Herijking Stedelijk Kompas



Vergelijkbare documenten
Bijlage 1: Stand van zaken trajecten, in- door en uitstroom bij instellingen en van het proces werk en activering

Maatschappelijke opvang: trends en ontwikkelingen Verdiepingssessie Stedelijk Kompas Gemeente Eindhoven 31 maart 2015 Mathijs Tuynman

Wmo beleidsplan Maatschappelijke Zorg Centrumgemeenteregio Zuid-Holland Zuid

Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen.

Evaluatie Housing First. Titel van de presentatie

Beleidsplan Opvang en Bescherming. Anne-Marie van Bergen (Movisie) en Daan Heineke (Talenter)

VERBETERPLAN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG, VERSLAVINGSZORG EN OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

Onderwerp Dekking coalitieakkoord 2014 vanuit maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid

Begeleid Wonen. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld

Monitor begeleid wonen Twente 2012

Antwoord van burgemeester en wethouders

1. Inleiding. 2. Doelen en uitgangpunten van het gemeentebestuur

Wmo subsidiekader Inleiding. Bijlage: Wmo subsidiekader Visie op maatschappelijke dienstverlening, outcome en indicatoren

Uw kenmerk. Onderwerp: Navolging onderzoek Maatschappelijke opvang reactie plan van aanpak college

MAATSCHAPPELIJKE OPVANG EN BESCHERMD WONEN IN DE REGIO OOST-VELUWE

Resultaten marktconsultatie 5 april Maatschappelijke Opvang

Monitor begeleid wonen en bemoeizorg Twente 2013

Kader subsidieaanvragen OGGZ 2018

Realisatie Plan van Aanpak Zwerfjongeren

METINGEN 2014 EN Monitor opvang Enschede. A. Kruize. B. Bieleman

Toelichting BenW-adviesnota

Op weg naar 2020: Transformatie van de maatschappelijke zorg

Bijlage 1. Afwegingskader ZRM Wonen en zorg

Programmabegroting

Uitvraag Vrouwenopvang

Strategische uitgangspunten Moveoo beweegt

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 31 oktober 2016 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

Agendapunt 7. Pagina 1 van 1

METINGEN 2014, 2015 EN Monitor opvang Enschede. A. Kruize. B. Bieleman

Uitgangspunten voor de financiering van:

Wmo-adviesraad Leiderdorp

Datum 8 mei 2015 Onderwerp Antwoorden kamervragen over het bericht dat de politie steeds vaker te maken krijgt met verwarde en overspannen mensen

Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang. donderdag, 7 maart, Agendapunt:

VAN BESCHERMD WONEN NAAR EEN BESCHERMD THUIS IN OOST-VELUWE

Aanbevelingen vervolg Stedelijk Kompas

FACT IDRIS. Idris is een onderdeel van de Amarant Groep

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7

Bijlage 2 Factsheet en ontwikkelagenda gemeente Ridderkerk

Opmerkingen en onderzoeksuggesties vanuit de discussiegroepen symposium 16/10/2013 nav de tabellen over huisuitzettingen

Sociaal kwetsbare burgers in Eersel. Antje Eugster Onderzoeksfunctionaris

Onze cliënt staat centraal!

Maatschappelijke opvang in Haarlem. Regionaal Kompas Openbare Geestelijke Gezondheidszorg

Agendapunt 7. Pagina 1 van 1

Blauwdruk Samenhangende zorg bijzondere groepen gemeente Zaltbommel en Maasdriel

Advies en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling. Sociaal medische contractering Jeugd. Organisatie wijkteams

Waardevolle dag. 24 mei Anna van Deth (Movisie) en Iwan Ottens (Ervaringswerker GGZ)

Monitor voortgang Wmo Uitkomsten vierde meting, september 2014

REGIOCONVENANT Uitstroom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Uitstroom naar zelfstandig wonen: Hoe organiseer je dat?

WMO Rotterdam. Van verzorgingstaat naar - stad en - straat

Raadsstuk. Onderwerp: Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel BBVnr: 2016/324154

MAATSCHAPPELIJKE OPVANG EN BESCHERMD WONEN IN DE REGIO OOST-VELUWE

Innovatiebudget Sociaal Domein gemeente Arnhem

Inspiratiebijeenkomst Vernieuwing maatschappelijke opvang

Uitgangspunten en acties project Woonladder, The Finishing Touch, fase 2. Wat lokaal moet, doen we lokaal.

# Hervorming Langdurige Zorg

M E M O. Aan : Commissie Samenleving Van : Eveline Tijmstra en Harry Rotgans. Datum : 20 oktober 2016 Onderwerp : Verwarde personen.

Mededeling van het college aan de gemeenteraad ( )

PARTICIPATIERAADHAARLEM

Raadsvoorstel. zie raadsportefeuille: Eindrapportage tweejarig project MOH, onderzoeksrapportage

Aanpak: WIJ Eindhoven. Beschrijving

EEn GEBUnDELDE aanpak voor Brabantse daken thuislozen

Regionaal beleids- en afsprakenkader 2016

Uitvoeringsplan Wmo-beleid

Kwetsbare burgers in beeld? Workshop Symposium 10 februari 2014 Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant

Raadsvoorstel. Wij stellen voor: Beleidskader maatschappelijk zorg besluitvormend de raad van de gemeente Teylingen

College van Burgemeester en wethouders gemeente Tynaarlo

IVO onderzoek: Zorg voor zwerfjongeren met ernstige problematiek in Rotterdam. Van onderzoek naar praktijk

Doorontwikkeling dagbesteding. Vanuit voorveld en dagbesteding naar een laagdrempelige basisvoorziening

Zelfstandigheidstraining. voor Jongeren. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld

Aanpak: Casusregie en inzet gezinscoaching. Beschrijving

Burgemeester en Wethouders 10 mei Doorkiesnummer Communicatie Portefeuillehouders Nee G. Dijksterhuis W. Prins

HENRIQUE SACHSE ARTS M&G, JEUGDARTS, VERTROUWENSARTS

gemeente Eindhoven AdviesnotaWerk & Activering in het kader van het Stedelijk Kompas 2012/2013

Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen CSA Aanleiding

ontwikkeltafel MDW Eindhoven, 26 oktober 2017

Integraal en ontschot werken; kan het? Divosacongres 17 november 2016

Wegwijzer voor buurt- en wijkteams

Toelichting begrotingswijziging bescherming en opvang

Maatschappelijke opvang (prestatieveld 7)

HUMANITAS NULMETING COMPLEXITEIT VAN DE HULPVRAAG

ALGEMEEN VISIE, MISSIE EN HERSTEL SPEERPUNTEN. Voor een leven in balans

Marktconsultatie Beschermd Wonen

De Maatschappelijke zorg dichterbij. Op weg naar 2021: Transformatie van de maatschappelijke zorg

Inwoners met een ernstig psychiatrische aandoening in de wijk

Bijeenkomst Overlegtafel Leidse regio 28 november 2017

Beleidsplan Schuldhulpverlening Venray

Symposium Onderzoeksresultaten

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012

Adviezen van de diverse raden voor het Regionaal Kompas Flevoland

IrisZorg Preventieve wijkgerichte

Inwoners Eindhoven en 14 regiogemeenten, die begeleiding nodig hebben waarbij sprake is van voornamelijk planbare ondersteuning.

Beschermd thuis, producten vanaf 1 mei 2018 Informatie voor zorgaanbieders

Aanpak: Er op af aanpak vanuit zorgnetwerken. Beschrijving

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 23 november 2017 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

Zozijn en de Stelselwijzigingen. Zozijn participeert!

Zorg en ondersteuning voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Elly van Kooten. Directie Maatschappelijke Ondersteuning, Ministerie van VWS

Beleidskader Wmo789. Maatschappelijke opvang - Openbare geestelijke gezondheidszorg - verslavingsbeleid. voor

verwijzers Behandeling en begeleiding Forensische zorg voor mensen met een LVB

BIJLAGE voortgangsrapportage mei 2007 Rapportage en planning activiteiten Den Haag Onder Dak. maart Bijgesteld op 4 mei 2007.

Transcriptie:

Herijking Stedelijk Kompas Juni 2015 Marjon gemeente Eindhoven Sociaal Domein juni 2015

Colofon Uitgave Gemeente Eindhoven Sociaal Domein Datum juni 2015

Inhoudsopgave Colofon Inhoudsopgave Managementsamenvatting 4 1. Inleiding 1.1 Achtergrond Stedelijk Kompas Eindhoven 7 1.2 8 1.3 Leeswijzer 8 2. Evaluatie Stedelijk Kompas 2.1 Achtergrond 9 2.2 Conclusies 9 3. Stand van zaken Stedelijk Kompas 3.1 Kwantitatieve en kwalitatieve analyse 13 3.2 Conclusies 19 4. Trends en ontwikkelingen 4.1 Paradigmaverschuivingen 20 4.2 Landelijke trends 20 4.3 Lokale ontwikkelingen 24 5. Doorontwikkeling Stedelijk Kompas 5.1 Inhoudelijke uitgangspunten 26 5.2 Aandachtspunten bij de doorontwikkeling 27 5.3 Hoe verder 29 5.4 Vervolgstappen 32 Bijlage 1: Landelijke voorbeelden van zelfbeheer door dak- en thuislozen 33 3

Managementsamenvatting Vanaf 2008 wordt er in Eindhoven gewerkt met een Stedelijk Kompas; het plan van aanpak voor de maatschappelijke opvang. Het Stedelijk Kompas heeft tot doel de leefomstandigheden van mensen die dak- of thuisloos zijn te verbeteren en overlast en criminaliteit te verminderen. Destijds zijn er twee pijlers geformuleerd: enerzijds een honderd procent sluitende ketensamenwerking op zowel bestuurlijk als uitvoerend niveau en anderzijds een persoonsgerichte benadering met behulp van individuele trajectplannen en aan de individuele personen gekoppelde cliëntmanagers. In 2014 heeft er een evaluatie plaatsgevonden van het Stedelijk Kompas Eindhoven. De aanpak heeft volgens betrokkenen veel opgeleverd. Er is meer zicht en grip op de doelgroep; de dakof thuisloze heeft meer perspectief gekregen; samenwerking tussen de organisaties is verbeterd en er is een klankbordgroep dak- en thuislozen. Als belangrijkste knelpunt wordt de belemmering in door- en uitstroom genoemd. Zowel landelijke als lokale ontwikkelingen hebben gevolgen voor de herijking van de aanpak Stedelijk Kompas. Uit landelijk onderzoek blijkt dat er binnen de maatschappelijke opvang sprake is van twee paradigmaverschuivingen. In de vorige eeuw werd dakloosheid vooral als een overlastprobleem gezien, daarna stond het gebrek aan zorg centraal en nu wordt het meer gezien als probleem van armoede, huisvesting en gebrek aan participatie. Een tweede verschuiving betreft het van onder dak en in zorg brengen naar meedoen, eigen kracht en zo gewoon mogelijk wonen. Als belangrijkste trends worden de toename van nieuwe daklozen genoemd (economisch daklozen), en een toename van de instroom door de ambulantisering. Een belangrijke lokale ontwikkeling is de visie WIJeindhoven, een omwenteling waarbij de inwoner van onze stad weer centraal staat en eigenaarschap kan nemen, waarbij we maatwerk bieden, aansluiten bij wat mensen kunnen en willen en accent leggen op normaliseren. Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor Beschermd Wonen. In het kader van de herijking Stedelijk Kompas is het van belang verbinding te leggen met de aanpak binnen Beschermd Wonen. Een lokale trend die we daarnaast nog signaleren is de versterking van ervaringsdeskundigheid bij de aanpak van dak- en thuisloosheid. Op basis van de evaluatie van het Stedelijk Kompas, landelijke en lokale ontwikkelingen en trends, en input vanuit de ontwikkeltafels Stedelijk Kompas/Beschermd Wonen (die in mei en juni hebben plaatsgevonden) kunnen we een aantal inhoudelijke uitgangspunten formuleren voor de doorontwikkeling van het Stedelijk Kompas, waarbij de visie WIJeindhoven leidend is. Dit betekent dat we streven naar normalisatie door zoveel mogelijk in de sociale basis te organiseren, via een generalistische aanpak mensen te benaderen als holistisch mens in plaats van als doelgroep en als het niet anders kan gebruik te maken van voorzieningen in de tweede lijn. Deze zijn in toenemende mate snel en flexibel. Op basis van coalities door de lijnen heen zijn organisaties in staat om snel op te schalen als dat nodig blijkt maar vooral ook weer snel af te schalen als dat kan. De inhoudelijke uitgangspunten zijn: - Van zorg/ondersteuning naar werk/participatie. Dit betekent dat de gemeente gaat investeren in trajecten richting werk/participatie en op een meer toegankelijke arbeidsmarkt voor mensen met afstand tot die markt in de vorm van PSO/social return; - Een beweging van tweede lijn naar de eerste lijn en de sociale basis. Dit betekent een vermindering van verblijf/opvang en uitstroom richting begeleid wonen naar uiteindelijk zelfstandig wonen. Ook gaan we onderzoeken of lichtere vormen van begeleiding bij begeleid wonen en zelfstandig wonen ingezet kunnen worden. - Van aanbodgericht naar vraaggericht. De inzet van ervaringsdeskundigheid wordt versterkt.daarnaast wordt binnen de opdracht sociaal domein 2016 e.v. gewerkt met maatwerkarrangementen, waarbij de inwoner samen met de generalist bepaalt hoe een traject er uit gaat zien. - Van curatief naar preventief. Door de generalistenteams wordt ingezet op het voorkomen van dak- en thuisloosheid d.m.v. vroegsignalering. - Van doelgroepgericht naar maatwerkgericht. Niet de doelgroep staat centraal in de aanpak, maar de mens. De vraag van de inwoner staat centraal. 4

