4,5%. Het ziekteverzuimpercentage van het Thoraxcentrum is met 40 procent afgenomen. Ziekteverzuim ZVPincl ZVPexcl GZVD ZMF Totaal 3,8% 2,7% 13,3 1,3 ZVPincl ZVPexcl GZVD ZMF Ziekteverzuim inclusief Gravida Ziekteverzuim exclusief Gravida Gemiddelde ziekteverzuimduur Ziekmeldingsfrequentie

10

3 Afdeling Cardiologie 3.1 Patiëntenzorg Het aantal patiënten dat werd opgenomen daalde ook in 2013. Conform ontwikkelingen in de ziekenhuiszorg in heel Nederland daalde ook bij de afdeling Cardiologie het aantal verrichtingen. Uitzonderingen zijn de THI s en de ICD s, zij het in beperkte mate. Het totaal aantal nieuwe patiënten dat gezien werd, bleef stabiel, maar ten aanzien van de nieuwe patiënten op de polikliniek was een geringe toename in groei te zien. 11 De samenwerking in de regio werd verder bekrachtigd. Samen met het Martini Ziekenhuis wordt een ICD-programma uitgevoerd. Daarmee wordt regie gehouden over de patiëntenstromen en worden de relaties onderling verstevigd. Inmiddels zijn er voor 2014 wederom afspraken gemaakt tussen de beide ziekenhuizen en is het de bedoeling dat het aantal ICD/CRT-D s in het UMCG het komende jaar weer uit zal komen op 360. Met de vakgroep Cardiologie van het OZG zijn de eerste verkennende gesprekken gevoerd om voor de komende jaren de samenwerking op het gebied van devices en patiëntenonderzoek uit te bouwen. In 2013 is ingezet op versterking van de electrofysiologie door het aantrekken van een extra electrofysioloog. Daarmee kan de inzet op het gebied van de ablaties bij patiënten met boezemfibrilleren/ -flutter en patiënten met kamerritmestoornissen voor de langere termijn, structureel op een hoger niveau worden georganiseerd. Dankzij de nieuwe poliklinische faciliteit in het Centrum voor Revalidatie, locatie Beatrixoord kon een gemiddelde, gewenste toegangstijd van 2 tot 3 weken worden gehandhaafd, waarbij er tevens aan meer patiënten de mogelijkheid van eendagsdiagnostiek kon worden geboden.

In 2013 is de in 2012 gestarte beddenreductie binnen het Thoraxcentrum voltooid waarbij er van de oorspronkelijke 108 bedden er nog 94 overbleven. Dankzij een korte ligduur en het aantal dagopnames bleek dit nog ruim voldoende capaciteit om alle opnames te kunnen herbergen zonder consequenties voor de wachtlijst. 3.2 Onderzoek 12 In 2013 is er wederom een groot aantal publicaties geweest en waren er zeven promoties (zie hoofdstuk 8). Het aantal publicaties en citaties van de afdeling ligt, zowel kwalitatief als kwantitatief, op een hoog niveau. Er zijn vier jonge cardiologen die een VENI beurs van het NWO hebben. Het onderzoek binnen de afdeling Cardiologie is primair gericht op hartfalen en het behoud van de linkerkamerfunctie. Daarnaast neemt het onderzoek naar de behandeling van ritmestoornissen en de cardiogenetica een belangrijke plaats in. De organisatie van de afdeling Experimentele Cardiologie is verder geprofessionaliseerd, onder andere ook door nieuwe state of the art huisvesting. Er wordt onderzoek gedaan naar de onderliggende oorzaken en mechanismen die bijdragen aan de ontwikkeling van hartfalen en naar nieuwe diagnostische en behandelingsmethoden. De onderzoeksmethodologie is zeer breed waarbij onderzoek wordt gedaan op het gebied van medicijnen, genetica, eiwitten, markers, DNA, vitaminen, en specifieke cellen en processen in het hart. Tevens wordt grootschalig genetisch onderzoek verricht. In 2013 is hier ook stamcel onderzoek aan toegevoegd met als doel onderliggende ziekte oorzaken in het laboratorium te kunnen bestuderen. Het biedt studenten en promovendi een uitgelezen kans onderzoek te doen naar hartfalen en basale aspecten te onderzoeken, en getraind te worden in de alle aspecten van fysiologie, moleculaire biologie en genetica. Er wordt nauw samengewerkt met diverse andere onderzoekafdelingen. De Experimentele Cardiologie heeft een vaste formatie (staf en ondersteuning) en daarnaast een aantal hoofdonderzoekers, promovendi en post-docs.

Medewerkers 2013 2012 Aantal promovendi 26 29 1e GS 2 3 2e GS 4 4 3e GS 14 14 4e GS 6 8 MD PhD 5 5 13 Ondersteuning: Verpleegkundigen 5,8 6,8 Kwaliteit 0,3 0,5 Administratie 1,6 1,0 Research arts 1,0 1,0 Projectcoördinator 1,51 2,25 Analisten/biotechnici 4,89 4,89 Speciale projecten VIDI Rudolf de Boer gestart 1-8-2013 CVON ARENA Adriaan Voors gestart 1-1-2013 Klinische fellow ZonMW Pim van der Harst gestart 1-7-2013 Klinische fellow ZonMW Peter van der Meer gestart 1-8-2013

Het financieren van het onderzoek wordt echter steeds moeilijker. De afdeling Cardiologie doet nog steeds mee aan grootschalig onderzoek en contractresearch, maar dit is financieel minder aantrekkelijk geworden. De recent opgerichte (onderzoeks) BV heeft als doel om de financiering van het onderzoek ook op langere termijn te kunnen waarborgen. Daarnaast blijft de afdeling zich concentreren op eerste en tweede geldstroom financiering, zowel in de persoonlijke beurzen als bij de projecten. Hierbij richt de afdeling zich in toenemende mate niet alleen op Nederland, maar vooral op Europa. De afdeling werkt aan een centrumbrede systematiek en organisatie om de geldstromen rond het onderzoek in beeld te krijgen. In de loop van het voorjaar 2014 zal dit worden gepresenteerd. 14 3.3 Onderwijs & opleiding In 2013 heeft de afdeling Cardiologie wederom een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderwijs in het medisch curriculum. Naast grote rollen zoals blokcoördinator, coördinator van een zijinstroomgroep, voorzitter van de examencommissie tandheelkunde/geneeskunde en voorzitter van de werkgroep interuniversitaire voortgangstoets geneeskunde werden intermediaire rollen zoals mentorschap, coaches, begeleiding stage wetenschap, begeleiding semi-arts stage en een groot aantal kleinere rollen vervuld. Inmiddels heeft de afdeling een staflid benoemd die leiding geeft aan het onderwijs dat door de afdeling wordt gegeven. Een belangrijk doel voor de afdeling is naast het afleveren van basisartsen die een goed begrip en kennis hebben van de cardiologie, zichtbaar te zijn in het curriculum en studenten de kans te geven goed met de cardiologie kennis te maken. Daarom is het beleid gericht gewest op het scouten van studenten in het kleine groepsonderwijs (mentorgroepen) en in de nieuw opgezette keuzecursus cardiologie die in het voorjaar van 2013 van start ging. In 2013 hebben drie aio s de opleiding cardiologie voltooid en zijn er negen aio s begonnen met de opleiding cardiologie. Deze instroom is meer dan andere jaren door vervanging van aio s die veranderd zijn van opleidingsspecialisme. Zo zijn er twee aio s geswitcht naar de huisartsopleiding, een aio naar de opleiding nucleaire geneeskunde en een aio van de interne geneeskunde opleiding naar de cardiologie opleiding.

Een belangrijk aandachtspunt binnen de opleiding in 2013 is, naast een veilig opleidingsklimaat, de bescherming van de stages en de dienstbelasting geweest. Door ook anio s dienst te laten doen is de dienstbelasting van de aios afgenomen en was de bezetting op de stages goed op orde. In 2013 is dr. P.P. van Geel opleider cardiologie geworden en prof. dr. M.P. van de Berg plaatsvervangend opleider. 15

16

4 Afdeling Cardiothoracale chirurgie 4.1 Patiëntenzorg 17 Het aantal open hart operaties in 2013 ligt met 1.085 boven het begrote aantal van 1.075 en is daarmee aanzienlijk hoger dan in 2012 1.007. Daarbij is opvallend dat het aantal complexe operaties relatief harder groeit. In 2013 zijn er 37 (hart)longtransplantaties en vier harttransplantatie uitgevoerd. Hiermee komt het totaal aantal transplantaties voor 2013 boven de productiejaarafspraak van 40 uit. Een record. Het Thoraxcentrum heeft een vergunning voor het implanteren van de LVAD als bridge to transplant. In 2011 zijn voorbereidingen hierop ingezet o.a. door het uitvoeren van een prospectieve risicoanalyse. In 2012 is daadwerkelijk gestart met de implantaties van het steunhart. Deze ontwikkeling heeft zich met succes doorgezet. In 2013 zijn vier steunharten geïmplanteerd. Binnen de Cardiothoracale chirurgie hebben deels in samenwerking met de Cardiologie - minimaal invasieve technieken hun intrede gedaan. Deze samenwerking heeft ook geresulteerd in een groeiend aantal gezamenlijk, op het Hartkatheterisatiecentrum uitgevoerde hybride interventies.

4.2 Onderzoek 18 Op het gebied van onderzoek ligt voor de afdeling Cardiothoracale chirurgie het zwaartepunt bij minimaal invasieve technieken, voornamelijk in het gebied van de off-pump bypasschirurgie met arteriële grafts. De afdeling richt zich verder op de behandeling van ritmestoornissen, in het bijzonder boezemfibrilleren (MD PHD traject), op mitralisklep chirurgie (promotietraject), op sympaticotomie voor hyperhydrose en chronic pain syndrome (promotietraject), patiënt-prothesis mismatch bij aortaklepchirurgie (promotietraject) en tot slot orgaan preservatie bij longtransplantatie ex-vivo long perfusie (promotietraject) en bij harttransplantatie. Een overzicht van publicaties in 2013 is in het laatste hoofdstuk van dit jaarverslag opgenomen.

19

20

5 Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid 5.1 Inleiding Het verbeteren van de organisatie van de kwaliteit van de zorg met als doel het vergroten van de patiëntveiligheid is voor het Thoraxcentrum ook in 2013 speerpunt geweest. De kerngroep kwaliteit van het Thoraxcentrum is hierbij een belangrijk orgaan geworden. Zij heeft een adviserende en besluitvormende rol bij relevante kwaliteitsonderwerpen vanuit het Thoraxcentrum alsook vanuit het UMCG. De afgelopen periode lag de nadruk op het verder verdiepen van het integrale kwaliteitsbeleid. De belangrijkste ontwikkelingen van het afgelopen jaar staan hieronder beschreven. 21 5.2 Certificeren Kwaliteitshandboek In 2013 is de eerste versie van het kwaliteitshandboek van het Thoraxcentrum gerealiseerd. In een digitaal kwaliteitshandboek zijn door middel van linken beleid, organisatie, personeelsmanagement, middelenmanagement, patiëntenzorgprocessen en kwaliteitsmanagement van het Thoraxcentrum overzichtelijk gerangschikt en gemakkelijk vindbaar. Externe audit In het kader van het certificeringproces heeft in november 2013 een follow up van de audit (juni 2012) en de herhalingsaudit (december 2012) plaatsgevonden. De externe certificeerder Det Norske Veritas (DNV) was positief over de voortgang van de ingezette ontwikkelingen binnen het Thoraxcentrum op het gebied van kwaliteit en patiëntveiligheid. De nadruk die voor het Thoraxcentrum lag op de PDCA cyclus, risico management en het gebruik van verbeterpuntenlijsten bij diverse overlegvormen was duidelijk aantoonbaar. Volgens DNV was de enorme drive en integrale benadering van veiligheid hierin opvallend.

