Nieuwe Wetgeving Programma 18/05/2015 Nieuwe of gewijzigde wetgeving - Risico chemische agentia (wijziging) - Eerste hulp lichte ongevallen/bijscholing EHBO - Termijn aangifte AO - Psychosociale risico s op het werk (wijziging) - Brandpreventie op de arbeidsplaats (nieuw) - Gezondheidstoezicht(wijziging) - Beeldscherm (wijziging) - Biologische agentia (wijziging) - Interne preventiedienst (bijscholing)(wijziging) - Interne preventiedienst (jaarverslag)(wijziging) - Beleid - Hervorming EDPBW (wijziging tarifering/opdrachten) - Elektronische registratie TMB (nieuw) 1
Risico chemische agentia (wijziging)(kb 9/03/2014) De lijst van de grenswaarden voor blootstelling aan chemische agentia, uit het KB Chemische agentia, zal vanaf 1 juli a.s. enigszins aangepast zijn. 6 wijzigingen: Arsine (CAS 07784-42-1), Hydrochinon (CAS 00123-31-9), IJzeroxide (Fe2O3) (inadembare fractie) (CAS 01309-37-1), Jood (damp) (CAS 07553-56-2), Propeen (CAS 00115-07-1), Zwavelzuur (nevel) (9) (CAS 07664-93-9). 3 toevoegingen: Jood en jodides(damp en aërosol) (CAS 07553-56-2), Monochloorazijnzuur(damp en aërosol) (CAS 00079-11-8), Polyvinylchloride (inadembare fractie) (CAS 09002-86-2). Eerste hulp lichte ongevallen(kb 9/03/2014) (KB EHBO art.7) Register van verzorging De werkgever houdt een register bij, waarin de werknemer die de interventie doet: Het register van verzorging moet aangevuld worden met de volgende elementen: - zijn naam vermeldt; - de naam van het slachtoffer; - de plaats, de datum, het uur, de beschrijving en de omstandigheden van het ongeval of het onwel worden; - de aard, datum en het uur van de interventie - de identiteit van eventuele getuigen. 2
Eerste hulp bijscholing EHBO (KB 9/03/2014). (KB EHBO art.10) Bijscholing van de hulpverlener Hulpverleners moeten een jaarlijkse bijscholing volgen. Daar kan van afgeweken worden, maar in de oorspronkelijke tekst van het KB was niet opgelegd wanneer de bijscholing dan wel moest gebeuren. Nu is vastgelegd dat het een tweejaarlijkse bijscholing is, maar mits voorwaarden: - Voorafgaandelijke risicoanalyse - Voorafgaand advies van de PA-AG en - Voorafgaand advies van het comité Termijn aangifte AO (KB 19/03/2014) Bepaalde ongevallen waarvoor verzorging eerste hulp is verleend op de arbeidsplaats en in het register van verzorging zijn opgenomen, worden lichte ongevallen genoemd en moeten niet aangegeven worden tenzij dit nadien verergert. De definitie van licht ongeval: - het ongeval dat noch tot een loonverlies; - noch tot een arbeidsongeschiktheid heeft geleid voor het slachtoffer; - enkel zorgen heeft vereist (zonder de tussenkomst van een geneesheer); - enkel toegediend op de plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Niet meer aan te geven aan de verzekeringsonderneming. 3
Psychosociale risico s op het werk (KB 10/04/2014)(wijziging) Wet 28/02/2014 en wet 28/03/2014 Wettelijk kader Definities Risicoanalyse en preventiemaatregelen Verplichtingen van de werkgever Procedures Vertrouwenspersoon Informatie uitwisseling Wetgeving Wet van 11 juni 2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. KB van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. KB van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico s op het werk 4
Evaluatie wetgeving Bijsturing van de wetgeving Meer nadruk op preventie van psychosociale risico s op het werk Meer informatie en sensibilisatie over de bestaande wetgeving Campagne gestart (tv-spots, brochures, ) www.voeljegoedophetwerk.be Meer aandacht voor het toezicht op de naleving van de wetgeving Wijzigingen Uitbreiding van de scope van de RA Nadruk op sterker preventiebeleid Aanpassing interne procedures Rol van actoren die betrokken zijn bij preventie van psychosociale risico s werd verduidelijkt Opleiding vertrouwenspersoon uitgebreid 5
Definities Wijzigingen wat betreft: A. Psychosociale risico s op het werk B. Pesten = verruiming van de definitie. Zodat rekening wordt gehouden met gedragingen die afzonderlijk genomen als onschuldig kunnen beschouwd worden maar waarvan de herhaling een onrechtmatig gedrag vormt. A. Psychosociale risico s op het werk Psychosociale risico s op het werki.p.v. psychosociale belasting veroorzaakt door het werk = minder onderhevig aan interpretaties = meer aandacht voor collectieve risicofactoren 6
A. Psychosociale risico s op het werk De kans dat een of meerdere werknemers psychische schade ondervindendie al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten gevolge van een blootstelling aan de elementen van de arbeidsorganisatie de arbeidsinhoud de arbeidsvoorwaarden de arbeidsomstandigheden de interpersoonlijke relaties op het werk waarop de werkgevereen impactheeft en die objectief een gevaar inhouden. A. Psychosociale risico s op het werk Arbeidsorganisatie Arbeidsinhoud Structuur van de organisatie Samenwerking tussen diensten Procedures Algemene beleid Communicatie Aard van het werk Taakduidelijkheid Complexiteit Variatie Belasting (emotioneel, psychisch, fysiek) 7
A. Psychosociale risico s op het werk Arbeidsvoorwaarden Arbeidsomstandigheden Uurrooster en arbeidsduur Opleidingsmogelijkheden Verloning Loopbaanmogelijkheden Evaluatieprocedures Inrichting van de arbeidsplaatsen Arbeidsmiddelen Omgevingsfactoren Werkhoudingen A. Psychosociale risico s op het werk Interpersoonlijke relaties op het werk Relaties tussen collega s en leidinggevenden Relaties met derden Relaties tussen groepen Ondersteuning 8
B. Pesten Eenonrechtmatig geheel van meerderegelijkaardige of uiteenlopende gedragingen buiten of binnen de onderneming die plaats hebben gedurende een bepaalde tijd die tot doel of gevolghebben dat de persoonlijkheid, waardigheid of fysieke of psychische integriteit van een werknemer (of gelijkgestelde persoon) bij de uitvoering van zijn werk wordt aangetast dat zijn betrekkingin gevaar wordt gebracht of dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd die zich inzonderheid kan uiten in woorden, bedreigingen, handelingen, gebaren of eenzijdige geschriften deze gedragingen kunnen inzonderheid verband houden met leeftijd, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, Risicoanalyse Geen doel op zich, wel middel om preventiemaatregelen te kunnen treffen met het oog op de beheersing van de risico s Twee mogelijkheden Algemene risicoanalyse Specifieke risicoanalyse 9
