INSTRUCTIEBOEKJE SUPPLEMENT

Vergelijkbare documenten
Stoelen IN DE JUISTE HOUDING ZITTEN

Technische specificaties

Voorstoelen HANDMATIG VERSTELBARE STOELEN

Wielen vervangen GEREEDSCHAPSSET HET RESERVEWIEL VERWIJDEREN AFSLUITBARE WIELMOEREN

Gemaksvoorzieningen ZONNEKLEPPEN DIMMER VOOR DE INSTRUMENTENVERLICHTING ZONNESCHERMEN

Verwarming en ventilatie

Trekken AANBEVOLEN TREKGEWICHTEN ELEKTRISCHE AANSLUITING VAN DE AANHANGER

Vloeistofpe ilcontro les

AluTech 500 Series Gebruikershandleiding.

F I A T B R A V O NL S N E L G I D S

Stoelen VOORSTOELEN. Juiste zithouding H6544L. Stoelen

Powerpack. gebruikshandleiding

Verkorte gebruiksaanwijzing

Brandstof en brandstof tanken

Handleiding. Tilly Light fietsendrager

INSTALLATIE INSTRUCTIES

Instructie Voertuig (auto) controle Kia Cee d Autorijschool Lolkama

Sloten en alarm ALARM-SYSTEEM

Verkorte gebruiksaanwijzing

VOERTUIGCONTROLE SEAT IBIZA. Rijschool van Zuylen

Veiligheid van kinderen

Bediening van de Memory Stick-speler

Handleiding. Tilly Light fietsendrager

LCD scherm va LCD scherm

Gebruikershandleiding Peugeot CE22, CE33, CE141, CE132, CE122, CE151, CE101, CE111

Gebruikershandleiding Puch Radius, State of the Art, Boogy BMS

INTERIEURBEKLEDING BEKLEDING KAPPEN - KLEPPEN STOELFRAME EN STELRAILS VOOR STOELFRAME EN STELRAILS ACHTER BEKLEDING VOORSTOELEN BEKLEDING ACHTERBANK

Citroën Berlingo. Multifunctionele ombouw voor personen- en rolstoelvervoer GEBRUIKSAANWIJZING. Blz. 1

HANDLEIDING PROGRAMMAREGELAAR 40/16 SE

NL BOSAL TOURER Gebruiksaanwijzing voor fietsendrager E4-26R

RC030/RC035 Pneumatisch (handmatig) vloeistof afzuigapparaat. Instructies

F I A T NL S N E L G I D S

Klep van systeemkaart verwijderen

Gebruikershandleiding.

Balanceermachine GEBRUIKERSHANDLEIDING

Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud

Voertuigaccu WAARSCHUWINGSSYMBOLEN VAN DE ACCU VERZORGING VAN DE ACCU

y Verwarming op brandstof 87

F I A T P U N T O 1. 4 T - J E T NL s u p p l e m e n t

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest!

Praktijk Vragen over auto

Voertuig Controle Golf 7

Installation instructions, accessories. Skibox. Volvo Car Corporation Gothenburg, Sweden. Instructienr. Versie Ond. nr

Sloten en alarmen. Gebruiken van de zender

MEUBELSLOTEN (LOCKERSLOTEN) TC-LS100 LS VERGRENDELINGEN. t f

Gebieden waar het papier kan vastlopen

Voertuig Controle BMW 116d Sportline

AirPort-kaart. Opmerking: U kunt instructies op het internet vinden op

604_38_063 ALFA MITO JTD NL :07 Pagina 1 ALFA MiTo S E R V I C E

Wind, Sun & Rain Sensor Instructions

Navigatiesysteem, draagbaar, installatiekit TMC

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Verwarming en ventilatie

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

StyleView Envelope Drawer

Handleiding: minigraafkraan 1000 KG Kubota U10-3

RANGE ROVER EVOQUE INSTRUCTIEBOEKJE. Onderdeelnummer van de publicatie LRL

Hartelijk gefeliciteerd met de aanschaf van een COBRA alarmsysteem type 889.

