2. EISEN BINNENKLIMAAT



Vergelijkbare documenten
Nieuwe wegen in comfort van kantoorgebouwen. Door: ir. E.N. t Hooft

Binnenklimaat in de zorg wie z n zorg?! Roberto Traversari TNO Centrum Zorg en Bouw

Wat kun je meten én verbeteren bij klimaatklachten in gebouwen?

Rgd. Thermohygrisch comfort

JBo/ /NRe Rotterdam, 29 januari 2003

Verbetering Thermische Omgevingskwaliteit

~omazo... l'v Ambachte'ß. j\ Hoofdbedrijfs(hap. TNO: "Zonwering al in bouwontwerp meenemen"

OPLEIDING DUURZAAM GEBOUW : PASSIEF EN (ZEER) LAGE ENERGIE

THERMISCH COMFORT VAN TUFSTENEN LEEFRUIMTES IN CAPPADOCIË

ONE. Simulations. Onderzoeksrapport CFD Simulaties. Klimaat in een klaslokaal voorzien van een Easy-Klima klimaatplafond. Datum: 17 oktober 2012

Thermische comfortonderzoek nabij de balie in Flux Technische Universiteit Eindhoven van Aarle, M.A.P.; Diepens, J.F.L.

Beschrijving binnenmilieu en klimaatinstallaties en Jellama 6B - werktuigbouwkundige installaties en gasinstallaties.

Bouwfysica. Ventilatie en Infiltratie. hoofdstuk 6 Bouwfysica. eisen m.b.t. ventilatie oppervlakte

Natuurlijke ventilatie van leslokalen

Omgevingsfactoren op de arbeidsplaatsen De temperatuur

BBA. Boerstra Binnenmilieu Advies

Natuurlijke toevoer en comfort Een samenvatting van nationaal en internationaal onderzoek

PRAKTIJKONDERZOEK THERMISCH COMFORT

BREEAM NL Nieuwbouw. Management 12% Gezondheid en Welzijn 15% Energie 19% Transport 8% Water 6% Materialen 12.5% Afval 7.5% 10% Landgebruik & Ecologie

Technical Inspection Service

Tekst: Cees van de Sande

Wanneer is het te warm om te werken?

NIVEAU 3: ANALYSE. INLEIDING Expertise

Het ontwerpen van een

1. Behaaglijkheid. 1.1 inleiding. 1.2 Thermische behaaglijkheid

Technical Inspection Service

Is het te heet in school? 1

Duurzame energie. uitgestoten in vergelijking met een conventioneel verwarmingssysteem, bijvoorbeeld een CV ketel.

Bouwfysica Ventilatie en Infiltratie. hoofdstuk 6 Bouwfysica

Wat is comfort? Thermisch comfort. Binnenluchtkwaliteit. Akoestisch comfort

Rgd. Dichtheid. Voor het aspect dichtheid van bouwconstructies wordt onderscheid gemaakt in:

Onzichtbaar ventileren en een gezond binnenklimaat

Deze vragenlijst kan daarbij helpen. Checklist binnenklimaat I. Informatie over de werkplek. jaar

BOUWBESLUIT BEREKENINGEN. Inhoud. - Gebruiksfuncties, gebruiks- en verblijfsoppervlaktes. - Daglichttoetredingsberekening. - Spuiventilatieberekening

Ventilatie. Ton Knaapen Gezondheid/Comfort/Energiebesparing

Gezonde, frisse lucht in huis

Berekening Bouwbesluit

Klimaat onderzoek Mobiliteitsbranche 2010

, relatieve luchtvochtigheid (RH) en temperatuur hoeft u zelf helemaal niets te doen.

Maisonette woning links Maisonette woning rechts

nieuwe woning in Austerlitz

Vergelijking tussen decentrale klimaatinstallatie systemen

, relatieve luchtvochtigheid (RH) en temperatuur hoeft u zelf helemaal niets te doen.

