TU/e Science Park Masterplan VERSIE september 2011
2 Colofon TU/e Science Park Masterplan Conceptversie, 19 september 2011 Uitgevoerd in opdracht van Dienst Huisvesting, Technische Universiteit Eindhoven Een ontwerp van Masterplan atelier Bouwkunde: G. (Gijs) Adriaansens MSc M. (Martijn) Kruijf MSc M.A.H. (Martijn) Schlatmann MSc W.H. (Wiebe) Strick MSc Onder verantwoording van: Prof. Dipl.-Ing. C. (Christian) Rapp
TU/e Science Park Masterplan VERSIE september 2011 masterplanatelier bouwkunde 3
4
Inhoudsopgave Ontwerpvisie een masterplan voor TU/e Science Park Masterplan TU/e Science Park in kaart en beeld Historische ontwikkeling de campus vanaf het begin tot nu Ontwerpprincipes stedebouwkundige en architectonische regels Fasering van campus naar Sience Park Het plan in detail hoogbouw, studentenhuisvesting, hogeschool en bedrijventerrein A B C D E F 5
6
Ontwerpvisie een masterplan voor TU/e Science Park In 2020 heeft de Technische Universiteit Eindhoven een vooraanstaande positie in de wereld als internationale researchuniversiteit in engineering science & technology. Ze staat bekend om haar grote wetenschappelijke én maatschappelijke impact en haar substantiële betekenis voor de concurrentiepositie van Brainport Zuidoost Nederland en de Nederlandse Kenniseconomie. De campus is een onmisbare schakel binnen een vruchtbaar en innovatiegericht ecosysteem. Het masterplan TU/e Science Park is de visie op de vormgeving van deze ambitie op zowel ruimtelijk, functioneel als duurzaamheids vlak. Deze ontwerpvisie geeft kort in woorden weer wat de fundamenten, randvoorwaarden en filosofie van dit materplan zijn. De universiteitscampus vormt een belangrijk ruimtelijk element in Eindhoven en is historisch van nationaal belang. Het complex is in fasen tot stand gekomen waarbij in de eerste twee bouwfases op samenhangende en opeenvolgende wijze werd gebouwd. Dit omhelst een breed scala aan aspecten, zoals landschappelijkheid, gebouworiëntatie, materiaalgebruik, functionaliteit, openbare ruimtes, etc. Kortom, een ontwerp van de grote schaal tot op het kleine detail. Deze aspecten laten zich tot op de dag van vandaag kenmerken als bruikbaar, waardevol en bij uitstek typisch TU Eindhoven. Tijdens de viere bouwfase is echter een grote breuk ontstaan in de samenhang en opeenvolging van bouwprojecten door dominante en afwijkende nieuwbouw. Deze erfenis vraagt om een gepaste en weloverwogen planvorming naar de toekomst. In het masterplan voor TU/e Science Park is voor de ruimtelijke en typologische continuïteit uit de eerste twee bouwfases gekozen in plaats van het creëren van nog meer brute contrasten. Deze continuïteit en samenhang zijn namelijk het beste fysieke gereedschap om de kracht van het inmiddels gerenommeerde en internationale merk TU/e in stand te houden en te versterken. De campus is in 2020 dé uitdrukking van de corporate identity van de TU Eindhoven. Het masterplan voor TU/e Science Park kan het best beschreven worden aan de hand van de woorden: openheid, verbondenheid en duurzaamheid. De openheid wordt gevormd door het stadsparkkarakter van de campus: een ongedwongen overgang tussen het groene Dommeldal en de stad. Een beheerst gecomponeerde aaneenschakeling van ruimtes met een welkome uitstraling; een zacht en natuurlijk karakter; en een menselijke schaal te midden van gebouwen van hoogstedelijke proporties. Een vrije compositie van alzijdig georiënteerde en transparante gebouwen in een groen landschap; gebaseerd op een strak raster, zonder dat ze zich als zodanig voordoet. De verbondenheid wordt gevormd door de architectuur van de gebouwen. Gedifferentieerd, maar allen lid van dezelfde familie, één ensemble. Een architectuur die moderniteit, hightech, innovatie en duurzaamheid uitstraalt: de corporate architecture van de TU Eindhoven. Een verbondenheid die ook wordt bewerkstelligd door de structuur van loopbruggen en openbare ruimtes. Mensen kunnen zich vrijelijk over de campus bewegen en komen in aanraking met onbekenden en nieuwe vakgebieden. Ongedwongen ontmoeting, interactie en uitwisseling vormen de sociale en wetenschappelijke spil van de campus. De duurzaamheid, tot slot, wordt gevormd door de technische uitvoering van de gebouwen, dier inrichting en de openbare ruimte: state of the art technieken, energie opwekkend voor zichzelf en de stad en CO2 neutraal. De ultieme expressie van kennis en techniek van de disciplines die de TU/e in huis heeft. Tevens duurzaam op cultureel vlak omdat ze uitdrukking geeft aan alle historische tijdlagen van haar bestaan en de bijbehorende representatie van ontwikkeling van wetenschap en techniek. TU/e Science Park is dé fysieke weerslag van een aantrekkelijke ontmoetings- en uitwisselingsplaats voor studenten, onderzoekers en ondernemers met uitstekende faciliteiten en voorzieningen. TU/e Science Park: een open, fysiek en intellectueel verbonden, groene en duurzame campus als internationale kennis hotspot voor technisch onderwijs, onderzoek en innovatieve bedrijvigheid. 7
