kopieerbladen kopieerbladen jaargroephandleiding verkort blokoverzichten jaargroephandleiding verkort blokoverzichten jaargroep+ 1 2 Materialen Wizwijs jaargroep 1 en 2 bestaat volledig uit gebruiksmaterialen. Dit heeft een belangrijke didactische reden: alle reken-wiskundige onderwerpen in jaargroep 1 en 2 worden als doe-activiteiten aangeboden. In deze activiteiten ligt de nadruk op (informeel) handelen met concrete materialen. jaargroep+ + 1 2 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoud van de doos De Jaargroephandleiding verkort voor groep 1 en 2. jaar- De verkorte jaargroephandleiding geeft beknopte, praktische informatie over visie, didactiek, leerlijnen en inhouden, observeren en registreren, materialen, organisatie en (reken) begrippen. jaargroep+ + 1 2 Specifiek voor groep 1 en 2 zijn materialen ontwikkeld zoals: rekenrups Boefie met 8 blauwe, 8 gele en 8 groene segmenten een zak met 12 blauwe, 12 gele en 12 groene ballen Negen blokoverzichten (1 overzicht per blok). In de blokoverzichten ziet u wanneer de leerlingen met een nieuw onderwerp beginnen, via welke didactische stappen het leerproces verloopt en hoe de en van groep 1 en 2 aansluiten op de en van Wizwijs groep 3. Acht activiteitenkaarten per blok (in totaal 72 kaarten). Op de voorzijde van elke kaart staat een activiteit voor, op de achterzijde staat een activiteit voor samenwerkend leren. reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs blok 5 jaargroep+ 1 2 We adviseren u om een transparante plastic bak (met deksel) aan te schaffen waarin u de ballen op kunt bergen. Deze bak kan tevens fungeren als didactisch hulpmiddel bij verschillende activiteiten. Zeventien kopieerbladen. De kopieerbladen horen bij spelletjes en opdrachten in tweetallen of kleine groepjes. reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs 5blok jaargroep+ 1 2 Verder zijn beschikbaar: een jaargroephandleiding registratieformulieren (via www.wizwijs.nl) reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs spiegelen Bijlage II geeft per blok de materialen die wellicht (nog) niet op uw school aanwezig zijn of enige vragen. 14 15
jaargroep+ 1 2 Inhoud blokoverzicht Wizwijs jaargroep 1 en 2 bestaat uit drie domeinen, die in alle blokken in dezelfde verhouding aan bod komen. Op negen kaarten, de blokoverzichten, zijn de leerstappen voor groep 1 en groep 2 per blok en per domein uitgewerkt. De blokoverzichten laten zien wanneer de leerlingen met een nieuw onderwerp beginnen, via welke didactische stappen het leerproces verloopt en hoe de en van groep 1 en 2 aansluiten op de en van Wizwijs groep 3. blok domein betekenis geven aan getallen representeren bewerkingen Getallen en bewerkingen Kaart 1 Tellen en betekenis geven aan getallen Kaart 2 Hoeveelheden en getallen vergelijken Kaart 3 Hoeveelheden en getallen representeren Kaart 4 Eenvoudige bewerkingen uitvoeren, zoals eerlijk delen en concrete materialen erbij doen of weg halen blok 5 blokoverzicht type les 1 tellen groep 1 groep 2 groep 3 Verkennen en verder Kan de leerling hoeveelheden Kan de leerling gestructureerde Kan de leerling vertellen hoe hij verkennen van tellen. (tot en met 5) handig tellen? hoeveelheden (tot en met 10) gestructureerde hoeveelheden handig tellen? tot 12 telt? (Blok 1, les 12) lengte gewicht 2 vergelijken Verkennen en verder Kan de leerling in een spelsituatie Kan de leerling in een spelsituatie Kan de leerling in een spelsituatie verkennen van de begrippen de begrippen minder en meer de begrippen minder, meer, minste het begrip het meest correct minder, meer, minste en meeste. correct hanteren? en meeste correct hanteren? hanteren? (Blok 1, les 8) oppervlakte inhoud 3 representeren Verkennen en verder Kan de leerling splitsingen van Kan de leerling splitsingen