Bij de bovengenoemde uitgangspunten zijn een aantal aandachtspunten geformuleerd waar rekening mee moet worden gehouden: - Maatwerk is het sleutelwoord bij de verdere doorontwikkeling van het Stedelijk Kompas. Het gestandaardiseerde aanbod van de instellingen sluit niet meer aan bij de behoeften van de dak- en thuislozen. Inwoners willen meer invloed uit kunnen oefenen op het traject dat aangeboden wordt en ook meer keuzemogelijkheden. Maatwerk vraagt om een meer modulaire opbouw van het aanbod binnen én tussen organisaties. Ook moeten er meer en snellere mogelijkheden zijn om op- en af te schalen. - In de maatschappij is er een cultuurverandering nodig. Dak- en thuislozen willen als gewone mensen bejegend worden door professionals, maar ook door mede-inwoners. Dit vraagt een investering in de sociale basis. - In de aanpak van dak- en thuisloosheid spelen generalistenteams een cruciale rol. Zij zijn een belangrijke schakel in enerzijds het voorkomen van dak- en thuisloosheid en anderzijds in het bepalen van de toegang tot de tweede lijnsvoorzieningen (opvang/verblijf en specialistische ondersteuning). - Als gemeente gaan we de ruimte in wet- en regelgeving opzoeken. Om maatwerk te kunnen bieden is het nodig deze ruimte op te zoeken. - Accepteren dat er een kleine groep dak- en thuislozen is die niet in traject kan of wil. Binnen het Stedelijk Kompas was de algemene lijn dat iedereen deel moest nemen aan een traject. In de doorontwikkeling wordt meer uitgegaan van maatwerk en wordt mede met behulp van de inzet van ervaringsdeskundigen (door KDET) samen met deze trajectmijders onderzocht welke aanpak voor deze groep het beste werkt. - Vanuit de gemeente zal er afstemming gezocht worden met diverse partners om de druk op de voorzieningen te beperken. Instellingen signaleren namelijk een toename in de instroom in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen vanuit de WLZ, de forensische psychiatrie en vanuit het justititeel kader. - Afstemming met woningcorporaties in het kader van een kwantiatief en kwalitatief passend aanbod aan woningen in de wijken, zoveel mogelijk verspreid over de stad. Er zijn meer geschikte en betaalbare woningen nodig in de wijken. Dit vraagt om meer diversiteit in woningen (zelfstandig en groepsgewijs wonen) in het woningaanbod. In het kader van de strategische agenda die vanuit de gemeente wordt opgesteld met de corporaties worden hierover resultaatafspraken gemaakt. Daarnaast gaan we meer aandacht besteden aan tweede kanshuisvesting (voor bijv. inwoners die op de sanctielijst staan van corporaties). - Regio betrekken: Eindhoven fungeert als centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang. Met de regio worden afspraken gemaakt over enerzijds preventie, beperken van de instroom en bevorderen van de uitstroom naar de gemeente waar de dak- en/of thuisloze vandaan komt. - Temporiseren: we gaan als gemeente in dialoog met onze partners en inwoners om de transformatie en doorontwikkeling van het Stedelijk Kompas vorm te geven. Vervolgstappen: - Investering in sociale basis.de ruimte voor ervaringsdeskundigheid wordt uitgebreid d.m.v. het stimuleren van initiatieven in zelfbeheer. In het kader van het Right to Challenge wordt nachtopvang in zelfsturing, thuishavens in zelfbeheer en uitstroomwoningen in zelfbeheer opgezet. - Meer aandacht voor werk en participatie. Er wordt meer geïnvesteerd in trajecten richting werk en participatie. Daarnaast wordt onderzocht of via persoonlijke coaches/maatjes dak- en thuislozen begeleid kunnen worden naar vormen van werk/participatie. De screening van de mogelijkheden richting participatie/werk zal gebeuren door de generalistenteams, evt. in samenwerking met deskundigheid vanuit de expertiseschil (arbeidsdeskundige). Dit betekent dat we de werkzaamheden van Bureau Werk (Neos) gaan beeïndigen. - In het kader van het thema daginvulling is het uitgangspunt meedoen naar vermogen. In het aanbod binnen de specialistische daginvulling willen we een beweging richting sociale basis. Een beweging van arbeidsmatige dagbesteding naar (begeleid) werken met loonkostensubsidie en een beweging van een afstand tot de arbeidsmarkt tot deelnhame aan de arbeidsmarkt. Verder 5

stimuleren we integratie van aanbod waar dat kan. Ook hier geldt dat we gaan voor een meer modulaire vormgeving van het aanbod. - Wonen: de gemeente gaat meer verbindingen leggen met het ruimtelijk domein (vastgoed, wonen). Gezamenlijk wordt een analyse gemaakt van enerzijds het aanbod van woningen en anderzijds de toekomstige behoefte aan woningen/woonvormen. Daarnaast zal het DOOR! concept herijkt worden i.v.m. de toegang die door de generalisten plaats zal vinden. - Toegang via de generalistenteams. Dit betekent een wijziging in het huidige werkproces van het Stedelijk Kompas. Het betekent dat de centrale aanmelding via Neos op termijn zal verdwijnen. Ook de trajecttoewijzingscommissie zal op termijn verdwijnen. - Opschaling via gemeentelijk de-escalatie team (GDT). Op dit moment is er nog een coördinatiepunt stedelijk kompas. In de toekomst ligt de toegang tot en het toetsen van de trajecten bij de generalistenteams. Bij escalaties wordt de reguliere opschalingslijn gevolgt met in de top het GDT. Binnen het GDT is deskundigheid aanwezig op het terrein van dak- en thuislozen. - Landing van huidige producten Stedelijk Kompas in sociale basis, eerste lijn en tweede lijn. De producten binnen het Stedelijk Kompas worden vertaald naar de nieuwe product-dienstencatalogus (indikking naar 20-30 producten). Samen met de aanbieders worden de huidige producten vertaald naar deze nieuwe indelin - Van subsidie naar inkoop. Vanaf 2016 wordt het aanbod in de tweede lijn bekostigd via inkoop. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de verblijfscomponent (op basis van beschikbaarheid) en ondersteuning (op basis van gebruik). In het collegevoorstel Opdracht sociaal domein 2016- kaders om te transformeren in de sociale uitvoeringspraktijk (geagendeerd voor college op 7 juli 2015) wordt omschreven op welke wijze de financiering van o.a. het Stedelijk Kompas/de maatschappelijke opvang en beschermd wonen wordt vormgegeven. De inhoudelijke uitgangspunten worden hierin financieel vertaald. - De tweede helft van 2015 zal worden gebruikt voor de realisatie van de bewegingen die in de herijking staan beschreven. Daarbij wordt de onderstaande mijlpalenplanning gehanteerd: Tactische realisatie (1 juli 2015-13 november 2015): tactische kaders en inkoopbestek; nieuwe contracten. Operationele realisatie (1 oktober 2015-31 december 2015): werkprocessen, werkinstructies, trainingen, implementatie herijking. 6

1. INLEIDING 1.1 Achtergrond Stedelijk Kompas Eindhoven In navolging van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang in de vier grote steden (G4) hebben de overige 39 centrumgemeenten, in opdracht van het ministerie van VWS, in 2008 een Stedelijk Kompas opgesteld (plan van aanpak voor maatschappelijke opvang). Deze Kompassen hebben tot doel de leefomstandigheden van mensen die dakof thuisloos zijn (of dat dreigen te worden) te verbeteren en de daarmee gepaard gaande overlast en criminaliteit te verminderen. Om dakloosheid te verminderen en doorstroming naar een zo zelfstandig mogelijk bestaan te bevorderen, zijn destijds twee pijlers geformuleerd: (1) een honderd procent sluitende ketensamenwerking op zowel bestuurlijk als uitvoerend niveau tussen alle betrokken partijen en instellingen onder regie van de gemeente en het zorgkantoor; (2) een persoonsgerichte benadering met behulp van individuele trajectplannen en aan de individuele personen gekoppelde cliëntmanagers. De tweede fase van het Plan van Aanpak (2011-2014) was vooral gericht op het voorkomen dat mensen (weer) dakloos raken en op het zoveel als mogelijk (blijven) participeren in de samenleving. Veel gemeenten, waaronder Eindhoven, hadden al een uitgewerkt beleid voor maatschappelijke opvang. De stedelijke kompassen hebben hier een extra impuls aan gegeven. Net als de meeste andere centrumgemeenten heeft Eindhoven destijds doelstellingen voor het Stedelijk Kompas geformuleerd. Deze waren: 1) Vanaf 2011 hebben alle geregistreerde dak- en thuislozen in Eindhoven een passend traject. 2) Met ingang van 2014 is tenminste 60% van de geregistreerde dak- en thuislozen regulier en duurzaam gehuisvest volgens de norm van de zgn. stabiele mix (combinatie van wonen, financien, werk). 3) Vanaf 2010 kan maximaal 20% van alle dreigende of aangekondigde huisuitzettingen niet worden voorkomen (80% wel). 4) Met ingang van 2010 is het aantal dak- en thuislozen ten gevolge van afwenteling door penitentiaire of andere instellingen ten hoogste 5% van het totale aantal dak- en thuislozen. 5) In 2014 is overlast door dak- en thuislozen teruggedrongen tot ten hoogste 75% van het niveau van 2007. 6) Met ingang van 2014 is tenminste 60% van de geregistreerde zwerfjongeren regulier en duurzaam gehuisvest volgens de norm van de zgn. stabiele mix. Het Stedelijk Kompas Eindhoven (SKE) is van start gegaan in 2008 en loopt door tot en met 2014. Landelijk worden de Stedelijk Kompassen van de centrumgemeenten door het Trimbosinstituut gemonitord. 1 Voor individuele gemeenten speelt met het einde van de looptijd van het Stedelijk Kompas, de vraag: hoe gaan we vanaf 2015 verder? 1 Zie: Tuynman M., Planije, M., Het kan dus!. Een doorbraak in het Nederlandse dakloosheidsbeleid. Evaluatie Plan van aanpak maatschappelijke opvang in de vier grote steden, 2006-2014. 7

