IN DE LATE MIDDELEEUWEN

Vergelijkbare documenten
LEZEN. Terpentijd

Tijd van monniken en ridders ( ) 3.1 Leenheren en leenmannen ( ) ( ) Plundering Rome door Alarik in 410, tekening uit de 20 e eeuw

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken?

Tijd van monniken en ridders ( ) 3.2 Hofstelsel en horigen. ( )

Tijd van monniken en ridders ( ) 3.1 Leenheren en leenmannen ( ) ( ) Plundering Rome door Alarik in 410, tekening uit de 20 e eeuw

Het begin van staatsvorming en centralisatie. Onderzoeksvraag; Hoe vond de staatsvorming van Engeland, Frankrijk en het hertogdom Bourgondië plaats?

Deze (autarkisch agrarische samenleving) veranderde in de tijd van steden en staten (11 e en 12 e eeuw).wat waren de Oorzaken?

HC Stedelijke Dynamiek in de Lage Landen ( )

Project lj1 Adaptability

Project lj1 Adaptability

Toetsvragen Geschiedenis Toelatingstoets Pabo. Tijdvak 3 Toetsvragen

5,1. Samenvatting door Anoniem 686 woorden 2 maart keer beoordeeld. Geschiedenis. Hoofdstuk 3 De tijd van monniken en ridders.

Afb Ingekleurde kaart van de zeven provinciën, naar een gravure van Jan Janssonius, Belgii Foederati nova descriptio (1658).

Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen

Info plus Het leenstelsel

Tijd van jagers en boeren? 3000 v. Chr. Prehistorie. Kenmerkende aspecten. Begrippen

Rosita Autar 1. De doodslag op Aloud van Yrseke. Inleiding

Amersfoort. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van de steden. Voorbeeld van stadsrechten

De Kapelle van Haskerdijken

Ontstaan van de Gouden Eeuw ( )

Paragraaf 1 t/m 13 6/7 en 11 minder belangrijk. Hoofdstuk 3: De Middeleeuwen

CULTUURHISTORISCHE LANDSCHAPSINVENTARISATIE GEMEENTE BREDA IV RELICTEN VAN HET HISTORISCHE LANDSCHAP

Tijd van regenten en vorsten Wie heeft de macht? Deel 2. Wie hadden in de Republiek, in Frankrijk en in Engeland de politieke macht?

Staatsvorming hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 6

Over de kerk van Marum

Dagboek Sebastiaan Matte

TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES

De Republiek in een tijd van vorsten, Kennistoets bij hoofdstuk 3 Havo

Werkstuk Geschiedenis Frankrijk in de tijd van het absolutisme

De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.!

Lodewijk XIII van Frankrijk: Fontainebleau, 27 september Saint-Germain-en-Laye, 14 mei 1643

Examen Geschiedenis. Geef de 7 tijdsvakken: Mintiens Quintin

Het territorium Urk; van Almere naar Zuiderzee. Een reconstructie van het gebied tussen 800 en (Anne Post versie )

Oudenburg in het Brugse Ommeland

Inventaris van het archief. van het Gerechtsbestuur. Nederlangbroek, (1553, z.j.)

[ 10 ] DE MACHT VAN KERK EN KONING

Stedelijke burgerij hv123. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

BIJLAGE 1 BEELD BEZOEK DE KERK in Ede

H6 Middeleeuwse stad

Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt

Tijdvakken en kenmerkende aspecten.

geheimzinnige, waterlopen. Deze deels onbekende waterwegen worden weer zichtbaar en bruikbaar voor de kleinere recreatievaart.

GESCHIEDENIS SO3 TV

Ridder Hendrik van Norch en familie.

Tijd van pruiken en revoluties

Eindexamen geschiedenis vwo II

Samenvatting Geschiedenis Tijd van steden en staten: kern, perspectief en kenmerkende aspecten

Jullie groepje gaat onderzoek doen naar de Grote of Sint Maartenkerk bij jullie in het dorp. Deze kerk staat bovenop de terp.

Tijd van steden en staten (late middeleeuwen)

Paragraaf 1: Griekse beschaving - TL 1

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 4

GROTE-LIJN-OVERZICHT VAN TIJDVAKKEN BEHANDELD IN LEERJAAR 1

NEDERLAND IN DE 16e EEUW

Ruimtelijke kwaliteit in cultuurhistorisch perspectief. Masterclass Schipborg 21 juni 2011

G E S C H I E D E N I S - A A N T E K E N I N G E N H 1 / 2 / 3

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2

Naam: FLORIS DE VIJFDE

Limburg tussen staf en troon 1000 jaar graafschap Loon. les 1: Wie waren de graven van Loon

Naam: VAN WILLIBRORD tot Statenbijbel

Oefenexamen II vwo De Republiek in een tijd van vorsten,

GEHEUGENSPOOR. Een schetsontwerp voor kunst rond het knooppunt N242/N241. van beeldend kunstenaar PAUL DE KORT in samenwerking met

Geschiedenis van Suriname : Suriname van Engelse naar Nederlandse landbouwkolonie

Tijdlijn van het oude Israël v.chr. tot 400 v. Chr.

