Lesvoorbereidingsformulier

Vergelijkbare documenten
Overzicht van het project

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Lesvoorbereidingsformulier

Steekkaart: nummer 3We

inhoud De oude eik 1. In het park 2. De delen van de eik 3. Herfst 4. Dieren helpen de eik. 5. Winter 6. Lente 7. Rupsen 8.

Lente. groep 3, 4 en 5

Lesvoorbereidingsformulier

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes

Lesvoorbereidingsformulier

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Handleiding leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

inhoud 1. Kom jij uit een ei? 2. Dieren uit een ei. 3. Vogels 4. Vissen 5. Insecten 6. Spinnen 7. Reptielen 8. Kikkers en padden 9.

Van eitje tot vlinder

uitga uitg v a e v 2013

De kleine beestjesclub

L I EDBIJLAGE. Liedbijlage Insecten

Kopieer dit e-boek en stuur het door naar anderen.

Lesvoorbereidingsformulier

Introductieles. Vogels in de klas. groep 7/8. Leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

Lesvoorbereidingsformulier

inhoud blz. Vlinders 3 1. Insecten 4 2. De kop 5 3. De vleugels 6 4. Van ei tot vlinder 7 5. Dag en nachtvlinders 8 6. Voedsel 9 7. Vijanden 10 8.

inhoud blz. 1. Soorten 3 2. Zo herken je een insect 4 3. Insecten en hun jong 6 4. Vijanden Meer insecten Filmpjes 15 Pluskaarten 16

Introductieles. Vogels in de klas. groep 5/6. Leerkracht. Inhoud in het kort. Kerndoelen. Lesdoelen

Hier zien jullie alweer de zesde uitgave van ons jeugdblad. Nieuwsgierig wat de Oele nu weer heeft te vertellen. Lees maar gauw.

Lesvoorbereidingsformulier

Opdrachten thema. Veluwe

Lesvoorbereidingsformulier

INSECTEN. werkboekje

Planten voor de Prins Werkmap Eerste graad Basisonderwijs

Insecteneter Lerarenblad 3e graad

Vraag 1. Waarom moet je goed voor de rupsen zorgen als je vlinders wilt hebben?

SPREEKBEURT BIDSPRINKHAAN

Hier zien jullie alweer de een uitgave van ons jeugdblad. Nieuwsgierig wat de Oele nu weer heeft te vertellen. Lees maar gauw.

Kijk je mee? Oerwoud. 2006, Parasol N.V. België

Lesvoorbereidingsformulier

Lessuggesties voor groep 3 & 4

KLARA DE KIKKER. OPDRACHT: Sommige kikkers kunnen tot 20 keer hun eigen lichaamslengte springen. Hoe ver kan jij springen?

WORD EEN ECHTE bomenkenner!

Lesvoorbereidingsformulier

Aftekenlijst. Naam:

Vlinders kijken. op Landgoed Schothorst

KRIEBELENDE KRUIPERTJES

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag.

Een. hoort erbij! Over dieren uit een ei. groepen 3-5

Beestige Buren. Voorbereiding in de klas

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus..

14 Speuren naar dieren Handleiding voor begeleiders 01

Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat?

Dagpauwoog Hoe ziet hij eruit? Wanneer vliegt hij? Waar kun je hem vinden? Waar leven de rupsen? Atalanta

inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten

Levenscyclus. Raten zijn 6hoekige kamers waar stuifmeel en honing wordt opgeslagen.

Een midden- en bovenbouwproject van het IVN Veldhoven Eindhoven Vessem najaar 2015

DOCENT. Thema: natuur BOMEN BIJ MIJN SCHOOL. groep 3 en 4. Stadshagen

1. Seizoenen Lente Zomer Herfst Winter Filmpje Pluskaarten 17 Bronnen 19 Colofon en voorwaarden 20

Lesvoorbereidingsformulier

Winterslaap. Met filmpjes, werkblad en puzzels. groep 5/6. uitgave januari 2013

ONDERZOEKERS:...(vul je naam in)

De Vlaamse gaai is dol op eikels. De Vlaamse gaai is dus een boom-planter! Waarom zegt de Vlaamse gaai op het laatste plaatje Mijn boom mijn werk?

Dieren in de winter 3

,:,- ::s (\') ., - n. -==-. (\) ==} (\) (\) (ih. (\) (h. b,. (\)

2. Maak met de 4 buizen een vierkant op de grond. Dit is het zoekraam.

Handige Harry s. Handleiding en leerdoelen - 2de graad

natuurboekje van zomer 2017

Lees je wijzer met de ooievaar! Tekstbegrip oefenen met de vogels van Beleef de Lente

Wie eet wie en wie eet wat?

