Taal Actief groep 4
Woordenschat: thema ridders ridder kasteel toren ophaalbrug harnas helm zwaard lans katapult schild toernooi vlag jonkvrouw draak stilletje ridderzaal paard vuur vijand galg wapen page schildknaap strijden middeleeuwen pijl en boog waterput poort kantelen wachtpost uitkijkpost minstreel nar Videoband: Floris Boeken: Serie Ooggetuigen: Kastelen en Ridders Sprookje: Joris en de Draak 1. Kies 10 woorden en maak met elk woord een mooie zin. 2. Schrijf een verhaaltje met minimaal 10 woorden uit de lijst. 3. Sorteren: zoek de woorden die te maken hebben met vechten zoek de woorden die te maken hebben met het huis van de ridder zoek de woorden die te maken hebben met de tijd waarin ridders leefden zoek de woorden die te maken hebben met het leven van de ridder 4. Speel galgje met deze woorden 5. Oefening met gehusselde letters 6. Maak de woorden weer heel 7. Rijmen met de woorden 8. Vul de ontbrekende woorden in de zin in 9. Vul de ontbrekende woorden in de zin in 10.Welk woord hoort er niet bij? 11. Zoek de juiste woordstukjes bij elkaar 12. Maak de woordzoeker
5. Oefening gehusselde letters Maak een goed woord: drerid neooorti djrsit tealsek lvag udmiwnedlee noert kvnojuwor gjlinbepoo lraupaohbg akrad rewtaptu srahna lejitslte mleh raladizred rawdza apdar slna uvru licsdh lagg najdiv otpor leeknnat tatsowhcp ukitjkspoit srelnimte ran hnetvec 6. Maak de volgende woorden weer heel: r.n v..nd..tap..t min eel..lg.chil. l..s..ur uitk ost zwa wac ost pa telen he...erzaal.letje poo.. har..terpu. dra....haalbr....ren deleeu vl.. str.d.ast..chten..erno.. strij rid 8. Maak de zinnen af. Gebruik de volgende woorden: schild, lans, jonkvrouw, helm, toernooi, ridder, harnas, paard, zwaard. 1. Op het kasteel woont een dappere. 2. Hij is getrouwd met een lieve. 3. Hij rijdt altijd op een zwart. 4. Tijdens het toernooi heeft hij zijn. aan. 5. Hij heeft dan een mooie. op zijn hoofd. 6. Op zijn paard stoot hij met de
7. Op de grond vecht hij met zijn.. 8. Met zijn. verdedigt hij zich. 9. Maak de zinnen af. Gebruik de volgende woorden: minstreel, vuur, wachtpost, torens, nar, ridderzaal, Jonkvrouw, poort, kasteel, kantelen, ophaalbrug, waterput, 1. De ridder woont met de mooie op zijn 2. Het kasteel heeft hoge.. en.. 3. Voor je door de.. kunt rijden moet je eerst over de. gaan 4. Bij de poort staat altijd een 5. Men haalt water uit de 6. De ridders zitten gezellig bij het.. in de grote. 7. De zorgt voor de grapjes. 8. De. zingt allerlei liederen en maakt muziek. 10. Welk woord hoort er niet bij? Kasteel toren ridderzaal toernooi Ridder jonkvrouw wachtpost vlag Muziek zwaard minstreel feest Paard waterput toernooi harnas Harnas lans vlag vuur Schild nar harnas helm Katapult zwaard kantelen lans Galg stilletje vijand strijd Ophaalbrug toren minstreel kantelen
Page schild zwaard poort
11. Zoek de juiste woordstukjes bij elkaar Kies één stukje uit elke rij rid brug toer vrouw wa ren strij ge kas der pa pen middel der to nooi water teel jonk eeuwen schild put ophaal wacht 11. Zoek de juiste woordstukjes bij elkaar Kies één stukje uit elke rij har stille ridder kante uitkijk wacht kata vij min schild wacht and post len tje nas zaal post pult streel
12. Maak de woordzoeker o p h a a l b r u g b u c r l r p g o q v a k c i a v b z i t h a s h d n e m p o a s v c e d s m n r r t l l h l e s x e n e a d s i m r x n a e g b o e l c y z s l l m f u r d a g z k s f m j l y p ridder kasteel toren harnas helm zwaard lans schild vlag draak Maak de woordzoeker Antwoorden o p h a a l b r u g... r l....... k. i a.... t h a s h d n... o a s v c e d s.. r r t l. h l e.. e n e a.. i m r. n a e g... l... s l..... d...........
Maak de woordzoeker j s t i l l e t j e o g o j o n k v r o u w t n t p k a t a p u l t k t s o h p p o o r t g q t c v e a a g e h e l m k h i y r a a a v b v d g i j n v n l r l w a l j l a o u l o b d g d t a d n n u a i o r j x i k e d a r n j q i u o x m x e r k s k t j i g x t t k z z q e v e f h f o ophaalbrug katapult toernooi jonkvrouw stilletje poort helm paard lans vuur galg vijand nar schild 12. Maak de woordzoeker Antwoorden. s t i l l e t j e.. o j o n k v r o u w.. t p k a t a p u l t.. s o h p p o o r t... c v e a a g. h e l m. h i. r a a a..... i j. v n l r l.... l a. u l o b d g... d n n u a. o r..... d a r n.. i u..... r. s.... g..