stichting bouwresearch Aanbesteden op basis van het prestatiebeginsel Evaluatie van een experimentele toepassing
Colofon Auteur: Ir. H.A.L. Boonekamp, PRe Bouwcentrum, Bodegraven Projectmanager: Ir. G.J.M. Mars, Stichting Bouwresearch, Rotterdam Artikelnummer: 409.97
Aanbesteden op basis van het prestatiebeginsel Evaluatie van een experimentele toepassing
DOELSTELLING STICHTING BOUWRESEARCH Stichting Bouwresearch (SBR) verleent de bouwnijverheid hulp bij het voorkomen en oplossen van knelpunten bij toepassing van nieuwe inzichten en ontwikkelingen gericht op de verbetering van kwaliteit, productiviteit, arbeidsomstandigheden en zorg voor de werkgelegenheid. Belangrijke doelstellingen zijn: Het verzamelen van knelpunten en het waarnemen van relevante ontwikkelingen voor de bouwnijverheid; Het stimuleren van de coördinatie van de programmering van onderzoek; Het leiding gevenaan onderzoekprojecten; Het verspreiden en uitdragen van de resultaten naar alle geledingen van de bedrijfstak. De Stichting en degenen die aan dit product hebben meegewerkt hebben een zo groot mogelijke zorgvuldigheid betracht bij het verwerken - naar de laatste inzichten - van de opgenomen gegevens. De mogelijkheid dat zich desondanks toch onjuistheden en / of onvolkomenheden kunnen voordoen, kan niet worden uitgesloten. De gebruiker van het product aanvaardt daarvoor het risico. De Stichting sluit, mede ten behoeve van degenen die aan dit product hebben meegewerkt, iedere aansprakelijkheid uit voor schade die mocht voortvloeien uit het gebruik van informatie uit dit product. Stichting Bouwresearch. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, getransformeerd tot software, of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel16b Auteurswet 1912 in verbinding met het Besluit van 23 augustus 1985, Stb. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stiching Reprorecht (Postbus 882, 1180 AW Amstelveen). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient u zich te richten tot: Stiching Bouwresearch, Postbus 1819, 3000 BV Rotterdam. No part of this book maybe reproduced in any form by print, photoprint, microfilm, stored in a database or retrieval system, or any other means without written permission from the Stichting Bouwresearch.
INHOUDSOPGAVE woord vooraf 1. Inleiding 2. Het bouwproces volgens het prestatie beginsel 2.1 Het prestatiebeginsel 2.2 Het prestatieconcept volgens SBR-publicatie 296A 2.3 De organisatie van het bouwproces 3. Het experiment 3.1 Projectinformatie 3.2 De complexiteit van het project 3.3 De organisatie van het voorbereidingsproces 4. Belangrijkste ervaringen 4.1 Contracten met de architect en de adviseurs 4.2 De programmering 4.3 De ontwikkeling van het ontwerp 4.4 De ontwikkeling van het prestatiebestek 4.5 De ontwikkeling van de aanbieding 4.6 De selectie 4.7 De contractvorming 5. Bevindingen van betrokkenen 5.1 De opdrachtgever 5.2 Het projectmanagementbureau 5.3 Het ontwerpbureau 5.4 De aanbiedende bouwbedrijven 6. De lessen uit het experiment 6.1 De rol van de architect en de adviseurs 6.2 Moment van aanbesteden 6.3 De vraagspecificatie 6.4 De aanbodspecificatie 6.5 De aanbestedingsprocedure 5 7 9 9 9 10 14 15 15 15 17 17 17 18 18 18 19 19 21 21 21 22 23 25 25 25 26 27 28 Bijlage 1 Pilotproject prestatieconcept regio Politiekentoor 29 Nijmegen r..!_l..! D_... _..... 3
4
Woord vooraf Om de toepassing van de prestatiegerichte benadering als afstemming tussen vraag en aanbod, voor bouwprojecten te bevorderen, heeft SBR de afgelopen jaren diverse instrumenten op de markt gebracht. Het laatste was SBR 296 "Het prestatieconcept, leidraad voor het opstellen van aanbodspecificaties". Omdat de prestatiegerichte aanpak betrekkelijk nieuw is was SBR bijzonder verheugd dat VGBouw en G&P / Starke Diekstra projectmanagers, zich hebben ingespannen een pilot project te vinden om SBR 296 in de bouwpraktijk te toetsen. Het is geworden de nieuwe huisvesting voor de Regiopolitie Gelderland-Zuid te Nijmegen. Het pilot project heeft aangetoond dat theorie en praktijk zich niet altijd met elkaar verhouden, soms zelfs aanleiding kunnen zijn voor een moeizaam lopend proces. Voor een deel heeft dat ook te maken met het project zelf, onbekendheid van projectpartners met het prestatiegerichte denken en gewenning aan hun nieuwe rollen in dat proces. Echter ook dat zijn belangrijke onderdelen van het leerproces uit een pilot project. Er kan daarom toch gesproken worden van een geslaagd experiment. Met deze handleiding wil SBR de bouw over