Altijd het beste klimaat voor FRISSE LUCHT

Bouwbesluit rapportage

, relatieve luchtvochtigheid (RH) en temperatuur hoeft u zelf helemaal niets te doen.

Beschouwde afdelingen van het Bouwbesluit afdeling artikel; leden

Vereniging van eigenaren

Meten is weten (wat te doen) Gezondheid in woningen, scholen en kinderdagverblijven. Presentatie 3e kennisdag Bouwfysica 14 mei 2009

Rgd. Luchtkwaliteit. 3.1 Luchtverversing 3.2 Luchtverontreiniging

Oude Tempel Soesterberg Milieukundige onderzoeken luchtkwaliteit en bedrijven en milieuzonering

Notitie Luchtverversing

Wij maken uw gebouw beter Een beter comfort en binnenklimaat Een lager energieverbruik en CO2 uitstoot. Waarom passiefscholen soms te warm worden

Besluit MT Dienst Huisvesting

w w w. o l d e h a n t e r. n l

BOUWBESLUIT BEREKENINGEN. Inhoud. - Gebruiksfuncties, gebruiks- en verblijfsoppervlaktes. - Daglichttoetredingsberekening. - Spuiventilatieberekening

Architecten HMV Burg. Guljelaan CZ Breda Tel

BOUWBESLUIT BEREKENINGEN. Inhoud. - Gebruiksfuncties, gebruiks- en verblijfsoppervlaktes. - Daglichttoetredingsberekening. - Spuiventilatieberekening

Duurzaamheid en comfort, van ontwerp naar praktijk.

Woningventilatie en renovatie

Welkom bij BouwLokalen. Gezond bouwen en verbouwen

Zo eenvoudig kan ventileren zijn. Gebruiksvriendelijk Comfortabel Geluidsarm Energiezuinig Optimaal binnenklimaat

25 jaar NVBV gefeliciteerd! THERMISCH COMFORT TOEN EN NU STRENGERE EISEN, BETERE GEBOUWEN? Peter Wapenaar

Op weg naar een beter binnenmilieu in bestaande schoolgebouwen

Adaptieve Temperatuurgrenswaarden

1E SCHOOL. duurzaam gerenoveerd

Ventilatievoorzieningen, Daglicht, VWA en HWA

Comfortklachten. Hoe objectief meten en hoe de oorzaak vaststellen?

Klimaatbeheersing (1)

Notitie Luchtverversing

Hoofdstuk 18. Luchtverdeling in gebouwen. Inleiding Gedrag van jets XVIII/1

Duurzame woningverbetering

Programma van Eisen Frisse Scholen april 2012

Stalklimaat en ventilatie Gevolgen bij varkens. R. Geers FBIW Biosystemen DVK ZTC

BOUWBESLUIT BEREKENINGEN. Inhoud ZK BEM Gebruiksfuncties, gebruiks- en verblijfsoppervlaktes

Puur genieten in Ittersum

Bouwbesluit en Passief Bouwen

Bouwbesluit toets. Bouwgenoot bv. Toetsingniveau : Verbouw (gedeeltelijk) met rechtens verkregen niveau/bestaande bouw

ATLAS - TU/E DUURZAAMHEID EN GEZONDHEID 27 SEPTEMBER 2016

natural comfort inside

Klimaatinstallaties met wko beoordeling op functioneren bij 38 kantoren

Verbouwing van een gevel: geluidsisolatie en ventilatie

ComfoFan CO 2 -systeem. Koeling Ventilatie Filtering

I Ventilatiesystemen principes :

Zo eenvoudig en gezond kan ventileren zijn

Ruimte Omschrijving Opp. 10% Ad * Cb * Cu = Ae. Woonkamer 26,86 2,69 Raam Voorgevel 4,00* 0,86* 1,00= 3,44 Raam Zijgevel 0,52* 0,86* 1,00= 0,45

EPB. Ventilatievoorzieningen in woongebouwen en niet-residentiële gebouwen VEA 1. Module 2.1 versie februari 2006

Voorbeeld. Preview NEN-EN-ISO Gematigde thermische binnenomstandigheden.