Algemene risicoanalyse Werkgever identificeert situaties die aanleiding kunnen geven tot psychosociale risico s op het werk Rekening houdend met: Stress, burn-out, conflicten, geweld, pesterijen of osgw Risico s bepalen en evalueren rekening houdend met: Arbeidsorganisatie Arbeidsinhoud Arbeidsvoorwaarden Arbeidsomstandigheden De interpersoonlijke relaties op het werk Uitgevoerd door WG in samenwerking met de medewerkers + PAPS wanneer complexiteit van de analyse het vereist Preventiemaatregelen Algemene risicoanalyse WG treft de passende preventiemaatregelen om psychosociale risico s te voorkomen Wanneer PAPS werd betrokken bij de analyse, vraagt WG advies van PAPS (alvorens maatregelen te treffen) 10
Specifieke risicoanalyse Risicoanalyse van psychosociale risico s op niveau van een specifieke arbeidssituatie kan Verplicht indien op vraag van: Lid hiërarchische lijn Ten minste 1/3 van werknemersvertegenwoordigers in CPBW Uitgevoerd door WG in samenwerking met de medewerkers + PAPS wanneer complexiteit van de analyse het vereist. Preventiemaatregelen Specifieke risicoanalyse WG treft de geschikte collectieve en individuele maatregelen, voor zover hij impact heeft op gevaar Wanneer PAPS werd betrokken bij de analyse, vraagt WG advies van PAPS WG deelt resultaten RA (anoniem en collectief) + zijn beslissing met betrekking tot de maatregelen mee aan: Verzoeker Betrokken preventieadviseurs Alle andere personen die hij nuttig acht 11
Preventiemaatregelen De preventiemaatregelen worden opnieuw onderzocht bij elke wijziging die de blootstelling van werknemers aan psychosociale risico s op het werk kan beïnvloeden De WG evalueert minstens eenmaal per jaar deze preventiemaatregelen Verplichtingen werkgever Maatregelen treffen om psychosociale risico s te vermijden Specifieke maatregelen treffen t.o.v. derden Verplichtingen bepalen van de HL ten aanzien van preventie risico s Aan werknemers informatie en opleiding geven Aan CPBW noodzakelijke informatie meedelen en opleiding voorzien Procedures uitwerken 12
Feitenregister Bevat verklaringen over feiten van geweld, pesterijen, osgwveroorzaakt door buitenstaanders Geen identiteit werknemer, tenzij hij hiermee instemt Bijgehouden door VP of PAPS (door IDPBW: externe PAPS en geen VP) Toegang: WG, PAPS, VP, IPA en inspectie Bewaring 5 jaar WG houdt rekening met de verklaringen uit dit feitenregister bij opmaak risicoanalyse Verleden: Wijziging Enkel procedures voor geweld, pesterijen en osgw op het werk Wijziging: Informele en formele procedures zijn toepasbaar ten aanzien van het geheel van psychosociale risico s op het werk (incl. pesterijen, geweld, osgw) 13
Contact met de VP/PAPS Mogelijkheid om VP/PAPS te raadplegen tijdens werkuren Indien onmogelijk tijdens arbeidsuren, mag raadpleging ook buiten de werkuren (CAO of AR) Tijd besteed aan raadpleging = arbeidstijd Verplaatsingskosten ten laste van de WG Opdracht van de PAPS De werkgever inlichten over de risico s die in de onderneming aanwezig zijn en de WG advies verstrekken over de maatregelen die moeten getroffen worden om gezondheidsschade te voorkomen PAPS voeren van een strafonderzoek, tuchtonderzoek 14
Interne procedure Verzoek tot: 1.Informele psychosociale interventie 2.Formelepsychosociale interventie Interne procedure 1 e contact Horen van de werknemer + informatie over interventie door VP of PAPS Binnen 10 kalenderdagen na eerste contact Verzoek tot Informele psychosociale interventie Formele psychosociale interventie 15
Informele psychosociale interventie Zowel voor feiten van pesterijen, geweld, osgw als voor alle andere situaties waarbij er sprake is van leed op het werk Doel = op een informele wijze zoeken naar een oplossing (tussenkomst WG niet noodzakelijk) Kenmerk = constructief Keuze voor de informele weg Onthaal/advies Interventie Bemiddeling 16
Indiening van het verzoek Wanneer? Indien de werknemer geen gebruik wenst te maken van de informele interventie Indien informele interventie niet tot een oplossing heeft geleid Indiening van het verzoek Voorwaarde WN heeft een verplicht persoonlijk onderhoud met de PAPS alvorens verzoek in te dienen Formele interventie kan enkel door PAPS Onderhoud binnen 10 kalenderdagen volgend op de dag waarop wil tot verzoek werd uitgedrukt 17
Indiening van het verzoek Mogelijkheid tot weigering PAPS heeft de mogelijkheid om verzoek te weigeren wanneer situatie kennelijk geen psychosociale risico s op het werk inhoudt. Kennisgeving van de weigering gebeurt uiterlijk 10 kalenderdagen na in ontvangstname Mogelijkheden A. Verzoek met een hoofdzakelijk collectief karakter B. Verzoek met een hoofdzakelijk individueel karakter C. Verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk 18
Keuze voor de formele weg Indiening van het verzoek: 1) Verplicht persoonlijk onderhoud 2) Indiening van het document 3) In ontvangstname Weigering Aanvaarding 1. Verzoek met collectief karakter 2. Verzoek met individueel karakter 3. Verzoek met individueel karakter + geweld, pesterijen, osgw A. Collectief karakter Collectieve risico s: = meer dan één werknemer loopt het risico schade te ondervinden = organisatorisch probleem (individueel aspect is bijkomstig) 19