De lente! Werkboekje leeftijd: 10+

Voorbereiding post 5. Iedere vogel zijn eigen plekje Groep

Handige Harry s. Handleiding en leerdoelen - 1ste graad

= een stuk grond met fruitbomen. = hard materiaal dat uit de grond komt en waar je mee kunt bouwen.

Lesbrief Bij, wesp, hommel of zweefvlieg? 1

Voorbereiding post 4. Van ven en veen Groep 3-4

Nachtvlinders. Glasvleugelpijlstaart. De sint-jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder

Lessuggesties voor groep 1 & 2

Voorstelling van de vogel.

inhoud blz. Vleugels 3 1. Zweven 4 2. Vleugels om te zwemmen 5 3. De boemerang 6 4. Vogels op de grond 7 5. Het geheim van vliegen 8 6.

Weidevogels en watervogels

Limburgs Landschap. natuurboekje van

Voorbereiding post 5. Kleuren om (van) te snoepen Groep 1-2

Lesbrief groep 7 8. Inhoudsopgave. Insecten. Soorten. Knipblad. Vlinders lokken. Leefgebied van de vlinder. Stripverhaal

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 16 mei Beste natuurliefhebber/-ster,

Koolwitjes in de klas! (Groep 5 & 6)

Koolwitjes in de klas! (Groep 7 & 8)

Tuinvogels. Meer over onze koolmezen. Even voorstellen. Hier wonen ze. Echte natuur. Meer over de koolmees

DE HERFST: KLEURRIJK SEIZOEN

Transcriptie:

Lerarenopleiding Thomas More Kempen Campus Turnhout Campus Blairon 800 2300 Turnhout Tel: 014 80 61 01 Fax: 014 80 61 02 Campus Vorselaar Lepelstraat 2 2290 Vorselaar Tel: 014 50 81 60 Fax: 014 50 81 61 Lesvoorbereidingsformulier Naam student(e): Nicky Scheirs Opleiding: Bachelor Lager Onderwijs Niveau: 1 2 3 Stageschool: Datum lesuitvoering: Mentor: Leerjaar: 3 e graad Uur: 90 minuten Leergebied + leereenheid: Wereldoriëntatie Lesonderwerp: Project: Erfgoed van Heist-op-den-Berg Natuur: De Bruggeneindse Goren Gebruikte documentatie: André Geens (Heemkring Die Swane Heist-op-den-Berg) Rik Van den Broeck (Heemkring Die Swane Heist-op-den-Berg) Gaston Van den Broeck (Molenaar Kaasstrooimolen) Museumgids van het heemmuseum http://www.natuurpunt.be/default.aspx http://www.natuurpuntheistopdenberg.be/de_goren.html http://www.natuurpunt.be/nl/biodiversiteit/vogels/sperwer_2866.aspx http://www.ijsvogels.nl/cms/ http://www.woordzoekers.org/ Dieren in nesten: Op safari door België van de Ardennen tot de Noordzee (één Lannoo) Dieren in nesten: In je tuin (één Natuurpunt) Eerste Kinderencyclopedie (Deltas) Vogels in de tuin (Deltas) Disney verzamelaarsgids planeet (Atlas) Didactisch materiaal (media): Werkbundel hoekenwerk Benamingen per hoek (kleur en naam) Afbeeldingen (In kleur zodat de leerlingen dit eventueel naast hun zwart-wit werkbundel kunnen plaatsen.) Takenkaarten groot en klein (zie WO Les 2) Determinatiekaart Vlinders, Bomen Bijlagen bij deze lesvoorbereiding: Werkbundel hoekenwerk Benamingen per hoek (kleur en naam) Afbeeldingen (In kleur zodat de leerlingen dit eventueel naast hun zwart-wit werkbundel kunnen plaatsen.) Pagina 1

