R I G O R e s e a r c h e n A d v i e s B V D e b e w o o n d e o m g e v i n g Verhuisd vanwege sloop Ervaringen en oordelen van bewoners in Maastricht
De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij RIGO Research en Advies. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Vermenigvuldigen en/of openbaarmaking in welke vorm ook, alsmede opslag in een retrieval system, is uitsluitend toegestaan na schriftelijke toestemming van RIGO Research en Advies. RIGO Research en Advies aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
Verhuisd vanwege sloop Ervaringen en oordelen van bewoners in Maastricht Opdrachtgever Gemeente Maastricht, Woonpunt, Servatius en Maasvallei Auteurs Lisan Wilkens André Buys Rebecca Wouters Annika Janse Foto omslag Aat Remkes Uitgave september 2009 Rapportnummer p12970 RIGO Research en Advies BV De Ruyterkade 139 1011 AC Amsterdam Telefoon 020 522 11 11 Fax 020 627 68 40 E-mail: info@rigo.nl website: http://www.rigo.nl
INHOUD Hoofdstuk 1 Inleiding 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 Doel 1 1.3 Onderzoeksverantwoording 2 1.4 Leeswijzer 3 Hoofdstuk 2 Herstructurering in Maastricht 4 2.1 Herstructurering in plannen en beleid 4 2.2 Wijken waar gesloopt is 6 2.3 Vestigingsplek direct na herhuisvesting 7 2.4 Woonplek anno 2009 11 Hoofdstuk 3 Ervaringen van bewoners 12 3.1 De respondenten 12 3.2 Oude woonsituatie 14 3.3 Nieuwe woonsituatie 15 3.4 Vergelijking oude en nieuwe woonsituatie 18 3.5 Ervaringen met het proces 24 Hoofdstuk 4 Conclusies en aanbevelingen 31 4.1 Conclusies onderzoeksbevindingen 31 4.2 Aanbevelingen 36 Bijlagen Bijlage 1 Tabellen bewonersonderzoek 41 Bijlage 2 Vragenlijst 44 Inhoudsopgave
1 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel De stedelijke vernieuwing in Maastricht is al vele jaren aan de gang en ook voor de komende jaren staat er het een en ander te gebeuren. Maastricht Noordoost is een van de veertig wijken die door ex-minister Vogelaar zijn aangewezen in het kader van het Actieplan Krachtwi j- ken. In het westen van Maastricht liggen de jaren vijftig wijken Caberg en Malpertuis, waar de komende jaren de woningvoorraad grondig vernieuwd wordt in combinatie met ee n sociale aanpak. In de beginjaren van de herstructurering lag de nadruk vooral op de fysieke vernieuwing, in de loop der tijd is herstructurering onderdeel geworden van een bredere aanpak van de wijken. Verbetering van de leefbaarheid en van de maatschappelijke positie van bewoners zijn nu vaste onderdelen van de wijkaanpak als geheel. De hoofddoelstelling van de herstructurering blijft echter verbetering van de woningvoorraad. Een belangrijke voorwaarde bij herstructurering is dat de bewoners goed worden geherhui s- vest als zij moeten verhuizen vanwege sloop. Het streven is dat zij terechtkomen in een nieuwe woning en woonomgeving die vergelijkbaar is - of liever nog - beter is dan waar ze vandaan komen. Sloop is een van de manieren waarop gewerkt wordt aan verbetering van de woningvoorraad en de wijken. Voor de bewoners van de woningen die op de slooplijst staan, is het vaak een ingrijpende gebeurtenis. Zij moeten immers verhuizen omdat hun woning wordt ge sloopt. De corporaties in Maastricht zijn verantwoordelijk voor de herhuisvesting van bewoners en ra p- porteren hier jaarlijks over in het kader van de prestatieafspraken. De jaarlijkse rapportage geeft weliswaar inzicht in de herhuisvestingopgave, maar niet in de wijze waarop de herhuisvesting is gegaan en hoe de bewoners het hebben ervaren. Vanuit de bewoners en de politiek zijn vragen gesteld over de herhuisvesting en in het bijzo n- der over de gevolgen voor de bewoners. De gemeente Maastricht en de drie won ingcorporaties Woonpunt, Servatius en Maasvallei hebben gezamenlijk een onderzoek laten uitvoeren naar de ervaringen van bewoners die de afgelopen jaren (1998 t/m eerste helft 2009) zijn verhuisd vanwege sloop. De gemeente en de corporaties willen hiermee inzicht krijgen in de verhuisbewegingen en de gevolgen voor en ervaringen van de geherhuisveste bewoners. Deze informatie zal worden gebruikt om verbeteringen aan te brengen in de plannen en het proces rondom herstructurering in de komende jaren. Het doel van het onderzoek is: Een betrouwbaar beeld krijgen van de gevolgen voor en de ervaringen van bewoners die he b- ben moeten verhuizen vanwege sloop, om verbeteringen aan te brengen in de plannen en het proces van herstructurering in de komende jaren. Inleiding
2 Het onderzoek bevat twee hoofdthema s, namelijk : I. de wooncarrière van bewoners, zowel objectief (op basis van verhuisbewegingen) als subjectief. II. de mening en ervaringen van bewoners met het proces, zowel vóór als tijdens en na de sloop/ verhuizing. 1.3 Onderzoeksverantwoording Hoe zijn we te werk gegaan bij dit onderzoek? Het boven tafel krijgen van de gegevens van bewoners die zijn verhuisd vanwege sloop is een belangrijk onderdeel geweest van het onderzoek. De gemeente en de corporaties hebben ervoor gekozen om alle herstructureringsjaren mee te nemen, wat betekent dat we ook de bewoners hebben moeten achterhalen die in bijvoorbeeld 1999 zijn verhuisd. De eerste stap was het verkrijgen van de adressen van de gesloopte woningen, met daarb ij de namen van de laatste reguliere huurders. Dit zijn immers de bewoners die we wilden benad e- ren voor het onderzoek. Woonpunt, Servatius en Maasvallei hebben adressen aangeleverd van de bewoners die als laatste in de sloopwoningen woonden. Peildatum daarbij is het einde van het reguliere huurcontract. 