A. Verzoek met collectief karakter PAPS deelt risico s mee aan de werkgever WG vraagt advies aan CPBW of vakbond Indien nodig: PAPS stelt individuele maatregelen voor Werkgever deelt beslissing mee aan paps, ipa, cpbw/vakbond binnen 3 maanden (indien RA, 3 maanden extra) - WG deelt zijn beslissing niet tijdig mee - WG neemt geen maatregelen - Verzoeker meent dat maatregelen niet aangepast zijn aan individuele situatie + Geen RA uitgevoerd of RA niet in samenwerking met PAPS Indien akkoord verzoeker: PAPS voert onderzoek + geeft advies aan WG zie individueel karakter A. Collectief karakter Samengevat: Enkel collectieve risico s Identiteit verzoeker niet noodzakelijk gekend door WG Geen onderzoek door PAPS, tenzij geen of ongepaste maatregelen Geen ontslagbescherming WG neemt beslissing over maatregelen Mogelijkheid individuele bewarende maatregelen 20
B. Individueel karakter Individuele risico s: = risico dat één individu loopt om schade te ondervinden = analyse van specifieke arbeidssituatie B. Verzoek met individueel karakter PAPS informeert WG en vermeldt identiteit verzoeker PAPS doet analyse en hoort eventueel getuigen PAPS verstrekt advies binnen 3 maanden aan WG en indien nodig VP + info verzoeker + andere partij + IPA Werkgever: - Indien nodig deel advies aan HL verzoeker - WN op de hoogte brengen van individuele maatregelen - Gemotiveerde beslissing meedelen aan PAPS, verzoeker en andere partij + IPA binnen 2 maanden - Maatregelen uitvoeren 21
B. Individueel karakter PAPS deelt volgende info schriftelijkmee aan verzoekeren ander betrokken persoon: Advies werd overhandigd + datum Voorstellen van preventiemaatregelen Verantwoording van deze voorstellen PAPS deelt volgende info schriftelijk mee aan IPA: Voorstellen van preventiemaatregelen Verantwoording van deze voorstellen B. Individueel karakter Werkgever Indien WG overweegt individuele maatregelen te nemen ten aanzien van een werknemer deelt hij dit voorafgaand en schriftelijk mee aan de werknemer Indien deze maatregelen de arbeidsvoorwaarden van de werknemer wijzigen, deelt de werkgever hem een afschrift van het advies mee en hoort deze werknemer 22
B. Individueel karakter Werkgever Deelt uiterlijk twee maanden na het advies te hebben ontvangen schriftelijk zijn gemotiveerde beslissing mee betreffende de gevolgen die hij aan het verzoek geeft aan: PAPS Verzoeker en ander rechtstreeks betrokkene IPA Voert zo snel mogelijk de maatregelen uit B. Individueel karakter Samengevat: Individuele risico s Identiteit verzoeker gekend door WG Geen ontslagbescherming PAPS voert onderzoek en hoort eventueel getuigen PAPS maakt adviesrapport op + geeft info van voorstellen aan partijen WG neemt beslissing over maatregelen en deelt deze mee aan de PAPS, verzoeker en IPA 23
C. Geweld, pesterijen, osgw Verzoek betrekking op feiten van geweld, pesterijen, ongewenst seksueel gedrag op het werk PAPS moet dit verzoek in al zijn aspecten collectief en individueel onderzoeken en hierover een advies verstrekken C. Verzoek met individueel karakter + GOG PAPS informeert WG en vermeldt identiteit verzoeker + ontslagbescherming PAPS doet analyse en hoort aangeklaagde + getuigen Indien nodig: voorstel bewarende maatregelen PAPS verstrekt advies binnen 3 maanden aan WG en indien nodig VP Werkgever: - WN op de hoogte brengen van individuele maatregelen - Gemotiveerde beslissing meedelen aan PAPS, verzoeker en andere partij + IPA binnen 2 maanden - Maatregelen uitvoeren Indien nodig doet PAPS beroep op TWW 24
C. Geweld, pesterijen, osgw PAPS gaat na of de WG de geschikte maatregelen heeft genomen PAPS brengt TWW op de hoogte als: WG de nodige bewarende maatregelen niet treft WG geen geschikte maatregelen treft na advies + Hetzij ernstig en onmiddellijk gevaar voor WN Hetzij WG of leidinggevende personeel aangeklaagde is Uitbreiding rol PAPS: Adviserende bevoegdheid Bevoegdheid om gepaste karakter maatregelen na te gaan ing. Luk Collet - Prebes C. Geweld, pesterijen, osgw Samengevat: Feiten van pesterijen, geweld, osgw Identiteit verzoeker gekend door WG Aangeklaagde Ontslagbescherming verzoeker en getuigen Mogelijkheid voor bewarende voorstellen PAPS voert onderzoek PAPS maakt adviesrapport op WG neemt beslissing over maatregelen en deelt deze mee aan de PAPS, verzoeker en IPA 25
Ontslagbescherming Bescherming begint te lopen vanaf dat verzoek in ontvangst wordt genomen en aanvaarddoor de PAPS WG zal dus niet onmiddellijk na de in ontvangstnameop de hoogte worden gebracht van de ontslagbescherming Indien aanvaard: bescherming begint retroactief te lopen vanaf datum in ontvangstname Ontslagbescherming WG mag, behalve om redenen die vreemd zijn aan het verzoek tot formele psychosociale interventie owv gog, rechtsvordering of getuigenverklaring De arbeidsverhoudingen niet beëindigen Geen nadelige maatregel treffen na de beëindiging van de arbeidsverhoudingen Geen nadelige maatregel treffen tijdens bestaan van de arbeidsverhoudingen 26
Ontslagbescherming 1. verzoek tot formelepsychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of osgw 2. Klacht bij TWWom volgende redenen: WG heeft geen PAPS WG heeft geen procedures Geen einde aan GOG na verzoek Procedures niet wettig toegepast Ontslagbescherming 3. Klacht bij politiediensten, openbaar ministerie, onderzoeksrechter om volgende redenen: WG heeft geen PAPS WG heeft geen procedures Geen einde aan GOG na verzoek Procedure niet wettig toegepast De interne procedure is niet geschikt, gelet op de ernst van de feiten 27
Ontslagbescherming 4. Werknemer die een rechtsvordering instelt 5. Werknemer die optreedt als getuige in het kader van een formele psychosociale interventie voor feiten van pesterijen, geweld, osgw A. Aanduiding Aanduiding vertrouwenspersoon: De werkgever wijst, één of meerdere vertrouwenspersonen aan, na het voorafgaand akkoord van alle werknemersvertegenwoordigers in CPBW Indien alle werknemersvertegenwoordigers in CPBW hierom verzoeken, is de werkgever verplichteen vertrouwenspersoon aan te duiden. Indien geen akkoord: advies Toezicht Welzijn op het Werk 28
