Instabiele wervelfractuur halswervels borstwervels figuur 2: bovenaanzicht wervel lendewervels staartbeen figuur 1: afbeelding wervelkolom
Deze folder geeft algemene informatie over de behandeling bij een instabiele wervelfractuur (=breuk). De folder geeft aan hoe de meeste patiënten kunnen worden behandeld, maar in sommige gevallen is het nodig hiervan af te wijken. Mogelijk heeft u na het lezen nog vragen. Deze kunt u altijd aan uw behandelend arts of aan de verpleegkundigen. De instabiele fractuur van de rugwervel De wervelkolom bestaat uit zeven halswervels, twaalf borstwervels en vijf lendenwervels. De belangrijkste functie van de wervels is het ondersteunen van het gewicht van het lichaam, het mogelijk maken van bewegingen en het aannemen van houdingen. Tevens lopen er zenuwbanen door de wervelkolom, het ruggenmerg. Door een val van grote hoogte, door een verkeersongeval of door andere oorzaken kan een fractuur ontstaan in een of meerdere wervels. Afhankelijk van de soort fractuur is de wervelkolom stabiel of instabiel. Om dit te kunnen bepalen, is nader onderzoek met behulp van röntgenfoto s en een CT-scan noodzakelijk. Ook wordt altijd een neurologisch onderzoek uitgevoerd. Behandeling Bij u is een instabiele wervelfractuur geconstateerd. Om het ontstaan of het verergeren van zenuwbeschadigingen en eventuele scheefstand van de wervelkolom te voorkomen, is een stabiliserende operatie of een bedrustperiode noodzakelijk. Voordat u mag mobiliseren, moet een instabiele wervelfractuur door een operatie of door genezing stabiel zijn. Aan welke behandelingen de voorkeur wordt gegeven, hangt af van verschillende factoren die uw behandelend arts met u zal bespreken. Zie operatie en vier tot acht weken bedrust. Operatie Als er wordt besloten tot een operatie, dan zijn er verschillende mogelijkheden. In de meeste gevallen worden er schroeven en staven geplaatst in de bovenliggende en de onderliggende wervel. De gebroken wervel wordt hiermee overbrugd en krijgt de gelegenheid om te herstellen. Deze stabiliserende ingreep vindt plaats aan de rugof buikzijde. Soms is het noodzakelijk de fractuur aan beide zijden te stabiliseren. In dat geval zijn meestal twee aparte operaties noodzakelijk. 2
figuur 3: een stabiliserende operatie, bron: Traumatologie, prof. dr. H.J.Th.M. Haarman Na de operatie Na de operatie volgen meestal vijf dagen van bedrust. Door de operateur wordt afgesproken of u nog plat in bed moet blijven of dat u wat meer recht op mag zitten. Als u nog plat moet blijven liggen mag u alleen draaien als een boomstam. U draait met hulp van de verpleegkundige op uw zij waarbij uw schouders en heupen tegelijk draaien, zodat uw rug recht blijft. Deze manier van draaien wordt met u geoefend tot u het zelf kunt. De bedrust is vooral belangrijk voor de wondgenezing. De fysiotherapeut komt bij u langs en laat u liggend oefeningen doen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de ademhaling. U krijgt water, thee of limonade te drinken om uw darmen weer op gang te helpen. Als dit goed gaat en er is weer activiteit in de darmen, wordt het dieet uitgebreid. Meestal heeft u na de operatie een urinekatheter. Deze blijft meestal zitten tot u weer kunt mobiliseren. Als pijnstilling krijgt u regelmatig tabletten aangeboden en het is belangrijk dat u die inneemt op de tijden dat u deze krijgt. Als dit onvoldoende helpt, bespreek dit dan met de arts of verpleegkundige. Na vijf dagen bedrust krijgt u een zogenaamd driepuntskorset aangemeten via de gipskamer. Dit is een kant en klaar korset van metaal en kunststof. In overleg met de arts wordt daarna begonnen met mobiliseren onder begeleiding van een fysiotherapeut. Vier tot acht weken bedrust U heeft een periode van platte bedrust. U draait als een boomstam met behulp van de verpleegkundige op uw zij, waarbij uw schouders en heupen tegelijk draaien, zodat uw rug recht blijft. Deze manier van draaien wordt met u geoefend tot u het zelf kunt. Het is van belang uw rug zo min mogelijk te belasten.de fysiotherapeut oefent met u om de spierkracht in uw armen en benen te behouden. 3