1 De volgende stap was het verkrijgen van de adressen waar bewoners naartoe zijn verhuisd. De corporaties hebben voor zover bij hen bekend de nieuwe adressen aangeleverd. Vrijwel alle adressen van herhuisvesting zijn bekend. Ook hebben de corporaties voor zover bekend de adressen anno 2009 doorgegeven. Het grootste deel huurt nog steeds bij één van de corpor a- ties, daarvan zijn de juiste adressen bekend. Van de bewoners die niet meer bij de corporatie bekend zijn, is in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) van de Gemeente Maastricht geprobeerd het huidige adres te achterh a- len. Dit is in ongeveer de helft van de gevallen gelukt. De andere helft zijn bewoners waarvan geen huidig adres in Maastricht meer achterhaald kan worden; een deel heeft Maastricht verlaten, een deel is overleden en een deel is onbekend. In totaal hebben we van circa 1.250 mensen een adres anno 2009 kunnen achterhalen. Dit zijn dus zowel bewoners die zijn geherhuisvest in de sociale huursector als bewoners die elders terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld in een koopwoning. Aan 1.141 mensen is in juni 2009 een schriftelijke vragenlijst gestuurd. 2 De schriftelijke vragenlijst is opgesteld in samenspraak met de gemeente en de corporaties en verstuurd door de Gemeente Maastricht. De bewoners hebben ruim vier weken de tijd gekregen om de vragenlijst terug te sturen. Na drie weken is aan alle mensen een herinneringsbrief gestuurd, waarin nogmaals is gevraagd de vragenlijst terug te sturen als ze dat nog niet hadden gedaan. In onderstaande tabel staat de respons per wijk. Het gaat hier om de wijk waar de sloopwoning van de respondent stond. Alle wijken zijn over het algemeen goed vertegenwoordigd in de respons. Bewoners van Heugermerveld en Wyck (slechts 7 bewoners in de populatie) hebben relatief minder vaak gereageerd. De totale respons is 36%. voetnoot 1 2 In principe zijn alleen reguliere en geen tijdelijke - huurders in het onderzoek betrokken. Op grond van enkele opmerkingen in de teruggestuurde vragenlijsten, is echter op te maken dat het enkele malen wel een tijdelijke huurder betreft. Aan het eind van hoofdstuk 2 is een schema opgenomen hoe we gekomen zijn tot het aantal van 1.141. Verhuisd vanwege sloop
3 Tabel 1.1 Aa nta l aangeschr even bewone rs en respons per wijk Wijk Aantal verstuurde vragenlijsten Netto respons Respons % Malberg 341 129 38% Caberg 243 98 40% Heugemerveld 210 49 23% Wittevrouwenveld 176 56 32% Boschpoort 69 23 33% Mariaberg 40 17 43% Amby 18 13 72% Wyckerpoort 13 13 100% Wyck 7 0 0% overig/onbekend 24 16 68% 1.141 414 36% Aan het eind van de vragenlijst is gevraagd of respondenten eventueel benaderd willen worden voor een telefonisch interview om nog nader in te gaan op de vragen. Een deel van de respondenten heeft een telefoonnummer ingevuld. Nadat er een redelijk aantal vragenlijsten ingevuld terug was gestuurd, is begonnen met het houden van de telefonische interviews. We hebben uit de ingevulde vragenlijsten een selectie gemaakt van twintig bewoners, waarbij we gelet hebben op een redelijke verdeling naar oude corporatie. De duur van de telefonische interviews is gemiddeld een half uur. De hoofdlijnen uit de interviews zijn schriftelijk vastg e- legd. De interviews zijn gebruikt als illustratie en aanvulling op de resultaten uit de vragenlij s- ten. Het geeft weliswaar geen representatief beeld voor alle bewoners, maar ge eft een indruk van hoe individuele bewoners een herstructureringsproces beleven. Het is waarschijnlijk dat de respons op de vragenlijst hoger is geweest onder bewoners die iets aan te merken hebben op de sloop en de herhuisvesting. Hetzelfde geldt voor de citaten van bewoners, afkomstig uit de telefonische interviews en uit de opmerkingen geplaatst bij de vragenlijst. Mensen die ontevreden zijn, zijn meer geneigd om opmerkingen te maken, me n- sen die tevreden zijn laten hun opmerkingen vaker achterwege. Bovendien is ervoor gekozen om de telefonische interviews te houden met respondenten die niet over alles tevreden w a- ren. Er moet dan ook rekening mee worden gehouden dat het totale aandeel ontevreden mensen die zijn verhuisd vanwege sloop in werkelijkheid vermoedelijk wat lager ligt dan uit dit onderzoek blijkt. 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 begint met een zeer beknopte schets van de herstructurering in Maastricht in de loop der jaren en wat de belangrijkste beleidslijnen daarin zijn geweest. Vervolgens wordt inzichtelijk gemaakt waar de herstructurering (sloop) heeft plaatsgevonden en naar welke wijken bewoners zijn verhuisd. Het hoofdstuk eindigt met een beeld van de huidige woonplek. In hoofdstuk 3 staan de resultaten van de vragenlijsten en de telefonische interviews. Per thema is weergegeven wat de belangrijkste bevindingen zijn. Het hoofdstuk is voornamelijk beschrijvend van karakter, er worden nog geen conclusies getrokken. Conclusies worden pas getrokken in hoofdstuk 4. We gaan in op de hoofdthema s van dit o n- derzoek: de wooncarrière in objectieve en subjectieve zin en de ervaringen van bewoners. Het hoofdstuk besluiten we met enkele aanbevelingen voor de gemeente en de corporatie s. Inleiding