LCD scherm ve LCD scherm

Handleiding. Tilly Light fietsendrager

Climate control VENTILATIEOPENINGEN

Auto Onderhoud Tips. Het uitvoeren van algemene onderhoud technieken op het '98 -'02 Accord. Geschreven door: Miroslav Djuric

Geheugenmodules Gebruikershandleiding

Afstandstart voor standverwarming op brandstof

GEBRUIKERSHANDLEIDING STAANDE MIXER modelnummer WM-606 MXR

Uitrusting in interieur van auto

Installation instructions, accessories. Sneeuwkettingen. Volvo Car Corporation Gothenburg, Sweden. Pagina 1 / 15 R

MOTORCODE - CARROSSERIEVERSIE

Praktijk Vragen over auto

Pagina. Paragraaf. 1.1 Openen. 1.2 Starten. 1.3 Uitschakelen. 1.4 Afsluiten. 2.1 Tanken. 3.1 Openen kap. 3.2 Sluiten kap. 1.

STIGA PARK PRO 20 PRO 16 ROYAL PRESIDENT COMFORT EXCELLENT

Inhoud van de handleiding

WAARSCHUWING. Kabelbinder 6 De kabelboom leiden.

1. Batterijpakket Onderdelen. Kabeltas. Batterijtas Laderstekker. Sleutels (2 stuks) Lader. Batterijstekker F B

Packard Bell Easy Repair

Veiligheidsgordels ALGEMENE INFORMATIE

Vloeistofpeilcontroles

Handleiding LifeGuard

GEBRUIKSAANWIJZING Ding Bas Autostoel 9-36 kg

Gebruiksaanwijzing voor Hoog/laag bed

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair

FiT-4. Gebruikershandleiding 0082I700/0

Montage-instructies: Speed Triple (vanaf VIN ) - Speed Triple R - Street Triple - Street Triple R (vanaf VIN ) A en A

Transport over land en te water laten van de boot

0 Algemeen GEGEVENS VAN DE AUTO - MECHANISCH MECHANISCHE INLEIDING HEFMIDDELEN SMEERMIDDELEN INGREDIËNTEN - PRODUCTEN X91 01A 01D 02A 04A 04B

Zekeringen ZEKERINGEN

Veiligheid van kinderen

SC V. SC V.xls 1 / 9

TECHNISCH BULLETIN LTB00420v3 20 mei 2014

Lithium Jumpstarter en DC power source GEBRUIKSAANWIJZING. Lees goed de gebruiksaanwijzing voordat u het product gebruikt.

Gebruikshandleiding E515

installatiehandleiding Alarmlicht met sirene

ContiComfortKit Handleiding

Transcriptie:

XF INSTRUCTIEBOEKJE SUPPLEMENT De volgende informatie dient te worden gelezen in combinatie met het instructieboekje voor de XF, onderdeelnummer van de publicatie JJM 12 02 40 131. Onderdeelnummer van de publicatie JSE 12 02 40 131

Instappen Instappen ELEKTRISCHE ACHTERKLEP OPENEN EN SLUITEN Zorg voor een minimale ruimte van 1,0 meter (39 inch) boven en achter van het voertuig voordat u de achterklep bedient. Bij onvoldoende ruimte kan het voertuig beschadigd raken. Bedien de achterklep niet wanneer een fietsenrek is gemonteerd op de achterklep. Verwijder de fietsen en/of het fietsenrek voordat u de achterklep bedient. 1. Druk op deze knop om de elektrische achterklep te openen. 2. Druk kort op deze knop om de elektrische achterklep te sluiten. De achterklep kan ook met de volgende methoden worden geopend. Schakelaar aan de binnenzijde voor ontgrendeling van de achterklep. Schakelaar voor ontgrendeling van de achterklep op de Smart-key. N.B.: De achterklep gaat niet open wanneer het voertuig sneller rijdt dan 5 km/h (3 mph). N.B.: Als u de ontgrendelknop op de achterklep wilt gebruiken, moeten alle portieren ontgrendeld zijn en moet de transmissie in de parkeerstand (P) staan. N.B.: Als u de Smart-key per ongeluk in de kofferruimte laat liggen en het voertuig wordt vergrendeld en het beveiligingssysteem wordt ingeschakeld, hoort u een geluidssignaal en wordt de achterklep na drie seconden weer geopend. Nadat de achterklep is geopend tot de ingestelde hoogte, kunt u hem met de hand omhoog of omlaag zetten. Als de achterklep niet correct wordt geopend of gesloten, sluit u hem met de hand en drukt u opnieuw op de ontgrendelknop op de achterklep. N.B.: Als u op een bedieningselement voor de achterklep drukt terwijl de achterklep bezig is met openen of sluiten, stopt de beweging van de achterklep. Als u echter op een bedieningselement voor de achterklep drukt terwijl de achterklep langzaam dicht valt, wordt het verzoek tot openen genegeerd. 2

