HOOFDSTUK 6 : AFREGELPROCEDURES

Vergelijkbare documenten
Hoofdstuk 4 : BESLISSINGSDIAGRAM

Hoofdstuk 5 : SCHEMA'S

Hoofdstuk 7: METING VAN DE FREQUENTIE- NAUWKEURIGHEID

Besturing. 200W eindtrap. 28V Voeding db MHz db 2: MHz db db 4: MHz db. 3:

Rekenkunde, eenheden en formules voor HAREC. 10 april 2015 presentator : ON5PDV, Paul

Ombouw VH501A1 eindtrap

Labo. Elektriciteit. OPGAVE: De oscilloscoop. .../.../... Datum van afgifte: .../.../... Sub Totaal :.../100 Totaal :.../20

Noise/Gain Analyzer. Door W.Schaap PA0WSO

Onderzoek werking T-verter.

Labo. Elektriciteit OPGAVE: Metingen op driefasige gelijkrichters. Sub Totaal :.../70 Totaal :.../20

Inleiding tot de Elektrotechniek. Inleidingspracticum

Voor de zend / luister amateur. Het berekenen van weerstand verzwakkers.

Module 1: werken met OPAMPS. Project 1 : Elementaire lineaire OPAMP schakelingen.

Materialen in de elektronica Verslag Practicum 1

LABO 5 / 6 : De tijdbasis 2

Figuur 1. Rabo bank Lekkerkerk nr Handelsregister nr K.v.K. te Rotterdam

Versterking Principe van de versterking

Harmonischen: een virus op het net? FOCUS

B-examen radioamateur : Zitting van 8 maart Reglementering

Trillingen & Golven. Practicum 1 Resonantie. Door: Sam van Leuven Jiri Oen Februari

Voedingslijn Impedantie

Universiteit Twente EWI. Practicum ElBas. Klasse AB Versterker

Deze multimeter werd ontworpen onder de IEC voorschriften betreffende elektronische meetinstrumenten volgens CAT II en pollution 2.

Vak: Labo elektro Pagina 1 / /

PROEF 1. FILTERS EN IMPEDANTIES. Naam: Stud. Nr.: Doos:

LABO 2 : Opgave oscilloscoopmetingen DC

23 cm 5 Watt klasse A eindtrap. 23cm PA. PAØVRE feb

STROOMSENSOR BT21i Gebruikershandleiding

Het element is een spoel die op de trafo gewikkeld is. De trafo heeft een secundaire wikkeling waarop het relais aangesloten is.

1. Videoschakelaar. De videoschakelaar bestaat uit een centrale en schakelunit.

Labo. Elektriciteit OPGAVE: De driefasetransformator. Sub Totaal :.../90 Totaal :.../20

A-examen radioamateur : Zitting van 11 oktober Reglementering

Handleiding voor demonstratie multimeter

NOS Mini DAC "Octave. Gebruiksaanwijzing. Made by ALL Engineering. Bijgewerkt per

Frequentie standaard PA0WSO

Het moederbord van de zendontvanger "PiligrimPro"

Detectech, Raveslootstraat 3, 7701XK. Dedemsvaart, Pagina:

Zelfbouw frequentieteller

Deel 23: db s bij spanningen. Maes Frank

DHCP-2. Keuzes. inbouw 22RH541. voor. in de. HM 1/19 9 maart 2014 V1.0

TENTAMEN Versterkerschakelingen en Instrumentatie (EE1C31)

Vak: Labo elektro Pagina 1 / /

1. een HF-generator die zowel de MF ( hier 460kHz) als de HF ( khz)aankan

Alvorens in te gaan op het zelfbouwproject Lima SDR eerst iets over de techniek en de

Opgaven bij hoofdstuk Bepaal R 1 t/m R 3 (in het sternetwerk) als in de driehoek geldt: R 1 = 2 ks, R 2 = 3 ks, R 3 = 6 ks 20.

DE DECIBEL. a logb = x => a x = b en a alogb = b of. \ 1, b R 0

De transferfunctie of de versterkingsfactor van een schakeling is gelijk aan de verhouding van de uitgangsspanning op de ingangsspanning.

Introductie EMC. Hét EMC Event 2011 DARE!!

Klasse B versterkers

Een mogelijke oplossing verkrijgen we door het gebruik van gyratoren. In de volgende figuur zien we het basisschema van een gyrator.

Inleiding Vermogenversterkers en de Klasse A versterker

Inhoudsopgave LED dobbelsteen

Antwoorden bij Deel 1 (hfdst. 1-8)

Introductie EMC. Hét EMC Event 2011 DARE!!