4 Hoofdstuk 2 Herstructurering in Maastricht Dit hoofdstuk geeft beknopte informatie over de achtergrond en de omvang van de herstructurering in Maastricht door de jaren heen. Hoe het begon en waar we nu staan. In de eerste paragraaf staan de belangrijkste ontwikkelingen en beleidsdocumenten beschreven. In de tweede paragraaf laten we aan de hand van de onderzoeksresultaten zien in welke wijken de sloop heeft plaatsgevonden en naar welke wijken de bewoners daarna zijn verhuisd. In de derde paragraaf gaan we in op de woonplek anno 2009. 2.1 Herstructurering in plannen en beleid De herstructurering in Maastricht is niet van gisteren. Al in 1998 is begonne n met de herstructurering. De herstructurering is nu dus ruim 10 jaar aan de gang. Woningcorporatie Servatius was in 1998 de eerste corporatie die op grotere schaal de woningvoorraad aanpakte in He u- gemerveld. De andere corporaties Woonpunt en Maasvallei zijn later gestart in de buurten waar zij bezit hebben. Sindsdien is de kwaliteit en de diversiteit van de woningvoorraad in veel buurten verbeterd. De aanpak van de woningvoorraad en de wijken in de afgelopen tien jaar, is vastgelegd in e n- kele belangrijke beleidsdocumenten. 3 Deze worden hieronder kort toegelicht. Convenant gemeente en corporaties 2000-2010 (2 maart 2000) De veranderopgave in de bestaande woningvoorraad van Maastricht is vastgelegd in het co n- venant 2000-2010 tussen de gemeente en de corporaties. De veranderopgave was gebaseerd op het eerder opgestelde Meerjarenplan Bouwen en Wonen 2000-2010. Voor de periode 2000-2010 werd destijds sloop voorzien van 2.500 woningen, naast verkoop en vervangende nieuwbouw. Per saldo zou de huurvoorraad met 500 woningen afnemen. Eveneens is in het convenant de basis gelegd voor het opstellen van integrale buurtplannen die richting geven aan de veranderopgave. In het convenant is bovendien opgenomen dat partijen moeten voorzien in een goede herhuisvesting. Daarmee moet voorkomen worden dat deze doelgroepen van de ene aan te pakken wijk worden doorgeschoven naar de volgende aan te pakken wijk. (Convenant Gemeente-Corporaties Maastricht 2000-2010, p.18) Nota Wonen in Beweging (2003) De nota beschrijft op hoofdlijnen een ontwikkelingsbeeld voor het wonen in de verschillende wijken van Maastricht. Verbetering van de kwaliteit en de opbouw van de woningvoorraad is nog steeds één van de hoofdlijnen van het woonbeleid. voetnoot 3 Daarnaast zijn er per buurt of project diverse besluiten, nota s en plannen waarin de aanpak is uitgewerkt tot concrete actiepunten en afspraken. Deze worden niet apart besproken. Verhuisd vanwege sloop
5 Het voorzien in deze kwaliteitsvraag met het gelijktijdig voorkòmen van ruimtelijke segregatie, het bieden van mogelijkheden om in de eigen wijk een betere woning te vinden en het vergroten van de keuzemogelijkheden voor de lagere inkomens is de kern van d e wens tot meer woningdifferentiatie in nu eenzijdig samengestelde woonwijken. (Nota Wonen in Beweging, p.13-14). De nota Wonen in Beweging is bedoeld als referentie voor de toekomstige kwaliteitsverbetering van bestaande buurten en nieuwbouwlocaties. In de nota is per wijk op hoofdlijnen een gewenst ontwikkelingsbeeld geschetst en specifiek de gewenste veranderingen in de voo r- raad. Het is daarmee het kader voor de verdere uitwerking van het thema wonen in Buurt- OntwikkelingsPlannen (BOP s), waarvoor in 2000 al de basis was gelegd in het convenant tu s- sen de gemeente en de corporaties. In een BOP staat de concrete kwantitatieve veranderingsopgave van de woningvoorraad, inclusief het vraagstuk van de voorzieningen. In het BOP wordt het langetermijnontwikkelingsbeeld geconfronteerd met de kortetermijnopgaven en wensen van bewoners. Een van de onderdelen van de BOP is een programma voor herhuisvesting en bijbehorende maatregelen. In de nota wordt een aantal procesvoorwaarden op een rij gezet die de kans vergrote n dat herstructurering een positief effect heeft op de sociale cohesie in een wijk. Genoemd worden het betrekken van bewoners bij de planvorming en duidelijk zijn over de toekomst van de wijk, mogelijk maken van doorstroming binnen de wijk naar een betere woning, voorkomen van te grote prijsverschillen tussen oude en nieuwe complexen en duurzaam beheer in de wijk. Charter Wijkaanpak en Wijkactieplan Maastricht Noordoost (2007/2008) In het begin van de herstructurering lag de nadruk sterk op de fysieke vernieuwing. Sindsdien is er steeds meer oog voor de noodzaak om de positie van mensen te verbeteren in maa t- schappelijke zin. Vandaar dat de wijkaanpak zich richt op de thema s wonen, w erken, leren, integreren en veiligheid. Wat betreft wonen staat in het charter dat partijen de wijken in het geheel aantrekkelijker en weerbaarder willen maken en het woningaanbod aantrekkelijker voor verschillende doelgro e- pen. Onder andere door een verschuiving van de verhouding tussen huur- en koopwoningen van 75-25% naar 60-40%. De gemeente en corporaties gaan samen zorgen voor de aanpak van een aantal wijken. In het wijkactieplan staat dit meer uitgewerkt. Concrete woningbouwpr o- jecten zijn centrumplan Wittevrouwenveld, centrumplan Nazareth, het Sarepta-plein (Limmel) en Mosa porselein (Wyckerpoort). Voor deze buurten zijn nog geen buurtontwikkelingsplannen, maar afgesproken is dat het in goed overleg gaat met de bewonersorganisaties. Nieuwe Woonvisie Gemeente Maastricht (2009-2010) In 2009/2010 wordt een nieuwe woonvisie 2010-2019 ontwikkeld door de gemeente Maastricht. Centraal thema in het woonbeleid van Maastricht is de verster king van Maastricht Woonstad. Kwalitatieve veranderingen in de bestaande woningvoorraad worden door demografische ontwikkelingen zoals krimp en vergrijzing belangrijker. Herstructurering - sloop en vervangende nieuwbouw - zal dan ook een prominente plaats in de nieuwe visie krijgen. Sociaal plan corporaties Alle drie de corporaties hebben een sociaal plan opgesteld voor huurders die vanwege sloop of grondige renovatie moeten verhuizen uit hun woning. Daarin zijn afspraken opgenomen over onder meer passende herhuisvesting, financiële tegemoetkomingen, begeleiding door de corporatie en beheer en onderhoud van de wijk tijdens en voor de sloop. Herstructurering in Maastricht
