Post-HBO Onderwijs Instituut voor Lerarenopleidingen Pedagogisch Didactisch Getuigschrift De rol en taken van de coach 2016-2017
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Wat wordt er van de coach zoal verlangd?... 3 3 Kerntaken coach... 4 4 Coachverklaringen... 5 5 Voortgangsrapportage competenties Wet BIO... 8 5.1 Interpersoonlijk competent... 8 5.2 Pedagogisch competent... 9 5.3 Vakinhoudelijke en didactisch competent... 10 5.4 Organisatorisch competent... 11 5.5 Competent in samenwerking met collega s... 12 5.6 Competent in samenwerking met de omgeving... 13 5.7 Competent in reflectie en ontwikkeling... 14 De rol en taken van de coach Pagina 1
1 Inleiding Dit onderdeel bevat enkele opmerkingen over aspecten van coaching van deelnemers in de PDG opleiding. Een belangrijk deel van de competentieontwikkeling vindt plaats op de werkplek: in de school en in de groep leerlingen. De deelnemer wordt hierbij gecoacht door een mbo-docent. Hierbij is zelfreflectie een belangrijk middel voor de verdere ontwikkeling. Het werkplekleren betekent onder andere dat de coaches op de werkplek de activiteiten van deelnemers, de inhouden waarmee deelnemers aan de gang gaan, de leer- en ontwikkelingsmethodieken die gehanteerd worden, de copingstrategieën etc. mede begeleiden. Het Landelijk Raamwerk vraagt de volgende inspanning van de MBO-instelling: De MBO-instelling draagt er zorg voor dat de zij-instromer tijdens het volgen van het scholingstraject door ervaren docenten wordt begeleid en gecoacht. Deze docenten zijn door een lerarenopleiding/nascholingsinstituut opgeleid tot docent-begeleider/coach. Over deze scholing maken de lerarenopleiding en de MBO-instellingen nadere afspraken. De MBOinstelling stelt per zij-instromer tenminste 2 klokuren per week beschikbaar voor begeleiding en coaching gedurende het PDG-traject. De opleiders van zowel de MBO-instelling als de lerarenopleiding zijn gekwalificeerd voor de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het PDG-programma. De MBO-instelling zorgt ervoor dat de zij-instromer tijdens het volgen van de PDGopleiding door een ervaren MBO-docent wordt begeleid. Deze docent is door de lerarenopleiding opgeleid tot docentcoach. Over de inhoud en omvang van deze scholing maken de lerarenopleiding en de MBO instelling nadere afspraken. Om de vertrouwensfunctie van de coach te waarborgen zal de opleider de coaches verzoeken een adviserende rol in te nemen ten opzichte van de opleider, en geen beoordelende rol. Binnen deze adviserende functie aan de opleider kan een rolverdeling aan de orde zijn waarbij de leidinggevende deze adviserende taak van de coach overneemt. De voorwaarden voor coaching zijn mede genoemd in het Landelijk Raamwerk PDG. Hieronder wordt een aantal aanvullende aspecten voor de coach op de werkplek opgesomd. De rol en taken van de coach Pagina 2
2 Wat wordt er van de coach zoal verlangd? Nabijheid Allereerst dat hij bij voorkeur een "werk-nabije" coach is: een vast aanspreekpunt, de beginnende docent kan gemakkelijk bij hem of haar terecht om raad en steun. Een deelnemer had het een keer over zijn COLA (Coach Op Loop Afstand). Ervaring in het mbo De coach heeft zelf voldoende ervaring en routine opgebouwd om niet al zijn energie kwijt te zijn aan de eigen onderwijspraktijk. Hij kent de weg in het ROC en is op de hoogte van de onderwijskundige en organisatorische ontwikkelingen. Verantwoordelijke houding De coach moet belangstelling en begrip op kunnen brengen voor het leerproces van de beginnende docent en zich daarvoor medeverantwoordelijk voelen. Communicatieve vaardigheid De coach moet beschikken over goede communicatieve vaardigheden. Gesprekken spelen een belangrijke rol in de begeleiding. Beschikbare tijd Goede begeleiding vraagt tijd. Regelmatig contact noodzakelijk. Verder zal het meedenken over en het begeleiden van de opdrachten voor het producerend leren, tijd vragen. Voor deze begeleiding wordt de coach ingeroosterd. De coaching bedraagt 2 uur per week. Kennis van de opleiding Naast een nieuwe werkkring krijgt de deelnemer ook te maken met een nieuwe opleiding: persoonlijk dossier in portfolio, flankerend, producerend en werkplekleren zijn onderdelen van de duale opleiding, die in het begin veel uitleg en begeleiding vragen. Coachvaardigheden De coach heeft kennis en ervaring op het gebied van coachen, wij gaan daarbij uit van minimaal dezelfde kennis en ervaring die de deelnemers opdoen bij het PDG. Het betreft hier de basisvaardigheden van coaching, en de vaardigheden om de deelnemer in een verdiepend en/of activerend gesprek te kunnen coachen. Het is daarbij van belang dat de coach de rol van docent coach kan behouden en de coach in een samenwerkende rol of expertrol handelt, en een neutrale houding bewaart. De rol en taken van de coach Pagina 3
