Thoraxcentrum. Kwaliteits- Jaarverslag. Juli 2015
|
|
|
- Ludo Gerritsen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Thoraxcentrum Kwaliteits- Jaarverslag 2014 Juli 2015
2 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 2. Productie 4 3. Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid Inleiding 3.2 Certificeren 3.3 Processen 3.4 Databeheer 3.5 Meldingen 4. Prestatie-indicatoren 4.1 Cardiothoracale chirurgie Aantal ingrepen en wachttijden Kwaliteit 4.2 Cardiologie Kwaliteitsindicatoren VMS acuut coronair syndroom Meetbaar Beter 5. Bijzondere programma s 5.1 Transplantatieprogramma Harttransplantatie Left Ventricular Assist Device Longtransplantatie Hart-longtransplantatie 5.2 Transcatheter Hartklepinterventies Transcatheter Aortaklep Implantatie Mitraclip 5.3 Operatieve ingrepen Centrum Congenitale Hartafwijkingen Dissertaties en Publicaties Dissertaties Publicaties 2
3 1. Inleiding Het Thoraxcentrum, het samenwerkingsverband van de afdelingen Cardiologie en Cardiothoracale chirurgie van het UMCG, richt zich op topklinische en topreferente zorg voor patiënten met cardiovasculaire en pulmonale aandoeningen. Het Thoraxcentrum is voor een groot deel van Noord-Nederland het eindpunt van verwijzing op cardiologisch en cardiochirurgisch gebied gezien het volledige pakket van zorg dat zij aanbiedt. Kwaliteit van de aangeboden zorg en patiëntveiligheid zijn ook in 2014 speerpunten van het beleid geweest. Het aantal nieuwe patiënten op de polikliniek is nog steeds licht groeiend. Een korte toegangstijd, eendags - diagnostiek en snelle correspondentie naar de verwijzers lijken hiermee vruchten te hebben afgeworpen. In 2014 is het totale aantal verrichtingen vergelijkbaar met het voorgaande jaar. Wel zijn er verschuivingen binnen de cardiologische interventies. Zowel het aantal coronairangiogrammen (CAG) en percutane coronaire interventies (PCI) zijn licht gestegen, daarentegen is het aantal openhart operaties(oho) licht gedaald. Voor het eerst in jaren zijn er weer meer pacemakers geïmplanteerd waarbij vervangingen van pacemakers een belangrijke oorzaak daarvan zijn. Het aantal ICD-implantaties is naar verwachting verder gedaald gezien een verschuiving in implantaties naar omliggende ziekenhuizen. Het aantal ablaties daarentegen neemt toe als gevolg van een bewust keuze hiervoor en zal dan ook de komende jaren verder stijgen. Voor wat betreft het aantal hart- en longtransplantaties was 2014 het meest succesvolle jaar ooit. De longtransplantatieproductie bleef op het hoge niveau van 2013 (36) en nog nooit werden er zoveel harten getransplanteerd in het UMCG (12). Hiernaast werd bij 4 patiënten een LVAD ingebracht, als onde rdeel van het transplantatieprogramma. In januari 2014 heeft de IGZ het harttransplantatieprogramma getoetst en de vergunning verlengd. Kwaliteitsbeleid en kwaliteitsdenken zijn volledig ingebed in de organisatie van het Thoraxcentrum. Interne en externe audits worden hierbij als vanzelfsprekend beschouwd en patiëntenparticipatie-projecten hebben haar intrede gedaan. In 2014 heeft certificering van het zorgtraject Acuut Coronair Syndroom er mede toe bijgedragen dat het UMCG het ISO 9001-certificaat heeft kunnen behalen. Als onderdeel van het kwaliteitsdenken en kwaliteitsbeleid levert het Thoraxcentrum aan de kwaliteitsorganen van de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (BHN), de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NCDR) en aan Meetbaar Beter data aan die betrekking hebben op de uitkomsten van de geleverde zorg. Deelname aan deze databanken maakt het mogelijk om door uitkomsten van de verschillende hartcentra met elkaar te vergelijken verbeterpunten te benoemen en daarmee bij te dragen aan het verbeteren van de zorg in al haar facetten. In deze kwalititeitsrapportage van 2014 wordt dan nadrukkelijk stilgestaan bij de uitkomsten van een belangrijk deel van de interventies die worden uitgevoerd in het Thoraxcentrum Op het gebied van onderzoek bestendigt het Thoraxcentrum zijn vooraanstaande positie zowel nationaal als internationaal. Het kent hierbij een goede traditie met bijbehorende resultaten op het gebied van zowel preklinisch als klinisch onderzoek. Ook in 2014 heeft het vele onderzoek dat binnen het Thoraxcentrum wordt gedaan geleid tot een 8-tal promoties en groot aantal internationale publicaties. 3
4 2. Productie Algemeen: Opnames Thoraxcentrum totaal Opnames Cardiologie Opnames Cardiothoracale chirurgie Nieuwe patiënten Bezoeken polikliniek Opnames CCU Cardiothoracale chirurgie: OpenHartOperatie totaal (Open) hartoperaties Coronary artery bypass grafting (CABG) + klep Aortachirurgie Operaties centrum congenitale hartafwijkingen Harttransplantaties Longtransplantaties LVAD Interventiecardiologie: Transcatheter hartklepinterventies (THI) Coronair AngioGram (CAG) Percutane Coronaire Interventie (PCI) Fractional Flow Reserve (FFR) meting Electrofysiologie: Conventionele pacemakers Biventriculaire pacemakers zonder ICD functie Biventriculaire pacemakers met ICD functie ICD s zonder biventriculaire pacemakerfunctie Reveal implantaties Ablaties
5 3 Kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid 3.1 Inleiding In 2014 is kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid een speerpunt gebleven. De nadruk lag op verfijnen en verder verbeteren van de kwaliteitsinstrumenten. Door audits en evaluaties is informatie verzameld die input zijn geweest voor het verbeteren van de kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid. Veel aandacht is geschonken aan het optimaliseren van het beschrijven van processen en afspraken, zodat het Thoraxcentrum volde ed aan de vereisten van de ISO De belangrijkste ontwikkelingen van het afgelopen jaar staan hieronder beschreven. 3.2 Certificeren Zorgtraject Acute Coronaire Syndromen In het kader van het certificeringproces is het zorgtraject Acute Coronaire Syndromen STEMI in kaart gebracht, inclusief de bijbehorende protocollen. Ook de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken disciplines zijn opgenomen in het zorgtraject. Door de publicatie van het document op DocPortal, zijn vanuit het zorgtraject alle linken aangebracht naar protocollen die van toepassing zijn op het traject. Dit vergemakkelijkt het vinden van de juiste protocollen bij het zorgtraject. Op een deel van het zorgtraject is een risico analyse uitgevoerd met als doel het verbeteren van de tijden time to wire en time to balloon. Tijdens de risico analyse zijn multidisciplinair afspraken gemaakt om de tijden te kunnen verbeteren. In november 2014 is het zorgtraject geaudit door Det Norske Veritas (DNV). Door in te zoomen op het zorgtraject Acute Coronaire Syndromen is gekeken of het Thoraxcentrum voldeed aan de criteria van de ISO Healthcare Er zijn geen majeure verbeterpunten naar voren gekomen uit de audit, wel een aantal observaties die tot verbeteringen kunnen leiden. Audits In 2014 is, naast de bestaande externe audits, een start gemaakt met het uitvoeren van interne audits, als methodiek om te leren en te willen verbeteren. Het realiseren van een integrale auditscyclus wordt in afstemming met het UMCG gepland. De onderstaande audits zijn in 2014 uitgevoerd. Interne audits: Informatiebeveiliging (verpleegafdelingen en poliklinieken) Handhaven Gouden regels op de OK (Operatiecentrum, Cardiothoracale chirurgie) Veiligheidsronde (verpleegafdelingen) VMS, stand van zaken (verpleegafdelingen) Externe audits: IGZ: Governance en leiderschap, onderlinge communicatie en professionaliteit, borging van kwaliteitsprocedures en afspraken, transparantie en lerende cultuur (Cardiothoracale chirurgie) DNV : ISO certificering, zorgtraject ACS STEMI (Cardiologie) Risico analyses Het Thoraxcentrum heeft inmiddels ruime ervaring met het uitvoeren van een prospectieve risico inventarisatie en een mini PRI. In 2013 waren er 6 risico analyses uitgevoerd, in 2014 waren dat er 18, waarvan er 12 zijn afgerond en 6 nog lopend zijn. Op basis van de ervaringen zijn een aantal verbeteringen aangebracht: het invoeren van een intakeformulier, het formaliseren van een format voor de mini PRI en het aanscherpen van het proces van de uitvoer van een risico inventarisatie. Vooruitlopend op de implementatie van het medisch convenant, zijn de criteria daarvan ook betrokken bij de risico analyses van medische apparatuur. Het evalueren van risico analyses blijft ook een belangrijk onderdeel. 5
6 De afgeronde risico analyses van 2014 zijn: TITEL RISICO ANALYSE AFDELING ONDERWERP ANALYSE DATUM AFGEROND Hybride CRT-D implantatie Cardiothoracale chirurgie, cardiologie udcd (non heat beating long- en nierdonatie) Cardiothoracale chirurgie en chirurgie Combinatie interventie en operatieve techniek Nieuwe procedure juli 2014 Ajmalinetest op C1VA/HC Cardiologie Interventie is nieuw voor de afdeling Proces short stay Cardiologie obv incident, afspraken en proces verbeteren Aortaboorchirurgie Cardiothoracale chirurgie Nieuw materiaal bij een operatie Hybride ablatie Cardiothoracale chirurgie en cardiologie Nieuwe interventie Sutureless aortaklepvervanging Cardiothoracale chirurgie Nieuw materiaal bijeen operatie dec 2014 De afgeronde mini PRI s van 2014 zijn in onderstaande tabel opgenomen: TITEL MINI PRI AFDELING ONDERWERP ANALYSE DATUM AFGEROND HLM Perfusie Nieuwe software Kinder ECLS Perfusie Nieuw materiaal bij perfusie Hem-o-lok, cliptang Cardiothoracale chirurgie Nieuw materiaal bij een operatie Lactosorb osteosynthese materiaal Cardiothoracale chirurgie Nieuw materiaal bij een operatie Cardiocel Cardiothoracale chirurgie Nieuw materiaal bijeen operatie Patiëntenparticipatie Om de zorg zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de wensen en behoeften van de patiënt en gebruik te maken van de kennis en ervaring van de patiënt, zijn patiënten betrokken bij de opzet van een tweetal poli s. Voor de in 2012 opgezette Boezemfibrillerenpoli is in 2014 de nameting uitgevoerd. Voor het opzetten van een poli voor ICD patiënten is naast het betrekken van patiënten bij de opzet ook nauw samengewerkt met het Martiniziekenhuis. Een spiegelbijeenkomst met ICD patiënten, waarbij de medewerkers van het Thoraxcentrum een spiegel kregen voorgehouden, heeft waardevolle verbeterpunten op diverse afdelingen opgeleverd. Voor het proces van een spiegelbijeenkomst in het Thoraxcentrum is een beleidsdocument ontwikkeld. NAAM BETROKKENEN ONDERWERP METHODE Boezemfibrillerenpoli ICD poli ICD poli *voormeting was in 2012 gerealiseerd Cardiologie, Zorgbelang, Hart- en Vaatgroep, Menzis Cardiologie, Zorgbelang, STIN, Menzis Cardiologie, Zorgbelang, STIN, Menzis Betrokkenheid van patiënten bij het opzetten van een poli voor patiënten met boezemfibrilleren Betrokkenheid van patiënten bij het opzetten van een poli voor patiënten die een ICD krijgen Ervaringen van patiënten die een ICD implantatie hebben ondergaan Patiëntenraadpleging (nameting)* Patiëntenraadpleging (voormeting) Spiegelbijeenkomst 6
7 3.3 Processen Zorgvoorziening De Nieuwe Zorgvoorziening voor patiënten na cardiothoracale chirurgie, waarbij patiënten een preoperatief reconditioneringsprogramma en een klinisch Revalidatieprogramma krijgen, is in 2014 ontwikkeld. De afdeling Cardiothoracale chirurgie krijgt hiervoor in 2015 een uitbreiding van tien bedden op locatie Beatrixoord. Het intensieve hartrevalidatieprogramma moet leiden tot een hogere ervaren en medische kwaliteit van leven van de patiënt, tot een verminderd aantal heroperaties en uiteindelijk tot een lagere mortaliteit. Aan deze nieuwe vorm van revalidatie is wetenschappelijk onderzoek gekoppeld waarin wordt onderzocht of de beoogde resultaten worden bereikt. 3.4 Databeheer VMS thema s Alle thema s zijn Thoraxcentrumbreed geïmplementeerd. Voor de medicatiethema s is een werkgroep opgericht om gezamenlijk een passende manier te vinden om te voldoen aan de eisen van de twee thema s. Via UMCG brede bijeenkomsten zijn ideeën en ervaringen omtrent deze thema s uitgewisseld tussen afdelingen. Meetbaar Beter Het project Meetbaar Beter is een wetenschappelijk onderbouwd programma dat met behulp van patiëntrelevante uitkomstindicatoren op een artsgedreven én patiëntgerichte manier werkt aan de verbetering van kwaliteit en transparantie van zorg in de deelnemende acht hartcentra. Het Thoraxcentrum van het UMCG participeert sinds 2013 in dit landelijke project.. Ook in 2014 zijn de data aangeleverd voor wat betreft: CABG; Coronary Artery Bypass Surgery PCI (Percutane Coronaire Interventie) Minimaal-invasief chirurgisch pulmonaal venen isolatie (PVI) Catheter pulmonaal venen isolatie (PVI) Aortaklepvervanging (AVR) Transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden (CABG en AVR) De data gepubliceerd in het Meetbaar Beter boek in november 2014, terug te vinden op Dit keer is er voor gekozen om alle centra in één boek te publiceren. Digitalisering Deelname aan het project Meetbaar Beter heeft nogmaals duidelijk gemaakt dat voor een snelle en efficiënte aanlevering van benodigde data het noodzakelijk is om dit proces optimaal in te richten en verder te automatiseren. De data die gegenereerd worden op de afdeling hartkatheterisatie wordt nu zodanig digitaal vastgelegd dat deze eenvoudig te benaderen zijn. Er is nu een begin gemaakt met koppelen van deze data naar een centraal opslagsysteem volgens de maatstaven van centraal ICT/EPD. Hierna zullen de data van de andere disciplines op de hartkatheterisatie zoals ablatie, pacemakerimplantatie en percutane klepvervangingen volgen. 7