Risicoanalyses Het uitvoeren van risicoanalyses voorafgaand aan nieuwe behandelingen en belangrijke veranderingen in de patiëntenzorg is volledig ingebed in de organisatie. Op basis van ervaringen zijn verbeteringen aangebracht in de verslaglegging en het proces van het uitvoeren van een risicoanalyse. Om de PDCA cyclus volledig te doorlopen is de risicoanalyse pas afgesloten als alle verbetermaatregelen zijn uitgevoerd en is het evalueren van de risicoanalyse ook een onderdeel van het proces geworden. Ook heeft een mini prospectieve risico inventarisatie (mini PRI) zijn intrede gedaan. Bij minder ingrijpende veranderingen kan een mini risicoanalyse volstaan die qua personele inzet, inspanning en tijd minder belastend is voor de betrokkenen. 22 In 2013 zijn 6 risicoanalyses afgerond: Titel risicoanalyse Afdeling Onderwerp analyse Datum Renale denervatie Cardiologie Nieuwe interventie 12-4-2013 Posthoraxvest (mini PRI) ASD, sluiten via heartport Cardiothoracale chirurgie Cardiothoracale chirurgie Nieuwe interventie 12-7-2013 Nieuwe operatietechniek Hemochron jr (mini PRI) Perfusie Vernieuwde apparatuur Verhuizing telemetrie CCU CCU Verhuizen medische apparatuur TEE onder narcose op C1VA/HC Cardiologie Interventie is nieuw voor de afdeling 4-10-2013 4-10-2013 8-10-2013 15-10-2013

5.3 Processen Zorgtraject Ten behoeve van de ISO certificering van het UMCG in november 2014, is door het Thoraxcentrum in 2013 de keuze gemaakt om het zorgtraject Acute Coronaire Syndromen volledig te beschrijven. Hierbij komen Thoraxcentrumbreed alle cardiologische en cardiothoracale aspecten aan bod; de processen op de afdeling Hartkatheterisatie, de Hartbewaking, het Operatiecentrum, de Hartkatheterisatie afdeling, de verpleegafdelingen, de Functieafdeling, de polikliniek en de Hartrevalidatie. In 2013 is een begin gemaakt met de procesbeschrijving. SURPASS In het Thoraxcentrum worden de SURPASS resultaten wekelijks teruggekoppeld. Op deze manier kan er snel en adequaat feedback worden gegeven tot op persoonsniveau. Een 100% score kon het Thoraxcentrum nog niet op alle onderdelen behalen, omdat interne en externe klinische overnames niet goed passen in de bestaande systematiek. In 2013 is een nieuwe SURPASS-lijst ontwikkeld voor deze categorie patiënten. 23 Zorgprocessen De eind 2012 gestarte polikliniek voor patiënten met atriumfibrilleren is in 2013 geoptimaliseerd. Via deze poli krijgen patiënten met atriumfibrilleren geprotocolleerde zorg en voorlichting. Deze zorgketen is in overleg met patiëntenverenigingen vastgesteld. Een soortgelijk traject is in 2013 opgezet voor patiënten die een ICD-implantatie moeten ondergaan. Deze patiënten worden naast een cardioloog ook gezien door een verpleegkundig specialist/physician assistant die de patiënt optimaal voorbereid op de implantatie. Alle onderzoeken voorafgaand aan de ingreep en uitgebreide voorlichting worden op één dag gepland. Evenals bij de atriumfibrilleren polikliniek is er bij de opzet van dit traject geparticipeerd door patiënten.

Door een structurele interventie in het zomer OK-programma is het in 2013 gelukt om de wachtlijst voor cardiothoracale patiënten in deze periode niet op te laten lopen. In 2013 bleven de wachttijden daardoor het gehele jaar binnen de gestelde norm. 5.4 Protocolontwikkeling 24 Documentbeheer In 2013 zijn binnen het Thoraxcentrum afspraken gemaakt over beheer van documenten, naast de al eerder vastgelegde regels betreffende protocolbeheer. Hiermee is het nu duidelijk voor medewerkers waar de diverse soorten documenten terug te vinden zijn, welk doel ieder document heeft en onder wiens verantwoordelijkheid het valt. Document opslag Alle eenheden en daarbij betrokken medewerkers binnen het Thoraxcentrum hebben het afgelopen jaar de beschikking gekregen over een eigen teamsite. Niet alleen is hiermee een efficiënt communicatiemiddel beschikbaar gekomen maar ook is de afspraak gemaakt dat iedere eenheid verplicht is om de notulen en verbeterpuntenlijst van het reguliere werkoverleg hierop te plaatsen. Nieuwe kwaliteitsdocumenten Behalve het al eerder genoemde kwaliteitshandboek is ook de verbeterpuntenlijst breed ingevoerd in het Thoraxcentrum. Met deze lijst is een afgeronde PDCA-cyclus beter uit te voeren en te controleren. In 2013 zijn meerdere afspraken ten aanzien van kwaliteitsbeleid gedocumenteerd en inzichtelijk gemaakt op DocPortal. 5.5 Databeheer VMS thema s Bijna alle thema s zijn Thoraxcentrumbreed geïmplementeerd. Eind 2013 zijn de thema s per verpleegafdeling geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat het Thoraxcentrum er goed voor staat wat betreft de implementatie van de thema s. Voor de thema s vitaal bedreigde patiënt en kwetsbare ouderen was nog verbetering in de afstemming tussen medici en verpleegkundigen noodzakelijk.

Afspraken betreffende de medische en verpleegkundige verantwoordelijkheden ten aanzien van deze twee thema s, passend bij de praktijk, zijn in documenten opgenomen en geïmplementeerd. Voor de medicatie thema s is het Thoraxcentrum nog in afwachting van het beleid van de themagroepen. Afspraken over scholingsinhoud en scholingsfrequentie van de VMS-thema s zijn Thoraxcentrumbreed vastgelegd. Het registreren van een aantal onderdelen van de VMS thema s in het indicatorenportaal is ondersteunend voor zowel verpleegkundigen als artsen op alle verpleegafdelingen. Zowel in juni als in november 2013 is het gebruik van het indicatorenportaal geëvalueerd. Aan de wens om frequent terugkoppeling te krijgen van de registraties om feedback te kunnen geven aan de gebruikers en om snel verbeteracties in te kunnen zetten, wordt UMCG breed nog gewerkt. 25 Meetbaar Beter Het project Meetbaar Beter is een wetenschappelijk onderbouwd programma dat met behulp van patiëntrelevante uitkomstindicatoren op een artsgedreven én patiëntgerichte manier werkt aan de verbetering van kwaliteit en transparantie van zorg in de deelnemende acht hartcentra. Het Thoraxcentrum van het UMCG participeert sinds 2013 in dit landelijke project. Op 1 september 2013 zijn de data aangeleverd voor wat betreft de CABG (Coronary Artery Bypass Surgery), PCI (Percutane Coronaire Interventie) en PVI (Pulmonaal Venen Isolatie) en in november 2013gepubliceerd in het Meetbaar Beter boek van het UMCG, terug te vinden op www.meetbaarbeter.com. Digitalisering Deelname aan het project Meetbaar Beter heeft nog eens duidelijk gemaakt dat voor een snelle en efficiënte aanlevering van benodigde data het noodzakelijk is om dit proces optimaal in te richten en verder te automatiseren. Er is een begin gemaakt om de data die gegenereerd worden op de afdeling Hartkatheterisatie zodanig digitaal vast te leggen dat deze eenvoudig te benaderen zijn. In 2013 heeft er een digitaliseringslag plaats gevonden op de polikliniek van het Thoraxcentrum. Alle functieonderzoeken kunnen vanaf die tijd digitaal door de medici worden aangevraagd en worden ingezien. Daarnaast is ook het proces van de totstandkoming van de brief aan de huisarts grotendeels elektronisch geworden. Het resultaat is behalve een efficiëntere bedrijfsvoering en snellere informatievoorziening naar de verwijzer, ook een verlaging van de kans op administratieve fouten zoals patiëntverwisselingen.

Elektronisch Patiënten Dossier In voorbereiding op het nieuwe Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) heeft de werkgroep EPD van het Thoraxcentrum onder begeleiding van het centrale EPD team het inrichtingsboek ontwikkeld. Op de beschreven onderdelen waarin het Thoraxcentrum uniek is binnen het UMCG zijn toelichting gesprekken gevoerd, mede omdat het voor het Thoraxcentrum nog niet duidelijk is of de Thoraxspecifieke processen/ applicaties in het EPD worden opgenomen of dat ze aan het EPD gekoppeld moeten worden. Ook is nog onzeker of het EPD de flexibiliteit en ontwikkelingssnelheid heeft die voor Thoraxcentrum noodzakelijk is om steeds te kunnen blijven voldoen aan veranderende technische mogelijkheden of interne en externe eisen. 26 5.6 Meldingen Decentrale Incident Meldingen Het aantal Decentrale Incident Meldingen (DIM) in het Thoraxcentrum viel in 2013 lager uit dan in 2012 (322 tegen 370 in 2012).Om de DIM-commissie breder onder de aandacht te brengen en het melden te stimuleren zijn er in 2013 binnen diverse afdelingen presentaties gegeven. Vanaf 2013 worden verwisselingen bijgehouden als aparte meldcategorie. De meeste meldingen in deze categorie komen van de afdeling Hartbewaking en de polikliniek. Op beide locaties is er een hoge doorstroom van patiënten. Het totaal aantal gemelde valincidenten daalt in de loop van de jaren mede als gevolg van onderwijs en instructie met continue aandacht voor valpreventie.

In onderstaande tabel staan de meldingen per categorie per jaar: Categorie 2013 2012 2011 Medicatie(incl. bloedproducten) 115 (36%) 121 (33%) 111 (34%) Valincidenten 25 (8%) 36 (10%) 50 (15%) Medische middelen 17 (5%) 30 (8%) 35 (11%) Uitvoering zorg, diagnosen behandeling 71 (22%) 61 (16%) 60 (18%) Coördinatie zorgproces 42 (13%) 81 (22%) 35 (11%) 27 Patiënt verwisseling 23 (7%) - -- - -- Overige 29 (9%) 41 (11%) 37 (11%) Totaal aantal meldingen 322 370 328 Enkele, mede door de DIM-commissie, bereikte resultaten in 2013 zijn: - een nieuw protocol diabetesregulatie voor de afdeling Cardiothoracale chirurgie, - per 1 januari 2014 een nieuw medicatieprotocol voor de Short Stay van de afdeling Cardiologie, - introductie van een STEMI checklist op de afdeling Hartkatheterisatie voor een betere informatie verzameling in de acute situatie bij de opname van een STEMI-patiënt.

28

6 Prestatie-indicatoren 6.1 Cardiothoracale chirurgie 6.1.1 Aantal ingrepen en wachttijden 29 Het aantal ingrepen verricht door de afdeling Cardiothoracale chirurgie wordt bepaald door de balans tussen vraag naar operatieve behandelingen en de mogelijkheid deze operatieve behandelingen uit te voeren. De vraag wordt bepaald door het aanbod aan patiënten, zoals die door verwijzers (bv. cardiologen en longartsen), voor een operatieve behandeling worden aangeboden. Daarnaast spelen vakmatige ontwikkelingen een rol. Hierbij kunnen indicaties voor behandelingen verschuiven, zoals bijvoorbeeld bij de behandeling van kransslagaderafwijkingen is gebeurd. Er is sprake van verschuiving naar meer behandelingen door de interventiecardiologie en - meer recent - bij hartklepoperaties met een hybride techniek (TAVI). Het aantal operaties dat uitgevoerd kan worden, wordt door vele factoren bepaald. Die kunnen deels van te voren worden vastgesteld (het aantal beschikbare operatiekamers), maar kunnen ook worden bepaald door minder te beïnvloeden factoren (vrije intensive care bedden). Een maat voor de balans tussen vraag naar behandelingen en de uitvoering ervan is de wachttijd.

Gerealiseerde wachttijden umcg 2013 mediaan (dagen) 30 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 cabg iso klepchir iso cabg / klep cabg / overig aortachir overig cardiochir totaal umcg 2013 umcg 2013 landelijk Het blijkt dat de wachttijden voor patiënten die een CABG moeten ondergaan (en dus de dreiging van hartschade hebben door een infarct) lager is dan het landelijk gemiddelde. De patiënten die klep- en aorta chirurgie moeten ondergaan wachten in het UMCG gemiddeld langer dan het landelijk gemiddelde. Dit is een aandachtspunt voor volgende jaren. Voor 2013 ontvingen we van de BHN nog geen rapportage over de gerealiseerde wachttijden over dat jaar. 6.1.2 Kwaliteit Naast aantallen zijn er ook kwalitatieve prestatie indicatoren. De IGZ kent de basisset kwaliteitsindicatoren voor ziekenhuizen. Voor het jaar 2012 staan daar geen specifiek op hartchirurgie gerichte indicatoren in vermeld. Voor de longchirurgie wordt het aantal verrichte anatomische resecties gevraagd. Voor het jaar 2013 worden echter wel specifiek op de cardiochirurgie gerichte indicatoren benoemd en uitgevraagd. Het betreft deelname aan landelijke risico-gewogenmortaliteits-registratie NVT, percentage gebruik van de internal mammary artery als graft en percentage diepe sternumwondproblemen, mediastinitis. Deelname aan landelijke risico-gewogen-mortaliteits-registratie NVT Het Thoraxcentrum doet sinds de oprichting in 1993 mee aan deze registratie (BHN). Aanvankelijk opgezet als aantallen registratie voor open hart operaties is deze registratie door de jaren heen steeds meer een databank geworden ten behoeve van kwaliteitsmetingen. Inmiddels worden naast mortaliteitsgegevens ook complicaties geregistreerd.