A. Aanduiding Wanneer PAPS extern: Moet ten minste één van de vertrouwenspersonen behoren tot het personeelvan de werkgever, indien deze meer dan 20 werknemers tewerkstelt. VP kan niet door: WG -noch WN-vertegenwoordiger in CPBW of OR Geen deel uitmaken van vakbondsafvaardiging Leidinggevend personeel = 2 hoogste niveaus = personen belast met het dagelijks bestuur, die gemachtigd zijn om de WG te vertegenwoordigen, alsmede de personeelsleden onmiddellijk ondergeschikt aan die personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks bestuur vervullen. A. Aanduiding Preventieadviseur van de interne dienst kan functie van vertrouwenspersoon uitoefenen, behalve: Onderneming met minder dan 20 werknemers, waar de functie van preventieadviseur wordt uitgeoefend door de werkgever Preventieadviseur of het CPBW hiermee niet akkoord zijn Wanneer er geen vertrouwenspersoon in een organisatie is, maar met een IPA dan: Kan de IPA info geven m.b.t. procedures en doorverwijzen 29
A. Aanduiding Verwijdering functie De werkgever verwijdert de vertrouwenspersoon uit hun functie: Op eigen initiatief en na voorafgaand akkoord van alle werknemersvertegenwoordigers in CPBW Op vraag van alle werknemersvertegenwoordigers in CPBW en met akkoord van de werkgever Indien geen akkoord: advies Toezicht Welzijn op het Werk A. Aanduiding De personen die voor de inwerkingtreding van de wet als PAPS of als vertrouwenspersoon waren aangewezen, kunnen hun functie blijven uitoefenen, zelfs indien de voorwaarden niet worden vervuld CPBW kan echter wel beslissen over verwijdering uit functie 30
B. Rol/taken Collectief preventiebeleid Informele psychosociale interventies Uitwisseling van informatie Aanwezigheid op CPBW indien agendapunt betrekking heeft op preventie van psychosociale risico s 2 luiken: C. Opleiding Kennis & vaardigheden (opleiding van 5 dagen) Module 1: wettelijk kader betreffende rol en statuut vertrouwenspersoon Module 2: psychosociale risico s op het werk Module 3: psychosociale interventie: gesprekstechnieken Module 4: psychosociale interventie: de beheersing van probleemsituaties Supervisie (jaarlijks) Uitwisseling van ervaringen tussen vertrouwenspersonen over praktische gevallen, onder begeleiding van een facilitator. 31
C. Opleiding Als de VP reeds een opleiding gevolgd heeft, dan kan deze de taak blijven vervullen. Als de VP nog geen opleiding genoten heeft, dient deze gevolgd te worden binnen de twee jaar (tenzij de VP al 5 jaar functioneert). Rol van de PA-AG De PA-AG deelt minstens eenmaal per jaar aan de WG en aan de PAPS de elementen mee die nuttig zijn voor de evaluatie van preventiemaatregelen en die voortvloeien uit: Geheel van medische onderzoeken Bezoeken van de arbeidsplaatsen Dit enkel op collectieve en anonieme basis PAPS deelt advies van formele interventie gogmee aan PA-AG met akkoord van werknemer 32
Rol van de PA-AG De PA-AG die vaststelt dat de gezondheidstoestand van een werknemer is aangetast en die vermoedt dat dit kan voortvloeien uit/ gevolg is van psychosociale risico s op het werk: Informeert de WN over de mogelijkheid zich te wenden tot de PAPS PA-AG kan PAPS zelf informeren indien akkoord WN Pleegt met akkoord van de werknemer, overleg met de PAPS over de mogelijkheden voor ander werk en de maatregelen voor aanpassing van de werkposten Werknemers en HL WG moet werknemers + HL informeren over: Verzoek tot RA Procedures Feitenregister Verplichtingen om zich te onthouden van gog Resultaten van de RA Toepasselijke preventiemaatregelen WG zorgt ervoor dat werknemers + HL nodige opleiding hieromtrent krijgen 33
Belangrijke wijzigingen Informele en formele procedures zijn toepasbaar ten aanzien van het geheel van psychosociale risico s op het werk (incl. pesterijen, geweld, osgw) Ontslagbescherming werd aangepast Klacht = verzoek PAPS kan indiening van verzoek weigeren Belangrijke wijzigingen Verzoeken met een collectief karakter worden eerst behandeld door de WG, die overlegt met overlegorganen Mogelijkheid bewarende maatregelen bij ernstige feiten PAPS moet in bepaalde gevallen beroep doen op inspectie Aandacht aan uitwisseling informatie 34
Belangrijke wijzigingen PAPS kan verzoeker en aangeklaagde voorstellen van maatregelen + verantwoording hiervan bezorgen Onverenigbaarheden met de functie van vertrouwenspersoon toegevoegd Belang van vertrouwenspersoon wordt onderstreept Brandpreventie op de arbeidsplaats (nieuw) KB 28/03/2014 Waarom? ARAB 52 verouderd Prescriptief (niet gebaseerd op risicoanalyse ) Risicopreventie te weinig uitgewerkt Te vervangen door 2 KB s: 1. In codex (organisatie): KB Brandpreventie op de arbeidsplaats. 2. Niet in codex (constructie): KB Gebouwen (nog te verwachten). Link tussen beide KB sblijft: art. 21 nieuwe KB Brandpreventie (gevolgen van brand beperken constructie) 35
Brandpreventie op de arbeidsplaats - De voorwaarden i.v.m. de bouwconstructie zelf staan nog steeds in wat overblijft van art. 52 - DUS: samen lezen en. Toepassen en de toekomst - Een 2 de KB: moet nog worden geschreven om de constructievoorwaarden om de zetten. - Verwachtingen? Afstemmen, hiaten opvullen, tegenstrijdigheden wegwerken. TOEPASSINGSGEBIED (art. 1-2) Wie: werkgevers, werknemers en gelijkgestelden Waar: Volgens KB arbeidsplaatsen (10/10/12), namelijk: werkplekken in gebouwen en terreinen van de onderneming waar men toegang heeft in het kader van de uitvoering van het werk. (= verenging van het toepassingsgebied t.o.v. vroeger!- Uitzonderingen: 1. buiten de onderneming gebruikte transportmiddelen of arbeidsplaatsen binnen transportmiddelen; 2. tijdelijke en mobiele bouwplaatsen; 3. winningsindustrieën; 4. vissersvaartuigen; 5. velden, bossen, terreinen als deel landbouwbedrijf of bosbouwbedrijf (buiten het bebouwde gebied). 36