6 2.2 Wijken waar gesloopt is In tabel 2.1 is vermeld uit welke buurten de bewoners afkomstig zijn en du s ook waar de gesloopte woningen hebben gestaan. Enkele woningen in de tabel zijn overigens nog niet gesloopt (o.a. woningen van Servatius in Malberg), maar de bewoners zijn wel al verhuisd. Ook is te zien wie destijds de verhuurder was. De meeste gesloopte woningen stonden in Malberg. In deze buurt zijn in de beschouwde periode meer dan vijfhonderd woningen gesloopt, vooral voormalig bezit van Woonpunt. In vier buurten, te weten Malberg, Heugemerveld, Caberg en Wittevrouwenveld vond het gros van alle sloopgevallen plaats. In de andere buurten zijn de aantallen veel geringer. 4 tabel 2.1 A ant al gesloop te woni ngen na ar buur t en voormalig e ve rh uur der Maasvallei Servatius Woonpunt totaal Malberg 0 75 476 551 Heugemerveld 0 327 0 327 Caberg 0 160 144 304 Wittevrouwenveld 89 131 0 220 Boschpoort 0 82 0 82 Mariaberg 11 0 37 48 Amby 26 0 1 27 Wyckerpoort 0 18 0 18 Wyck 0 14 0 14 Borgharen 0 0 1 1 Belfort 1 0 0 1 totaal 127 807 659 1.593 tabel 2.2 A ant al gesloop te woni ngen na ar buur t en ja ar van he rhu isvesting bew oners 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 onb. totaal Malberg 1 72 113 78 34 64 19 67 27 76 551 Heugemerveld 23 63 37 22 31 27 90 34 327 Caberg 4 27 118 98 51 5 1 304 Wittevrouwenveld 6 77 49 10 10 19 20 22 7 220 Boschpoort 6 11 9 5 2 16 26 4 3 82 Mariaberg 16 10 11 5 6 48 Amby 1 14 12 27 Wyckerpoort 2 3 12 1 18 Wyck 2 2 2 3 5 14 Borgharen 1 1 Belfort 1 1 totaal 23 66 51 112 161 150 209 116 228 183 174 43 77 1.593 voetnoot 4 Gebruikte buurtnamen zijn conform de buurtindeling van het CBS. Verhuisd vanwege sloop
7 In tabel 2.2 is te zien dat de bewoners gespreid door de tijd uit de slooppanden zijn verhuisd. Heugemerveld loopt in de tijd voor op de andere buurten. In figuur 2-1 is te zien dat de sloop afgezien van enkele gespreide gevallen geconcentreerd is (geweest) op een beperkt aantal locaties. fig u ur 2-1 Lig g ing van de g esloop te (en vo or dee l nog te slope n) woni ngen 2.3 Vestigingsplek direct na herhuisvesting Waar zijn bewoners terechtgekomen? Verreweg de meeste van de 1.593 bewoners vonden, al dan niet op eigen kracht, een ander adres in Maastricht, namelijk 1.457 (= 91%). Een klein aantal (110 bewoners ofwel 7%) verhuisde naar een adres buiten de stad. Van 26 bewoners kon geen nieuw adres worden achte r- haald, bijvoorbeeld omdat ze bij nadere beschouwing niet zijn verhuisd maar overleden (zij waren dan wel de laatste bewoners voor de sloop). Bestemmingen buiten Maastricht waren onder meer: Heerlen (8x), Eijsden (7x), Bunde (5x) en Lanaken (9x). Verder weg vinden we bestemmingen door heel Nederland, van Stadskanaal tot Oostvoorne en van Den Helder tot Nijmegen. Ook Amsterdam (5x) en Den Haag (4x) vinden we onder de bestemmingen, evenals Alicante (Spanje) en Nador (Marokko). Van de meeste bewoners die binnen Maastricht verhuisden is bekend waar in Maastricht ze zijn gaan wonen. Slechts van 17 is dat niet bekend, bij voorbeeld omdat ze een postbus als nieuw adres hebben opgegeven. De nieuwe adressen zijn op de kaart weergegeven in figuur 2-2. Het gaat dan om de adressen direct na verhuizing uit de te slopen panden. Dat is niet per se de actuele situatie, omdat mensen inmiddels weer kunnen zijn doorverhuisd of overleden. De spreiding in figuur 2-2 is aanzienlijk groter dan in figuur 2-1. De voormalige bewoners uit de slooppanden zijn dus, voor zover ze in de stad zijn gebleven, over de gehele stad uitg e- Herstructurering in Maastricht
8 zwermd. Toch zijn er ook in de situatie na verhuizing ruimtelijke concent raties te ontdekken, naast buurten waar vrijwel niemand is gaan wonen. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met de beschikbaarheid van vervangende woonruimte. Zoals zal blijken zijn de meeste bewoners opnieuw in een sociale huurwoning gaan wonen. Het is dan ook niet verassend dat we ze vooral aantreffen in buurten met veel corporatiebezit. fig u ur 2-2 Adressen in M aastr icht waar de v oorm a lig e bewoners v an g eslo o pte won ingen z ijn gaan wonen Oude buurt is favoriet Het blijkt wel dat de meeste bewoners ofwel in hun eigen buurt zijn verhuisd, ofwel naar n a- bijgelegen buurten. En er is sprake van een tamelijk harde waterscheiding tussen de beide zijden van de Maas. Zo is er uit Malberg niemand naar Heugemerveld verhuisd en slechts zes huishoudens naar Wittevrouwenveld. Omgekeerd hebben er 5 verhuizingen plaatsgevonden van Heugemerveld naar Malberg (tegen 190 binnen Heugemerveld zelf). In figuur 2-3 tot en met figuur 2-6 is voor de vier buurten met de grootste sloopaantallen weergegeven waar de voormalige bewoners naartoe zijn verhuisd na de sloop. De voorkeur voor verhuizing (of herhuisvesting) over korte afstand komt hier duidelijk naar voren. Wel blijkt dat er tussen de westelijke buurten Malberg en Caberg meer uitwisseling onderling heeft plaatsgevonden dan tussen de twee buurten op de Oostelijke Maasoever. Voor bewoners uit Heugemerveld was of is Wittevrouwenveld kennelijk geen aantrekke lijk alternatief, en vice versa. Verhuisd vanwege sloop
