OPDRACHTFORMULIER Observaties uitvoeren Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met een medestudent of je docent. 2 Kijk in de bronnen welke informatie je kunt gebruiken bij het oefenen van deze vaardigheid. 3 Beantwoord onderstaande vragen: a Het nadeel van veel observatielijsten is dat ze gericht zijn op wat er niet in orde is. Daardoor bestaat het gevaar dat je je vooral gaat richten op wat de zorgvrager niet meer kan. Geldt dat ook voor het observatieformulier dat wordt gebruikt bij deze vaardigheid? b Vind je dat je het een zorgvrager moet vertellen als er een specifieke observatieopdracht is? Waarom wel/niet? Opdracht 1 Deze opdracht doe je in tweetallen. Je observeert 5 minuten iemand die aan het studeren is. a Beschrijf het gedrag zo nauwkeurig en objectief mogelijk. Vergelijk je observaties met je medestudent. Zijn er verschillen? Waardoor zijn die verschillen ontstaan? b Herhaal de opdracht. Je mag nu wel interpreteren en gevoelens weergeven. Vergelijk jouw observaties met een medestudent. Zijn er verschillen? Waardoor zijn die verschillen ontstaan? c Herhaal de opdracht, maar maak gebruik van de onderstaande observatielijst. Vergelijk het ingevulde schema weer met een medestudent. Zijn er verschillen? Waardoor zijn die verschillen ontstaan? Observatie Komt niet voor Komt soms voor Komt vaak voor Gaan verzitten Om zich heen kijken Zuchten Praten met medestudent Bewegen met voeten Met iets in de handen spelen Anders d Welke manier van observeren levert nu de beste gegevens op als je zou willen vaststellen of een student geconcentreerd kan werken? e Beschrijf naar aanleiding van de bovenstaande oefening drie aandachtspunten voor het observeren in de beroepspraktijk. Noordhoff Uitgevers bv 1
Opdracht 2 De verzorgende observeert een kind in de leeftijdsgroep van 4 weken tot 41/2 jaar aan de hand van een observatieschema. Deze opdracht doe je alleen. Je moet in je eigen kennissenkring een kind zoeken in de leeftijd tussen 4 weken en 41/2 jaar. Vraag z n ouders, en afhankelijk van de leeftijd van het kind ook het kind zelf, of ze willen meewerken aan de opdracht. Vooraf De oefening wordt gedaan met behulp van een onderzoekschema. Het onderzoekschema vind je in het handelingsformulier van deze vaardigheid. Zoek de oefeningen die passen bij de leeftijd van het kind. Bekijk de oefeningen, lees de toelichting en probeer de oefening van tevoren uit. Controleer of al het materiaal dat je nodig hebt, aanwezig is. Kies een rustige, ruime omgeving, bijvoorbeeld op een boxkleed of aan een eettafel. Uitvoering Stel het kind op zijn gemak. Afhankelijk van de leeftijd, kun je aan het kind uitleggen dat je een paar spelletjes (oefeningen) met hem gaat doen. Wanneer het kind afdwaalt, neem dan even tijd, en probeer het daarna opnieuw. Moedig het kind aan tijdens de oefeningen. Spreek duidelijk verstaanbaar. Pas je taalgebruik aan de leeftijdsfase aan. Wanneer het kind moeite heeft met de oefeningen, kies dan de oefeningen in het leeftijdsblokje daaraan voorafgaand. Zijn de oefeningen (te) makkelijk, neem dan ook de oefeningen uit het volgende blokje. Doe rustig aan. Noteer de uitkomsten op het formulier. Nabespreking Na afloop noteer je voor jezelf jouw persoonlijke leerdoelen of aandachtspunten met betrekking tot de vaardigheid. Noteer naar aanleiding van de nabespreking je persoonlijke leerdoelen en aandachtspunten op het handelingsformulier. Aandachtspunten / Persoonlijke leerdoelen: 2 Noordhoff Uitgevers bv