ENKELE DEFINITIES (1) (art. 3) ) Gebouw: bouwconstructie, overdekte ruimte toegankelijk voor personen, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten. Compartiment: deel van het gebouw, begrensd door wanden die de brandvoortplanting naar het aangrenzende compartiment gedurende een bepaald tijd belet. Veilige plaats: buiten, of in ander compartiment met voldoende evacuatiemogelijkheden. Nooduitgang: uitgang specifiek bestemd voor de evacuatie. Nooddeur: deur geplaatst in een nooduitgang Evacuatieweg: doorlopende, onbelemmerde weg om de veilige plaats te bereiken via de normale circulatiewegen. ENKELE DEFINITIES (2) (art. 3). Veiligheidsverlichting: verlichting die zorgt bij uitval van de normale kunstmatige verlichting voor de herkenning en veilig gebruik van de voorzieningen voor evacuatie; het voorkomen van paniek door de herkenning en het bereiken van de evacuatiewegen. Waarschuwing: informatie over de ontdekking van de brand doorgeven aan andere speciaal daartoe aangeduide eigen werknemers. Melding: Informeren van openbare hulpdiensten over de ontdekking van brand. Alarm: Evacuatiebevel (voor één of meerder compartimenten). 37
ENKELE DEFINITIES (3) (art. 3). Beschermingsmiddel tegen brand: elke uitrusting die toelaat brand te detecteren: detectoren, detectiecentrales, ; te signaleren: middelen voor waarschuwing, melding, alarm; te blussen: snelblussers, haspels en hydranten, (niet) automatische blusinstallaties, ; de schadelijke gevolgen te beperken : rook- en warmteafvoersystemen, hulpmiddelen voor evacuatie zoals verlichting, uitzenden van geluidssignalen of visuele signalen, middelen om brandweerstand van de structuur (watergordijn) te verbeteren,...; de tussenkomst van de openbare hulpdiensten (O.H.) te vergemakkelijken. ENKELE DEFINITIES (4) (art. 3). Ontvlambare vloeistof: vloeistof volgens KB 13/03/98 opslag van brandbare: vlampunt 100 C maar > 55 C; ontvlambare: vlampunt 55 C maar> 21 C; licht ontvlambare: vlampunt < 21 C; zeer licht ontvlambare vloeistof: vlampunt <0 C, kookpunt 35 C. Bevoegde preventieadviseur: preventieadviseur arbeidsveiligheid. 38
Risicoanalyse (art. 4-7) Risicoanalyse Bepalen van scenario s met omvang van de voorspelbare gevolgen Materiële en organisatorische preventiemaatregelen Risicoanalyse: bij te werken regelmatig bij wijzigingen met invloed op het brandrisico Analyse en maatregelen: document voor advies naar Comité. Risicoanalyse Risicofactoren (art. 4). De werkgever houdt bij de analyse rekening met o.a. deze factoren: 1. Gelijktijdige aanwezigheid van een brandstof, oxidatiemiddel, ontstekingsbron 2. Arbeidsmiddelen, gebruikte stoffen, processen en hun interacties 3. Aard van de activiteiten 4. Grootte van de onderneming 5. Maximum aantal werknemers en andere personen 6. Specifieke risico s eigen aan bepaalde groepen van personen 7. Ligging en bestemming van lokalen 8. Aanwezigheid van meerdere ondernemingen op eenzelfde of aanpalende arbeidsplaats 9. Werkzaamheden door externe ondernemingen..\ 39
Preventiemaatregelen (art. 5). ALGEMENE (art. 5) 1. Brand voorkomen. 2. Veiligheid verzekeren van personen, veilige evacuatie. 3. Elk begin van brand vlug en efficiënt bestrijden om uitbreiding te voorkomen. 4. Schadelijke gevolgen van brand voorkomen. 5. Tussenkomst van de openbare hulpdiensten vergemakkelijken. SPECIFIEKE (art. 8-23) Preventiemaatregelen (art. 5). SPECIFIEKE (art. 8-23) 1. Brandbestrijdingsdienst (art. 8-9) 2. Preventie van brand (art. 10) 3. Evacuatie (art. 11-15) 4. Brandbestrijding (art. 16-20) 5. Schadelijke gevolgen beperken (art. 21) 6. Gemakkelijk interventie openbare hulpdiensten (art. 22) 7. Periodieke controle en onderhoud (art. 23) 40
1. Brandbestrijdingsdienst (art. 8) ). ELKE WERKGEVER RICHT EEN BRANDBESTRIJDINGSDIENST OP (= steeds minstens 1 persoon aanwezig) Met minimaal volgende taken volgens schriftelijke procedures: 1. Erop toezien dat melding gebeurt. 2. Toezien op het correct opvolgen van het waarschuwingssignaal. 3. Brandbestrijding in optimale veilige omstandigheden, o.a. door aanwezigheid van persoon die hulp kan bieden. 4. In veiligheid brengen van personen in afwachting van O.H. 5. O.H. in staat stellen de onderneming te betreden. 6. O.H. naar de plaats van brand leiden. 7. Meewerken aan de risicoanalyses en opstellen van procedures 8. Signaleren van brandonveilige situaties en problemen bij evacuatie. 1. Brandbestrijdingsdienst (art. 9). ELKE WERKGEVER bepaalt daartoe (i.f.v. brandrisico, maatregelen, middelen van de O.H.) 1. het aantal leden van de dienst; 2. de nodige bekwaamheden; 3. de specifieke opleidingen; 4. de verdeling van de werknemers (goede verdeling over de arbeidsplaatsen); 5. bijkomende regels voor uitvoeren van de taken uit art. 8. Men mag aanvullend beroep doen op andere personen dan wn. Voor de organisatie van de dienst moet men advies vragen aan de bevoegde preventieadviseur (arbeidsveiligheid) aan het comité Men raadpleegt de bevoegde O.H. 41
1. Brandbestrijdingsdienst (bijlage 1) ). Vaardigheden en opleidingen voor de leden van de brandbestrijdingsdienst minimum bijlage 1 van het KB 1. Beheer van de brandbestrijdingsdienst Bekwaam zijn om de interventieploegen te organiseren; mee te werken aan de risicoanalyse. 2. Interventie bij brand A. Vaardigheden B. Opleiding 3. Evacuatie van de aanwezigheden A. Vaardigheden B. Opleiding 1. Brandbestrijdingsdienst (bijlage 1) Vaardigheden en opleidingen 2. Interventie bij brand Bekwaam zijn om: de brandrisico s te herkennen en te signaleren; correct te reageren bij waarschuwing en alarm; de gevaren verbonden aan een brand te identificeren; het nut van brandprocedures te begrijpen; het belang en beperkingen van de opdracht te herkennen; de aard van het vuur te begrijpen en wijze van voortplanting; de beschermingsmiddelen tegen brand kennen en kunnen gebruiken; veilig het begin van brand blussen. 42
