Afstudeeropdracht BACHELOR FYSIOTHERAPIE 2008. Het effect van medical tape op de houding van scoliose patiënten



Vergelijkbare documenten
23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren

Medical Taping bij M. Parkinson

Rol van Fysiotherapie:

Bewegingsapparaat, 'het jonge kind'

Lichamelijk onderzoek

Lumbaal actief onderzoek Instabiliteit

Het behandelen van adolescente idiopatische scoliose

Belangrijkste anatomische structuren van de wervelkolom

Behandeling van scoliose

Functional Equine Taping

Scoliose Kromming van de wervelkolom

Wat is een scoliose? Een scoliose is een verkromming van de ruggengraat waardoor deze naar rechts of naar links buigt.

Scoliose. (zijwaartse verdraaiing van de wervelkolom) Orthopedie. Locatie Hoorn/Enkhuizen

De schakel tot. Mobiliteit / Stabiliteit. Overbelastingskwetsuren. Lichaamsscholing in de zwemsport: De schakel tot

Hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Posterolaterale hoek letsels

Victor Niemeijer Sportarts SMA Elkerliek

MOVING WITH SPONDYLARTHROPATHY. Dr C. Hindryckx. Fysische Geneeskunde en Revalidatie

Osteopathie is een manuele geneeswijze, wat inhoudt dat er geen apparaten aan te pas komen.

core stability training

Stabiliteit van de wervelkolom. Het team is net zo sterk als de zwakste speler

Zin en onzin van manueel onderzoek en behandeling bij cervicobrachialgie. Dr. G. VYNCKE

Enkeltrauma. Onderzoek en behandeling na een inversietrauma. (door de enkel zwikken)

(De afbeelding kan mogelijks afwijken omwille van kleine aanpassingen die aan het toestel continue aangebracht worden door de fabrikant.

Wat zijn segmentale relaties?

Controle van rompbewegingen bij verstoringen tijdens het duwen van karren

Gesloten vragen Functionele Anatomie II

Fig De Leefstijlacademie

Auteur(s): H. Faber Titel: Scoliose: een instabiele wervelkolom Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers:

Enkelinstabiliteit. Wat is de oorzaak van enkelinstabiliteit? Wat zijn de klachten? Hoe stelt de arts de diagnose?

Scoliose. Zijwaartse verkromming wervelkolom. Scoliose

Dia 1. Dia 2. Dia 3. De kinderrug: meer dan zomaar een wervelbrug. Wat is krom, wat is recht? Wat doet pijn? Wat is krom en pijnlijk

Niets aan de hand toch

Je lichaam als een kinetische keten

Theorie-examen anatomie 12 januari 2007

TRAININGSPLAN STABILITEIT

Ligamentaire laesie enkelgewricht

Patello-Femoraal Pijn Syndroom. Pijn rondom de knieschijf door verkeerde sporing

Samenvatting. Samenvatting

I. B E W E G I G E E A S S E S T E L S E L S

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

Nederlandse samenvatting proefschrift Renée Walhout. Veranderingen in de hersenen bij Amyotrofische Laterale Sclerose

Veel voorkomende specifieke rugaandoeningen zijn een lumbale hernia en een wervelkanaal vernauwing.

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Factsheet Manuele therapie en therapeutische mogelijkheden bij zuigelingen (0-1 jaar)

Conservatieve behandeling van lage rugklachten

De methode werd in 1995 geïntroduceerd in de VS. De methode wordt sinds 1998 ook in Europa toegepast.

Conservatieve behandeling van lage rugklachten

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Postural instability in people with chronic stroke and Parkinson's disease: dynamic

Reina Welling WM/SM-theorieles 7. Waar zorgt de wervelkolom voor? (m.a.w. wat is de functie van de wervelkolom?)

Bijlage 2 Meetinstrumenten

Theorie-examen anatomie 25 januari 2008

Fysiotherapie na acceleratie deceleratie trauma. Fysiotherapie na acceleratie deceleratie trauma. Fysiotherapie na acceleratie deceleratie trauma

Klinische revalidatie van de post-traumatische schouder

Ooit nagedacht over wat er gebeurt onder een halsband?

BUSQUET METHODE DE FYSIOLOGISCHE KETTINGEN

POSTKLINISCH FYSIOTHERAPEUTISCH REVALIDATIEPROTOCOL HEMI-/TOTALE SCHOUDERPROTHESE (TSP)

Hoogenergetisch trauma Wervelletsels kunnen ook voorkomen na val van een paard of van een huishoudtrapje

Pilates workshops met Ton Voogt & Michael Fritzke 14 en 15 oktober 2016

ISPO JAAR CONGRES Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese

2 De romp. Zichtbare en palpabele oriëntatiepunten van de romp

Anatomie van de heup. j 1.1

De schouder. Anatomie De schouder bestaat uit 3 botstukken: - het schouderblad met de schouderkom - de bovenarm met schouderkop - het sleutelbeen

Lage rugklachten.

Symptomen. Onderzoek. Conservatieve therapie

DE LUMBALE WERVELKOLOM (RUG)

Bewegen via het Brein. Bewust uw lichaam onbewust leren gebruiken

Knieaandoeningen. Chirurgie. Beter voor elkaar

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

1 De wervelkolom Een hernia Het stellen van de diagnose Wanneer opereren? Een herniaoperatie... 5

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur

Preklinische Evaluatie van " Radiopaque UHMWPE Sublaminar Wires in een Groeigeleidings Systeem voor de Behandeling van Early Onset Scoliose"

snijlijn snijlijn Hebt u nog vragen? Artrose in de schouder Maak meer wetenschappelijk onderzoek mogelijk Wat is artrose?

Stabiele of instabiele wervelfractuur

Artrose in de schouder

Wat zorgt voor de stabiliteit? Instabiliteit ontstaat wanneer er iets mis met het actieve of passieve systeem.