8 3.5 Meldingen Decentrale Incident Meldingen Het aantal Decentrale Incident Meldingen (DIM) in het Thoraxcentrum viel in 2014 hoger uit dan in 2013 (392 tegen 322 in 2013). In 2014 zijn er opvallend meer meldingen ten aanzien van verwisseling van patiëntgegevens op de polikliniek. Door invoer van de aanmeldzuil (emos ) hopen we nu minder meldingen te ontvangen t.a.v. verwisseling van patiëntgegevens. Het totaal aantal gemelde valincidenten daalt in de loop van de jaren mede als gevolg van onderwijs en instructie met continue aandacht voor valpreventie. Daarnaast heeft de aanschaf van de nieuwe bedden in het UMCG in 2014 hier ook aan bijgedragen. In onderstaande tabel staan de meldingen per categorie: Aantal meldingen 2014 Bloedproduct 1 (1%) Medische middelen 34 (9%) Medicatie 133 (34%) Onderzoek en behandeling 83 (21%) Organisatie/communicatie 73 (19%) Vallen 24 (6%) Overig 44 (11%) Totaal 392 Enkele, mede door de DIM- commissie, bereikte resultaten in 2014 zijn: - vervroegde aanschaf nieuwe bedden in het UMCG - onderhoud/controle van alle PCA pompen binnen een half jaar. Realisatie najaar aanpassing van protocollen I.V. medicatie binnen apotheek en binnen het Thoraxcentrum - aanschaf bewegingsdetector B1va bij verwarde patiënten 8
9 4. Prestatie-indicatoren 4.1 Cardiothoracale chirurgie Aantal ingrepen en wachttijden De aantallen ingrepen zijn de laatste jaren vrij constant. Het aantal geplande hartoperaties is 1075 en dit aantal is vrijwel gerealiseerd in 2014: Het tekort wordt volledig gecompenseerd door het aantal transplantaties dat kon worden uitgevoerd: 48, waarvan 12 harttransplantaties. Nooit eerder konden in één jaar zoveel transplantaties verricht worden. Het aantal long operaties is constant. Het aantal ingrepen dat verricht wordt door de afdeling Cardiothoracale chirurgie wordt bepaald door de balans tussen vraag naar operatieve behandelingen en de mogelijkheid deze operatieve behandelingen uit te voeren. De vraag wordt bepaald door het aanbod aan patiënten, zoals die door verwijzers (bv. cardiologen en longartsen), voor een operatieve behandeling worden aangeboden. Wachttijden Het blijkt dat de wachttijden voor patiënten die een CABG moeten ondergaan (en dus de dreiging van hartschade hebben door een infarct) lager is dan het landelijk gemiddelde. De patiënten die klep- en aorta chirurgie moeten ondergaan wachten in het UMCG gemiddeld langer dan het landelijk gemiddelde. Dit is een aandach tspunt voor de komende jaren. 9
10 In de grafiek is te zien hoelang de gemiddelde wachttijd was voor patiënten die een CABG moesten ondergaan, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen electieve en urgente patiënten. Electieve patiënten zijn in afwachting van hun operatie meestal thuis, urgente patiënten wachten in het UMCG of in hun eigen ziekenhuis totdat zij aan de beurt zijn. De wachttijd begint op de dag dat het hartteam de indicatie voor een operatie stelt. Nadien dient het besluit besproken te worden met de patiënt, de ingreep moet gepland worden en al met al vinden we dat als de gemiddelde wachttijd ruim een week is dit redelijk is. In 2014 was de wachttijd op enkele momenten langer dan gewenst: in februari, juni, augustus en december Kwaliteit Naast aantallen zijn er ook kwalitatieve prestatie indicatoren. De IGZ kent de basisset kwaliteitsindicatoren voor ziekenhuizen. Voor het jaar 2012 staan daar geen specifiek op hartchirurgie gerichte indicatoren in vermeld. Voor de longchirurgie wordt het aantal verrichte anatomische resecties gevraagd. Voor de jaren erna worden wel specifiek op de cardiochirurgie gerichte indicatoren benoemd en uitgevraagd. Het betreft deelname aan landelijke risico-gewogen-mortaliteits-registratie NVT, percentage gebruik van de internal mammary artery als graft en percentage diepe sternumwondproblemen, mediastinitis. Deelname aan landelijke risico-gewogen-mortaliteits-registratie NVT Het Thoraxcentrum doet sinds de oprichting in 1993 mee aan deze registratie (BHN). Aanvankelijk opgezet als aantallen registratie voor open hart operaties is deze registratie door de jaren heen steeds meer een databank geworden ten behoeve van kwaliteitsmetingen. Inmiddels worden naast mortaliteitsgegevens ook complica ties geregistreerd. Percentage gebruik van de internal mammary artery als graft De arteria mammaria is de voorkeursgraft om te gebruiken bij aorta-coronaire bypass operaties (CABG). Bij het gebruik maken van een van deze grafts is de kans dat een graft gaat falen en dus zijn functie niet meer vervuld op de lange termijn geringer dan wanneer veneuze grafts gebruikt worden. Daarom is het gebruik van deze graft een kwaliteitsindicator. In het UMCG is al jaren geleden begonnen met het gebruik van arteriële gr afts uit kwalitatief oogpunt. 10
11 Bij CABG-operaties wordt vrijwel altijd gebruik gemaakt van de arteria mammaria, zoals in de grafiek te zien is. In grafiek hieronder is ook te zien dat ongeveer 80% van de CABG-operaties wordt uitgevoerd zonder gebruik te maken van de Hartlong-machine (zgn. off pump CABG, OBCAP). Percentage diepe sternum wond problemen, mediastinitis Een geïnfecteerde sternumwond is voor een patiënt een vervelende complicatie. Hij of zij moet meestal langdurig in het ziekenhuis verblijven en heeft intensieve verpleegkundige zorg nodig. Ook zijn meestal meerdere operaties nodig om de wond weer te sluiten als de infectie afdoende bestreden is. Het aantal sternuminfecties was in het jaar 2012 iets hoger dan de gemiddelden uit de Prezies studie. Ook nu nog is de prevalentie van sternuminfecties in ons ziekenhuis hoger dan bij de collegae die ook deelnemen aan het Meetbaar Beter project. Relevant is wel dat deze patiënten gemiddeld 72 dagen per patiënt in het ziekenhuis lagen, waarvan 13 dagen op de IC. Juist het afgelopen jaar is een grote studie afgesloten die in samenwerking met de collegae van de ICV alle mediastinitiden hebben onderzocht. Helaas leverde deze studie geen enkelvoudige te nemen maatregelen op die zeker tot verbetering zouden leiden. Wel is nu nog strikter in het protocol opgenomen dat de preventieve antibiotica gift minimaal 30 minuten voor de incisie gegeven moet zijn. In 2014 lag het aantal patiënten dat een sternuminfectie kreeg weer iets lager (14 patiënten, 1,6% tegen 16 patiënten in 2013, 1,8% en 21 patiënten in 2012, 2,6%). 11
12 Mortaliteit De belangrijkste kwaliteitsindicator is de mortaliteit, die op verschillende wijzen kan worden bepaald. Hoewel sterfte een absoluut gegeven is, is het soms nog lastig om overlijden aan een bepaalde gebeurtenis, bijvoorbeeld een operatie, toe te schrijven. Ziekenhuismortaliteit is de sterfte die optreedt terwijl een patiënt in het ziekenhuis is opgenomen. 30-dagen mortaliteit is sterfte die optreedt binnen 30 dagen na een ingreep, onafhankelijk van het gegeven of een patiënt nog opgenomen is of al is ontslagen. Een strenge definitie is die waarbij ziekenhuismortaliteit en 30-dagen mortaliteit wordt gecombineerd. Tegenwoordig lijkt er ook een trend te zijn om 120 dagen mortaliteit als kwaliteitsindicator te gebruiken. De meest eenvoudig vast te stellen mortaliteit is de eigen ziekenhuis mortaliteit, die de sterfte geeft in het ziekenhuis waar een operatie heeft plaats gevonden. Maar juist in de cardiothoracale chirurgie is het een gewoonte om patiënten kort na een ingreep (vier dagen) voor verder herstel over te plaatsen naar het verwijzend centrum. De mate waarin dit terug verwijzen gebeurd is niet voor elk hartcentrum hetzelfde en, binnen onze regio, ook niet naar elke verwijzer hetzelfde. Eventuele sterfte die optreedt in het tweede ziekenhuis, of tijdens een heropname in het eerste ziekenhuis telt dan niet mee, terwijl zo n gebeurtenis uit kwaliteitsoogpunt wel belangrijk is. Zo heeft deze eigen ziekenhuis mortaliteit maar een beperkte betekenis als kwaliteitsindicator. Landelijk, in de BHN (Begeleidingscommissie Hart interventies Nederland), is echter afgesproken om deze mortaliteit te gebruiken in haar rapportages. Het UMCG doet al vanaf het eerste begin mee met de landelijke registratie van hartinterventies (BHN). In deze registratie worden soort ingreep, spoedclassificatie en weegfactoren volgens de Euroscore vastgelegd volgens precieze definities, die voor alle Nederlandse hartcentra gelijk zijn. Ziekenhuis mortaliteit: Totaal overleden in ziekenhuis Ruwe sterfte % 3,0 3,2 2,5 3,8 4,8 4,0 1,71 2,8 Gem. euroscore% 6,89 7,46 8,19 8,07 7,94 7,10 8,83 7,87 Mortaliteit wordt ook vaak vergeleken. De ene operatie met de andere, maar ook het ene ziekenhuis met het andere. Het is duidelijk dat niet alle patiënten die een operatie moeten ondergaan even ziek zijn en ook zal duidelijk zijn dat niet alle operaties het zelfde risico op overlijden met zich mee brengen. Daarom maken we gebruik van een systeem dat de vergelijkbaarheid verbetert door een gewogen risico te bepalen aan de hand van meerdere criteria. Dit is de risico gewogen mortaliteit met behulp van de Euroscore. Risico gewogen mortaliteit De Euroscore wordt berekend aan de hand van 17 factoren, waaronder leeftijd, geslacht, enkele nevendiagnosen, cardiale factoren en de soort ingreep. Een patiënt met een hoge Euroscore heeft een hoger risico op overlijden dan een patiënt met een lage Euroscore. De Euroscore voorspelt in zekere zin de kans op overlijden na een bepaalde ingreep. Het verschil tussen de voorspelde mortaliteit en de gerealiseerde mortaliteit (werkelijke ruwe sterfte) is uit te beelden in een CUSUM grafiek. Het overlijden van een patiënt met een hoge Euroscore weegt in de CUSUM grafiek minder zwaar dan het overlijden van een patiënt met een lage euroscore. Voor een grote groep patiënten, bijvoorbeeld allen die een hartoperatie in een bepaald jaar of jaren ondergingen, kan dat dan in een CUSUM*) curve worden weergegeven. 12
13 *)CUSUM curve Een cusum curve komt tot stand door voor elke opeenvolgende patiënt in de tijd het risico te bepalen met behulp van de Euroscore methode en deze risico s dan op te tellen. Heeft de eerste patiënt van een meet interval (bijvoorbeeld een kalenderjaar) een risico op overlijden van 5% dan wordt op de X-as op positie 1 0,05 geschreven indien de patiënt binnen de mortaliteits definitie (bijvoorbeeld 30 dagen) in leven is gebleven. Als de tweede patiënt een risico heeft van 2,5% dan wordt op positie 2 op de X-as 0,025 opgeteld bij de waarde van positie 1 op de X-as en 0,075 geschreven. Dit getal heeft de eenheid van gewonnen leven : immers als alle honderd patiënten met een risico op overlijden van 1% in leven zouden blijven zou één leven gewonnen zijn ten opzichte van de voorspelling, waarbij indien de voorspelde mortaliteit 1% zou zijn er één patiënt van de honderd zou zijn overleden. Omgekeerd wordt indien een patiënt overlijdt binnen de mortaliteits definitie 1-[voorspelde risico] van het voorgaande getal afgetrokken. Dus als de derde patiënt in het voorbeeld een risico op overlijden heeft in de Euroscore van 20% wordt 1-0,2 ofwel 0,8 van het voorgaande getal afgetrokken en wordt dus op positie 3 op de X-as -0,125 geschreven. Ook dit is weer logisch. Als het resultaat strikt overeenkomt met de voorspelling is na 100 operaties met een risico van 1% en 99 patiënten in leven zijn gebleven en één is overleden het resultaat van de curve dat na 100 operaties men weer op de nullijn zit: er zijn geen levens gewonnen ten opzichte van de voorspelling: 99x0,01 bij elkaar opgeteld (=0,99) bij overlijden van een patiënt 1-0,01 = 0,99 daarvan afgetrokken. Eindresultaat 0. Het verloop van de curve zou een inzicht kunnen geven in klustering van mortaliteit. Indien zo n CUSUM actueel elke dag zou worden bijgehouden zouden eventuele problemen eerder aan het licht kunnen komen. De Euroscore- risico s zijn bepaald aan de hand van een dataset van meer dan 10 jaar gelede. Daarin was een bepaalde mix van patiënten opgenomen die anders zou kunnen zijn dan de mix in de huidige tijd. Over het algemeen wordt nu gevonden dat een CUSUM curve die aan het einde van een meettijdperk op de nullijn zit een aanduiding zou kunnen zijn van onvoldoende kwaliteit. In dat geval is een nadere dieper gaande analyse nodig, waarin bijvoorbeeld foutmarges mee gemeten moeten worden. 13