1. Brandbestrijdingsdienst (bijlage 1) Vaardigheden en opleidingen 3. Evacuatie Bekwaam zijn om: situaties die vlotte evacuatie van personen hinderen te herkennen en te signaleren; de gevaren verbonden aan een brand te identificeren; het belang en beperkingen van de opdracht te herkennen; de situaties te identificeren die leiden tot evacuatie; de evacuatiewegen te identificeren; de evacuatietechnieken kennen en kunnen toepassen; correct te reageren bij alarm; snel en efficiënt een evacuatie uit te voeren. 1. Brandbestrijdingsdienst (bijlage 1) Vaardigheden en opleidingen Opleiding Theorie + praktijk (oefeningen) interventie bij brand + evacuatie; In het bijzonder m.b.t. gebruik van beschermingsmiddelen tegen brand volgens de interventiescenario s. Regelmatige bijscholing. 43
2. Brandpreventie (art. 10 1). Doel: gevaren uitschakelen en risico s beperken m.b.t. ontvlambare of brandbare stoffen, i.h.b. 1. gebruik, productie en opslag van ontvlambare vloeistoffen ongeachte de hoeveelheid (zie ook KB 13/03/98 opslag (zeer)(licht) ontvlambare vloeistoffen); 2. ontstaan van explosies (zie KB 26/03/03 explosieve atmosferen); 3. gebruik, productie of opslag van brandbare gassen; 4. gebruik van toestellen/installaties voor verwarming en airco; 5. toestellen, arbeidsmiddelen, producten die vermoedelijk een brand kunnen veroorzaken. Volg bovenal ARAB art. 52.6 (gasinstallaties), art. 52.8 (voorkoming van brand). 2. Brandpreventie (art. 10 1). ARAB art. 52.6 (gasinstallaties) 6.1 Gaslekken voorkomen 6.2 en 6.3 Opslaan van LPG in verplaatsbare recipiënten niet in de kelder (behalve voor toevallige werkzaamheden) Indien niet gebruik: in open lucht opslaan of in doelmatig verlucht en speciaal daarvoor bestemd lokaal. 44
2. Brandpreventie (art. 10 1). ARAB art. 52.8 (voorkoming van brand). 8.1 Lassen en snijden met brander of elektrische boog bij recipiënten van ontvlambare vloeistoffen/gassen, calciumcarbide e.a. : enkel na voldoende voorzorgen zodat geen product meer aanwezig is. 8.2, 8.3 Lokalen met ontplofbare atmosfeer vonken en ladingen van statische elektriciteit voorkomen; verboden te roken, vuur te maken, te lassen; enkel gebruik maken van veiligheidslampen; enkel werktuigen die geen vonken kunnen voortbrengen; geen schoenen met ijzer beslagen of te volledig elektrisch geïsoleerd. 8.4 Ontvlambare/giftige vloeistoffen/gassen: strikte minimum hoeveelheid in de werkplaats in hermetisch afsluitbare onbreekbare recipiënten(uitz. labo < 3 l) 3. Evacuatie: openen van deuren Deuren uitgevend op of op het traject van de evacuatiewegen en nooduitgangen: Steeds te openen zonder speciale hulp (bij gebruik arbeidsplaats). Deuren in de uitgangen van het gebouw ( in overtal ): De bewegingswijze, draairichting en eventuele vergrendeling is te bepalen in functie van het gebruik, de inrichting, afmeting van de arbeidsplaats en maximaal aantal personen. 45
3. Evacuatie plan (art. 14) De werkgever hangt een evacuatieplan op aan de ingang van het gebouw per niveau met in het bijzonder volgende informatie: 1. de indeling en ligging van de lokalen; de situering van de compartimentsgrenzen; 2. de ligging van lokalen met verhoogd gevaar voor brand; 3. het tracé van de evacuatiewegen; de ligging van uitgangen en nooduitgangen; de ligging van verzamelplaats(en). dat is uitgewerkt samen met de preventieadviseur arbeidsveiligheid; voorgelegd voor advies aan het Comité. De evacuatie is te organiseren volgens schriftelijke procedures (art. 24) 4. Brand bestrijden (art. 16). Beschermingsmiddelen tegen brand installeren KB 30/08/13, art. 4 20 collectieve beschermingsmiddelen volgen. Art. 4-5: algemeen CBM wettelijk, geschikt, aangepast, doeltreffend Art. 6-11: risicoanalyse Gevaren identificeren, keuze van CBM bepalen en zijn kenmerken Omstandigheden bepalen voor gebruik met advies PA, AG Art. 12-15: aankoopprocedure bestelbon met deelname PA en AG, (indienststellingsverslag) Art. 16-17: plaatsing volgens instructienota in alle veiligheid, controle na (her)montage Art. 18-19: gebruik volgens doel en instructienota fabrikant, doeltreffend in de tijd 46
4. Brand bestrijden (art. 17). Bij evaluatie en de keuze van de beschermingsmiddelen tegen brand moet men rekening houden met: 1. de inrichting arbeidsplaatsen en de overeenkomstige risico s; 2. eigenschappen aanwezige stoffen; 3. arbeidsprocessen en arbeidsmiddelen en hun risico s; 4. kenmerken werknemers die de beschermingsmiddelen gebruiken; 5. maximale aantal personen op de arbeidsplaats aanwezig; 6. materieel en personeel van de openbare hulpdiensten; 7. tijd nodig voor de O.H. naar de interventieplaats. Openbare hulpdiensten raadplegen voor 6. en 7. Comité betrekken en advies vragen. 4. Brand bestrijden (art. 18-20). Niet automatische blusmiddelen: duidelijk zichtbaar of gesignaleerd; toegang ertoe gemakkelijk; bediening ervan gemakkelijk; doel ervan duidelijk aangegeven. Beschermingsmiddelen tegen brand: Signaleren volgens KB veiligheids-& gezondheidssignalering. Te gebruiken overeenkomstig de schriftelijke procedures ( 24). Waarschuwings- en alarmsignalen of boodschappen: Goed waarneembaar. Kunnen niet verward worden met elkaar of andere signalen. 47
5. Gevolgen beperken (art. 21). De werkgever kijkt na, zorgt er voor: dat bij het ontwerp van het gebouw de bepalingen van de risicoanalyse en preventiemaatregelen toegepast worden. dat iedereen zo vlug mogelijk kan evacueren zonder gevaar en dat men daarbij kan geholpen worden. dat de leden van de O.H. in alle veiligheid kunnen optreden. dat het gebouw ontworpen en gebouwd is zodat bij brand: De stabiliteit van de dragende elementen of hele structuur gedurende een bepaalde tijd gewaarborgd blijft Het ontstaan en verspreiden van vuur en rook in het gebouw beperkt blijft De uitbreiding naar aanpalende gebouwen vermeden wordt. ARAB 52 volgen. Gevolgen beperken via ARAB 52 52.1.2: brandweerstand van bouwelementen volgens NBN 713.020. 52.1.3: bewijs van het brandgedrag van de bouwelementen. 52.2 52.3: classificatie (groep 1 en 2) en bouwvoorschriften. 52.5.2: minstens één trap naar boven of beneden. 52.5.3: breedte trappen, uitgangen, wegen 80 cm, deuren 70 cm. 52.5.4: breedte in cm = aantal personen (x 1,25 dalen, x2 stijgen). 52.5.5, 52.5.6, 52.5.7, 52.5.8: aantal uitgangen 100 pers.: 2; 500 pers.: 3 52.5.10: uitgangen eventueel via buitentrappen of brandladders. 52.5.12 a): deuren lokalen 1 e groep draaien in de richting van uitgang. 52.5.18: helling > 10% en roltrappen tellen niet mee. 52.7: verwarming van lokalen. 52.9.3: winkels kleinhandel met sprinklers. 52.10.7: roltrappen en airco stilleggen bij brand. 52.15.2: meubelwinkels. 52.14, 52.15.1, 52.16: verbouwingen, afwijkingen, overgang. 48