Instappen Zorg voordat u de achterklep bedient dat niemand lichaamsdelen op een plaats houdt waarin ze door de achterklep bekneld kunnen raken. Merk op dat de functie voor het langzaam dichtvallen van de achterklep niet is voorzien van een obstructiedetectie. Zelfs met een obstructiedetectie bestaat er een risico op ernstig letsel of zelfs de dood. Obstructiedetectie tijdens het openen: Als een voorwerp dat het openen van de achterklep kan hinderen wordt gedetecteerd, stopt de achterklep met bewegen. Verwijder eventuele obstructies en druk nogmaals op de ontgrendelknop op de achterklep om deze te openen. Obstructiedetectie tijdens het sluiten: Als een voorwerp dat het sluiten van de achterklep kan hinderen wordt gedetecteerd, stopt de achterklep met bewegen en gaat hij een klein stukje verder open. U hoort een geluidssignaal ter bevestiging dat het vergrendelen is mislukt. Verwijder eventuele obstructies en druk nogmaals op de vergrendelknop op de achterklep om deze te sluiten. Terwijl de achterklep open staat, zijn het vergrendelpaneel en het slot toegankelijk. Vergrendel het slot niet met de hand, omdat de achterklep daarna langzaam dicht kan vallen en voorwerpen of lichaamsdelen bekneld kunnen raken. OPENINGSHOOGTE VAN DE ELEKTRISCHE ACHTERKLEP U kunt de maximale openingshoogte naar wens instellen. Dit is handig in parkeerruimtes met lage plafonds of gewoon voor het gemak. 1. Open de achterklep tot de hoogte die u wilt instellen als de maximale hoogte. Druk op een van de twee *externe bedieningselementen voor de achterklep om de beweging te stoppen of pas de openingshoogte handmatig aan. N.B.: *Niet de Smart-key of de ontgrendelingsschakelaar aan de binnenkant. 2. Zorg dat de achterklep gedurende ten minste 3 seconden niet beweegt. 3. Om de openingshoogte in te stellen, houd u de knop om de achterklep te sluiten ingedrukt totdat u een geluidssignaal hoort. 4. Sluit de achterklep en open hem weer om te controleren of deze tot de geprogrammeerde hoogte open gaat. N.B.: Als na het uitvoeren van stap 3 van de procedure de achterklep automatisch sluit, is de gewenste openingshoogte niet ingesteld. Herhaal de procedure en voer alle stappen nauwkeurig uit. U kunt de openingshoogte weer instellen op het maximum door deze procedure te herhalen, maar daarbij de achterklep eerst handmatig volledig te openen alvorens de knop in te drukken. PROGRAMMAVERLIES VAN DE ELEKTRISCHE ACHTERKLEP De elektrische achterklep kan de geprogrammeerde openingshoogte uit het geheugen verliezen als meerdere voorwerpen worden gedetecteerd of als de accu bijna leeg is. De elektrische bediening kan worden geblokkeerd. De achterklep terugstellen: 1. Sluit de achterklep met de hand. 2. Druk op een bedieningselement voor ontgrendelen van de achterklep. 3. Laat de achterklep elektrisch volledig openen of openen tot de eerder ingestelde openingshoogte. 4. Druk kort op de vergrendelknop. 5. Laat de achterklep elektrisch volledig sluiten. Het geheugen voor de geprogrammeerde openingshoogte van de elektrische achterklep is nu teruggesteld. 3

Achterbank Achterbank DE STOELEN ACHTERIN IN- EN OPKLAPPEN Voordat u een stoel achterin inklapt, dient u te controleren of er niemand op zit en of er niemand met een lichaamsdeel op het zitkussen van de stoel rust. De rugleuningen van de stoelen achterin zijn veerbelast en kunnen letsel of schade veroorzaken wanneer ze worden ontgrendeld. 4

Hoofdsteunen Hoofdsteunen HOOFDSTEUN VAN DE MIDDELSTE ACHTERSTOEL Gebruik de hoofdsteun van de middelste achterstoel niet in de opbergstand (laagste stand). Deze stand is alleen bedoeld om maximaal zicht naar achteren te bieden. 1. Houd de vergrendeling ingedrukt om de hoofdsteun omlaag te zetten (u hoeft de vergrendeling niet ingedrukt te houden om de hoofdsteun omhoog te zetten). 2. Beweeg de hoofdsteun omhoog of omlaag in de gewenste positie. De hoofdsteun klikt wanneer deze in een vergrendelde stand wordt gezet. 5