van Kan de leerling splitsingen met verkennen van het hoeveelheden (tot en met 4) hoeveelheden (tot en met 6) behulp van 6 fiches representeren representeren van representeren met ballen? representeren met ballen? en het resultaat benoemen? splitsingen. (Blok 2, les 2) volume tijd geld oriënteren lokaliseren vormen figuren construeren spiegelen Meten met maten (maatbegrip) Meetkunde Kaart 5 Lengte, gewicht, oppervlakte, inhoud of volume Kaart 6 Tijd of geld Kaart 7 Oriënteren/lokaliseren in de ruimte en driedimensionale bouwsels construeren 4 spelen met getallen 5 lengte 6 geld 7 oriëntatie in de ruimte 8 patronen Verkennen en verder Kan de leerling het aantal Kan de leerling het aantal Kan de leerling, op een lijn op de verkennen van structuren stippen op 1 dobbelsteen stippen op 2 dobbelstenen grond, met kleine stappen van van getallen. benoemen en het juiste aantal benoemen en het juiste aantal 1 verder en terug tellen? stappen zetten? stappen zetten? (Blok 4, les 1) Verkennen en verder Kan de leerling 2 objecten Kan de leerling 3 objecten Kan de leerling de begrippen verkennen van de begrippen op het oog vergelijken en op het oog vergelijken en lang/kort, dik/dun en groot/klein lang, langer, kort en korter. vertellen welk voorwerp lang vertellen welk voorwerp langer correct gebruiken? of kort is? of korter is? (Blok 1, les 4) Verkennen en verder Kan de leerling bedragen Kan de leerling bedragen Kan de leerling relaties tussen verkennen van betalen. (tot en met 5) betalen en (tot en met 10) betalen en gestructureerde hoeveelheden bepalen hoeveel hij terugkrijgt? bepalen hoeveel hij terugkrijgt? ballen en munten van 10, 5, 2 en 1 cent visualiseren en verwoorden? (Blok 5, les 11) Verkennen en verder Kan de leerling in het lokaal Kan de leerling in het lokaal Kan de leerling in een fantasiehuis verkennen van lokaliseren een voorwerp (terug)vinden een voorwerp (terug)vinden een route met een pop lopen en en oriënteren. met behulp van de begrippen met behulp van de begrippen beschrijven aan de hand van de langs, eromheen, naar voren, vooruit, achteruit, rechtdoor, begrippen naar binnen, naar buiten, naar achteren en terug? naar links en naar rechts? naar links en naar rechts? (Blok 3, les 9) Verkennen en verder Kan de leerling een lineair Kan de leerling een lineair Kan de leerling een lineair patroon verkennen van ritmische patroon met 2 vormen patroon met 2 vormen van vierkantjes en rondjes op patronen. namaken? voortzetten? een rij afmaken? (Blok 1, les 5) blokoverzicht Kaart 8 Vormen en figuren, patronen, spiegelen De matrix op pagina 10 en 11 van deze handleiding maakt zichtbaar in welk ritme de verschillende reken-wiskundige onderwerpen en begrippen in groep 1 en 2 per domein en per blok aan de orde komen. 8 9
blok 5 4 spelen met getallen Groep 1: Verkennen van structuren van getallen. structuren van getallen. Voor de activiteit hebt u nodig: hoepels 2 grote dobbelstenen Voer de activiteit uit in de speelzaal. Leg Boefie Rups met een kop en een staart van 24 hoepels (of meer). Vorm twee groepen. De kinderen staan in twee rijen achter de twee lopers. stappen van 1 start loper punt spelregel Groep 1: Kan de leerling het aantal stippen op één dobbelsteen benoemen en het juiste aantal stappen zetten? Groep 2: Kan de leerling het aantal stippen op twee dobbelstenen benoemen en het juiste aantal stappen zetten? Leg de spelregels van het rupsspel uit. Kies uit beide groepen één kind dat op de kop gaat staan. Dat zijn de twee lopers. Om beurten gooit een kind uit een van beide groepen met één dobbelsteen of met twee dobbelstenen. De andere kinderen benoemen het aantal punten (ogen op de dobbelsteen). De lopers zetten evenveel stappen vooruit in de hoepels. Deze stappen noemt u stappen van één. De groep van