6. Interventie hulpdiensten (art. 22) 1) Om de interventie van openbare hulpdiensten te vergemakkelijken Interventiedossier aan de ingang van het gebouw, met: 1.a. het evacuatieplan; b. lijst van beschermingsmiddelen tegen brand + situering op plan; c. informatie overgemaakt aan de O.H; 2. locatie elektrische installaties; 3. locatie en werking sluitkranen gebruikte fluïde; 4. locatie en werking ventilatiesystemen; 5. locatie branddetectiecentrale. 7. Controle en onderhoud (art. 23) Werkwijze voor controle en onderhoud beschermingsmiddelen tegen brand: volgens KB 30/08/13 CBM (zelfs indien geen CBM). D.w.z.: Onderhoud en controles volgens de instructies van de fabrikant; Bijzondere controles bij uitzonderlijke gebeurtenissen(b.v. ongevallen, lange periodes buiten gebruik, transformatie,.) met als (mogelijk) gevolg dat het CBM niet langer voldoet; Controles door deskundige personen (intern of extern) Resultaten van de controles schriftelijk vastleggen en een gepaste tijd bewaren; Voor een aantal CBM, controles kunnen verplicht uit te voeren zijn door een erkende Externe Dienst voor Technische Controles : inhoud en periodiciteit bepaald door de specifieke bepalingen (b.v. branddetectie in oudervoorzieningen). 49
7. Controle en onderhoud (art. 23). Werkwijze voor controle en onderhoud beschermingsmiddelen tegen brand: volgens KB 30/08/13 CBM. Echter steeds: Minimum 1 controle per jaar (ook indien de voorschriften van de fabrikant of installateur of regels van goed vakmanschap minder streng zijn)! De beschermingsmiddelen tegen brand moeten door onderhoudsbeurten in goede staat voor gebruik gehouden worden. Controles en onderhoudsbeurten worden uitgevoerd volgens de voorschriften van de fabrikant of installateur. 7. Controle en onderhoud (art. 23). Voor elektrische, gas-, verwarmings-, en airconditioningsinstallaties: in goede staat houden; periodiek controleren. volgens de wetgeving die van toepassing is. Indien niet aanwezig: volgens de voorschriften van fabrikant of installateur. Indien niet aanwezig: volgens de meest strenge en meest geschikte regels van goed vakmanschap. Data + vaststellingen van de controles en onderhoudsbeurten bewaren; ter beschikking houden van comité, inspectie; in brandpreventiedossier steken. 50
Intern noodplan (art. 24) Organisatie van het brandpreventiebeleid via procedures (art. 22 KB welzijnsbeleid). De werkgever stelt procedures vast m.b.t. de uitvoering van de taken van de brandbestrijdingsdienst; de evacuatie van personen; de evacuatieoefeningen; het gebruik van beschermingsmiddelen tegen brand; de informatie en opleiding van de werknemers. De werkgever vraagt daarvoor advies van de preventieadviseur arbeidsveiligheid; van het comité. De procedures worden voor gezien getekend door de PA met de leiding van de IDPBW (of van de afdeling). Brandpreventiedossier (art. 25). Brengt alle documenten samen m.b.t. brandpreventie Geeft een globaal beeld m.b.t. de brandpreventie in de onderneming. Is het beleid samenhangend? Regelmatig bij te werken. Ter beschikking te houden van het comité; inspectie; openbare hulpdiensten. 51
Brandpreventiedossier (art. 25). 1. Resultaten van de risicoanalyse en de preventiemaatregelen. 2. Organisatie van de brandbestrijdingsdienst. 3. Schriftelijke procedures. 4. Evacuatieplan. 5. Interventiedossier. 6. Verslagen van evacuatieoefeningen. 7. Lijst van beschermingsmiddelen tegen brand + situering op plan. 8. Data + vaststellingen van de controles en onderhoudsbeurten van beschermingsmiddelen tegen brand; gas-, verwarmings- en airconditioningsinstallaties; elektrische installaties. 9. Lijst van toegestane afwijkingen van art. 52. 10.Adviezen van Preventieadviseur arbeidsveiligheid (+ arbeidsgeneesheer), Comité, Openbare hulpdiensten (O.H.). 11. Informatie overgemaakt aan O.H. Informatie /Opleiding wn (art. 26). De werkgever verstrekt aan elke werknemer de relevantie informatie met betrekking tot: 1. de brandrisico s; 2. de preventiemaatregelen i.h.b. m.b.t. het voorkomen van het ontstaan van brand; 3. de waarschuwings- en alarmsignalen; 4. de maatregelen in geval van brand; 5. de evacuatie. ten laatste op de dag van indiensttreding, volgens de opgestelde procedure (art. 24). 52
Informatie /Opleiding wn (art. 27) De werkgever geeft elke werknemer de nodige vormingbetreffende de brandpreventiemaatregelen (volgens de opgesteld procedure, art. 24). 1. Hoe ontstaan van brand te voorkomen. 2. Hoe gepast te reageren bij ontdekken van brand of aanwezigheid van rook. 3. Hoe waarschuwen. 4. Het begrijpen van de waarschuwings- en alarmsignalen. 5. Het volgen en toepassen van de evacuatie-instructies zonder gevaar; zonder ontstaan van paniek; zonder de brandbestrijdingsdienst te hinderen. De opleiding omvat i.h.b. evacuatieoefeningen (ten minste jaarlijks). Werkzaamheden door (onder) aannemers (art. 28) Uitwisseling van informatie: De werkgever verstrekt de aannemers de relevante informatie m.b.t. de risico s en preventiemaatregelen. De werkgever vergewist zich dat de aannemers deze informatie begrijpen. De werkgever zorgt ervoor dat de aannemers hem de informatie verstrekken m.b.t. de brandrisico s eigen aan de uit te voeren werkzaamheden. 53