Percentage gebruik van de internal mammary artery als graft De arteria mammaria is de voorkeursgraft om te gebruiken bij aorta-coronaire bypass operaties (CABG). Bij het gebruik maken van een van deze grafts is de kans dat een graft gaat falen en dus zijn functie niet meer vervuld op de lange termijn geringer dan wanneer veneuze grafts gebruikt worden. Daarom is het gebruik van deze graft een kwaliteitsindicator. In het UMCG is al jaren geleden begonnen met het gebruik van arteriële grafts uit kwalitatief oogpunt. 100,00% 80.00% 60.00% 40.00% 20.00% 0.00% % arteria mammaria gebruik bij cabg cabg iso avr iso avr / cabg overige totaal 31 2012 2013! Bij CABG- operaties wordt vrijwel altijd gebruik gemaakt van de arteria mammaria, zoals in de grafiek te zien is. In grafiek hieronder is ook te zien dat ongeveer 80% van de CABG-operaties wordt uitgevoerd zonder gebruik te maken van de hart-longmachine (zgn. off pump CABG).

600 cabg 2013 500 400 300 200 100 32 0 cabg iso avr iso avr / cabg overige totaal cabg mammaria off pump Percentage diepe sternum wondproblemen, mediastinitis Een geïnfecteerde sternumwond is voor een patiënt een vervelende complicatie. Hij of zij moet meestal langdurig in het ziekenhuis verblijven en heeft intensieve verpleegkundige zorg nodig. Ook zijn meestal meerdere operaties nodig om de wond weer te sluiten als de infectie afdoende bestreden is. Het aantal sternum infecties was in het jaar 2012 iets hoger dan de gemiddelden uit de Prezies studie. Totaal 21 patiënten kregen deze complicatie. Relevant is wel dat deze patiënten in totaal 1.510 dagen in het ziekenhuis lagen (72 dagen per patiënt) en daarvan 277 dagen op de IC (13 dagen per patiënt). Juist het afgelopen jaar is een grote studie afgesloten die in samenwerking met de collegae van de ICV alle mediastinitiden hebben onderzocht. Helaas leverde deze studie geen enkelvoudige te nemen maatregelen op die zeker tot verbetering zouden leiden. Wel is nu nog strikter in het protocol opgenomen dat de preventieve antibiotica gift minimaal 30 minuten voor de incisie gegeven moet zijn. In 2013 lag het aantal patiënten dat een sternum infectie kreeg lager (16 patienten, 1,8% tegen 21 patiënten in 2012, 2,6%).

infectie na hartoperatie 2013 2,5% 2,0% 1,5% 1,0% 0,5% 0,0% cabg iso avr iso avr / cabg overige totaal 33 Mortaliteit De belangrijkste kwaliteitsindicator is echter de mortaliteit, die op verschillende wijzen kan worden bepaald. Alhoewel sterfte een absoluut gegeven is, is het soms nog lastig om overlijden aan een bepaalde gebeurtenis, bijvoorbeeld een operatie, toe te schrijven. Ziekenhuismortaliteit is de sterfte die optreedt terwijl een patiënt in het ziekenhuis is opgenomen. 30-dagen mortaliteit is sterfte die optreedt binnen 30 dagen na een ingreep, onafhankelijk van het gegeven of een patiënt nog opgenomen is of reeds is ontslagen. Een strenge definitie is die waarbij ziekenhuismortaliteit en 30-dagen mortaliteit wordt gecombineerd. Tegenwoordig lijkt er ook een trend te zijn om 120 dagen mortaliteit als kwaliteitsindicator te gebruiken. De meest eenvoudig vast te stellen mortaliteit is de eigen ziekenhuis mortaliteit, die de sterfte geeft in het ziekenhuis waar een operatie heeft plaats gevonden. Maar juist in de cardiothoracale chirurgie is het een gewoonte om patiënten kort na een ingreep (vier dagen) voor verder herstel terug te verwijzen naar de eigen cardioloog. De mate waarin dit terug verwijzen gebeurt is niet voor elk hartcentrum hetzelfde en, binnen onze regio, ook niet naar elke verwijzer hetzelfde. Eventuele sterfte die optreedt in het tweede ziekenhuis, of tijdens een heropname in het eerste ziekenhuis telt dan niet mee, terwijl zo n gebeurtenis uit kwaliteitsoogpunt wel belangrijk is. Zo heeft deze eigen ziekenhuis mortaliteit maar een beperkte betekenis als kwaliteitsindicator. Landelijk, in de BHN (Begeleidingscommissie Hart interventies Nederland), is echter afgesproken om deze mortaliteit te gebruiken in haar rapportages. Het UMCG doet al vanaf het eerste begin mee met de landelijke registratie van hartinterventies (BHN). In deze registratie worden soort ingreep, spoedclassificatie en weegfactoren volgens de Euroscore vastgelegd volgens precieze definities, die voor alle Nederlandse hartcentra gelijk zijn.

Ziekenhuis mortaliteit 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 Totaal 875 816 925 799 869 725 728 overleden in ziekenhuis 15 33 44 30 22 23 22 Ruwe sterfte % 1,71 4,0 4,8 3,8 2,5 3,2 3,0 Gem. euroscore% 8,83 7,10 7,94 8,07 8,19 7,46 6,89 34 Mortaliteit wordt ook vaak vergeleken. De ene operatie met de andere, maar ook het ene ziekenhuis met het andere. Het is duidelijk dat niet alle patiënten die een operatie moeten ondergaan even ziek zijn en ook zal duidelijk zijn dat niet alle operaties het zelfde risico op overlijden met zich mee brengen. Daarom maken we gebruik van een systeem dat de vergelijkbaarheid verbetert door een gewogen risico te bepalen aan de hand van meerdere criteria. Dit is de risico gewogen mortaliteit met behulp van de Euroscore. Risico gewogen mortaliteit De Euroscore wordt berekend aan de hand van 17 factoren, waaronder leeftijd, geslacht, enkele nevendiagnosen, cardiale factoren en de soort ingreep. Een patiënt met een hoge Euroscore heeft een hoger risico op overlijden dan een patiënt met een lage Euroscore. De Euroscore voorspelt in zekere zin de kans op overlijden na een bepaalde ingreep. Het verschil tussen de voorspelde mortaliteit en de gerealiseerde mortaliteit (werkelijke ruwe sterfte) is uit te beelden in een CUSUM grafiek. Het overlijden van een patiënt met een hoge Euroscore weegt in de CUSUM grafiek minder zwaar dan het overlijden van een patiënt met een lage euroscore. Voor een grote groep patiënten, bijvoorbeeld allen die een hartoperatie in een bepaald jaar of jaren ondergingen, kan dat dan in een CUSUM*) curve worden weergegeven.

cusum 2007-2013 250 200 150 100 50 0 1 501 1001 1501 2001 2501 3001 3501 4001 4501 5001 5501 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 35 *)CUSUM curve Een cusum curve komt tot stand door voor elke opeenvolgende patiënt in de tijd het risico te bepalen met behulp van de Euroscore methode en deze risico s dan op te tellen. Heeft de eerste patiënt van een meet interval (bijvoorbeeld een kalenderjaar) een risico op overlijden van 5% dan wordt op de X-as op positie 1 0,05 geschreven indien de patiënt binnen de mortaliteits definitie (bijvoorbeeld 30 dagen) in leven is gebleven. Als de tweede patiënt een risico heeft van 2,5% dan wordt op positie 2 op de X-as 0,025 opgeteld bij de waarde van positie 1 op de X-as en 0,075 geschreven. Dit getal heeft de eenheid van gewonnen leven : immers als alle honderd patiënten met een risico op overlijden van 1% in leven zouden blijven zou één leven gewonnen zijn ten opzichte van de voorspelling, waarbij indien de voorspelde mortaliteit 1% zou zijn er één patiënt van de honderd zou zijn overleden. Omgekeerd wordt indien een patiënt overlijdt binnen de mortaliteits definitie 1-[voorspelde risico] van het voorgaande getal afgetrokken. Dus als de derde patiënt in het voorbeeld een risico op overlijden heeft in de Euroscore van 20% wordt 1-0,2 ofwel 0,8 van het voorgaande getal afgetrokken en wordt dus op positie 3 op de X-as -0,125 geschreven. Ook dit is weer logisch. Als het resultaat strikt overeenkomt met de voorspelling is na 100 operaties met een risico van 1% en 99 patiënten in leven zijn gebleven en één is overleden het resultaat van de curve dat na 100 operaties men weer op de nullijn zit: er zijn geen levens gewonnen ten opzichte van de voorspelling: 99x0,01 bij elkaar opgeteld (=0,99) bij overlijden van een patiënt 1-0,01 = 0,99 daarvan afgetrokken. Eindresultaat 0. Het verloop van de curve zou een inzicht kunnen geven in clustering van mortaliteit. Indien zo n CUSUM actueel elke dag zou worden bijgehouden zouden eventuele problemen eerder aan het licht kunnen komen. De Euroscore- risico s zijn bepaald aan de hand van een dataset van meer dan 10 jaar geleden. Daarin was een bepaalde mix van patiënten opgenomen die anders zou kunnen zijn dan de mix in de huidige tijd. Over het algemeen wordt nu gevonden dat een CUSUM curve die aan het einde van een meettijdperk op de nullijn zit een aanduiding zou kunnen zijn van onvoldoende kwaliteit. In dat geval is een nadere dieper gaande analyse nodig, waarin bijvoorbeeld foutmarges mee gemeten moeten worden.

Ook kan mortaliteit in een staaf diagram worden weergegeven, waarbij nog iets beter zichtbaar is wat het verschil is tussen de gerealiseerde mortaliteit en de voorspelde mortaliteit (Euroscore) en hoe dat eventueel verschilt door de jaren heen. 14,0 12,0 10,0 Hartchirurgie umcg totaal 36 8,0 6,0 4,0 2,0 0 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 mortaliteit umcg verwachte mortaliteit! Complicaties Het eventueel optreden van bepaalde complicaties wordt als een prestatie-indicator beschouwd. Bij ruim een derde deel van de patiënten werd een complicatie geregistreerd. Het betreft ernstige complicaties, zoals een diepe sternum infectie of een re-interventie bij hartfalen, maar ook minder ernstige complicaties zoals een blaasontsteking. Bijna twee derde van de patiënten verliet het ziekenhuis ongecompliceerd. In beide jaren (2012 en 2011) werd een vergelijkbaar aantal complicaties geregistreerd. n 2013 2013 % n 2012 2012% n 2011 2011% Totaal aantal geregistreerde complicaties 1528 1534 1585 Patiënten 1087 1047 1143 Geen complicatie 625 57,5% 641 61,2% 691 60,5% Wel complicatie 426 42,5% 406 38,8% 452 39,5%

CVA (Cerebrovasculair Accident, beroerte) Het CVA is een zeldzaam optredende, maar bekende complicatie van hartchirurgie. Het gebruik van de hart-longmachine (HLM) en het manipuleren van de aorta spelen waarschijnlijk bij het ontstaan van het onbloedige CVA een rol. Daar waar het gebruik van de HLM vermeden kan worden (off-pump CABG) is dat dus positief bijdragend aan het voorkomen van deze complicatie. Het manipuleren van de aorta is onvermijdelijk bij die operaties die onmogelijk off-pump uitgevoerd kunnen worden. CVA s met restverschijnselen, zoals verlamming, zijn ernstigere complicaties dan CVA s met geheel voorbijgaande verschijnselen (TIA). n 2013 2013 % n 2012 2012% n 2011 2011% CVA met restverschijnselen 6 0,69% 8 0,76% 12 1,05% TIA/CVA zonder restverschijnselen 3 0,34% 7 0,67% 9 0,79% 37 cva zonder herstel na hartoperatie 2013 1,6% 1,1% 0,6% 0,1% cabg iso avr iso avr / cabg overige totaal

Re-sternotomie ten gevolge van bloeding en (late) tamponade Nabloedingen na hartoperaties zijn vrijwel onvermijdelijk. Als geprobeerd wordt dit te allen tijde te voorkomen dan zijn maatregelen nodig die een goed resultaat van de hartoperatie in de weg staan, zoals het stollen van een bypass graft na een CABG of het ontstaan van stolsels op kunstkleppen, die dan weer kunnen emboliseren. Deze complicatie is te verdelen in re-sternotomiën binnen 24 uur na een hartoperatie en die na 24 uur optreden. Deze laatste ontstaan vaak als bijwerking van te hoog gedoseerde anti-coagulerende medicijnen. Een nieuw, aangepast, protocol ontstolling rondom hartoperaties scherpt de indicatiestelling aan en geeft richtlijnen hoe deze laatste complicatie nog meer te voorkomen is. In de volgende jaren zal worden bezien of dit een gunstig effect heeft. 38 n 2013 2013 % n 2012 2012% n 2011 2011% Rethoracotomie (<24 h) 40 4,6% 41 3,92% 40 3,50% Tamponade (laat) 21 2,4% 32 3,06% 23 2,01% 8,0% nabloeding na hartoperatie 2013 6,0% 4,0% 2,0% 0,0% cabg iso avr iso avr / cabg overige totaal Nierfalen Preoperatief nierfalen leidt postoperatief tot verslechtering van de nierfunctie, vooral bij operaties waarbij de hart-longmachine gebruikt wordt. Het leidt tot een verlengde opname op de Intensive Care en soms wordt met de hartoperatie het laatste duwtje gegeven in de richting van chronische hemodialyse. Door preoperatieve maatregelen, zoals prehydratie en preoperatieve aandacht voor de nierfunctie kan dit zoveel mogelijk voorkomen worden.