Ventilatie en luchtkwaliteit in Energiearme woningen. Jerôme Corba Adviseur Binnenklimaat

De rekenresultaten laten zien

Ke u ze p l a n e n e rg i e - e n i n stallatieconcept. K e i z e r l i b e l Te r B o r c h 2 9 n o v e m b e r

Ventilatieberekening. Projectnummer 1718 Datum: Vrijstaande woning Bos, Teugel kavel 36 Barger Compascuum

Samenvatting. Invloeden op de gezondheid en op het cognitief functioneren

Transcriptie:

2. EISEN BINNENKLIMAAT 2.1 Kwaliteit Als veel van het binnenklimaat afhangt, zoals bij de productie van micro-elektronische componenten, teelt van klimaatgevoelige gewassen, conservering van onvervangbare kunstvoorwerpen etc., kan een nauwkeurige klimaatregeling - die ook onder extreme weers- en gebruiksomstandigheden binnen de vereiste grenzen blijft - noodzakelijk zijn. Klimaatinstallaties voor verblijfsruimten, zoals woningen, kantoren, scholen e.d., worden zelden op extremen gebaseerd. Bij dergelijke ruimten worden overschrijdingen van comfortgrenzen gedurende kortere perioden toegestaan [7]. De mate waarin dat gebeurt, bepaalt enerzijds de kwaliteit van het binnenklimaat en anderzijds de mate waarin installatietechniek moet worden aangewend om die kwaliteit te realiseren. 2.2 Klimaat Onder "klimaat" of "thermisch klimaat" wordt verstaan: de combinatie van omgevingsfactoren die de warmte- en vochtuitwisseling tussen de mens en zijn omgeving bepaald. De factoren zijn: de luchttemperatuur, de (gemiddelde) stralingstemperatuur, de luchtbeweging en de luchtvochtigheid. Vaak wordt tot het binnenklimaat ook de luchtreinheid gerekend. 2.3 Thermisch comfort Het klimaat is thermisch comfortabel als mensen geen behoefte hebben aan een hogere of lagere temperatuur [8]. De mate waarin mensen het klimaat als (on)comfortabel ervaren hangt samen met de warmte-isolatie van de kleding en met de ontwikkelde interne lichaamswarmte, die op zijn beurt afhankelijk is van de lichamelijke activiteit. Over thermisch comfort is veel bekend. Eisen zijn nauwkeurig te geven, zie o.a. paragraaf 2.8. Uit de praktijk blijkt dat het thermisch comfort vooral wordt bedreigd door tocht en temperatuurverschillen. Bij tocht gaat het om de combinatie van luchtsnelheid, luchttemperatuur en het karakter van de luchtstroming (mate van turbulentie). Bij temperatuurverschillen zijn het de verschillen in de tijd (fluctuaties en verloop) en de ruimtelijke verschillen (gradiënten) die het comfort beïnvloeden. Meer hierover is te vinden in [9 t/m 12]. 2.4 Olfactief comfort (luchtreinheid) Het comfort dat samenhangt met de luchtreinheid kan worden aangeduid met "olfactief' comfort (olfactief = reukzin betreffend). Hiervan is minder bekend dan van thermisch comfort. Vele stoffen kunnen de lucht olfactief verontreinigen. Slechts van een beperkt aantal stoffen is het verband bekend tussen de concentratie van die stoffen in de lucht en de mate van geurhinder. Complicerend is dat de geurwaarneming door thermische factoren en adaptatie worden beïnvloed. Bovendien kunnen verontreinigingen hinder, zoals slijmvliesirritatie, veroorzaken [13]. Voor het beoordelen van de luchtreinheid wordt vaak gebruik gemaakt van indicatorstoffen, zoals kooldioxide. Verblijfsruimten met een concentratie van meer dan 0,1 vol.% CO 2 worden doorgaans bedompt of onfris gevonden, terwijl 0,08 vol.% wordt genoemd als grenswaarde i.v.m. klachten [14]. Omdat de CO 2 -produktie van mensen bekend is, en afhankelijk is van de activiteit, kan op basis van dit gegeven de verse luchthoeveelheid per persoon worden vastgesteld. Bij CO 2 als indicator wordt alleen de mens als verontreinigingsbron in aanmerking genomen. Andere bronnen, zoals bouw- en inrichtingsmaterialen en vervuilde installaties, leveren vaak grotere bijdragen aan de binnenluchtverontreiniging. Om deze reden wordt ook wel de concentratie van meer stoffen, zoals de groep vluchtige organische verbindingen (VOC's), als indicator gebruikt [15]. Een nieuwe benadering is het Dictaat Technische installaties eisen binnenklimaat Pagina 1 van 5