ROMPSTABILISATIE U17 Vurste-Semmerzake

ChinLi TuiNa. Welkom. Uitleg over Tuina massage

MAS PLIF POSTERIEURE LUMBALE INTERCORPORELE FUSIE

Fase 1: Verwijzing, aanmelding en initiële hypothese. Screening. Hypothese: Er is mogelijk sprake van liespijn als gevolg van rode vlaggen.

Spieractivatiepatronen tijdens fitness oefeningen op de Carving Pro. Maastricht University: Pieter Oomen (MSc) Hans Savelberg (PhD)

Wat u dient te weten over lage rugpijn

Hernia met een radiculair syndroom in de lage rug Informatie & behandeling. Afdeling Fysiotherapie IJsselland Ziekenhuis

Ligamentair letsel kniegewricht

Beenlengteverschil Ine Schops 25/04/2015

Sport-Fysiotherapie R. de Vries en Medische Trainings Therapie

Complex regionaal pijnsyndroom CRPS

STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum

Dryneedling bij bekkenproblemen postpartum

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

Houdingsreproduceerbaarheid in staande positie Kwaliteitsverbetering van 3D-ultrageluids-scanning van de wervelkolom hoofdstuk 2

ZorgSaam Ziekenhuis ZorgSaam Ziekenhuis ZorgSaam Ziekenhuis frozen shoulder

Het bewegingsstelsel. 1 Inleiding

Bewegingsleer Deel II De onderste extremiteit

Schouderprothese. Orthopedie. Oorzaken van de klachten. Artrose. Reuma. Fracturen. Onherstelbare rotator cuff-scheuren. Anatomie van de schouder

Geschreven door Martijn Raaijmaakers zaterdag, 14 november :37 - Laatst aangepast zaterdag, 24 november :28

Transcriptie:

Afstudeeropdracht BACHELOR FYSIOTHERAPIE 2008 Het effect van medical tape op de houding van scoliose patiënten Door: Björn Paulsen en Anja Bürgel Opdrachtgever: Harry Pijnappel AK docent: Volcmar Visser 2 de assessor: Jaap Brunnekreef SLB docent: Herman Berndt Nijmegen 2008

Voorwoord Ter afronding van onze studie presenteren wij in het volgende een kwalitatief onderzoek als afstudeerproject. Met ons afstudeerproject willen wij het effect van medical taping bij scoliose patiënten onderzoeken. Het medical taping concept is in de afgelopen jaren een steeds populairder wordende behandelmethode. Onze interesse werd vooral gewekt door het intreden van medical taping in de topsport. Omdat we benieuwd waren wat het medical taping concept (MTC) inhoud zijn we op zoek gegaan naar therapeuten die met het concept werken. Hierdoor zijn we in contact gekomen met Harry Pijnappel die zich al langer op dit gebied bezighoudt. Door hem zijn we erachter gekomen dat het MTC een nog relatief nieuwe behandelmethode is en nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd is. Dit was voor ons een uitdaging om hierover ons afstudeeropdracht te schrijven. Hij ondersteunt meerdere afstudeerprojecten waarvan dit scoliose project er één was. Na een gesprek met Harry Pijnappel kwam naar voren dat er nauwelijks onderzoek op dit gebied is gedaan. Hierdoor is ons afstudeerproject te zien als een basis onderzoek waarop vervolgonderzoeken gedaan zullen moeten worden. Naast de uitdaging m.b.t. medical taping vonden we het onderwerp scoliose heel interessant. We zijn allebei tijdens onze stages in het derde jaar in aanraking gekomen met dit onderwerp. Omdat scoliose in de westerse wereld een veel voorkomende pathologie is waar we in ons toekomstige werkveld nog ongetwijfeld mee in aanraking zullen komen, willen we ons hier graag nog verder in verdiepen. Dit project was zonder ondersteuning niet mogelijk geweest. Onze ouders en familie hebben het uitvoeren van de opleiding en het project mogelijk gemaakt. Bedankt! Onze hartelijke dank voor hun ondersteuning gaat verder uit naar: Harry Pijnappel als onze opdrachtgever en vakinhoudelijke expert De afstudeerkring AK 4G (Anniek Geerlings, Kris van Haaren, Jaap Ceelen, Femke van der Linde, Michael Schwarzer, Hans Berndt, Andreas Hellmann met Volcmar Visser als onze docent) Dr. Derksen en het praxisteam Alle proefpersonen die hun hulp hebben aangeboden voor de realisatie van het onderzoek Daarnaast wil Björn, graag Dr. Vogel bedanken voor de ondersteuning tijdens de afgelopen vijf maanden. Als laatste bedanken wij alle andere mensen die ons dit jaar gesteund hebben en een bijdrage geleverd hebben aan het tot stand komen van ons project. Björn Paulsen en Anja Bürgel Mei 2008

Abstract Objective This study analysis the effect of Medical Taping on patients with infantile and juvenile idiopathic scoliosis. Methods A literature research and a pilot study were used to analyse the effects of medical taping. In this study three subjects with infantile of juvenile idiopathic scoliosis were taped. The subjects were analysed by rasterstereographical measurement (Diers formetric 4D). Results The results of this study show that Medical Tape has an effect on scoliosis. This effect can both be positive and negative but seems difficult to handle. One of three subjects showed correction concerning the scoliosis whereas in the other two subjects the reference measurement, their posture without tape intervention, showed the best results. Conclusion This study shows that Medical Taping can be used in idiopathic scoliosis treatment. To give an purposeful evidence-based pratice treatment further research must be made. These studies should be focused on both the intermuscular procces in idiopathic scoliosis and the effect of Medical Tape on the skeletal muscles. - 2 -