1.2 De gemeente Eindhoven heeft met deze herijking Stedelijk Kompas de balans opgemaakt van wat er tot nu toe bereikt is met het SKE, nagegaan welke uitdagingen er op dit moment liggen en hoe dit zijn beslag moet krijgen in de toekomst. Er zijn diverse bronnen gebruikt om deze herijking te maken. Allereerst de evaluatie van het Stedelijk Kompas Eindhoven, die september 2014 is verschenen 2. Daarnaast zijn bevindingen uit landelijk onderzoek (o.a. Trimbos, instituut, UMC Nijmegen)) in deze herijking verwerkt. Binnen het Stedelijk Kompas is er destijds een projectgroep (medewerkers van de ketenpartners) en een stuurgroep (management van de ketenpartners) geformeerd die de afgelopen jaren hun bijdrage hebben geleverd aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van de aanpak dak- en thuislozen. Parallel aan de herijking Stedelijk Kompas heeft de Raadwerkgroep Transformatie Sociaal Domein zich vanaf december 2014 verdiept in de aanpak van dak- en thuisloosheid in Eindhoven. Er zijn twee verdiepingssessies geweest met het veld, één over trends en ontwikkelingen (maart 2015) en één over preventierisicofactoren en het concept working first (mei 2015). De raadswerkgroep zal haar aanbevelingen tegelijkertijd met de bespreking van deze herijking in de Raad aanbieden. In het kader van de verdere uitwerking van het inkoop/subsidietraject sociaal domein voor 2016 en verder organiseert de gemeente Eindhoven zogenaamde ontwikkeltafels rondom een aantal thema s. Stedelijk Kompas (gekoppeld aan Beschermd Wonen), is één van deze thema s. Er hebben in de maanden mei/juni drie ontwikkeltafels plaatsgevonden (op 21 mei, 4 juni en 18 juni). De opbrengsten uit deze bijeenkomsten zijn verwerkt in deze herijking. In het collegevoorstel Opdracht sociaal domein 2016 kaders om te transformeren in de sociale uitvoeringspraktijk (juni 2015- geagendeerd voor college op 7 juli) wordt omschreven op welke wijze de financiering van o.a. het stedelijk kompas/de maatschappelijke opvangen beschermd wonen wordt vormgegeven. - 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de belangrijkste conclusies uit de evaluatie weergegeven die in 2014 heeft plaatsgevonden. Hoofdstuk 3 beschrijft de kwantitatieve en kwalitatieve resultaten van het Stedelijk Kompas, gebaseerd op de jaarrapportages van de diverse instellingen van 2014. De landelijke en lokale trends en ontwikkelingen worden in hoofdstuk 4 onder elkaar gezet. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de doorontwikkeling van het Stedelijk Kompas uitgewerkt. 2 2 Zie Evaluatie Stedelijk Kompas Eindhoven, eindrapport, gemeente Eindhoven, CTRL- Control, RBIO- Ruimtelijk/BIO, september 2014 8

2. EVALUATIE STEDELIJK KOMPAS 2.1 Achtergrond In september 2014 is door de gemeente Eindhoven (afdeling Beleidsinformatie en Onderzoek) de balans opgemaakt van het Stedelijk Kompas. Belangrijkste onderzoeksvragen destijds waren: 1) Wat heeft het Stedelijk Kompas tot nu toe opgeleverd, voor wat betreft: a) de in 2008 geformuleerde doelstellingen; b) het SKE als geheel (bijv. doorstroom in de Maatschappelijke Opvang, zicht op de doelgroep e.d.); c) het werkproces (en de onderdelen en stappen hierbinnen) dat binnen het SKE is ingericht, de regie en meer in het bijzonder de rol van de gemeente als regisseur; d) de producten (concreet zorgaanbod) die binnen het SKE zijn ontwikkeld. 2) Wat zijn de huidige discussiepunten (bijv knelpunten en leemtes) en ideeën t.a.v. de toekomst van het Stedelijk Kompas Eindhoven (vanaf 1 januari 2015) onder stakeholders? 2.2 Conclusies Wat betreft de gefromuleerde doelstellingen (zie pagina 5) kunnen we de volgende conclusies trekken: Doelstelling 1. Vanaf 2011 hebben alle geregistreerde dak- en thuislozen in Eindhoven een passend traject. In 2010 is door bureau Interval een onderzoek gedaan naar de populatie dak- en thuislozen op basis van instellingregistraties (unieke personen). Hieruit is de omvang bepaald van verschillende doelgroepen binnen het Stedelijk Kompas. Zij kwamen toen op een totaal van 1132 unieke personen. Uit het cliëntvolgsysteem blijkt dat in de looptijd van het Stedelijk kompas ondertussen 1316 personen een traject hebben of hebben gehad. Doelstelling 2. Met ingang van 2014 is tenminste 60% van de geregistreerde daken thuislozen regulier en duurzaam gehuisvest volgens de norm van de zgn. stabiele mix. Indien men de succesvolle uitstroom (=duurzaam gehuisvest) afzet tegenover het totaal aantal beëindigde traject komt men uit op het percentage van 73% (begroot 60%). Tevens ziet men jaarlijks een stijging van de succesvolle uitstroom bij instellingen. 9

Doelstelling 3. Vanaf 2010 kan maximaal 20% van alle dreigende of aangekondigde Huisuitzettingen niet worden voorkomen (80% dus wel). De vraag over afgewende huisuitzettingen is niet te beantwoorden aangezien het woonoverlastteam dit niet registreert. Wel ziet men dat het aantal huisuitzettingen in 2014 gedaald is t.o.v. 2013 In 2013 waren er 113 uitzettingen, in 2014 waren dit er 105. Doelstelling 4. Met ingang van 2010 is het aantal dak- en thuislozen ten gevolge van afwenteling door penitentiaire of andere instellingen ten hoogste 5% van het totale aantal dak- en thuislozen. Met invoering van het Stedelijk Kompas en de ketenregie vanuit de gemeente worden instellingen aangesproken op bovenstaande doelstelling. Mede door het aanspreken van instellingen op hun zorg- en cliëntverantwoordelijkheid door het coördinatiepunt SKE en binnen de Trajecttoewijzingscommissie zijn instellingen in toenemende mate hun verantwoordelijkheid gaan nemen. Resultaten zijn niet in kwantiteit te noemen, echter wel wordt waargenomen dat de samenwerking binnen de keten sterk verbeterd is. Indien een eventuele afwenteling zich aandient worden er oplossingen tussen en binnen instellingen gevonden. Ook wordt in toenemende mate expertise van andere instellingen dan de eigen instelling betrokken bij mogelijke zich aandienende afwentelingen. Een voorbeeld hoe afwenteling is voorkomen, is dat binnen het TTC met een opnamecarrousel gewerkt wordt, waar elke instelling een maand beurtelings de lastige cliënt opneemt om zo de lasten gelijkelijk te verdelen. Doelstelling 5. In 2014 is overlast door dak- en thuislozen teruggedrongen tot ten hoogste 75% van het niveau van 2007. Het aantal bevestigde meldingen en klachten inzake overlast door daklozen worden als zodanig niet door de politie geregistreerd (wel overlast als gevolg van drank en drugsmisbruik, maar niet direct terug te leiden tot daklozen). Wel kan geconstateerd an worden dat de afgelopen jaren het aantal te bespreken casussen van ernstige overlastveroorzakende en gewelddadige dak- en thuislozen afneemt. Dit is vooral te danken aan de inzet van ronde tafels en de Trajecttoewijzingscommissie. Doelstelling 6. Met ingang van 2014 is tenminste 60% van de geregistreerde zwerfjongeren regulier en duurzaam gehuisvest volgens de norm van de zgn. stabiele mix. Het percentage zwerfjongeren uit het (oorspronkelijke) bestand met duurzame huisvesting. is (113/170), dus 66%. Van deze 113 zwerfjongeren wonen 88 jongeren zelfstandig en zijn 25 jongeren naar passende hulp (zo zelfstandig mogelijk) uitgestroomd. Uit het evaluatierapport Stedelijk Kompas (december 2014) zijn daarnaast nog de volgende conclusies te destilleren: 1. Opbrengsten SKE Het Stedelijk Kompas Eindhoven heeft volgens betrokkenen veel opgeleverd, met name dankzij de invoering van de persoonsgerichte benadering met individuele trajecten: - de dak- of thuisloze is meer centraal komen te staan en heeft meer perspectief gekregen; - er is meer zicht en grip op de doelgroep: het overgrote deel van de doelgroep is van de straat en in beeld bij de instellingen; - het individuele traject is nu meer leidend dan de voorziening of het aanbod; 10

- de samenwerking tussen de ketenpartners is verbeterd: men weet elkaar beter te vinden, lijnen zijn korter en er is meer onderling vertrouwen; - er is meer sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de zorgverlening aan individuele, met name complexe, casussen; - het aanbod aan voorzieningen is uitgebreid en er is maatschappelijk draagvlak ontstaan voor de gecreëerde voorzieningen.; - dak- en thuislozen hebben een stem en een gezicht gekregen via de Klankbordgroep dak- en thuislozen (KDET). Zij dienen als luis in de pels en zijn de ogen en oren op straat om signalenop te pikken en deze aan de gemeente kenbaar te maken. Er zijn kortom grote stappen gezet om dakloosheid terug te dringen en de leefomstandigheden en het perspectief van dak- en thuislozen en zwerfjongeren te verbeteren. Eindhoven fungeert als centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang. De meeste regiogemeenten zijn over het algemeen tevreden over de wijze waarop de gemeente Eindhoven haar rol als centrumgemeente invult. Samenwerking en afstemming met de regio is door het Stedelijk Kompas verbeterd. Regiogemeenten nemen hun verantwoordelijkheid op het terrein van preventie (voorkomen van instroom in de maatschappelijke opvang) en nazorg (zorg voor hun burgers als ze uitstromen vanuit de maatschappelijke opvang naar de gemeente van herkomst). Verder zijn toegang en beschikbaarheid van bemoeizorg voor zorgwekkende en zorgmijdende cliënten in de regio verbeterd. 2. Belemmerde doorstroom belangrijkste knelpunt in functioneren huidige aanbod Om individuele cliënten perspectief te kunnen blijven bieden en nieuwe cliënten op te kunnen blijven vangen is bevordering van door- en uitstroom van de maatschappelijke opvang nodig. Op dit moment zijn er verschillende belemmerende factoren die ervoor zorgen dat de door- en uitstroom uit de maatschappelijke opvang nog niet optimaal is. Enerzijds zorgen wachtlijsten in de maatschappelijke opvang en procedures voor het aanvragen van een uitkering of schulddienstverlening voor vertraging in de voortgang van trajecten; anderzijds worden de mogelijkheden voor uitstroom beperkt door een gering aanbod aan geschikte woningen of doordat mensen lang op een Sancties & Kansenlijst staan. Om deze knelpunten aan te pakken, moet worden onderzocht welke mogelijkheden de beleidsvrijheid van gemeente op het gebied van sociale wetgeving biedt. 3. Regie en monitoring De gemeente heeft in het Stedelijk Kompas op verschillende niveaus en manieren regie gevoerd: a) trajectregie door het volgen van individuele cliënten (en interveniëren bij knelpunten) middels een cliëntvolgsysteem in IW3 b) ketenregie door signaleren van en interveniëren bij knelpunten op organisatieniveau/ systeemniveau, mede op basis van IW3 c) regie op bestuurlijk en tactisch niveau via de Stuurgroep en Projectgroep d) beleidsregie via het formuleren van na te streven maatschappelijke effecten (doelstellingen), algemene kaders en financiering). Zowel trajectregie als ketenregie zijn neergelegd bij een onafhankelijk Coördinatiepunt. De instellingsoverstijgende bijdrage van het cliëntvolgsysteem in IW3 aan de regiefunctie van de gemeente is nog niet goed uit de verf gekomen. 11