8
Masterplan - VERSIE TU/e Science Park in kaart en beeld 9
10 1965 1975 1995 2010 2012 2014 2017 +2020 1e 2e 3e 4e eind bouwfase project 12 34
Plankaart P P De plankaart van TU/e Science Park toont het masterplan in haar voltooide staat omstreeks het jaar 2025. De wijze waarop het plan in fases tot stand komt zal worden besproken in het hoofdstuk fasering. De plankaart toont de bebouwingsstructuur in zwart, waarbij de gebouwde parkeervoorzieningen als grijs gearceerde P P P P P gebouwen zijn aangegeven. Hiernaast is de verkeersstructuur aangegeven, inclusief de nieuwe toegang aan de Prof. Dr. Dorgelolaan, en tot slot de groenstructuur van TU/e Science Park bestaande uit bomen, struiken, heggen, tuinen, gazonnen en waterpartijen. De volgende pagina geeft een overzicht van alle campusgebouwen inclusief hun (voorlopige) benaming. P P 11
12 Gebouwen 1 Sportcentrum 2 Studentenwoningen (hoogbouw en dorp) 3 Traverse 2.0 4 HTS langbouw 5 Fontys S3 6 HTS hoogbouw 7 Bedrijven noord 8 Potentiaal 9 Laplace 10 MMP 11 Catalyst 12 Twinning center 13 Auditorium 14 Hoofdgebouw 15 Metaforum 16 CERES 17 Gemini 18 Faculteit EE & TN 19 Cascade & Spectrum 20 FOM - DIFFER 21 Meulensteen art center 22 Bedrijven oost 23 De Zwarte doos 24 Vertigo 25 Gaslab 26 Matrix 27 Helix 28 TNO 29 Cyclotron 30 Lab akoestiek 31 De Bunker 32 Sportcentrum Parkeergebouwen A B C D E F Potentiaal HTS Catalyst Faculteit EE & TN De Hal Tijdelijke parkeren
31 1 13 23 24 F E 14 A 26 25 15 8 27 9 16 17 32 2 3 28 B 4 29 18 D 5 19 6 30 10 C 20 21 7 11 22 12 13
14 Vogelvlucht van TU/e Science Park
15
16 Bedrijventerrein: paviljoens, hoogbouw en centrale buitenruimte
17
18 Hoogbouw: zicht vanaf de Dommel op de studentenhuisvesting en Potentiaal
19
20 Vogelvlucht bij schemering op Potentiaal, studentenhuisvesting en gebouwencomplex HTS
21
22
Historische ontwikkeling campus de campus vanaf het begin tot nu 23
24 1958: Paviljoen 1959: De Hal - Matrix 1959: Ketelhuis - Gaslab 1960: W-hal 1963: Hoofdgebouw 1963: Potentiaal (E-hoog) 1965: T-hoog 1965: Auditorium
1956 t/m 1965 - Eerste bouwfase De campus kent een geschiedenis van groei, verandering en geleidelijke differentiatie. Het ruimtelijk concept heeft bewezen vele veranderingen en houdingen op te nemen. Op verschillende momenten werd getracht om de campus een centrum te geven. Het oudste centrum dateert uit de eerste bouwfase uit 1957-1965 en lag nabij het Hoofdgebouw. De gemeenschappelijke en algemene functies lagen hier centraal, gehuisvest in een hoog hoofdgebouw en een auditorium. Daaromheen waren de drie studierichtingen georganiseerd: Scheikunde aan de zuidkant, Werktuigbouwkunde oostelijk achter het hoofdgebouw en Elektrotechniek ten noorden van het hoofdgebouw. Hier bracht Van Embden een belangrijke 1965 1e bouwfase richtlijn in de praktijk: mogelijkheden tot uitbreiden en tot veranderen. Het aantal studenten oversteeg ieder jaar de verwachtingen, waardoor de plannen uit 1957 drastisch werden bijgesteld en de uitbreidingsmogelijkheden volledig werden benut. 25
26 1967: Sportcentrum 1968: Warmte en Stroming 1968: Cyclotron 1969: Ceres (Ketelhuis) 1969: De Bunker 1969: N-laag 1972: Laplace - Corona 1974: W-hoog - W-laag
1966 t/m 1975 - Tweede bouwfase Het aantal inschrijvingen aan de TH nam ieder jaar exponentieel toe. Tijdens de afronding van de eerste bouwronde kampte de TH al met ruimtegebrek. Omdat niet overal gewacht kon worden op de tweede bouwronde, waren grote interne verhuizingen en verschuivingen het gevolg. Ook nieuwe studierichtingen waren de oorzaak van een groeiende studentenpopulatie en de vraag naar ruimtelijke reorganisatie. In de periode tot 1972 waren dat Technische Natuurkunde, Bouwkunde, Bedrijfskunde en Wiskunde. De dominantie van de hoogbouw van het hoofdgebouw, T-hoog en E-hoog bleef bewaard door de aflopende bouwhoogten van de nieuwbouw: middelhoogbouw bij W-hoog en daarachter de laagbouw 1975 2e bouwfase van N-laag. De stedenbouwkundige aansluiting tussen de twee bouwronden kwam tot stand door het uitbreiden van het loopbrugsysteem op de eerste verdieping. Omdat de twee bouwronden elkaar bijna naadloos volgden, waren de overeenkomsten wat betreft de architectuur evident. De gebouwen hoorden duidelijk tot dezelfde familie, waarbij in de tweede generatie meer afstand werd genomen van de fabrieksarchitectuur. 27
28 1984: Fontys S1 1985: Traverse 1985: IPO