Holland 1000 jaar geleden. Meer weten? Klik hier

1. Het begrip kan weg, omdat de overgebleven begrippen. Het begrip kan ook weg, omdat de overgebleven begrippen

De wapenschilden van Cuijk en Grave

GEHEUGENSPOOR In opdracht van de provincie Noord-Holland In samenwerking met Cultuurcompagnie Noord-Holland

Geachte voorzitter Flierman, beste familieleden, geachte burgemeester, geacht College van Bestuur, geachte aanwezigen,

Gerechtsbestuur Overlangbroek H.J. Postema Maart 2014

Kastelen in Nederland

Nieuwsbrief 1 maart 2012

3. Door de kruistochten werden de wegen naar het Oosten weer bekend en werd

Eindexamen vwo Nederlands II

Noord-Nederlandse gewesten. Smeekschift

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 3

Inhoud. Thema 5.1 Jagers en boeren 3. Thema 5.2 Grieken en Romeinen 6. Thema 5.3 Monniken en ridders 9. Thema 5.4 Steden en staten 12.

INLEIDING 01 JULI

Sloten. Bron:

Lichaam, eer en recht in middeleeuws Friesland

BOERMARKEN IN DRENTHE

Eén Korea, twee landen

4 OKTOBER FEESTDAG FRANCISCUS HET HART VAN DE VREDESWEEK

1. In historisch perspectief

De Tien Tijdvakken. Tijd van de jagers en boeren, tot 3000 v.c.

heel veel was er nodig.

Ruim tweeëneenhalf jaar geleden nam mijn voorganger Léon Frissen afscheid met een Rijnlandlezing.

Vlag Bellingwedde. Wapen Bellingwolde. Wapen Wedde

Samenvatting geschiedenis H2 wetenschappelijke revolutie, verlichting en Franse Revolutie 2tm5 2 De verlichting De samenleving wetenschappelijk

Katholiek Vrouwengilde (KVG) Friesland

Eindexamen geschiedenis havo II

Transcriptie:

[ 16 ] WELVAART EN STAGNATIE Paul Naamen IN DE LATE MIDDELEEUWEN De maatschappelijke ontwikkeling in het laatmiddeleeuwse Friesland vertoont een opvallende paradox. Economisch gezien bleef Friesland een gewest dat, vergeleken bij andere streken, relatief rijk was. In bestuurlijk opzicht trad er echter een stagnatie op die nadelige gevolgen had. De twaalfde en dertiende eeuw waren eeuwen van grote economische verandering. De bedijkingen in de kleistreken en de ontginningen in de Wouden kwamen de landbouw en veeteelt ten goede. Door de aanleg van dijken raakte Friesland minder op de zeewegen en de scheepvaart georiënteerd. Voor de steden in opkomst werd de functie als marktplaats voor het omringende platteland van steeds groter belang. De verre handel naar Engeland en de Oostzee bleef bestaan, maar boette aan belang in, ook door de concurrentie van de Hollandse en de IJsselsteden. Uit het oosten en noorden werden nog wel graan, hout, bont, ijzer en Hamburgs bier ingevoerd; uit het Rijngebied wijn, tufsteen en producten van de Keulse leerindustrie. Uitgevoerd werden vooral veeteeltproducten. In Leeuwarden wordt in de dertiende eeuw al een vleeshouwer vermeld en ook later zou vleeshandel in Leeuwarden belangrijk zijn. Al in de Middeleeuwen werden de Friese handel en veeteelt vaak genoemd en werd Friesland als een rijk en welvarend land aangemerkt. Toch was er ook tegenspoed. De pestepidemie had een negatieve invloed op de welvaart in de veertiende eeuw. Door de grote sterfte bleef land braak liggen. Er was zelfs sprake van het opgeven van cultuurland, met name in de veenstreken. Daarbij speelde ook de wateroverlast mee, die het gevolg was van de maaiveldverlaging. In Achtkarspelen verdween zo het dorp Sint Gangulphuskerk. Andere parochies werden niet geheel verlaten, maar met elkaar samengevoegd. Zo verdwenen bijvoorbeeld Kortwoude en later Sint Jansga bij Akmarijp als zelfstandige dorpen. Naast pest en wateroverlast was er een derde remmende factor bij de economische groei. Dat was de institutionele stagnatie die de Friese landen in de late Middeleeuwen trof. Die stagnatie was de negatieve keerzijde van de zogenaamde 'Friese Vrijheid~ het ontbreken van een landsheer. In de Middeleeuwen - maar ook in de huidige Fries-nationalistische geschiedschrijving - wordt deze vrijheid vaak als iets positiefs gezien. Bij nadere

