SAMENVATTING. Spier en Bot in Training

Vergelijkbare documenten
B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren

Algemene Samenvatting

199 Hoofdstuk 2 In Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 en 5

FYSIOLOGIE VAN ROEIEN

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

hoofdstuk 4 & 7 hoofdstuk 3 & 6 hoofdstuk 2 hoofdstuk 5 Hoofdstuk 2 tot en met 5 hoofdstuk 6 en 7 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 hoofdstuk

NEUROMUSCULAIRE ADAPTATIES TIJDENS LANGDURIGE BEDRUST

Het Onstaan van Osteoporose bij Patiënten met Reuma. Algemene Samenvatting

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 112

Appendix. Nederlandstalige samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting. Reumatoïde artritis: biologicals en bot

Nederlandse samenvatting (Dutch Summary)

In dit proefschrift worden effecten van verschillende vormen van training op het

Het voorspellen van de kans op vallen de hoeveelheid en kwaliteit van het alledaags lopen als risicofactoren

hoofdstuk 3 hoofdstuk 4

Doorbloeding van het hart tijdens dieetblootstelling en sevofluraan anesthesie

Dutch Summary. (Nederlandse Samenvatting) Tim Takken

Samenvatting. Veranderingen in functionele spiereigenschappen als gevolg van een beroerte en inactiviteit

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

egym programma overzicht Regulier Adaptief

Fysieke fitheid, vermoeidheid en fysieke training bij sarcoïdose patiënten

Onderzoek heeft aangetoond dat een hoge mate van herstelbehoefte een voorspellende factor is voor ziekteverzuim. Daarom is in de NL-SH ook de relatie

Samenvatting. Gezond zijn of je gezond voelen: veranderingen in het oordeel van ouderen over de eigen gezondheid Samenvatting

Nederlandse samenvatting

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

Nederlandse samenvatting

Samenvatting. Chapter 8

Fysiotherapie & Longfibrose. Bert Strookappe MSc Fysiotherapeut Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede 19 november 2014

Nederlandse Samenvatting

CHAPTER 10 NEDERLANDSE SAMENVATTING

Osteoporose Botontkalking Hou je je broze botten heel? Vakgroep Reumatologie P. van Oijen, reumatoloog J. van der Donk, osteoporoseverpleegkundige

Dutch summary. Mitochondriaal dysfunctioneren in multiple sclerosis

Nederlandse samenvatting

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Voedingsadviezen bij orthopedische ingrepen. Dr. D Souza Ranjini

Optimale loopvaardigheid met een prothese Balanceren tussen capaciteit en belasting. Samenvatting

SAMENVATTING. 140 Samenvatting

132

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting

Samenvatting. Chapter12

Chapter. De Longcirculatie in Pulmonale Hypertensie. Nieuwe inzichten in Rechter Ventrikel- & Longfysiologie. Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting

Nederlandse. Samenvatting

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Prevention of cognitive decline

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Chapter 9. Nederlandse samenvatting

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting

Samenvatting Dankwoord About the author

Hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Chapter 10. Samenvatting in het Nederlands

Nederlandse samenvatting SAMENVATTING

Nederlandse samenvatting. Inleiding

212

It takes two to tango

Fysiotherapie bij osteoporose Digna de Kam Fysiotherapeut/ Bewegingswetenschapper

Dutch summary (Nederlandse samenvatting)

Filmpje. Functie van het bot. Botweefsel: matrix en cellen. Botstructuur. Hoofdstuk 1 Botfysiologie.

dat individuen met een doelpromotie-oriëntatie positieve eigeneffectiviteitswaarnemingen

WELKOM! 1 vrijdag 7 oktober 2016

Nederlandse samenvatting

Chapter 9. Nederlandse Samenvatting (Dutch Summary)

Samenvat ting en Conclusies

Samenvatting 95 SAMENVATTING

Chapter 10 Samenvatting (Dutch Summary)

Amyloïd-bindende eiwitten bij de ziekte van Alzheimer

Chapter 10 C H A P T E R. Nederlandse Samenvatting

Nederlandse samenvatting

Samenvattig. Het effect van pre-cooling op koelefficiëntie en duursportprestaties

Nederlandse samenvatting

Nederlandse Samenvatting

Samenvatting. proliferatie matrix productie matrix mineralisatie

Inspanningsfysiologie. Energiesystemen. Fosfaatpool. Hoofdstuk Fosfaatpool 2. Melkzuursysteem 3. Zuurstofsysteem

HOOFDSTUK 2 Intermanuele transfereffecten in volwassenen

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Van bewegen naar trainen

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Controle van rompbewegingen bij verstoringen tijdens het duwen van karren