beoordelen van de luchtreinheid met proefpersonen ("geurpanels") [16]. De waarnemingen van het panel worden uitgedrukt in "decipol" (eenheid van geursterkte). De geursterkte is te herleiden tot bronsterkte. De eenheid van bronsterkte is de "olf' [17]. De geursterkte is afhankelijk van de bronsterkte en de hoeveelheid verse lucht die door de ruimte stroomt. Omdat de relatie tussen geursterkte en het percentage ontevredenen bekend is, is ook bekend hoeveel verse lucht moet worden toegevoerd om een bepaald percentage mensen tevreden te stellen. De "olf/decipol-methode" is anno 1996 nog in ontwikkeling. Met name onderzoek naar bronsterkten van verschillende bouw- en inrichtingsmaterialen vraagt tijd. De tot nu toe meest gebruikelijke luchtreinheids-eisen worden gesteld in de vorm van hoeveelheden per persoon toe te voeren verse lucht. Ook wel worden ventilatie-vouden aangegeven, afhankelijk van de functie van ruimten (o.a. [18, 19]), zie ook tabel 5, blz. 26. Zie voor toelichting van het begrip "ventilatie-voud" paragraaf 4.2. 2.5 Auditief en visueel comfort Installaties en voorzieningen die geluid produceren en/of geluid tot de ruimte toelaten - en om die reden niet gebruikt kunnen worden - vormen een bedreiging voor het thermische en olfactieve comfort. In dit dictaat wordt verder niet ingegaan op het auditieve comfort en de op grond daarvan te stellen akoestische eisen. Wel wordt, bij de keuze van klimaatsbeheersingsoplossingen, steeds gestreefd naar het voorkomen van een nadelige invloed op het akoestische en visuele klimaat. 2.6 Acceptatie van discomfort Thermisch en olfactief discomfort hoeven niet perse tot onvrede te leiden of klachten tot gevolg te hebben. Hoe het mechanisme discomfort onvrede acceptatie klacht precies werkt is onduidelijk. Wel is bekend dat tussen de verschillende bevindingen "drempels" zitten [20]. De hoogte van die drempels wordt mede beïnvloed door andere (fysische) aspecten in de omgeving. Zo is bekend dat mensen, naarmate ze meer invloed op hun omgeving kunnen uitoefenen, meer onbehagen accepteren en minder snel klagen [21]. Dit pleit voor individuele regelbaarheid van temperatuur, ventilatie (o.a. te openen ramen), zonwering, verlichting etc. In de volgende hoofdstukken worden klimatiseringsoplossingen beschreven waarvan bekend is dat ze ten minste een redelijke mate van acceptatie geven (>80%). 2.7 Woningen en woongebouwen Klimaateisen voor woningen zijn o.m. vastgelegd in NEN 5066 [22]. Zie hoofdstuk 6 voor meer gegevens over temperatuureisen. NEN 1087 [23] geeft ventilatie-eisen voor woningen i.v.m. luchtverversing en zomerkoeling. Samengevat komen deze eisen op het volgende neer: - woonkamer : gelijk aan totale ventilatie overige vertrekken, minimaal 75 m 3 /h, maximaal 150 m 3 /h; - overige kamers : 3,6 m 3 /m 2.h, minimaal 25 m 3 /h; - eenkamerwoning : 4,7 m 3 /m 2.h, minimaal 75 m 3 /h; - keuken 10 m 2 : 75 m 3 /h; > 10 m 2 : 100 m 3 /h, (mechanisch); - open keuken in woning : 150 m 3 /h, (mechanisch); - open keuken in wooneenheid : 3,6 m 3 /m 2.h, minimaal 50 m 3 /h, maximaal 100 m 3 /h (mechanisch); - bad-, was- en droogruimte : 50 m 3 /h; - bergruimte, kelder, zolder : 3,6 m 3 /m 2.h; - gemeenschappelijk trappenhuis of gang : enkelvoudige ventilatie; - opslagruimte huisvuil : 360 m 3 /h; Dictaat Technische installaties eisen binnenklimaat Pagina 2 van 5