P ow er Quality metingen: Harmonischen

Practica bij het vak. Inleiding tot de Elektrotechniek: Practicum 2 Analoge versus digitale signalen en hun overdracht

9.2 Bepaal de harmonische tijdsfuncties die horen bij deze complexe getallen: U 1 = 3 + 4j V; U 2 = 3e jb/8 V; I 1 =!j + 1 ma; I 2 = 7e!jB/3 ma.

Vak: Labo elektro Pagina 1 / /

NATUURKUNDE OLYMPIADE EINDRONDE 2015 PRACTICUMTOETS

PA1OKZ FOKZbox Troubleshooting guide V2.4.0 (Firmware V2.5)

PWM50/3. Dubbele motor sturing. DIGITAAL HANDLEIDING. Motion Control Systems

Meting spanning en stroom bij verschillende soorten belasting

(display1.jpg) Display met 8 leds, geheel links zit de MHz / khz schakelaar, rechts de 8 ledjes met erboven de MHz schaal en eronder de khz schaal.

V: Snelheidsregeling van DC-motor

Zelf een hoogspanningsgenerator (9 kv gelijkspanning) bouwen

LABO 8 / 9: Toepassingen X-Y werking / externe triggering

Uitwerking LES 22 N CURSSUS

natuurkunde vwo 2019-II

Hoofdstuk5. 1 Hoofdstuk5: Praktische realisatie van logische schakelingen. Peter Slaets () Digitale en analoge technieken October 6, / 19

Antenne impedantie Theorie en praktijk voorbeelden

Stroommeter PCE fase stroommeter, energiemeter en harmonischen analyser met geheugen, poort voor PC en software

Oefeningen Elektriciteit II Deel II

Inhoudsopgave Schakelen van luidsprekers

Meetverslag. Opdracht meetpracticum verbreding Elektrotechniek WINDESHEIM

Specificatielijst CT06

1. Langere vraag over de theorie

DVM 68 LCD Auto Range Digital Multimeter

Aurix bovenop de Octave MKII. " Hoofdtelefoonversterker. "AuriX. Gebruiksaanwijzing. Bijgewerkt per Made by ALL Engineering

DVM830L -- Digitale Mini Multimeter

Het satelliet project 2017

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

Hoofdstuk 5: Laagfrequent vermogenversterkers

Fig. 5.1: Blokschema van de 555

Sensoren- en actorenoverzicht

Uitwerking LES 5 N CURSSUS

DVM345DI -- DIGITALE MULTIMETER

TENTAMEN Versterkerschakelingen en Instrumentatie (EE1C31)

Musical Fidelity V-Series V-CAN V-DAC V-LPS

Formules en begrippen Okt 2006

Pajottenlandse Radio Amateurs. De multimeter

Als we bv 2 db-waardes hebben: -31db en -52db dan kunnen we zeggen dat het verschil 21dB is. Maar klopt dit wel? Daarom controleren we even:

DARE!! Welkom. Afgeschermde kabels: zin of onzin? Organisatie: Uneto-VNI in samenwerking met de Nederlandse EMC-ESD vereniging

Aansturing Module Handleiding

Hoofdstuk 3: Praktische opampschakelingen 2

Digitale multimeter 700b

Transcriptie:

HOOFDSTUK 6 : AFREGELPROCEDURES 6.1. Inleiding. Nu we de racks ontworpen en gemonteerd hebben, moeten we de schakelingen nog afregelen. Dit is noodzakelijk omdat ze voorzien zijn van trimmers die een fijnregeling van de karakteristieken mogelijk maken. Dit laatste was nodig, omdat de weerstanden en condensatoren een bepaalde tolerantie op hun waarde hebben. Daarbij komt dat het de bedoeling was een aantal eigenschappen van het signaal, zoals het uitgangsvermogen, regelbaar te maken. In dit hoofdstuk zullen we, nadat we het begrip "dbm" besproken hebben, de verschillende stappen om de schakelingen volledig af te regelen, één na één behandelen. De voeding moet uiteraard niet afgesteld worden, omdat al de componenten van deze schakeling niet variabel zijn. De karakteristieken ervan zijn stabiel genoeg om een goede werking van de voeding te garanderen. We gaan dus enkel de afregeling van de doorvoerschakeling en de frequentiedetectie behandelen. Tot slot van dit hoofdstuk zullen we de metingen van deze afregelprocedure bespreken. 6.2. Nodige toestellen. Om de racks juist af te stellen, zal men gebruik moeten maken van de volgende toestellen. Een oscilloscoop, waarop het mogelijk is om een 10 MHz signaal voldoende duidelijk af te lezen, dus een oscilloscoop met een voldoende groot frequentiebereik. Een meetprobe (of eventueel meerdere), die uiteraard eerst is afgeregeld. Deze zullen we voor de bovenvermelde scoop gebruiken. Een coax kabel met aan beide zijden een BNC-connector. 6.3. Het begrip dbm De externe frequentiereferentie ingang van een willekeurig toestel, zoals bv. de 8566A Spectrum Analyzer uit het labo SV/AE radio, vereist een bepaald vermogensniveau voor de externe referentieklok. Daar dit voor elk toestel een verschillend niveau is (zie tabel 6.1.) dienen we onze 10 MHz-uitgangen in dbm regelbaar te maken. Technische