Samenvatting Doel Dit project onderzoekt het effect van de behandeling met medical tape bij patiënten met infantiele en juveniele ideopathische scoliose. Methode Deze vraagstelling is door middel van een oriënterend literatuuronderzoek en een pilotstudy onderzocht. In het onderzoek worden drie proefpersonen met infantiele of juveniele ideopathische scoliose onderzocht en getapt. De proefpersonen zijn met behulp van een rasterstereography (Diers formetric 4D) gemeten. Resultaten Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat Medical Tape een effect op scoliose heeft. Dit effect kan zowel negatief als ook positief zijn maar blijft door de medical tape interventie moeilijk stuurbaar. Bij èèn van de drie onderzochte proefpersonen is een verbetering met betrekking tot de scoliose vast te stellen terwijl bij de andere twee patiënten de nulmeting dus hun lichaamshouding zonder interventie de best stand vertoonde. Conclusie Uit dit onderzoek werd duidelijk dat Medical Taping een toegevoegde waarde kan bieden bij het behandelen van patiënten met ideopathische scoliose maar dat er nog verder onderzoek naar gedaan moet worden om een doelgerichte Evidence Based Practice behandeling te kunnen geven. Dit onderzoek betreft zowel de intermusculaire samenwerking bij idiopathische scoliose als ook de werking van Medical Tape op het spierstelsel opzich. - 3 -

Inhoudsopgave 1 Inleiding...- 6-1.1 Probleemstelling:... - 6-1.2 Vraagstelling:... - 6-1.3 Doelstelling:... - 6-2 Het MTC- Concept...- 7-2.1 2.1 Inleiding... - 7-2.2 Theorie MTC- Concept... - 8-2.2.1 Weefselherstel... - 8-2.2.2 Invloed medical tape... - 9-2.3 Tapetechnieken... - 10-3 Scoliose...- 12-3.1 Definitie... - 12-3.2 Oorzaken... - 12-3.3 Prevalentie... - 13-3.4 Classificatie... - 13-3.5 Scoliose diagnosticerende methoden... - 14-3.6 Typen scoliose... - 15-3.7 Anatomie van de scoliose... - 18-3.7.1 Inleiding:... - 18-3.7.2 De spieren... - 20-3.7.3 De fasciën... - 23-3.8 Therapievormen... - 25 - - 4 -

4 Methode en techniek van het onderzoek...- 32-4.1 Inleiding:... - 32-4.2 Patiëntenpopulatie... - 32-4.2.1 In- en exclusiecriteria... - 32-4.3 Methode... - 33-4.3.1 Theorie tapetechnieken... - 33-4.4 Design... - 33-4.4.1 Meetmomenten... - 33-4.5 Meetinstrument... - 35-4.5.1 Uitleg onderzoeksparameter... - 35-4.5.2 Informed consent... - 36-4.6 Resultaten... - 37-4.6.1 Inleiding... - 37-4.6.2 Patiënt 1... - 38-4.6.3 Patiënt 2... - 40-4.6.4 Patiënt 3... - 42-5 Discussie...- 44-6 Eindconclusie...- 49-7 Bijlage 1 (Interpretatie en explicatie van de meetmomenten)... - 52-8 Bijlage 2 (rastersterogrfiemetingen)... - 62-9 Bijlage 3 (informatie- en toestemmingsbrief)... - 82 - - 5 -

1 Inleiding 1.1 Probleemstelling: De behandeling van scoliose stuit nog altijd op problemen. Zowel conservatief als operatief is er nog geen eenduidige oplossing. Ook na jarenlang wetenschappelijk onderzoek en nieuwe behandelconcepten is er door de jaren heen niets verandert aan de behandelmethode. Centraal staat nog steeds de eis voor een correctie van de scoliotische deformiteit en deze houdingscorrectie te blijven houden. Met ons afstudeerproject willen we gaan onderzoeken of het medical taping concept een meerwaarde kan opleveren voor de scoliose therapie. Tot nu toe is er weinig over de effecten van medical taping beschreven. Het is een relatief nieuwe behandelmethode waarover nog weinig literatuur bestaat en waar nauwelijks onderzoek naar is gedaan. 1.2 Vraagstelling: Welke onderzoeken/studies zijn over medical tape i.v.m. scoliose bekend? En is het mogelijk door middel van medical taping een houdingscorrigerend effect te bereiken? 1.3 Doelstelling: Dit project onderzoekt het effect van de behandeling met medical tape bij patiënten met ideopathische scoliose. Met behulp van een literatuurstudie en systematisch documenteren in de vorm van een pilotstudy worden de data verzameld en geëvalueerd, om een antwoord op de vraagstelling te geven. - 6 -

2 Het MTC- Concept Dit hoofstuk houd zich bezig met het Medical Taping Concept. Hier worden werkwijze en tapetechnieken toegelicht. De inhoud van dit hooftstuk is essentieel voor het begrip van het onderzoek, de eruit getrokken conclusies en de navolgende discussie. 2.1 2.1 Inleiding Het Medical Taping Concept is een nog relatief nieuwe therapiemethode. Het werd in de 70er jaren door de Japanner Kenzo Kase ontwikkeld. Hij ontwikkelde een elastisch tape die qua structuur en opbouw op de menselijke huid lijkt. Hij experimenteerde met verschillende tapetechnieken om bijvoorbeeld spieren, ligamenten, fascien en lymfestelsel te beïnvloeden. (Voor een uitleg over de verschillende tapetechnieken wordt verwezen naar 2.3) Inmiddels is het een steeds populairder wordende behandelmethode en geniet bij veel artsen, therapeuten en sportmasseurs, in de sportwereld en in het dagelijks leven een goede reputatie (zie Afb. 1 en 2). Afb. 1 Afb.2 (www.fysiotape.de) De eigenschappen van de tape kunnen als volgt beschreven worden: 130% tot 140% rekbaar (vergelijkbaar met de menselijke huid) Vergelijkbaar met de huid qua dikte en gewicht lengte rekbaar lucht- en vochtdoorlaatbaar 100% acryl kan meerdere dagen tot weken gedragen worden - 7 -