9 fig u ur 2-3 Adresse n in Ma astric ht waar de v oorm al i g e bewoners van in M albe rg g esloopte woni ngen zij n gaa n wone n fig u ur 2-4 A dressen in M aastr icht waa r de vo ormalig e bewoners v an in Cab erg g esloop te woni ngen zij n gaa n wone n Herstructurering in Maastricht
10 fig u ur 2-5 Adressen i n M aastr icht waar de vo ormalig e bewoners va n in Heugemerveld g e- sloo pte woni ngen zij n gaa n wonen fig u ur 2-6 A dressen i n M a astric ht w aar de vo ormalige bewoners va n i n W itte vro uwenve ld g esloop te won ingen zijn gaan wonen Verhuisd vanwege sloop
11 2.4 Woonplek anno 2009 Van vrijwel alle bewoners die hebben moeten verhuizen vanwege sloop weten we waar ze direct na herhuisvesting terecht zijn gekomen (1.457+110=1.567). Een aantal van de huurders heeft Maastricht verlaten voor een andere gemeente of voor het buitenland (110), een klein deel is overleden of onbekend (26). Voor het bewonersonderzoek is nog van een behoorlijk groot deel (circa 1. 250) van deze groep het huidige adres (2009) in Maastricht achterhaald. Circa 1.040 bewoners wonen in 2009 nog in de herhuisvestingwoning, ongeveer 210 bewoners zijn inmiddels weer verhuisd. Het grootste deel woont dus nog in Maastricht, al dan niet in een huurwoning van een van de drie corporaties. Ongeveer 100 bewoners zijn collectief naar een verzorgingstehuis verhuisd in het kader van de herhuisvesting. Besloten is om deze bewoners niet te benaderen voor het bewonersonderzoek. Na het verwijderen van enkele dubbele namen en adressen zijn 1.141 bewoners aangeschreven. Herstructurering in Maastricht
12 Hoofdstuk 3 Ervaringen van bewoners In dit hoofdstuk staan de bewoners centraal die zijn verhuisd vanwege sloop. Zowel de objectieve veranderingen in hun woonsituatie als hun mening en ervaringen. Het is gebaseerd op de resultaten uit de schriftelijke vragenlijst en de telefonische interviews. 3.1 De respondenten 5 In totaal zijn in de afgelopen jaren van 1998 tot en met de eerste helft van 2009 bijna 1.600 adressen gesloopt. Alle bewoners die in deze periode zijn geherhuisvest vanwege sloop en waarvan we het adres anno 2009 hebben achterhaald, hebben een vragenlijst toegestuurd gekregen 6. In totaal is naar 1.141 adressen een vragenlijst toegestuurd en er zijn 414 ingevulde vragenlijsten retour gekomen. Dit komt neer op een netto respons van 36%. Alvorens te starten met de analyse van de antwoorden van de respondenten, eerst een aantal kenmerken van de respondenten op een rij. Vrijwel evenveel mannen (49%) als vrouwen (51%) hebben de vragenlijst ingevuld. Het grootste deel (42%) van de respondenten is tussen de 45 en 65 jaar (zie Tabel 3.1). Tabel 3.1 Leeft ij dsverdelin g responde nten Leeftijd respondent aandeel tot 30 jaar 5% 30 tot 45 jaar 18% 45 tot 65 jaar 42% 65 tot 75 jaar 16% 75 jaar en ouder 16% onbekend 2% totaal 414 Niet in alle wijken is evenveel gesloopt. In het vorige hoofd stuk hebben we al laten zien dat de sloop zich in de periode 1998-2009 concentreerde in vier buurten, te weten Malberg, Heugevoetnoot De meeste respondenten zijn alleenstaand, ruim een kwart zijn echtparen/partners zonde r- kinderen, zo n 16% ouders met kinderen en 9% eenoudergezinnen. Ruim driekwart van de respondenten heeft een huishoudinkomen beneden modaal (tot circa 1.800 netto per maand). 37% heeft een inkomen uit loondienst, bijna 30% heeft een uitkering en eveneens bijna 30% ontvangt pensioen. 5 6 In de bijlagen zijn uitgebreide tabellen opgenomen met kenmerken van de respondenten. Exclusief de bewoners van verzorgingshuizen die collectief zijn verhuisd. Verhuisd vanwege sloop
13 merveld, Wittevrouwenveld en Caberg. Ook in tijd zijn er verschillen: de eerste woningen die werden gesloopt stonden in Heugemerveld, toen volgden Wittevrouweld (en Boschpoort), Malberg en Caberg. Servatius heeft in absolute aantallen de meeste woningen gesloopt, g e- volgd door Woonpunt, Maasvallei heeft de minste woningen gesloopt. Wanneer we de netto respons naast het aantal gesloopte adressen zetten, blijkt in de eerste plaats dat bewoners die destijds in een sloopwoning woonden van Maasvallei, relatief vaker (35%) hebben gereageerd dan bewoners die destijds huurden van Woonpunt (24%) en Serv a- tius (26%). In de tweede plaats valt op dat van de vier wijken waa r het meest gesloopt is, de respons het hoogste was in Caberg (32%) en het laagste in Heugemerveld (15%). Een plausibele verklaring hiervoor is dat de sloop in Heugemerveld plaatsvond van ongeveer 1998 t/m 2005. Dit betekent dat er minder huidige adressen zijn achterhaald en mensen minder vaak reageren omdat het al zo lang geleden is. Voor Caberg geldt juist dat in 2006 en 2007 de meeste woningen zijn gesloopt en de meeste bewoners zijn verhuisd. Dit is relatief kort gel e- den en zal bij veel mensen nog vers in het geheugen liggen, waardoor mensen eerder geneigd zijn om hun mening te geven. Deze verklaring wordt bevestigd door het onderstaande overzicht. Hierin is per jaar weergegeven hoeveel woningen zijn gesloopt (einddatum huurcontract), hoeveel respondenten zeggen in dat jaar te zijn verhuisd en de netto respons op de