1976 t/m 1995 - Derde bouwfase In bouwfase drie zette men in op het maken van een nieuw centrum, ongeveer op het middelpunt van het terrein: aan de Zaale en voor het Driegebouwencomplex. Dit centrum was gedacht als een soort dorpsplein van de gehele campus, maar kwam niet goed uit de verf het is eerder een ruimtelijke barrière geworden tussen de eerste en tweede generatie gebouwen en het Driegebouwencomplex. 1995 3e bouwfase 29
30 1996: Helix 1998: Fontys S2 en S3 1999: Cascade 2000: TNO 2001: Spectrum 2001: Cyclotron 2001: Kennispoort 2002: Vertigo (T-hoog)
1996 t/m 2010 - Vierde bouwfase In 1995 kwamen de universiteitsgebouwen in bezit van de TU/e en werd het eerste masterplan voor de campus opgesteld. Het doel van dit masterplan was om niet alleen de gebouwen te vernieuwen, maar ze weer te concentreren op een compacte campus, zoals deze in de jaren 50 van de vorige eeuw was ontworpen en uitgevoerd. Bij de uitvoering van dit eerste masterplan kwam veel nadruk te liggen op de vernieuwing van laboratoria voor onder andere Technische Natuurkunde. Er kwamen ook nieuwe sportvoorzieningen en bij de ingang van het universiteitsterrein werd de Kennispoort gebouwd. Hiernaast kregen twee faculteiten, te weten Bouwkunde (Vertigo) en Scheikundige Technologie (Helix) nieuwe huisvesting en werd het gebouw van TNO gebouwd. 2010 4e bouwfase 31
32
Ontwerppricipes stedebouwkundige en architectonische regels 33
34 Dommel High Tech Campus Dommel TU/e Science Park NS station centrum Tongelreep A2 Karpendonkse Plas IJzeren Man
Stadspark Het Dommeldal is een krachtig groen lint dat dwars door het centrum van de stad loopt en uitwigt naar de stadsranden. De TU/e campus vormt het grootste bebouwingscomplex binnen de ring van Eindhoven, groter dan bijvoorbeeld het voormalige Philips terrein Strijp-S. De campus is een groen parkachtig gebied in een hoogstedelijke omgeving als directe uitloper van het uitgestrekte en beboste rivierdal van de Dommel. De campus kent de voordelen van een binnenstedelijke campus door haar centrale ligging, nabijheid van het station en binnenstad, maar tevens de ruimte en landschappelijkheid van een campus aan de stadsrand. Dit noemen we de inner-city campus met outer-city kwaliteiten; een in de wereld unieke combinatie. 35
36 Schets wegengrid van Embden 196? Wel: orthogonaal wegengrid Niet: wegen tussen gebouwen door
Hoofdwegenstructuur In het glooiende en meanderende landschap van het Dommeldal, omsloten door drie belangrijke infrastructurele aders in de stad, heeft architect Van Embden een strak orthogonaal grid van wegen uitgerold dat het fundament van de stedebouwkundige, architectonische en functionele organisatie van de campus vormt. Binnen dit grid bestaan er twee hoofdassen, De Zaale en De Rondom, die het autoverkeer op de campus verwerken en waarop de hoofdtoegangen van de campus aantakken. De enige, edoch bewust ontworpen, uitzonderingen op het orthogonale grid zijn de twee oorspronkelijke hoofdtoegangen vanaf de Kennedylaan en de Insulindelaan. Deze entrees zijn landschappelijk geënsceneerd en maken via een bajonet een geleidelijke overgang naar het grid. 37
38 hoogbouw laagbouw langbouw paviljoen bijzonder
Gebouwvormen De campus is opgebouwd met vijf verschillende bouwvormen, of types: de bouwstenen van de corporate identity van TU/e Science Park. Er kan onderscheid gemaakt worden in hoogbouw, laagbouw, langbouw, het paviljoen of het bijzondere gebouw. De eerste vier types zijn wat betreft functioneren gelijkwaardig en flexibel, ze kunnen allemaal diverse vormen van gebruik accommoderen. Een hoogbouw kan bijvoorbeeld een kantoorfunctie hebben, maar net zo goed een onderwijsfunctie; een laagbouw kan een laboratoriumfunctie hebben (als hal), of bijvoorbeeld een woonfunctie (als dorp); een paviljoen kan een parkeergarage zijn of een horeca gelegenheid, etc. Het bijzondere gebouw kan de uitzondering zijn die de regel bevestigd, een afwijkend gebouw dat een collectieve of bijzondere functie herbergt, zoals bijvoorbeeld het Auditorium. 39
40 Wel : orthogonaal in de ruimte Niet: rooilijn volgen
Compositie campus Op basis van het orthogonale grid (de hoofdstructuur van de campus) en met behulp van de vijf gebouwtypen (de bouwstenen van de campus) is de compositie van de TU/e Science Park campus gevormd. Verschillende gebouwtypen die elkaar op bewust ontworpen wijze afwisselen zijn orthogonaal in de ruimte geplaatst. Het belangrijkste kenmerk van de compositie is hierbij dat er op de campus geen rooilijnen bestaan, maar dat gebouwen niet direct aan de weg staan en altijd verspringen ten opzichte van elkaar. De compositie van de campus kan goed vergeleken worden met het werk Compositie met rood, geel en blauw uit 1921 van Piet Mondriaan. Een dynamische compositie die beweging suggereert, maar volledig in balans is. 41