waterbestendig wordt met een rek van 10% op de onderlaag geplakt 2.2 Theorie MTC- Concept Om een verband te kunnen leggen met de werkwijze van het medical tape en de invloed op het herstelproces, is ervoor gekozen om een korte samenvatting te maken over het beloop van een ontstekingsreactie. 2.2.1 Weefselherstel Na het ontstaan van een letsel of overbelasting van spieren of ligamenten wordt er een ontstekingsreactie op gang gebracht. Deze loopt in verschillende fases. Er kunnen globaal drie fasen worden onderscheiden in het proces, te weten: de ontstekingsfase (o.a. vasodilatatie) de proliferatiefase (weefselherstelfase) de remodeleringsfase (herstelfase van de weefselfunctie) De eerste fase start direct na het oplopen van een weefselletsel. Door de veroorzaakte cel- en bloedvatbeschadiging komen er in het weefsel Ontstekingsmediatoren vrij. Deze stoffen zorgen voor het activeren van immuuncellen en reparatieprocessen. Bovendien kenmerkt zich deze fase door enzymatische reacties waardoor prostatglandinen geproduceerd worden. Hun taak is het om vrije zenuwuiteinden te prikkelen en een pijnsensatie op te wekken. Anderzijds veroorzaken ze vasodilatatie van bloedvaten in het omringende weefsel. Een ophoping van lymfevocht en uittredend plasma veroorzaakt een zwelling rondom het letsel. Het gevolg hiervan is ten eerste een drukverhoging in het betreffende weefsel en daarmee een verhoogde prikkeling van de nocisensoren. Ten tweede leidt dit tot een gestoorde functie respectievelijk een beperking in de bewegingsvrijheid. Met het optreden van macrofagen vindt de overgang naar de tweede fase van de ontstekingsreactie plaats. Hun taak is het opruimen van weefselresten (ook bekend als fagocytose), het aantrekken van fibroblasten en het verwijderen van het bloedstolsel om ruimte te creëren voor de productie van littekenweefsel. De proliferatiefase kenmerkt zich onder andere door een overbrugging van het wondgebied door bindweefsel, collageensynthese en vorming van granulatieweefsel wondmatrix, vaten etc. Hieraan sluit zich de remodelleringsfase. Dit is een fase van rijping en functieherstel van het weefsel en kan echter vele maanden en tot meer dan een jaar in beslag nemen. De stevigheid en functie van bindweefsel wordt gecreëerd doordat collageenvezels kruisverbindingen en overlappingen - 8 -

aangaan. Het wondgebied moet samentrekken en voldoende treksterkte ontwikkelen. Door het ingroeien van zenuwvezels in het litteken ontstaat er weer een verbinding met het centrale zenuwstelsel. Hierdoor kunnen uiteindelijk weer proprioceptieve prikkels sensomotorisch teruggekoppeld worden wat daarmee tot functioneel herstel lijdt. Afsluitend blijft te zeggen dat voor een goede genezing het lichaam al deze fasen moet doorlopen, waarbij echter alle fasen niet strikt van elkaar te scheiden zijn, maar elkaar gedeeltelijk kunnen overlappen. 2.2.2 Invloed medical tape De onderstaande text is gebaseerd op de achtergrond van het Medical Taping Concept. Er is tot nu toe nog geen wetenschappelijke evidentie voor gevonden. Het medical tape zal een ondersteunende werking tijdens het doorlopen van de verschillende fases van de ontstekingsreactie hebben. Het Medical Taping Concept berust op de hoofdgedachte dat beweging en spieractiviteit essentieel zijn om gezondheid te behouden of te herstellen [1]. Het is met name gebaseerd op het natuurlijke genezingsproces van het lichaam zelf. De eigenschappen van de tape komen overeen met de rekbaarheid van de menselijke huid. De werking van de tape is gebaseerd op de activering van neurologische en circulatoire systemen. De tape heeft als het ware een liftende werking t.o.v. de epidermis. Dat wil zeggen dat de tape op de maximaal voorgerekte huid wordt geplakt wat tot een golvende optrekking van de epidermis (convulsie) lijdt, zodra het gewricht weer in rustpositie wordt gebracht (zie Afb. 3). Afb. 3 : Effect van Medical Tape Hierdoor ontstaat direct een drukvermindering in het weefsel, door dat er tussen huid en spieren meer ruimte wordt gecreëerd wat uiteindelijk een regularisatie van de bloedcirculatie en het lymfeafvoer tot gevolg heeft. Tijdens deze fase van herstel krijgen - 9 -