3 Kerntaken coach Het ondersteunen, motiveren, stimuleren, enthousiasmeren van deelnemers bij activiteiten van de opleiding en het werkplekleren Het deelnemers inzicht geven in behoeften, gevoelens, emoties en eigen handelen binnen het leerproces door het geven van feedback volgens de feedbackregels Het inzetten van coachende vaardigheden als middel om tot leren te komen Het regelmatig voeren van coachings- en begeleidingsgesprekken Het afstemmen van frequentie in inhoud van coaching en begeleiding op de leer en begeleidingsbehoefte van de deelnemer Het laten reflecteren van de deelnemer op zijn eigen rol en verantwoordelijkheden in het leerproces en het bespreken van consequenties en de voortgang daarvan met de deelnemer Het stimuleren van de deelnemer om reflecties bespreekbaar te maken Het signaleren en bewaken van randvoorwaarden die nodig zijn om tot een optimaal leerproces te komen Het zich bewust zijn van de eigen beroepsopvatting, waarden/normen en drijfveren en deze inzetten om de deelnemer te stimuleren en te enthousiasmeren Het door voorbeeldgedrag uitoefenen van een modelfunctie voor de deelnemer Het aanwezig zijn bij de voorlichtingsbijeenkomst, lesbezoeken en of de nabespreking daarvan en bij de certificering van de opleiding. Het invullen van de coachverklaringen en bijdragen verlenen aan het studievolgssysteem, portfolioleren en lesbezoeken. De rol en taken van de coach Pagina 4
4 Coachverklaringen In de samenwerking tussen lerarenopleiding en het MBO is het in het licht van het duale karakter van de opleiding van groot belang dat de betreffende deelnemer vanuit beide instituten wordt gevolgd, gecoacht, begeleid, en beoordeeld. De Hogeschool Rotterdam laat het aan de MBO-instelling over wie namens de MBOinstelling optreedt als handelingsbevoegd in welke rol. Ten behoeve van het volgen, coachen, begeleiden en beoordelen vraagt de HR de MBOinstelling aan te geven wie de deelnemer coacht. Een bewijs daarvan (coachverklaring) wordt in het intakeportfolio van de deelnemer worden opgenomen. De MBO-instelling kan een eigen coachverklaring hanteren; als voorbeeld is een coachverklaring voor het Open Aanbod toegevoegd. Daarnaast vraagt de HR de MBO-instelling een mening te geven over de voortgang en de ontwikkeling van de competenties uit de Wet BIO. Ten behoeve van de ontwikkeling van de deelnemer kan dit door de coach/leidinggevende worden ingevuld, bv. aan het begin, midden en eind van de opleiding. Het kan ten behoeve van de opleiding worden toegevoegd aan het kwalificerende eindportfolio. Daarnaast is een eindrapportage competenties toegevoegd die ingevuld kan worden door de coach of leidinggevende ten behoeve van de advisering aan de opleider. De rol en taken van de coach Pagina 5
Coachverklaring Coach/leidinggevende: MBO: Afdeling: Telefoon: Email: Te begeleiden deelnemer: Voor het studiejaar 20.. - 20.. heb ik op mij genomen de hierboven genoemde deelnemer te begeleiden bij zijn of haar PDG opleiding. Onder andere via de Opleidingswijzer voor de deelnemer ben ik op de hoogte van de procedures die gelden voor de begeleiding, de opleiding en de beoordeling van de deelnemer. Ik geef advies op de omschreven competenties uit de Wet BIO. Datum: Handtekening coach/leidinggevende: Opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 6
Coach/leidinggevende-verklaring: Eindrapportage competenties Coach/leidinggevende Werkplek: School: Afdeling: Telefoon: Email: Te begeleiden deelnemer: Voor deze opleiding verklaar ik dat ik de door mij gecoachte deelnemer in voldoende mate heb gevolgd om in bijgesloten document een advies te kunnen geven over de competenties zoals de deelnemer deze op de werkplek demonstreert. Competent Niet competent 1 Interpersoonlijk competent 2 Pedagogisch competent Vakinhoudelijk en didactisch competent 3 4 Organisatorisch competent Competent in het samenwerken met 5 collega s Competent in het samenwerken met 6 de omgeving Competent in reflectie en ontwikkeling 7 Competent in onderzoek en praktijkverbetering 8 Datum: Handtekening coach/leidingevende: De rol en taken van de coach Pagina 7