42 Wel : overlappende open ruimtes Niet: afgesloten ruimtes
Geschakelde buitenruimtes De combinatie van verschillende bouwtypes (hoog, laag, lang en breed) en de orthogonale, maar verspringende compositie van deze diverse bouwstenen, zorgen ervoor dat het landschap wordt gedifferentieerd in een aantal kamers. Deze kamers zijn onderdeel van het gehele campuslandschap, maar vormen hierbinnen kleinere eenheden die visueel en fysiek elkaar overlappen en aaneenschakelen: openheid door verbondenheid. Op deze manier ontstaan er aaneenschakelingen van ruimtes die steeds variëren in grootte, functie en sfeer. Ondanks de uitgestrekte schaal van de campus en de hoogstedelijke bebouwing worden haar buitenruimtes hierdoor overzichtelijk en krijgen zij een menselijke, dus prettige schaal. 43
44 Loopbruggen als verbinding van de collectieve binnerruimtes
Collectieve binnenruimtes Naast de openbare buitenruimte van de campus bestaat er een tweede maaiveld: de structuur van collectieve binnenruimtes verbonden door loopbruggen. Dit tweede maaiveld bevindt zich op het eerste niveau van alle gebouwen en voorziet met name in algemene en collectieve voorzieningen als de plek waar de hoofdentrees op aantakken, kantines, informatiepunten, leslokalen en koffiecorners en voorziet in droge, warme en snelle verkeersroutes over de gehele campus. Universiteit, hogeschool, studentenhuisvesting, cultuur, bedrijven, instituten en parkeervoorzieningen worden zo tot één verbonden organisme gesmeed. Door deze verwevenheid wordt tevens een laagdrempeligheid bewerkstelligd die de aanraking met onbekende vakgebieden, de ontmoeting en interactie met anderen en de interdisciplinaire wetenschappelijke uitwisseling stimuleert. De collectieve binnenruimtes vormen de plek voor exposure van onderwijs, onderzoek en bedrijvigheid: de representatie en uitdrukking van sfeer en innovatiedrift. 45
46 Wel : open naar alle zijden Niet: blinde gevels
Alzijdigheid De compositie van de campus en haar geschakelde buitenruimtes komen het best tot hun recht door de gebouwen van TU/e Science Park alzijdig te oriënteren. Dit houdt in dat er geen of weinig hiërarchie bestaat in de behandeling van de gebouwen: deze hebben geen voor-, zij- of achterkanten. Dit alzijdigheidsprincipe sluit het beste aan bij de campuscompositie van losse gebouwen in het groene landschap. Vanuit de gebouwen heeft men vrij zicht op het weidse landschap. Vanaf het landschap heeft men een indrukwekkend beeld op vrijstaande high-tech gebouwen. De alzijdigheid zorgt er tevens voor dat de diverse kamers van de openbare buitenruimte geen achterkant of restruimte karakter krijgen. 47
48 Schetsmaquette hoogbouw van Embden Wel: terrein opspannen Niet: zwaartepunt aan één zijde N N
Hoogbouw De TU/e Science Park campus kent vanuit haar vroege historie al een kenmerkend hoogbouwensemble dat een diagonaal, parallel aan de loop van de Dommel vormt. Een belangrijke eigenschap van hoogbouw is dat ze visueel de aandacht trekt en psychologisch een middelpunt neigt te zijn. Om ervoor te zorgen dat de campus als één geheel gaat ogen én voelen is het van belang om deze op te spannen tussen een aantal hoogbouwaccenten, de focuspunten van TU/e Science Park. In navolging van de oude hoogbouw op de campus wordt de nieuwe hoogbouw in de vorm van schijven in noord-zuid richting georiënteerd. Deze oriëntatie zorgt er enerzijds voor dat de zonbelasting op de zuidgevels tot een minimum wordt beperkt en anderzijds kunnen zo veel mogelijk werkruimtes aan de oost- en westgevels worden gerealiseerd. Dit levert de meest prettige werkomgeving op en maakt het gebouw op het vlak van bouwfysica en energieverbruik duurzamer. 49
50 Wel : hoogbouwvolume begeleiden Niet: koud op het maaiveld of samensmelten
Hoogbouw ensembles Om er voor te zorgen dat de hoogbouwstructuren ruimtelijk worden verankerd op het maaiveld en functioneel begrijpelijk zijn, worden deze altijd begeleid door één of meerdere laagbouwstructuren. Door deze begeleiding worden twee belangrijke zaken bewerkstelligd, namelijk enerzijds dat de alzijdig georiënteerde schijven van een entree, of de indicatie van de entree worden voorzien. Anderzijds zorgt de laagbouw met haar menselijke schaal voor dat de schaal van de hoogbouw beter leesbaar wordt. Het is een intermediair die de schaalovergang aangenaam en natuurlijk maakt. 51
52 Cultuurlijk groen: tuin bij het hoofdgebouw Natuurlijk groen rond de dommel
Groen parklandschap Het parklandschap van TU/e Science Park kan worden opgedeeld in twee elementen: de natuurlijke campusrand en het gecultiveerde landschap als kern van de campus. De eerste wordt gevormd door de natuurlijk ogende krans van de meanderende Dommel, haar wilde oeverbeschoeiing, losse boomgroepen, formele boombeplanting en landschappelijke beplanting langs de Insulindelaan. De andere vormt het hart van de campus en bestaat uit monumentale bomenrijen en rasters, haag- en heesterbeplanting, decoratieve bomen, tuinen, gazonnen en waterpartijen. 53