afvalstoffen, nocisensorische stoffen lymfe etc als het ware meer ruimte om uit het weefsel afgevoerd te kunnen worden. De druk op de nocireceptoren wordt verminderd waardoor uiteindelijk de pijn sensatie verminderd. Hierdoor ontstaat een fysiologisch grotere range of motion. Samenvattend kunnen de effecten als volgt ingedeeld worden: Klassieke sporttape 1. spierfunctie verbeteren door tonusregulatie 2. belemmeringen in bloedcirculatie en lymfeafvoer opheffen 3. pijndemping 4. ondersteunen gewrichtsfunctie, door: - stimuleren van proprioceptie - correcties van de bewegingsrichting - vergroten van de stabiliteit 5. neuro-reflectoire beïnvloeding [2] De klassieke sporttape heeft in tegenstelling tot het medical tape geen elastische eigenschappen. Het is stevig respectivelijk niet rekbaar en heeft als primair doel het verkrijgen van mechanische stabiliteit en het functionele verstijven van gewrichten en spieren. Dit leidt in veel gevallen tot circulatoire vochtophoping. Omdat de spieren van het menselijk lichaam niet alleen het lichaam bewegen, maar ook invloed hebben op het lymfe- en venensysteem en bovendien ook de lichaamstemperatuur regelen, is het als een groot voordeel te zien als de functionaliteit van de hele musculatuur zonder beperking gewaarborgd blijft. 2.3 Tapetechnieken In totaal worden vier verschillende tape vormen onderscheden: I-,X-, Y- en de - waaier vorm. De meest gebruikte tapes zijn het I- en Y-tape. Naast de vier tape vormen bestaan er verschillende tapetechnieken. De belangrijkste zijn hier onder beschreven: Spiertape Afb. 4: Spiertape Voor het aanleggen van een spiertape (zie Afb. 4)is het Belangrijk te weten wat origo en insertie van de spier zijn, omdat afhankelijk van de trekrichting, de spier óf toniseerd of detoniseerd wordt. De tape bij een spier die hypotoon is en dus getoniseerd moet worden, wordt van origo naar insertie gelegd. Bij een hypertone spier wil men juist detoniseren en de tape wordt vervolgens andersom op de huid geplakt: dus van insertie naar origo. Voor een spiertape wordt gebruik gemaakt van een I- of een Y-tape. - 10 -

Fascietape Bij een fascietape wordt het tape op de ontspannen huid geplakt (zie Afb. 5). Een bepaalde techniek ( jingeln ) zorgt ervoor dat er kleine krachtgolven in de tape ontstaan waardoor de fascie gecorrigeerd en vastgehouden wordt. Voor een fascietape wordt altijd gebruik gemaakt van een Y- tape. Afb. 5: combinatie van spier- en fascietape bij David Beckham Lymfetape Het lymfetape (zie Afb. 6) wordt aangebracht op het afvoergebied van desbetreffend oedemateus ledemaat. De tape moet worden aangelegd volgens de anatomie van de lymfebanen. Afb. 6 : lymfetape Ligament Tape De zogenaamde ligament techniek zorgt voor een betere stabiliteit van de gewrichten (zie Afb. 7). Belangrijk te weten is dat de tape onder maximale rek op de huid wordt geplakt. Dit geld alleen bij het versterken van het kapsel, ligamenten en gewrichten! Afb. 7 : ligament tape In het onderzoek wordt er gebruik gemaakt van de spier en de fascie- tape. - 11 -

3 Scoliose Het volgende hoofdstuk dient evenals hoofdstuk 2 als basis voor het begrip van het onderzoek. Binnen dit hoofdstuk vindt een inleiding in het onderwerp plaats, waarin definitie en oorzaken van scoliose beschreven worden. Hiernaast gaan we zowel in op de classificatie en de anatomie als ook op de spieren en de verschillende therapievormen die invloed hebben op een scoliose. 3.1 Definitie Volgens het het zakwoordenboek der geneeskunde (Coëlho) is een scoliose een zijdelingse verkromming van de wervelkolom, hetzij C-, hetzij S vormig [3]. Deze definitie over scoliose geeft maar een heel beperkt beeld van wat een scoliose daadwerkelijk is. In de vakliteratuur wordt aangegeven dat een zijdelingse kromming van de wervelkolom altijd gepaard gaat met een rotatiebeweging van de corpora vertebrae[4,5]. Dit betekend dat een scoliose niet alleen een zijdelingse verkromming maar ook een torsie in de wervelkolom is. (zie Afb.8) Afb. 8 Torsie van de wervelkolom bij scoliose 3.2 Oorzaken De oorzaken van scoliose kunnen veelvuldig zijn. Zij kunnen aangeboren of verworven zijn of als het gevolg van een ziekte of een trauma. Sommige oorzaken van scoliose hebben te maken met veranderingen van benige structuren, zoals een wigvormige vergroeiing van een wervellichaam. Andere met neuromusculaire klachten die de rompmusculatuur direct aantasten en weer andere met een stoornis in een extremiteit zoals een beenlengteverschil of visus- gehoorstoornissen. Er zijn ook veel gevallen van scoliose waarvan de oorzaak niet bekend is. Deze worden ideopathisch genoemd [5]. Ondanks dat er veel onderzoek naar is gedaan zijn de mechanismen die een ideopathische scoliose laten ontstaan of deze in stand houden niet bekend. Sommige onderzoeken gaan ervan uit dat de groeisnelheid van een individu een duidelijke relatie heeft met de progressie van de scoliose [6]. Andere rapporten gaan uit van een nauwe - 12 -