HANDELINGSFORMULIER Observaties uitvoeren Naam student: Naam observator: Datum: Beoordeling: Voor alle handelingen geldt: Raadpleeg het dossier; Zorg voor voldoende privacy; Was je handen volgens de WIP-procedure; Pas de voorschriften toe; Observeer en controleer de zorgvrager. De student: Goed Fout 1 Bereidt de observatie voor: Lees het instructieformulier en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met een medestudent of je docent. Kijk in de hulpbronnen welke informatie er gebruikt kan worden bij het oefenen van deze handeling. Beantwoordt onderstaande vragen: - Richt deze observatielijst zich vooral op wat de zorgvrager niet meer kan? - Vind je dat je het een zorgvrager moet vertellen als er een specifieke observatieopdracht is? Waarom wel/niet? De oefening wordt gedaan met behulp van een onderzoekschema. Het onderzoekschema vind je in het instructieformulier van deze vaardigheid. Zoek de oefeningen die passen bij de leeftijd van het kind. Bekijk de oefeningen, lees de toelichting en probeer de oefening van tevoren uit. Controleer of al het materiaal dat je nodig hebt, aanwezig is. Kies een rustige, ruime omgeving, bijvoorbeeld op een boxkleed of aan een eettafel. 2 Voert de handeling uit Stel het kind op zijn gemak. Afhankelijk van de leeftijd, kun je aan het kind uitleggen dat je een paar spelletjes (oefeningen) met hem gaat doen. Wanneer het kind afdwaalt, neem dan even tijd, en probeer het daarna opnieuw. Moedig het kind aan tijdens de oefeningen. Spreek duidelijk verstaanbaar. Pas je taalgebruik aan de leeftijdsfase aan. Wanneer het kind moeite heeft met de oefeningen, kies dan de oefeningen in het leeftijdsblokje daaraan voorafgaand. Zijn de oefeningen (te) makkelijk, neem dan ook de oefeningen uit het volgende blokje. Doe rustig aan. Noordhoff Uitgevers bv 3
Goed Fout 3 Rapporteert de bevindingen: Noteer de uitkomsten op het formulier. Beschrijf het gedrag zo nauwkeurig en objectief mogelijk. Vergelijk je observaties met je medestudent. Zijn er verschillen? Waardoor zijn die verschillen ontstaan? Vergelijk jouw observaties met een medestudent. Zijn er verschillen? Waardoor zijn die ontstaan? Na afloop noteer je voor jezelf jouw persoonlijke leerdoelen of aandachtspunten met betrekking tot de vaardigheid. Noteer naar aanleiding van de nabespreking je persoonlijke leerdoelen en aandachtspunten op het instructieformulier. Herhaal de opdracht. Je mag nu wel interpreteren en gevoelens weergeven. Aandachtspunten / Persoonlijke leerdoelen: 4 Noordhoff Uitgevers bv
TOETSFORMULIER Observaties uitvoeren Naam student: Naam beoordelaar: Datum: Beoordeling: Kruis aan hoe de handelingen zijn uitgevoerd. Kies uit: V = Voldoende; O = Onvoldoende Kruis aan door wie de beoordeling is gedaan. Kies uit: B = BPV; S = School Opdracht Je observeert een zorgvrager tijdens het uitvoeren van een zelfzorgactiviteit. Voorbereiding V O B S 1 Verzamelt de relevante gegevens, met name uit het zorgdossier. 2 Zorgt voor noodzakelijke hulpmiddelen (bijvoorbeeld ADL-lijst). Uitvoering V O B S 3 Observeert de zorgvrager tijdens de te verrichten handeling. 4 Overlegt met de zorgvrager over hetgeen zij geobserveerd heeft. Nazorg V O B S 5 Vergelijkt eigen observaties met observaties van anderen. 6 Rapporteert de relevante bijzonderheden in het zorgdossier. Aandachtspunten / Persoonlijke leerdoelen: Noordhoff Uitgevers bv 5