54 Wel: openen naar het dommeldal Niet: afkeren van het dommeldal
Groene overgangszone Om er voor te zorgen dat de natuurlijke campusrand en het gecultiveerde landschap geleidelijk in elkaar overlopen bestaat er een groene overgangszone. De gebouwen in deze zone spelen hier een belangrijke rol in: ze worden dusdanig gepositioneerd en georiënteerd dat er verbindingen ontstaan tussen beide type landschappen. Dit wordt ook wel het open zetten van de bebouwing genoemd. Met name de hoog- en langbouwstructuren aan de rand van het Dommeldal spelen een belangrijke rol in dit gebaar vanwege hun bepalende verschijningsvorm. 55
56 Gemini: groen talud Opgetild Verdiept Maaiveld
Inbedding gebouwen in landschap De diverse gebouwen van TU/e Science Park worden op drie verschillende manieren ingebed in het landschap. Gebouwen kunnen worden opgetild, de zogenaamde zwevende plint, waarbij het landschap tot onder de plint doorloopt; ze kunnen verdiept liggen waarbij het landschap via een beschoeid talud omlaag loopt tot de souterrainlaag; en ze kunnen tot slot op het maaiveld staan waarbij het gebouw wordt omzoomd door een haag die het landschap beëindigd. Het verweven van landschap en gebouw versterken de verbondenheid en openheid van de campus en voorkomen dat gebouwen plompverloren in hun omgeving staan. 57
58 P P P Wel : open (groene) ruimte Niet: auto s in beeld
450 plaatsen (ondergronds) 250 plaatsen Parkeren 300 plaatsen Op het TU/e Science Park worden auto s niet in het zicht op het maaiveld geparkeerd. Om de landschappelijke kwaliteiten van de campus zo veel mogelijk uit te buiten en verder te versterken worden op analoge wijze aan de andere bebouwing, alzijdige parkeergebouwen vrij in het landschap geplaatst, of worden er ondergrondse parkeergarages gebruikt. Blik maakt plaats voor groen. De enige uitzondering op deze regel is het parkeerveld voor het Auditorium waar, boven op de parkeerkelder, als symbool van gastvrijheid jegens congresbezoekers, alumni en minder validen, wel wordt geparkeerd. De gebouwde parkeervoorzieningen worden voornamelijk georganiseerd rondom de Zaale, de belangrijkste verkeersader van de Tijdelijke parkeergebouwen 700 (waarvan 600 voor de TU/e) Fontys 300 plaatsen 410 plaatsen (incl. 110 voor FOM) Catalyst 150 plaatsen Bedrijven 400 plaatsen (ondergronds) campus, die direct aantakt op de hoofdtoegangen. Om de aanleg van de diverse parkeerlocatie goed te kunnen faseren wordt een grote tijdelijke parkeervoorziening aan de Prof. Dorgelolaan opgericht die tot de voltooiing van de plannen de parkeerdruk kan opvangen. 59
60 Technische Bedrijfskunde ICT Natuurwetenschappen Werktuigbouwkunde Automotive Electrotechniek Voorbeeld: Inhoudelijke verbinding Fontys hogescholen
Gebruikers TU/e Science Park wordt gebruikt door zes specifieke groepen gebruikers, te weten: de universiteit, een hogeschool, commerciële bedrijven, wetenschappelijke instituten, studentenhuisvesting en gebruikers van de parkeervoorzieningen. De universiteit is en blijft de hoofdgebruiker van de campus. Alle andere gebruikers die gebruik willen maken van TU/e Science Park of zich daar willen vestigen moeten daarom altijd een inhoudelijke connectie met de universiteit hebben. Studentenhuisvesting is specifiek bestemd voor de universiteit, parkeren is specifiek bedoeld voor de campusgebruikers, de hogeschool is specifiek gericht op technisch onderwijs en bedrijven en onderzoeksinstituten tot slot moeten een inhoudelijke relatie hebben met technisch onderwijs, onderzoek en innovatie. Hierdoor vormt TU/e Science Park één groot verbonden kennisnetwerk. Universiteit HTS Bedrijven Instituten Wonen Parkeren 61
62
Fasering van campus naar TU/e Sience Park 63
64 2012: Ceres 2012: Metaforum (W-hal) 2012: Tijdelijk Parkeren 2012: Groene Loper I 2012: Catalyst + Parkeren 1965 1975 1995 2010 2012 1e 2e 3e 4e eind bouwfase project 1