Ruitenwissers en -sproeiers Ruitenwissers en -sproeiers ACHTERRUITSPROEIER/-WISSER De ruitenwisser op Sportbrake-modellen heeft een afwijkende werking. 1. Druk in deze knop in om de achterruitwisser in te schakelen. 2. Achterruit sproeien. 3. Enkele wisslag voor de voorruit. Gebruik de achterruitwisser niet op een droge ruit. Bij vorst of zeer hoge temperaturen moet u, voordat u de ruitwisser bedient, controleren of deze niet vastzit op de achterruit. Verwijder eventueel sneeuw of ijs van de achterruit, rondom de wisserarm en het blad voordat u de ruitenwisser bedient. 6

Kofferruimte Kofferruimte KOFFERRUIMTEAFDEKKING Bij Sportbrake-modellen kan de afdekking van de kofferruimte samen met de achterklep omhoog en omlaag bewegen. Zo nodig kan de afdekking in zijn geheel worden aangebracht of verwijderd. Plaats nooit voorwerpen bovenop de afdekking. Losse voorwerpen kunnen tijdens een ongeluk of plotselinge manoeuvre ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. 1. Plaats het linker uiteinde van de afdekking in de uitsparing in de linkerkant van de kofferruimte terwijl de achterklep is geopend en de achterstoelen naar voren zijn ingeklapt. 2. Laat het rechter uiteinde van de eenheid in de uitsparing aan de rechterzijde zakken. Draai de hendel en duw het geheel omlaag op zijn plaats. Laat de hendel los. Zorg dat het de afdekking in de juiste positie is vastgeklikt en dat de hendel weer in de oorspronkelijke stand staat. Om de afdekking te verwijderen, moet u eerst de vergrendelingshendel draaien. 3. Trek de veerbelaste afdekking uit de behuizing. Plaats de pennen links en rechts in het onderste uiteinde van de zijgeleiders net binnenin de opening van de achterklep. Schuif ze omhoog tot het veermechanisme de afdekking op zijn plaats trekt Wanneer de achterklep wordt geopend, kan de afdekking gedeeltelijk op de zijgeleiders worden ingetrokken of volledig in de behuizing worden opgerold. N.B.: Het kan gemakkelijker zijn om de afdekking aan te brengen/te verwijderen als de rugleuningen van de stoelen achterin zijn ingeklapt. N.B.: Om de afdekking te verwijderen, voert u de procedure voor het aanbrengen in omgekeerde volgorde uit. Berg de verwijderde afdekking niet los in het voertuig op. Het verschuiven van de afdekking kan tijdens een ongeluk of plotselinge manoeuvre ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben. 7

Trekken Trekken TREKHAAKAFMETINGEN EN BEVESTIGINGSPUNTEN N.B.: De afmetingen zijn in millimeters. 8

Opbergruimten Opbergruimten OPBERGRUIMTEN 1. Handschoenenkastje: u kunt dit openen met de ontgrendeling ervan (met pijl aangegeven). N.B.: Wanneer de valetfunctie is ingeschakeld, kan het handschoenenkastje niet worden geopend. 9

Opbergruimten 2. Bekerhouder. Druk op de knop om te openen. Tijdens het rijden mag u niet drinken of de bekerhouders gebruiken. Om het inzetstuk van de bekerhouder te verwijderen voor het schoonmaken, beweegt u de voorrand naar achteren en tilt u deze vervolgens omhoog om de bevestigingsklemmetjes los te maken. Wanneer u het inzetstuk terugplaatst, drukt u dit helemaal in de bekerhouder en duwt u met uw duim langs het binnenoppervlak aan de voor- en achterkant om de klemmetjes weer vast te maken. Als het deksel van de bekerhouder niet goed sluit, is het inzetstuk niet goed teruggeplaatst. 3. Opbergvak. 4. Bekerhouders achterin. 5. Zijvak in het voorportier. 6. Aansluitpunten voor aanvullende apparatuur. Gebruik uitsluitend goedgekeurde accessoires en laat de motor altijd draaien wanneer u langdurig elektrische accessoires gebruikt. 7. Kaartzakken. 8. Zijvak in het achterportier. 9. Zijvak met net (alleen Sportbrake). 10. Opbergruimte onder kofferruimtevloer (alleen Sportbrake). 11. Opbergruimte aan de zijkant (alleen Sportbrake). WAARSCHUWINGSDRIEHOEK Bij Sportbrake-modellen bevindt er zich een waarschuwingsdriehoek in een uitsparing in de bodemplaat achter. 10