5 Voortgangsrapportage competenties Wet BIO 5.1 Interpersoonlijk competent De docent moet ervoor zorgen dat er in de groepen waarmee hij werkt een prettig leef- en werkklimaat heerst. Een docent die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding. Hij schept een vriendelijke coöperatieve sfeer en brengt een open communicatie tot stand. Hij bevordert de zelfstandigheid van de leerlingen/deelnemers en zoekt in de interactie met leerlingen/deelnemers een goede balans tussen leiden en begeleiden; sturen en volgen; confronteren en verzoenen; corrigeren en stimuleren. Ontwikkeling tijdens opleidingsjaar Competenties 1.1 De docent onderschrijft zijn interpersoonlijke verantwoordelijkheid O V G 1.2 Hij is zich bewust van zijn eigen houding en gedrag én van de invloed daarvan op deelnemers. 1.3 Hij heeft voldoende kennis en vaardigheid op het gebied van groepsprocessen en communicatie om een goede samenwerking met en van de leerlingen/deelnemers tot stand te brengen. Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 8
5.2 Pedagogisch competent De docent moet leerlingen/deelnemers helpen een zelfstandig en verantwoordelijk persoon te worden. Een docent die pedagogisch competent is, biedt de leerlingen/deelnemers een veilige leeren werkomgeving. Hij biedt hen houvast en structuur en helpt hen keuzes te maken en zich verder te ontwikkelen. Hij zorgt ervoor dat de leerlingen/deelnemers: weten dat ze erbij horen, welkom zijn en gewaardeerd worden; op respectvolle manier met elkaar omgaan en uitgedaagd worden om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen; initiatieven kunnen nemen en zelfstandig kunnen werken. Ontwikkeling tijdens opleidingsjaar Competenties 2.1 De docent onderschrijft zijn pedagogische verantwoordelijkheid. O V G 2.2 Hij heeft voldoende pedagogische kennis en vaardigheid om een veilige leeromgeving tot stand te brengen waarin deelnemers zich kunnen ontwikkelen tot een zelfstandig en verantwoordelijk persoon. 2.3 Hij realiseert deze veilige leeromgeving voor zowel groepen als individuele leerlingen/deelnemers en hij doet dat op een professionele en planmatige manier. Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 9
5.3 Vakinhoudelijke en didactisch competent De docent moet leerlingen/deelnemers helpen zich de leerinhouden van een bepaald beroep eigen te maken en vertrouwd te raken met de manier waarop die in het dagelijks leven en in het werk gebruikt worden. Ook helpt hij de leerlingen/deelnemers zicht te krijgen op wat zij in de samenleving en in de wereld van het werken kunnen verwachten. Hij creëert een krachtige leeromgeving, onder andere door het leren in verband te brengen met realistische en voor de leerlingen/deelnemers relevante toepassingen van kennis en vaardigheden in beroep en maatschappij. Hij: stemt de leerinhouden en ook zijn doen en laten af op de leerlingen/deelnemers en houdt rekening met individuele verschillen; motiveert leerlingen/deelnemers voor hun leer- en werktaken, daagt hen uit om er het beste van te maken en helpt hen ze met succes af te ronden; leert de leerlingen/deelnemers leren en werken, ook van en met elkaar, om daarmee onder andere hun zelfstandigheid te bevorderen. Ontwikkeling tijdens opleidingsjaar Competenties 3.1 De docent onderschrijft zijn vakinhoudelijke en didactische verantwoordelijkheid. 3.2 Hij kan op basis van een analyse van een onderwijsleersituatie van een (kleine) groep die interventies plegen waardoor een veilige en krachtige leeromgeving ontstaat. 3.3 Hij realiseert deze veilige leeromgeving voor zowel groepen als individuele leerlingen/deelnemers en hij doet dat op een professionele en planmatige manier. 3.4 Hij draagt zorg voor de selectie en overdracht van relevante vak inhouden op basis van de eindtermen, zodat leerlingen/deelnemers optimaal kunnen leren. 3.5 Hij kan op basis van een analyse door de docent en met behulp van een protocol lesmateriaal en toetsen ontwikkelen die voldoen aan criteria door de opleiding vastgesteld. 3.6 Hij realiseert deze krachtige leeromgeving voor de groep(en) waarmee hij werkt, maar ook voor individuele leerlingen/deelnemers en doet dat op een professionele en planmatige manier. O V G Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 10