Beginsituatie: (inhoudelijke beginsituatie, leefwereld lln., verschillen tussen lln., organisatorische beginsituatie) Omschrijving beginsituatie: Aandachtspunten i.v.m. deze les: - De leerlingen kregen reeds vier lessen over dit thema. - De leerlingen krijgen les in een school die gelegen is in een deelgemeente van Heist-op-den-Berg of in de buurgemeente Hulshout. - De leerlingen kunnen reeds verhalen gehoord hebben over de Kaasstrooimolen en Pandoerenhoeve van bijvoorbeeld grootouders. - De leerlingen kunnen de Pandoerenhoeve, Kaasstrooimolen en Bruggeneindse Goren al eens bezocht hebben. Hoe ga je er concreet rekening mee houden: - De leerkracht kan de vragen van de voorgaande les gebruiken wanneer de leerlingen sneller klaar zijn. Zo mogen ze een vraag kiezen en informatie opzoeken op een computer in de klas. Daarna kunnen zij eventueel de informatie kort vertellen aan de andere leerlingen. Deze vragen komen vanuit de leerlingen zelf na de inleidende les. - De leerkracht zorgt er voor dat de afbeeldingen (zie bijlage) in kleur in de hoeken liggen. Zo kunnen de leerlingen hier naar kijken wanneer ze werken met een zwart-wit werkbundel. - De leerkracht gebruikt dezelfde takenkaarten als tijdens de tweede les wereldoriëntatie van dit project. - De leerkracht gebruikt de afbeelding van de Zonnedauw die toegevoegd is bij het onderdeel Bezoek en tevens terug te vinden is in de uitleenkoffer. - De leerkracht zorgt dat de leerlingen een computer ter beschikking hebben. Vooral voor hoek 2 is dit van cruciaal belang om de opdrachten te maken. - De leerkracht plaatst de determinatietabel van vlinders bij hoek 1. (Deze is terug te vinden in de uitleenkoffer.) Doelen: Leerplan: VVKBaO Leerplan Wereldoriëntatie (2010) Leerplandoelen: Overkoepelende doelen - 0.5 Kinderen werken samen. P. 37 o Dat houdt in dat ze niemand uitsluiten, anderen helpen, afspraken binnen de groep naleven, overleggen over groepsopdrachten. - 0.6 Kinderen drukken zich zo verstaanbaar mogelijk uit en benoemen waar mogelijk de dingen correct. P. 37 Mens en natuur - 7.4 Kinderen zien in dat mensen, dieren en planten een grote verscheidenheid in kenmerken vertonen. P. 107 o Dat houdt in dat ze organismen uit hun omgeving op een eenvoudige wijze kunnen ordenen van uit de verscheidenheid van de kenmerken. - 7.5 Kinderen ontdekken dat er tussen mensen onderling, dieren onderling en planten onderling veel gelijkenissen bestaan. P. 107 o Dat houdt in dat ze basisbegrippen om de uitwendige bouw van een dier te beschrijven, correct kunnen hanteren: kop, buik, staart, veren, klauw, bek, o Dat houdt in dat ze basisbegrippen om de uitwendige bouw van een plant te beschrijven, correct hanteren: wortel, stengel, stam, blad, bloem, vrucht, zaad, - 7.6 Kinderen zien in dat mensen, dieren of planten op een eigen manier trachten in leven te blijven. P. 108 o Dat houdt in dat ze ontdekken dat groene planten zonder licht en water niet kunnen leven. Pagina 2

- 7.7 Kinderen zien in dat organismen aangepast zijn aan een leefwijze in een bepaald milieu. P. 108 o Dat houdt in dat ze ervaren en beseffen dat milieufactoren (vochtigheid, voedsel, bodemeigenschappen, lichtintensiteit, lucht en temperatuur) een invloed hebben op mensen, dieren en planten. o Dat houdt in dat ze bij organismen kenmerken kunnen aangeven waaruit blijkt dat ze aangepast zijn aan hun omgeving (bv. voor voeding, beschutting, verdediging en aan omgevingsinvloeden zoals vervuiling, seizoen, ) o Dat houdt in dat ze een verband kunnen leggen tussen de kenmerken van dier of plant en de leefwijze in een bepaald milieu. - 7.8 Kinderen ontdekken dat planten, dieren en mensen zich op een of andere manier voortplanten. o Dat houdt in dat ze vaststellen dat planten zich op verschillende manieren voorplanten (door middel van zaden, sporen, wortelstokken, door afleggen, scheuren, ). o Dat houdt in dat ze verwondering en bewondering tonen voor elke vorm van nieuw leven. - 7.9 Kinderen ontdekken en zien in dat elke mens, elk dier en elke plant een ontwikkeling doormaakt. o Dat houdt in dat ze beseffen dat een mens, een dier en een plant verschillende stadia doorloopt in wisselwerking met zijn omgeving. o Dat houdt in dat ze kenmerkende gedragingen en uiterlijk, eigen aan een stadium in een ontwikkeling, herkennen. o Dat houdt in dat ze stadia van ontwikkeling kunnen onderscheiden en chronologisch rangschikken. Lesdoelen: 1. De leerlingen kunnen 1 hectare omrekenen naar 10 000 m². 2. De leerlingen kunnen een aantal hectaren vergelijken met voetbalvelden als ze weten dat 1 hectare ongeveer 2 voetbalvelden groot is. 3. De leerlingen kunnen zich houden aan de afspraken tijdens het hoekenwerk in groep. 4. De leerlingen kunnen samen de opdrachten van elke hoek correct uitvoeren. 5. De leerlingen kunnen hun taak binnen de groep vervullen met behulp van hun takenkaart. 6. De leerlingen kunnen elkaar met respect aanspreken wanneer het gaat over het niet correct samenwerken en/of meewerken. Hoek 1: Insecten 7. De leerlingen kunnen de benaming van de vlinder bruin zandoogje achterhalen door correct gebruik te maken van de determinatietabel vlinders. 8. De leerlingen kunnen de cyclus van de vlinder correct aanvullen met de woorden: eitjes, rups, cocon en vlinder, door gebruik te maken van de tekst. 9. De leerlingen kunnen enkele delen van de vlinder correct noteren bij een afbeelding van een vlinder wanneer ze de kernwoorden krijgen. 10. De leerlingen kunnen enkele inhoudelijke vragen over de vlinder en de libel correct in groep beantwoorden door gebruik te maken van de bijhorende tekst. Hoek 2: Vogels 11. De leerlingen kunnen via een beschrijving van elke vogel de correcte benaming bij de afbeeldingen van de vogels (Buizerd, Boerenzwaluw, Ijsvogel, Sperwer en Grote Bonte Specht) noteren, waarbij ze gebruik maken van de afbeeldingen in kleur. 12. De leerlingen kunnen aandachtig luisteren naar de geluiden van de vogels: Buizerd, Boerenzwaluw, Ijsvogel, Sperwer en Grote Bonte Specht. 13. De leerlingen kunnen de schaduwen van de vogels (Buizerd, Boerenzwaluw, Ijsvogel, Sperwer en Grote Bonte Specht) correct verbinden met de naam van de vogels. Hoek 3: Varens 14. De leerlingen kunnen enkele foto s van varens correct beschrijven na het aandachtig bekijken van de foto s en het lezen van de tekst. 15. De leerlingen kunnen een blad van een varen correct vervolledigen door de structuur verder te zetten. 16. De leerlingen kunnen een meerkeuzevraag over de varen correct beantwoorden door het inzicht van symmetrie in het blad van de varen. Pagina 3