2011 t/m 2012 - Project 1 In 2006 werden de hoofdlijnen voor de nieuwe huisvestingsplannen van de universiteit door het College van Bestuur vastgesteld. De plannen behelsden een grondige modernisering van het gebouwencomplex van de universiteit. Ze moeten ertoe gaan leiden dat de campus van de TU/e een inspirerende studeer- en werkomgeving wordt, die past bij de internationale ambities van de universiteit. Met het masterplan Campus 2020 realiseert de TU/e een compacte campus waar de verschillende disciplines elkaar ongedwongen kunnen ontmoeten. Campus 2020 wordt opgedeeld in vier grote projecten, getiteld project 1 t/m 4. In 2010 werd gestart met project 1, de renovatie en vernieuwing van de W-hal tot Metaforum: de mediatheek en de centrale bibliotheek van de universiteit, een lunchcafé, het Notebook 2012 eind project 1 Service Centrum, de dictatenverkoop. In het gebouw komt een groot aantal studievoorzieningen waaronder verschillende onderwijsruimtes en veel individuele studieplekken. Bovenop de vernieuwde hal komt een apart gebouw voor de faculteit Wiskunde & Informatica. Bij project 1 horen ook de renovatie van het oude ketelhuis Ceres en de openbare inrichting van de compacte campus: de groene loper. Over de afgelopen jaren bleek het concept van kleinschalig en flexibel verhuurbare kantoor- en experimenteerruimtes voor startende ondernemingen erg succesvol. Enkele bestaande gebouwen werden omgevormd naar dit concept. Catalyst en een belendende gebouwde parkeervoorziening betekenen de startschot van een aanzienlijke capaciteitsvergroting voor dit concept. 65
66 2014: Project 2 2014: FOM 2014: P-voorziening (P 2) 2014: Studententoren 2014: Tuimelaar 2014: Groene Loper II P 1965 1975 1995 2010 2012 2014 1e 2e 3e 4e eind bouwfase project 12
2013 t/m 2014 - Project 2 In de jaren 2013 en 2014 zal de campus in het teken staan van drie grote bouwprojecten, te weten: project 2, de nieuwbouw van de faculteiten EE en TN (ontwerp van Herman Hertzberger), een belendende gebouwde parkeervoorziening en de afronding van de Groene Loper. De nieuwbouw van het onderzoeksinstituut FOM, genaamd DIFFER, met loopbrugaansluiting op de laboratoria in Spectrum en Cascade en de gebouwde parkeervoorziening nabij project 2. Het derde bouwproject behelst de nieuwbouw van een hoogbouwschijf in het Dommeldal ten behoeve van studentenwoningen en een naastgelegen laagbouw die het nieuwe onderkomen van de Tuimelaar vormt. 2014 eind project 2 In 2013 zullen de gebouwen Corona, de Hal en het bouwkunde buitenlaboratorium worden gesloopt. De laatste zal een nieuwe locatie vinden aan de Dorgelolaan achter Vertigo. Hiernaast zullen de gebouwen De Bunker en Laplace grondig worden gerenoveerd, waarbij de laatste het onderkomen zal gaan vormen voor alle diensten van de universiteit. 67
68 P 2016: Potentiaal 2017: P-garage (Auditorium) 2017: Bedrijvencomplex I + P 2017: Project 3 (HG) 1965 1975 1995 2010 2012 2014 2017 1e 2e 3e 4e eind bouwfase project 12 3
2015 t/m 2017 - Project 3 Tussen 2015 en 2017 worden er twee grote renovaties gepleegd van eerste generatie TU gebouwen: Potentiaal, het leeggevallen gebouw van EE en het Hoofdgebouw, ook wel project 3 genoemd. Na voltooiing van de laatste zal deze betrokken worden door de faculteiten ID en IE&IS. In 2017 worden tevens twee nieuwbouw projecten opgeleverd: een tweelaagse ondergrondse parkeergarage bij het Auditorium en het bedrijvencomplex aan de westkant van de campus. Dit bedrijvencomplex is een grootschalige uitbreiding van het bestaande concept voor startende wetenschap-, techniek- en innovatiebedrijven vormgegeven als een ensemble van alzijdig georiënteerde paviljoens in het 2017 eind project 3 landschap. Het bedrijvencomplex wordt voorzien van een ondergrondse parkeergarage die voorziet in de complete parkeerbehoefte. 69
70 2018: Studentendorp 2020: Project 4 (Gemini) 2020: Gebouwen HTS 2020: P-voorziening (HTS) P 2020: BBC (locatie -Athene) 2020: P-voorzieining (Impuls) P 1965 1975 1995 2010 2012 2014 2017 2020 1e 2e 3e 4e eind bouwfase project 12 34
2018 t/m 2020 - Project 4 Ter flankering van de hoogbouw van studentenwoningen wordt in 2018 aan beide kanten een (laagbouw) studentendorp opgeleverd. De bestaande Tuimelaar wordt in een van deze dorpjes geïncorporeerd. In het jaar 2020 wordt project 4 opgeleverd, de volledige renovatie van Gemini (voorheen W-hoog, W-laag). Dit jaar wordt tevens het volledige gebouwencomplex voor de technische hogeschool opgeleverd dat ruimte gaat bieden aan al haar technische opleidingen met ongeveer vijfduizend studenten. Als laatste zullen in 2020 twee nieuwe gebouwde parkeervoorzieningen worden gerealiseerd: een nabij het HTS gebouwencomplex en een op de locatie van het voormalige Impuls. 2020 eind project 4 71
72 +2020: Bedrijvencomplex II +2020: MMP +2020: Traverse 2.0 P +2020: P-voorziening (Hal) 1965 1975 1995 2010 2012 2014 2017 +2020 1e 2e 3e 4e eind bouwfase project 12 34
2020 en later Na 2020 zal de ontwikkeling van TU/e Science Park nog niet geheel voltooid zijn. Een tweede uitbreidingsslag van het bedrijventerrein, inclusief de sloop en nieuwbouw ter plaatse van het Multimedia Paviljoen, zal in de jaren na 2020 uitgevoerd kunnen worden. De laatste schakel in de parkeerplannen voor de campus zal de bouw van een gebouwde parkeervoorziening ter plaatse van de voormalige Hal zijn, die de tijdelijke parkeergarage aan de Dorgelolaan moet gaan vervangen. Op de locatie van het voormalige Traverse is een nieuwbouwvolume voorzien dat programmatisch nog flexibel is: ze kan door de TU/e gebruikt worden, een uitbreiding van het aantal studentenwoningen + 2020 zijn, een uitbreidingsmogelijkheid voor de technische hogeschool zijn, of een andere nog te bepalen bestemming krijgen. 73