het proces, hoe de verschillende projectpartners hun positie en functies in dit proces hebben ervaren en op welke wijze zij daaraan invulling hebben gegeven. Opdrachtgevers, maar ook bouwpartners die volgens die volgens de prestatiebenadering willen gaan werken, kunnen hiermee uitstekend hun voordeel doen. De handleiding wordt besloten met het beschrijven van de geleerde lessen. Lessen die voor een groot deel algemeen van toepassing kunnen worden verklaard voor projecten waarbij de prestatiebenadering voorop staat. Voor SBR zijn de lessen voldoende aanleiding om SBR 296 grondig te gaan herzien. SBR dankt de initiatiefnemers en deelnemende partijen, in het bijzonder de opdrachtgever, voor de geleverde inspanningen bij dit pilot project. Allen hebben belangrijk bijgedragen aan verbreding van de kennis en inzichten omtrent de proces- en projectgerichte aspecten van de prestatiebenadering. Dat leidt tot verdere optimalisatie met als uiteindelijk doel een betere prijs/kwaliteitsverhouding van het bouwproduct. Stichting Bouwresearch, Rotterdam, juni 1997 5
6
1. Inleiding,.l. Sinds eind jaren tachtig geniet het prestatiedenken toenemende belangstelling in de bouw. Naast de invoering ervan in de bouwregelgeving zijn er ook initiatieven genomen voor toepassingen van het prestatiebeginsel bij bouwprojecten. De belangrijkste daarvan is het op de markt plaatsen van huisvestingsprojecten door de Rijksgebouwendienst op basis van een prestatiecontract. De ontwikkeling van het prestatieconcept is opgepakt door Stichting Bouwresearch. Beide initiatieven zijn mede gedragen door een drietal, zich onderling versterkende, trends, zoals; het veranderende opdrachtgeversschap, de toenemende vraag naar kwaliteitsborging en de specialisatie binnen de bouwkolom. Opdrachtgevers vragen passende huisvesting. Naarmate deze beter aansluit op de behoefte van de organisatie, zal die organisatie beter presteren. De opdrachtgevers vragen dan ook steeds vaker om huisvestingsprestaties en zijn minder geiilteresseerd in de wijze waarop die huisvesting tot stand komt. Het prestatiecontract van de Rijksgebouwendienst is daarvan een prominent voorbeeld. Op basis van verlangende prestaties wordt de huisvestingsvraag in de markt gezet. Typerend hierbij is dat de contractpartij een resultaatsverplichting aangaat in plaats van een inspanningsverplichting om het bouwwerk uit te voeren. Het zal duidelijk zijn dat er bij een dergelijke werkwijze een verschuiving van de risico's plaatsvindt. Het ontwikkelings- en het kwaliteitsrisico komen bij de bouwer te liggen. Om deze risico's beheersbaar te maken, wordt kwaliteitsborging steeds belangrijker. Specialisatie heeft tot gevolg dat de deskundigheid op een specifiek gebied aanwezig is. Om die te benutten, kan de vraag beter in prestatie-eisen worden gesteld. De specialist krijgt daardoor de maximale ruimte om zijn technologische kennis uit te nutten en daarmee concurrerend te zijn. Hiermee zal de aansprakelijkheid voor de technische kwaliteit komen te liggen bij de partij die het product ontwikkeld heeft. Het door Stichting Bouwresearch ontwikkelde prestatieconcept dateert van 1993 en is neergelegd in de publicaties 296 'Prestatieconcept; leidraad voor het opstellen van aanbodspecificaties' en 296A 'Het prestatieconcept; een nieuwe samenwerkingsvorm in de bouw'. Het concept gaat uit van ontwerpspecialisaties en uitvoeringstechnische specialisaties. De opdrachtgever heeft de verantwoordelijkheid voor het conceptuele ontwerp waarvoor hij een architect inhuurt. De verantwoordelijkheid voor de materialisatie van dat ontwerp ligt bij het bouwbedrijf en de toeleveranciers. Hoewel de marktpartijen destijds nauw betrokken waren bij de ontwikkeling van het concept, hield dit nog niet in dat er sprake was van een uitontwikkelde werkwijze. De theorie zou zich in de praktijk moeten bewijzen. Derhalve was er behoefte aan experimentele toepassingen. Zo'n experiment heeft plaatsgevonden bij de ontwikkeling van de nieuwe huisvesting voor de Regionale Politie Gelderland-Zuid te Nijmegen. In deze handleiding zijn de bevindingen met het prestatieconcept neergelegd vanaf het voorbereidingsproces tot en met de aanbesteding. In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het prestatieconcept beknopt weergegeven. Vervolgens is in hoofdstuk 3 het experiment beschreven, in hoofdstuk 4 de belangrijkste ervaringen en zijn in hoofdstuk 5 de bevindingen van de betrokkenen opgetekend. Tenslotte zijn in hoofdstuk 6 conclusies en lessen geformuleerd. 7
8