F RIE SLAND S VER LED EN De welvaart van de Friese adel kwam voor een deel ook bij de kloosters terecht, bijvoorbeeld in de vorm van rijk geillustreerde handschriften. Door de reformatie is er echter maar weinig van de kloosterbibliotheken uit die tijd bewaard gebleven. Het met bladgoud geillustreerde handschrift hierboven stamt uit I45"0-I475". beschouwing zijn bij die positieve waardering de nodige kanttekeningen te plaatsen. Bij het bespreken van de Friese Vrijheid moet voorop worden gesteld dat de Friese maatschappij gedurende de hele Middeleeuwen, en lang daarna, een standensamenleving was. De adel domineerde. Onder het grafelijke bestuur was de rechtspraak - het schoutambtaan deze Friese edelen toevertrouwd. De edelen huldigden de graaf bij zijn bezoeken aan Friesland, ontvingen leengoederen van hem, en overlegden met hem over het bestuur. Toen de graaf na I250 - en definitief in 1345 - zijn macht in Friesland verloor, bleef het rechterlijk bestel in grote lijnen onaangetast, hoewel sommige namen voor ambten veranderden. De Friese landsgemeenten van de late Middeleeuwen waren geen nieuwe van onderop gevormde corporaties, maar kwamen voort uit de rechtsgemeenten waaraan de graaf en zijn vertegenwoordigers eerder leiding hadden gegeven. De adel die in de grafelijke tijd ambten had vervuld, bleef dat ook nadien in die landsgemeenten doen. Mooie voorbeelden leveren de Walta's van Tjerkwerd en twee families in Staveren: onder de graaf waren ze als schouten en tollenaars diens leenmannen, en met eenzelfde machtspositie fungeerden ze in de veertiende en vijftiende eeuw als grietmannen en hoofdelingen in Wonseradeel en de Zuidwesthoek. Met hen zijn de Cammingha's van Cambuur te vergelijken. Ze waren vanaf de twaalfde eeuw de feitelijke stadsheren van Leeuwarden; dus ten tijde van de graaf, en ook daarna nog. De voormalige kerken van Nijehove (dichtbij de Grote Kerk) en Hoek (dichtbij de huidige Bonifatiuskerk) en de Dominicanenkerk (Grote Kerk) werden alle mede door de Cammingha's gesticht. Zo vervulde de Friese adel in het bestuur van de lands gemeenten en de opkomende steden de belangrijkste functies. In de regels van benoeming van ambtsdragers werd vastgelegd dat die posities erfelijk waren. Recent onderzoek heeft aangetoond dat dit geen ontaarding was van een systeem

WELVAART EN STAGNATIE IN DE LATE MIDDELEEUWEN dat aanvankelijk meer 'democratisch' bedoeld was, maar dat de ongelijkheid en de adellijke dominantie vanouds bewuste onderdelen van het systeem waren. Het zou dan ook onjuist zijn de landsgemeenten tijdens de periode van de Friese vrijheid als 'republiekjes' aan te duiden. Ze vormden juist de voortzetting van oude structuren binnen een nieuw politiek bestel zonder graaf. De mythe van de Friese vrijheid speelde een rol bij het benadrukken van de directe band tussen de Friese adel en de keizer, vanwege de verdiensten voor het Roomse rijk en de kerk. Daarom mochten de Friese edelen ook een kroon of een adelaar in hun wapen voeren. De Friese vrijheid gaf zo ook na het wegvallen van het grafelijk gezag de Friese adel een plaatsje in de hiërarchie van het keizerrijk. De Friese vrijheid werd dan ook niet bedreigd, maar juist gedragen door de adel. De landsgemeenten en de 'hoofdelingen', zoals de edelen sinds de tweede helft van de veertiende eeuw werden aangeduid, moeten dan ook niet als tegenpolen van elkaar worden voorgesteld. Evenmin zijn de hoofdelingen een nieuw opgekomen groep: vanaf de elfde eeuw al is de Friese adel terug te vinden, met aanzienlijk grondbezit, met verdedigbare stinsen en militaire macht, met standsprivileges en een adellijke levensstijl. Tot in het begin van de vijftiende eeuw zijn er ook geen aanwijzingen dat de adel en de opkomende steden tegengestelde belangen hadden. In tegendeel: de adel was actief betrokken bij de ontwikkeling van handelsplaatsen als Leeuwarden, Sneek, Franeker en Sloten. De ontwikkeling van het bestuur bleef in die vijftiende eeuw wel achter bij de behoeften van de groeiende economie. In andere gewesten had zich toen inmiddels een centraal bestuur ontwikkeld. De handel en de steden profiteerden van de veiligheid en de infrastructurele maatregelen die daardoor mogelijk werden. Bij het ontbreken van een landsheer had in Uit een aantekening op een schutblad blijkt dat Aegidius Wachtendonck alias Wevers, een broeder van het Augustijner klooster Thabor bij Sneek, het in zijn bezit had. Het handschrift hierboven is gemaakt in 1488 en komt uit een getijdenboek dat in hetzelfde Thabor is gemaakt.