n 2013 2013 % n 2012 2012% n 2011 2011% Nierfalen 0 9 0,86% 2 0,17% Nierfalen tijdelijk 16 1,5% 8 0,76% 5 0,44% Delier Delier komt frequent voor. Het is de meest geregistreerde complicatie. In het kader van het VMS thema Kwetsbare ouderen is extra aandacht hiervoor op zijn plaats. Uit registratie blijkt dat ongeveer 8% van de patiënten een delier heeft in aansluiting op een hartoperatie. Weliswaar treedt het delier in absoluut getal vaker op na een off-pump CABG, maar omdat de meeste patiënten offpump behandeld worden is het percentage patiënten dat een delier krijgt in aansluiting op een offpump procedure kleiner dan in aansluiting op een procedure met hart-longmachine. Deze bevinding noopt tot nader onderzoek, dat het komende jaar een begin zal hebben. 39 n 2013 2013 % n 2012 2012% n 2011 2011% Delier 98 11,2% 91 8,69% 84 7,35% Delier cabg off pump 30 7,8% 24 7,97% 13 5,78% Delier cabg on pump 12 14,3% 16 13,56% 10 9,26% Re-interventie wegens hartfalen Een re-interventie wegens hartfalen komt weinig voor. Meestal zijn de gevolgen van deze complicatie voor de patiënt ernstig. Iedere re-interventie om deze reden noopt tot het bespreken van de casus in de complicatiebespreking. n 2013 2013 % n 2012 2012% n 2011 2011% Re-interventie hartfalen 9 1,0% 2 0,19% 4 0,35%

6.2 Cardiologie 6.2.1 Kwaliteitsindicatoren: De afdeling Cardiologie levert de kwaliteitsindicatoren aan die door de IGZ jaarlijks worden vastgesteld en gedefinieerd zijn in de Basisset kwaliteitsindicatoren ziekenhuizen. Voor 2013 werden er de volgende indicatoren vastgesteld: 40 a) Sterfte in het eerste jaar na eerste administratief consult op de polikliniek Cardiologie bij patiënten 70 jaar. b) Behandeling bij patiënten met een ST-elevatie acuut myocardinfarct (STEMI). c) Evaluatie na inbrengen pacemakers. a) Sterfte na eerste administratief consult op de polikliniek bij patiënten 70 jaar De definitie betreft hier de sterfte in het jaar na het eerste administratieve consult op de polikliniek Cardiologie van alle patiënten van 70 jaar en ouder die electief door de cardioloog gezien zijn op de polikliniek. 2013 2012 2011 2010 2009 Mortaliteit 7,0% 7,5% 8,4% 10,6% 10,4% b) Sterfte na percutane coronaire interventie (PCI) in verband met STEMI Deze indicator betreft de ziekenhuis- of 30-dagen mortaliteit bij patiënten die opgenomen zijn met een ST-elevatie myocardinfarct (STEMI) en hiervoor een PCI ondergingen. Patiënten na een reanimatie werden hierbij geëxcludeerd. 2013 2012 Mortaliteit (ziekenhuis of 30-dagen)na PCI i.v.m. STEMI 2,6% 3,4% Totaal aantal STEMI-patiënten 436 475

Gemiddelde door-to-needle time Uitgangspunt voor de behandeling bij patiënten met een STEMI is dat deze behandeling binnen 90 minuten na het eerste contact met de patiënt (huisarts en/of ambulancedienst) uitgevoerd kan worden. Op diverse momenten in deze keten kan vertraging optreden. Sinds 2012 wordt gevraagd om over de zogenaamde door-to-needle time te rapporteren. Dit is de tijd tussen aankomst in het ziekenhuis en het moment van aanprikken van de arteria femoralis, brachialis of radialis in het kader van de katheterisatieprocedure om een PCI te verrichten. gemiddelde tijd (min) aantal patiënten * 41 Door-to-needle 36 min. 119 pat. * het betreft hier een steekproef c) Evaluatie na inbrengen pacemakers In onderstaande tabel worden de aantallen vermeld met betrekking tot het soort device dat geïmplanteerd is en het aantal re-interventies < 90 dagen. 2013 2012 2011 2010 Conventionele pacemakers 151 175 193 205 Biventriculaire pacemakers zonder ICD functie Biventriculaire pacemakers met ICD functie ICD s zonder biventriculaire pacemakerfunctie 14 11 14 16 98 109 111 109 258 230 283 235 Totaal 521 525 601 565 Aantal re-interventies < 90 dagen om een device-, lead-, of procedure gerelateerd probleem op te lossen 15 15 16 17

6.2.2 VMS thema optimale zorg acuut coronair syndroom Naast de bovengenoemde indicatorenset is binnen het VMS thema optimale zorg voor het acute coronaire syndroom als doelstelling ondermeer geformuleerd dat: ten minste 90% van de patiënten de zogenaamde gouden vijf medicijnen voorgeschreven heeft gekregen bij ontslag (acetylsalicylzuur, thienopyridine, statine, beta-blokker, ACE-remmer); alle patiënten met een hartinfarct die in aanmerking komen voor hartrevalidatie een hartrevalidatieprogramma volgen. 42 Bij de patiënten die in 2013 werden opgenomen met een ACS en poliklinisch vervolgd werden in het UMCG op de Postinfarctpolikliniek, werd het criterium van 90% ten aanzien van het voorschrijven van alle gouden vijf medicijnen evenals in 2012 niet gehaald ofschoon uiteindelijk wel 84% van de patiënten de genoemde vijf medicamenten gebruikten. Per medicament werd wel voldaan aan het 90% criterium. Voorgeschreven medicatie 2013 2012 2013 2012 2013 2012 Bij ontslag Na 1-2 weken Na 3 maanden Acetylsalicylzuur 91% 95% 91% 95% 93% 95% Thyenopiridine 100% 100% 100% 100% 100% 100% Bètablokker 95% 97% 97% 98% 97% 97% ACE/ ARB 86% 90% 94% 94% 94% 95% Statine 97% 99 % 99% 99 % 98% 99% Alle 5 75% 83% 84% 86% 84% 86% Ten aanzien van hartrevalidatie hebben in 2013 alle patiënten met een hartinfarct een hartrevalidatieprogramma aangeboden gekregen, maar niet alle patiënten zijn ook een programma gaan volgen. In totaal heeft 62% van de patiënten een hartrevalidatieprogramma gevolgd.

Hartrevalidatie 2013 2012 Hartrevalidatie aangeboden 351 (100%) 349 (100%) Geen hartrevalidatie 132 (38%) 119 (34%) Fit Kort locatie Hanzeplein 109 (31%) 101 (29%) Fit Kort locatie Beatrixoord 42 (12%) 39 (11%) Fit Plus locatie Beatrixoord 31 (9%) 27 (8%) Elders 35 (10%) 63 (18%) 43 6.2.3 Meetbaar Beter In 2013 heeft het Thoraxcentrum voor het eerst deelgenomen aan Meetbaar Beter. Op basis van De uitkomstindicatoren voor de afdeling Cardiologie waren in 2013 de uitkomsten van de Percutane Coronaire Interventie (PCI) en de Pulmonaal Venen Isolatie (PVI). Mortaliteit na PCI over de periode 2011-2012 Mortaliteit na PCI Periode 2011-2012 < 30 dagen na PCI 2,9% < 1 jaar na PCI 6,5% Uitkomstindicatoren PVI over de periode 2011-2012 Periode 2011-2012 Mortaliteit < 30 dagen na PVI 0% 1-jaar succes (complete remissie van AF/AFl/AT zonder AAD) 48,3% Cardiale tamponade of effusie 1,8% AF = atriumfibrilleren; AFl = atriumflutter; AT = atriale tachycardie; AAD = anti-aritmica

44

7 Bijzondere programma s 7.1 Transplantatieprogramma 7.1.1 Harttransplantatie 45 In 2013 werden er 24 patiënten gescreend voor harttransplantatie (HTX). Eind 2012 stonden er 10 patiënten actief op de HTX wachtlijst UMCG; eind 2013 waren dat er 17. Aantal HTX screeningen per jaar 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 Gescreend 24 23 15 11 14 10 3 Op wachtlijst geplaatst 9 9 4 7 10 6 2 Nog te goed 4 6 4 1 1 3 1 Afgewezen 6 6 1 2 3 1 0 Aantal patiënten dat een HTX in het UMCG onderging 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 HTX UMCG 4 4 7 6 4 1 2 Mortaliteit * 0 0 0 2 0 0 1 Oorzaken van overlijden van het drietal patiënten dat perioperatief overleed waren in respectievelijk 2010: - stolling en bloeding en 2007:- septische shock.

Aantal post-htx patiënten in nabehandeling in het UMCG en mortaliteit in deze groep 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 Post-HTX 80 82 79 69 64 60 58 Mortaliteit 3 5 3 2 0 2 0 (patiënten die in het betreffende jaar voor HTX gingen zijn niet opgenomen) 46 Oorzaken overlijden van patiënten in nabehandeling post-htx: in de respectievelijke jaren: 2013: 3 patiënten: 1 plots overlijden 9 maanden post-htx; 1 infectie 6 maanden post HTX; 1 maligniteit 18 jaar post-htx 2012: 5 patiënten: 1 plots overlijden, 1 maligniteit na 14 jaar, 1 hartfalen na 18 jaar, 1 hart/nierfalen na 13 jaar, 1 infectie na 1,2 jaar 2011: 3 patiënten: 1 CVA 26 jaar post-htx; 1 CVA 20 jaar post-htx; 1 maligniteit 14 jaar post-htx 2010: 2 patiënten: 1 Hart- en nierfalen 15 jaar post-htx; 1 maligniteit 17 jaar post HTX 2009: 0 2008: 2 patiënten: 1 Hart- en nierfalen 15 jaar post-htx; 1 plots overlijden 1 1 / 2 jaar post-htx 2007: 0 Het aantal patiënten dat gescreend werd voor HTX in 2013 is met 24 ongeveer gelijk gebleven aan het jaar ervoor. Eind 2013 stonden er 17 patiënten al op als transpantabel. Het aantal patiënten in Nederland dat wacht op een donorhart is in 2013 t.o.v. 2012 gestegen naar 84. Het aantal daadwerkelijk in Nederland verrichtte harttransplantaties is in 2013 conform het aantal in 2012 in drie centra, namelijk 37 (UMCU 14, Erasmus Rotterdam 19 (waarvan zes kinderen), UMCG vier). Ofschoon het UMCG in Nederland het kleinste harttransplantatie-programma heeft, zijn de resultaten goed en zondermeer vergelijkbaar met de uitkomsten, zowel nationaal als ook internationaal. In januari 2014 zal de Inspectie voor de Gezondheidszorg het UMCG bezoeken om op verzoek van de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport haar te adviseren omtrent de vergunningsaanvraag van het UMCG voor een definitieve vergunning om harttransplantaties te verrichten.

7.1.2 Left Ventricular Assist Device In 2011 heeft het UMCG een vergunning gekregen voor het implanteren van een Left Ventricular Assist Device (LVAD). Na een zorgvuldige voorbereiding (protocol, scholing, prospectieve risicoanalyse) is er in de tweede helft van 2012 gestart worden met het LVAD-programma. In 2013 is in het UMCG bij drie patiënten een Heartmate2 geïmplanteerd en bij een patiënt is een LVAD vervangen in verband met een pompthrombose. Aantal patiënten dat een LVAD implantatie in het UMCG onderging 2013 2012 47 LVAD UMCG 4 2 Mortaliteit 0 0 In het UMCG wordt deze behandeloptie vooralsnog alleen ingezet om de periode tot aan een harttransplantatie te kunnen overleven (bridge-to-transplant). Het (zorg)proces rondom de LVAD implantatie wordt begeleid door een breed multidisciplinair team waarin cardiologen, cardiothoracaal chirurgen, intensivisten, cardio-anesthesisten, verpleegkundig specialisten en physician assistants vertegenwoordigd zijn. 7.1.3 Longtransplantatie Het aantal longtransplantatieprogramma in het UMCG is de laatste jaren stabiel rond de 30 per jaar geweest. In 2013 werden er echter 37 longtransplantaties uitgevoerd. De verhouding patiënten op de wachtlijst/aantal transplantaties ligt in het UMCG nog steeds duidelijk gunstiger dan gemiddeld in Nederland.