4. Stedelijke en regionale aanpak dak- en thuisloosheid en gemeentelijke regie blijven nodig in de toekomst Ook in de toekomst zal de groep van het Stedelijk Kompas beleidsmatig aandacht vragen. Naast de wijkgerichte generalistische aanpak via WIJeindhoven, blijven stedelijke voorzieningen voor maatschappelijke opvang nodig. Het gaat hierbij niet alleen om woonvoorzieningen maar ook de inloopfunctie en een bodemvoorziening (voor bed, bad & brood ). De inloopcentra vervullen een belangrijke functie in het bieden van een plek voor ontmoeting, ondersteuning en relatie opbouwen met personen die zich aan of buiten de marges van de SKE structuur bevinden, waardoor ook deze groep in beeld komt en kan blijven. 5. Aansluiting met generalistenteams in preventie en nazorg. Op operationeel niveau dient zowel aan de preventie-kant (signaleren van dreigende dak- of thuisloosheid) als in de nazorg (woonbegeleiding en re-integratie in de wijk) een verschuiving van werkzaamheden van de partnersorganisaties SKE naar WIJteams plaats te vinden. Betrokkenen van instellingen zien ook risico s bij deze verschuiving van werkzaamheden. De instellingen betwijfelen of generalisten voldoende in staat zijn om te gaan met de complexiteit van de doelgroep en tijdig opschalen naar de specialistische zorg. Om adequaat in te kunnen spelen op dak- en thuislozenproblematiek in de wijk moet binnen de WIJteams voldoende specifieke kennis vertegenwoordigd zijn en (waar nodig) afstemming plaats vinden met specialistische 2e lijns zorg. Slotconclusie: continuering gemeentelijke en regionale regie en samenhang in beleidsvelden nodig De regie op integrale trajecten/arrangementen blijft nodig. Hierin zullen de generalistenteams de belangrijkste rol vervullen. Daarnaat blijft de gemeentelijke en regionale beleidsverantwoordelijkheid voor (dreigend) dak- en thuislozen ook na afloop van de huidige looptijd van het Stedelijk Kompas bestaan. Om de opbrengsten van het Stedelijk Kompas, in de trajectmatige benadering maar met name ook de samenwerking in de keten, vast te houden, zou de gemeente regie moeten blijven voeren via: - het formuleren van beleidsdoelstellingen (in termen van gewenste maatschappelijke effecten); - het bijeenbrengen van partijen; - monitoring van de resultaten. Hierbij is een grotere samenhang met andere beleidsterreinen (bijvoorbeeld op het terrein van wonen en veiligheid) nodig dan tot nu toe gerealiseerd is. De focus in de aanpak van dak- en thuisloosheid moet volgens betrokkenen in de toekomst liggen op het voorkómen van dak- en thuisloosheid, op stabilisatie en uitstroom uit de maatschappelijke opvang en het realiseren van meer participatie op wijkniveau. 12

3. STAND VAN ZAKEN STEDELIJK KOMPAS Voordat we over gaan naar het beschrijven van de doorontwikkeling Stedelijk Kompas, geven we in dit hoofdstuk een overzicht van de concrete resultaten van de aanpak binnen het Stedelijk Kompas) (gebaseerd op de jaarrapportages 2014 van de instellingen) en geven we een beeld van het huidige aanbod aan voorzieningen voor daken thuislozen (2015). 3.1 Kwalitatieve en kwantitatieve analyse Partners Stedelijk kompas In het Stedelijk kompas werken diverse partners samen. Het betreft instellingen die maatschappelijke opvang en begeleiding bieden, instellingen die ondersteunend zijn aan de trajecten, inloopvoorzieningen en belangenbehartigers. Instellingen die maatschappelijke opvang bieden zijn Neos, Leger des Heils,en Novadic- Kentron.Zij bieden naast daadwerkelijke opvang ook activiteiten op het terrein van begeleiding, ondersteuning en werk & activering. Instellingen die ondersteuning, begeleiding en activiteiten op het terrein van werk & activering bieden (maar geen daadwerkelijke opvang ) binnen de trajecten die daklozen doorlopen zijn GGzE/FACT, Sint Annaklooster, Springplank 040 en Ervaring die Staat. Daarnaast zijn er inloopvoorzieningen in Eindhoven waar daklozen terecht kunnen, zoals Open huis Cathrien, Diaconaal centrum, het dienstencentrum van het Leger des Heils en de avondinloop van Ervaring die Staat. Ook is er een klankbordgroep daklozen KDET die zowel een signalerende functie heeft en als belangenbehartiger voor daklozen optreedt. Tenslotte wordt binnen het Stedelijk Kompas samengewerkt met partners als Woningcorporaties ((DOOR!), Politie, Veiligheid, Justitie, GGzE (FACT-teams) WIJ040 en cliëntenraden van instellingen. Totaal aantal daklozen in traject tot nu toe (peildatum 22-4-2015) Op basis van de cijfers van het cliëntvolgsysteem IW3 (dat in 2011 operationeel werd) kan geconstateerd worden dat er in deze totale periode (dus vanaf 2011) 1316 cliënten in traject zijn ondergebracht. Van deze 1316 trajecten zijn er 804 reeds afgesloten en zijn er nog 512 trajecten op dit moment actief. Het aandeel cliënten vanuit de regio bedraagt vanaf 2011 in totaal 118 (9%). Kwantitatieve en kwalitatieve resultaten per instelling 3 Per instelling worden hieronder de activiteiten opgesomd die gericht zijn op de doelgroep Stedelijk Kompas t. Het betreft de activiteiten, plekken, en de in- en uitstroom 2014. NEOS Neos is een instelling voor maatschappelijke opvang. Opvang en verblijfsmogelijkheden bij Neos zijn gericht op de wensen en mogelijkheden van de cliënt;. De begeleiding kan variëren in duur en intensiteit. Een cliënt kan begeleid worden in de eigen woning of in een huurwoning van Neos of kan worden opgenomen in één van de 24-uurs 3 De meeste van de genoemde instellingen en samenwerkingspartners worden( gedeeltelijk) gefinancierd door de gemeente (via inkoop of via subsidie), echter niet al de gefinancierde activiteiten zijn gericht op de doelgroep Stedelijk Kompas. Deze laatste activiteiten vallen buiten de scope van deze analyse. 13

voorzieningen: het instroomhuis, Passantenopvang, Crisisopvang gezinnen, Crisisopvang Jongeren, Labrehuis, Ritahuis, Verpleegzorg, Sociaal Pension en Blijf van mijn Lijfhuis. Naast vrouwenopvang, maatschappelijke opvang en beschermd wonen biedt Neos ook ambulante woonbegeleiding, preventieve woonbegeleiding en Changes (zwerfjongeren aanpak) en werk & activeringstrajecten aan. Aantal gemeentelijke opvangplekken. Het aantal opvangplekken bij Neos is in 2014 t.o. v. 2013 gelijk gebleven. Neos beschikt over de volgende plekken: - Aantal plekken opvang : 164 - Aantal plekken beschermd wonen: 85 - Aantal trajecten ambulante begeleiding: 236 In het kader van de nieuwbouw Labrehuis zullen in 2015 e.v. 42 plekken Labrehuis worden afgebouwd en als ambulante begeleidingstraject overgedragen worden richting generalistenteams. Resultaten opvang totaal 2014 In 2014 zijn er 325 cliënten ingestroomd en 337 cliënten uitgestroomd. Van de uitgestroomde cliënten zijn 246 personen succesvol uitgestroomd en 91 personen niet succesvol. Resultaten aanpak zwerfjongeren 2014 4 Het project is begin 2012 gestart met als doel: In de periode van maart 2012 tot en met juli 2015 tenminste 102 dak- en thuisloze jongeren succesvol een traject laten doorlopen. Resultaten laten zien dat er eind 2014 113 jongeren positief zijn uitgestroomd waarvan 88 geheel zelfstandig en 25 naar passende hulp (zo zelfstandig mogelijk). Resultaten opvang gezinnen In 2014 zijn er 12 gezinnen ingestroomd en 12 gezinnen uitgestroomd. Van deze gezinnen zijn er 8 succesvol uitgestroomd en 4 vroegtijdig beëindigd. Resultaten ambulante woonbegeleiding 2014 In 2014 zijn er in de reguliere woonbegeleiding 106 cliënten ingestroomd en 101 cliënten uitgestroomd, waarvan 98 succesvol. Resultaten werk en activering Binnen het arbeidstrainingscentrum en door middel van re-integratie trajecten wordt gewerkt aan uitstroom op het hoogste niveau van de participatieladder (trede 5 en 6 regulier werk). Het aantal succesvol naar regulier werk uitgestroomde cliënten, is hoger (MM: nog uitzoeken cijfers) dan de resultaatafspraak. Wachtlijsten In de periode april 2014 tot maart 2015 stonden er gemiddeld 62 personen op de externe wachtlijst voor opvang bij Neos met een gemiddelde wachttijd van 85 dagen. Specifiek voor gezinnen stonden er in diezelfde periode gemiddeld 12 gezinnen op de wachtlijst met een gemiddelde wachttijd van 112 dagen.(op dit moment staan er 9 gezinnen op de wachtlijst, waarvan 4 alleen een dak boven een hoofd nodig hebben en in feite als economisch daklozen niet voor maatschappelijke opvang in aanmerking 4 Deze aanpak betreft een samenwerking tussen Neos, Leger des Heils en GGzE. Neos is penvoerder en legt verantwoording af voor gehele project. 14

komen). Mede door de afbouw van capaciteitsplekken Labrehuis is de wachtlijst externe instroom bij instroomhuis het grootst. LEGER DES HEILS Het Leger des Heils is een organisatie die materiële en immateriële hulp verleent aan mensen die om uiteenlopende redenen een beroep doen op deze Stichting. Naast begeleiding in trajecten, het bieden van Housing First, Levenskracht (prostituees), Changes (zwerfjongerenaanpak) biedt het Leger des Heils beschermd wonen aan in de vorm van Vast en Verder en Domus. Aantal opvangplekken Leger des Heils voert opvang uit onder de noemer van beschermd wonen Aantal plekken opvang/beschermd wonen: 39 (Vast en Verder 16 plekken en Domus 23 plekken) Levenskracht Levenskracht betreft de aanpak verslaafde prostituees (zowel de oude groep voormalige tippelzone als nieuwe instroom vrouwen): Op 1 januari 2014 waren er 7 cliënten van de oude doelgroep in traject. Eind december betrof dit nog 4 cliënten. Cliënten zijn uitgestroomd naar Housing First, het Hostel (Novadic-Kentron) of overgedragen aan generalistenteams. Er is een toename gemeten van de zelfredzaamheid Van de nieuwe instroom waren er 12 op 1 januari 2014 in traject en zijn er 9 nieuw ingestroomd. Eind december resteert nog een groep van 15 cliënten in traject. Zes cliënten zijn aldus uitgestroomd van deze groep. Housing First 5 De complexe multi problematiek bij deze groep zorgmijdende burgers hanteert een specifieke methodische aanpak en een hoge mate van presentie en deskundigheid. Door middel van deze aanpak wordt aansluiting gevonden bij het normale bestaan in een eigen woonsituatie.. In 2014 waren er 75 cliënten geplaatst in een woning, 4 cliënten staan nog op de wachtlijst DOOR! en 3 cliënten in een voortraject. Eind 2014 zijn er in totaal 20 cliënten uitgestroomd vanuit Housing First. Tijdelijke Nachtopvang Mathildelaan 6 De tijdelijke nachtopvang beschikt over 32 plekken. Verwijzers naar de tijdelijke nachtopvang zijn: Bemoeizorg, KDET, Leger des Heils, Migranten Informatiepunt, Neos en Vluchtelingen in de Knel. Van december 2014 t/m 10 mei 2015 hebben 260 unieke personen gebruik gemaakt van de tijdelijke nachtopvang. Het betreft uitgeprocedeerde asielzoekers, dak- en thuislozen, zorgwekkende zorgmijders, EU Burgers, wachtlijst Neos, ex-gedetineerden, trajectmijders. Het gemiddelde bezettingspercentage van de tijdelijke nachtopvang bedroeg 88,8% per maand. NOVADIC-KENTRON Novadic-Kentron is een instelling voor verslavingszorg. Novadic-Kentron ondersteunt iedereen die last heeft van een verslaving, of vragen heeft die daarmee samenhangen. Novadic-Kentron probeert verslavingen te voorkomen (preventie), behandelen cliënten die ervan willen herstellen, of ondersteunen hen bij het leven met een verslaving. Naast begeleiding in trajecten biedt Novadic Kentron in het kader van het Stedelijk Kompas 5 Housing First is een samenwerkingsverband tussen Neos, Leger des Heils en GGzE. 6 Dit is een samenwerkingsverband tussen Leger des Heils en Neos. 15