vragenlijst en dat is vervolgens op elkaar gedeeld. Dit geeft een indicatie of de respons afha n- kelijk is van het aantal jaren dat het geleden is. Hoewel er nog behoorlijke verschillen zijn tussen de jaren, is te zien dat de respons over de laatste jaren hoger ligt dan in de eerste j a- ren van de sloop. Tabel 3.2 Sl oo p per ja ar en respons na ar jaar va n verhuiz ing Jaar Aantal gesloopte adressen Aantal aangeschreven adressen Netto respons Netto respons % aangeschreven adressen Netto respons % gesloopte adressen 1998 23 17 4 24% 17% 1999 66 52 6 12% 9% 2000 51 33 15 45% 29% 2001 112 84 25 30% 22% 2002 161 110 25 23% 16% 2003 150 106 34 32% 23% 2004 209 131 43 33% 21% 2005 116 88 27 31% 23% 2006 228 176 76 43% 33% 2007 183 154 51 33% 28% 2008 174 146 63 43% 36% 2009 43 28 25 89% 58% onbekend 77 16 20 totaal 1.593 1.141 414 36% 26% Bij de analyses van de vragenlijsten, zijn de antwoorden vergeleken voor verschillende gro e- pen. Zo hebben we gekeken of ouderen anders antwoordden dan jongeren, of er verschillen zijn tussen de wijken of de jaren, et cetera. Waar relevant gaan we in de volgende paragrafen in op de verschillen of juist de overeenkomsten. Ervaringen van bewoners
14 3.2 Oude woonsituatie Het doel van de herstructurering is het verbeteren van de totale woningvoorraad in de wijken door woningen van slechte kwaliteit te vervangen en door het eenzijdige aanbod te doorbreken. In de vragenlijst is bewoners gevraagd naar hun oude woonsituatie, zowel naar hun oude woning als naar hun oude woonomgeving. Van alle respondenten woonde bijna een derde destijds in een hoek- of een tussenwoning (ook wel rijwoning genoemd) en bijna een derde in een appartement zonder lift. Nog eens 11% heeft aangegeven in een flat te hebben gewoond. Een klein deel (11%) woonde in een appartement met lift en een paar procent in een ander type woning. Het grootste deel (37%) van de respondenten woonde vóór de sloop in een 3-kamerwoning of een 4-kamerwoning (35%), 21% woonde in een woning met 5 of meer kamers en 8% woonde in een kleine woning met maar 1 of 2 kamers. Fig uu r 3-1 Aa nta l kamers in ou de woo nsit ua tie naa r corpo rat ie 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 8% 11% 32% 18% 43% 32% 40% 45% 30% 31% 4% 5% Woonpunt Servatius Maasvallei 5 of meer kamers 4 kamers 3 kamers 1 of 2 kamers Verhuizing vanwege sloop kan voor mensen een behoorlijk ingrijpende gebeurtenis zijn. Zeker als men al heel lang in de woning woont die gesloopt gaat worden. Opvallend is dat bijna een derde van de respondenten (29%) meer dan 20 jaar in de oude woning woonde, 9% woonde er zelfs 40 jaar of langer. Nog eens 22% woonde tussen de 10 en 20 jaar in de woning die gesloopt is. De bewoner die het langste in de oude woning woonde was een man van 84 die 78 jaar in zijn oude woning had gewoond, vanaf zijn zesde jaar dus. Een klein deel (14%) van de respondenten had al plannen om te verhuizen voordat bekend werd dat de woning gesloopt zou gaan worden. Dit had in de meeste gevallen te maken met de woning of de woonomgeving. In Figuur 3-2 en Figuur 3-3 is te zien in hoeverre de respondenten achteraf gezien tevreden waren met hun oude woning en woonomgeving. Het beeld dat hieruit naar voren komt, is dat de bewoners over het algemeen tevreden waren met hun oude woning en woonomgeving. Wat de woning betreft was men het meest tevreden over de plek/ligging van de woning: bijna driekwart (73%) was hierover (zeer) tevreden. Het minst tevreden was men over de onderhoudstoestand van de oude woning: 17% was hierover ontevreden en 7% zeer ontevreden. Aangezien het om woningen gaat die gesloopt zouden gaan worden, is het aannemelijk dat de onderhoudstoestand van de woning in veel gevallen niet meer optimaal was. Dit beeld wordt bevestigd door het antwoord op de stelling Ik vind het terecht dat mijn oude woning is ge- Verhuisd vanwege sloop
15 sloopt, want de kwaliteit was slecht. Van de respondenten is 41% het (zeer) eens met deze stelling, 20% neutraal en 39% (zeer) oneens. Fig uu r 3-2 Tevrede nhe id w oni ng in ou de woo nsit ua ti e (vó ór sloo p) Energielasten 9% 55% 24% 8% Huurprijs 19% 59% 18% 4% Ligging/ plek 22% 51% 15% 10% Grootte 15% 59% 16% 9% Onderhoudstoestand 10% 46% 20% 17% 7% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Over de oude woonomgeving is wat meer verdeeldheid. De voorzieningen in de oude buurt worden achteraf gezien positief beoordeeld, en ook over de contacten in de buurt is men in meerderheid positief. Echter de veiligheid en ook het uiterlijk van de oude buurt worden minder goed beoordeeld. Ruim een derde (35%) van de respondenten was (zeer) ontevreden over de veiligheid in de buurt. Uit de opmerkingen bij de vragenlijst en uit de telefonische inte r- views blijkt dat met name de periode tot de daadwerkelijke sloop als onveilig is ervaren. Steeds meer buurtbewoners verhuizen en vooral degenen die als laatst en verhuizen zien dit gebeuren. Een bewoonster uit Mariaberg die in 2006 is verhuisd was en met haar gezin een van de laatsten die weggingen uit de buurt en zegt hierover: Normaal heb je buren, dat is dan niet meer zo en dat mis je dan wel hoor. Fig uu r 3-3 Tevrede nhe id w oon omgeving in oude w oon situ atie (v óór s lo op ) Voorzieningen 24% 56% 10% 9% Contacten 19% 42% 29% 7% Veiligheid 7% 34% 24% 26% 9% Uiterlijk 11% 38% 29% 17% 5% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden 3.3 Nieuwe woonsituatie We hebben in hoofdstuk 2 al laten zien naar welke wijken de bewoners zijn verhuisd nadat zij moesten verhuizen vanwege sloop. In de vragenlijst hebben we bewoners gevraagd naar hun nieuwe woning en woonomgeving. Er is gevraagd naar de kenmerken van en hun mening over hun nieuwe woning en woonomgeving. Ervaringen van bewoners