Informatie voor aannemers 1. De risico s volgend o.m. uit de inrichting van de lokalen; de opgeslagen of behandelde stoffen; de nabijheid van gevaarlijke installaties; de activiteiten in de onmiddellijk omgeving van de werkzaamheden. 2. De preventiemaatregelen om brand te voorkomen; de veiligheid te verzekeren van personen en voor veilige evacuatie; elk begin van brand vlug en efficiënt bestrijden om uitbreiding te voorkomen. 3. De informatie opleiding voor de werknemers nuttig om de preventiemaatregelen te begrijpen. Vuurvergunning (art. 29) Indien de werkzaamheden een bijkomende risicofactor inhouden is een voorafgaande toestemming nodig van de werkgever. Deze toestemming wordt opgenomen in een document dat bevat: 1. de plaats en aard van de werkzaamheden, de risicoanalyse en de te nemen preventiemaatregelen; 2. de door de aannemer geachte noodzakelijk preventiemaatregelen, bovenop deze opgesomd in 1. Het document wordt ondertekend door de werkgever; zijn bevoegde preventieadviseur arbeidsveiligheid; de aannemer (of onderaannemer). De (onder)aannemer ontvangt een afschrift van de toestemming. 54
Werkzaamheden door eigen werknemers (art. 30) Indien de werkzaamheden een bijkomende risicofactor inhouden is een voorafgaande toestemming nodig van de werkgever (zoals voor de derden). Het document wordt gegeven aan een lid van de hiërarchische lijn, belast met de leiding van de dienst die de werkzaamheden uitvoert. Besluit : nieuw Risicoanalyse met scenario s en preventiemaatregelen. Oprichten brandbestrijdingsdienst (ook indien < 50 werknemers). Beschrijving vaardigheden / opleidingen voor de brandbestrijdingsdienst; theorie + praktijk. Informatie aan alle werknemers bij eerste werkdag (geen wat te doen bij brand meer afficheren) én een opleiding. Aankoopprocedure beschermingsmiddelen tegen brand (cfr. CBM). Evacuatieplan aan de ingang van het gebouw en per niveau. Interventiedossier aan de ingang van het gebouw. Brandpreventiedossier ter beschikking. Omschrijving van de informatie te voorzien voor derden. Vuurvergunning verplicht voor derden én eigen werknemers. Risico s beperken van ontvlambare vloeistoffen, ongeacht hoeveelheid. Deuren in de uitgang in overtal: ook risicoanalyse. 55
ToDo? Uitvoeren van risicoanalyse (art. 4) met toetsing conformiteit KB Opleiding brandbestrijdingsdienst (bijlage 1) Informatie aan de werknemers (art. 26) Opleiding voor de werknemers met o.a. evacuatieoefening (art. 27) Aankoopprocedure/bestelbon beschermingsmiddelen tegen brand (art. 16) Opstellen schriftelijke procedures (art. 24) Scenario s -Evacuatie: taakfiches Evacuatieoefening -Gebruik beschermingsmiddelen tegen brand -Informatie en opleiding werknemers. Opmaak evacuatieplan Opmaak interventiedossier (art. 22) Opmaak brandpreventiedossier (art. 25) Vuurvergunning (art. 29-30) Gezondheidstoezicht(KB 24/04/2014)(wijziging) De WG verwittigt de PA-AG (deze beoordeelt) wanneer: - een WN tekenen van een aandoening vertoont; - de lichamelijke/geestelijke toestand van een WN de risico's verbonden aan de werkpost onmiskenbaar verhoogt. Wijzigingen aangaande voorafgaande gezondheidsbeoordeling: betekening en beslissing moet gebeuren vooraleer de arbeidsovereenkomst gesloten wordt. Praktische aanpassingen aangaande: bezoek voorafgaand aan de werkhervatting, spontane raadpleging (verwittiging van de werkgever) Belangrijkste wijziging vanaf 01.01.2016: geen voorafgaande en periodieke gezondheidsbeoordeling meer voor activiteit verbonden aan voedingswaren 56
Beeldscherm (KB 24/04/2014)(wijziging) Risicoanalyse ten minste om de vijf jaar en niet enkel van beeldschermwerkposten. - op het niveau van elke groep van beeldschermwerkposten en, - op het niveau van het individu, en indien nodig met een Bevraging van de werknemers. Gezondheidstoezicht vervallen. Maar indien uit de bevraging blijkt dat er mogelijke gezondheidsproblemen zijn, dan wordt de betrokken WN door de PA-AG onderworpen aan een aangepaste gezondheidsbeoordeling. Biologische agentia (KB 24/04/2014)(wijziging) De inhoud van de voorlichting en de instructies liggen vast, evenals de tijdstippen waarop de opleiding moet worden gegeven, aangepast en/of herhaald (art. 29). Dat wordt aangevuld met de nieuwe verplichtingen voor WG die WN tewerkstellen die activiteiten uitoefenen die een behandeling of een onmiddellijk contact inhouden met voedingswaren of -stoffen die bestemd zijn voor consumptie of voor verkoop en die kunnen worden besmet of bezoedeld(nieuw art. 25/6, 25/7 en 25/8). De WG verstrekt: - adequate opleiding; - voert minstens om de vijf jaar een risicoanalyse uit; - rapportering van analyse binnen de 2 maanden. 57
Interne dienst PBW(24/04/2014)(wijziging) 1. Gewijzigde indeling in groep A, B of C -de vleesverwerkende nijverheid(nace-code 10.1), - de menselijke gezondheidszorg (NACE-code 86), -het vervoer en opslag (NACE-code 49, 50, 51, 52 en 53). Groep A: > 200 wn(vroeger: > 1000 wn) Groep B: 50 wntem. 200 wn(vroeger: 200 wn 1000 wn) Groep C: 20 wntem. 49 wn(vroeger: 20 wn 199 wn) 2. Aanvullende vorming cf. de indeling van het bedrijf in een groep De strengere indeling van die bedrijven betekent ook dat de aanvullende vorming van de interne PA(s) herbekeken moet worden. Zie KB. 17/05/2007 vorming en bijscholing van de PA. (cq. Overgangsmaatregelen: 4 jaar voor PA reeds in dienst) Overgang van het bedrijf naar een hoger ingedeelde groep Interne dienst PBW(jaarverslag)(wijziging) De inhoud van het jaarverslag van de interne dienst PBW is gewijzigd. In de rubriek Inlichtingen betreffende de overkomen ongevallen op de plaats van het werk worden nu ook de gegevens opgenomen over de ongevallen die uitsluitend medische kosten of andere kosten hebben meegebracht en over de lichte ongevallen. 58
Hervorming EDPBW (KB 24/04/2014) Wijziging tarifering EDPBW/Opdrachten EDPBW De focus wordt vooral gelegd op preventie op maat. Het onderscheid tussen een aan medisch toezicht onderworpen en niet-onderworpen werknemer verdwijnt. Men gaat over naar een eenheidstarief, dat varieert per sector. Dit KB treedt in werking op 01.01.2016. 59
60
61
62
63
64