Bemoeizorg 7, activiteiten m.b.t. werk & activering, medische heroïneverstrekking en opvang (in de vorm van beschermd wonen/hostel Boschdijk) aan. Aantal opvangplekken Aantal beschikbare opvangplekken (beschermd wonen/hostel Boschdijk)): 31 Bemoeizorg In 2014 zijn er 176 casussen aangemeld bij Bemoeizorg en hiervan zijn er 121 afgesloten. De resterende 55 casussen zijn nog in begeleiding. Cliënten werden toegeleid naar passende zorg bij de bestaande hulpverleningsinstellingen. Werk en activering (Activeringscentrum) Er zijn in 2014 25 groepen voor activering geweest (van 6 a 8 personen) per week. Het aantal unieke mensen dat deelneemt aan activering bedraagt gemiddeld 33 personen per week, zij doen dit gemiddeld verdeelt over vijf dagdelen. In 2014 hebben 75 personen deelgenomen aan de activering. 60% van deze cliënten is minimaal een stap gestegen op het domein dagbesteding in de zelfredzaamheidsmatrix. De deelnemers zijn ook in beeld bij andere organisaties als Leger des Heils, Neos etc. Gebruikersruimte De gebruikersruimte bestaat uit drie ruimtes. 1 alcoholgebruikersruimte, 1 ruimte waar middelen gerookt kunnen worden en een ruimte waar gespoten kan worden. In 2015 wordt nader onderzocht of de gebruikersruimte afgebouwd kan worden omdat er steeds minder gebruik van wordt gemaakt. Medische Heroïne Unit In 2014 hebben gemiddeld 19 cliënten gebruik gemaakt van de medische heroïneverstrekking. De medische heroïneverstrekking laat via de zelfredzaamheidsmatrix onder andere zien dat er een verbetering is opgetreden op het gebied van gezondheid en huisvesting. Landelijk onderzoek heeft de afgelopen jaren aangetoond dat de MHB in Nederland een positieve bijdrage leveren op maatschappelijke terreinen als vermindering inzet van politie en justitie en daarmee verbonden kosten, vermindering overlast op straat, lagere kosten voor verzekering bij diefstal en vermindering van ziektekosten. Evenals in 2013 is er ook in 2014 vanuit de directe omgeving (Grote Beek, Anthony Fokkerweg) geen enkele klacht binnen gekomen met betrekking tot cliënten van de MHB. SINT ANNA KLOOSTER Sint Annaklooster zet zich met haar afdeling Rentree in voor kwetsbaren in de samenleving. Het betreft mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt, (jong) volwassenen met meervoudige problematiek en ex-gedetineerden en veelplegers. De begeleiding is gericht op het versterken van de eigen kracht van mensen. Aantal opvangplekken Het Anna klooster heeft geen opvangplekken in de zin van maatschappelijke opvang, wel hebben zij woningen in de stad waar zij ambulante woonbegeleiding bieden in het kader van Rentree 7 Dit betreft een samenwerking tussen Novadic-Kentron, GGzE en politie, 16

Rentree 2014 In 2014 zijn er 40 cliënten in het kader van Rentree. Het betreft trajectmatige begeleiding en ondersteuning aan ex-gedetineerden in de leeftijd van 18-60 jaar. Doelstelling betreft dat door deelname aan Rentree de kandidaten - 14% minder recidive vertoont binnen een maand na beëindiging traject - 15,5% betaald werk verwerft - 9% een leerwerktraject verwerft - 57% een zinvolle dagbesteding in de vorm van vrijwilligerswerk verwerft - 15,5% doorstroom naar ROOD of DOOR woning De rapportage geeft onvoldoende inzicht of bovenstaande doelstellingen ook behaald worden. SPRINGPLANK 040 Springplank 040 is een organisatie die zich inzet voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij maken een match tussen werknemer en werkgever, zodat kandidaten een eerlijke kans krijgen om (weer) mee te doen aan het arbeidsproces. Tegelijkertijd maken zij het voor werkgevers mogelijk om maatschappelijk verantwoord te ondernemen volgens de Social Return richtlijnen. Aantal opvangplekken/woonplekken In 2014 had springplank geen opvang/woonplekken In 2015 worden 50 woonarrangementen aangeboden (25 plekken) Resultaten 2014 Springplank040 heeft 59 (leer-) werkarrangementen uitgevoerd waarvan 54 zijn afgerond in 2014. Hiervan zijn 35 trajecten in 2014 positief afgesloten. Daarmee komen we op een percentage van 65% positieve uitstroom. Dit ligt boven het marktgemiddelde van ca. 40%. GGzE GGzE is een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg. Zij biedt hulp en ondersteuning aan mensen met ernstige, meervoudige en vaak langdurende psychiatrische problemen. Verreweg de meeste mensen worden ambulant behandeld. Indien nodig, kunnen mensen voor kortere of langere tijd worden opgenomen in een kliniek. Ook kunnen zij begeleiding krijgen bij het zelfstandig wonen. Naast begeleiding, behandeling en ondersteuning in de trajecten voor daklozen biedt GGzE t.b.v. het Stedelijk kompas specifiek ondersteuning en begeleiding bij de aanpak van zwerfjongeren (Changes). Aantal opvangplekken GGzE heeft geen specifieke opvangplekken in het kader van de maatschappelijke opvang, wel in het kader van Beschermd Wonen. Ondersteuning en begeleiding zwerfjongeren Changes Neos voert met het Leger des Heils en GGzE de aanpak zwerfjongeren Changes uit. Hierbij zorgen Neos en het Leger des Heils voor de opvang en begeleiding van de jongeren en zorgt GGzE voor consultatie, diagnostiek en doorverwijzing (voor de resultaten van Changes zie beschrijving onder kopje Neos). 17

Inlopen en belangenbehartiging Stedelijk Kompas DIENSTENCENTRUM Het dienstencentrum Leger des Heils is een inloop voor o.a. dak- en thuislozen. in 2014 niet gefinancierd door de gemeente. In 2015 wordt het dienstencentrum wel gesubsidieerd vanuit de sociale basis. Te bereiken resultaten 2015 Het Dienstencentrum biedt een ontmoetingsplek voor 60-80 bezoekers. Wekelijkse worden samen met bezoekers activiteiten georganiseerd door vrijwilligers en ervaringsdeskundigen gericht op zelfredzaamheid en samenkracht. Structurele activiteiten en/of aansluiting op bestaande activiteiten in de buurt/wijk. Dagelijks zijn er 60-80 bezoekers waarvan tenminste 75% deelneemt aan activiteiten. Jaarlijks worden 30 bezoekers succesvol toegeleid naar een passend ondersteuningstraject. STICHTING OPEN HUIS SINT CATHRIEN De mensen die het Open Huis bezoeken zijn heel divers. Dak- en thuislozen zijn een belangrijke doelgroep. Dikwijls is sprake van een meervoudige problematiek. Ook wordt het Open Huis bezocht door mensen uit Midden- en Oost Europese landen (zogenaamde MOE-landers) en door illegalen. Gemiddels komen er 25 gasten per dag. In 2013 is besloten om een permanent project te starten: Open Huis op Zaterdag. Daartoe is een ruimte elders in Eindhoven gehuurd bij de Oud Katholieke Kerk (Boschdijk 354). In 2014 is besloten het project in de winter 2014/2015 te continueren. Gemiddels kwamen er 15-20 bezoekers per dag. DIACONAAL CENTRUM Het Diaconaal Centrum Eindhoven (DCE) is een inloopvoorziening voor dak- en thuisloze mensen. Het DCE is een open en gastvrije ontmoetingsplaats, waarbij wederkerigheid een belangrijk uitgangspunt is. Per dag ontvangen ze ongeveer 40 tot 60 gasten in de huiskamer en op zondag gemiddeld 80 gasten. De dagopvang is open voor alle mensen uit de stad Eindhoven. De groep daklozen bestaat uit mensen die geen slaapplek hebben in de reguliere opvang Onder de daklozen zijn ook een aantal mensen uit Midden- en Oost-Europa, de zogenaamde MOE-landers. De andere grote groep is de groep thuislozen (mensen die een dak boven hun hoofd hebben, maar over een zeer klein sociaal netwerk beschikken). Een ander deel vormen de ex-daklozen die bijvoorbeeld via Housing-First een woning hebben gekregen. Resultaten 2014 In 2014 is het Inloophuis zes middagen per week open geweest. Ze merken dan extra toeloop en dat geldt ook voor de zondagen als ze het enige inloophuis zijn, dat open is. Het aantal mensen dat het huis heeft bezocht is net als het jaar daarvoor stabiel gebleven en dat zijn ongeveer 13218 bezoekers.(geen unieke personen, vaak dezelfde bezoekers). Ervaring die Staat/KDET Stichting Ervaring die Staat is een stichting waar ervaringsdeskundige dak- en thuislozen hun kwaliteiten en ervaring inzetten. De stichting heeft een onafhankelijke positie en komt voort uit de klankbordgroep dak- en thuislozen (KDET). Ervaring die staat verzorgt een avondinloop en een kwaliteit/talentencentrum, woonbegeleiding bij wonen in 18

zelfbeheer (2015), leer-/werktrajecten, opleiding ervaringswerker en dagbesteding en dagactivering. De klankbordgroep KDETdoet onderzoek naar hiaten in de zorg aan dak- en thuislozen en zoekt naar mogelijkheden om hier verbetering in te brengen. Resultaten Kwaliteitencentrum: dagbesteding en dagactivering Deze activiteit is gesubsidieerd voor de start en afronding van 10 trajecten voor zorgmijders via het kwaliteitencentrum. In 2014 zijn 5 personen uitgestroomd naar een volgende trede op de participatieladder of naar werk. De 5 andere personen waar het traject nog doorloopt zijn 1 tot 2 niveaus gestegen op de zelfredzaamheidsmatrix (domainen Geestelijke gezondheid en ADL) en er is een aantoonbare afname van problemen op gebied van verslaving en huiselijke relaties. Resultaten avondinloop met kookatelier Er zijn tien nazorgtrajecten in gang gezet. De mensen die een nazorgtraject doorlopen zetten zich inmiddels vrijwillig in voor mensen die nog op straat leven (via KDET of als vrijwillige kok of gastheer bij de avondinloop ). Het verzorgen van een kookatelier met avondinloop voor gemiddeld 15-20 personen per avond gedurende drie avonden per week voor mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang. Zowel voor mensen die uitstromen via vormen van begeleid wonen (DOOR, Housing First) als voor mensen die zelfstandig gaan wonen. In totaal hebben 1963 personen (geen unieke personen) de avondinloop bezocht. Met de overige samenwerkingspartners (Woningcorporaties ((DOOR!), Politie, Veiligheid, Justitie, WIJ040, Cliëntenraden instellingen) heeft de gemeente geen inkoop of subsidierelatie. Hierdoor zijn geen kwantitatieve of kwalitatieve gegevens beschikbaar voor bovenstaande analyse. 3.2 Conclusies Uit de analyse kan geconcludeerd worden dat de gemaakte afspraken voor 2014 met de instellingen in ruime mate behaald worden. Tevens wordt door verschillende instellingen duidelijk meer en succesvol ingezet op wonen en op werk en activering. Wel moet ook geconstateerd worden dat er nog steeds wachtlijsten zijn voor de maatschappelijke opvang. Voor de toekomst is het van belang meer resultaatgerichte afspraken te maken met de instellingen, gebaseerd op indicatoren (kpi s) die op identieke wijze gemonitord kunnen worden. 19

4. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Om te komen tot een herijking van de aanpak Stedelijk Kompas is het nodig de trends en ontwikkelingen (zowel landelijk als regionaal/lokaal) hierbij te betrekken. 4.1 Paradigmaverschuivingen Uit landelijk onderzoek blijkt dat er binnen de maatschappelijke opvang sprake is van twee paradigmaverschuivingen: 1. Dakloosheid als probleem van overlast (20 e eeuw) naar probleem van niet passende zorg (Plan van aanpak MO G4) naarprobleem van armoede, huisvesting en gebrek aan participatie/werk. Voor het plan van aanpak Stedelijk Kompas werd dakloosheid vooral gezien als een overlastprobleem. Door het plan van aanpak werd dakloosheid gezien als een probleem van niet passende zorg. Maar door dakloosheid alleen maar als een zorgprobleem te definiëren, werd een hele groep niet geholpen (bijv. burgers met een acuut huisvestingsprobleem). 2. Van onder dak en in zorg brengen naar meedoen, eigen kracht, zo gewoon mogelijk wonen. Het doel van de eerste fase van het Stedelijk Kompas was het van de straat halen van feitelijk daklozen en hen residentieel dakloos te maken door hetn onder te brengen in bijvoorbeeld hostels, residentiele opvang met zorg. De tweede fase betrof het versterken van preventie en het bevorderen van uitstroom naar zo zelfstandig mogelijk wonen in combinatie met wederkerigheid, vertaald in inzet op dagbesteding. Op dit moment staan preventie en eigen kracht centraal binnen het sociaal domein. Daken thuislozen worden aangesproken op wat ze wel kunnen in plaats van op wat ze niet kunnen. 4.2 Landelijke trends Het Trimbosinstituut heeft onderzoek gedaan naar landelijke trends met betrekking tot dakloosheid. In een presentatie voor de raadswerkgroep sociaal domein van de gemeente Eindhoven zijn deze gepresenteerd. Op basis van literatuur en monitoring heeft het Trimbosinstituut 25 trends geïnventariseerd en deze voorgelegd aan een expertpanel. Daarbij werd hen gevraagd of zij de trends herkenden en welke trends in hun ogen het belangrijkste waren. Dit leverde het volgende resultaten op. Trends in aantallen en doelgroepen Vanuit verschillende bronnen worden de aantallen daklozen gemonitord (CBS, Federatie Opvang, Monitor Stedelijk kompas) Dit geeft echter geen eenduidig beeld (zie tabel hieronder). 20

Index: t0=100 juni 2015 Trend totale aantallen 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2009 2010 2011 2012 2013 2014 CBS G39 FO Vanuit het expertpanel wordt aangegeven dat het aantal daklozen stijgende is. Trends in doelgroepen Tevens wordt aangegeven dat naast toename van jongeren, daklozen met LVB problematiek en dakloze gezinnen met name als belangrijkste trend de toename van nieuwe daklozen het meeste opvalt (economisch daklozen). Volgens de Federatie opvang is over het algemeen een stijging te herkennen in de leeftijdscategorieën 18-22 jaar en vanaf 41 jaar bij de mannen. Verklarende factoren voor de stijging van het aantal nieuwe daklozen dat een beroep doet op de maatschappelijke opvang zijn het toenemend aantal huisuitzettingen, de toename van problematische (soms onoplosbare) schulden en de hoge werkloosheid onder jongeren en ouderen. Steeds meer huurders komen in de gevarenzone doordat zij te maken hebben met lagere inkomsten en stijgende huren. Verschillende gemeenten signaleren een verzwaring van de problematiek van de doelgroep van de maatschappelijke opvang. Er wordt gesproken over een toename van het aantal mensen met psychiatrische problematiek, mogelijk als gevolg van de extramuralisering van de GGz. Daarnaast zijn er gemeenten die worstelen met het vinden van passende opvang voor de zogenoemde groep moeilijk plaatsbaren : mensen die niet binnen de huidige opvangvoorzieningen passen en/of hier weerstand tegen hebben. Tenslotte wordt vanuit landelijk onderzoek aangegeven dat de OGGZ doelgroep (bodemgroep) blijvend aandacht verdiend. 8 Trends in wonen en in- door- en uitstroom Vanuit landelijke literatuur en monitoring worden 3 trends het meest zichtbaar, te weten: Tekort goedkope huurwoningen Meer huisuitzettingen Tekort alternatieve woonvormen Door het expertteam wordt het tekort aan goedkope huurwoningen als belangrijkste herkend. Zeventien gemeenten merken op dat het tekort aan (betaalbare) woningen belemmerend werkt voor de door-, en uitstroom van cliënten in de maatschappelijke 8 Judtith Wolf, referentiekader maatschappelijke zorg, 2015. 21

opvang.. Daarbij wordt opgemerkt dat er nog te weinig ruimte is voor innovatieve oplossingen en alternatieven voor de reguliere opvang, zoals bijvoorbeeld Housing First of Skaeve Huse, wonen in zelfbeheer. Ook zijn er enkele gemeenten die aangeven dat er geen passende opvang is voor gezinnen met kinderen en kwetsbare jongeren. Trends zorginhoudelijk. Op basis van literatuuronderzoek en monitoring worden de volgende landelijke trends geconstateerd Beddenafbouw GGz Komst Sociale teams Housing First Individuele zorg op maat Tekort dagbesteding Focus op preventie en nazorg Met name vanuit het landelijk expertpanel worden de eerste 2 trends herkend en als belangrijkste gezien. Ook de centrumgemeenten geven in de monitor Stedelijke Kompassen aan de bezuinigingen binnen de GGz (beddenafbouw) als belemmerend te ervaren. Daarnaast wijzen veel gemeenten op knelpunten die te groeperen zijn onder de noemer wijzigingen in het sociale domein. De komst en doorontwikkeling van sociale wijkteams heeft impact en gevolgen voor de aanpak van dakloosheid. Gemeenten zijn volop aan het onderzoeken of en in hoeverre sociale wijkteams een passend antwoord zijn op de transities en op de aanpak van dakloosheid en sociale uitsluiting. Trends in wet en regelgeving De drie decentralisaties leiden tot meer: focus op participatie en eigen verantwoordelijkheid bezuinigingen samenwerking met Beschermd Wonen Andere kaders die van invloed zijn: Landelijke toegankelijkheid Beperking schuldhulpverlening Het expertpanel en veel centrumgemeente wijzen op knelpunten die te groeperen zijn onder de noemer wijzigingen in het sociale domein. Daarbij wordt gedoeld op de drie transities: 1) de overgang van (delen van de) AWBZ naar de Wmo; 2) de Participatiewet (voormalige Wet Werken Bijstand (WWB), Wet sociale werkvoorziening (WSW) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten); en 3) de Jeugdwet Deze stapeling van nieuwe ontwikkelingen, gepaard gaande met veranderingen n financiering, zorgt bij een aantal gemeenten voor een ongewis toekomstbeeld. Tot slot benoemen betrokkenen de hardnekkigheid van schuldenproblematiek als oorzaak voor het feit dat de instroom van dakloze mensen niet afneemt. Bij minder problematische schulden zouden er mogelijk ook minder mensen dakloos worden. Volgens informanten is schuldenproblematiek enerzijds hardnekkig door het gedrag van mensen zelf, is er veel recidive en keert een relatief groot deel vaker terug in de schuldhulpverlening, en anderzijds door complexe regelgeving. Zo is de overheid vaak zelf de schuldeiser met wie moeilijk afspraken te maken zijn. Ook hindert de aanvraagprocedure voor schuldhulpverlening dakloze mensen bij het indienen van een aanvraag, omdat de aanvrager zelf een overzicht moet hebben van zijn of haar schulden en schuldeisers. Dakloze mensen ontbreekt het echter juist vaak aan dat overzicht en hun administratie is meestal niet op orde. Een betere samenwerking met Justitie had er 22

volgens hen ook mogelijk toe kunnen leiden dat boetes beter meegenomen hadden kunnen worden bij schuldhulp- en saneringstrajecten. Nu kunnen boetes niet kwijtgescholden worden en blijven de aanmaningskosten voor het betalen van boetes opstapelen, ook al zit de betrokkene in een schuldhulpverleningstraject. Tenslotte wordt de regelgeving van de schuldhulpverlening als knelpunt genoemd. Het hebben van schulden staat bijvoorbeeld het aangaan van een woonhuurcontract in de weg. Betekenis trends voor gemeentelijk beleid Welke betekenis deze ontwikkelingen - volgens de experts - kunnen hebben op gemeentelijk beleid, wordt kort samengevat in onderstaande tabel. Trend/ontwikkeling Toenemend aantal mensen dat een beroep doet op de maatschappelijke opvang Toenemend aantal nieuwe daklozen : mensen zonder OGGz problematiek Sociale wijkteams Ambulantisering/beddenafbouw in de GGz Tekort aan betaalbare woningen Meer focus op eigen verantwoordelijkheid van kwetsbare mens en beroep op zijn/haar sociale netwerk (participatiesamenleving) Bezuinigingen, gepaard aan decentralisaties Mogelijke betekenis voor gemeentelijk beleid meer inzet nodig op doorstroom vanuit de opvang meer differentiatie in opvang voor (nieuwe) doelgroepen steeds meer maatwerk: iedereen wil graag onderdak maar de bijbehorende begeleiding verschilt per persoon gemeentelijke uitvoering van de 'wet schuldhulpverlening' goed monitoren inzetten op verminderen wachtlijsten schuldhulp mediatie in overleg met bijvoorbeeld hypotheekverstrekker doorbreken schaamte bij schulden bij huiseigenaren om ze eerder in beeld te krijgen. aandacht voor goede vormgeving van de samenwerking tussen sociale wijkteams en voorliggende en achterliggende voorzieningen. sociale wijkteams moeten adequaat kunnen signaleren welke mensen Wmo-ondersteuning nodig hebben dreigende teloorgang werkwijze met bemoeizorg in de frontlinie en samenwerking met achterliggende gespecialiseerde voorzieningen besparing op maatschappelijke opvang mogelijk meer verwarde mensen op straat en/of in de maatschappelijke opvang verzwaring van doelgroepen binnen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. noodzaak tot meer differentiatie in vormen van (begeleid) zelfstandig wonen en voor geschikte huisvesting bemoeilijkt doorstroom binnen en uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen waardoor wachtlijsten groeien en verstopping dreigt gemeentelijke verantwoordelijkheid voor aanjagersrol in mogelijk maken van verruiming van aanbod betaalbare woningen, in overleg met woningcorporaties en beschermd wonen bemoeilijkt het vinden van alternatieve vormen van huisvesting zoals Housing First vraagt om creatieve oplossingen gemeentelijke ondersteuning bij meedoen naar vermogen waken voor overschatting van de 'maakbaarheid' van de cliënt vraagt om adequate inschatting van de zelfredzaamheid mogelijk kan sociale netwerk van mensen bijdragen aan beperking instroom in de maatschappelijke opvang bezuinigen zonder visieontwikkeling geeft onvoldoende basis voor een toekomstbestendig stelsel nog meer focus op bieden van vangnet voor kwetsbare burgers alert zijn dat resultaten uit voorgaande jaren niet teniet gedaan worden 23