Uw dieet hangt af van de activiteit van uw darmen. In het begin van de opname krijgt u alleen water, thee en limonade. Als de darmactiviteit voldoende is, wordt het dieet uitgebreid. Indien u in een liggende houding niet kunt urineren, brengen wij een urinekatheter in. Deze blijft zitten tot u weer kunt mobiliseren. Als pijnstilling krijgt u regelmatig tabletten aangeboden en het is belangrijk dat u die inneemt op de tijden dat u deze krijgt. Als dit onvoldoende helpt, bespreek dit dan met de arts of verpleegkundige. Indien u moeite heeft met het stilliggen in één houding, overleg dan met de arts en verpleegkundige. Samen met u wordt naar een oplossing gezocht om deze periode dragelijk te maken. Na de periode van ongeveer zes weken krijgt u via de gipskamer een zogenaamd driepuntskorset aangemeten. Dit is een kant en klaar korset van metaal en kunststof. In overleg met de arts wordt daarna begonnen met mobiliseren onder begeleiding van een fysiotherapeut. Revalidatie De revalidatieperiode begint reeds in het ziekenhuis. Het is van belang dat de gebroken wervel de gelegenheid krijgt te herstellen. Dit duurt tenminste drie maanden.om het genezingsproces zo goed mogelijk te laten verlopen, is het belangrijk dat u op de hoogte bent van een aantal herstelprincipes: Een lange bedrustperiode of operatie tast de algemene conditie, de concentratie en de eetlust aan. Het kost meestal maanden voordat u zich weer de oude voelt. Aangetoond is dat roken een slechte invloed heeft op de botgenezing en u wordt daarom geadviseerd om het roken te staken. Het is belangrijk uw rug- en buikspieren te trainen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Het korset Het korset stimuleert het lichaam om tijdens het zitten, staan en lopen een gestrekte of rechtopstaande positie te handhaven. Het korset is flexibel en helpt u eraan herinneren niet te buigen. Op deze manier traint u uw rugspieren die op hun beurt ervoor zorgen dat u een gestrekte wervelkolom houdt. Bij een gestrekte wervelkolom is er geen druk of belasting op de voorzijde van het wervellichaam. Dit is van belang om de breuk te laten genezen. Deze houding wordt aangeduid als onbelast. Indien u gaat buigen, wordt de breuk belast (figuur 4). 4
De kans dat de breuk gaat inzakken, wordt dan vergroot. Het korset helpt dit voorkomen. figuur 4: wervel belast en onbelast Een liggende positie is altijd een onbelaste positie. U hoeft dan het korset niet om. Zodra u van plan bent om te gaan zitten, doet u het korset in liggende positie om. U gaat via zijligging zitten, om zo weinig mogelijk druk aan de voorzijde van het wervellichaam te krijgen. Zitten geeft altijd een hogere belasting op de wervelkolom dan staan of liggen. U heeft al snel de neiging om onderuit te zakken in de stoel. Let erop dat u goed met uw billen achter in de stoel gaat zitten. Zodra u merkt dat u onderuit begint te zakken, gaat u weer staan of liggen. Richtlijnen Zolang u het korset draagt dient u de volgende richtlijnen te volgen. U draagt het korset minimaal twaalf weken. U draagt het korset in alle verticale posities; bij het gaan zitten, zitten en staan. U hoeft het korset niet om in een liggende positie. In de begin periode mag u twintig minuten zitten. De zitduur mag langzaam uitgebreid worden als de rugspieren sterk genoeg zijn en de pijn het toestaat om langer recht op te zitten. Het zitten, staan, lopen en liggen wisselt u af. Douchen mag zonder korset, mits u een rechtopstaande houding handhaaft. U mag uw rug niet buigen. Aantrekken van sokken en schoenen kunt u het beste doen in een liggende positie. Draag geen zware tassen of voorwerpen. 5
Weer naar huis U mag met ontslag als het mobiliseren goed gaat. Dit betekent dat u zelfstandig, eventueel met een hulpmiddel, kunt lopen. Het is verstandig om tijdens de opname het douchen zonder korset te oefenen. Het vereist enige oefening om u zeker te voelen zonder korset. Revalidatieoefeningen dienen soms wel een jaar te worden volgehouden, al dan niet onder begeleiding van een fysiotherapeut. De opname of het ongeval kunnen een extra belasting voor u betekenen. Er kunnen bijvoorbeeld problemen ontstaan die te maken hebben met de verwerking van het ongeluk. Het kan ook om praktische problemen gaan. Als u hiermee te maken heeft en u wilt informatie, advies of begeleiding, dan kunt u zelf of via de verpleegkundige, contact opnemen met een van de maatschappelijk werkers van het VU medisch centrum. 6
Vragen Indien u nog vragen heeft, kunt u altijd bellen: klinische zorgeenheid traumatologie, locatie 6 C telefoon (020) 444 2160 dienst medisch maatschappelijk werktelefoon (020) 444 2507 dienst fysiotherapietelefoon (020) 444 0466 7
406019 VU medisch centrum december 2008 www.vumc.nl 8