- liftkooi : 3,6 m 3 /h per persoon; Bij hoogbouw (flats) en bij woningen met ramen in slechts één gevel is mechanische afvoer of mechanische toe- en afvoer nodig. De NEN-normen geven minimum-eisen. I.v.m. de beoogde acceptatie (zie paragraaf 2.6) worden in de praktijk meestal hogere waarden aangehouden. 2.8 Kantoren e.d. Voor kantoren wordt m.b.t. het thermische klimaat/comfort vaak verwezen naar de richtlijnen van de Rijksgebouwendienst (Rgd) [24]. Deze zijn gebaseerd op aanbevelingen van de Rijks Bedrijfsgezondheidsdienst (RBB) [7] en hebben in beginsel betrekking op de mate en de tijd waarin wordt toegestaan dat bepaalde klimaatgrenzen in bestaande gebouwen worden overschreden (zie eveneens paragraaf 2.6). De richtlijnen komen op het volgende neer: - het thermische klimaat moet ten minste 90% van de bewoners ten minste 90% van de tijd tevreden stellen, nader uitgewerkt: * maximaal 5% van de tijd (ca. 100 uur/jaar) "te warm" * maximaal 5% van de tijd (ca. 100 uur/jaar) "te koud" - het thermische klimaat mag maximaal 1 à 1,5 % van de tijd (ca. 20 à 30 uur/jaar) meer dan 25% ontevredenen geven Het percentage (on)tevredenen wordt doorgaans afgeleid met behulp van het model van Fanger [8]. Dit model is bekend als PMV/PPD-index en beschreven in NEN-ISO 7730 [25]. Het model wordt nader toegelicht in [2]. PMV betekent "Predicted Mean Vote". PPD betekent "Predicted Percentage Dissatisfied". Zie figuur 1 voor de relatie tussen beide indices. De eis "ten minste 90% tevreden" blijkt overeen te komen met PPD<10. Aan deze eis wordt voldaan als -0,5<PMV<+O,5. PPD<25 komt, blijkens figuur 1, overeen met -1,0<PMV<+1,0. De PMV- en PPD-waarden kunnen met behulp van het model van Fanger worden herleid tot waarden voor de luchttemperaturen of andere klimaat- of persoonsgebonden factoren. Omdat de PMV/PPD-index wordt gevormd door 6 factoren moeten, als de waarde van één van die factoren wordt gevraagd, de waarde van de vijf andere factoren bekend zijn, of worden geschat. Voor kantoorarbeid bedragen de waarden van deze factoren gemiddeld: Dictaat Technische installaties eisen binnenklimaat Pagina 3 van 5