4.3 Lokale ontwikkelingen -WIJ-eindhoven In 2011 heeft onze gemeenteraad besloten dat het tijd was voor een nieuwe aanpak in het Sociaal Domein. Reden daarvan was dat werd vastgesteld dat de doelen van het systeem van de verzorgingsstaat - het bieden van bestaanszekerheid, het verhogen van maatschappelijke participatie en sociale cohesie onverminderd actueel zijn, maar dat in de loop van de jaren de effectiviteit van het systeem (onbedoeld) is verminderd, doordat het systeem steeds verder af kwam te staan van en de aansluiting miste met de leefwereld van mensen op wie het systeem van toepassing is. Hierbij valt te denken aan de toegenomen afhankelijkheid van groepen inwoners van instituties (waaronder overheid), de ontstane claimcultuur, de zich uitbreidende problematisering, medicalisering en specialisering. Deze ontwikkeling is gepaard gegaan met een exponentiële groei van de kosten in het Sociaal Domein. Onze gemeenteraad heeft besloten dat het succesvol blijven inzetten op bestaanszekerheid, maatschappelijke participatie en sociale cohesie vroeg om een systeeminnovatie gebaseerd op een nieuwe manier van denken en doen: de Visie WIJeindhoven, een omwenteling waarbij de inwoner van onze stad (met zijn verantwoordelijkheden, vragen en krachten/talenten) weer centraal staat. Als focuspunten gelden: - Zet de inwoner centraal en zorg dat deze eigenaarschap kan nemen (waardoor zaken als zeggenschap en burgerparticipatie geborgd kunnen worden) - Biedt maatwerk - Sluit aan bij wat mensen kunnen en willen - Generalisme, normaliseren, presentie en vroeg-interventie, aandacht voor afbouw en uitstroom Deze visie trachten we sinds 2011 consequent te realiseren. Een proces dat extra spannend en belangrijk is geworden door de inmiddels doorgevoerde decentralisaties en bezuinigingen in de verzorgingsstaat. De MKBA die we hebben opgesteld geeft daarbij het pad aan waarlangs we de inhoudelijke en financiële opgave realiseren. Om de beweging WIJeindhoven succesvol overeind te houden, moeten we meer aandacht geven aan wat we voor onze kwetsbare inwoners voor ogen hebben: (meer) bestaanszekerheid, (meer) maatschappelijke participatie en (meer) sociale cohesie. Het is daarbij van belang scherper het onderscheid te zien tussen bewegingen in de systeemwereld (meer gericht op eigen kracht en zeggenschap burgers, ontkokeren, generalisme en normaliseren) en die in de leefwereld (zekerheid bieden; uitnodigen en uitdagen tot groei en verbinden, grenzen aan groei aanvaarden, volgen en niet leiden), waarbij de leefwereld leidend dient te zijn. -Beschermd Wonen Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (24-uurs verblijf en bijbehorende begeleiding). Eindhoven fungeert hierbinnen als centrumgemeente. De regie voor plaatsing van cliënten ligt bij de centrumgemeente. Beschermd wonen is landelijk toegankelijk. Burgers kunnen zich dus ook tot andere gemeenten wenden voor opvang en beschermd wonen. Een cliënt die vanuit een beschermd wonen locatie zelfstandig gaat wonen, is vrij zijn woonplaats te kiezen.omdat Eindhoven als centrugemeent de functie beschermd wonen uitvoert, kunnen we als gemeente een integrale benadering rond opvang, huiselijk geweld en beschermd wonen ontwikkelen. -Opkomst ervaringsdeskundigheid Initiatieven als Kdet en Ervaring die Staat benadrukken de inzet van ervaringsdeskundigheid bij de aanpak van dak- en thuisloosheid. De stichting Ervaring die Staat is opgericht door dak- en thuislozen zelf, vanuit hun kennis en ervaringen. Krachtgericht werken staat centraal, net als zelfregie en medezeggenschap. De stichting vormt een nieuw aanbod. Hiermee helpen ze dak- en thuislozen het geloof en 24

vertrouwen in zichzelf terug te vinden. Ervaring die staat willen mensen weer op het spoor brengen van hun eigen kracht en talenten. Hen het geloof in zichzelf laten terugvinden. Ervaring die Staat ondersteunt hen in hun persoonlijke ontwikkeling en kwaliteiten. De ervaringsdeskundigen (ook wel woonbegeleiders genoemd) ondersteunen de bewoners vanuit hun eigen kennis en ervaring. 25

5. DOORONTWIKKELING STEDELIJK KOMPAS Inleiding Op basis van zowel de evaluatie van het Stedelijk Kompas, de huidige stand van zaken en de landelijke trends en ontwikkelingen kunnen we voor de doorontwikkeling van het Stedelijk Kompas Eindhoven een aantal inhoudelijke uitgangspunten en aandachtspunten formuleren. Deze worden in dit hoofdstuk toegelicht. 5.1 Inhoudelijke uitgangspunten De visie WIJeindhoven is leidend voor de doorontwikkeling van het Stedelijk Kompas. Dit betekent dat de aanpak van dak- en thuislozen gaat landen in de sociale basis, de generalistische eerste lijn en de specialistische tweede lijn. Voor de doorontwikkeling zijn een vijftal inhoudelijke uitgangspunten geformuleerd. Het betreft bewegingen die we de komende jaren willen gaan versterken. In de ontwikkeltafels zijn deze uitgangspunten besproken. Alle vijf worden ze breed gedragen, mits ze worden gezien als richting/verschuiving van zwaartepunt en niet als vervanging van het één door het ander. - Van zorg/ondersteuning naar werk/participatie: Het versterken van toeleiding naar werk en participatie is van groot belang. Werk en participatie zijn herstelbevorderend en hebben effect op de zelfredzaamheid, het hebben van een zinvolle daginvulling, inkomen en het hebben van een sociaal netwerk. Daarnaast zien we de groep economisch daklozen toenemen; voor deze groep kan het verwerven van werk voldoende zijn om weer zelfredzaam te worden. Wel moet opgemerkt worden dat niet voor iedereen participatie/werk weggelegd is. Slapen in de nachtopvang en werken bij VDL, dat werkt niet. (citaat ontwikkeltafel 2). Dit betekent dat de gemeente gaat investeren in trajecten gericht op werk/participatie en op een meer toegankelijke arbeidsmarkt voor mensen met een afstand, bijvoorbeeld in de vorm van PSO. - Van verblijf/opvang naar zelfstandig wonen: We willen een beweging bewerkstelligen op de zogenaamde woonladder. Een beweging van de tweede lijn naar de eerste lijn en de sociale basis. Dit betekent een afbouw van verblijf/opvang en uitstroom richting begeleid wonen naar uiteindelijk zelfstandig wonen. Dit betekent dat de gemeente gaat onderzoeken of lichtere vormen van begeleiding bij zelfstandig wonen ingezet kunnen worden (bijv. huismeester-plus concept). - Van aanbodggericht naar vraaggericht: Er vindt een beweging plaats waarin de inwoner centraal staat en eigenaarschap versterkt wordt. Dit gaan we bewerkstelligen via dialoog. Dit betekent het versterken van de eigen kracht, versterken van cliëntparticipatie en ontwikkelen van vormen van zelfbeheer 9. Zelfbeheer draagt bij aan versterken van eigen kracht doordat mensen die van de voorziening gebruik maken zelf verantwoordelijk zijn voor de voorziening. Bovendien draagt het bij aan positievere beeldvorming over dakloze mensen. Zelfregie en zelfbeheer zijn hartstikke welkom, veel daklozen zijn allergisch voor dwang. (citaat ontwikkeltafel 2). 9 Voor diverse landelijke voorbeelden van zelfbeheer zie bijlage 1. 26

Ook de inzet van ervaringsdeskundigheid binnen zowel de sociale basis, als binnen de eerste en tweede lijn wordt als vorm van zelfbeschikking gezien. In de tweede ontwikkeltafel was er daarnaast veel draagvlak voor een laagdrempelige informatieadvies- verwijs (inloop) functie voor dak- en thuislozen (in zelfbeheer) in het centrum van Eindhoven. In de opdracht sociaal domein 2016 wordt een start gemaakt met het organiseren van maatwerkarrangementen en mogelijke inzet vanuit de sociale basis binnen de tweede lijn. - Van curatief naar preventief: We willen een beweging bewerktstelligen naar het voorkomen van opvang en verblijf d.m.v. vroegsignalering (o.a. door de generalistenteams die in de wijken, dichtbij opereren) en het versterken van de sociale basis. Het versterken van de verbinding tussen de tweede lijns voorzieningen en de sociale basis is hierbij van belang. - Van doelgroepgericht naar maatwerkgericht: Niet de doelgroep staat centraal in de aanpak, maar de mens. Er wordt maatwerk geleverd vanuuit het inzicht dat iedere inwoner zijn/haar eigen verhaal en achtergrond heeft en als mens gezien en bejegend wil worden. De vraag die door de inwoner, evt. samen met de generalist is geformuleerd, staat centraal. 5.2 Aandachtspunten bij de doorontwikkeling Als je jarenlang op straat hebt geleefd, ben je gewend aan vrijheid. Bij de opvang moet je je ineens aan allerlei regels houden. Dat is lastig. Bovendien pakken ze je zelfrespect af, ze nemen je eigen kracht af. (citaat ontwikkeltafel) Het is vaak voor de professionals moeilijker om clienten in hun eigen kracht te zetten dan voor de client zelf. Hulpverleners hebben jaren op een bepaalde manier gewerkt. (citaat ontwikkeltafel) Bij de doorontwikkeling zijn naast de uitgangspunten een aantal aandachtspunten belangrijk. Deze worden hieronder benoemd en kort toegelicht. - Maatwerk is het sleutelwoord: Zowel uit de literatuur als bij de ontwikkeltafels kwam duidelijk naar voren dat het gestandaardiseerde aanbod van de instellingen niet meer aansluit bij de behoeften van dak- en thuislozen. Inwoners willen dat er maatwerk geleverd wordt en dat de vraag van de inwoner centraal komt te staan (in plaats van het aanbod van de voorzieningen). Inwoners willen meer invloed uit kunnen oefenen op het traject dat aangeboden wordt en ook meer keuzemogelijkheden hebben. Werken met bijvoorbeeld een systeem met modules waarin het aanbod vanuit diverse organisaties wordt weergegeven zou goed kunnen werken. Voor eindgebruikers moet inzichtelijk zijn wat er allemaal mogelijk/beschikbaar is. Zij moeten een zware stem hebben in hun arrangement. Maatwerk vraagt dus om een meer modulaire opbouw van het aanbod binnen én tussen organisaties. Dit betekent ook dat zorgaanbieders zich meer moeten richten op het leveren van maatwerk. Dit vraagt meer samenwerking tussen zorgaanbieders en verruiming van mogelijkheden voor clienten om van zorgaanbieder te veranderen en meer mogelijkheden om snel op- of af te schalen als dat nodig is. Dit kan in de vorm van coalities door de lijnen van de pyramide heen. 27

- Cultuurverandering nodig: Dak- en thuislozen zijn gewone mensen en willen ook als gewone mensen bejegend worden door professionals, maar ook door mede-inwoners. Dit betekent dat er geïnvesteerd zal moeten worden in de acceptatie van dak- en thuislozen in buurten en wijken. - Cruciale rol voor generalistenteams: De generalistenteams zijn een belangrijke schakel in enerzijds het voorkomen van daken thuislooshied en anderzijds in het bepalen van de toegang tot de tweede lijnsvoorzieningen (specialistische ondersteuning). De komende tijd zal onderzocht moeten worden welke specialistische ondersteuning nog nodig is naast de ambulante ondersteuning door generalisten. - Ruimte in wet- en regelgeving; Zowel inwoners als instellingen lopen aan tegen beperkende wet-en regelgeving vanuit zowel de rijksoverheid als de gemeente. Om maatwerk te kunnen bieden is het nodig de ruimte binnen wet- en regelgeving op te zoeken. Doelmatigheid gaat boven rechtmatigheid. Wachtlijsten en procedures voor het aanvragen van een uitkering of schulddienstverlening zorgen voor vertraging in de voortgang van trajecten. De wachttijd voor het verkrijgen van een uitkering zou ingekort kunnen worden om te voorkomen dat mensen weer terug vallen in verkeerde circuits. Ook het versterken van de inzet van budgetbeheer werkt preventief. - Kleine groep dak- men thuislozen die niet in traject kan/wil. Zowel in de literatuur als in de ontwikkeltafels wordt aandacht gevraagd voor enerzijds een groep dak- en thuislozen waarvoor een traject niet haalbaar is en anderzijds een groep die zich onttrekt aan trajecten. De grootte van deze groep in Eindhoven wordt geschat op tusssen de 20-40 personen. De redenen waarom personen niet in een gemeentelijk traject gaan zijn divers: Men wijst de huidige samenleving af en wil volgens eigen regels leven. Personen voelen zich niet begrepen of niet goed ondersteunt in de huidige opzet van de maatschappelijke opvang. Mensen willen geen geld besteden aan een traject. Binnen het Stedelijk Kompas was de algemene lijn dat iedereen deel moest nemen aan een traject (om bijvoorbeeld in aanmerking te komen voor een daklozenuitkering). In de doorontwikkeling wordt meer uitgegaan van maatwerk en wordt mede met behulp van de inzet van ervaringsdeskundigen samen met bovengenoemde trajectmijders onderzocht welke aanpak voor deze mensen het beste werkt. - Instroom: Instellingen signaleren een toename in de instroom in de maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen vanuit de Wet Langdurige Zorg, de forensische psychiatrie en vanuit het justitieel kader. Op deze manier ontstaan er wachtlijsten. Ook lijken er door beddenreductie binnen bijvoorbeeld de GGZ meer verwarde mensen op straat te belanden. De druk op de bedden wordt groter. Vanuit de gemeente dient afstemming gezocht te worden met deze partners om de druk op de voorzieningen te beperken. Dit betekent bijvoorbeeld een versterking van de samenwerking met de FACT-teams. Maar ook bijvoorbeeld het meer preventief begeleiden van gedetineerden voordat zij ontslagen worden uit detentie. - Afstemming met corporaties (voldoende geschikte woningen in de wijken): Als we de beweging willen maken van opvang/verblijf naar zelfstandig wonen zijn er meer geschikte en betaalbare woningen in de wijken nodig. Vanuit het perspectief van maatwerk vraagt het om meer diversiteit (zelfstandig en groepsgewijs wonen) in het 28