samenhang met de werking van het spierstelsel [5,6,7,8,9,10,11] waarbij hierop weer verschillende factoren een invloed kunnen hebben zoals zenuw werking, voeding en hormoonhuishouding [11]. Er zijn nog een heleboel andere onderzoeken die van andere theorieën over het ontstaan en/of in stand houden van een ideopathische scoliose uitgaan. Hierdoor wordt duidelijk dat deze thematiek een heel complex onderwerp is en er nog veel onderzoek naar gedaan moet worden om er een definitieve uitspraak erover te kunnen doen. 3.3 Prevalentie Scoliosen zijn de meest voorkomende deformiteiten van de wervelkolom. Een uitspraak over de prevalentie van scoliose te maken is heel moeilijk. De hoofdreden hiervoor is dat het nodig is een volledig bevolkingsonderzoek te doen om hier een uitspraak over te kunnen doen. Onderzoeken uit verschillende landen geven heel verschillende waarden weer, zo ligt de prevalentie van alle scoliosen in Japan bij 3,21% terwijl een onderzoek uit Griekenland 5,2% aangaf en in Denmarken de prevalentie met zelfs 7,7% nog hoger blijkt te zijn. In Nederland is bekend dat ca. 3-4% van de bevolking een ideopathische scoliose heeft. Volgens de meeste literatuur wordt dit type scoliose als de meest voorkomend gedefinieerd (75-85%). Aan de hand van deze gegevens kan men dus ervan uitgaan dat het totale aantal van alle scoliosen binnen Nederland tussen de 4-5% ligt. Dit betekent dus dat ongeveer elk twintigste Nederland een scoliose heeft, zelfs zonder het te weten [12]. Verder blijkt er een correlatie met betrekking tot het geslacht te bestaan. Uit onderzoeken kwam na voren dat procentueel meer meisjes dan jongen een scoliose hebben [13]. 3.4 Classificatie Er bestaan een veelheid aan mogelijkheden om een scoliose te classificeren. Omdat het benoemen en uitleggen van allen te ver in de diepte zou gaan is ervoor gekozen om de drie meest gebruikelijke te beschrijven. Deze zijn de pathologische classificatie, de classificatie na leeftijd en de anatomische classificatie. De pathologische classificatie geeft zo als de naam al suggereert, aan welke vorm van pathologie de oorzaak voor de scoliose is. Dit zijn vooral congenitale deformiteiten zoals misvormingen van het skelet, neurogene deformiteiten zoals een CVA, myogene deformiteiten zoals spierverkortingen door een foutieve houding of deformiteiten die door een trauma of infectie zijn verworven. Er blijft dan nog een grote groep scoliosen over die met betrekking tot de achterliggende pathologie niet direct geclassificeert kunnen worden. Deze scoliosen worden samengevat onder de naam ideopathische scoliose. - 13 -

De classificatie naar leeftijd bij de eerste symptomen van de deformiteit is van belang omdat men binnen de verschillende leeftijdsfasen en vooral tijdens de groeifasen van een mens verschillende therapievormen en behandelmethodes in overweging moet nemen. Een puber die nog binnen de groeispurt is moet natuurlijk anders behandeld worden als een volwassene. Deze classificatie wordt vooral bij ideopathische scoliosen gehanteerd en wordt onderverdeeld in drie typen. De infantiele ideopathische scoliose (2 e maand tot 3 e jaar), de juveniele ideopathische scoliose (3 e 10 e jaar) en het adolescente type (10 e -einde groei). Een andere indeling binnen deze classificatie is de indeling in early onset en late onset. De grens tussen deze twee wordt tussen het 5 e en de 8 e levensjaar getrokken en hangt samen met de ontwikkeling van de bronchoaveolaire vertakkingen waar een scoliose invloed op uit kan oefenen. De anatomische classificatie heeft betrekking op het gedeformeerde wervelkolomsegment en geeft dus de lokalisatie van de scoliose aan. Hier wordt een onderverdeling in vier types gemaakt, de lumbale, de thoracolumbale, de thoracale en de thoracale en lumbale (double major) scoliose. (zie Afb. 9) 3.5 Scoliose diagnosticerende methoden Afb.9 anatomische scoliose classificatie Er bestaan verschillende onderzoekmethodes om een scoliose te diagnosticeren. De vier meest gehanteerde zijn het lichamelijk onderzoek, het radiografische onderzoek (Röntgen), CT of MRI en de lichaamsoppervlakken meting. Het lichamelijk onderzoek bestaat uit inspectie in stand en zit. Belangrijke punten tijdens de inspectie zijn het trekken van een equalibratielijn door middel van een schietlood, het beoordelen van het bekken, schouderhoogte en van de luchtfiguren tussen de armen en de romp, het meten van de graad van rotatie middels een scoliometer, het palperen van de processi spinosii en het laten uitvoeren van de buktest volgens Adams. Naaste de inspectie kunnen nog spierkracht en spierlengte getest worden om asymmetrische verkortingen en/of verzwakkingen van spieren op te sporen. Afb.10 Cobbmeting Het radiografisch onderzoek ofwel Röntgenonderzoek is de waarschijnlijk meest gebruikte methode om de graad van kromming in de wervelkolom te bepalen. Er bestaan verschillende methodes om de kromming door middel van een röntgenfoto te meten waarvan de methode volgens Cobb de meest toegepaste is. Hier wordt met behulp van het intekenen van twee lijnen - 14 -

parallel aan de bovenste en de onderste sluitplaat van de wervel die het meest richting van de concaviteit van de scoliose is geneigd de mate van kromming gemeten (zie Afb.10). De diagnosemiddelen CT en MRI worden altijd gebruikt als een drie dimensionale reconstructie van de wervelkolom nodig is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor een operatie van een gedeformeerde wervel. De rasterstereography (lichaamsoppervlaktenmeting) is een nieuwe methode die door het fotoniek- en mechantroniekbedrijf Jenoptik is ontwikkeld. Het door hun ontwikkelde Formetric-System projecteert een lijnenraster op het dorsale gedeelte van de romp en reconstrueert aan de hand van de eruit getrokken gegevens een drie dimensionaal beeld van het lichaamsoppervlak en de kromming van de wervelkolom. Het voordeel van deze apparatuur is dat het een hoge nauwkeurigheid waarborgt zonder dat de patiënt aan het risico van bestraling blootgesteld wordt (zie Afb.11). 3.6 Typen scoliose Afb.11 3D- Oppervlaktenmeting Afb.12 C- scoliose Er bestaan 2 typen van scoliose, de zogenoemde C-scoliose en de S-scoliose (zie Afb. 12 en 13). De C-scoliose is een enkelvoudige laterale bocht in de wervelkolom. De S-scoliose is een dubbelvoudige bocht in de wervelkolom waarbij een van de twee bochten links en de andere rechts convex is. De redenen hiervoor is dat het lichaam bij een enkelvoudige C-scoliose uit het lood komt te staan en het vormen van een verdere bocht dus een functionele aanpassing van het lichaam is om het evenwicht te handhaven. Deze tweede bocht wordt ook wel compensatoire bocht genoemd. Een C- en een S-scoliose kunnen zowel structureel alsook functioneel van aard zijn. Een functionele scoliose is corrigeerbaar tot een normale houding, hetzij actief, hetzij passief. Een structurele scoliose is per definitie een misvorming die noch Afb.13 S- scoliose actief noch passief volledig te corrigeren is [14]. Bij deze vorm van scoliose bestaat er een afwijking / deformiteit waardoor boven de zijdelingse verkromming een verdraaiing in de wervelkolom plaatsvindt. Hierdoor ontstaat een asymmetrie, een ribbenuitbochting (gibbus). Deze gibbus manifesteert zich het duidelijks in voorovergebogen houding bij de zogenoemde buktest. De ribben aan de convexe zijde draaien naar dorsaal en puilen eenzijdig uit zodat een gibbus ontstaat. Bovendien wordt de scapula aan dezelfde kant door de gibbus omhoog geduwd waardoor de schouderlijn aan de zijde van de gibbus hoger komt te staan dan aan de andere zijde (zie Afb.1). - 15 -