wie de loper als eerste in de laatste hoepel staat, is de winnaar. Ga tijdens het spelen na of er kinderen zijn die de structuur van het aantal stippen herkennen en het aantal punten direct kunnen benoemen? Zijn er kinderen die het aantal stippen op de dobbelsteen blijven tellen? Begrijpen de kinderen dat het getal dat zij noemen, bepaalt hoeveel stappen van één het kind maakt? Stimuleer dat de kinderen controleren of het kind het juiste aantal stappen van één maakt. Zij mogen hardop meetellen. Herhaal de activiteit met twee andere lopers. Voor de kinderen van groep 1 is het voldoende als zij het aantal ogen op één dobbelsteen kunnen benoemen en evenveel stappen kunnen zetten. Stimuleer dat de kinderen van groep 2 het aantal ogen op twee dobbelstenen tellen en evenveel stappen van één zetten. variant Bedenk en maak samen met de kinderen een spelbord van bierviltjes, hoepels of kartonnen cirkels en de bijbehorende spelregels. Belangrijk is dat het spel wordt gespeeld met één dobbelsteen of met twee dobbelstenen en dat de lopers stappen (van één) zetten. tips Voeg een wedstrijdelement toe, bijvoorbeeld: de postbode (= de loper) die als eerste de post rond heeft gebracht, is de winnaar. Voer de activiteit bij goed weer op het schoolplein uit. Teken Boefie Rups met een kop en een staart van 24 bollen (of meer) met krijt. Zorg dat twee kinderen, naast elkaar, in de kop kunnen staan. Schrijf start in de kop.
blok 5 4 samenwerkend leren spelen met getallen Groep 1: Verkennen van structuren van getallen. structuren van getallen. Voor de activiteit hebben de kinderen nodig: per groep: vel gekleurd karton 1 dobbelsteen of 2 dobbel - stenen 2 pionnen kleurstiften plakvormen De kinderen zitten in groepen van vier aan tafel. Zorg dat kinderen die het spel met twee dobbelstenen kunnen spelen, bij elkaar in een groep zitten. Hetzelfde geldt voor kinderen die met één dobbelsteen spelen. stappen van 1 spelbord pion spelregel Groep 1: Kan de leerling het aantal stippen op één dobbelsteen benoemen en het juiste aantal stappen zetten? Groep 2: Kan de leerling het aantal stippen op twee dobbelstenen benoemen en het juiste aantal stappen zetten? Iedere groep bedenkt zelf een spelbord. Zij gebruiken daarvoor het karton, de plakvormen en/of de kleurstiften. Belangrijk is dat de kinderen om beurten gooien met één dobbelsteen of met twee dobbelstenen. De worp bepaalt het aantal stappen dat de pion op het spelbord maakt. De kinderen mogen zelf spelregels bedenken. Voor de kinderen van groep 1 is het voldoende als zij het aantal stippen op een dobbelsteen kunnen benoemen en evenveel stappen van één kunnen zetten. Stimuleer de kinderen van groep 2 het aantal stippen op twee dobbelstenen te tellen en het juiste aantal stappen van één zetten. reflectie De groepen vertellen en/of laten aan elkaar zien welke spellen zij hebben gemaakt. Welke spelregels horen daarbij? Zij vertellen en/of laten aan elkaar zien hoe zij het aantal ogen op de dobbelstenen bepalen en het bijbehorende aantal stappen van één zetten. variant Organiseer een spelletjescircuit. De kinderen spelen in groepen verschillende spellen waarbij zij met een dobbelsteen gooien en vervolgens het juiste aantal stappen op een spelbord zetten. tip Organiseer een spelletjesmiddag waarbij u ouders en/of opa s en oma s uitnodigt. samenwerkend leren