Hoek 4: Zomereik en zonnedauw 17. De leerlingen kunnen de tekst over de zomereik en de zonnedauw aandachtig lezen in groep. 18. De leerlingen kunnen met behulp van een determinatietabel (bomen) de afgebeelde bladeren behorend tot een boom benoemen door de naam van de boom te noteren. 19. De leerlingen kunnen twaalf opgegeven insectennamen vinden in een woordzoeker. Controle 20. De leerlingen kunnen hun werkbundel correct verbeteren met een verbetersleutel. Evaluatie doelen (in te vullen na de lesuitvoering): Pagina 4

Oriëntatiefase 15 1 2 Motivatie De Bruggeneindse Goren Vlakbij de Pandoerenhoeve en Kaasstrooimolen ligt de Bruggeneindse Goren. Dit is een restant van het grote Goorheyde van 1750. Het was een heel groot heidegebied waarin veel planten, dieren, voorkwamen. Het was gigantisch, zo n 1000 hectare groot. Motivatie Onderwijsleergesprek lkr: Vlakbij de Pandoerenhoeve en Kaasstrooimolen ligt de Bruggeneindse Goren. Dit is een restant van het grote Goorheyde van 1750. Het was een heel groot heidegebied waarin veel planten, dieren, voorkwamen. Het was gigantisch, zo n 1000 hectare groot. 1 hectare = 10 000 m² 1 hectare kan je vergelijken met 2 voetbalvelden. 1000 hectare = 10 000 000 m² 1000 hectare kan je vergelijken met 2000 voetbalvelden. lkr: Dit was een heel groot gebied. Kan je je dit voorstellen? 1 hectare kan je vergelijken met 2 voetbalvelden. Kan je berekenen hoeveel voetbalvelden dit dan zijn? lln berekenen. lkr: Dus 1000 hectare zijn 2000 voetbalvelden. De laatste 200 jaar is dit grote natuurgebied verdwenen en blijft maar een klein stukje over. Vandaag kan je op zo n 100 hectare nog een gebied terugvinden met ruige weilanden, natte weilanden, bosjes, houtkanten en beken. Op verschillende plaatsen komt er echter landbouw in de plaats en wordt het natuurgebied verkleind. De Bruggeneindse Goren bestaan echter nog altijd. Hier kan je uitzonderlijke planten en dieren terugvinden. lkr: De laatste 200 jaar is dit grote natuurgebied verdwenen en blijft maar een klein stukje over. Vandaag kan je op zo n 100 hectare nog een gebied terugvinden met ruige weilanden, natte weilanden, bosjes, houtkanten en beken. Op verschillende plaatsen komt er echter landbouw in de plaats en wordt het natuurgebied verkleind. De Bruggeneindse Goren bestaan echter nog altijd. Hier kan je uitzonderlijke planten en dieren terugvinden. lkr: Van de 2000 voetbalvelden natuur van vroeger blijven dus nog maar 200 voetbalvelden over. We zijn dus heel veel mooie natuur verloren doorheen de jaren. Pagina 5