HOOFDSTUK 6 AFREGELPROCEDURES 78 specificaties van de besproken toestellen vindt men in bijlage C12 en C13. We zullen eerst een theoretische bespreking geven over het begrip "dbm", waarna we dit gaan toepassen op ons geval. Te ijken toestel 8566A Spectrum Analyzer dbm-niveau 0 tot +10 dbm CMT Radiocommunication Tester -7 dbm 6.3.1. Wat is dbm? tabel 6.1.: dbm-niveau's van enkele te ijken toestellen db 1 is een relatief begrip. Voor vermogens is dit gelijk aan 10 x log 10 P/P ref dit is de verhouding van de gewenste waarde t.o.v. een referentiewaarde. Voor spanningen en stromen wordt dit 20 x log 10 U/U ref, resp. 20 x log 10 I/I ref In vele toepassingen gebruikt men het begrip dbw. Dit is een uitdrukking voor vermogens, gerefereerd t.o.v. 1 Watt. Voor kleine vermogens gebruikt men ook dbm of decibel gerefereerd t.o.v. 1 milliwatt. Zo is bijvoorbeeld een vermogen van 2 kilowatt gelijk aan + 63 dbm of +33 dbw en 5 microwatt gelijk aan -23 dbm of -53 dbw. Wanneer het vermogen weergegeven wordt in dbm dan kan men de spanning berekenen die een vermogen ontwikkeld van 1 mw in de gebruikte weerstand, in ons geval is dit een weerstand van 50 Ω (de impedantie van de door ons gebruikte lijnen). 1 db is de afkorting van decibel

HOOFDSTUK 6 AFREGELPROCEDURES 79 6.3.2. dbm toegepast op ons probleem. We weten dat : P = U. I en I = U / R waaruit we vinden dat : U 2 = P. R P kunnen we berekenen uit : X dbm = 10 log 10 (P/P ref ) waarbij P = 1mW ref P = 10 X/10 mw De waarden die we hierbij bekomen zijn effectieve waarden. In onze toepassing werken we met een belasting van 50 Ω zodat we voor elk vermogen de bijbehorende spanning kunnen berekenen. dbm P (mw) U (V) dbm P (mw) U (V) -10 0,100 0,0707 1 1,259 0,251-9 0,126 0,0793 2 1,585 0,282-8 0,158 0,0890 3 1,995 0,316-7 0,200 0,0999 4 2,512 0,354-6 0,251 0,112 5 3,162 0,398-5 0,316 0,126 6 3,981 0,446-4 0,398 0,141 7 5,012 0,509-3 0,501 0,158 8 6,310 0,562-2 0,631 0,178 9 7,943 0,630-1 0,794 0,199 10 10 0,707 0 1 0,224 tabel 6.2. : dbm waardes versus spanningen over 50 Ω lijn.

HOOFDSTUK 6 AFREGELPROCEDURES 80 6.4. De doorvoerschakeling. Om de afregelprocedure van deze schakeling beter te kunnen volgen kan men bijlage A.3.2. openvouwen en naast deze tekst leggen. 6.4.1. Fiberbuffering 1. Allereerst sluit men het ingangssignaal aan op de ingang van de schakeling, achteraan het rack. Dit kan, afhankelijk van de toepassing (Tx of Rx/Tx), aan de coaxiale of de optische ingang zijn. 2. Men sluit een scoop aan op de uitgang van de buffer die instaat voor de fiber output (testpunt 16). Het aansluiten van de scoop dient te gebeuren d.m.v. een probe (Opgelet : probe afregelen voor gebruik!). Het is belangrijk voor de afregeling van deze buffer, om de voeding ervan aan te schakelen. Dit kan d.m.v. de schakelaar op de achterkant van het rack. Het kan interessant zijn te weten dat de afschermingsplaatjes verbonden zijn met de massa, wat de aansluiting van de probe kan vereenvoudigen. 3. Nu kan men met behulp van de ingangspotentiometer (R10) de ingangsamplitude zo afregelen dat men een sinusoïdaal signaal op de oscilloscoop krijgt. Met deze potentiometer wordt tegelijkertijd de transistor van de buffer voor de frequentiedetectie afgeregeld. 4. Met behulp van de uitgangspotentiometer (R16) kan men dan de uitgangsamplitude van het signaal naar wens instellen. Het kan interessant zijn, om hierbij de ingangspotentiometer een weinig bij te regelen. Op deze manier kan men de uitgang een groter amplitudebereik geven. 5. Als men nu de 10 MHz uitgang aan de achterkant van het rack op het glasvezelnetwerk aansluit kan dit signaal m.b.v. een PIN-diode, die zich aan de achterkant van een ander rack bevindt, gedetekteerd worden. Hierna moet men met behulp van de potentiometer R24 de DC stroom van de zend-led instellen tussen 10 en 100 ma, afhankelijk van de lengte van de glasvezel, om nog een voldoende sterk signaal aan de ontvangstkant te bekomen.