Van 16 Vrijwel alle respondenten (95%) zijn nadat zij uit hun oude woning moesten vertrekken omdat deze gesloopt werd, naar een huurwoning van een van de drie corporaties verhuisd. 7 Slechts 2,5% van de respondenten heeft een woning gekocht en enkelen zijn een woning van een andere verhuurder gaan huren. In Tabel 3.3 is per corporatie weergegeven waar bewoners terecht zijn gekomen nadat zij moesten verhuizen. Van de huurders van Woonpunt is het grootste deel ook weer in een huurwoning van Woonpunt gaan wonen, ook huurders van Se r- vatius zijn voor ruim driekwart gebleven bij Servatius. Bij Maasvallei is de helft van de huurders na verhuizing weer in een woning van Maasvallei terechtgekomen, de andere helft heeft een woning gevonden bij Servatius (34,1%) en Woonpunt (13,6%) of elders (2,3%). Dit lagere percentage kan onder meer te maken hebben met de kleinere omvang en minder sterke spreiding van het woningbezit van Maasvallei over de stad. Tabel 3.3 Bestemming na v erhu iz ing uit s loo pwon ing Naar Woonpunt Servatius Maasvallei anders Woonpunt 80,1% 14,7% 0,6% 4,5% 100,0% Servatius 13,5% 76,8% 2,9% 6,8% 100,0% Maasvallei 13,6% 34,1% 50,0% 2,3% 100,0% Een klein deel van de bewoners is na hun verhuizing in een nieuwbouwwoning komen te wonen, namelijk 13% (51 respondenten). Dit zijn oude huurders van alle drie de corporaties. Het zijn voornamelijk huurders die woonden in Malberg, Heugemerveld en Caberg. De grote meerderheid (87%) heeft een woning gevonden in de bestaande voorraad. Ruim 40% is komen te wonen in een rijwoning (tussen- of hoekwoning), 27% in een appartement met lift, 13% in een appartement zonder lift. Een paar respondenten hebben aangegeven te zijn verhuisd naar een senioren- of aanleunwoning, een aantal andere respondenten is verhuisd naar een p a- tiowoning of een maisonnette. Het grootste deel heeft een woning betrokken met 4 kamers (41%) en 3 kamers (37%). Toch ook nog 8% van de respondenten is naar een 1 - of 2- kamerwoning verhuisd, 14% naar een woning met 5 of meer kamers. De tevredenheid onder de respondenten over hun nieuwe woning is redelijk groot. Dit geldt vooral voor de grootte (80% [zeer] tevreden) en de ligging/plek van de woning (76% [zeer] tevreden). Ook over de onderhoudstoestand is een groot deel (zeer) tevreden (72%), 13% is (zeer) ontevreden. Een mevrouw die in 2004 in Malberg is verhuisd zegt De woning is beter onderhouden en ik heb nu een tuintje. Minst tevreden is men over de huurprijs, deze is in veel gevallen hoger geworden dan de huurprijs van de oude woning. voetnoot 7 Dit geldt uiteraard niet voor degenen die buiten Maastricht zijn gaan wonen, maar deze bewo ners zijn niet benaderd. Verhuisd vanwege sloop
17 Fig uu r 3-4 Tevrede nhe id w oni ng in nie uwe woo nsit ua tie ( ná s loo p) Energielasten 5% 50% 33% 9% Huurprijs 5% 49% 26% 15% 4% Ligging/ plek 25% 51% 14% 6% Grootte 24% 56% 11% 8% Onderhoudstoestand 18% 54% 15% 8% 5% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Ook over de nieuwe woonomgeving zijn de respondenten in meerderheid tevreden. Een respondent die in 2008 van Caberg naar Heer is verhuisd zegt De buurt is ook een vooruitgang, alles wat we nodig hebben is dichtbij. De buurt geeft een prettig en veilig gevoel, dat waarderen we nu nog meer. Een kwart van de respondenten is (zeer) ontevreden over de veiligheid in de buurt. Over het uiterlijk van de buurt (woningen, pleintjes, bestrating et cetera) is twee derde van de respondenten (zeer) tevreden, 15% is (zeer) ontevreden. Fig uu r 3-5 Tevrede nhe id w oon omgeving in nieuwe woonsitua tie (n á slo op ) Voorzieningen 21% 52% 14% 9% Contacten 13% 47% 28% 9% Veiligheid 9% 41% 24% 19% 6% Uiterlijk 14% 53% 18% 12% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Een klein deel (9%) van de respondenten heeft aangegeven nog een keer te zijn verhuisd na de eerste verhuizing vanwege de sloop. De meest genoemde reden is de woning, maar ook de samenstelling van het huishouden wordt genoemd. Enkele bewoners hebben tijdelijk in een wisselwoning gewoond en zijn daardoor nog een keer verhuisd. Een paar bewoners zijn naar een verzorgingstehuis gegaan, enkele geven als reden dat zij terug wilden naar de oude buurt. De respondenten is gevraagd of zij komende periode van plan zijn te verhuizen. Ruim 80% heeft geen plannen om te verhuizen, 11% wil over een paar jaar verhuizen en 7% binnen één jaar. Zo geeft een mevrouw van 52 jaar in het telefonische interview aan dat ze over enkele jaren weer wil verhuizen, omdat de woning volgens haar verborgen gebreken heeft. Hoewel ze er qua buurt op vooruit is gegaan (van Wittevrouwenveld naar Limmel), is de woning aanle i- ding om weer te vertrekken. Een man van 62 jaar die naar een woning van Woonpunt in Pot- Ervaringen van bewoners