Toen in 1970 de zeldzame plant zonnedauw werd ontdekt in de Bruggeneindse Goren, werd besloten om dit stukje natuurgebied te maken. Vandaag beheert Natuurpunt zo n 10 hectare (20 voetbalvelden groot) natuurgebied nabij de Kaasstrooimolen. lkr: Toen in 1970 de zeldzame plant zonnedauw werd ontdekt in de Bruggeneindse Goren, werd besloten om dit stukje natuurgebied te maken. Vandaag beheert Natuurpunt zo n 10 hectare (20 voetbalvelden groot) natuurgebied nabij de Kaasstrooimolen. Heden: nog 10 hectare natuurgebied 10 hectare kan je vergelijken met 20 voetbalvelden. lkr toont een foto van de zonnedauw. Zonnedauw Leerfase Fase 1 10 3 4 5 6 Organisatie 4 hoeken: - Insecten, waaronder vlinders - Vogels - Varens - Zomereik en zonnedauw De planten en dieren die terug te vinden zijn in de Bruggeneindse Goren komen aan bod. Organisatie Hoekenwerk: Informatie werking lkr: Omdat de natuur dus dichtbij de Pandoerenhoeve en Kaasstrooimolen ook terug te vinden is en dit landschap ook behoort tot ons erfgoed, werken we vandaag rond de natuur. We gaan dit doen in een hoekenwerk met vier hoeken: Insecten waaronder vlinders, vogels, varens en zomereik en zonnedauw. Je leert wel welke planten en dieren je misschien tijdens het bezoek kan zien en ontdekken. Pagina 6

Informatie - 15 minuten per hoek - Timer om de beschikbare tijd te tonen - Takenkaartjes voor de leerlingen - Takenkaarten om op het bord te hangen ter ondersteuning - Werkbundel invullen en vragen beantwoorden lkr: Ik verdeel jullie in 4 groepen. Je krijgt per hoek 15 minuten om met je groepje te werken. Ik plaats vooraan een timer zodat je weet hoeveel tijd je nog hebt. Je krijgt ook tijdens dit werk de takenkaartjes zodat iedereen een taak heeft en het hoekenwerk vlot verloopt. Je noteert allemaal de antwoorden. Taakverdeling - Materiaal-baas Je let goed op welke materialen jullie nodig hebben en waar je ze kan halen. Als tijdens het werk nog materiaal nodig is, mag alleen jij dat gaan halen. Als het werk klaar is, ruim je de materialen die jullie hebben gebruikt op. - Stilte-kapitein Je houdt in de gaten of je groepsgenoten niet te hard praten. Als de groep te hard praat, zeg je bijvoorbeeld: 'We moeten iets zachter praten. Als jouw groep last heeft van een andere groep mag jij hen waarschuwen en vragen wat zachter te doen. - Tijd-bewaker Je zorgt ervoor dat je de klok kan zien. Je vertelt aan het begin van de opdracht hoeveel tijd jullie hiervoor hebben. Wanneer de groep erg lang bij een vraag blijft hangen, waarschuw je, bijvoorbeeld door te zeggen: We moeten aan de volgende vraag beginnen, anders krijgen we het niet af. Af en toe vertel je je groep hoeveel tijd er nog over is. Je geeft aan wanneer de tijd bijna voorbij is en wanneer jullie echt moeten stoppen. lkr verdeelt de klas in 4 groepen. (Indien nodig kan de leerkracht een hoek dubbel maken zodat de groepen kleiner zijn) lkr deelt de takenkaartjes uit. lkr hangt de grote takenkaarten met informatie aan het bord. lkr deelt de werkbundels uit. lkr zet de timer op. lkr begeleidt de groepen waar nodig. lln lezen hun taak op het takenkaartje. lln plaatsen zich aan een hoek en gaan samen aan de slag met de opdrachten en het materiaal dat ter beschikking is. lkr begeleidt. - Taak-kapitein Je zorgt ervoor dat iedereen bij de groep blijft en dat niemand wegloopt. Wanneer iemand in de groep over andere dingen praat dan de taak zeg je: We moeten verder werken aan de taak. Wanneer de groep niet meer geconcentreerd is, zeg je: Kom op, als iedereen meedenkt, lukt het wel. Pagina 7