Brandstof en brandstof tanken Brandstof en brandstof tanken BRANDSTOFVERBRUIK Variant Binnen de bebouwde kom l/100 km (mpg) Buiten de bebouwde kom l/100 km (mpg) Gemiddeld l/100 km (mpg) CO²-emissies g/km Saloon 2.2L-dieselmotor 6,1 (46,3) 4,5 (62,8) 5,1 (55,4) 135 (17 inch velgen) 2.2L-dieselmotor 6,2 (45,6) 4,7 (60,1) 5,2 (54,3) 139 (18 inch velgen) 3.0L-dieselmotor 7,5 (37,7) 5,0 (56,5) 6,0 (47,1) 159 2.0L-benzinemotor 13,4 (21,1) 6,2 (45,6) 8,9 (31,7) 207 3.0L-benzinemotor 14,7 (19,2) 7,0 (40,4) 9,8 (28,8) 227 SC 3.0L-benzinemotor 13,9 (20,3) 7,0 (40,4) 9,6 (29,4) 224 SC met Stop/Start 3.0L-benzinemotor 14,9 (19,0) 7,6 (37,2) 10,3 (27,4) 239 SC AWD 3.0L-benzinemotor 14,2 (19,9) 7,2 (39,2) 9,8 (28,8) 229 SC AWD met Stop/Start 5.0L-benzinemotor 18,7 (15,1) 8,5 (33,2) 12,2 (23,2) 283 SC 5.0L-benzinemotor 16,9 (16,7) 8,6 (32,8) 11,6 (24,4) 270 SC met Stop/Start Sportbrake 2.2L-dieselmotor 6,1 (46,3) 4,5 (62,8) 5,1 (55,4) 135 (17 inch velgen) 2.2L-dieselmotor 6,2 (45,6) 4,7 (60,1) 5,2 (54,3) 139 (18 inch velgen) 3.0L-dieselmotor 7,5 (37,7) 5,2 (54,3) 6,1 (46,3) 163 11

Technische specificaties Technische specificaties GEWICHTEN Variant Voertuiggewicht vanaf Kg (lb) Maximaal toelaatbaar totaalgewicht (MTT)¹ Kg (lb) SC - met supercharger, AWD - vierwielaandrijving. Maximaal toelaatbare voorasbelasting² Kg (lb) Maximaal toelaatbare achterasbelasting² Kg (lb) Saloon 2.2L-dieselmotor 1735 3825 2320 5115 1200 2646 1250 2756 3.0L-dieselmotor 1770 3902 2360 5203 1215 2679 1250 2756 2.0L-benzinemotor 1660 3660 2230 4916 1080 2381 1220 2690 3.0L-benzinemotor SC 1770 3902 2315 5104 1150 2535 1220 2690 3.0L-benzinemotor SC AWD 1880 4145 2415 5324 1215 2679 1255 2767 5.0L-benzinemotor SC 1875 4134 2400 5291 1185 2612 1260 2778 Sportbrake 2.2L-dieselmotor Eco 1824 4021 2320 5115 1170 2579 1280 2822 2.2L-dieselmotor 1824 4021 2390 5269 1170 2579 1320 2910 3.0L-dieselmotor 1880 4145 2440 5379 1200 2646 1320 2910 Max. belasting van de kofferruimte (alle voertuigen): 35 kg (77 lb). De maximaal toelaatbare belasting van de kofferruimte kan overschreden worden, mits de vereisten wat betreft de maximaal toelaatbare asbelastingen en bandenspanningen worden opgevolgd. ¹ Het maximaal toelaatbare gewicht van het voertuig, inclusief passagiers en lading. ² De maximale voor- en achteraslast kunnen niet tegelijkertijd worden bereikt, aangezien hiermee het MTT wordt overschreden. 12

