Overbrengingen Bart Coene OLSO1c
1. Inleiding Overal om ons heen zien we (draaiende) bewegingen. Kan je ze terugvinden op de tekening? We kunnen bewegingen: Ä Versnellen en vertragen Ä Veranderen van richting Ä Veranderen van beweging Om een gebruiksvoorwerp te laten bewegen moet je dat voorwerp aandrijven. Je kan iets aandrijven met een motor, met de hand, met de wind,. Je kan twee soorten aandrijvingen onderscheiden: Ä Directe aandrijving: bv ventilator, citroenpers. Deze aandrijving wordt gebruikt wanneer de beweging niet moet wijzigen. De krachtbron is rechtstreeks verbonden met het werkend deel. Ä Indirecte aandrijving: bv fiets, bromfiets, boormachine. Deze aandrijving wordt gebruikt wanneer de beweging moet wijzigen (of om een afstand te overbruggen). De krachtbron is niet rechtstreeks verbonden met het werkend deel. Hier wordt gebruik gemaakt van een overbrengingmechanisme Hfst 1: Inleiding 2
Er zijn heel veel soorten. Deze kun je onderbrengen in 4 klassen: Ä Rechtlijnige beweging naar rechtlijnige beweging vb een vorkheftruck Ä Rechtlijnige beweging naar cirkelvormige beweging vb weegschaal, locomotief, Ä Cirkelvormige beweging naar rechtlijnige beweging vb bankschroef, fiets (wiel) Ä cirkelvormig beweging naar cirkelvormige beweging vb fietsketting in deze cursus zullen we, op één kleine uitzondering na, enkel spreken over de laatste categorie. Bij ronddraaiende bewegingen zullen we spreken van een bepaalde toerental (aantal omwentelingen) en van een bepaalde draaizin (tegen wijzerzin of in wijzerzin) je hebt twee soorten (bij cirkelvormige bewegingen) Ä rechtstreekse : bij een rotatitie bestaat er direct contact tussen de wielen. Het ene wiel brengt de rotatie over naar het volgende. Ä onrechtstreekse : indien je een afstand tussen twee of meer wielen wil overbruggen gebruik je technische hulpmiddelen: riemen, kettingen of tussentandwielen. Rechtstreekse overbrenging Onrechtstreekse overbrenging blikopener ietsketting Waarmee wordt de blikopener aangedreven? Waarmee wordt de fietsketting aangedreven? Dit is de krachtbron De krachtbron drijft een eerste wiel aan. Dit is de drijver De beweging word overgebracht naar de volger De volger is verbonden met het werkend deel Wat is verbonden met de volger m.a.w. wat Wat is verbonden met de volger m.a.w. wat is is het werkend deel? het werkend deel? Hfst 1: Inleiding 3
2. Riemoverbrenging 2.1 Voorbeeld/gebruik Een mooi voorbeeld van een riemoverbrenging is een bromfiets. Er zijn nog tal van andere toepassingen in het dagelijkse leven. Straks zul je er nog enkele voorbeelden tegenkomen. Naast de foto zie je een opstelling gemaakt met Lego. Riem worden vooral gebruikt om afstanden te overbruggen. Bromfiets De riemoverbrenging is een rechtstreekse/ onrechtstreekse overbrenging 2.2 Symbolische voorstelling Een riem teken je als een volle lijn. De riemschijven teken je in volle lijn. De kruisjes stellen de assen voor. Pijl stelt de draaizin v/d volger voor 2.3 Versnelling/vertraging Maak onderstaande opstellingen met Lego (zie bovenaan) en vul de tabel aan met toerental verhoogt, verlaagt en blijft gelijk Als de drijver in wijzerzin draait, dan draait de volger in wijzerzin/ tegen wijzerzin De draaizin van de drijver en de volger zijn dus gelijk/ tegengesteld 2.4 Omkeren van de draaizin Door te riemen gaan kruisen kan men de draaizin van de volger omkeren. Duid de draaizin van de volger aan. Hfst 2: Riem 4