5.4 Organisatorisch competent De docent draagt zorg voor organisatorische zaken die samenhangen met zijn onderwijs en het leerproces van leerlingen/deelnemers in de school. Hij zorgt ervoor dat de leerlingen/deelnemers een ordelijke en taakgerichte leeromgeving treffen. Hij zorgt voor afstemming op leeractiviteiten elders in de school. De docent zorgt er dus voor dat de leerlingen/deelnemers: weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief; weten wat ze moeten (of kunnen) doen, hoe en met welk doel ze dat moeten (of kunnen) doen. Competenties 4.1 De docent onderschrijft zijn organisatorische verantwoordelijkheid. O V G 4.2 Hij heeft voldoende organisatorische kennis en vaardigheid om in zijn groepen en zijn andere contacten met leerlingen/deelnemers een goed leef- en werkklimaat tot stand te brengen: overzichtelijk, ordelijk en taakgericht. Hij is in alle opzichten voor hemzelf, zijn collega s en vooral voor de leerlingen/deelnemers helder. 4.3 Hij zorgt ervoor dat er, op basis van een planning van de docent, voldoende en functionerende materialen/apparatuur/machines beschikbaar zijn. 4.3 Hij werkt op een professionele en planmatige manier. Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 11
5.5 Competent in samenwerking met collega s De docent moet ervoor zorgen dat zijn werk en dat van collega s in de school goed op elkaar is afgestemd. Hij moet ook bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie. Dit betekent dat hij een bijdrage levert aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op zijn school, aan goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie. Hij: communiceert en werkt goed samen met collega s; levert een constructieve bijdrage aan vergaderingen en andere vormen van overleg binnen de school; levert een bijdrage een de ontwikkeling en verbetering van de school. Competenties 5.1 De docent onderschrijft zijn verantwoordelijkheid in het samenwerken met collega s. 5.2 Hij heeft voldoende kennis en vaardigheden om een professionele bijdrage te leveren aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat, aan goede werkverhoudingen en aan een goede schoolorganisatie. O V G Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 12
5.6 Competent in samenwerking met de omgeving De docent is veelal niet verantwoordelijk voor de contacten met de ouders van de leerlingen/deelnemers, de (leer)bedrijven en instellingen waar zijn school voor het onderwijs en leerling zorg mee samenwerkt. Maar hij heeft natuurlijk wel degelijk te maken met deze actoren in de omgeving van de school en de leerling/deelnemer. De docent heeft contacten met de omgeving ter afstemming, om zelf informatie te krijgen of om informatie van anderen te ontvangen. Bovendien moet hij er aan meewerken dat de samenwerking van zijn school met die bedrijven en instellingen goed verloopt. Daarbij vervult de docent veelal een belangrijke rol in het kopen van materialen, middelen, gereedschappen, enz. ten behoeve van praktijklessen. Voor de aanschaf en onderhoud van voorraad en inventaris legt en onderhoudt hij contacten met bedrijven/leveranciers. Competenties 6.1 De docent onderschrijft zijn verantwoordelijkheid in het samenwerken met de omgeving van de school. 6.2 Hij heeft voldoende kennis en vaardigheid om, onder verantwoordelijkheid en aansturing van een docent, goed samen te werken en af te stemmen met bedrijven of instellingen ten behoeve van (het praktijkgedeelte van) de opleiding van de leerling/deelnemer. 6.3 Hij heeft voldoende kennis van het beroep om de voorraad en inventaris te beheren ten behoeve van praktijklessen op de school. O V G Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 13
5.7 Competent in reflectie en ontwikkeling De docent moet zich voortdurend verder ontwikkelen en professionaliseren. Hij denkt regelmatig na over zijn beroepsopvattingen en zijn professionele bekwaamheid. Hij streeft ernaar zijn beroepsuitoefening bij de tijd te houden en te verbeteren. Hij: weet goed wat hij belangrijk vindt in zijn rol als en taken van docent; heeft een goed beeld van zijn eigen competenties, sterke en zwakke kanten; werkt op een planmatige manier aan zijn verdere ontwikkeling; stemt zijn eigen ontwikkeling af op het beleid van de school en benut de kansen die de school biedt om zich verder te ontwikkelen. Competenties 7.1 De docent onderschrijft zijn verantwoordelijkheid voor zijn eigen professionele ontwikkeling. 7.2 Hij reflecteert op eigen handelen en onderneemt in overleg met de leidinggevende (zo nodig) actie om zichzelf verder te ontwikkelen, altijd in relatie tot de onderwijsmissie en visie van de school. 7.3 Hij onderzoekt, expliciteert en ontwikkelt zijn opvattingen over het docentschap en zijn bekwaamheid als docent. O V G Eventuele opmerkingen: De rol en taken van de coach Pagina 14