74
Het plan in detail hoogbouw, studentenhuisvesting, hogeschool en bedrijventerrein 75
76
Hoogbouw De oudste hoogbouwelementen van de campus worden gevormd door Vertigo (vroeger T-Hoog), het Hoofdgebouw en Potentiaal (vroeger E-hoog), die in een diagonale lijn aan de Dommeloevers staan. De plattegronden van deze drie gebouwen (zie volgende pagina) zijn kenmerkend voor de specifieke functie die ze oorspronkelijk hadden. Vertigo was voornamelijk bedoeld voor laboratoria, wat tot uitdrukking komt in de diepe plattegronden met grote verdiepingshoogte. Het Hoofdgebouw was van oudsher een flexibel indeelbaar gebouw: van open werkvloer tot kantoorplattegrond. Deze flexibiliteit had enerzijds tot doel alle soorten programma in één gebouw op te kunnen nemen en anderzijds groei en krimp te kunnen accommoderen. Potentiaal heeft een meer traditionele kantoorplattegrond die echter door de bajonetverschuiving van twee vleugels ook voor veel diversiteit in de maten van ruimtes kan voorzien. De drie nieuwe hoogbouwelementen volgen eenzelfde logica als hun voorgangers. Door hun verschillende functies onderling en ten opzichte van de oude hoogbouw introduceren zij nieuwe hoofdvormen en nieuwe plattegronden. De studententoren bestaat uit drie smalle vleugels die veel woningen kunnen herbergen. Door eenzelfde bajonetverschuiving als in Impuls wordt de donkere kern van het gebouw zo klein mogelijk en kunnen er zo veel mogelijk lichte en dus verhuurbare studentenkamers worden gemaakt. De hoogbouw van de hogeschoolfunctie heeft drie brede beuken die een grote gebouwdiepte tot gevolg hebben. Door het aanbrengen van grote atria wordt licht diep in het gebouw gebracht en ontstaan er diverse verticale connecties in het gebouw. Op deze manier maakt het gebouw niet alleen een horizontale maar ook een verticale programmering, sociale en wetenschappelijke interactie mogelijk. De plattegronden zijn volledig vrij indeelbaar: van klaslokaal tot kantoor, van laboratorium tot vergaderzaal. De toren op het bedrijventerrein tot slot heeft een typische kantoorplattegrond van individuele ruimtes (die ook op deze wijze verhuurbaar zijn) en gezamenlijke faciliteiten in de smalle middenbeuk. Uiteraard is hier een vrije vloer indeling net zo goed mogelijk. 77
78 Vertigo Hoofdgebouw Potentiaal
79 Studentenhuisvesing Technische hogeschool Bedrijventerrein
E C T P N O 80 C
Studentenhuisvesting De studentenhuisvesting op TU/e Science Park bestaat uit twee verschillende elementen: een hoogbouw en een laagbouw, vormgegeven als studentendorp. De hoogbouw bestaat uit drie ranke, ten opzichte van elkaar verschoven schijven die studentenwoningen van elk ruim 18 vierkante meter bevatten. Iedere woning is voorzien van eigen sanitair. Doordat de schijven iets van elkaar zijn afgeschoven ontstaat er ruimte voor gangen die de woningen individueel ontsluiten. Op de koppen van de buitenste schijven zijn de keuken en gezamenlijke ruimte voorzien, één uitkijkend over de stad, de ander over het groene Dommeldal. Het ontwerp voor de hoogbouw is gebaseerd op het Dreischeibenhaus; een kantoorgebouw dat in het centrum van Düsseldorf in de Hofgarten staat. Het studentendorp bestaat uit twee velden van een aantal rijen aaneengeschakelde maisonnettes van 18 vierkante meter groot, één veld aan de oostzijde en één veld aan de westzijde van de hoogbouw. Ieder veld is voorzien van een centrale collectieve buitenruimte. De woningen hebben een zeer smalle plattegrond en bestaan uit twee verdiepingen (het maisonnette type), elk voorzien van eigen keuken, sanitair en een dakterras. De woningen worden individueel ontsloten via de kleine straatjes van het dorp. In het westelijke veld van het studentendorp is tevens de crèche De Tuimelaar opgenomen. Het ontwerp van het studentendorp is gebaseerd op het enorme succes van Olympiadorf in München. Dit voormalige Olympisch dorp, bestaande uit een grote hoeveelheid kleine maisonnettes voor de atleten, is omgevormd tot studentenhuisvesting. Volgens de studenten van München de leukste en gezelligste plek om te wonen in de stad. 81
82
83
84 P P