Naast de indeling in de boven genoemden categorieën worden scoliosen vooral met betrekking tot hun ten grondslag liggende pathologie ingedeeld. Deze indeling is vooral van belang om een oorzaak gerichte en niet een symptoom gerichte behandeling te kunnen geven. Om een overzicht over deze scoliosen te verkrijgen hebben wij hieronder de meest voorkomende typen van scoliose toegelicht. Congenitale scoliose: De term congenitaal wijst erop dat de scoliose aangeboren en niet verworven is. Een congenitale scoliose is te wijten aan een misvorming (meestal van het skelet) tijdens de embryonale ontwikkeling en is altijd structureel van aard. Dit wijst erop dat een congenitale scoliose noch actief noch passief volledig te corrigeren is. Ideopathische scoliose: Een ideopathische scoliose is een scoliose waarvan de oorzaak onbekend is. Dit is in ongeveer 75-85% van alle scolioses het geval. Als een eventuele oorzaak kan een stoornis in de ontwikkeling van het in het hersenen gelegen coördinatiecentrum voor het evenwichtsgevoel gesuggereerd worden. Verder denkt men dat de oorzaak multifactorieel is met erfelijke componenten [14]. De ideopathische scoliose is een zijdelingse verkromming welke tot een wigvorming van de wervellichamen en de pedikels leidt, dit weer leidt tot een asymmetrie van de wervelkolom. Men spreekt pas van een ideopathische scoliose als de kromming 10 of meer bedraagt, in de meeste gevallen blijft de scoliose kleiner dan 20. Het overgrote deel van de ideopathische scolioses verdwijnt spontaan. De meeste ideopathische scolioses ontstaan in de tijd voor de puberteit. Een lichte vorm van ideopathische scoliose komt bij jongens bijna even vaak voor als bij meisjes terwijl de progressieve vorm vooral bij meisjes voor komt. De ideopathische scoliose is onderverdeeld in drie leeftijd categorieën: Het infantiele type, het juveniele type en het adolescente type. Het infantiele type treedt tussen de 2 e maand en het 3 e levensjaar op en komt bij jongens vaker voor dan bij meisjes. Bij 80-90% treedt een spontane verbetering op (resolving type), de rest van de infantiele typen tonen een progressieve ontwikkeling. Het juveniele type die tussen de 3 e en het 10 e levensjaar optreedt, toont een hoge kans op progressie. Dit is ook de reden waarom dit type vaak met corset/brace of een operatie behandeld wordt. Het adolescente type (10 e levensjaar tot einde groei) komt vrijwel het meest voor en heeft verschillende patronen van natuurlijk beloop. Het overgrote deel van de scoliosen resulteert in een kleine afwijking (< 20 ) of verdw ijnt spontaan (resolving type). Slechts een zeer klein deel van alle ideopathische scoliosen toont de neiging tot een min of meer voortdurende verergering [7]. De boven opgenoemde vormen van ideopathische scolioses worden in de laatste jaren steeds meer vervangen door de benamingen early onset en late onset. De grens tussen een early onset en een late onset ligt tussen de 5 e en het 8 e levensjaar. De reden hiervoor is dat in deze stadia de ontwikkeling van de alveoli van de longen - 16 -

plaatsvindt. Een scoliose kan door een sterke curvatuur van de scoliose en/of een thoraxmisvorming een beperking voor de groei van de longen betekenen. Metabolische scoliose: Hieronder vallen meerdere typen zoals scoliose ontstaan door osteoporose. Een andere metabolische scoliose is de rachitische scoliose welke een stoornis in de mineralisatie (vit. D tekort) van het osteoïd is. Hierdoor ontstaat een vertraagde ossificatie waardoor uiteindelijk een scoliose kan ontstaan. Paralytische scoliose: Scoliose door paralyse van bepaalde spieren of spiergroepen vooral t.g.v. poliomyelitis. Scoliosis captis / Torticollis: Deze scoliose ontstaat aangeboren eenzijdige contractuur van de m.strernocleidomastoideus, hierdoor ontstaat een scheefstand van het hoofd met rotatie in de wervelkolom waardoor een scoliose gaat ontstaan. Torticollis kan ook op latere tijd verworven worden bv. door een nektrauma of inflamatoire processen. Scoliosis congenita / hemispondylus: Schakel- of wigwervel, wigvormige wervel welke door een aangeboren foutieve segmentatie van de wervelkolom is ontstaan. Hierdoor kan uiteindelijk een scoliose alsook het syndroom van Klippel-Feil ontstaan. Scoliosis habitualis: De habituele scoliose is een door de gewoonte in een verkeerde houding veroorzaakte scoliose. Deze vorm van scoliose wordt ook wel houdingsscoliose genoemd. Deze scoliose is een vorm van functionele scoliose en dus actief en passief te beïnvloeden. Scoliosis ischiadica: Dit is een lichte scoliose t.g.v. ischias, doordat de lijder een scheve houding aanneemt om pijn te vermijden. Deze vorm van scoliose wordt ook wel pijnscoliose genoemd en verdwijnt meestal als de oorzaak(pijn) weggenomen is. - 17 -