- metabolisme/activiteitsniveau 70 W/m 2 (zie figuur 2) - warmte-isolatiekleding winter 1,0 clo (zie figuur 3) zomer 0,4 clo - stralingstemperatuur winter luchttemperatuur min 2 o C zomer luchttemperatuur plus 2 o C - luchtsnelheid winter 0,15 m/s zomer 0,25 m/s - luchtvochtigheid 50 % De luchttemperaturen die hieruit volgen zijn: PMV = -1,0 18,0 o C PMV = -0,5 20,0 o C PMV = +0,5 26,0 o C 75 % tevredenen } 90 % tevredenen PMV = +1,0 28,0 o C Met behulp van een temperatuur-overschrijdingsprogramma kan worden nagegaan of het klimaat "90% van de tijd" binnen de aangegeven PMV-, PPD- of temperatuur-grenzen blijft, zie hoofdstuk 6. Er zijn voorstellen gedaan om de temperatuur-overschrijding anders te beoordelen. Zo zouden de grenzen (PMV=0,5 en PMV=1,0) door één grens (PMV=0,5) moeten worden Dictaat Technische installaties eisen binnenklimaat Pagina 4 van 5

vervangen en de uren, waarin het klimaat deze grens overschrijdt, moeten worden gewogen [26]. De voorgestelde weging gaat uit van de PMV{PPD-relatie van Fanger. Door Stichting Bouw Reseach is een publicatie uitgegeven waarin deze methode nader is uitgewerkt [27]. Voor de luchtverversing van kantoren worden vaak de volgende normen aangehouden. - kantoren : 5 m 3 /m 2.h of 50 m 3 /h per persoon (rookverbod of onderling regelen) - kantoortuinen : 10 m 3 /m 2.h of 100 m 3 /h per persoon (geen rookverbod) - vergaderruimten : 20 m 3 /m 2.h of 50 m 3 /h per persoon (rookverbod) - bedrijfsrestaurant : 20 m 3 /m 2.h - toiletten : 35 m 3 /m 2.h - garderobe : 9 m 3 /m 2.h 2.9 Scholen Temperatuureisen voor scholen zijn grotendeels vastgelegd in NEN 5066 [21]. Zie hoofdstuk 6 voor meer gegevens. NEN 1089 [28] geeft ventilatie-eisen voor verschillende ruimten in scholen. Samengevat komen de ventilatie-eisen op het volgende neer: lesruimte 20 m 3 /h per leerling werkplaats 36 m 3 /h per leerling bureau/kantoorruimte 36 m 3 /h per persoon vergaderruimte/docentenruimte 54 m 3 /h per persoon gemeenschapsruimte < 1,5 m 2 /persoon 22 m 3 /h per m 2 vloeroppervlak gemeenschapsruimte > 1,5 m 2 /persoon 11 m 3 /h per m 2 vloeroppervlak sportzaal/gymzaal 3,6 m 3 /h per m 2 vloeroppervlak zuurkast scheikundepracticum 720 m 3 /h per werkopening keuken (geen lesruimte) < 10 m 2 75 m 3 /h toiletruimte 25 m 3 /h per urinoir of closet wasruimte 50 m 3 /h per douche wasruimte 25 m 3 /h per warmwater-tappunt kleedruimte 11 m 3 /h per m 2 vloeroppervlakte liftkooi 36 m 3 /h per persoon gang/trappenhuis/garderobe 1 m 3 /h per m 3 (enkelvoudige ventilatie) 2.10 Andere gebouwen De eisen die aan het klimaat in andere gebouwen dan woningen, kantoren, scholen e.d. worden gesteld, worden vaak per geval bepaald. Bij industriële ruimten, sportaccommodaties e.d. wordt bij het vaststellen van de eisen rekening gehouden met het tijdelijke verblijf van personen in de ruimte. Een deel van de eisen is aan handboeken te ontlenen. Zie ook de paragrafen 4.7.9 t/m 4.7.14 en 6.2.2 en tabel 5, blz. 26. Dictaat Technische installaties eisen binnenklimaat Pagina 5 van 5