Aanmeldingen Indicatiediagnose 2013 2012 2011 2010 2009 2008 COPD 62 49 39 46 41 42 Longfibrose 25 16 25 15 20 22 Cystic Fibrosis 14 10 8 4 10 12 Pulmonale hypertensie 8 16 11 8 8 10 48 Bronchiëctasieën 2 3 2 3 3 3 Overige diagnosen 2 7 14 2 4 5 Totaal 113 99 78 86 94 97 Aantal Longtransplantaties/ patiënten op de wachtlijst UMCG 37/46 31/67 29/66 33/72 31/61 32/56 Aantal Longtransplantaties/ patiënten op de wachtlijst elders 45/133 38/167 37/132 33/122 27/105 34/95 Het gebruik van longen van non-heart-beating donoren, een initiatief van de afdeling Cardiothoracale chirurgie van het UMCG, is een groot succes geworden. Inmiddels zijn meer dan 70 transplantaties verricht met longen van deze donoren en zijn ook de andere centra overgegaan tot acceptatie van deze donoren. In 2013 is begonnen met de ex-vivo longperfusie waarbij donorlongen geoptimaliseerd kunnen worden en het moment van implantatie gepland kan worden. Bij complexer procedures is dit laatste een groot voordeel.

Overlevingscurves na longtransplantatie in de verschillende episodes in het UMCG 100 90 80 70 2009-2012 2014 % Overleving 60 50 40 30 20 2001-2009 1990-1990- 2001 2001 49 10 0 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 Jaar na longtransplantatie 7.1.4 Hart-longtransplantatie Hart- en longtransplantatie (HLTX) wordt wereldwijd en ook in het UMCG nog maar zeer incidenteel gedaan. In 2013 werd er evenals in 2012 geen HLTX gedaan. Er stonden in 2013 ook geen patiënten op de wachtlijst voor HLTX. Aantal patiënten die een HLTX ondergingen 2013 2012 2011 2010 2009 2008 HLTX UMCG 0 0 0 1 2 1 Mortaliteit* (post-ok en follow-up) 2 0 0 0 1 1 HLTX buitenland 0 0 1 0 0 0 * 2008: oorzaak: 1 Post Transplant Lynfoproliferatic Disease (PLTD) 2009: oorzaak: 1 persisterende bloeding uit zgn. MAPCA s 2013: oorzaak: 1 pulmonale hypertensie; 1 PLTD

50

Aantal post-hltx patiënten in nabehandeling 2013 2012 2011 2010 Aantal patiënten 7 9 9 8 7.2 Transkatheter hartklepinterventies Binnen het UMCG worden sinds 2009 Transkatheter hartklepinterventies (THI) verricht. De interventie wordt uitgevoerd binnen een multidisciplinair samenwerkingsverband met de Interventiecardiologie, de Cardiothoracale chirurgie en de Thoraxanesthesiologie. 51 7.2.1 Transkatheter Aortaklep Implantatie De Transkatheter Aortaklep Implantatie (TAVI) in het UMCG vindt alleen plaats bij patiënten met een ernstige symptomatische aortaklepstenose waarbij een conventionele chirurgische aortaklepvervanging vanwege het zeer hoge operatierisico geen optie is. In het UMCG wordt de TAVI via drie verschillende benaderingen verricht, transfemoraal, transapicaal en sinds 2012 ook transaortaal. Bij voorkeur wordt de femorale benadering gekozen. De patiënten die via de apicale of direct aortale benadering behandeld worden zijn patiënten met veelal ernstig perifeer vaatlijden en hebben mede daardoor een hoger risico. Resultaten TAVI via de transfemorale benadering 2013 2012 2011 2010 2009 Totaal Totaal aantal patiënten 44 38 50 40 12 184 30 dagen mortaliteit 14% 8% 8% 13% 17% 11% 1 jaar mortaliteit --- 29% 26% 30% 25% 29% CVA (30 dagen) 12% 8% 6% 3% 0% 6%

2013 2012 2011 2010 2009 Totaal Major stroke 5% 5% 6% 3% 0% 4% Minor stroke 7% 3% 0% 0% 0% 2% Major vascular complications 7% 0% 4% 2% 0% 5% Major bleeding 7% 3% 4% 2% 0% 8% Pacemaker 28% 22% 22% 23% 27% 24% 52 Resultaten TAVI via de transapicale en transaortale benadering 2013 2012* 2011 2010 2009 Totaal Totaal aantal patiënten 13 12 25 16 0 66 30 dagen mortaliteit 15% 25% 28% 13% --- 21% 1 jaar mortaliteit --- 33% 40% 19% --- 26% CVA (30 dagen) 8% 8% 8% 0% --- 6% Major stroke 0% 8% 8% 0% --- 5% Minor stroke 8% 0% 0% 0% --- 2% Major vascular complications 8% 8% 4% 0% --- 5% Major bleeding 8% 8% 0% 0% --- 3% Pacemaker 8% 0% 0% 0% --- 2% * naast transapicaal ook transaortaal (2012, n=2 en 2013, n=5)

Resultaten van alle TAVI patiënten 2013 2012 2011 2010 2009 Totaal Totaal aantal patiënten 57 50 75 56 12 250 30 dagen mortaliteit 14% 12% 15% 13% 17% 14% 1 jaar mortaliteit --- 30% 32% 27% 25% 29% CVA (30 dagen) 11% 8% 5% 2% 0% 6% Major stroke 4% 6% 5% 2% 0% 4% 53 Minor stroke 7% 2% 0% 0% 0% 2% Major vascular complications 5% 2% 4% 9% 8% 5% Major bleeding 7% 4% 3% 14% 8% 7% Pacemaker 23% 16% 17% 18% 25% 19% 7.2.2 Mitraclip In 2011 is in het Thoraxcentrum gestart met de percutane behandeling van mitralisklepinsufficiëntie. Dit wordt gedaan bij patiënten met een indicatie voor mitralisklep interventie waarbij conventionele of minimaal invasieve chirurgie geen optie meer is. Aantal patiënten periode 2011-2013 2013 2012 2011 Aantal mitraclip procedures 28 21 5

Mortaliteit periode 2011-2013 Mortaliteit mitraclip procedure Ziekenhuis mortaliteit 4% 30 dagen mortaliteit 6% 54 7.3 Centrum Congenitale Hartafwijkingen Het aandachtsgebied van het centrum omvat alle operatieve behandelingen die uitgevoerd worden bij patiënten van alle leeftijden met een aangeboren afwijking van de thorax exclusief de slokdarm. Bij kinderen betreft het ook de verworven afwijkingen. Longtransplantaties worden uitgevoerd bij patiënten jonger dan 18 jaar en harttransplantaties bij patiënten van 18 jaar en ouder met een aangeboren hartafwijkingen. Het UMCG is het enige centrum in Nederland dat longtransplantaties bij kinderen en gecombineerde hart-longtransplantaties uitvoert. De praktijk van kinderlongchirurgie hangt ten nauwste samen met ons longtransplantatieprogramma voor kinderen. De NVT heeft eind 2010 een notitie uitgebracht waarin onder andere argumenten naar voren worden gebracht om ook de overige thorax(long)chirurgie te rapporteren, hetgeen nu ook gebeurt. In 2013 werden 361 ingrepen uitgevoerd. Deze zijn als volgt onder te verdelen: Hartoperaties 316 Waarvan minor 51 Waarvan sluiten ductus (< 2500 gr) 7 Overige thoraxoperaties 41 Waarvan minor 4 Transplantaties 4 Totaal 361

In de landelijke rapportage, zoals die jaarlijks gedaan wordt, wordt een onderscheid gemaakt in leeftijdsgroepen in de categorie hartoperaties (inclusief transplantaties). Het betreft dan: aantal major Neonaten (leeftijd 0-30 dgn) 34 Zuigelingen (leeftijd 31-365 dgn) 71 Kinderen (leeftijd 1-17 jaar) 80 Volwassenen (leeftijd 18 jaar en ouder) 73 55 Alleen over major operaties aan het hart wordt landelijk gerapporteerd. In 2012 is afgesproken om daarnaast ook de overige thoraxoperaties te rapporteren. De mortaliteit van neonaten met een gewicht van minder dan 2500 gram, bij wie een ductus operatief wordt gesloten worden in deze rapportage apart opgevoerd. De operaties worden als aantal wel meegenomen bij het aantal operaties bij neonaten. Ook worden in de rapportage een aantal voorbeeld operaties specifieker benoemd. Het betreft hier zogenaamde indexoperaties van verschillende complexiteit (correctie tetralogie van Fallot, totale cavopulmonale connectie, arteriële switch bij transpositie, Ross en Ross-Konno operaties en Norwood operatie).

2013 N 30 days mortality in hospital mortality* Totaal ** 269 4 1,5% 10 3,7% < 30 dagen 38 1 2,5% 1 2,6 % 1 maand - 1 jaar 74 2 2,7% 7 9,5 % 1 jaar - 18 jaar 83 1 1,2% 1 1,2 % 56 18 jaar en ouder*** 74 0 0 % 1 1,4% Neonatale ductussluiting (< 2500 gram)**** 7 inclusief transplantaties * In hospital mortality: Mortaliteit binnen 30 dagen na operatie of later indien nog in ziekenhuis opgenomen. ** Minor procedures worden hier niet meegeteld. Minor procedures zijn: pleura- en pericarddrainages (al dan niet chirurgisch), wondrevisies, secundaire sternumsluitingen, verwijderen sternumdraden. (Zie ook de EACTS Congenital Database voor de exacte definitie). *** Om zoveel mogelijk uniformiteit in de dataregistratie te behouden worden alleen die operaties geteld die zijn verricht door of onder directe supervisie van de kinderhartchirurgen zelf. Congenitale operaties die door andere chirurgen zijn verricht kunnen worden meegeteld maar moeten apart worden genoemd (zie tabel operaties per kinderhartchirurg ). Een patiënt die als kind geopereerd is voor een VSD en op 70-jarige leeftijd een CABG ondergaat wordt dus niet meegerekend, een 70-jarige die een ASD sluiting ondergaat wel. **** Neonatale ductussluiting wordt apart vermeld. Dat betekent dat u mortaliteit én aantal van neonatale ductussluiting (< 2500 g) NIET ook nog eens meetelt in de groep leeftijdscategorie < 30 dagen.

Aantal operaties (% in hospital mortality) 2013 2012 2011 2010 2009 Totaal 269 (3,7%) 262 (3,4%) 271 (1,9%) 301 (2,3%) 333 (3%) Neonaten < 30 dagen 38 (2,6%) 42 (9,5%) 32 (3,1%) 33 (3,0 %) 54 (11,1%) Zuigelingen 1 maand - 1 jaar 74 (9,5%) 40 (2,5%) 69 (2,9%) 59 (5,0%) 59 (1,7%) Kinderen 1-18 jaar 83 (1,2%) 79 (2,5%) 67 (3,0%) 119 (0,8%) 130 (1,5%) Volwassenen 18 jaar en ouder 74 (1,4%) 101 (2,0%) 103 (0%) 90 (2,2%) 98 (1%) Neonatale ductussluiting < 2500 gram 7 8 9 9 8 57 inclusief transplantaties

58

8 Dissertaties en Publicaties 8.1 Dissertaties 2013 Vermeulen RP Quality management developments in cardiology ISBN: 978-94-6190-995-4 Promotiedatum: 13 februari 2013 Promotores: Prof.dr. M.P. van den Berg Copromotores: Dr. B.J.G.L. de Smet Dr. M.W.N. Nijsten 59 Lok DJA Novel markers in chronic heart failure ISBN: 978-90-367-6174-1 Promotiedatum: 22 mei 2013 Promotores: Prof.dr. D.J. van Veldhuisen Dr. P. van der Meer Van Deursen VM Comorbidity in heart failure ISBN 978-90-367-6219-9 ISBN 978-367-6218-2 (PDF) ISBN 978-367-6223-6 (epub) Promotiedatum: 26 juni 2013 Promotores: Prof.dr. A.A. Voors Prof.dr. D.J. van Veldhuisen Copromotor: Dr. K. Damman