- Aanmoediger Moedig je groep aan voordat jullie aan het werk gaan. Dit kan bijvoorbeeld door: 'Kom op jongens, we gaan aan de slag! Wanneer iemand even vastzit, zeg je bijvoorbeeld: 'Kom op, je kan het wel.' Wanneer je groep de opdracht moeilijk vindt, zeg je bijvoorbeeld: 'We kunnen het wel, even goed nadenken.' Fase 2 15 7 8 9 10 Hoek 1: Insecten 1 Hieronder zie je foto s van een vlinder die vaak te zien is in Heist-op-den-Berg. Zoek met behulp van de determinatietabel de juiste benaming van deze vlinder. Je vindt de foto s ook terug in je hoek. Kijk goed en volg de determinatietabel. Begin bij START. Hoekenwerk: Hoek 1: Insecten lln plaatsen zich in de hoek met hun groepje. lln nemen de werkbundel van de hoek. lln lezen de teksten en opdrachten in de werkbundel. lln voeren samen de opdrachten uit en vullen de werkbundel in. lln gebruiken het nodige materiaal om de opdrachten uit te voeren. lkr begeleidt en helpt waar nodig. lkr geeft de tijd regelmatig aan of toont een timer. De benaming van deze vlinder is: Bruin zandoogje 2 Lees hieronder de tekst over de cyclus van de vlinder. Een vlinder gaat op zoek naar nectar in bloemen, sap van zacht rottend fruit, urine en mest van dieren. De vrouwtjes vliegen ook rond om hun eitjes op een plant te plaatsen. Ze zoekt hierbij naar een plaats laag in het gras. De mannetjes bakenen dan weer hun territorium af en gaan op zoek naar vrouwtjes. Pagina 8

De eitjes ontwikkelen verder tot rupsen. Na ongeveer 14 tot 30 dagen kruipen de rupsen uit de eitjes. Wanneer het warm is, eet de rups zich dik. Zo wordt hij groter en groter en moet hij een paar keer vervellen. Als hij uitgegroeid is, vervelt de rups nog één keer, maar deze keer wordt zijn nieuwe huid heel hard. Nu heet hij geen rups meer, maar pop. Hangend aan een tak maakt de pop grote veranderingen door. Langzaamaan verandert hij in een vlinder. De pop blijft ongeveer 14 tot 30 dagen hangen. Eenmaal uit de cocon slaat de vlinder zijn vleugels uit om die in de zon te laten drogen. Na een uur zijn die droog en kan hij wegvliegen. 3 Vul nu het schema van de ontwikkeling van de vlinder aan op de volgende pagina. Kijk goed naar de prenten en schrijf de juiste benamingen op. Ontwikkeling van een vlinder Pagina 9

4 Plaats de juiste benaming bij de delen van de vlinder. Maak gebruik van de volgende kernwoorden: antenne, borststuk, achterlijf, voorvleugel, kop, achtervleugel. 5 Lees de volgende tekstjes en vul de vragen met je groepje aan. Een vlinder heeft twee paar vleugels die bedekt zijn met hele kleine, gekleurde schubben. Hij heeft ook drie paar pootjes, twee ogen en twee voelsprieten. Zijn mond heeft een zuigsnuit die als een spiraal opgerold zit. De vlinder rolt zijn snuit uit om de nectar van de bloemen op te snuiven. Dit is dan ook zijn lievelingseten. De lengte van de zuigsnuit verschilt van soort tot soort. In de Bruggeneindse Goren komen ook Libellen voor. Een libel is een insect dat heel snel met zijn vleugels kan klapperen. Hij heeft sterke spieren en kan tot wel 70 km/uur vliegen. Hij kan omhoog, omlaag, ter plaatse blijven hangen, onverwachte hoeken en bochten maken op zijn zoektocht naar voedsel. Muggen zijn dan ook het lievelingseten van de libel. Pagina 10

De libel heeft enorme ogen. Hiermee kan hij naar alle kanten kijken. Hij kan ook zijn kop nog draaien en kan zo de vogels die op hem jagen zien komen. Bij ons zijn de libellen ongeveer 4 cm groot, maar in Zuid-Amerika kunnen ze tot 12 cm groot worden. Hoeveel vleugels heeft een vlinder? 4 Wat eet een vlinder het liefst? Nectar Hoe snel kunnen libellen vliegen? Tot 70 km/uur Hoe groot zijn de libellen die wij in de Bruggeneindse Goren kunnen zien? Tot 4 cm groot Pagina 11

Fase 3 15 11 12 13 Hoek 2: Vogels Hoek 2: Vogels 1 Bij een uitstap naar de Bruggeneindse Goren kan je deze vogels misschien zien. Noteer de juiste naam bij de foto s door de tekstjes goed te lezen. Hoekenwerk: Hoek 2: Vogels lln plaatsen zich in de hoek met hun groepje. lln nemen de werkbundel van de hoek. lln lezen de teksten en opdrachten in de werkbundel. lln voeren samen de opdrachten uit en vullen de werkbundel in. lln gebruiken het nodige materiaal om de opdrachten uit te voeren. lkr begeleidt en helpt waar nodig. lkr geeft de tijd regelmatig aan of toont een timer. Boerenzwaluw Ijsvogel Pagina 12