Deze opvallende bult in het landschap ten noordoosten van Sexbierum is het enige dat nog herinnert aan de versterkte toren die hier ooit heeft gestaan. Deze zogenaamde hege wier diende als toevluchtsoord in moeilijke tijden, en was waarschijnlijk niet permanent beo woond. Friesland juist een tegengestelde ontwikkeling plaats. De lands gemeenten vielen in steeds kleinere delen uiteen. Een ander gevolg van het ontbreken van een sterk centraal gezag was het lange voortbestaan van het vetestelsel. Tot in de dertiende eeuw waren vetes in heel Europa een algemeen verschijnsel geweest. De staat had niet het alleenrecht op het gebruik van geweld. Recht werd er zeker gesproken, maar de staat dwong dat recht niet af. Dat hield in dat iedereen zelf met geweld of de dreiging van geweld zijn rechten moest verwerven en handhaven. Geweld maakte zo een onderdeel uit van het rechtssysteem. Met name in gevallen van bloedwraak en eer werd het toegepast, waarbij wel bedacht moet worden dat iedere eenvoudige burenruzie heel gemakkelijk een kwestie van eer kon worden. Uiteindelijk leidde de vete meestal tot een verzoening of 'zoen~ en daarmee tot een oplossing van het conflict en het bereiken van een nieuw machtsevenwicht. Degene die een vete voerde, werd daarbij vaak geholpen door een groep van verwanten, vrienden, knechten en onderhorige pachtboeren. Omdat de aanvoerder van een vete in het verzoeningsproces aansprakelijk was voor de door zijn vetehelpers aangerichte schade, was de vete vooral een instrument van de adel. Die kon zich dergelijke uitgaven veroorloven en was het meest gericht op het handhaven van zijn rechten en eer. In andere gewesten werd het vetewezen in de late Middeleeuwen steeds verder teruggedrongen door het centrale gezag van de landsheer en door de uitbouw van een 'modern' staatsapparaat. In Friesland bleven

De Schierstins in Veenwouden. In de late Middeleeuwen stonden in Friesland meer dan 5 0 van zulke stinsen of versterkte woontorens. Hiervanuit vochten de hoofdelingen hun onderlinge vetes uit. door de afwezigheid van een landsheer de oude toestanden voortbestaan. De vetes tussen de hoof delingen onderling hielden daarom nog de hele vijftiende eeuw aan. Het laat zich indenken dat het toch al versnipperde gezag van de talrijke landsgemeenten extra werd beperkt door dit periodieke geweld. De conflictoplossende functie van de vetes kwam niet goed meer tot zijn recht doordat de verschillende vetepartijen - die zich nu en dan tot grotere verbonden als de Schieringers en Vetkopers aaneensloten - huursoldaten van buiten Friesland inhuurden. Die hadden geen boodschap aan de traditionele spelregels die in het vetewezen hadden gegolden. In de vijftiende eeuw was er in Friesland daardoor een ingewikkelde situatie ontstaan. Aan de ene kant bloeide de economie, en groeiden de steden. Talrijke kloosters werden gesticht en vele kerken werden vernieuwd en vergroot, vaak mede op initiatief van de hoofdelingen. Aan de andere kant was sprake van een stagnatie in de ontwikkeling van het bestuur, door de versnippering van de macht van de landsgemeenten en de voortdurende dreiging van gewelddadige conflicten tussen hoofdelingen. Op het platteland, maar soms ook binnen steden. Dat hinderde de handel, maar zat ook de verdere ontplooiing van de steden in de weg. In de jaren 1482-1486 probeerden die daarom op eigen kracht orde op zaken te stellen. Het einde van de Friese vrijheid door de komst van een centraal gezag in 1500 zou in veel opzichten dan ook een belangrijke stap betekenen naar een modernisering van de samenleving en daarmee de voorwaarden scheppen voor de toekomstige bloei. LITERATUUR Algra, N.E., 'De Friese vrijheid~ in: Zeventien keuren en vierentwintig landrechten {tweede druk, Doorn I99I} I29-I82. Frieswijk,J., e.a. {red.}, FrysUin, sttult en macht 14')0-16')0 {Hilversum, I999} Gosses, I.H., 'De Friesche hoofdeling', in: Venpreide geschriften {Groningen, I946} 4 2-45 93