Technische specificaties SMEERMIDDELEN EN VLOEISTOFFEN Onderdeel Variant Specificaties Motorolie 2.0L benzine Motorolie SAE 5W-30 volgens specificatie WSS M2C913-B of C. 3.0L benzinemotor (SC) 5.0L benzinemotor (SC) Dieselmotor met roetfilter (DPF) Dieselmotor zonder roetfilter (DPF) Stuurbekrachtigingsvloeistoanten Alle modelvari- Mobil ATF320 PAS-vloeistof. Remvloeistof Alle modelvarianten Ruitensproeiervloeistoanten Alle modelvari- Motorkoelvloeistof Alle modelvarianten SAE 5W-20 motorolie die voldoet aan specificatie WSS M2C925-A. Bij omgevingstemperaturen lager dan -20 C (-4 F), moet u SAE 0W-20 motorolie gebruiken die voldoet aan specificatie STJLR.51.5122. SAE 5W-20 motorolie die voldoet aan specificatie WSS M2C925-A. Bij omgevingstemperaturen lager dan -20 C (-4 F), moet u SAE 0W-20 motorolie gebruiken die voldoet aan specificatie STJLR.51.5122. Uitsluitend SAE 5W-30-motorolie volgens specificatie WSS M2C934-B. Uitsluitend motorolie SAE 5W-30 volgens specificatie WSS M2C913-B of WSS-M2C913-C. Bij voorkeur Shell DOT4 ESL. Als dit niet beschikbaar is, kan een synthetische DOT4-remvloeistof met lage viscositeit conform ISO 4925 klasse 6 worden gebruikt. Ruitensproeiervloeistof met vorstbescherming, verdund met schoon water zoals aangegeven op de verpakking. Een mengsel van 50% water en 50% antivries volgens specificatie WSS M97B44 (oranje koelvloeistof met lange levensduur). Raadpleeg uw dealer/erkende reparateur bij twijfel over de vereiste specificatie van een smeermiddel of vloeistof voor uw voertuig. 13

Voertuigaccu Voertuigaccu HULPSTARTKABELS AANSLUITEN 1. Sluit de positieve (rode) hulpstartkabel aan op de pluspool van de accu van het hulpvoertuig. 2. Sluit het andere uiteinde van de positieve hulpstartkabel aan op de pluspool (+) van de lege accu. 3. Sluit het ene uiteinde van de negatieve (zwarte) hulpstartkabel aan op het aanbevolen massapunt in het hulpvoertuig. 4. Sluit het andere uiteinde van de negatieve hulpstartkabel aan op het massapunt op het voertuig met de lege accu. Controleer of geen van de kabels bewegende delen raken en alle 4 de aansluitingen goed vast zitten. 5. Start de motor van het goede voertuig en laat deze een paar minuten lang stationair lopen. 6. Start de motor van het defecte voertuig. N.B.: Als er meerdere pogingen nodig zijn om het defecte voertuig te starten, laat u de motor van het hulpvoertuig enkele minuten stationair draaien alvorens het opnieuw te proberen. 7. Laat beide voertuigen 2 minuten lang stationair lopen. 8. Schakel de motor van het hulpvoertuig uit. EEN HULPMIDDEL VOOR STARTEN AANSLUITEN Als u het voertuig wilt starten met een hulpmiddel voor starten of een hulpaccu, volgt u de onderstaande instructies in de aangegeven volgorde. 1. Sluit de positieve (rode) hulpstartkabel aan op de pluspool van de defecte accu. 2. Sluit de negatieve (zwarte) hulpstartkabel op de minpool ( ) van de accu aan. 3. Als het hulpmiddel voor starten een aan/uit-schakelaar heeft, schakelt u het hulpmiddel in. 4. Start de motor en laat deze 2 minuten stationair lopen. 5. Als het hulpmiddel voor starten een aan/uit-schakelaar heeft, schakelt u het hulpmiddel uit. 6. Koppel de negatieve (zwarte) hulpstartkabel los van de accupool van het voertuig. 7. Koppel de positieve (rode) hulpstartkabel los van de accupool van het voertuig. 14

Wiel verwisselen Wiel verwisselen EEN WIEL VERWISSELEN 1. Krik. Neem de op de krik gedrukte voorschriften in acht. 2. Wielsteun. 3. Sleepoog. 4. Bevestigingsmoer. 5. Adapter voor de afsluitbare wielmoeren. 6. Keg. 7. De onderkant van de vloer is voorzien van 4 krikpunten. Op elk dorpelpaneel zitten 2 driehoekige uitsparingen. Deze geven de plaats voor de krik aan. 15