Grote Bonte Specht Buizerd Sperwer De buizerd is meestal bruin met kleine witte vlekken. Wanneer hij vliegt, kan je hem herkennen aan zijn hoekige vleugels, korte hals en korte staart. De buizerd is een roofvogel. Hij cirkelt, vooral op warme dagen, hoog in de lucht. Zo zoekt hij naar muizen, konijnen en andere kleine dieren om op te eten. Pagina 13

In de lente komen de boerenzwaluwen terug uit Afrika. Daar brengen ze de winter door omdat het er warmer is dan in Europa en ze er dus heerlijke insecten vinden. Wanneer het hier opnieuw warmer wordt, kan je ze terugvinden in de omgeving van boerderijen en stallen. Het vee, zoals paarden en koeien, is voor hen van belang. Door dit vee is er voldoende voedsel aanwezig voor de boerenzwaluw. Ze vangen de vliegen en peuzelen ze gretig op. In de Bruggeneindse Goren staat een schapenstal waar ze broeden. De boerenzwaluw kan je herkennen aan zijn gevorkte staart met zeer lange buitenste staartpennen. De sperwer is een kleine, snelle roofvogel. Zijn ogen hebben een gele rand. Dit valt sterk op waardoor je hem snel herkent. Hij heeft grote bruine vleugels. Zijn borst is gevlekt en voornamelijk wit en bruin. De grote bonte specht kan je horen kloppen op een boomstam. Hij kan tot 10 keer per seconde met zijn snavel tegen een boom tikken. Zo zoekt hij voedsel of maakt hij een nestholte. Zijn hoofd is aangepast waardoor hij geen koppijn krijgt van het vele tikken. De specht eet de insecten op die tussen en achter de schors van bomen leven. Hij kan ook roepen. Dit lijkt op een heksachtige lach, vandaar zegt men dat een specht lacht. Je herkent hem makkelijk aan zijn zwarte, rode en witte kleur. De ijsvogel is klein maar valt toch op in de natuur. Hij heeft een blauwe bovenzijde en oranje onderzijde. Zijn staart en pootjes zijn zeer kort. Hij heeft een grote kop met grote ogen en een snavel in de vorm van een dolk. Deze snavel gebruikt hij om vissen te vangen. Pagina 14

2 Beluister op de volgende links de geluiden van deze 5 vogels. Druk op om het geluid te beluisteren. Herken je de geluiden? Let goed op en luister meer dan één keer. Zo herken je de geluiden van deze vogels tijdens het bezoek aan de Pandoerenhoeve en Kaasstrooimolen. Bekijk ook goed de foto s. Buizerd: http://www.vogelvisie.nl/soort/buizerd.php Boerenzwaluw: http://www.vogelvisie.nl/soort/boerenzwaluw.php Sperwer: http://www.vogelvisie.nl/soort/sperwer.php Grote bonte specht: http://www.vogelvisie.nl/soort/grote_bonte_specht.ph p Ijsvogel: http://www.vogelvisie.nl/soort/ijsvogel.php 3 Herken je de vogels? Verbind de vogel met de naam. Pagina 15

Fase 4 15 14 15 16 Hoek 3: Varens Varens zijn planten met mooie, diepe ingesneden bladeren die nooit bloeien. Ze hebben geen bloemen, vruchten of zaden. Om zich voort te planten gebruiken ze een fijn soort stof (sporen). Varens houden van vocht en schaduw. Je vindt ze hierdoor vaak in het bos, tegen oude muren of in holtes. Ze hebben niet veel aarde nodig om wortel te schieten. Varens worden ook in potten gekweekt. Zo zetten sommige mensen deze in hun huis, maar dan hebben de varens last van de warmte. Water geven is dus de boodschap. Hoekenwerk: Hoek 3: Varens lln plaatsen zich in de hoek met hun groepje. lln nemen de werkbundel van de hoek. lln lezen de teksten en opdrachten in de werkbundel. lln voeren samen de opdrachten uit en vullen de werkbundel in. lln gebruiken het nodige materiaal om de opdrachten uit te voeren. lkr begeleidt en helpt waar nodig. lkr geeft de tijd regelmatig aan of toont een timer. Je kan varens herkennen aan de blaadjes zoals op de afbeelding, maar ook kan je opgerolde uiteinden van een varenblad zien. Varenbladeren zitten in de winter opgerold in de grond. Ze wachten op het voorjaar. Dan schieten ze omhoog en beginnen ze zich langzaam te ontrollen. Varens kan je bovendien terugvinden in verschillende vormen en kleuren. Weetje: Sommige varens planten zich in hun eentje voort. Ze hebben knoppen op hun bladeren waar jonge plantjes uit groeien. Deze vallen na een tijdje van de plant en groeien daarna verder op en in de grond. Pagina 16