blok 5 5 lengte Groep 1: Verkennen van de begrippen lang, langer, kort en korter. de begrippen lang, langer, kort en korter. Voor de activiteit hebt u nodig: 3 stokken (waarvan 2 van dezelfde lengte) elastiek dat korter is dan de kortste stok (maar in uitgerekte toestand langer dan de stok) De kinderen zitten in een kring. De stokken liggen in het midden. kort korter lang langer even kort even lang elastiek stok Groep 1: Kan de leerling twee objecten op het oog vergelijken en vertellen welk voorwerp lang of kort is? Groep 2: Kan de leerling drie objecten op het oog vergelijken en vertellen welk voorwerp langer of korter is? Vraag aan de kinderen: Wie (van jullie) heeft kort haar? Wie heeft nog korter haar? Wie heeft lang haar? Wie heeft nog langer haar? Leg de stokken in de kring. Geef twee andere kinderenn opdrachten als: Neem een korte (of lange) stok. En: Neem een stok die lange er (of korter) ) is. Pak de kortste stok en het elastiek en vraag: Is het elastiek korter of langer dan de stok? Kun je het elastiek langer maken dan de stok? Geef twee kinderen de opdracht om samen het elastiek langer te maken dan de stok. Stimuleer dat de kinderen vertellen hoe zij het elastiek langer maken dan de stok. Voor de kinderen van groep 1 is het voldoende als zij twee objecten of voorwerpen op het oog kunnen vergelijken, bijvoorbeeld: de lengte van de haren van twee kinderen of de lengte van de stok en het elastiek. De kinderen van groep 2 kunnen vertellen welk voorwerp lang of kort is. Stimuleer dat de kinderen van groep 2 drie voorwerpen op het oog vergelijken en daarbij de begrippen langer, korter r (en even lang en even kort) hanteren. varianten Verdeel de kinderen in tweetallen. Ieder tweetal krijgt een springtouw. Geef de opdracht om in het lokaal een voorwerp te zoeken dat korter r is dan het springtouw en een voorwerp dat langer is. Teken drie routes met krijt op het schoolplein. De kinderen onderzoeken welke route kort, lang, korter en/of langer is. Teken met stift een streep op het papier. De kinderenn tekenen er om beurten een streep bij die korter, langer of even lang is. tip Geef ieder tweetal twee soepstengels van gelijke lengte. Geef opdrachten als: Maak één stengel korter. Of: Maak de stengels weer even lang. Daarbij bijten de kinderen telkens een stukje van een van de stengels (tot beide stengels op zijn!).
blok 5 5 samenwerkend leren lengte Ieder kind schildert drie rupsen op het behangpapier. De eerste rups is even lang als zijn arm, de tweede rups is korter dan zijn arm en de derde rups is langer dan zijn arm. Groep 1: Verkennen van de begrippen lang, langer, kort en korter. de begrippen lang, langer, kort en korter Voor de activiteit hebben de kinderen nodig: per kind: verf penseel beker water doekjes behangpapier (minimaal 50 cm lang) De kinderen zitten in groepen aan tafel. Het aantal kinderen per groep is niet van belang. kort korter lang langer even kort even lang - Groep 1: Kan de leerling twee objecten op het oog vergelijken en vertellen welk voorwerp lang of kort is? Groep 2: Kan de leerling drie objecten op het oog vergelijken en vertellen welk voorwerp langer of korter is? reflectie De kinderen zitten in een kring. Leg de werkstukken in het midden. Geef de kinderen de gelegenheid om te vertellen wat zij hebben geschilderd. Ze demonstreren met behulp van hun arm of zij de opdracht juist hebben uitgevoerd. Zorg ervoor dat daarbij de begrippen kort, korter, lang, langer en even lang worden gebruikt. Voor de kinderen van groep 1 is het voldoende als zij twee rupsen op het oog vergelijken en kunnen vertellen welke rups lang of kort is. Stimuleer dat de kinderen van groep 2 drie rupsen op het oog vergelijken en daarbij de begrippen langer, korter, even lang en even kort hanteren. variant Ieder kind maakt drie slingers van repen papier. De eerste slinger is even lang als zijn been, de tweede slinger is korter dan zijn been en de derde rups is langer dan zijn been. tip Speel het spel Vijf op een rij van de Speelrekenset voor groep 3. samenwerkend leren