Hogeschool Centraal op TU/e Science Park ligt een nieuw complex, bestaande uit drie gebouwen en een parkeervoorziening, dat ontworpen is voor een Technische Hogeschool. Het geheel bestaat uit ruim 34.000 vierkante meter vloeroppervlak en is geschikt voor ongeveer vijfduizend studenten en medewerkers. Het onderwijscomplex (dus exclusief de parkeervoorziening) bestaat uit een hoogbouw, een representatief entreegebouw en een langbouw. De hoogbouw en de langbouw hebben een flexibel indeelbare plattegrond, die alle benodigde functies van een hogeschool kan accommoderen. In de hoogbouw kunnen door de vele atria op eenvoudige wijze diverse lagen visueel en programmatisch aan elkaar geschakeld worden. In de langbouw bestaan er door een asymmetrische doorsnede van het gebouw diverse verdiepingshoogtes voor programmatische flexibiliteit. De twee gebouwen samen kunnen in alle benodigde soorten en hoeveelheid ruimte voorzien en bieden ook eenvoudig de mogelijkheid tot groei, krimp of reorganisering. Het representatieve entreegebouw tot slot flankeert de hoogbouw en bevat naast de hoofdentree van het hogeschool complex een grote aula, die geschikt is voor colleges en officiële gelegenheden. De drie gebouwen, de parkeergarage en mogelijk ook de bestaande hogeschool gebouwen worden met loopbruggen onderling verbonden en takken aan op het loopbruggenstelsel van de universiteit. 85
E C T P N O 86 C P
Bedrijven en Instituten Het bedrijventerrein is het vervolg op het succes van het concept van gebouwen als Twinning Center en Catalyst. Bedrijfsverzamelgebouwen voor startende bedrijven in wetenschap, techniek en innovatie, die ruimte vanaf een bureau tot een gehele etage kunnen huren. De gebouwen zijn voorzien van gezamenlijke functies als vergaderruimtes, laboratoria en werkplaatsen. De ligging van het bedrijventerrein aan de oostzijde van TU/e Science Park in een dicht beboste zone vraagt om een gebouwstructuur die de natuur in haar waarde laat en inspirerende werkruimte midden in het groen verschaft. Het complex bestaat uit een reeks geschakelde paviljoens, hofgebouwen en een hoogbouwschijf met een transparant en alzijdig karakter. De hoogbouw markeert het centrum van het gebied: een groene collectieve ruimte rondom een grote waterpartij, die ruimte biedt voor ontspanning en kleine evenementen. Alle gebouwen worden onderling verbonden door loopbruggen op het eerste niveau en door de betonnen gebouwplinten op maaiveldniveau die onder de loopbruggen en externe droogloop introduceren. Het ontwerp van paviljoens in het groen is geïnspireerd op de Duitse inzending voor de Wereld Expo in Brussel van 1958 van de Duitse architecten Sep Ruf en Egon Eiermann. In de langgerekte zone van de door bomenrijen geflankeerde Rondom en Horsten zijn een aantal wetenschaps- en techniekinstituten gevestigd zoals FOM. Deze institutenzone is met loopbruggen verbonden aan de universiteit aan de westkant en het bedrijventerrein aan de oostkant en vormt een inhoudelijke en fysieke verbinding tussen de twee gebieden. 87
88
TU/e Sience Park in cijfers 89
FACTSHEET TU/e SCIENCE PARK MASTERPLAN VERSIE 12/09/2011 Locatie Soort Aantal/BVO Jaar Opmerking PARKEREN TIJDELIJK AANTAL Dorgelolaan (spoorzijde) Gebouwd 700 2012 TOTAAL TIJDELIJK 700 NIEUWBOUW Catalyst Gebouwd 150 2012 In aanbouw De Zaale 1 (Project 2) Gebouwd 410 2014 Inclusief 110 plaaten voor FOM Auditorium Ondergronds 450 2017 Bedrijvencomplex Ondergronds 400 2017 De Zaale 2 (Fontys) Gebouwd 300 2020 De Zaale 3 (Impuls) Gebouwd 300 2020 Dorgelolaan (de Hal) Gebouwd 250 > 2020 SUBTOTAAL NIEUWBOUW 2260 BEHOUD Auditorium Maaiveld 90 2017 Herinrichting openbare ruimte SUBTOTAAL BEHOUD 90 STUDENTENHUISVESTING TOTAAL MASTERPLAN 2350 PARKEERPLAATSEN SLOOP AANTAL Spaceboxen 186 2013 TOTAAL SLOOP 186 NIEUWBOUW Studententoren 420 2014 Potentiaal 350 2016 Studentendorp 316 2018 SUBTOTAAL NIEUWBOUW 1086 FONTYS TOTAAL MASTERPLAN 1086 WONINGEN SLOOP BVO PTH 11837 2015 HTC 3028 2015 TOTAAL SLOOP 14865 BEHOUD S3 PABO 6353 SUBTOTAAL BEHOUD 6353 NIEUWBOUW Gebouwcomplex 28000 2020 R. Timmermans 9 2 2011 SUBTOTAAL NIEUWBOUW 28000 TOTAAL MASTERPLAN 34353 BVO
BEDRIJVEN SLOOP BVO Connector 2531 2017 Verhuizing naar bedrijvencomplex Multiumedia Paviljoen 4676 > 2020 TOTAAL SLOOP 7207 BEHOUD Twinning Center 3500 SUBTOTAAL BEHOUD 3500 NIEUWBOUW Catalyst 4000 2012 In aanbouw FOM 10981 2014 Bedrijvencomplex I 43149 2017 Bedrijvencomplex II 12914 > 2020 Multimedia Paviljoen 5000 > 2020 Herbouw SUBTOTAAL NIEUWBOUW 76044 TU/e COMPACTE CAMPUS IN TE VULLEN DOOR DIENST HUISVESTING TU/e OVERIG TOTAAL MASTERPLAN 79544 BVO SLOOP BVO Werf 1272 2011 Tbv bouw FOM BWK Buitenlab 2013 Corona 7059 2014 Paviljoen 12652 2017 Paviljoen NP 4912 2017 Impuls 2055 2018 Traverse 7291 2018 BBC 1249 2020 WKO koeltorens 216 2020 TOTAAL SLOOP 36706 IN OVERLEG MET NIEUWBOUW BBC 1500 2020 Locatie Athene De Tuimelaar 900 2014 BWK Buitenlab 2013 Locatie Vertigo Dorgelolaan Locatie Traverse 11239 > 2020 SUBTOTAAL NIEUWBOUW 13639 TOTAAL MASTERPLAN 13639 BVO DIENST HUISVESTING