woningaanbod. In het kader van de strategische agenda die vanuit de gemeente wordt opgesteld met de corporaties worden hierover resultaatafspraken gemaakt. - Regio betrekken (in-, door- en uitstroom): Eindhoven fungeert als centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang. Met de regio worden afspraken gemaakt over enerzijds preventie (inzet van generalisten/wijkteams), beperking van de instroom en bevorderen van uitstroom naar de woonplaats waar de dak- en thuisloze vandaan komt. - Temporiseren: rust en ruimte. De gemeente Eindhoven wil de transformatie van het sociaal domein bouwen op de kracht en kennis van de stad. Dat geven we vorm door intensief met onze instellingen én hun gebruikers in dialoog te gaan en hen te vragen en ruimte te geven om de door ons in WIJeindhoven aangegeven richting vorm te geven. 5.3 Hoe verder Vanuit de positieve ervaringen in de afgelopen jaren gaan we door met: -De persoonsgerichte benadering met individuele trajecten. -Het versterken van de samenwerking tussen de partners. -Regierol voor de gemeente. -Inzetten van ervaringsdeskundigheid. We gaan de volgende veranderingen doorvoeren: -Investeren in sociale basis. We streven naar normalisatie door zoveel mogelijk in de sociale basis te organiseren, via een generalistische aanpak mensen te benaderen als mens in plaats van als doelgroep en als het niet anders kan gebruik te maken van voorzieningen in de tweede lijn. Deze moeten in toenemende mate snel en flexibel, op basis van coalities door de lijnen heen, in staat zijn om snel op te schalen als het nodig blijkt, maar vooral ook weer snel af te schalen als dat kan. De ruimte voor ervaringsdeskundigheid wordt uitgebreid d.m.v. het stimuleren van initiatieven in zelfbeheer. We zijn momenteel vanuit Ervaring die staat het right to challenge op aan het pakken. We willen opvangmogelijkheden in zelfsturing en zelfbeheer gaan opzetten en aanbieden. Hierbij worden eigen kracht en samenkracht van dak- en thuisloze mensen ingezet, eigen verantwoordelijkheid neemt hierdoor toe, de inzet van specialistische zorg wordt zoveel mogelijk voorkomen en de maatschappelijke opvang wordt beter en goedkoper. We willen nachtopvang in zelfsturing, thuishavens in zelfbeheer en uitstroomwoningen in zelfbeheer gaan opzetten. - Meer aandacht voor werk en participatie. Vanuit goede ervaringen die opgedaan zijn in Zwolle (zie bijlage 1) wordt onderzocht of via persoonlijke coaches/maatjes dak- en thuislozen toegeleid kunnen worden naar vormen van participatie/werk. Samen met deelnemers worden maatwerkarrangementen ontworpen voor een passende daginvulling met heldere stappen richting werk. Maatwerk is hierbij leidend. De screening van de mogelijkheden richting participatie/werk zal gebeuren door de generalistenteams evt. in samenwerking met deskundigheid vanuit de expertiseschil (arbeidsdeskundige). Dit betekent dat we de werkzaamheden van Bureau Werk (Neos) gaan stoppen. - In het kader van het thema daginvulling is het uitgangspunt meedoen naar vermogen. In het aanbod binnen de specialistische daginvulling willen we een beweging richting sociale basis. Een beweging van arbeidsmatige dagbesteding naar (begeleid) werken met loonkostensubsidie en een beweging van een afstand tot de arbeidsmarkt tot deelnhame aan de arbeidsmarkt. Verder stimuleren we integratie van aanbod waar dat kan. Ook hier geldt dat we gaan voor een meer modulaire vormgeving van het aanbod. - Meer preventieve aanpak binnen schulddienstverlening. De meeste dak- en thuislozen hebben te maken met schulden. Er wordt momenteel een pilot Goede Gieren uitgevoerd waarbij het voorkomen en sneller oplossen van schuldenproblematiek het oogmerk is. De maatschappelijke kosten die daarmee bespaard worden, worden vervolgens geïnvesteerd om nieuwe initiatieven m.b.t. schulddienstverlening op te pakken. - Wonen: vanuit het woonladder concept wordt er een beweging gemaakt naar meer zelfstandig wonen in de wijk. Vanuit de gemeente gaan we verbindingen leggen met het 29

ruimtelijk domein (bijvoorbeeld in de vertaling van de woonvisie naar strategische afspraken met corporaties). Samen met het ruimtelijk domein wordt er een analyse gemaakt van enerzijds het huidige aanbod van woningen en anderzijds de toekomstige behoefte aan woningen/woonvormen. Het concept flexwonen wordt hierin betrokken. De gemeente is daarnaast met de stuurgroep van DOOR! In gesprek over de toegang tot DOOR! Vanaf 2015 wordt de toegang tot de specialistische begeleiding via de generalistenteams bepaald. WIJeindhoven zal toegevoegd worden aan het projectteam DOOR! (om te bepalen of kandidaten eerste llijns of tweedelijnsondersteuning nodig hebben). Ook wordt met de corporaties het gesprek aangegaan over tweede kanshuisvesting voor mensen die op de sanctielijst staan. En er start binnenkort een pilot specifiek gericht op de groeiende groep economisch dak- en thuislozen, waarbij naast wonen direct werk wordt ingezet gekoppeld aan ondersteuning door de generalisten om deze groep zo snel mogelijk weer terug te leiden naar het normale leven. We moeten er wel voor waken dat er te veel kwetsbare inwoners in een beperkt aantal wijken gehuisvest worden. -Toegang tot de tweede lijn via generalisten. De toegang tot de tweede lijn loopt in de toekomst ook voor de groep dak- en thuislozen via de generalistenteams. Dit betekent een wijziging in het huidige werkproces van het Stedelijk Kompas. Op dit moment loopt de centrale aanmelding van alle dak- thuislozen via Neos. Zij bepalen de toegang tot de maatschappelijke opvang en stellen een trajectplan op, dat vervolgens ter accordering voorgelegd wordt aan de Traject Toewijzingscommissie (TTC). Vanaf 2016 zal deze toegang tot de tweede lijnsvoorzieningen verlopen via de generalistenteams. Dit betekent dat de Centrale Aanmelding van Neos op termijn zal verdwijnen. Ook de Traject Toeleidingscommissie zal op termijn verdwijnen. -Trajectregie door generalistenteams, opschaling via Gemeentelijk De-escalatie Team (GDT). Op dit moment is er nog een Coördinatiepunt Stedelijk Kompas die de trajectplannen toetst op uistroom (kwaliteit en lengte van het traject), de voorbereidingen doet voor de Traject Toewijzingscommissie en ronde tafel overleggen organiseert bij escalaties. In de toekomst ligt het toetsen van de kwaliteit van trajecten bij enerzijds de generalistenteams en anderzijds de prestatiemanagers van de gemeente. Bij escalaties wordt de reguliere opschalingslijn gevolgd met in de top het GDT. Het GDT organiseert, indien nodig, een ronde tafel. Binnen het GDT (dat werkt vanuit een integrale benadering) is deskundigheid aanwezig op het terrein van dak- en thuislozen. Vanuit de gemeente maken we een Service Level Agreement (SLA) met de WIJorganisatie waarbij we de afspraken en de te behalen resultaten vastleggen. -Betere monitoring. De verantwoording van beleid en uitvoering op basis van resultaten (cijfers) behoeft een professionaliseringsslag. Allereerst moet de vraag beantwoord worden welke (beleids)informatie nodig is voor een goede monitoring. Een goed functionerend informatiesysteem is daarbij wenselijk. Onderzocht gaat worden of het WIJ portal hiervoor geschikt is. - Van subsidie naar inkoop. In de opdracht sociaal domein voor 2015 is al aangekondigd dat vanaf 2016 alles in de tweede lijn zal worden bekostigd via inkoop. Het betreft een zogenaamde bestuurlijke aanbesteding, waarbij in dialoog met de stakeholders (gebruikers, aanbieders, partners) een overeenkomst wordt voorbereid. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen financiering op basis van beschikbaarheid (verblijf) en financiering op basis van gebruik (bijvoorbeeld alle ambulante dienstverlening). In de opdracht sociaal domein voor 2016 bepaalt de gemeente steeds meer het wat, en de markt (inwoners en aanbieders) bepalen het hoe. - Landing van huidige producten SK in sociale basis, eerste lijn en tweede lijn. Op dit moment wordt gewerkt aan een indikking van het productenboek dat de generalistenteams gebruiken om tweede lijnsvoorzieningen in te kopen. De huidige producten binnen het Stedelijk Kompas worden vertaald naar deze nieuwe indeling. Dit betekent een indikking van meer dan 300 producten naar 20-30 producten. Samen met de bewoners en de aanbieders worden de huidige producten vertaald naar deze nieuwe indeling. In de inkoop zal meer gestuurd worden op een meer modulair aanbod. 30

- Financiele bewegingen: inhoudelijke uitgangspunten worden financieel vertaald. Ook de komende jaren krimpen als gevolg van Rijksmaatregelen de gemeentelijke budgetten. Om uiteindelijk met optimaal maatschappelijke rendement de wetten uit te voeren binnen de financiële kaders, hebben we een meerjarige strategie bepaald, die is gebaseerd op de MKBA. Deze komt onder andere neer op 1) het middels preventie en een beroep op de kracht van burgers en stad beperken van de behoefte aan publieke ondersteuning. Maar ook op 2) het transformeren van het voorzieningenaanbod zodat op een andere, betere en goedkopere manier in behoeften kan worden voorzien en op 3) het proberen de hoeveelheid geleverde ondersteuning per traject te beperken zonder dat de resultaten minder worden (bv door eerder en steviger aan te sturen op afbouw en uitstroom). Tenslotte trachten we 4) de direct op de prijs van geleverde ondersteuning te sturen, waarbij we toewerken naar scherpe tarieven, die zijn gebaseerd op reële kostprijzen. In de opdracht sociaal domein 2015 is de gehele subsidie en inkoop in een opdracht omvat die door haar omvang een gelaagdheid kent. Op basis van de hoofdindeling van 2015 is gekeken naar de aanpak voor 2016 en 2017. Hierin is op hoofdlijnen dezelfde indeling gehanteerd in de vorm van een aantal hoofdclusters. Echter door de ervaringen bij de inkoop en subsidie 2015, de volgende stappen in de transformatie en de doorontwikkeling van de strategie inkoop en subsidie zijn de clusters aangescherpt en aangepast. In het collegevoorstel Opdracht sociaal domein 2016 kaders om te transformeren in de sociale uitvoeringspraktijk (juni 2015- geagendeerd voor college op 7 juli) wordt omschreven op welke wijze de financiering van o.a. het stedelijk kompas/de maatschappelijke opvang en beschermd wonen wordt vormgegeven. Vanuit de transformatiegedachte is de onderlegger onder de clusters de visie WIJeindhoven vertaald naar de versterking van de sociale basis, de ontkokerde eerstelijn en de kwalitatieve smalle tweedelijn specialisten. De maatschappelijke beweging en doelstellingen die daaronder liggen zijn het verhogen van zelfredzaamheid en leefbaarheid. Dit komt tot uiting door de beweging van de tweede lijn naar de eerste lijn naar de sociale basis. Het doel van de strategie voor de inkoop en subsidie is om deze inhoudelijke beweging te versterken door de juiste prikkels in het systeem te brengen. 31