blok 5 8 patronen Groep 1: Verkennen van ritmische patronen. ritmische patronen. Voor de activiteit hebt u nodig: kop van Boefie Rups alle blauwe segmenten alle gele segmenten fles met een ronde bodem doosje met een vierkante bodem (bijvoorbeeld een theedoosje) rol (behang)papier stift Maak met blauwe en gele segmenten een staart voor Boefie. Zorg dat deze staart een ritmisch patroon heeft. Bijvoorbeeld: één blauw - twee geel - één blauw - twee geel - één blauw. De kinderen zitten in een kring. vierkant rondje vorm rij patroon - Groep 1: Kan de leerling een lineair patroon met twee vormen namaken? Groep 2: Kan de leerling een lineair patroon met twee vormen voortzetten? Leg Boefie Rups in de kring en vraag: Hoe ziet Boefie Rups eruit? Wie kan de staart verder afmaken? Enkele kinderen zetten het patroon voort met de blauwe en gele segmenten en verwoorden het patroon. Rol het behangpapier uit in de kring. Plaats de fles en het doosje erop. Trek de bodem van beide voorwerpen om met de stift. Vraag: Welke vormen zien jullie? (Een rondje en een vierkant.) Teken met de twee vormen een eenvoudig lineair patroon op het behangpapier. Bijvoorbeeld: één rondje - één vierkant - één rondje - één vierkant. Of: één rondje - één vierkant - twee rondjes - twee vierkanten - één rondje. Vraag: Hoe ziet de rij (ofwel: het patroon) eruit? Hoe gaat het verder? Kies kinderen die het lineaire patroon op het behangpapier voortzetten. Zij doen dat met de fles, het doosje en de stift. Vraag ten slotte: Kunnen jullie met het rondje en de vierkant een rij (ofwel: patroon) maken die er anders uitziet? Kies kinderen van groep 2 die met de fles en het doosje zelf verschillende lineaire patronen tekenen op het behangpapier. Andere kinderen verwoorden de patronen, terwijl kinderen van groep 1 de patronen namaken. variant Voer de activiteit uit met behulp van papieren cirkels en vierkanten, bijvoorbeeld vouwblaadjes. Gebruik één kleur. tip Laat de kinderen met vierkante en ronde vouwblaadjes slingers met eenvoudig ritmisch patronen voortzetten of (na)maken.
blok 5 8 samenwerkend leren patronen Groep 1: Verkennen van ritmische patronen. ritmische patronen. Voor de activiteit hebben de kinderen nodig: per tweetal: kopieerblad 5-8 potloden in 2 verschillende kleuren fiches (dezelfde kleuren als de potloden) Maak voor ieder tweetal een kopie van het kopieerblad. De kinderen zitten in tweetallen aan tafel. Koppel, bij voorkeur, een kind van groep 1 aan een kind van groep 2. vierkant rondje vorm ketting rij patroon - Groep 1: Kan de leerling een lineair patroon met twee vormen namaken? Groep 2: Kan de leerling een lineair patroon met twee vormen voortzetten? 1 kleur Deel de kopieerbladen uit en vertel de kinderen wat zij gaan doen. Bij opdracht 1 maakt een kind (van groep 2) met twee kleuren (potloden) een mooi patroon voor de staart van de rups. Het andere kind (van groep 1) maakt de staart na. Dat kan op twee manieren: natekenen met potloden of naleggen met fiches. Bij opdracht 2 verwoordt een kind het patroon van de ketting. Het andere kind tekent de ketting na. Bij opdracht 3 zet een kind (van groep 2) het patroon van de ketting voort. Het andere kind (van groep 1) tekent de ketting na. reflectie De tweetallen vertellen en laten aan elkaar zien welke patronen zij hebben gemaakt. Benadruk dat ze met twee vormen (of kleuren) veel verschillende patronen kunnen (na)maken. varianten Een aantal kinderen (van groep 2) maakt met vierkante en ronde kralen kettingen met eenvoudige ritmische patronen. Andere kinderen (van groep 1) maken deze kettingen na. Een aantal kinderen (van groep 2) maakt, met vierkante en ronde vouwblaadjes, slingers met eenvoudige ritmische patronen. Andere kinderen (van groep 1) maken deze slingers na. maak na 2 vertel teken na tip Op de achterzijde van het kopieerblad kunnen de kinderen zelf verschillende patronen tekenen en natekenen. samenwerkend leren
blok 4 1 kopieerblad
blok 2 3 kopieerblad