3. Ketting 3.1 Voorbeeld/gebruik Kettingen worden, net als riem, gebruikt om een afstand te overbruggen. Het voordeel is dat een ketting niet kan doorslippen. Je moet je ketting wel goed onderhouden. Af en toe wat smeren kan zeker geen kwaad. In huishoudapparaten kom je ze bijna niet tegen omdat dit te moeilijk is om uit te voeren. Het is te klein. Riemen dienen daarvoor beter. Een tussenoplossing om in kleine toepassingen te werken en geen slip te hebben is gebruik maken van een getande riem. Kettingen worden hoofdzakelijk gebruikt in fabrieken. Het meest bekende voorbeeld van thuis is je fiets. iets De kettingoverbrenging is een rechtstreekse/ onrechtstreekse overbrenging 3.2 Symbolische voorstelling Een riem teken je als een punt-streeplijn. De riemschijven teken je in volle lijn. De kruisjes stellen de assen voor. Pijl stelt de draaizin v/d volger voor 3.3 Versnelling/vertraging Maak onderstaande opstellingen met Lego (zie bovenaan) en vul de tabel aan met toerental verhoogt, verlaagt en blijft gelijk 3.4 Omkeren van de draaizin Bij een ketting kan men het toerental niet omkeren. Als je een ketting gebruikt behoud je dus steeds dezelfde draairichting Hfst 3: Ketting 5
4. Tandwieloverbrenging 4.1 Soorten tandwielen Eerst en vooral een kleine voorstelling van de soorten tandwielen en een toepassing van deze tandwielen. Wrijvingswiel: Een geval apart: een wiel zonder tanden Vb aandrijfsysteem cassetterecorder (een dynamo v/e fiets) Gewoon tandwiel: Tanden staan loodrecht op de rand Vb aandrijving van de achterwielen van een telegeleide auto Tandlat (met tandwiel): Tandlat Ü Een rechtgebogen tandwiel Vb. een weegschaal (Rechtlijnige beweging naar cirkelvormige beweging) Worm en wormwiel: Worm ß De tanden staan spiraalsgewijs op een cilinder. Wormwiel is nooit drijvend Vb mixer zonder directe aandrijving Wormwiel De tandwieloverbrenging is een rechtstreekse/ onrechtstreekse overbrenging 4.2 Voorbeeld/gebruik Tandwielen komen, naast riem, het vaakst in en om het huis voor. Ze dienen om kleine afstanden te overbruggen of om de beweging te veranderen. Het meest voorkomende tandwiel is het gewone tandwiel. ietsbel Hfst 6: Samenvatting 6
4.3 Symbolische voorstelling Een wrijvingswiel teken je in volle lijn. (zie soorten) Een tandwiel teken je als een punt-streeplijn. De cirkel stelt de denkbeeldige omtrek voor waar de tandwielen elkaar raken De kruisjes stellen de assen voor. 4.4 Versnelling/vertraging Maak onderstaande opstellingen met Lego (zie bovenaan) en vul de tabel aan met toerental verhoogt, verlaagt en blijft gelijk 4.5 Omkeren van de draaizin Maak onderstaande opstelling en los de bij horende vragen op. het tandwiel of tandwielen die je tussen drijver en volger plaatst heet men tussentandwiel(en). Draai aan het eerste tandwiel: Ÿ Als de drijver één tand verdraait, verdraaien de andere tandwielen... Ÿ Ÿ Als de drijver 1 toer draait, dan draait de volger... Heeft het tussentandwiel bijgevolg invloed op het toerental van de volger ten opzichte van de drijver: ja/ nee Ÿ De volger draait tegengesteld/ niet tegengesteld t.o.v. de drijver. Je kan de draaizin bepalen door het aantal tandwielen tellen: Ä Even aantal tandwielen Þ draaizin is tegengesteld Ä Oneven aantal tandwielen Þ draaizin is gelijk Tussentandwielen: Ä Veranderen niets aan het toerental van de drijver, Ä Kunnen de draairichting beïnvloeden Ä Gebruikt men om een afstand tussen drijver en volger te overbruggen Hfst 6: Samenvatting 7