1 Bekijk de onderstaande foto s aandachtig. 2 Omschrijf de kenmerken van de varen hieronder. Vermeld de kleur, de vorm, de structuur, De varen is groen, soms bruinachtig. De blaadjes zijn eerst opgerold en daarna veerachtig. Ze lijken een groot blad dat bestaat uit meerdere kleine blaadjes. Pagina 17

3 Maak het blad van de varen compleet. 4 In dit blad kan je een wiskundig systeem terugvinden. Welk? Duid aan. o Een wortel o Symmetrie o Een hoek van 90 4 In de Bruggeneindse Goren kan je de Koningsvaren terugvinden. Deze behoort tot de familie van de varens maar ziet er een beetje anders uit. Kijk maar. Pagina 18

De plant is licht- of geelgroen. Hij kan tot 3 m hoog en tot honderd jaar oud worden in goede grond. Vaak vind je ze terug in de schaduw. De blaadjes zijn gladder dan de meeste varens. Weetje: In warme vochtige landen kunnen varens goed groeien. Sommige lijken op bomen. Ze kunnen tot 20 meter hoog worden en hebben een enorme houtige stengel zo dik als een stam. Bovenaan groeien grote bladeren als een parasol. Fase 5 15 17 18 19 Hoek 4: Bomen en planten In de Bruggeneindse Goren kan je vooral de zomereik terugvinden. Dit is geen typische heideplant maar toch wil Natuurpunt deze prachtige bomen hier behouden. Zo is er een grote weide omzoomd met zomereiken. Dit betekent dat je rondom de weide zomereiken ziet staan. Hoekenwerk: Hoek 4: Bomen en planten lln plaatsen zich in de hoek met hun groepje. lln nemen de werkbundel van de hoek. lln lezen de teksten en opdrachten in de werkbundel. lln voeren samen de opdrachten uit en vullen de werkbundel in. lln gebruiken het nodige materiaal om de opdrachten uit te voeren. Eiken kunnen duizend jaar oud worden. In hun buurt vind je eikels, hun vruchten. Een eikel is een droge vrucht, net als een noot. Het heeft een bolle en ovale vorm en zit in een soort breed, klein schaaltje dat aan de takken van de boom vastzit met een steeltje. Soms zitten er meer eikels aan één stengel. lkr begeleidt en helpt waar nodig. lkr geeft de tijd regelmatig aan of toont een timer. Er bestaan 600 soorten eikenbomen. Elke soort heeft zijn eigen soort eikels. Sommige eikenbomen kunnen wel tot 50 meter hoog worden, dat is hoger dan een flatgebouw van 6 verdiepingen. Pagina 19

1 Neem een determinatietabel. Zoek de namen van de onderstaande bladeren. Begin bij START. Noteer de namen onder de bladeren. Kleur nadien de kader van de zomereik geel. Paardekastanje Zomereik Hazelaar Weetje Een Vlaamse gaai verstopt eikels in de grond om deze in de winter op te eten. Maar soms is hij verstrooid en vind de eikels niet terug. Zo kunnen de eikels uitgroeien tot nieuwe eikenbomen. Pagina 20

Bestaan er vleesetende planten? Je weet dat dieren vaak planten eten. Maar stel je eens voor dat planten op hun beurt dieren kunnen opeten! Je noemt ze vleesetende planten. Ze zijn slim en hebben verschillende manieren bedacht om insecten te vangen. De zonnedauw is een voorbeeld van een vleesetende plant. Deze kan je terugvinden in de Bruggeneindse Goren. De zonnedauw is bedekt met een kleefstof. Wanneer een vliegje hierop gaat zitten, kleeft het vast. De tentakels van de zonnedauw sluiten zich en de plant eet het vliegje op. Pagina 21

Het menu van vleesetende planten Er zijn twaalf insectennamen verstopt in het letterbord. Je kan ze horizontaal en verticaal zoeken. BIJ KAKKERLAK HOMMEL LIEVEHEERSBEESTJE MIER KREKEL WESP MEIKEVER MUG BLADLUIS VLO DAASVLIEG Pagina 22

Controlefase en/of slot 5 20 Controle Controle met verbetersleutel door de kinderen Na elke hoek Of bij te weinig tijd: op het einde van het hoekenwerk Controle door de leerkracht Na de les Controle Wanneer de lln klaar zijn met het maken van de opdrachten van een hoek, verbeteren ze de opdrachten met een verbetersleutel. Zo kunnen ze hun fouten bekijken en rechtzetten met rood. Wanneer de lln nog niet voldoende tijd hadden om de antwoorden te controleren, controleren ze aan het einde van de les de opdrachten van elke hoek met een verbetersleutel. lkr controleert nadien nogmaals of de leerlingen goed nakeken. Pagina 23