Opdracht: hardlopen en ouder worden

Spiertraining voor Prestatie, Uiterlijk & Gezondheid

Dit proefschrift beschrijft de rol van genetische factoren in het ontstaan van de ziekte van

Transcriptie:

SAMENVATTING Spier en Bot in Training Door de verhoogde levensverwachting in de westerse samenleving zijn er steeds meer mensen die aan osteoporose (aandoening gekenmerkt door een verlaagde botdichtheid) en sarcopenie (leeftijdsgebonden verlies van spiermassa en -kwaliteit) leiden. Naast de verminderde spiermassa en -kracht, is ook het oxidatieve vermogen (uithoudingsvermogen) van de spier aangedaan. Deze leeftijdsgebonden veranderingen in skeletspieren kunnen het uitvoeren van dagelijkse activiteiten bemoeilijken en kunnen leiden tot een verhoogd valrisico. De combinatie van lage botdichtheid en verhoogd valrisico zorgt voor een verhoogd fractuurrisico in ouderen. Aangezien breuken bij ouderen geassocieerd worden met een verhoogde morbiditeit en mortaliteit, is het belangrijk om de achteruitgang van spierfunctie (zowel maximale spierkracht als -uithoudingsvermogen) en botmassa tegen te gaan. Dit kan bereikt worden door middel van training. Het doel van dit proefschrift was dan ook om te onderzoeken 1) of in ouderen parameters voor fysiek functioneren gerelateerd zijn aan botkwaliteit en fractuurrisico en 2) of het mogelijk is om zowel spierfunctie (maximale spierkracht en spieruithoudingsvermogen) als botmassa te verhogen door middel van een combinatietraining van piekvermogen- en duurtraining. Deze kennis zou kunnen bijdragen aan het optimaliseren van trainingsprogramma s om zo de gezondheid van het spierskeletstelsel te behouden en/of te verbeteren. Bovendien zou het eerste onderzoek uit dit proefschrift bij kunnen dragen aan het identificeren van ouderen met een verhoogd fractuurrisico, een groep die het meeste baat zouden hebben bij een trainingsinterventie. Om te onderzoeken hoe verschillende factoren van fysiek functioneren relateren aan botkwaliteit en fractuurrisico, hebben we een epidemiologische studie uitgevoerd binnen een groot cohort van Nederlandse vrouwen en mannen tussen de 65 en 90 jaar (Hoofdstuk 2). In Hoofdstuk 2 hebben we laten zien dat in oudere mannen, maar niet in vrouwen, een hoog fysiek prestatievermogen (een hogere score op testen die verschillende fysieke prestaties meten) gerelateerd is aan een betere 131

botkwaliteit (bepaald met behulp van röntgen en ultrageluid). Deze relatie is zowel cross-sectioneel als longitudinaal aangetoond. Bovendien is een hoge handknijpkracht en hoog fysiek prestatievermogen in oudere mannen gerelateerd aan een verlaagd fractuurrisico over 6 jaar. In vrouwen blijkt dat een lage fysieke activiteit (minder dan 120 minuten per dag) geassocieerd is met een 40% lager fractuurrisico. Hoewel de mate van fysieke activiteit niet blijkt te correleren met botkwaliteit, zou hogere fysieke activiteit wel kunnen resulteren in een betere balans, coördinatie of duurvermogen. Hierdoor zou het aantal valincidenten verminderd kunnen worden, wat weer tot een verminderd fractuurrisico leidt. De data uit hoofdstuk 2 suggereren dat de testen voor fysiek functioneren gebruikt zouden kunnen worden om ouderen te identificeren met een verhoogd fractuurrisico. Deze associaties blijken geslachtsspecifiek te zijn. De causaliteit en de geslachts-specifieke verschillen van deze relaties moet verder onderzocht worden. Bovendien moet nog steeds vastgesteld worden wat voor type training het meest effectief is in valrisico vermindering en of dit vervolgens ook het fractuurrisico verlaagt. Fractuurrisico zou verminderd kunnen worden door spierfunctie te verbeteren en daarmee het valrisico te verkleinen en/of de botmassa te verhogen. In het tweede hoofdstuk van dit proefschrift is onderzocht of een combinatie van piekvermogen- en duurtraining zowel spierfunctie (maximale spierkracht en -uithoudingsvermogen) als botmassa kan verbeteren. Uit de literatuur blijkt dat het niet mogelijk is om de kracht en het duurvermogen van één spiervezel tegelijk te verbeteren. Echter, dit conflict tussen de trainingsadaptaties van piekvermogen- en duurtraining zou misschien niet overal in de spier in gelijke mate aanwezig zijn. Tijdens de verschillende trainingen worden verschillende type vezels gerekruteerd die vezel-specifieke adaptaties laten zien. Bij duurtraining, zal de oxidatieve capaciteit van hoog-oxidatieve spiervezels toenemen, terwijl bij piekvermogen training de grootte van laag-oxidatieve spiervezels zal toenemen. Om te testen of het principe van vezeltype-specifieke trainingsadaptatie gebruikt kan worden om tegelijkertijd de grootte en oxidatieve capaciteit van een hele spier te verbeteren, hebben we de effecten van piekvermogen training, duurtraining en een combinatie daarvan op de mediale gastrocnemius spier (GM) in de kuiten van ratten onderzocht (Hoofdstuk 3 en 4). De GM in ratten bestaat uit een hoog- en laag-oxidatief compartiment welke gedurende verschillende typen activiteiten gerekruteerd worden. Tijdens laag intensieve activiteiten, zoals duurtrai- 132