De Vries AE The use of computer decision support systems and telemonitoring in heart failure ISBN 978-90-367-6221-23 ISBN 978-90-367-6220-5 (electronic) Promotiedatum: 4 september 2013 Promotores: Prof.dr. H.L. Hillege Prof.dr. T. Jaarsma Prof.dr. R.J.J.M. Jorna Copromotor: Dr. M.H.L. van der Wal 60 Fokkema ML Outcome after percutaneous coronaryintervention ISBN: 978-90-367-6435-3 ISBN electronic version: 978-90-367-6436-6 Promotiedatum: 20 oktober 2013 Promotores: Prof.dr. A.A. Voors Copromotor: Dr. B.J.G.L. de Smet Gu YL Intracoronary therapies & myocardial reperfusion in acute myocardial infarction ISBN: 978-90-367-6603-6 ISBN electronic version: 978-90-367-6604-3 Promotiedatum: 20 november 2013 Promotor: Prof.dr. F. Kuipers Copromotores: Dr. B.J.G.L. de Smet Dr. I.C.C. van der Horst Yu H Exploring AKIP1 function in the heart ISBN: 978-90-367-6586-2 ISBN electronic version: 978-90-367-6585-5 Promotiedatum: 18 december 2013 Promotor: Prof.dr. W.H. van Gilst Copromotor: Dr. H.H.W. Silljé

8.2 Publicaties Internationale tijdschriften Posafalvi A, Herkert JC, Sinke RJ, Van den Berg MP, Mogensen J, Jongbloed JD, Van Tintelen JP Clinical utility gene card for: dilated cardiomyopathy (CMD). Eur J Human Gen 2013;21: Engels GE, Gu YJ, Van Oeveren W, Rakhorst G, Mariani MA, Erasmus ME The utility of lung epithelium specific biomarkers in cardiac surgery: a comparison of biomarker profiles in on- and off-pump coronary bypass surgery. J Cardiothorac Surg 2013;8:4 61 Groenweg JA, Van der Zwaag PA, Jongbloed JD, Cox MG, Vreeker A, De Boer RA, Van der Heijden JF, Van Veen TA, McKenna WJ, Van Tintelen JP, Dooijes D, Hauer RN Left-dominant arrhythmogenic cardiomyopathy in a large family: associated desmosomal or nondesmosomal genotype? Heart Rhythm 2013;10:548-59 Zuidersma M, Conradi HJ, Van Melle JP, Ormel J, De Jonge P Depression treatment after myocardial infarction and long-term risk of subsequent cardiovascular events and mortality: a randomized controlled trial. J Psychosom Res 2013;74:25-30 Manhenke C, Orn S, Von Haehling S, Wollert KC, Ueland T, Aukrust P, Voors AA, Squire I, Zannad F, Anker SD, Dickstein K Clustering of 37 circulating biomarkers by exploratory factor analysis in patients following complicated acute myocardial infarction. Int J Cardiol 2013;166:729-35 Van Veldhuisen DJ, McMurray JJ Pharmacological treatment of heart failure with preserved ejection fraction: a glimpse of light at the end of the tunnel? Eur J Heart Fail 2013;15:5-8

Hyttel-Sorensen S, Austin T, Van Bel F, Benders M, Claris O, Dempsey EM, Fumagalli M, Gluud C, Hagmann C, Hellström-Westas L, Lemmers P, Naulaers G, Van Oeveren W, Pellicer A, Pichler G, Roll C, Støy LS, Wolf M, Greisen G Clinical use of cerebral oximetry in extremely preterm infants is feasible. Dan Med J 2013;60:A4533 Kneyber MC, Grotenhuis F, Berger RF, Ebels TW, Burgerhof JG, Albers MJ Transfusion of leukocyte-depleted RBC s is independently associated with increased morbidity after pediatric cardiac surgery. Pediatr Crit Care Med 2013;14:298-305 62 Gheorghiade M, Marti CN, Sabbah HN, Roessig L, Greene SJ, Böhm M, Burnett JC, Campia U, Cleland JG, Collins SP, Fonarow GC, Levy PD, Metra M, Pitt B, Ponikowski P, Sato N, Voors AA, Stasch JP, Butler J Soluble guanylate cyclase: a potential therapeutic target for heart failure. Heart Fail Rev 2013;18:123-34 Mahmud H, Ruifrok WP, Westenbrink BD, Cannon MV, Vreeswijk-Baudoin I, Van Gilst WH, Silljé HH, De Boer RA Suicidal erythrocyte death, eryptosis, as a novel mechanism in heart-failure associated anaemia. Cardiovasc Res 2013;98:37-46 Broekema FI, Van Oeveren W, Selten MH, Meijer RJ, De Wolf JT, Bos RR In vivo hemostatic efficacy of polyurethane foam compared to collagen and gelatin. Clin Oral Investig 2013;17:1273-8 Erqou S, Lee CT,Suffoletto M, Echouffo-Tcheugui JB, De Boer RA, Van Melle JP, Adler AI Association between glycated haemoglobin and the risk of congestive heart failure in diabetes mellitus: systematic review and meta-analysis Eur J Heart Fail 2013;15:185-93 Lau CP, Gbadebo TD, Connolly SJ, Van Gelder IC, Capucci A, Gold MR, Israel CW, Morillo CA, Siu CW, Abe H, Carlson M, Tse HF, Hohnloser SH, Healey JS; ASSERT investigators Ethnic differences in atrial fibrillation using implanted cardiac devices. J Cardiovasc Electrophysiol 2013;24:381-7

Teerlink JR, Cotter G, Davison BA,, Voors AA, et al Serelaxin, recobbinant human relaxin-2,for treatment of acute heart failure (RELAX-AHF):a randomised, placebo-controlled trial. Lancet 2013;381:29-39 Groeneweg JA, Van der Zwaag PA, Jongbloed JD, Cox MG, Vreeker A, De Boer RA, Van der Heijden JF, Van Veen TA, McKenna WJ, Van Tintelen JP, Dooijes D, Hauer RN Left-dominant arrhythmogenic cardiomyopathy in a large family: associated desmosomal or nondesmosomal genotype? Heart Rhythm 2013;10:548-9 Hummel YM, Wilde AA, Voors AA, Bugatti S, Hillege JL, Van den Berg MP Ventricular dysfunction in a family with long QT syndrome type 3. Europace 2013;15:1516-21 63 Kortekaas KA, Hoogslag GE, De Boer RA, Dokter MM, Versteegh MI, Braun J, Marsan NA, Verwey HF, Delgado V, Schalij MJ, Klautz RJ Galectin-3 and left ventricular reverse remodelling after surgical mitral valve repair. Eur J Heart Fail 2013;15:1011-8 Hoendermis ES, Van Melle JP Impaired right ventricular function and elevated pulmonary artery pressure: a lethal combination. Eur J Heart Fail 2013;25:363-5 McMurray JJ, Anand IS, Diaz R, Maggione AP, O Connor C, Pfeffer MA, Solomon SD, Tendera M, Van Veldhuisen DJ, Albizem M, Cheng S, Scarlata D, Swedberg K, Young JB; on behalf of the RED-HF Committees Investigators Baseline characteristics of patients in the reduction of events with darbepoetin alfa in heart failure trial (RED-HF). Eur J Heart Fail 2013;15:334-41 Hoekstra T, Jaarsma T, Van Veldhuisen DJ, Hillege HL, Sanderman R, Lesman-Leegte I Quality of life and survival in patients with heart failure. Eur J Heart Fail 2013;15:94-102

Koene BM, Soliman Hamad MA, Bouma W, Mariani MA, Peels KC, Van Dantzig JM, Van Straten AH Impact of prothesis-patient mismatch on early and late mortality after aortic valve replacement. J Cardiothorac Surg 2013;8:96 Arsov S, Graaff R, Van Oeveren W, Steghmayr B, Sikole A, Rakhorst G, Smit AJ Advanced glycation end-products and skin autofluorescence in end-stage renal disease: a review. Clin Chem Lab Med 2013;4:1-10 64 Metra M, Cotter G, Davison BA,, Voors AA, et al Effect of serelaxin on cardiac, renal, and hepatic biomarkers in the Relaxin in Acute Heart Failure (RELAX-AHF) development program: correlations with outcomes. J Am Coll Cardiol 2013;61:196-206 Dobre D, Rossignol P, Murin J, Parkhomenko A, Lamiral Z, Krum H, Van Veldhuisen DJ, Pitt B, Zannad F Statin therapy and clinical outcomes in myocardial infarction patients complicated by acute heart failure: insights from the EPHESUS trial. Eur J Heart Fail 2013;15:221-7 Groenweg JA, Van der Zwaag, PA, Olde Nordkamp LR,, Wiesfeld AC,, Van den Berg MP, et al Arrhythmogenic right ventricle dysplasia/cardiomyopathy according to revised 2010 Task Force criteria with inclusion of non-desmosomal phospholamban mutation carriers. Am J Cardiol 2013;112:1197-1206 Hernández-Madrid, A, Svendsen JH, Lip GY, Van Gelder IC, Dobreanu D, Blomstrom-Lundqvist C Scientific Initiatives Committee, European Heart Thythm Association (EHRA) Cardioversion for atrial fibrillation in current European practice: results of the European Heart Rhythm Association survey. Europace 2013;15:915-8 Schroten NF, Ruifrok WP, Kleijn L, Dokter MM, Silljé HH, Lambers Heerspink HJ, Bakker SJ, Kema IP, Van Gilst WH, Van Veldhuisen DJ, Hillege HL, De Boer RA Short-term vitamin D3 supplementation lowers plasma renin activity in patients with stable chronic heart failure: an open-label, blinded end point, randomized prospective trial (VitD-CHF trial). Am Heart J 2013;166:357-364

Vida VL, Toprregrossa G, De Franceschi, Padalino MA, Belli E, Berggren H, ÇiÇek S, Ebels T, Fragata J, Hoel TN, Horer J, Hraska V, Kostolny M, Lindberg H, Mueller C, Pretre R, Rosser B, Rubay J, Schreiber C, Speggiorin S, Tlaskal T, Stellin G; European Congenital Heart Surgeons Association (ECHSA) Pediatric coronary artery revascularization: a European multicenter study. Ann Thorac Surg 2013;96:898-903 Meissner M, Wolters H, De Boer RA, Havinga R, Boverhof R, Bloks VW, Kuipers F, Groen AK Bile acid sequestration normalizes plasma cholesterol in hypercholesterolemic mice. No additional effect of physical activity. Atherosclerosis 2013;228:117-23 Rienstra M, Van Gelder IC A specialized atrial fibrillation clinic: improving care and costs for patients with atrial fibrillation. Europace 2013;15:1065-6 65 Brignole A, Aurricchio A, Baron-Esquivias G,, Van Gelder IC, et al 2013 ESC guidelines on cardiac pacing and cardiac resynchronization therapy: the Task Force on cardiac pacing and resynchronization therapy of the European Society of Cardiology (ESC). Developed in collaboration with the European Heart Rhythm Association (EHRA). Eur Heart J 2013;34:2281-329 Collier TJ, Pocock SJ, McMurray JJ, Zannad F, Krum H, Van Veldhuisen DJ, Swedberg K, Shi H, Vincent J, Pitt B The impact of eplerenone at different levels of risk in patients with systolic heart failure and mild symptoms: insight from a novel risk score for prognosis derived from the EMPHASIS-HF trial. Eur Heart J 2013;34:2823-9 Salzberg SP, Van Bowen WJ, Driessen AH, Benussi S, Ylmaz A, Mariani M, Hyde J, Hunter S, Castella M Atrio-esophageal fistula following minimally invasive surgical atrial fibrillation ablation: separating fact from myth (letter to the editor). J Cardiovasc Electrophysiol 2013;24:E12-3

Van Rijsingen IA, Nannenberg EA, Arbustini E, Elliott PM, Mogensen J, Ast JF, Van der Kooi AJ, Van Tintelen JP, Van den Berg MP, Grasso M, Serio A, Jenkins S, Rowland C, Richard P, Wilde AA, Perrot A, Pankuweit S, Zwinderman AH, Charron P, Christiaans I, Pinto YM Gender-specific differences in major cardiac events and mortality in lamin A/C mutation carriers. Eur J Heart Fail 2013;15:376-84 66 Assa S, Gansevoort RT, Westerhuis R, Kobold AC, Voors AA, De Jong PE, Bakker SJ, Franssen CF Determinants and prognostic significance of an intra-dialysis rise of cardiac trponin 1 measured by sensitive assay in hemodialyses patients. Clin Res Cardiol 2013;102:439-45 Ebels T Atrial septal defect closure in the adult remains controversial, editorial comments. Eur J Cardiothorac Surg 2013;43:757-8 Lok DJ, Lok SI, Bruggink-André de la Porte PW, Badings E, Lipsic E, Van Wijngaarden J, De Boer RA, Van Veldhuisen DJ, Van der Meer P Galectin-3 is an independent marker for ventricular remodeling and mortality in patients with chronic heart failure. Clin Res Cardiol 2013;102:103-10 Schurer RA, Douglas YL, Van der Werf HW, Natour E, Van den Heuvel AF Use of the MitraClip in high-risk patients with severe heart failure: are we ready to identify the right candidate? Eur J Heart Fail 2013;15:715-6 Lok DJ, Klip IT, Lok SI, Bruggink-André de la Porte PW, Badings E, Van Wijgaarden J, Voors AA, De Boer RA, Van Veldhuisen DJ, Van der Meer P Incremental prognostic power of novel biomarkers (growth-differentation factor-15, high-sensitivity C-reactive protein, galectin-3, and high-sensitivity troponin-t) in patients with advanced chronic heart failure. Am J Cardiol 2013;112:831-7