14 Indien mortaliteit in een staafdiagram wordt weergegeven, wordt nog iets beter het verschil zichtbaar tussen de gerealiseerde mortaliteit en de voorspelde mortaliteit (Euroscore) en hoe dat door de jaren heen verschilt. Complicaties Het eventueel optreden van bepaalde complicaties wordt als een prestatie-indicator beschouwd. Bij ruim een derde deel van de patiënten werd een complicatie geregistreerd. Het betreft ernstige complicaties, zoals een diepe sternum infectie of een re-interventie bij hartfalen, maar ook minder ernstige complicaties zoals een blaasontsteking. Bijna twee derde van de patiënten verliet het ziekenhuis ongecompliceerd. In beide jaren (2012 en 2011) werd een vergelijkbaar aantal complicaties geregistreerd. Totaal # geregistreerde complicaties 2014 (n) 2014(%) 2013 (n) 2013 (%) 2012 (n) 2012 (%) 2011 (n) 2011 (%) Patiënten Geen complicatie Wel complicatie ,4% ,5% ,2% ,5% ,6% ,5% ,8% ,5% CVA (Cerebrovasculair Accident, beroerte) Het CVA is een zeldzaam optredende, maar bekende complicatie van hartchirurgie. Het gebruik van de hartlongmachine(hlm) en het manipuleren van de aorta spelen waarschijnlijk bij het ontstaan van het onbloedige CVA een rol. Daar waar het gebruik van de HLM vermeden kan worden (off-pump CABG) is dat dus positief bijdragend aan het voorkomen van deze complicatie. Het manipuleren van de aorta is onvermijdelijk bij die operaties die onmogelijk off-pump uitgevoerd kunnen worden. CVA s met restverschijnselen, zoals verlamming, zijn ernstigere complicaties dan CVA s met geheel voorbijgaande verschijnselen (TIA). CVA met restverschijnselen TIA/CVA zonder restverschijnselen 2014 (n) 2014(%) 2013 (n) 2013 (%) 2012 (n) 2012 (%) 2011 (n) 2011 (%) 9 0,77% 6 0,69% 8 0,76% 12 1,05% 2 0,17% 3 0,34% 7 0,67% 9 0,79% 14
15 Re-sternotomie ten gevolge van bloeding en (late) tamponade Nabloedingen na hartoperaties zijn vrijwel onvermijdelijk. Als geprobeerd wordt dit te allen tijde te voorkomen dan zijn maatregelen nodig die een goed resultaat van de hartoperatie in de weg staan, zoals het st ollen van een bypass graft na een CABG of het ontstaan van stolsels op kunstkleppen, die dan weer kunnen emboliseren. Deze complicatie is te verdelen in re-sternotomiën binnen 24 uur na een hartoperatie en die na 24 uur optreden. Deze laatste ontstaan vaak als bijwerking van te hoog gedoseerde anticoagulerende medicijnen. Een nieuw, aangepast, protocol ontstolling rondom hartoperaties scherpt de indicatiestelling aan en geeft richtlijnen hoe deze laatste complicatie nog meer te voorkomen is. In de volgende jaren zal worden bezien of dit een gunstig effect heeft (n) 2014 (%) 2013 (n) 2013 (%) 2012 (n) 2012 (%) 2011 (%) 2011 (%) rethoracotomie (<24 h) 31 3,6% 40 4,6% 41 3,9% 40 3,5% tamponade (laat) 37 4,3% 21 2,4% 32 3,1% 23 2,0% Nierfalen Preoperatief nierfalen leidt postoperatief tot verslechtering van de nierfunctie, vooral bij operaties waarbij de Hart-longmachine gebruikt wordt. Het leidt tot een verlengde opname op de intensive care en soms wordt met de hartoperatie het laatste duwtje gegeven in de richting van chronische hemodialyse. Door preoperatieve maatregelen, zoals pre-hydratie en preoperatieve aandacht voor de nierfunctie kan dit zoveel mogelijk voorkomen worden (n) 2014 (%) 2013 (n) 2013 (%) 2012(n) 2012(%) 2011(n) 2011(%) nierfalen ,86% 2 0,17% nierfalen tijdelijk 7 0,6% 16 1,5% 8 0,76% 5 0,44% Delier Delier komt frequent voor. Het is de meest geregistreerde complicatie. In het kader van het VMS thema Kwetsbare ouderen is extra aandacht hiervoor op zijn plaats. Uit registratie blijkt dat ongeveer 8% van de patiënten een delier heeft in aansluiting op een hartoperatie. Weliswaar treedt het delier in absoluut getal vaker op na een off-pump CABG, maar omdat de meeste patiënten off-pump behandeld worden is het percentage patiënten dat een delier krijgt in aansluiting op een off-pump procedure kleiner dan in aansluiting op een procedure met hart longmachine. Deze bevinding noopt tot nader onderzoek, dat het komende jaar een begin zal hebben (n) 2014 (%) 2013 (n) 2013 (%) 2012 (n) 2012 (%) 2011 (n) 2011 (%) Delier 50 4,3% 98 11,2% 91 8,69% 84 7,35% Delier CABG off pump 22 4,6% 30 7,8% 24 7,97% 13 5,78% Delier CABG on pump 10 9,8% 12 14,3% 16 13,56% 10 9,26% Re-interventie wegens hartfalen Een re-interventie wegens hartfalen treedt weinig op. Meestal zijn de gevolgen van deze complicatie voor de patiënt ernstig. Iedere re-interventie om deze reden noopt tot het bespreken van de casus in de complicatie bespreking (n) 2014 (%) 2013 (n) 2013 (%) 2012 (n) 2012 (%) 2011 (n) 2011 (%) re-interventie hartfalen 7 0,8% 9 1,0% 2 0,19% 4 0,35% 15
16 4.2 Cardiologie Kwaliteitsindicatoren: De afdeling Cardiologie levert de kwaliteitsindicatoren aan die door de IGZ jaarlijks worden vastgesteld en gedefinieerd zijn in de Basisset kwaliteitsindicatoren ziekenhuizen. Voor 2014 werden er de volgende indicatoren vastgesteld: a) Sterfte in het eerste jaar na het eerste administratief consult op de polikliniek cardiologie bij patiënten 70 jaar. b) Behandeling bij patiënten met een ST-elevatie acuut myocardinfarct (STEMI). c) Evaluatie na inbrengen pacemakers. a) Sterfte na eerste administratief consult op de polikliniek bij patiënten 70 jaar De definitie betreft hier de sterfte in het jaar na het eerste administratieve consult op de polikliniek Cardiologie van alle patiënten van 70 jaar en ouder die electief door de cardioloog gezien zijn op de polikliniek Mortaliteit 7,5% 7,0% 7,5% 8,4% 10,6% 10,4% b) Sterfte na percutane coronaire interventie (PCI) in verband met STEMI Deze indicator betreft de ziekenhuis- of 30-dagen mortaliteit bij patiënten die opgenomen zijn met een STelevatie myocardinfarct (STEMI) en hiervoor een PCI ondergingen. Patiënten na een reanimatie werden hierbij geëxcludeerd Mortaliteit (ziekenhuis of 30-dagen)na PCI i.v.m. STEMI 2,4% 2,6% 3,4% Totaal aantal STEMI-patiënten Gemiddelde door-to-needle or door-to-balloon time Uitgangspunt voor de behandeling bij patiënten met een STEMI is dat deze behandeling binnen 90 minuten na het eerste contact met de patiënt (huisarts en/of ambulancedienst) uitgevoerd kan worden. Op diverse momenten in deze keten kan vertraging optreden. Sinds 2012 wordt gevraagd om over de zogenaamde door-to-needle time te rapporteren. Dit is de tijd tussen aankomst in het ziekenhuis en het moment van aanprikken van de arteria femoralis, brachialis of radialis in het kader van de hartkatheterisatieprocedure om een PCI te verrichten. In 2014 kon er voor het eerst gekozen worden tussen door-to-needle of door-to-balloon time. Deze laatste is de tijd tussen aankomst van de patiënt in het ziekenhuis en de tijd dat de ballon in het kransvat daadwerkelijk ter plekke ligt. Deze twee tijden zijn evenwel begrijpelijkerwijs niet identiek en een vergelijk tussen de diverse interventiecentra wordt hierdoor niet goed mogelijk. In het UMCG wordt de door-toballoon time gehanteerd Gemiddelde door-to-balloon time 40 min 36 min.* 42 min.* * het betreft hier een steekproef 16
17 c) Evaluatie na inbrengen pacemakers In onderstaande tabel worden de aantallen vermeld met betrekking tot het soort device dat geïmplanteerd is en het aantal re-interventies < 90 dagen Conventionele pacemakers Biventriculaire pacemakers zonder ICD functie Biventriculaire pacemakers met ICD functie ICD s zonder biventriculaire pacemakerfunctie Totaal Aantal re-interventies < 90 dgn om een device-, lead-, of procedure gerelateerd probleem op te lossen VMS thema optimale zorg acuut coronair syndroom Naast de bovengenoemde indicatorenset is binnen het VMS thema optimale zorg voor het acute coronaire syndroom als doelstelling ondermeer geformuleerd dat: ten minste 90% van de patiënten de zogenaamde gouden vijf medicijnen voorgeschreven heeft gekregen bij ontslag (acetylsalicylzuur, thienopyridine, statine, bètablokker, ACE-remmer) alle patiënten met een hartinfarct die in aanmerking komen voor hartrevalidatie een hartrevalidatieprogramma volgen. Bij de patiënten die in 2014 werden opgenomen met een ACS en poliklinisch vervolgd werden in het UMCG op de Postinfarctpolikliniek, werd het criterium van 90% ten aanzien van het voorschrijven van alle gouden vijf medicijnen ruim gehaald in vergelijking met 2013 en Per medicament werd eveneens ruim voldaan aan het 90% criterium. Voorgeschreven medicatie Bij ontslag Na 3 maanden Acetylsalicylzuur 97% 91% 95% 98% 93% 95% Thyenopiridine 99% 100% 100% 100% 100% 100% Bètablokker 97% 95% 97% 98% 97% 97% ACE/ ARB 96% 86% 90% 98% 94% 95% Statine 99% 97% 99 % 99% 98% 99% Alle 5 91% 75% 83% 95% 84% 86% Ten aanzien van hartrevalidatie hebben in 2014 alle patiënten met een acuut coronair syndroom die poliklinisch onder behandeling bleven in het UMCG een hartrevalidatieprogramma aangeboden gekregen, maar niet alle patiënten zijn ook een programma gaan volgen. In totaal heeft 61% van de patiënten een hartrevalidatieprogramma gevolgd. Door de jaren heen blijven de genoemde percentages stabiel en kiest ruim 1/3 van de patiënten na een ACS er voor om geen hartrevalidatieprogramma te volgen. 17
18 Hartrevalidatie Hartrevalidatie aangeboden 409 (100%) 351 (100%) 349 (100%) Geen hartrevalidatie 161 (39%) 132 (38%) 119 (34 %) Fit Kort locatie Hanzeplein 136 (34%) 109 (31%) 101 (29 %) Fit Kort locatie Beatrixoord 46 (11%) 42 (12%) 39 (11 %) Fit Plus locatie Beatrixoord 29 (7%) 31 (9%) 27 ( 8%) Elders 37 (9%) 35 (10%) 63 (18%) Meetbaar Beter In 2014 heeft het Thoraxcentrum voor de tweede keer deelgenomen aan Meetbaar Beter. Op basis van De uitkomstindicatoren voor de afdeling Cardiologie waren de uitkomsten van de Percutane Coronaire Interventie (PCI) over de periode en de Pulmonaal Venen Isolatie (PVI) over de periode : Mortaliteit na PCI over de periode Mortaliteit na PCI Periode dagen mortaliteit 3,2% 1-jaars mortaliteit 6,1% Uitkomstindicatoren PVI over de periode Periode dagen mortaliteit na PVI 0% Herhaalde PVI binnen 1 jaar 28,8% Cardiale tamponade of effusie 2,2% Trombo-embolische complicaties 1,8% De data zijn gepubliceerd in het Meetbaar Beter boek in november 2014, terug te vinden op: Hierin worden de uitkomsten van het UMCG gespiegeld aan de uitkomsten van de andere deelnemende centra. 18
19 5. Bijzondere programma s 5.1 Transplantatieprogramma Harttransplantatie In 2014 werden er 21 patiënten gescreend voor harttransplantatie (HTX). Eind 2013 stonden er 17 patiënten actief op de HTX wachtlijst UMCG.; op waren dat er 18. Aantal HTX screeningen per jaar Gescreend Op wachtlijst geplaatst Nog te goed Afgewezen Aantal patiënten dat een HTX in het UMCG onderging HTX UMCG Mortaliteit * Oorzaken van overlijden peri-operatief* van de patiënten in 2010 waren respectievelijk: stolling en bloeding. Aantal post-htx patiënten in nabehandeling in het UMCG en mortaliteit in deze groep Post-HTX Mortaliteit (patiënten die in het betreffende jaar voor HTX gingen zijn niet opgenomen) Oorzaken overlijden van patiënten in nabehandeling post-htx: in de respectievelijke jaren: 2014: 2 door maligniteit ( 1 patiënt 19 jaar post HTX en 1 patiënt 3 jaar post HTX), 2 door plotse dood (1 patiënt 18 jaar post HTX en 1 patiënt 27 jaar post HTX), 1 door nierfalen 22 jaar post HTX 2013: 3 patiënten: 1 plots overlijden 9 maanden post-htx; 1 infectie 6 maanden post HTX; 1 maligniteit 18 jaar post-htx 2012: 5 patiënten: 1 plots overlijden 11 maanden na HTX, 1 maligniteit na 14 jaar, 1 hartfalen na 18 jaar, 1 hart/nierfalen na 13 jaar, 1 infectie na 1,2 jaar 2011: 3 patiënten: 1 CVA 26 jaar post-htx; 1 CVA 20 jaar post-htx; 1 maligniteit 14 jaar post-htx 2010: 2 patiënten: 1 Hart- en nierfalen 15 jaar post-htx; 1 maligniteit 17 jaar post HTX 2009: 0 patiënten 2008: 2 patiënten: 1 Hart- en nierfalen 15 jaar post-htx; 1 plots overlijden 1½ jaar post-htx 19