Samenvatting ning is het hoog-oxidatieve compartiment geactiveerd, terwijl slechts gedurende de hoog-intensieve activiteiten, zoals piekvermogen training het laag-oxidatieve compartiment ook is gerekruteerd. Zulk taak-specifieke rekrutering van vezels in de GM van ratten maakt het mogelijk om de spiervezeltype-specifieke effecten van een combinatie training binnen één spier te onderzoeken. Om het tweede doel van dit proefschrift te bereiken, hebben we een trainingsstudie bij ratten uitgevoerd. De ratten waren in vier groepen verdeeld waarbij ze piekvermogen training (PT), duurtraining (ET), een combinatie van piekvermogenen duurtraining (PET) of geen training (controle) moesten uitvoeren. De trainingen werden op een loopband uitgevoerd gedurende 6 weken, 5 dagen per week. De PET groep heeft twee trainingssessies (één PT en één ET) per dag uitgevoerd (10 sessies per week) met een pauze van 8 uur tussen beide trainingssessies. In Hoofdstuk 3 zijn de effecten van piekvermogen- en de combinatietraining op de maximale kracht gepresenteerd. Alleen na piekvermogen training en niet na combinatietraining was de maximale kracht van de GM 10% hoger vergeleken met die van de controle. In het laag-oxidatieve compartiment van de GM waren mrna niveaus van myostatine en MuRF-1 (muscle ring finger 1) hoger na PT dan in controles of PET, respectievelijk. Verhoogde niveaus van myostatine en MuRF-1 zijn vaak gezien bij verhoogde spierafbraak en bovendien kan myostatine een negatief effect hebben op spieropbouw. De eiwitniveaus van het ribosomale eiwit phospho-s6 bleven onveranderd. Dit suggereert dat de verhoogde myostatine niveaus na PT de mammalian target of rapamycin (mtor) route voor spieropbouw niet heeft geremd. De verschillende mrna expressie niveaus na PT en PET suggereren dat er een interactie heeft plaatsgevonden tussen de trainingsrespons van piekvermogen training en duurtraining. We concluderen dat in de gecompartimentaliseerde GM van ratten, additionele duurtraining interfereert met de trainingsrespons van piekvermogen training en dat dit de toename in maximale spierkracht na piekvermogen training vermindert. Dit suggereert dat zelfs in een hele spier, waarbij rekening wordt gehouden met vezel type-specifieke adaptatie, de toename in maximale spierkracht is verminderd door additionele duurtraining. In Hoofdstuk 4 zijn de effecten van de verschillende trainingsmodaliteiten op de oxidatieve capaciteit en regulatie van mitochondriële eiwitten beschreven. In het hoog-oxidatieve compartiment van de GM veroorzaakt alleen duurtraining en niet de 133