Mulder BA, Van Veldhuisen DJ, Crijns HJGM, Tijssen JGP, Hillege HL, Alings M, Rienstra M, Groenveld HF, Van den Berg MP, Van Gelder IC, for the RACE II investigators Lenient vs. Strict rate controle in patients with atrial fibrillation and heart failure: a post-hoc analysis of the RACE II study. Eur J Heart Fail 2013;15:1311-1318 Pundziute G Can coronary calcium scoring and computed tomography angiography serve as a gatekeeper for invasive coronary angiography in patients with new-onset heart failure? Eur J Heart Fail 2013;15:963-5 Seferovic PM, Stoerk S, Filippatos G,, Van Veldhuisen DJ, et al Organization of heart failure management in European Society of Cardiology members countries: survey of the Heart Failure Association of the European Society of Cardiology in collaboration with the Heart Failure National Societies/Working Groups. Eur J Heart Fail 2013;15:947-59 67 Wolff D, Van Melle JP, Berger RM, Ebels T The Fontan operation starts with the cavopulmonary shunt. J Am Coll Cardiol 2013;61:1550-1 Eschalier R, McMurray JJ, Swedberg K, Van Veldhuisen DJ, Krum H, Pocock SJ, Shi H, Vincent J, Rossignol P, Zannad F, Pitt B; EMPHASIS-HF investigators Safety and efficacy of eplerenone in patients at high risk for hyperkalemia and/or worsening renal function: analyses of the EMPHASIS-HF study subgroups (eplerenone in mild patients hospitalization and survival study in heart failure). J Am Coll Cardiol 2013;62:1583-93 Van Gelder IC, Van Veldhuisen DJ, Lip GY New oral anticoagulants in heart failure. Eur J Heart Fail 2013;15:966-73 Neyt M, Van den Bruel A, Smit Y, De Jonge N, Erasmus M, Van Dijk D, Vlayen J Cost-effectiveness of continuous-flow left ventricular assist devices. Int J Technol Assess Health Care 2013;29:254-60

Paul DS, Albers CA, Rendon A, Voss K, Stephens J, HaemGen Consortium, Van der Hartst P, Chambers JC, Soranzo N, Ouwehand WH, Deloukas P Maps of open chromatin highlight cell type-restricted patterns of regulatory sequence variation at hematological trait loci. Genome Res 2013;23:1130-41 68 Sikkema-Raddats B, Johansson LF, De Boer EN, Almomani R, Boven LG, Van den Berg MP, Van Spaendonck-Zwarts KY, Van Tintelen JP, Sijmons RH, Jongbloed JDH, Sinke RJ Targeted next-generation sequencing can replace sanger sequencing in clinical diagnostics. Hum Mutat 2013;34:1035-1042 Lam MK, Al-Ansari S, Van Dam GM, Tio RA, Breek JC, Slart RH, Hillebrands JL, Zeebregts CJ Single chain VEGF/Cy5.5 targeting VEGF receptors to indicate atherosclerotic plaque instability. Mol Imaging Biol 2013;15:250-61 Fokkema ML, Kleijn L, Van der Meer P, Belonje AM, Achterhof SK, Hillege HL, van t Hof A, Jukema JW, Peels HO, Henriques JP, Ten Berg JM, Vos J, Van Gilst WH, Van Veldhuisen DJ, Voors AA Long term effects of epoetin alfa in patients with ST-elevation myocardial infarction. Cardiovasc Drugs Ther 2013;27:433-9 De Boer RA, Edelmann F, Cohen-Solal A, Mamas MA, Maisel A, Pieske B Galectin-3 in heart failure with preservedejection fraction. Eur J Heart Fail 2013;15:1095-101 Brouwers FP, Van Gilst WH, Van Veldhuisen DJ The changing face of heart failure: are we really making progress? Eur J Heart Fail 2013;15:960-2 Groenink M, Den Hartog AW, Franken R, Radonic T, De Waard V, Timmermans J, Scholte AJ, Van den Berg MP, Spijkerboer AM, Marquering HA, Zwinderman AH, Mulder BJM Losartan reduced aortic dilatation rate in adults with Marfan syndrome: a randomized controlled trial. Eur Heart J 2013;34:3491-3500

Arrigoni SC, Willems TP, Mungroop HE, Van den Heuvel F, Ebels T Lusoria flap for the management of aortic coarctation in an eight-year-old child. World J Pediatr Congenit Heart Surg 2013;4:302-4 De Jong AM, Van Gelder IC, Vreeswijk-Baudoin I, Cannon MV, Van Gilst WH, Maass AH Atrial remodeling is directly related to end-diastolic left ventricular pressure in a Mouse model of ventricular pressure overload. PLoS One 2013;8:e72651 Maass AH, Van Veldhuisen DJ Contemporary use of devices in heart failure. Clin Pharmacol Ther 2013;94:433-5 69 Koyak Z, De Groot JR, Bouma BJ, Van Gelder IC, Budts W, Zwinderman AH, Mulder BJ Symptomatic but not asymptomatic non-sustained ventricular tachycardia is associated with appropriate implantable cardioverter therapy in tetralogy of Fallot. Int J Cardiol 2013;167:1532-5 Schuuring MJ, Vis JC, Van Dijk AP, Van Melle JP, Vliegen HW, Pieper PG, Sieswerda GT, De Bruin-Bon RH, Mulder BJ, Bouma BJ Impact of bosentan on exercise capacity in adults after the Fontan procedure: a randomized controlled trial. Eur J Heart Fail 2013;14:690-8 Hyttel-Sorensen S, Austin T, Van Bel F, Benders M, Claris O, Dempsey E, Fumagalli M, Greisen G, Grevstad B, Hagmann C, Hellström-Westas L, Lemmers P, Lindschou J, Naulaers G, Van Oeveren W, Pellicer A, Pichler G, Roll C, Skoog M, Winkel P, Wolf M, Gluud C A phase II randomized clinical trial on cerebral near-infrared spectroscopy plus a treatment guideline versus treatment as usual for extremely preterm infants during the first three days of life (SafeBoosC): study protocol for a randomized controlled trial. Trials 2013;14:120

Munneke AJ, Rakhorst G, Petersen AH, Van Oeveren W, Prop J, Erasmus ME Flush at room temperature followed by storage on ice creates the best lung graft preservation in rats. Transpl Int 2013;26:751-60 Rienstra M, Van Gelder IC Ventricular rate control of atrial fibrillation in heart failure. Heart Fail Clin 2013;9:397-406 70 Van Veldhuisen DJ, Van Gelder IC, Ahmed A, Gheorghiade M Digoxin for patients with atrial fibrillation and heart failure: paradise lost or not? Eur Heart J 2013;34:1468-70 Vis JC, Duffels MG, Mulder P, De Bruin-Bon RH, Bouma BJ, Berger RM, Hoendermis ES, Van Dijk AP, Mulder BJ Prolonged beneficial effect of bosentan treatment and 4-year survival rates in adult patients with pulmonary arterial hypertension associated with congenital heart disease. Int. J. Cardiol 2013;164:64-9 Koyak Z, Kroon B, De Groot JR, Wagenaar LJ, Van Dijk AP, Mulder BA, Van Gelder IC, Post MC, Mulder BJ, Bouma BJ Efficacy of antiarrhythmic drugs in adults with congenital heart disease and supraventricular tachycardias. Am J Cardiol 2013;112:1461-7 Gheorghiade M, Marti CN, Sabbah HN, Roessig L, Greene SJ, Böhm M, Burnett JC, Campia U, Cleland JG, Collins SP, Fonarow GC, Levy PD, Metra M, Pitt B, Ponikowski P, Sato N, Voors AA, Stasch JP, Butler J Soluble guanylate cyclase: a potential therapeutic target for heart failure. Heart Fail Rev 2013;18:123-34 Brouwers FP, De Boer RA, Van der Harst P, Voors AA, Gansevoort RT, Bakker SJ, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Van Gilst WH Incidence and epidemiology of new onset heart failure with preserved vs. reduced ejection fraction in a community-based cohort: 11-year follow-up of PREVEND. Eur Heart J 2013;34:1424-31

McMurray JJ, Anand IS, Diaz R, Maggioni AP, O Connor C, Pfeffer MA, Solomon SD, Tendera M, Van Veldhuisen DJ, Albizem M, Cheng S, Scarlata D, Swedberg K, Young JB; on behalf of the RED-HF Committees Investigators Baseline characteristics of patients in the Reduction of Events with Darbepoetin alfa in Heart Failure trial (RED-HF). Eur J Heart Fail; 2013;15:334-341 Nauta FL, Scheven L, Meijer E, Van Oeveren W, De Jong PE, Bakker SJ, Gansevoort RT Glomerular and tibular damage markers in individuals with progressive albuminuria, Clin J Soc Nephrol 2013;8:1106-14 Yu L, Ruifrok WP, Meissner M, Bos EM, Van Goor H, Sanjabi B, Van der Harst P, Pitt B, Goldstein IJ, Koerts JA, Van Veldhuisen DJ, Bank RA, Van Gilst WH, Silljé HH, De Boer RA Genetic and pharmacological inhibition of galectin-3 prevents cardiac remodeling by interfering with myocardial fibrogenesis. Circ Heart Fail 2013;6:107-17 71 Arsov S, Trajceska L, Van Oeveren W, Smit AJ, Dzekova P, Stegmayr B, Sikole A, Rakhorst G, Graaff R Increase in skin autofluorescence and release of heart-type fatty acid binding protein in plasma predicts mortality of hemodialysis patients. Artif Organs 2013;37:E114-22 Verweij N, Mahmud H, Mateo Leach I, De Boer RA, Brouwers FP, Yu H, Asselbergs FW, Struck J, Bakker SJ, Gansevoort RT, Munroe PB, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Van Gilst WH, Silljé HH, Van der Harst P Genome-wide association study on plasma levels of midregional-proadrenomedullin and C-terminalpro-endothelin-1. Hypertension 2013;61:602-8 Calvier L, Miana M, Reboul P, Cachofeiro V, Martinez-Martinez E, De Boer RA, Poirier F, Lacolley P, Zannad F, Rossignol P, López-Andrés N Galectin-3 mediates aldosterone-induced vascular fibrosis. Arterioscler Thromb Vasc Biol 2013;33:67-75

Voors AA Trial data resolve gaps in evidence-based treatment. Nat Rev Cardiol 2013;10:67-8 Pahari DR, Gu YL, Van Oeveren W, El-Essawi A, Harringer W, Brouwer RM Effect of minimized perfusion circuit on brain injury markers carnosinase and brain-type fatty binding protein in coronary artery bypass grafting patients. Artif Organs 2013;37:128-35 72 Van der Velde AR, Gullestad L, Ueland T, Aukrust P, Guo Y, Adourian AS, Muntendam P, Van Veldhuisen DJ, De Boer RA Prognostic value of changes in galectin-3 levels over time in patients with heart failure: data from CORONA and COACH. Circ Heart Fail 2013;6:219-26 Brouwer CA, Postma A, HLH Hooimeijer, Smit AJ, Vonk JM, Van Roon AM, Van den Berg MP, Dolsma WV, Lefrandt JD, Bink-Boelkens MTE, Zwart N, De Vries EGE, Tissing WJE, Gietema JA Endothelial damage in long-term survivors of childhood cancer. J Clin Oncol 2013;31:3906-13 Mahmud H, Ruifrok WP, Westenbrink BD, Cannon MV, Vreeswijk-Baudoin I, Van Gilst WH, Silljé HH, De Boer RA Suicidal erythrocyte death, eryptosis, as a novel mechanism in heart failure-associated anemia. Cardiovasc Res 2013;98:37-46 Van Spaendonck-Zwarts KY, Van Rijsingen IAW, Van den Berg MP, Lekanne Deprez RH, Post JG, Van Mil AM, Asselbergs FW, Christiaans I, Van Langen IM, Wilde AAM, De Boer RA, Jongbloed JDH, Pinto YM, Van Tintelen JP Genetic analysis in 418 index patients with idiopathic dilated cardiomyopathy: overwiew of 10 years experience. Eur J Heart Fail 2013;15:628-636