20 In 2014 is de HTX-vergunning na een audit door de IGZ met 4 jaar verlengd. Punt van aandacht was vooral het aantal procedures (volume) die in het UMCG worden gedaan. De kwaliteit van het programma was geen punt van zorg. Het aantal verrichtte harttransplantaties in 2014 was opvallend hoog in vergelijking met de voorgaande jaren, 12. Het aantal patiënten dat gescreend werd voor HTX in 2014 is met 21 ongeveer gelijk gebleven aan Wel zijn meer patiënten na screening geaccepteerd voor de wachtlijst. De gemiddelde wachttijd in het UMCG is toegenomen van 232 dagen in 2013 naar 385 dagen per , terwijl het aantal transplantaties juist wel is gestegen. Van de 12 transplantaties zijn 4 procedures uitgevoerd na prioritering van de wachtlijststatus, 2 naar Nationaal Urgent en 2 naar Internationaal Hoogurgent. Het aantal donorharten dat is aangeboden is aanzienlijk gestegen naar 71. In 2014 voldeed 1 op de 6 aangeboden donorharten aan de wensen cq. eisen Left Ventricular Assist Device Het UMCG kreeg in 2011 een vergunning voor implantatie van een linker ventrikel assist -device (LVAD). In 2014 is in het UMCG bij 4 patiënten een HeartMate2 geïmplanteerd en gerekend t/m zijn 5 patiënten succesvol gebridged naar transplantatie. Bij het verkrijgen van de LVAD vergunning in 2011 werd als doel gesteld 4 à 6 implantaties per jaar. In 2014 is dit doel met 4 nieuwe implantaties opnieuw behaald. Aantal patiënten dat een LVAD implantatie in het UMCG onderging LVAD UMCG Mortaliteit Hart-longtransplantatie Hart en longtransplantatie (HLTX) wordt wereldwijd en ook in het UMCG nog maar zeer incidenteel gedaan. In 2014 werd er evenals in 2013 geen HLTX gedaan. Er staat 1 patiënt op de wachtlijst voor HLTX. Aantal patiënten die een HLTX ondergingen HLTX UMCG mortaliteit*(post-ok en follow-up) HLTX buitenland * 2008: oorzaak: 1 Post Transplant Lynfoproliferatic Disease (PLTD) 2009: oorzaak: 1 persisterende bloeding uit zgn. MAPCA s 2013: oorzaak: 1 pulmonale hypertensie; 1 PLTD Aantal post-hltx patiënten in nabehandeling aantal patiënten
21 Longtransplantatie Het aantal longtransplantaties in het programma van het UMCG is de laatste jaren gestegen naar In 2014 werden er 36 longtransplantaties uitgevoerd. De verhouding patiënten op de wachtlijst/aantal transplantaties ligt in het UMCG nog altijd duidelijk gunstiger t.o.v. van de andere 2 centra in Nederland. Zeer actief donorbeleid is hier in belangrijk. Aanmeldingen Indicatiediagnose COPD Longfibrose Cystic Fibrosis Pulmonale hypertensie Bronchiëctasieën Overige diagnosen Totaal Aantal Longtransplantaties/patiënten op wachtlijst UMCG Aantal Longtransplantaties/ patiënten op wachtlijst elders 36/49 37/46 31/67 29/66 33/72 52/164 45/133 38/167 37/132 33/122 Te noemen valt hierbij het gebruik van longen van non-heart-beating donoren, een initiatief van de afdeling Cardiothoracale chirurgie van het UMCG dat een groot succes is geworden. Inmiddels zijn meer dan 120 transplantaties verricht met longen van deze donoren door de 3 centra in Nederland samen waarvan 80 in Groningen. Verder is in 2014 de ex-situ geventileerde longperfusie, waarbij donorlongen geoptimaliseerd kunnen worden en het moment van implantatie gepland kan worden, verder uit gebouwd. Hiervoor is een speciale Organ Preservation and Resuscitation (OPR) unit gebouwd. Tenslotte is het uncontrolled DCD longdonor programma, gefinancierd door VWS, op de SEH van start gegaan. Overlevingscurves na longtransplantatie in de verschillende episodes in het UMCG 21
22 5.2 Transkatheter Hartklep Interventies Binnen het UMCG worden sinds 2009 Transkatheter hartklepinterventies (THI) verricht. De interventie wordt uitgevoerd binnen een multidisciplinair samenwerkingsverband met de Interventiecardiologie, de Cardiothoracale chirurgie en de Thoraxanesthesiologie Transkatheter Aortaklep Implantatie De Transkatheter Aortaklep Implantatie (TAVI) in het UMCG vindt plaats bij patiënten met een ernstige symptomatische aortaklepstenose waarbij een hoog operatie risico bestaat bij conventionele chirurgische aortaklepvervanging. In het UMCG wordt de TAVI via 3 verschillende benaderingen verricht, transfemoraal, transapicaal en ook transaortaal. Bij voorkeur wordt de transfemorale benadering gekozen. Resultaten TAVI via de transfemorale benadering De resultaten van TAVI via de transfemorale benadering zijn in 2014 verbeterd ten opzichte van eerdere jaren. Er zijn meerdere factoren aan te wijzen welke hieraan ten grondslag liggen. Het selectie proces voor TAVI wor dt steeds beter doordat de ervaring steeds groter wordt. Daarnaast is de internist ouderengeneeskunde een rol gaan spelen in de selectie en begeleiding rondom de interventie van patiënten boven de 70 jaar. Ook de ontwikkeling van nieuwe percutane aortakleppen heeft een sprong gemaakt. Met het op de markt komen van 2 e generatie kleppen lijken de resultaten belangrijk te verbeteren en het aantal pacemakers implantaties na de procedure belangrijk af te nemen. Resultaten TAVI via de transfemorale benadering Totaal aantal patiënten dagen mortaliteit 6% 14% 8% 8% 13% 17% 1 jaar mortaliteit 19% 29% 26% 30% 25% CVA (30 dagen) 6% 12% 8% 6% 3% 0% Major stroke 2% 5% 5% 6% 3% 0% Minor stroke 4% 7% 3% 0% 0% 0% Major vascular complications 10% 7% 0% 4% 2% 0% Major bleeding 10% 7% 3% 4% 2% 0% Pacemaker 12% 28% 22% 22% 23% 27% Resultaten TAVI via de transapicale en transaortale benadering TAVI s die via de direct aortale en transapicale route verricht worden betreft patiënten die ernstig perifeer vaatlijden hebben en daardoor een hoger operatierisico. De TAVI ingreep via deze routes is meer invasief en ingrijpender voor de patiënt dan de transfemorale route waarbij het herstel over het algemeen sneller gaat. De mortaliteit van TAVI via deze routes is door deze factoren hoger dan TAVI via de transfemorale route. Het aantal complicaties daarentegen ligt lager, in het bijzonder de noodzaak tot pacemaker implantatie na de interventie. 22
23 Resultaten TAVI via de transapicale en transaortale benadering 2014* 2013* 2012* Totaal aantal patiënten dagen mortaliteit 15% 13% 25% 28% 13% 1 jaar mortaliteit 33% 33% 40% 19% CVA (30 dagen) 0% 7% 8% 8% 0% Major stroke 0% 0% 8% 8% 0% Minor stroke 0% 7% 0% 0% 0% Major vascular 8% 8% 8% 4% 0% complications Major bleeding 8% 8% 8% 0% 0% Pacemaker 0% 7% 0% 0% 0% * naast transapicaal ook transaortaal (2012, n=2 en 2013, n=5, 2014, n=4) Mitraclip In 2011 is in het Thoraxcentrum gestart met de percutane behandeling van mitralisklepinsufficiëntie. Dit wordt gedaan bij patiënten met een indicatie voor mitralisklep interventie waarbij conventionele of minimaal invasieve chirurgie geen optie meer is. Onderstaand de totalen per jaar tot en met 2014 en de in -hospital en 1-jaars mortaliteit vergeleken met de Europese registry. Aantal patiënten periode aantal mitraclip procedures Mortaliteit periode Mortaliteit mitraclip procedure UMCG Benchmark Europa Ziekenhuis mortaliteit 4,4% 2,9% 1-jaars mortaliteit 15,6 % 15,3% 23
24 5.3 Operatieve ingrepen Centrum Congenitale Hartafwijkingen Ons aandachtsgebied omvat alle operatieve behandelingen die uitgevoerd worden bij patiënten van alle leeftijden met een aangeboren afwijking van de thorax exclusief de slokdarm. Bij kinderen betreft het ook de verworven afwijkingen. Longtransplantaties worden uitgevoerd bij patiënten jonger dan 18 jaar en harttransplantaties bij patiënten van 18 jaar en ouder met een aangeboren hartafwijking. Het UMCG is het enige centrum in Nederland dat longtransplantaties bij kinderen en gecombineerde hart-longtransplantaties uitvoert. De praktijk van kinderlongchirurgie hangt ten nauwste samen met ons longtransplantatieprogramma voor kinderen. De NVT heeft eind 2010 een notitie uitgebracht waarin onder andere argumenten naar voren worden gebracht om ook de overige thorax(long)chirurgie te rapporteren, hetgeen nu ook gebeurt. In 2014 werden 381 ingrepen uitgevoerd. Deze zijn als volgt onder te verdelen: Hartoperaties 323 Waarvan minor 39 Waarvan sluiten ductus (< 2500 gr) 5 Overige thoraxoperaties 55 Waarvan minor 18 Transplantaties 3 Totaal 381 In de landelijke rapportage, zoals die jaarlijks gedaan wordt, wordt een onderscheid gemaakt in leeftijdsgroepen in de categorie hartoperaties. Het betreft dan: aantal major Neonaten (leeftijd 0-30 dgn) 39 Zuigelingen (leeftijd dgn) 52 Kinderen (leeftijd 1-17 jaar) 96 Volwassenen Totaal (leeftijd 18 jaar en ouder) Major Hartoperaties Alleen over major operaties aan het hart wordt landelijk gerapporteerd. Vorig jaar is afgesproken om daarnaast ook de overige thoraxoperaties te rapporteren. De mortaliteit van neonaten met een gewicht van minder dan 2500 gram, bij wie een ductus operatief wordt gesloten, wordt in deze rapportage apart opgevoerd. De operaties worden als aantal wel meegenomen bij het aantal operaties bij neonaten. Ook worden in de rapportage een aantal voorbeeld operaties specifieker benoemd. Het betreft hier zgn. indexoperaties van verschillende complexiteit (correctie tetralogie van Fallot, totale cavopulmonale connectie, arteriële switch bij transpositie, Ross en Ross-Konno operaties en Norwood operatie). 24
25 Tabel 1. Overzicht $ N 30 days mortality in hospital mortality* totaal ** ,5% 8 2,8% < 30 dagen ,1% 2 5,1% 1 maand-1 jaar ,9% 2 3,8% 1 jaar-18 jaar ,0% 1 1,0% 18 jaar en ouder*** ,1 % 3 3,1% neonatale ductussluiting (< 2500 gram)**** 5 $ inclusief transplantaties *: In hospital mortality: Mortaliteit binnen 30 dagen na operatie of later indien nog in ziekenhuis opgenomen. **: Minor procedures worden hier niet meegeteld. Minor procedures zijn: pleura- en pericard drainages (al dan niet chirurgisch), wondrevisies, secundaire sternumsluitingen, verwijderen sternumdraden. (Zie ook de EACTS Congenital Database voor de exacte definitie). ***: Om zoveel mogelijk uniformiteit in de dataregistratie te behouden worden alleen die operaties geteld die zijn verricht door of onder directe supervisie van de kinderhartchirurgen zelf. Congenitale operaties die door andere chirurgen zijn verricht kunnen worden meegeteld maar moeten apart worden genoemd (zie tabel "operaties per kinderhartchirurg"). Een patiënt die als kind geopereerd is voor een VSD en op 70-jarige leeftijd een CABG ondergaat wordt dus niet meegerekend, een 70-jarige die een ASD sluiting ondergaat wel. ****: Neonatale ductussluiting wordt apart vermeld. Dat betekent dat u mortaliteit van neonatale ductussluiting (< 2500 g) NIET ook nog eens meetelt in de groep "leeftijdscategorie < 30 dagen". Tabel 2. Overzicht laatste 8 jaar aantal operaties $ ( % in hospital mortality) totaal 284(2,8%) 269 (4,1%) 262 (3,4%) 271 (1,9%) 301 (2,3%) 333( 3%) 234(1,7%) 239(2,5%) neonaten < 30 dagen 39(5,1%) 38 (5,3%) 42 (9,5%) 32 (3,1%) 33 (3,0%) 54(11,1%) 34(2,9 %) 45(2,9%) zuigelingen 1 maand- 1 jaar 52(1,9%) 74 (9,5%) 40 (2,5%) 69 (2,9%) 59 (5,0%) 59( 1,7%) 44(-) 52(3,8%) kinderen 1-18 jaar 96(1,0%) 83 (1,2%) 79 (2,5%) 67 (3,0%) 119 (0,8%) 130(1,5%) 90(2,2%) 100(-) volwassenen 18 jaar en 97(3,1%) 74 (1,4%) 101 (2,0%) 103 (0%) 90 (2,2%) 98(1%) 76(1,3%) 52(5,8%) ouder neonatale ductussluiting < 2500 gram $ inclusief transplantaties Het aantal operaties (totaal en per leeftijdscategorie) met daarachter tussen haakjes het percentage in hospital mortaliteit (%). Voor deze tabel gelden dezelfde criteria als voor tabel 1. 25
26 Tabel 3. Overzicht voor specifieke operaties in 2014 specifieke INDEX-operaties 2014 N 30 days mortality N ( %) tetralogie v Fallot* arterial switch (TGA/VSD) in hospital mortality N ( %) arterial switch (TGA/IVS) totaal cavopulmonale connectie Ross operatie Ross-Konno operatie Norwood operatie biventriculaire correctie HLHC** long- en luchtwegoperatie neonatale sluiting open ductus (2500 gram) Transplantaties 3-5 *: Bij "tetralogie van Fallot" wordt bedoeld: correctie van tetralogie van Fallot. Shunts en reoperaties (bijv. conduitvervan ging of pulmonaalklepimplantatie) worden hier dus niet meegeteld. **: HLHC: Hypoplastic Left Heart Complex. 1 Inclusief ECLS voor pulmonale indicatie bij kinderen >30 dagen Tabel 4. Overzicht voor de specifieke operatiegroepen voor de laatste 8 jaar Aantal per operatiegroep met in hospital mortaliteit tetralogie v Fallot 8 (-) 4 (-) 7 (-) 14 (-) 12 (-) 8(-) 6(-) 5(-) arterial switch (TGA/VSD) 1 (-) 3 (-) 1 (-) 6 (-) 1 (-) 5(40%) - 6(-) arterial switch (TGA/IVS) 2 (-) 7 (-) 6 (-) 3 (-) 7 (-) 7(-) 3(33,3%) 4(-) totaal cavopulmonale connectie 4 (-) 8 (-) 7 (-) 2 (50%) 10 (-) 6(-) 4(-) 9(11%) Ross operatie (-) 1(-) Ross-Konno operatie 1 (-) Norwood operatie 3 (-) 5 (-) 4 (25% - - 3(33,3%) - - biventriculaire correctie HLHS long- en luchtwegoperatie (5%) 59 (-) 69 (-) 43(-) 42(-) 38(-) neonatale sluiting open ductus (2500 gram) transplantaties (hart-, hart-long- en Longtransplantaties) (-) 4 (-) 3 (33%) 2 (-) 5 (20%) 2 (50%) 3 (-) 3 (-) Het aantal operaties per jaar en per diagnose met daarachter tussen haakjes het percentage in hospital mortaliteit Voor deze tabel gelden dezelfde criteria als voor tabel
27 Tabel 5. Operaties per kinderhartchirurg/ congenitaal cardiothoracaal chirurg in 2013 naam centrum: UMC Groningen aantal kinderhartchirurgen in 2013* 2 Fellow 2 aantal operaties ( %) kinderhartchirurg 1 74 kinderhartchirurg 2 69 Fellow 1 85 Fellow overige cardiothoracaal chirurgen** 48 totaal van centrum 381 *: Kinderhartchirurg = Congenitaal cardiothoracaal chirurg. Noem hier het aantal kinderhartchirurgen dat in uw centrum werkzaam is. Cardiothoracaal chirurgen in opleiding tot kinderhartchirurg worden hier niet genoemd. **: Om zoveel mogelijk uniformiteit in de dataregistratie te behouden worden alleen die operaties geteld die zijn verricht door of onder directe supervisie van de kinderhartchirurgen zelf. Congenitale operaties die door andere chirurgen zijn verricht kunnen worden meegeteld maar moeten apart worden genoemd. 27