Scoliosis statica / compensatoire scoliose: De statische scoliose wordt veroorzaakt door een scheve stand van het bekken of door een ongelijke belasting van de beide lichaamshelften. De scoliose verdwijnt als asymmetrie is opgeheven. Posttraumatische scoliose: Deze vorm van scoliose kan na een trauma (bv. wervelbreuken) ontstaan. Ontstekingsscoliose: Deze vorm van scoliose is terug te voeren op ontstekingsprocessen ronde de wervelkolom waardoor een misvorming kan ontstaan. 3.7 Anatomie van de scoliose 3.7.1 Inleiding: Zoals boven al nader toegelicht kunnen er een veelheid van factoren de oorzaak van een scoliose zijn. Dit betekend dat door de vervormingen en aanpassingen een heleboel structuren binnen lichaam betrokken zijn met de scoliose. Hier kan men denken aan structuren zoals spieren, pezen, ligamenten, meniscoiden, botten en het CZS. Naast deze factoren binnen het lichaam zijn er ook factoren van buitenaf zoals de zwaartekracht die constant op de lichaam invloed gaat uitoefenen. Met betrekking tot scoliose zijn vooral veranderingen en misvormingen van de wervels interessant. Door pathologische processen kunnen o.a. halfwervels, blokwervels, botbruggen en wigwervels ontstaan welke structureel van aard zijn en waardoor de wervelkolom een scoliotische houding gaat innemen (zie Afb.14). Deze ossalen deformiteiten hebben een directe invloed op de scoliose. Door Afb.14 ossale deformaties van de wk verandering van de botten van de onderste extremiteiten bijvoorbeeld een beenlengteverschil kan maar ook via een indirecte weg een scoliose ontstaan. De scoliose op zich is in principe een correctiemechanisme, het lichaam probeert namelijk altijd de verticale houding in te nemen door het hoofd recht boven het bekken te plaatsen[11]. De scoliose is in dit geval dus functioneel om de rechte positionering van - 18 -

het lichaam in de ruimte te handhaven. Als deze functionele vorm van scoliose binnen de groei plaatsvindt, adapteren de nog vervormbaren structuren waardoor een asymmetrie binnen het lichaam gaat ontstaan. De binnen de groei vervormde ossale structuren kunnen nadat het individu is uitgegroeid structureel van aard worden. Verder ontstaat door de asymmetrische scoliotische houding een asymmetrische aanpassingen van de spieren en de andere structuren van het lichaam. Samenvattend kan men dus zeggen dat door deze asymmetrie van de wervelkolom en/of de onderste extremiteiten in samenwerking met de zwaartekracht en de verticale correctie mechanisme van het hoofd de scoliose ontstaat en/of instant wordt gehouden. De instrumenten van het lichaam om deze asymmetrische correctie actief te bewerkstelligen zijn de spieren. Hoewel er veel onderzoek naar is gedaan is het nog steeds niet honderd procent duidelijk welke spieren het meest invloed op het ontstaan en/of in van een scoliose hebben. Zeker is dat de ontwikkeling van verschillende spieren niet symmetrisch verloopt. Terwijl de spieren aan de concave kant geneigd zijn tot verkorting en of hypotonisme neigen de spieren aan de convexe kant tot verlenging en/of hypertonisme. De forse myogene activiteit aan de convexe kant(en) is te verklaren doordat de spieren aan deze kant(en) van de wervelkolom het zich craniaal aansluitende gedeelte van de wervelkolom alleen moeten dragen (zie Afb.15 ). De spieren aan de kant van de lumbale bocht (a.) en de spieren aan de thoracale bocht (b.) zijn door de werking van de zwartekracht al in een verlengde positie waardoor ze niet optimaal kracht kunnen leveren om de wervelkolom weer op te richten. Dit omdat spieren in een sterk verlengde positie actief insufficiënt en in een sterk verkorte positie passief insufficiënt worden waardoor ze geen optimale werking meer kunnen uitoefenen op de wervelkolom. Hierdoor verlengen de spieren aan de convexe kant en verkorten de spieren aan de concave kant steeds meer tot ossale factoren een verdere versterking van de scoliotische curvatuur tegenhouden. Meerdere onderzoeken in de midden en het eind van de 20 e eeuw bevestigen deze theorie [ 9,10,15]. Een onderzoek van Zetterberg et al (1983) toonde aan dat deze hogere spieractiviteit aan de convexe zijde van de wervelkolom alleen bij curvaturen boven de 30 graden waar te nemen zijn. Bij kleiner curvaturen is er geen significant verschil in spieractiviteiten aan de convexe en/of de concave kant tussen proefpersonen met scoliose onder de 30 graden en proefpersonen zonder scoliose gevonden. Deze thesis wordt onderbouwd door een onderzoek van Reuber et al in 1983 die een asymmetrische spieractiviteit bij curvaturen van boven de 25 graden rapporteren [9]. Verder gaat in de wetenschap de mening over welke spier(en) het meest corrigerend Afb.15 S-scoliose met verlengte hypertone en verkorte hypotone spieren effect op scoliose hebben uit elkaar. Uit een onderzoek van Schultz et al in 1981 waarin het corrigeren van scoliose via spierstimulatie het doel was bleek dat spieren die meer lateraal van de wervelkolom geplaatst zijn door hun grotere hefboomwerking effectiever zijn dan spieren die meer mediaal van de wervelkolom geplaatst zijn [10]. Een andere r - 19 -