Pellicer A, greisen G, Benders M, Claris O, Dempsey E, Fumagalli M, Gluud C, Hagmann C, Hellström-Westas L, Hyttel-Sorensen S, Lemmers P, Naulaers G, Pichler G, Roll C, Van Bel F, Van Oeveren W, Skoog M, Wolf M, Austin T The SafeBoosC phase II randomized clinical trial: a treatment guideline for targeted near-infraredderived cerebral tissue oxygenation versus standard treatment in extremely preterm infants. Neonatology 2013;104:171-8 Camm AJ, Lip GY, Caterina RD,., Van Gelder IC, et al Actualización de las guias de la Sociedad Europea de Cardiologia (ESC) para el manejo de la fibrilición auricular de 2010 Elaborade en colaboración con la Asociación Europea del Ritmo Cardioco. Rev Esp Cardiol 2013;66:54.e1-44.e24 73 Groenveld HF, Tijssen JG, Crijns HJ, Van den Berg MP, Hillege HL, Alings M, Van Veldhuisen DJ, Van Gelder IC; RACE II Investigators Rate control efficacy in permanent atrial fibrillation: successful and failed strict rate control against a background of lenient rate control: data from RACE II (Rate Control Efficacy in Permanent Atrial Fibrillation). J Am Cardiol 2013;61:741-8 Wolff D, Ebels T, Van Melle JP N-terminal pro brain natriuretic hormone in Fontan patients: heart failure or circulatory failure? Eur J Heart Fail 2013;15:602-3 Franken R, Den Hartog AW, De Waard V, Engele L, Radonic T, Lutter R, Timmermans J, Scholte AJ, Van den Berg MP, Zwinderman AH, Groenink M, Mulder BJM Circulating transforming growth factor-ß as a prognostic biomarker in Marfan syndrome. Int J Cardiol 2013;168:2441-6 Bouma W, Wijdh-den Hamer IJ, Klinkenberg TJ, Kuijpers M, Bijleveld A, Van der Horst IC, Erasmus ME, Gorman JH 3rd, Gorman RC, Mariani MA Mitral valve repair for post-myocardial infarction papillary muscle rupture. Eur J Cardiothorac Surg 2013;44:1063-9

Pozzoli A, Klinkenberg TJ, De Maat GE, Mariani MA Cardiac dynamic magnetic resonance of a giant lung carcinoma invading the left atrium: do not let the imaging fool you. Eur J Cardiothoracic Surg 2013;44:377-8 Widder J, Klinkenberg TJ, Ubbels JF, Wiegman EM, Groen HJ, Langendijk JA Pulmonary oligometastases: metastasectomy or stereotactic ablative radiotherapy? Radiother Oncol 2013;107:409-13 74 Munneke AJ, Rakhorst G, Petersen AH, Van Oeveren W, Prop J, Erasmus ME Flush at room temperature followed by storage on ice creates the best lung graft preservation in rats. Transpl Int 2013;26:751-60 Van De Wauwer C, Munneke AJ, Engels GE, Berga FM, Rakhorst G, Nijsten MW, Mariani MA, Erasmus ME In situ lung perfusion is a valuable tool to assess lungs from donation after circulatory death donors category I-II. Transpl Int 2013;26:485-92 Snijder PM, De Boer RA, Bos EM, Van den Born JC, Ruifrok WP, Vreeswijk-Baudoin, Van Dijk MC, Hillebrands JL, Leuvenink HG, Van Goor H Gaseous hydrogen sulfide protects against myocardial ischemia-reperfusion injury in mice partially independent from hypometabolism. PLoS One 2013;8:e63291 De Jong AM Maass AH, Oberdorf-Maass SU, De Boer RA, Van Gilst WH, Van Gelder IC Cyclical stretch induces structural changes in atrial myocytes. J Cell Mol Med 2013;17:743-53 Codd V, Nelson CP, Albrecht E,, De Boer RA,, Van Veldhuisen DJ,, Van der Harst P, et al Identification of seven loci affecting mean telomere lenght and their association with disease. Nat Genet 2013;45:422-7

Den Hoed M, Eijgelsheim M, Esko T,, De Boer RA, et al Identification of heart rate-associated loci and their effect on cardiac conduction and rhythm disorders. Nat Genet 2013;45:621-31 Zuidersma M, Conradi HJ, Van Melle JP, Ormel J, De Jonge P Self-reported depressive symptoms,diagnosed clinical depression and cardiac morbidity and mortality after myocardial infarction. Int J Cardiol 2013;167:2775-80 Buijs RV, Willems TP, Tio RA, Boersma HH, Tielliu IF, Slart RH, Zeebregts CJ Current state of experimental imaging modalities for risk assessment of abdominal aortic aneurysm. J Vasc Surg 2013;57:851-9 75 Den Hartog AW, Franken R, De Witte P, Radonic T, Marquering HA, Van der Steen WE, Timmermans J, Scholte AJ, Van den Berg MP, Zwinderman AH, Mulder BJM, Groenink M Aortic disease in patients with Marfan syndrome: aortic volume assessment for surveillance. Radiology 2013;268:370-7 Kirchhof P, Breithardt G, Aliot E.,, Van Gelder IC, et al. Personalized management of atrial fibrillation: Proceedings from the fourth atrial fibrillation competence NETwork/European Heart Rhythm Association consensus conference. Europace 2013;15:1540-56 Van Rijsingen IA, Bakker A, Azim D, Hermans-van Ast JF, Van der Kooi AJ, Van Tintelen JP, Van den Berg MP, Christiaans I, Lekanne Dit Deprez RH, Wilde AA, Zwinderman AH, Meijers JC, Grootemaat EA, Nieuwland R, Pinto YM, Pinto-Sietsma JS Lamin A/C mutation is independently associated with an increased risk of arterial and venous thromboembolic complications. Int J Cardiol 2013;168:472-7

Gheorghiade M, Vaduganathan M, Greene SJ, Mentz RJ, Adams KF Jr, Anker SD, Arnold M, Baschiera F, Cleland JG, Cotter G, Fonarow GC, Giordano C, Metra M, Misselwitz F, Mühlhofer E, Nodari S, Frank Franken R, Den Hartog AW, Van de Riet L, Timmermans J, Scholte AJ, Van den Berg MP, De Waard V, Zwinderman AH, Groenink M, Yip JW, Mulder BJM Clinical features differ substantially between Caucasian and Asian populations of Marfan syndrome Circulation Journal 2013;77:2793-8 76 Pieper PG, Balci A, Aarnoudse JG, Kampman MA, Sollie KM, Groen H, Mulder BJ, Oudijk MA, Roos-Hesselink JW, Cornette J, Van Dijk AP, Spaanderman ME, Drenthen W, Van Veldhuisen DJ; ZAHARA II investigators Uteroplacental blood flow, cardiac function, and pregnancy outcome in women with congenital heart disease. Circulation 2013;128:2478-87 De Maat GE, Pozzoli A, Scholten MF, Hillege HL, Van Gelder IC, Alfieri OR, Benussi S, Mariani MA Surgical minimally invasive pulmonary vein isolation for lone atrial fibrillation: midterm results of a multicenter study. Innovations (Phila) 2013;8:410-5 Yin M, Westenbrink B, Meissner M, Van Gilst WH, De Boer RA Variable effects of anti-diabetic drugs in animal models of myocardial ischemia and remodeling: a translational perspective for the cardiologist. Int J Cardiol 2013;169:385-93 Yu H, Tigchelaar W, Lu B, Van Gilst WH, e Boer RA, Westenbrink BD, Silljé HH AKIP1, a cardiac hypertrophy induced protein that stimulates cardiomyocyte growth via the Akt pathway. Int J Mol Sci 2013;14:21378-93 Kuijpers M, Klinkenberg TJ, Bouma W, De Jongste MJ, Mariani MA Single-port one-stage bilateral thorascopic sympathicotomy for severe hyperhidrosis: prospective analysis of a standardized approach. J Cardiothorac Surg 2013;6:216

Pozzoli A, De Maat GE, Hillege HL, Boogaard JJ, Natour E, Mariani MA Severe thrombocytopenia and its clinical impact after implant of the stentless Freedom Solo bioprosthesis. Ann Thorac Surg 2013;96:1581-6 Sandker SC, Mecozzi G, Van Buiten A, Mariani MA, Buikema H, Grandjean JG Adventitial dissection: a simple and effective way to reduce radial artery spasm in coronary bypass surgery. Interact Cardiovasc Thorac Surg 2013;17:784-9 Van Oeveren W Obstacles in haemocompatibility testing. Scientifica (Cairo) 2013;2013:392584 77 Schouwenburg JJ, Klinkenberg TJ, Maass AH, Mariani MA Video-assisted thoracic placement of epicardial leads. J Card Surg 2013; Limantoro I, De Vos CB, Delhaas T, Marcos E, Blaauw Y, Weijs B, Tieleman RG, Pisters R, Schotten U, Van Gelder IC, Crijns HJ Tissue velocity imaging of the left atrium predicts response to flecainide in patients with acute atrial fibrillation. Heart Rhythm 2013; Wolff D, Van Melle JP, Ebels T, Hillege H, van Slooten YJ, Berger RM Trends in mortality (1975-2011) after one- and two-stage Fontan surgery, including bidirectional Glenn through Fontan completion. Eur J Cardiothorac Surg 2013; Cove CL, Albert Cm, Andreoti F, Badimon L, Van Gelder IC, Hylek EM Female sex as an independent risk factor for stroke in atrial fibrillation: Possible mechanisms. Thromb Haemost 2013;

Lexis CP, Wieringa WG, Hiemstra B, Van Deursen VM, Lipsic E, Van der Harst P, Van Veldhuisen DJ, Van der Horst IC Chronic metformin treatment is associated with reduced myocardial infarct size in diabetic patients with ST-segment elevation myocardial infarction. Cardiovasc Drugs Ther 2013; 78 Kwakernaak AJ, Waanders F, Slagman MC, Dokter MM, Laverman GD, De Boer RA, Navis G Sosium restriction on top of renin-angiotensin-aldosterone system blockade increases circulating levels of N-acetyl-seryl-aspartyl-lysyl-proline in chronic kidney disease patients. J Hypert 2013;31:2425-32 Yu H, Tigchelaar W, Koonen DP, Patel HH, De Boer RA, Van Gilst WH, Westenbrink BD, Silljé HH AKIP1 expression modulates mitochondrial function in rat neonatal cardiomyocytes. PLoS One 2013;8:e80815 Koene BM, Soliman Hamad MA, Bouma W, Mariani MA, Peels KC, Van Dantzig JM, Van Straten AH Can postoperative mean transprosthetic pressure gradient predict survival after aortic valve replacement? Clin Res Cardiol 2013; Kampman MA, Balci A, Van Veldhuisen DJ, Van Dijk AP, Roos-Hesselink JW, Sollie-Szarynska KM, Ludwig-Ruitenberg M, Van Melle JP, Mulder BJ, Pieper PG; on behalf of the ZAHARA II investigators N-terminal pro-b-type natriuretic peptide predicts cardiovascular complications in pregnant women with congenital heart disease. Eur Heart J 2013;

Nationale tijdschriften Verschuren JJ, Trompet S, Tio RA, De Winter RJ, Doevendans PA, Jukema JW Ten-year mortality risk of patients uindergoing elective PCI: long-term follow-up of the GENetic Determinants of Restenosis (GENDER) study: No increased mortality risk by restenosis, only by coronary artery disease itself. Neth Heart J 2013;21:101-5 Groenveld HF, Crijns HJ, Tijssen JG, Alings M. Hillege HL, Tuininga YS, Van den Berg MP, Van Veldhuisen DJ, Van Gelder IC Rate control in atrial fibrillation, insight into the RACE II study. Neth Heart J 2013;21:199-204 79 Van der Zwaag PA, Van Rijsingen IAW, De Ruiter R, Nannenberg EA, Groeneweg JA, Post JG, Hauer RNW, Van Gelder IC, Van den Berg MP, Van der Harst P, Wilde AAM, Van Tintelen JP Recurent and founder mutations in the Netherlands Phospholamban p.arg14del mutation causes arrhytmogenic cardiomyopathy. Neth Heart J 2013;21:286-293 Alings M, Smid MD, Moes ML, Crijns HJ, Tijssen JG, Brügemann J, Hillege HL, Lane DA, Lip GY, Smeets JR, Tieleman RG, Tukkie R, Willems FF, Vermond RA, Van Veldhuisen DJ, Van Gelder IC Routine versus aggressive upstream rhythm control for prevention of early atrial fibrillation in heart failure: background, aims and design of the RACE 3 study. Neth Heart J 2013;21:354-63 Steggerda RC, Balt JC, Damman K, Van den Berg MP, Ten Berg JM Predictors of outcome after alcohol septal ablation in patients with hypertrophic obstructive cardiomyopathy. Special interest for the septal coronary anatomy. Neth Heart J 2013;21:504-9 Selten MH, Broekema FI, Zuidema J, Van Oeveren W, Bos RR Modified polyurethane foam as a local hemostatic agent after dental extractions. Ned Tijdschr Tandheelk 2013;120:378-82

80

Colofon Universitair Medisch Centrum Groningen Thoraxcentrum Groningen, 2014 Foto s: Sylvia Germes Fotografie Vormgeving: Letter & Lijn bv Drukwerkverzorging: Letter & Lijn bv Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het UMCG - Thoraxcentrum.