28 6 Dissertaties en Publicaties 6.1 Dissertaties 2014 De Jong AMR New insights in atrial remodeling ISBN: ISBN electronic version: Promotiedatum: 13 januari 2014 Promotores: Prof.dr. I.C. van Gelder Prof.dr. W.H. van Gilst Copromotor: Dr. A.H. Maass Brouwers FPW New onset heart failure: Origin and manifestations ISBN: ISBN electronic version: Promotiedatum: 15 januari 2014 Promotores: Prof.dr. W.H. van Gilst Prof.dr. D.J. van Veldhuisen Copromotores: Prof.dr. R.A. de Boer Dr. P. van der Meer Freling HG Imaging of the right ventricle in congenital heart disease ISBN: ISBN electronic version: Promotiedatum: 22 januari 2014 Promotor: Copromotores: Prof.dr. D.J. van Veldhuisen Dr. T.P. Willems Dr. P.G. Pieper Kleijn L. Anemia and erythropoietin in cardiovascular disease ISBN: ISBN electronic version: Promotiedatum: 3 februari 2014 Promotor: Copromotores: Prof.dr. D.J. van Veldhuisen Prof.dr. C.A.J.M. Gaillard Dr. B.D. Westenbrink Van De Wauwer C Selection, preservation and evaluation of lungs from donors after circulatory death ISBN: ISBN: (e-pub) Promotiedatum: 31 maart 2014 Promotores: Prof.dr. M.A. Mariani Prof.dr. D.E.M. Van Raemdonck Aalberts JJJ Marfan syndrome and related connective tissue disorders. Cardiological and genetic aspects ISBN: ISBN: (digital) Promotiedatum: 23 april 2014 Promotores: Prof.dr. M.P. van den Berg Prof.dr. I.M. van Langen Copromotor: Dr. J.P. van Tintelen 28
29 Wieringa WG Novel imaging aspects in the management of patients with acute coronary syndromes Promotiedatum: 2 juni 2014 Promotor: Copromotores: Prof.dr. W.H. van Gilst Dr. G. Pundziute Dr. E. Lipsic Van Slooten YJ Cardiovascular prostheses in congenital heart disease ISBN: ISBN electronic version: Promotiedatum 3 november 2014 Promotores: Prof.dr. A.A. Voors Prof.dr. T. Ebels Copromotores: Dr. P.G. Pieper Dr. J.P. van Melle Mahmoud KDE Symptom onset and treatment in acute myocardial infarction ISBN: ISBN electronic version: Promotiedatum: 3 december 2014 Promotor: Copromotores: Prof.dr. J.L. Hillege Dr. B.J.G.L. de Smet Dr. M.W.N. Nijsten 29
30 6.2 Publicaties Internationale tijdschriften Damman K, McMurray JJ Why and when should we worry about worsening renal function? Eur J Heart Fail 2014;16:4-5 Aalberts JJ, Van Tintelen JP, Meijboom LJ, Polko A, Jongbloed JDH, Van der Wal H, Pals G, Osinga J, Timmermans J, De Backer J, Bakker MK, Van Veldhuisen DJ, Hofstra RMW, Mulder BJM, Van den Berg MP Relation between genotype and left-ventricular dilatation in patients with Marfan syndrome. Gene 2014;534:40-3 Valente MA, Hillege HL, Navis G, Voors AA, Dunselman PH, Van Veldhuisen DJ, Damman K The chronic kidney disease epidemiology collaboration equation outperforms the modification of diet in renal disease equation for estimating glomerular filtration rate in chronic systolic heart failure. Eur J Heart Fail 2014;16:86-94 Rossignol P, Dobre D, McMurray JJ, Swedberg K, Krum H, Van Veldhuisen DJ, Shi H, Messig M, Vincent J, Girerd N, Bakris G, Pitt B, Zannad F Incidence, determinants, and prognostic significance of hyperkalemia and worsening renal function in patients with h eart failure receiving the mineralocorticoid receptor antagonist eplerenone or placebo additional to optimal medical therapy: results from the eplerenone in mild patients hospitalization and survival study in heart failure (EMPHASIS -HF). Circ Heart Fail 2014;1:51-8 Van Deursen VM, Damman K, Voors AA, Van der Wal MH, Jaarsma T, Van Veldhuisen DJ, Hillege HL Prognostic value of plasma neutrophil gelatinase-associated lipocain for mortality in patients with heart failure Circ Heart Fail 2014;7:35-42 Damman K, Tang WH, Felker GM, Lassus J, Zannad F, Krum H, McMurray JJ Current evidence on treatment of patients with chronic systolic heart failure and renal insufficiency: practical consideratio ns from literature. J Am Coll Cardiol 2014;11: Damman K, Valente MA, Voors AA, O Connor CM, Van Veldhuisen DJ, Hillege HL Renal impairment, worsening renal function, and outcome in patients with heart failure: an updated meta -analysis. Eur Heart J 2014;35: Perez-Moreno AC, Jhund PA, Macdonald MR, Petrie MC, Cleland JG, Böhm M, Van Veldhuisen DJ, Gullestad L, Wikstrand J, Kjekshus J, Lewsey JD, McMurray JJ Fatique as a predictor of outcome in patients with heart failure: analysis of CORONO (Controlled Rosuvastatin Multinational Trial in Heart Failure). Jacc Heart Fail 2014;2: Kampman MA, Balci A, Van Veldhuisen DJ, Van Dijk AP, Roos-Hesselink JW, Sollie-Szarynska KM, Ludwig-Ruitenberg M, Van Melle JP, Mulder BJ, Pieper PG; on behalf of the ZAHARA II investigators N-terminal pro-b-type natriuretic peptide predicts cardiovascular complications in pregnant women with congenital heart disease. Eur Heart J 2014;35: Greenberg B, Yaroshinsky A, Zsebo KM, Butler J, Felker GM, Voors AA, Rudy JJ, Wagner K, Hajjar RJ Design of a phase 2b trial of intracoronary administration of AAV1/SERCA2a in patients with advanced heart failure: the CUPID 2 trial (calcium up-regulation by percutaneous administration of gene therapie in cardiac disease phase 2b). JACC Heart Fail 2014;2:84-92 Van Deursen VM, Edwards C, Cotter G, Davison BA, Damman K, Teerlink JR, Metra M, Felker GM, Ponikowski P, Unemori E, Severin T, Voors AA Liver function, in-hospital, and ppost-discharge clinical outcome in patients with acute heart failure results from the relaxin for the treatment of patients with acute heart failure study. J Card Fail 2014;20:
31 Van Spaendonck-Zwarts KY, Posafalvi A, Van den Berg MP, Hilfiker-Kleiner D, Bollen IAE, Sliwa K, Alders M, Almomani R, Van Langen IM, Van der Meer P, Sinke RJ, Van der Velden J, Van Veldhuisen DJ, Van Tintelen JP, Jongbloed JDH Titin gene mutations are common in families with both peripartum cardiomyopathy and dilated cardiomyopathy. Eur Heart J 2014;35: Ahmed A, Bourge RC, Fonarow GC, Patel K, Morgan CJ, Fleg JL, Aban IB, Love TE, Yancy CW, Deedwania P, Van Veldhuisen DJ, Filippatos GS, Anker SD, Allman RM Digoxin use and lower 30-day all-cause readmission for medicare beneficiaries hospitalized for heart failure. Am J Med 2014;127:61-70 Perez ACm Jhund PS, Stott DJ, Gullestad L, Cleland JG, Van Veldhuisen DJ, Wikstrand J, Kjekshus J, McMurray JJ Thyroid-stimulating hormone and clinical outcomes: the CORONA trial (controlled rosuvastatin multinational study in heart failure). JACC Heart Fail 2014;2:35-40 Van Vliet-Ostaptchouk JV, Nuotio ML, Slagter SN,, Van der Harst P, et al. The prevalance of metabolic syndrome and metabolically healthy obesity in Europea: a collaborative analysis of ten large cohort studies. BMC Endocr Disord 2014;14:9 Meyer S, Van der Meer P, Van Tintelen JP, Van den Berg MP Sex differences in cardiomyopathies. Eur J Heart Fail 2014;16: Wellens HJ, Schwartz PJ, Lindemans FW, Buxton AE, Goldberger JJ, Hohnloser SH, Huikuri HV, Kääb S, LaRovere MT, Malik M, Myerburg RJ, Simoons ML, Swedberg K, Tijssen J, Voors AA, Wilde AA Risk stratisfication for sudden cardiac death: current status and challenges for the future. Eur Heart J 2014;35: Liu LC, Damman K, Lipsic E, Maass AH, Rienstra M, Westenbrink BD Heart failure highlights in Eur J Heart Fail 2014;16: Verweij N, Mateo Leach I, Van den Boogaard M, Van Veldhuisen DJ, Christoffels VM, Hillege HL, Van Gilst WH, Barnett P, De Boer RA, Van der Harst P Genetic determinants of P wave duration and PR segment. Circ Cardiovasc Genet 2014;7: Tragante V, Barnes MR, Ganesh SK,, Van der Harst P, et al Gene-centric meta-analysis in 87,736 individuals of European ancestry identifies multiple blood pressure-related loci. Am J Hum Genet 2014;94: Brambatti M, Connolly SJ, Gold MR, Morillo CA, Capucci A, Muto C, Lau CP, Van Gelder IC, Hohnloser SH, Carlson M, Fain E, Nakamya J, Mairesse GH, Halytska M, Deng WQ, Israel CW, Healey JS; ASSERT Investigators Temporal relationship between subclinical atrial fibrillation and embolic events. Circulation 2014;129: Bakker RC, Bouma W, Hamer IJ den, Natour E, Mariani MA Mitral valve repair in a patient with an anomalous left coronary artery. J Card Surg 2014; Lexis CP, Wieringa WG, Hiemstra B, Van Deursen VM, Lipsic E, Van der Harst P, Van Veldhuisen DJ, Van der Horst IC Chronic metformin treatment is associated with reduced myocardial infarct size in diabetic patients with ST-segment elevation myocardial infarction. Cardiovasc Drugs Ther 2014;28: Damman K, Lambers-Heerspink HJ Are renin-angiotensin-aldosterone system inhibitors lifesaving in chronic kidney disease? J Am Coll Cardiol 2014;63:
32 De Maat GE, Van Gelder IC, Rienstra M, Quast AF, Tan ES, Wiesfeld AC, Pozzoli A, Mariani MA Surgical vs. transcatheter pulmonary vein isolation as first invasive treatment in patients with atrial fibrillation: a match ed group comparison. Europace 2014;16:33-9 Kleijn L, Westenbrink BD, Van deursen VM, Damman K, De Boer RA, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Voors AA,Van der Meer P Anemia is associated with an increased central venous pressure and mortality in a broad spectrum of cardiovascular patients. Clin Res Cardiol 2014; Van Ockenburg SL, De Jonge P, Van der Harst P, Ormel J, Rosmalen JG Does neuroticism make you old? Prospective adssociations between neuroticism and leukocyte telomere length. Psychol Med 2014;44:723-9 Valente MA, Hillege HL, Navis G, Voors AA, Dunselman PH, Van Veldhuisen DJ, Damman K The chronic kidney disease epidemiology collaboration equation outperforms the modification of diet in renal disease equation for estimating glomerular filtration rate in chronic systolic heart failure. Eur J Heart Fail 2014;16:86-94 Aalberts JJ, Van Tintelen JP, Oomen T, Bergman JE, Halley DJ, Jongbloed JD, Suurmeijer AJ, Van den Berg MP Screening of TGFBR1, TGFBR2, and FLNA in familial mitral valve prolapse. Am J Med Genet A 2014;164:113-9 Jhund PS, Claggett B, Packer M, Zile MR, Voors AA, Pieske B, Lefkowitz M, Shi V, Bransford T, McMurray JJ, Solomon SD Independence of the blood lowering effect and efficacy of the angiotensin receptor neprilysin inhibitor, LCZ696, in patients with heart failure with preserved ejection fraction: an analysis of the PARAMOUNT trial. Eur J Heart Fail 2014;16:671-7 Van Slooten YL, Freling HG, Van Melle JP, Mulder BJ, Jongbloed MR, Ebels T, Voors AA, Pieper PG Long-term tricuspid valve prosthesis-related complications in patients with congenital heart disease. Eur J Cardiothorac Surg 2014;45:83-9 Shah AM, Kraigher-Krainer E, Gupta DK, Santos A, Claggett B, Pieske B, Zile MR, Voors AA, Lefkowitz MP, Packer M, McMurray JJ, Solomon SD; PARAMOUNT Investigators Reply: does speckle tracking really improve diagnosis and risk stratification in patients with HF with normal EF? J Am Coll Cardiol 2014;65: Van den Berg P, Van den Heuvel F, Van Tintelen JP, Volders PGA, Van Gelder IC Successful treatment of a patient with sympomatic long QT syndrome type 3 using ranolazine combined with a beta -blocker. Int J Cardiol 2014;171;90-92 Sani MU, Davison BA, Cotter G, Sliwa K, Edwards C, Liu L, Damasceno A, Mayosi BM, Ogah OS, Mondo C, Dzudie A, Ojji DB, Voors AA Renal dysfunction in African patients with acute heart failure. Eur J Heart Fail 2014;16: Dieplinger B, Egger M, Haltmayer M, Kleber ME, Scharnagl H, Silbernagel G, De Boer RA, Maerz W, Mueller T Increased soluble suppression of tumorgenicity (sst2) predicts long-term mortality in patients with stable coronary artery disease: results from the Ludwigshafen Risk and Cardiovascular Health (LURIC) Study. Clin Chem 2014;60: Te Rijdt WP, Jongbloed JDH, De Boer RA, Thiene G, Basso C, Van den Berg MP, Van Tintelen JP Clinical utility gene card for: arrhythmogenic right ventricular cardiomyopathy (ARVC). Eur J Human Genet 2014;22(2) Felker GM, Teerlink JR, Butler J, Hernandez AF, Miller AB, Cotter G, Davison BA, Filippatos G, Greenberg BH, Ponikowski P, Voors AA. Hua TA, Severin TM, Unemori E, Metra M Effect of serelaxin on mode of death in acute heart failure: results from the RELAX-AHF study. J Am Coll Cardiol 2014;64: Huzen J, Wong LS, Van Veldhuisen DJ, Samani NJ, Zwinderman AH, Codd V, Cawthon RM, Benus GF, Van der Horst IC, Navis G, Bakker SJ, Gansevoort RT, De Jong PE, Hillege HL, Van Gilst WH, De Boer RA, Van der Harst P Telomere length loss due to smoking and metabolic traits. J Intern Med 2014;275:
33 Lok DJ, Klip IT, Voors AA, Lok SI, Bruggink-André de la Porte PW, Hillege HL, Jaarsma T, Van Veldhuisen DJ, Van der Meer P Prognostic value of N-terminal pro C-type natriuretic peptide in heart failure patients with preserved and reduced ejection fraction. Eur J Heart Fail 2014;16: Algra SO, Jansen NJ, Van der Tweel I, Schouten AN, Groenendaal F, Toet M, Van Oeveren W, Van Haastert IC, Schoof PH, De Vries LS, Haas F Neurological injury after neonatal cardiac surgery: a randomized, controlled trial of 2 perfusion techniques. Circulation 2014;129: Maisel A, Xue Y, Van Veldhuisen DJ, Voors AA, Jaarsma T, Pang PS, Butler J, Pitt B, Clopton P, De Boer RA Effect of spironolactone on 30-day death and heart failure rehospitalization (from the COACH Study). Am J Cardiol 2014;114: Leusink M, Onland-Moret NC, Asselbergs FW,, Van der Harst P, et al Cholesteryl ester transfer protein polymorphisms, statin use, and their impact on cholesterol levels and cardiovascular events. Clin Pharmacol Ther 2014;95: Van Deursen VM, Hernandez AF, Stebbins A, Hasselblad V, Ezekowitz JA, Califf RM, Gottlieb SS, O Connor CM, Starling RC, Tang WH, McMurray JJ, Dickstein K, Voors AA Nesiritide, renal function, and associated outcomes during hospitalization for acute decompensated heart failure : results from the Acute Study of Clinical Effectiveness of Nesiritide \and decompensated heart failure (ASCEND-HF). Circulation 2014;130: Robbers LF, Nijveldt R, Beek AM, Hirsch A, Van der Laan AM, Delewi R, Van der Vleuten PA, Tio RA, Tijssen JG, Hofman MB, Piek JJ, Zijlstra F, Van Rossum AC Cell therapy in reperfused acute myocardial infarction does not improve the recovery of perfusion in the infracted myocardium: a cardiac MR Imaging study. Radiology 2014;7:20-30 Arking DE, Pulit SL, Crotti L, Van der Harst P,, Van Veldhuisen DJ, et al Genetic association study of QT interval highlights role for calcium signaling pathways in myocardial repolarization. Nat Genet 2014; Freling HG, Willems TP, Van Melle JP, Van Slooten YJ, Bartelds B, Berger RM, Van Veldhuisen DJ, Pieper PG Effect of right ventricular outflow tract obstruction on right ventricular volumes and exercise capacity in patients with repaired tetralogy of Fallot. Am J Cardiol 2014;113: Petrie CJ, Damman K, Jhund PS, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Voors AA Low pulse pressure as a poor-man s indicator of a low cardiac index in patients with severe cardiac dysfunction. J Cardiovasc Med (Hagerstown) 2014;15: Batty JA, Hall AS, White HL, Wikstrand J, De Boer RA, Van Veldhuisen DJ, Van der Harst P, Waagstein F, Hjalmarson A, Kjekshus J, Balmforth AJ An investigation of CYP2D6 genotype and response to metoprolol CR/XL during dose titration in patients with heart failure: a MERIT-HF substudy Clin Pharmacol Ther 2014;95: Van Deursen VM, Urso R, Laroche C, Damman K, Dahlström U, Tavazzi L, Maggioni AP, Voors AA Co-morbidities in patients with heart failure: an analysis of the European Heart Failure Pilot Survey. Eur J Heart Fail 2014;16: Kok WF, Van Harten AE, Koene BM, Mariani MA, Koerts J, Tucha O, Absalom AR, Scheeren TW A pilot study of cerebral tissue oxygenation and postoperative cognitive dysfunction among patients undergoing coronary artery bypass grafting randomized to surgery with or without cardiopulmonary bypass. Anesthesia 2014;69:
34 Glaudemans AWJM, Van Rheenen RWJ, Van den Berg MP, Noordzij W, Koole M, Blokzijl H, Dierckx RAJO, Slart RHJA, Hazenberg BPC Bone scintigraphy with 99m technetium-hydroxymethylene diphosphonate allows early diagnosis of cardiac involvement in patients with transthyretin-derived systemic amyloidosis. Amyloid 2014;21:35-44 Gardner M, Bann D, Wiley L,, Van der Hart P, et al Gender and telomere length: systematic review and meta-analysis. Exp Gerontol 2014;51:15-27 Schoormans D, Mulder BJ, Van Melle JP, Pieper PG, Van Dijk AP, Sieswerda GT, Hulsbergen-Zwarts MS, Plokker TH, Brunninkhuis LG, Vliegen HW, Sprangers MA Illness perceptions of adults with congenital heart disease and their predictive value for quality of l ife two years later. Eur J Cardiovasc Nurs 2014;13:86-94 Gheorghiade M, Vaduganathan M, Greene SJ, Mentz RJ, Adams KF Jr, Anker SD, Arnold M, Baschiera F, Cleland JG, Cotter G, Fonarow GC, Giordano C, Metrta M, Misselwitz F, Mühlhofer E, Nodari S, Frank Peadock W, Pieske BM, Sabbah HN, Sato N, Shah MR, Stockbridge NL, Teerlink JR, Van Veldhuisen DJ, Zalewski A, Zaddad F, Butler J Site selection in global clinical trials in patients hospitalized for heart failure: perceived problems and potential solutio ns. Heart Fail Rev 2014;19: Van Deursen VM, Damman K, Van der Meer P, Wijkstra PJ, Luijckx GJ, Van Beek A, Van Veldhuisen DJ, Voors AA Co-morbities in heart failure. Heart Fail Rev 2014;19: Van De Wauwer C, Neyrinck AP, Rerga FR, Verbeken E, Van Raemdonck DE Retrograde flush is more protective than heparin in the uncontrolled donation after circulatory death lung donor. J Surg Res 2014;187: Van der Bilt I, Hasan D, Van den Brink, R,, Van den Berg MP, et al Cardiac dysfunction after aneurysmal subarachnoid hemorrhage. Relationship with outcome. Neurology 2014;82: Voors AA, Davison BA, Teerlink JR, Felder GM, Cotter G, Filippatos G, Greenberg BH, Pang PS, Levin B, Hua TA, Severin T, Ponikowski P, Metra M; RELAX-AHF Investigators Diuretic response in patients with acute decompensated heart failure: characteristics and clinical outcome - an analysis from RELAX-AHF. Eur J Heart Gail 2014;16: Van Tintelen JP, Pieper PG, Van Spaendonck-Zwarts KY, Van den Berg MP Pregnancy, cardiomyopathies, and genetics. Cardiovasc Res 2014;101:571-9 Fokkema ML, Van der Meer P, Rao SV, Belonje AM, Ferrario M, Hillege HL, Katz SD, Lipsic E, Ludman AJ, Ott I, Prunier F, Choi DJ, Toba K, Van Veldhuisen DJ, Voors AA Safety and clinical outcome of erythropoiesis-simulating agents in patients with ST-elevation myocardial infarction: a metaanalysis of individual patient data. Am Heart J 2014;168: Lexis CPH, Van der Horst ICC, Lipsic E, Wieringa WG, De Boer RA, Van den Heuvel AFM, Van der Werf HW, Schurer RJ, Pundziute G, Tan ES, Nieuwland W, Willemsen HM, Dorhout B, Molmans BHW, Van der Horst-Schrivers ANA, Wolffenbuttel BHR, Ter Horst GJ, Van Rossum AC, Tijssen JGP, Hillege HL, De Smet BJGL, Van der Harst P, Van Veldhuisen DJ; for the GIPS-III investigators Effect of metformin on left ventricular function after acute myocardial infarction in patients without diabetes. The GIPS -III randomized clinical trial. JAMA 2014;311: Voors AA, Dahlke M, Meyer S, Stepinska J, Gottlieb SS, Jones A, Zhang Y, Laurent D, Slart RH, Navis GJ Renal hemodynamic effects of serelaxin in patients with chronic heart failure: a randomized, placebo-controlled study. Circ Heart Fail 2014;7:
35 Koene BM, Soliman Hamad MA, Bouma W, Mariani MA, Peels KC, Van Dantzig JM, Van Straten AH Can postoperative mean transprosthetic pressure gradient predict survival after aortic valve replacement? Clin Res Cardiol 2014;103: Cove CL, Albert Cm, Andreoti F, Badimon L, Van Gelder IC, Hylek EM Female sex as an independent risk factor for stroke in atrial fibrillation: Possible mechanisms. Thromb Haemost 2014;111: Wolff D, Van Melle JP, Ebels T, Hillege H, van Slooten YJ, Berger RM Trends in mortality ( ) after one- and two-stage Fontan surgery, including bidirectional Glenn through Fontan completion. Eur J Cardiothorac Surg 2014;45:602-9 Limantoro I, De Vos CB, Delhaas T, Marcos E, Blaauw Y, Weijs B, Tieleman RG, Pisters R, Schotten U, Van Gelder IC, Crijns HJ Tissue velocity imaging of the left atrium predicts response to flecainide in patients with acute atrial fibrillation. Heart Rhythm 2014;11: Schouwenburg JJ, Klinkenberg TJ, Maass AH, Mariani MA Video-assisted thoracic placement of epicardial leads. J Card Surg 2014;29:286-9 Hummel YM, Hooimeijer HL, Zwart N, Tissing WJ, Gietema JA, Voors AA, Van den Berg MP Long-term cardiac abnormalities after cranial radiotherapy in childhood cancer survivors. Acta Oncol 2014;21:1-7 Rienstra M, Vermond RA, Crijns HJ, Tijssen JG, Van Gelder IC; RACE Investigators Asymptomatic persistent atrial fibrillation and outcome: results of the RACE study. Heart Rhythm 2014;11: Dullaart RP, Annema W, Tio RA, Tietge UJ Ther HDL anti-inflammatory function is impaired in myocardial function and may predict new cardiac events independent of HDL cholesterol. Clin Chim Acta 2014;433C:34-8 De Boer RA, Van der Velde AR, Mueller C, Van Veldhuisen DJ, Anker SD, Peacock WF, Adams KF, Maisel A Galectin-3: a modified risk factor in heart failure. Cardiovasc Drugs Ther 2014;28: Jhund PS, Claggett BL, Voors AA, Zile MR, Packer M, Pieske BM, Kraigher-Krainer E, Shah AM, Prescott MF, Shi V, Lefkowitz M, McMurray JJ, Solomon SD; PARAMOUNT Investigators Elevation in high-sensitivity troponin T in heart failure and preserved ejection fraction and influence of treatment with the angiotensin receptor neprilysin inhibitor LCZ696. Circ Heart Fail 2014;7:953-9 Mulder BA, Van Veldhuisen DJ, Crijns HJ, Tijssen JG, Hillege HL, Alings M, Rienstra M, Van den Berg MP, Van Geld er IC; RACE II Investigators Digoxin in patients with permanent atrial fibrillation: data from the RACE II study. Heart Rhythm 2014;11: Tromp J, Van der Pol A, Klip IT, De Boer RA, Jaarsma T, Van Gilst WH, Voors AA, Van Veldhuisen DJ, Van der Meer P Fibrosis marker syndecan-1 and outcome in patients with heart failure with reduced and preserved ejection fraction. Clin Heart Fail 2014;7: Maass H, Van Gelder IC Post-shock oversensing by a subcutaenous defibrillator resulting in inappropriate withholding of post-shock bradycardia pacing. Europace 2014;16:1032 Dullart RP, Tietge UJ, Kwakernaak AJ, Dikkeschei BD, Perton F, Tio RA Alterations in plasma lecithin: cholesterol acyltransferase and myeloperoxidase in acute myocardial infarction: implic ations for cardiac outcome. Atherosclerosis 2014;234:
36 Huang J, Huffman JE, Yamkauchi M,, Van der Harst P, et al Genome-wide association study for circulating tissue plasminogen activator levels and functional follow -up implicates endothelial STXBP5 and STX2. Arterrioscler Thromb Vasc Biol 2014;35: Meijers WC, Januzzi JL, defilippi C, Adourian AS, Shah SJ, Van Veldhuisen DJ, De Boer RA Elevated plasma galectin-3 is associated with near-term rehospitalization in heart failure: a pooled analysis of 3 clinical trials. Am Heart J 2014;167: Kleijn L, Westenbrink BD, Van Deursen VM, Damman K, De Boer RA, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Voors AA, Van der Meer P Anemia is associated with an increased central venous pressure and mortality in a broad spectrum of cardiovasculair patients. Clin Res Cardiol 2014;103: Rogers JK, Jhund PS, Perez AC, Böhm M, Cleland JG, Gullestad L, Kjekshus J, Van Veldhuisen DJ, Wikstrand J, Wedel H, McMurray JJ, Pocock SJ Effect of rosuvastatin on repeat heart failure hospitalizations: the CORONA Trial (Controlled Rosuvastatin Multinational Trial in Heart Failure). JACC Heart Fail 2014;2: Enjuanes C, Klip IT, Bruguera J, Cladellas M, Ponikowski P, Banasiak W, Van Veldhuisen DJ, Van der Meer P, Jankowska EA, Comin-Colet J Iron deficiency and health-related quality of life in chronic heart failure: results from a multicenter European study. Int J Cardiol 2014;174: Van Rijsingen IAW, Van der Zwaag PA, Groeneweg JA, Nannenberg EA, Jongbloed JDH, Zwinderman AH, Pinto YM, Lekanne dit Deprez RH, Post JG, Tan HL, De Boer RA, Hauer RNW, Christiaans I, Van den Berg MP, Van Tintelen JP, Wilde AAM Outcome in phospholamban R14del carriers: results of a large multicentre cohort study Circ Cardiovasc Genet 2014;7: Ouwerkerk W, Voors AA, Zwinderman AH Factors influencing the predictive power of models for predicting mortality and/or heart failure hospitalization in patients with heart failure. JACC Heart Fail 2014;2: Santos AB, kraigher-krainer E, Gupta DK, Claggett B, Zile MR, Pieske B, Voors AA, Lefkowitz M, Bransford T, Shi V, Packer M, McMurray JJ, Sham AM, Solomon SD; PARAMOUNT Investigators Impaired left atrial function in heart failure with preserved ejection fraction. Eur J Heart Fail 2014; De Azambuja E, Procter MJ, Van Veldhuisen DJ, Agbor-Tarh D, Metzger-Filho O, Steinseifer J, Unich M, Smith IE, Gianni L, Baselga J, Jackisch C, Cameron DA, Bell R, Leyland-Jones B, Dowsett M, Gelber RD, Piccard-Gebhart MJ, Suter TM Trastuzumab-associated cardiac events at 8 years of median follow-up in the herceptin adjuvant trial (BIG 1-01). J Clin Oncol 2014;32: Klip IT, Jankowska EA, Enjuanes C, Voors AA, Banasiak W, Bruguera J, Rozentryl P, Polonski L, Van Veldhuisen DJ, Ponikows ki P, Comin-Colet J, Van der Meer P The additive burden of iron deficiency in the cardiorenal-anaemia axis: scope of a problem and its consequences. Eur J Heart Fail 2014;16: Jongman RM, Zijlstra JG, Kok WF, Van Harten AE, Mariani MA, Moser J, Struys MM, Absalom AR, Molema G, Scheeren TW, Van Meurs M Off-pump CABG surgery reduces systemic inflammation compared with on-pump surgery but does not change systemic endothelial responses: a prospective randomized study. Shock 2014;42:121-8 Mentz RJ, Cotter G, Cleland JG, Stevens SR, Chiswell K, Davison BA, Teerlink JR, Metra M, Voors AA, Grinfeld L, Ruda M, Mareev V, Lotan C, Bloomfield DM, Fiuzat M, Givertz MM, Ponikowski P, Massie BM, O Connor CM International differences in clinical characteristics, management, and outcomes in acute heart failure patients: better shortterm outcomes in patients enrolled in Eastern Europe and Russia in the PROTECT trial. Eur J Heart Fail 2014;16:
37 Brouwers FP, Van Gilst WH, Damman K, Van den Berg MP, Gansevoort RT, Bakker SJL, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Van der Harst P, De Boer RA Clinical risk stratification optimizes value of biomarkers to predict new-onset heart failure in a community-based cohort. Circ Heart Fail 2014;7: Assa S, Hummel YM, Voors AA, Kuipers J, Westerhuis R, Groen H, Bakker SJ, Muller Kobold AC, Van Oeveren W, Struck J, De Jong PE, Franssen CF Hemodialysis-induced regional left ventricular systolic dysfunction and inflammation: a cross-sectional study. Am J Kidney Dis 2014;64: Hättasch R, Spethmann S, De Boer RA, Ruifrok WP, Schattke S, Wagner M, Schroeckh S, Durmus T, Schimke I, Sanad W, Baumann G, Borges AC, Knebel F. Galectin-3 increase in endurance athletes. Eur J Prev Cardiol 2014; Waldréus N, Van der Wal M, Hahn RG, Van Veldhuisen DJ, Jaarsma T Thirst trajectory and factors associated with persistent thirst in patients with heart failure. J Card Fail 2014;20: Vermond RA, Crijns HJ, Tijssen HG, Alings AM, Van den Berg MP, Hillege HL, Van Veldhuisen DJ, Van Geld er IC, Rienstra M; for the RACE II investigators Symptom severity is associated with cardiovascular outcome in patients with permanent atrial fibrillation in the RACE II study. Europace 2014;16: Bouma W, Wijdh-den Hamer IJ, Suurmeijer AJ, Van der Maaten JM, Mariani MA Recurrent mitral stenosis and an intra-atrial mitral valve mass 40 years after Tubbs mitral commissurotomy. J Card Surg 2014; Bouma W, Klinkenberg TJ, Van De Wauwer C, Times W, Mariani MA Removal of a giant intrathoracic cyst from the anterior mediastinum. J Cardiothor Surg 2014;9:152 Van der Zee MP, Koene BM, Mariani MA Fatal air embolism during cardiopulmonary bypass: analysis of an incident and prevention measures. Interact Cardiovasc Thorac Surg 2014;19:875 7 Van der Wal HH, Comin-Colet J, Klip IT, Enjuanes C, Grote Beverborg N, Voors AA, Banasiak W, Van Veldhuisen DJ, Bruguera J, Ponikowski P, Jankowska EA, Van der Meer P Vitamin B12 and folate deficiency in chronic heart failure. Heart 2014; Wasielewski M, Van Spaendonck-Zwarts KY, Westerink NDL, Jongbloed JDH, Postma A, Gietema JA, Van Tintelen JP, Van den Berg MP Potential genetic predisposition for anthracycline-associated cardiomyopathy in families with dilated cardiomyopathy. Open Heart 2014;1:e000116:1-9 Steggerda RC, Damman K, Balt JC, Liebregts M, ten Berg JM, Van den Berg MP Periprocedural complications and long-term outcome after alcohol septal ablation versus surgical myectomy in hypertrophic obstructive cardiomyopathy. A single center experience. J Am Coll Cardiol Int 2014;7: Perrin MJ, Adler A, Green S, Al-Zoughool F, Doroshenko P, Orr N, Uppal S, Healey JS, Birnie D, Sanatani S, Gardner M, Champagne J, Simpson C, Ahmad K, Van den Berg MP, Chuahan V, Backx PH, Van Tintelen JP, Krahn AD, Gollob MH Evaluation of genes encoding for the transient outward current (Ito) identifies the KCNDS gene as a cause of j -wave syndrome associated with sudden cardiac death. Circ Cardiovasc Genet 2014;7:782-9 Haver VG, Verweij N, Kjeksus J, Fox JC, Wedel H, Wikstrand J, Van Gilst WH, De Boer RA, Van Veldhuisen DJ, Van der Harst P The impact of coronary artery disease risk loc on ischemic heart failure severity and prognosis: association analysis in the Controlled ROsuvastatin multinational trial in heart failure (CORONA). BMC Med Genet 2014;15:140 37
38 Lieb W, Chen MH, Teumer A, Van Gilst WH, Van Veldhuisen DJ, Van der Hart P, et al Genome-wide meta-analysis of plasma renin activity and concentration reval association with the kininogen 1 and prelallikrein genes. Circ Cardiovasc Genet 2014 Ter Maaten JM, Damman K, Hillege HL, Bakker SJ, Anker SD, Navis G, Voors AA Creatinine excretation rate, a marker of muscle mass, is related to clinical outcome in patients with chronic systolic heart failure. Clin Res Cardiol 2014;103: Van Veldhuisen DJ The European Journal of Heart Failure from 2010 to 2015: a farewell and a move of the Editorial Team from Groningen to Brescia. Eur J Heart Fail 2014;16: Meyer S, Brouwers FP, Voors AA, Hillege HL, De Boer RA, Gansevoort RT, Van der Harst P, Rienstra M, Van Gelder IC, Van Veldhuisen DJ, Van Gilst WH, Van der Meer P Sex differences in new-onset heart failure. Clin Res Cardiol 2014 Cotter G, Metra M, Davison BA, Senger S, Bourge RC, Cleland JG, Jondeau G, Krum H, O Connor CM, Parker JD, Torre- Amione G, Van Veldhuisen DJ, Milo O, Kobrin I, Rainisio M, McMurray JJ, Teerlink JR; VERITAS Investigators Worsening heart failure, a critical event during hospital admission for acute heart failure: results from the VERITAS Investigators. Eur J Heart Fail 2014;16: Bouma W, Wijdh-den Hamer IJ, Koene BM, Kuijpers M, Natour E, Erasmus ME, Van der Horst IC, Gorman JH 3 rd, Gorman RC, Mariani MA Predictors of in-hospital mortality after mitral valve surgery for post-myocardial infarction papillary muscled rupture. J Cardiothorac Surg 2014;9:171 Gori M, Senni M, Gupta DK, Charytan DM, Kraiger-Krainer E, Pieske B, Claggett B, Shah AM, Santor AB, Zile MR, Voors AA, McMurray JJ, Packer M,, Bransford T, Lefkowitz M, Solomon SD; PARAMOUNT Investigators Association between renal function and cardiovascular structure and function in heart failure with preserved ejection fractio n. Eur Heart J 2014;35: Vaduganathan M, Greene SJ, Fonarow GC, Voors AA, Butler J, Gheorghiade M Hemoconcentration-guided diuresis in heart failure. Am J Med 2014;127: Nationale tijdschriften De Boer RA Clinical evaluation of heart failure patients: what good are biomarkers bringing us? Neth Heart J 2014;22:113-4 Hoes MF, Van Hagen I, Russo F, Van Veldhuisen DJ, Van den Berg MP, Roos-Hesselink J, Van Spaendonck-Zwarts, Van der Meer P Peripartum cardiomyopathy: Euro observational reserarch program. Neth Heart J 2014;22: Voors AA Spironolactone not effective in diastolic heart failure. Ned Tijdschr Geneeskd 2014:158:A7805 Boekbijdragen Van der Hart P, Van Veldhuisen DJ Aging-related changes in telomeres and telomerases and implications for heart failure therapy. Hoofdstuk 23 in Ageing and Heart Failure, Mechanisms and Management. Jugdutt BI, editor. Springer, 2014:
Thoraxcentrum Jaarverslag 2017
Thoraxcentrum Jaarverslag 2017 Inhoud Inleiding Prestatie-indicatoren Cardiothoracale chirurgie Prestatie-indicatoren Cardiologie Transcatheter Hartklepinterventies Transplantatie- en LVAD programma 2
Aantallen en uitkomsten van congenitale cardiothoracale chirurgie in Nederland
Aantallen en uitkomsten van congenitale cardiothoracale chirurgie in Nederland Congenitale cardiothoracale chirurgie is het onderdeel van de cardiothoracale chirurgie dat zich specifiek bezig houdt met
Thoraxcentrum JAARVERSLAG 2013
Thoraxcentrum JAARVERSLAG 2013 November 2014 Thoraxcentrum JAARVERSLAG 2013 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Productie en Personeel 7 3 Afdeling Cardiologie 11 3.1 Patiëntenzorg 3.2 Onderzoek 3.3 Onderwijs
Kwaliteit zorg van Thoraxcentrum UMCG
Kwaliteit zorg van Thoraxcentrum UMCG Een artikel in Dagblad van het Noorden van vandaag suggereert dat de kwaliteit van de zorg van het Thoraxcentrum UMCG niet op orde zou zijn. Het artikel is gebaseerd
GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN 5CORONAIRLIJDEN
GECOMBINEERD AORTAKLEPLIJDEN EN CORONAIRLIJDEN Patiënten die de diagnose gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden krijgen, kunnen worden behandeld middels coronaire bypasschirurgie (CABG) en een
Indicatorensets Meetbaar Beter
Indicatorensets Meetbaar Beter 2015 Uitkomstindicatoren Uitkomstindicator Definitie Coronairlijden Aortakleplijden Atriumfibrilleren PCI CB AVR TAVI CB Procedurele 30-daagse 120-daagse 1-jaars 30-daagse
AORTAKLEPLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Aortakleplijden
AORTAKLEPLIJDEN Aortakleplijden is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als een medische conditie waarbij een patiënt symptomatisch is en ernstige aorta klep stenose en/of aortaklepinsufficiëntie heeft.
Thoraxcentrum. Jaarverslag 2012
Thoraxcentrum Jaarverslag 2012 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 2. Productie en personeel 7 3. Afdeling Cardiologie 11 3.1. Patiëntenzorg 3.2. Onderzoek 3.3. Onderwijs & opleiding 4. Afdeling Cardiothoracale
Overzicht prestaties Hartchirurgie
Rapport Universitair Medisch Centrum Cardio-thoracale Chirurgie Hartlongcentrum Huispost 677 Postbus 9101 6500 HB Nijmegen UMC St Radboud Centraal, route 677 Geert Grooteplein zuid 10 T (024) 361 47 44
Indicatorensets Meetbaar Beter
Indicatorensets Meetbaar Beter 2016 2015 Uitkomstindicatoren Uitkomstindicator PCI CB AVR TAVI CB Procedurele mortaliteit 30-daagse mortaliteit 120-daagse mortaliteit 1-jaars mortaliteit Lange-termijn
5.3. Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden
5.3 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden 98 5.3 Gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden Patiënten die de diagnose gecombineerd aortakleplijden en coronairlijden krijgen, kunnen worden
Prestaties hartchirurgie
Rapport Radboud universitair medisch centrum Cardio-thoracale Chirurgie Hartlongcentrum Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen Huispost 911 Geert Grooteplein zuid 10 Radboudumc ingang oost, route 911 T (024) 361
Resultaten Kinderhartchirurgie
Wilhelmina Kinderziekenhuis Resultaten Kinderhartchirurgie 2012 Resultaten Kinderhartchirurgie Klinische resultaten 1 Operaties bij aangeboren hartafwijkingen 1 Sterfte per leeftijdscategorie 1 Hoogcomplexe
Minimaal invasieve aortaklepchirurgie NVHVV Het hart in handen, van klein tot groot
Minimaal invasieve aortaklepchirurgie NVHVV Het hart in handen, van klein tot groot Idserd Klop Arts-onderzoeker Cardio-Thoracale Chirurgie St. Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein 9 April 2019 2 Anatomie 3
Programma
25 september 2014 Programma Welkom Waarom samen? Waarom samen? >20 jaar bestaande (samen)werking streven naar kwaliteit groot volume aantrekkingspool voor talent innovatie Waarom samen? concentratie verdere
6ATRIUMFIBRILLEREN. Hiërarchie gecombineerd voor Atriumfibrilleren
ATRIUMFIBRILLEREN Atriumfibrilleren is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als een ritmestoornis die gekenmerkt wordt door een irregulair RR interval (zonder de aanwezigheid van een repetitief patroon),
Intracardiale pacemaker
Introductie protocol NEDERLANDSE VERENIGING VOOR CARDIOLOGIE 25 augustus 2016 Opgesteld door: Nederlandse Hart Ritme Associatie (NHRA) Introductie protocol Inhoud INLEIDING... 2 EISEN VOOR CENTRUM EN IMPLANTEUR...
Hartkatheterisatie, dotter of omleidingen
Van harte welkom! Hartkatheterisatie, dotter of omleidingen 20.00 Opening door Wendy de Valk 20.05 Harteraad en Hartezorg 20.15 Presentie Leo Gerhards, arts ass cardiologie 20.40 Henk Drent, ervaringsdeskundige
5.4. Atriumfibrilleren
5.4 Atriumfibrilleren 112 5.4 Atriumfibrilleren Atriumfibrilleren is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als een ritmestoornis die gekenmerkt wordt door een irregulair RR interval (zonder de aanwezigheid
Left Ventriculair Assist Device
Left Ventriculair Assist Device Hans Tempelman Tim Lisman 8 december 2011 Inhoud Inleiding Indicatie LVAD Opvang op de IC na implantatie LVAD Monitor LVAD, wat houden die getallen in Problemen (RV, trombus
13 juni 2015 Landelijke Hartkleppenbijeenkomst van de diagnosegroep Hartfalen Cardiomyopathie en Hartkleppen Een samenvatting van de presentaties
13 juni 2015 Landelijke Hartkleppenbijeenkomst van de diagnosegroep Hartfalen Cardiomyopathie en Hartkleppen Een samenvatting van de presentaties Samenvatting van de presentatie van interventiecardioloog
Jan G Grandjean. Cardiothoracaal Chirurg
Jan G Grandjean Cardiothoracaal Chirurg Coronary Artery Bypass Grafting ECC MECC Off Pump benadering EndoCab Gebruik van Arterieel en/of veneus materiaal 1.Arterieel LIMA, RIMA, Radialis en Gastroepiploica
Volumenormen cardiologie 2016
Volumenormen cardiologie 2016 Nederlandse Vereniging voor Cardiologie Nederlandse Vereniging voor Cardiologie Auteur: Moniek Elsendoorn, beleidsmedewerker kwaliteit Vastgesteld: 14 september 2016 Evaluatiedatum:
Jaarverslag Ziekenhuis 195. Gemaakt op:
Jaarverslag 2015 Ziekenhuis 195 Gemaakt op: 2016-03-22 Inhoud Inleiding... 4 Minimale Data Set (MDS)... 5 Algemeen... 6 Aantal... 7 Her... 8 Herkomst... 9 Opnametype... 9 Leeftijd en Geslacht... 10 Reanimaties...