HOOFDSTUK 6 AFREGELPROCEDURES 81 6.4.2. Frequentiedetectie buffer. 1. Analoog met de vorige procedure sluit men de scoop aan op de uitgang van de buffer van de frequentiedetectie (testpunt 3 of uitgangsconnector). 2. Nu kan men de uitgangsamplitude instellen zodat er een voldoende zuiver en sterk signaal naar de frequentiedetectie gaat. Dit kan d.m.v. potentiometer R18. Hierbij valt op te merken dat de frequentiedetectie niet meer naar behoren werkt indien dit signaal kleiner wordt dan 750 mvptp. 6.4.3. 10 MHz uitgangen. Deze beide buffers zijn identiek aan elkaar, en worden dus ook op de zelfde wijze afgeregeld. 1. Verbind de BNC 10 MHz uitgangsconnector, op het voorpaneel van het rack, met de oscilloscoop. 2. Regel met de potentiometer R20 (resp. R22) de uitgangsamplitude af die overeenkomt met het gewenste dbm-niveau. Het kan interessant zijn, om hierbij de ingangspotentiometer (R26) een weinig bij te regelen. Op deze manier kan men de uitgang een groter amplitudebereik geven. Let wel, deze potentiometer regelt tegelijk de ingangen van beide 10 MHz buffers. 6.5. Frequentiedetectie Om deze afregelprocedure beter te kunnen volgen kan men bijlage A.2.2. openvouwen en naast deze tekst leggen. 6.5.1. Detectie. Als de print op de juiste wijze is aangesloten en gevoed, kan men met de potentiometer R1 de detectiefrequentie instellen. Het komt er dus op aan deze zo af te regelen dat hij de juiste frequentie detecteert. Het is interessant de centerfrequentie op 100 khz in te stellen, zodat de tolerantie zich langs beide zijden van de te detecteren frequentie even ver uitstrekt. Wanneer de schakeling goed is afgesteld, kleurt de LED groen als een 10 MHz signaal aangesloten wordt en kleurt ze rood wanneer de frequentie niet aangesloten is.

HOOFDSTUK 6 AFREGELPROCEDURES 82 6.5.2. Buffers. De uitgangen van 1 MHz en 100 khz zijn niet in amplitude instelbaar. Men kan echter wel de golfvorm verbeteren door de potentiometer R7 (resp. R8) af te regelen. Het komt er op aan van een blokgolf zonder te grote spikes te verkrijgen. Men kan hiervoor best het signaal via de uitgang op het frontpaneel van de kast, aan de scoop aansluiten. 6.6. Meetresultaten. Het signaal dat we binnen krijgen van de GPS, aan de ingang van de Tx-kast, is een sinus van ongeveer 5 Vptp. Aan de ingang van de Rx / Tx kast (testpunt 1 van de doorvoerschakeling) verkrijgen we een sinus van 125 mvptp (cfr. figuur 6.1.). 5 mv/di 0,05 µ s/div figuur 6.1. : ingangsgolf van de Rx / Tx kast. Deze figuur is opgemeten met een 10:1 probe. Bijgevolg zijn de afgelezen waardes 10 x kleiner dan de werkelijke.

HOOFDSTUK 6 AFREGELPROCEDURES 83 Bij de transistorschakelingen hebben we voor de verschillende testpunten volgende resultaten opgemeten : V DC (V) V AC (mv) Collectorspanning 4,2 1100 Emittorspanning 0,85 10 Basisspanning 2 125 tabel 6.3. : meetresultaten transistorschakelingen. We kunnen de amplitude van de 10 MHz uitgangen afregelen tussen 0,09 Vptp (<<-10 dbm) en 1,1 Vptp ( +5 dbm) en toch nog een sinusoïdaal signaal behouden. De uitgangen van 1 MHz en 100 khz zijn blokgolven met een hoogte van 3,2 V. Zoals aangeduid in figuur 6.2. is er een undershoot van + 0,6 V. Deze is echter niet van noemenswaardig belang voor de nauwkeurigheid van de frequentie, zodat we er verder geen rekening mee houden. 1 V/div 5 µ s/div figuur 6.2. : golf van de 100 khz uitgang. Deze figuur is eveneens opgemeten met een 10:1 probe. Bijgevolg zijn de afgelezen waardes 10 x kleiner dan de werkelijke.