combinatietraining een toename in SDH (succinate dehydrogenase) mrna niveaus. SDH is een mitochondrieel enzym en spiervezels met een hoge SDH activiteit hebben een hoge oxidatieve capaciteit. Deze verhoging zou door de verlaagde mrna niveaus van RIP140 (receptor-interacting protein 140) veroorzaakt kunnen zijn. Echter, de verhoging in SDH mrna niveaus resulteerde niet in een verhoogde SDH activiteit. In type IIB vezels (snelste en grootste vezels met de laagste oxidatieve capaciteit) van het laag-oxidatieve compartiment heeft piekvermogen training in zijn algemeen (dus ook gedurende de combinatietraining) een substantiële afname in SDH activiteit veroorzaakt. Dit kon niet verklaard worden door veranderde SDH mrna expressie niveaus. Onze data suggereert dat in het hoog-oxidatieve compartiment van de gecompartimentaliseerde GM, piekvermogen training boven op duurtraining de mrna transcriptie van mitochondriële eiwitten remt en in het laag oxidatieve compartiment de mitochondriële activiteit vermindert. In Hoofdstuk 5 zijn de effecten van piekvermogen training, duurtraining en de combinatie daarvan op de botstofwisseling (osteogene respons) beschreven. In bot werd er geen negatieve interactie verwacht tussen de trainingsrespons van piekvermogen training en duurtraining. De combinatie van piekvermogen- en duurtraining zou zelfs een positief effect kunnen hebben op de osteogene respons. Aan de andere kant is het bekend dat botcellen na een aantal belastings-cycli ongevoelig worden voor mechanische belasting waardoor de combinatie van de twee trainingsvormen slechts dezelfde adaptatie van het botweefsel zou kunnen geven als één training alleen. Om de mechano-sensitiviteit van botcellen te herstellen, hebben we een pauze tussen de twee trainingssessies van de combinatietraining geïnduceerd. Met deze rust periode tussen de trainingssessies zou de combinatietraining een verbeterde osteogene respons kunnen veroorzaken vergeleken met alleen één type training. De osteogene respons is gemeten door het bestuderen van de mrna expressieniveaus van mechano-sensitieve genen die betrokken zijn bij botformatie en -ombouw. Verder is botombouw en botvolume ook nog op weefsel niveau bestudeerd. PT resulteerde in lagere mrna expressie niveaus van OPG (osteoprotegerin) vergeleken met ET, PET en controles. Bovendien waren mrna expressie niveaus van IGF-1Ea (insulin-like growth factor 1Ea) en RANKL (receptor activator of nuclear factor kappa-b ligand) lager na PT vergeleken met ET. IGF-1 is een anabole factor en stimuleert botformatie, terwijl RANKL de osteoclasten (botresorberende cellen) activeert. De activiteit van 134

Samenvatting RANKL kan echter door OPG geremd worden, waardoor de verhouding tussen OPG en RANKL belangrijk is. Additionele duurtraining boven op piekvermogen training voorkwam de verlaging van de mrna expressieniveaus van osteo-anabole factoren, die na PT werd waargenomen. Botombouw, gemeten met behulp van histomorphometrie, was onveranderd na training. Ondanks het feit dat de gemiddelde mrna expressieniveaus van genen die betrokken zijn bij botformatie na PET hetzelfde waren gebleven, was de variatie van de mrna expressieniveaus substantieel hoger dan die van de andere groepen. Deze verhoogde variatie suggereert dat de 6 weken training in sommige ratten effectief bleek te zijn en een cumulatief effect had op de expressieniveaus van genen die betrokken zijn bij de botformatie. Dit doet weer vermoeden dat een gecombineerde training bestaande uit piekvermogen training en duurtraining met een rust tussen de trainingssessies effectief zou kunnen zijn in het verlengen van de transcriptionele respons van genen die betrokken zijn bij botformatie. Dit zou op lange termijn een positief effect op de osteogene respons kunnen hebben. Kortom, gebaseerd op de resultaten van de epidemiologische studie, kunnen we stellen dat parameters voor fysiek functioneren geassocieerd zijn met fractuurrisico. Deze testen zouden kunnen helpen om ouderen met een verhoogd fractuurrisico te identificeren voor wie een trainingsprogramma essentieel zou kunnen zijn. Echter, de combinatie van piekvermogen training en duurtraining zoals uitgevoerd in dit proefschrift is geen geschikte training om zowel maximale spierkracht, spieruithoudingsvermogen als ook botmassa te vergroten. Desondanks geven onze resultaten aanwijzingen voor het verbeteren van trainingsprogramma s die zowel optimaal zouden kunnen zijn voor het verbeteren van spierfunctie alsook botmassa. Wij suggereren dat als zowel maximale spierkracht als spieruithoudingsvermogen tegelijk verbeterd moeten worden, de duurtraining ongeveer 2-3 keer per week uitgevoerd zou moeten worden. Om spierafbraak en mogelijke achteruitgang van mitochondriële eiwitten te minimaliseren, zou hypoxie (gebrek aan zuurstof) in snelle laag oxidatieve vezels voorkomen moeten worden door op lage intensiteit te trainen en voldoende rust tussen de sessies te nemen. Om maximale spierkracht te verhogen zouden korte sessies piekvermogen training moeten worden uitgevoerd met voldoende rustintervallen. In osteoporotische ouderen zou een trainingsprogramma met een grote hoeveelheid lage impact belastingen geschikt zijn omdat hoge impact belastingen de kans 135

op (wervel) fracturen vergroot. Wij suggereren dat voor verbeteringen in botweefsel additionele duurtraining boven op korte sessies hoge impact belastingen een effectieve manier zou kunnen zijn om de osteogene respons te verhogen. Tussen de trainingssessies van piekvermogen training en duurtraining zou een pauze moeten zitten om botcellen voldoende tijd te geven om weer te re-sensitiveren zodat de training optimaal effect zal hebben. Of 8 uur ook optimaal is om de mechano-sensitiviteit van menselijke botcellen te herstellen, is nog niet bekend. 136