Harttransplantatie - De voorbereiding
Harttransplantatie - De voorbereiding Inleiding U heeft te horen gekregen, dat u mogelijk een harttransplantatie zult ondergaan. De voorbereiding op een transplantatie is een lange en onzekere weg. U staat
TAVI procedure Radboud universitair medisch centrum
TAVI procedure In overleg met uw cardioloog is besloten dat u een percutane aortaklepvervanging of TAVI-procedure zult ondergaan. TAVI staat voor Transkatheter Aortic Valve Implantation. Hierbij wordt
NVVC-CONNECT. In kaart brengen van zorg voor. Nederlandse patiënt met myocardinfarct
NVVC-CONNECT In kaart brengen van zorg voor Nederlandse patiënt met myocardinfarct 1 NVVC-CONNECT Behandeling myocardinfarct Kan het beter? Regionale samenwerking Kan het beter? 4 mei 2012 2 NVVC-CONNECT
CORONAIRLIJDEN. Hiërarchie gecombineerd voor Coronairlijden
Coronairlijden CORONAIRLIJDEN is binnen Meetbaar Beter gedefinieerd als coronaire atherosclerose welke leidt tot progressieve lumenvernauwing van één of meerdere kransslagaderen (coronairen) met myocardiale
Factsheet Indicatoren Geïnstrumenteerde Lage Rug Chirurgie (DSSR) 2016
Factsheet en Geïnstrumenteerde Lage Rug Chirurgie (DSSR) 2016 Registratie gestart: 2014 Inclusie en exclusie criteria Inclusie Alle patienten met een degeneratieve lumbale wervelkolomaandoening die een
Percutane aortaklepimplantatie (TAVI) en Mitraclip
Oktober 2014 Percutane aortaklepimplantatie (TAVI) en Mitraclip Advies richtlijn voor verwijzers Hartcentrum Catharina Ziekenhuis: Het pre- en post-operatieve traject van TAVI en Mitraclip Dr. B.R.G. Brueren
jaarverslag 2008 Ziekenhuis 195 Gemaakt op:
Ziekenhuis 195 Gemaakt op: 2009-04-14 2-29 Inleiding De cijfers in dit rapport zijn gebaseerd op de records die opgenomen zijn in de landelijke database. Voor 2008 zijn 2083 aangeleverd, waarvan 5 zonder
Value based healthcare in de praktijk
12 mei 2017 Value based healthcare in de praktijk Jos Kroon Projectleider VBHC St. Antonius ziekenhuis DISCLOSURE: SPREKERS BELANGEN Sprekers hebben voor deze bijeenkomst geen (potentiële) belangenverstrengeling
Oplegger indicatorenset Aneurysma Aortis Abdominalis (DSAA) verslagjaar 2017
Zorginstituut Nederland Kwaliteitsinstituut Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus 320 1110 AH Diemen www.zorginstituutnederland.nl T +31 (0)20 797 89 20 [email protected] Oplegger indicatorenset
Factsheet Indicatoren Longcarcinoom (DLCA) 2017 Start DLCA-S: 2012 (/2015 voor alle cardiothoracale centra) Start DLCA-R: 2013 Start DLCA-L: 2016
Factsheet en Longcarcinoom (DLCA) 2017 Start DLCA-S: 2012 (/2015 voor alle cardiothoracale centra) Start DLCA-R: 2013 Start DLCA-L: 2016 Inclusie en exclusie criteria DLCA-S Inclusie Alle chirurgische
Thoraxcentrum Harttransplantatie
Thoraxcentrum Harttransplantatie 1. De voorbereiding Thoraxcentrum Inleiding U heeft te horen gekregen, dat u mogelijk een harttransplantatie zult ondergaan. De voorbereiding op een transplantatie is
TAVI (Un) limited. transcatheter aorta valve implantation. NVVC 1 April 2016. Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team
TAVI (Un) limited transcatheter aorta valve implantation NVVC 1 April 2016 Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist TAVI team Disclosure (potentiële) belangenverstrengeling geen Zijn er grenzen aan
Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting
Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.
Handleiding NHR data-aanlevering DOTTERCENTRA - PCI. Definitief / 20 juni 2018 / versie
Handleiding NHR data-aanlevering 2013-2017 DOTTERCENTRA - PCI Definitief / 20 juni 2018 / versie 2018.0.4 Versie: 2018.0.4 Datum: 20 juni 2018 Voor informatie neem contact op met: Nederlandse Hart Registratie
Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA)
Inhoud Verpleegkunde Cardiologie Han van der Borgh Verpleegkundige aspecten bij: Angina Pectoris Acuut coronair syndroom Prinz Metal Decompensatie cordis Cardiogene shock P.C.I./STENT/ spoed CABG in perifeer
Behandeling van aangeboren hartafwijkingen. De grootste uitdagingen voor de toekomst
Behandeling van aangeboren hartafwijkingen De grootste uitdagingen voor de toekomst Normaal hart 100/60 99% 70% 70% 70% 25/10 99% 99% Druk (mm Hg Zuurstof % Facts 8: 1000 pasgeboren ( 1500 kinderen per
Van hartinfarct tot nazorg op de poli
Van hartinfarct tot nazorg op de poli Implementatie zorgpad Acuut Coronair Syndroom Dr. Adriaan Kraaijeveld, UMC Utrecht 23-5-2018 Wat valt je op? Doel van proces Efficiënter zorgproces implementeren,
Knelpunten en uitgangsvragen
Knelpunten en uitgangsvragen Hieronder zijn de geconstateerde knelpunten weergeven zoals die met de projectgroep waren geformuleerd (kolom 1 en 2), en die gemiddeld genomen door alle deelnemende beroepsverenigingen
Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel)
Belangrijke Veiligheidsinformatie over EFIENT (prasugrel) EFIENT (prasugrel) behoort tot de farmacotherapeutische groep van de bloedplaatjesaggregatieremmers (heparine niet meegerekend), een groep waaronder
Recente ontwikkelingen in de acute hartzorg
Recente ontwikkelingen in de acute hartzorg GEVOLGEN VOOR DE ORGANISATIE IN ZIEKENHUIZEN ROB VAN MECHELEN CONNECT 2012-2016 9-10-16 NVVC CONNECT 2016 1 Sterfte hartinfarct in Nederland 1970-2016 30 % Mortaliteit
Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter
Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 20 juli 2017 Versie : 0.10 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.10.docx Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar
Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie:
Factsheet Indicatoren Acute en Electieve PCI registratie (NHR) Versie: 2017.2 Datum Versie Mutatie Eigenaar 31-01-2017 2017.1 Eerste concept NVVC 11-10-2017 2017.2 Definitieve versie verslagjaar 2018 NVVC
Martin Jan Schalij Hartcentrum Leiden Leids Universitair Medisch Centrum
Martin Jan Schalij Hartcentrum Leiden Leids Universitair Medisch Centrum DISCLOSURE Geen individuele belangen Het Hartcentrum ontvangt unrestricted research en fellowship ondersteuning van oa. Medtronic
transkatheter aortaklepimplantatie TAVI
transkatheter aortaklepimplantatie TAVI Inhoud Wat is een aortaklepstenose?... 3 Wat is een TAVI?... 4 Komt u voor een TAVI in aanmerking?... 4 1. Bespreking van uw gegevens door hart-team... 5 2. Afspraak
Kwaliteitssysteem datamanagement. Meetbaar Beter
Kwaliteitssysteem datamanagement Meetbaar Beter Datum: 22 maart 2016 Versie : 0.8 Kwaliteitssysteem Meetbaar Beter versie 0.8 Pagina 1 van 8 Voorwoord Het aantal centra dat is aangesloten bij Meetbaar
Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen 1 Patiëntidentificatie Een uniek patiëntidentificatienummer Vrije tekst
Toelichting op het registratieformulier oktober 2014 Optionele variabelen zijn in donkergrijs weergegeven op het registratieformulier en in deze toelichting. Nr Naam Beschrijving Mogelijke waarden of verwijzingen
EEN MEERJARIG BELEIDSPLAN MET SMART DOELSTELLINGEN
VOORBEELD VEILIGHEIDSPLAN EEN MEERJARIG BELEIDSPLAN MET SMART DOELSTELLINGEN Hieronder ziet u de hoofdstukken en paragrafen van het veiligheidsplan. Per paragraaf ziet u welke informatie u moet geven.
Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling
Procedure voor dataverkrijging en terugkoppeling Doel: In het verleden zijn er te weinig concrete afspraken gemaakt over de tijdstippen waarop de aan NCDR deelnemende centra hun data aanleveren en op welke
Een loopbaan bij het Thoraxcentrum Rotterdam. a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a
Een loopbaan bij het Thoraxcentrum Rotterdam a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a Het ziekenhuis in een ziekenhuis Het Thoraxcentrum van het
Factsheet Indicatoren Beroerte (CVAB)
Factsheet en Beroerte (CVAB) A. Beschrijving CVAB 2014 [2.0.; 10102014] Registratie gestart: 2014 Nr. Type Uitvraag Bron indicator over (jaar) 1. Percentage TIA en CVA patiënten ingevuld in de CVAB (2014)
TAVI. Sjoerd Hofma Medisch Centrum Leeuwarden. WCN 23 november 2012
TAVI Sjoerd Hofma Medisch Centrum Leeuwarden WCN 23 november 2012 Disclosures None TAVI Aortaklepstenose Behandelingsmogelijkheden Hoe gaat een TAVI procedure Evidence? Natuurlijk beloop van Aortaklepstenose
Staat voor: Registratie, Transparantie en Kwaliteit. Benchmark Rapport. ICD procedures. Toelichting NCDR ICD Deelnemende ziekenhuizen
Benchmark Rapport ICD procedures Periode: 2010-2012 Peildatum: Datum 26 juli 2013 Ziekenhuis: Catharina Ziekenhuis Michelangelolaan 2 5623 EJ Eindhoven Toelichting NCDR ICD 2010-2012 Deelnemende ziekenhuizen
NU BESCHIKBAAR: E-LEARNING HARTKLEPFALEN 75+
Experts over MINIMAAL INVASIEVE INGREPEN, diagnose en behandelopties april 2017 # 4 TAVISIE Dr. Jan-Henk Dambrink: Het draait bij TAVI om overleving én kwaliteit van leven Els van der Geest: We investeren
1 Algemene informatie
1 Algemene informatie 1.1 Korte geschiedenis 3 1.2 Hartafwijkingen 4 1.2.1 Hoe ontstaan hartafwijkingen? 4 1.3 Behandelingsmogelijkheden 5 1.3.1 Behandeling met medicijnen 5 1.3.2 Hartoperatie 6 1.3.3
Factsheet Indicatoren Longcarcinoom (DLCA) 2017 Start DLCA-S: 2012 (/2015 voor alle cardiothoracale centra) Start DLCA-R: 2013 Start DLCA-L: 2016
Factsheet en Longcarcinoom (DLCA) 2017 Start DLCA-S: 2012 (/2015 voor alle cardiothoracale centra) Start DLCA-R: 2013 Start DLCA-L: 2016 Versie beheer: Datum Versie Mutatie Eigenaar 30-07-2016 2017.1 Aanpassingen
Chapter 8. Samenvatting en conclusie
Chapter 8 Samenvatting en conclusie 110 Doel van het promotieonderzoek was (1) evaluatie van het resultaat van vroege abciximab toediening vóór primaire percutane coronaire interventie (PPCI) in patiënten
Staat voor: Registratie, Transparantie en Kwaliteit. Benchmark Rapport. ICD procedures. Toelichting NCDR ICD Deelnemende ziekenhuizen
Benchmark Rapport ICD procedures Periode: 2010-2012 Peildatum: Datum 26 juli 2013 Ziekenhuis: Leids Universitair Medisch Centrum Albinusdreef 2 2333 ZA Leiden Toelichting NCDR ICD 2010-2012 Deelnemende
Factsheet Indicatoren Bariatrische chirurgie (DATO)
Factsheet en Bariatrische chirurgie (DATO) DATO 2014 [2.0.; 10102014] Registratie gestart: 1 januari 2014 Type Uitvraag over Bron Nr. indicator (jaar) 1 Aantal primaire bariatrische ingrepen per ziekenhuislocatie.
Ablatie en begeleiden van ablatie patienten
Ablatie en begeleiden van ablatie patienten VS 13 september 2013 Anjo van Staaveren Verpleegkundig specialist OLVG Amsterdam DISCLOSURES Geen conflict of interest! Voorzitter van de NVHVV werkgroep ICD
Implementatie value-based healthcare
Implementatie value-based healthcare Paul van der Nat 06-12181999 St. Antonius Ziekenhuis Sr. adviseur RvB [email protected] Meetbaar Beter Manager ontwikkeling & implementatie [email protected]
NIEUWSBRIEF. Nieuwsbrief 1, 2015. In deze nieuwsbrief
NIEUWSBRIEF Nieuwsbrief 1, 2015 In deze nieuwsbrief Resultaten van Meetbaar Beter Proefschrift: Emergency departments in the Netherlands. The influence of general practitioner cooperatives Kennis maakt
Left ventricular assist device
CNE hartfalen en interventiecardiologie Left ventricular assist device Casusbespreking Chantal de Bakker Verpleegkundig Specialist, LVAD Inhoud 1) Casus 2) Indicatiestelling 3) Geschiedenis 4) Werkingsmechanisme
cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011
cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 211 Sterfte bij vrouwen en mannen Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke oorzaak van overlijden
VISIE DOCUMENT COLLEGE VAN CARDIOLOGIE
VISIE DOCUMENT COLLEGE VAN CARDIOLOGIE OKTOBER 2013 Prof dr M Claeys Voorzitter college cardiologie Cardioloog, UZ Antwerpen x 1000 Visie document 2013 2 1. INLEIDING Aandoeningen van het cardiovasculaire