Van 18 tenberg is verhuisd is van plan te verhuizen, omdat zijn nieuwe woning niet aan zijn verwachtingen voldoet, de woning is te klein. 3.4 Vergelijking oude en nieuwe woonsituatie Eén van de voorwaarden bij herstructurering is dat de bewoners goed worden geherhuisvest. Het streven van de corporaties en de gemeente is dat bewoners door de herstructurering in een vergelijkbare of betere woonsituatie terechtkomen en dat er meer keuzemogelijkheden geboden kunnen worden in de veelal eenzijdige wijken. Vandaar dat we inzicht willen krijgen in de ontwikkeling van de woonsituatie van bewoners die hebben moeten verhuizen vanwege de sloop van hun woning. Waar zijn zij terechtgekomen, zijn ze er op vooruitgegaan of juist niet? En hoe hebben ze het zelf ervaren? In het vorige hoofdstuk hebben we met kaartbeelden laten zien naar welke wijken de bewoners na verhuizing zijn vertrokken. In de volgende tabel is voor de respondenten een overzicht gegeven waar ze woonden vóór sloop en waar ze naartoe zijn verhuisd ná de sloop. Ook uit deze cijfers blijkt dat de meeste bewoners in hun eigen wijk zijn blijven wonen. Dit geldt het sterkst voor Amby en Boschpoort, al moet hierbij worden opgemerkt dat het gebaseerd is op een klein aantal respondenten. De meeste respondenten die de vragenlijst hebben ingevuld woonden voor de sloop in Malberg (129), de wijk waar in absolute zin de meeste woningen zijn gesloopt. Circa 42% van hen is in Malberg blijven wonen, een redelijk deel (9,3%) is naar de naastgelegen wijk Malpertuis gegaan, een kleiner deel naar Mariaberg (6,2%) en Nazareth en Pottenberg (beide 5,4%). Opvallend zijn de verhuizingen naar Nazareth, aangezien deze wijk aan de andere kant van de Maas ligt. De respondenten die moesten verhuizen uit Heugemerveld zijn in meer dan de helft van de gevallen (53,1%) blijven wonen in de wijk, een relatief groot deel (10,2%) is verhuisd naar Wittevrouwenveld. Overigens is een deel (7,1%) van de respondenten die moesten verhuizen uit Wittevrouwenveld terechtgekomen in Heugemerveld. Een vrouw die in 2006 is verhuisd zegt hierover De sloop vond ik onterecht, maar de buurt is veel beter en gezelliger dan de oude. Ook een redelijk deel (7,1%) van de respondenten uit Wittevrouwenveld is naar Nazareth verhuisd. Tabel 3.4 Verhu iz ing tusse n wij ken vóó r en ná sloo p Naar Malberg Heugemerveld Caberg Wittevrouwenveld Boschpoort Mariaberg Amby Wyckerpoort Malpertuis Nazareth Daalhof Pottenberg anders totaal (=100% Malberg 41,9% 0,0% 4,7% 0,8% 0,0% 6,2% 0,8% 0,0% 9,3% 5,4% 3,1% 5,4% 22,5% 129 Heugemerveld 2,0% 53,1% 2,0% 10,2% 0,0% 0,0% 0,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 22,4% 49 Caberg 16,3% 1,0% 40,8% 1,0% 1,0% 4,1% 0,0% 1,0% 10,2% 3,1% 5,1% 2,0% 14,3% 98 Wittevrouwenveld 1,8% 7,1% 3,6% 42,9% 0,0% 0,0% 1,8% 1,8% 0,0% 7,1% 5,4% 1,8% 26,8% 56 Boschpoort 4,3% 0,0% 0,0% 4,3% 60,9% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 4,3% 0,0% 0,0% 26,1% 23 Mariaberg 11,8% 5,9% 0,0% 0,0% 0,0% 52,9% 0,0% 0,0% 5,9% 0,0% 0,0% 11,8% 11,8% 17 Amby 7,7% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 61,5% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 30,8% 13 Wyckerpoort 0,0% 0,0% 0,0% 38,5% 0,0% 0,0% 0,0% 30,8% 7,7% 0,0% 0,0% 0,0% 23,1% 13 totaal 19,1% 8,0% 12,3% 9,3% 3,8% 5,3% 2,5% 1,8% 6,3% 4,0% 3,3% 3,3% 21,1% 398 Aan de respondenten zijn vragen gesteld over de kenmerken van de oude woning en woo n- omgeving en van de nieuwe. Door deze naast elkaar te zetten, ontstaat een beeld van de on t- wikkeling in de woonsituatie van de respondenten. In Figuur 3-6 is de verdeling van het aantal kamers weergegeven voor de oude en de nieuwe woonsituatie van de respondenten. Het aantal respondenten dat in een 4-kamerwoning woont is toegenomen, maar er zijn minder respondenten die een woning bewonen van 5 kamers of meer. Opvallend is dat ook in de nieuwe woonsituatie nog steeds een redelijk aantal een 1 - of 2-kamerwoning bewoont. Overigens hoeft een kleinere woning niet altijd een achteruitgang te betekenen. Een van de respondenten zegt De woning is kleiner, maar verder goed onderhou- Verhuisd vanwege sloop
19 den en voor twee personen groot genoeg. Ik ben nu erg tevreden met de nieuwe woning en wil er zeker niet meer weg. Fig uu r 3-6 Won inggro otte ( aan tal kamers ) in oude en nieuwe woons itu at ie 5 of meer kamers 4 kamers 3 kamers nieuw oud 1 of 2 kamers 0% 10% 20% 30% 40% 50% Er is een duidelijke verandering te zien in woningtype tussen de oude en nieuwe woonsituatie (Figuur 3-7). Het aantal respondenten dat in een appartement zonder lift woont is sterk afg e- nomen, en ook de boven-/benedenwoning komt minder vaak voor. Daarentegen zijn er veel meer respondenten die in een appartement met lift zijn komen te wonen. Ook wonen meer respondenten in een rijwoning. Hoewel het woningtype geen compleet beeld geeft van de kwaliteit van de woning, kan in algemene zin gesteld worden dat de ondervraagde bewoners als groep in het geheel erop vooruit zijn gegaan. Hierna gaan we in op de ontwikkeling van de woonsituatie, vanuit het perspectief van de bewoners zelf. Fig uu r 3-7 Won ingty pe in oude e n nie uwe woo nsit ua t ie anders boven- of benedenwoning appartement zonder lift appartement met lift nieuw oud vrijstaand of 2-onder-1- kap tussen- of hoek woning/rijwoning 0% 10% 20% 30% 40% 50% De bewoners hebben in de vragenlijst aangegeven in hoeverre ze tevreden zijn met verschillende aspecten van de woning en woonomgeving. Dit hebben ze zowel gedaan voor de oude woonsituatie als voor de nieuwe woonsituatie. Voor een aantal aspecten geldt dat er weinig verandering is te zien in de mening van bewoners. Bijvoorbeeld voor de grootte en de ligging/plek van de woning geldt dat er meer (5%) respondenten zeer tevreden zijn in de nieuwe woonsituatie vergeleken met de oude situatie. De ontevredenheid is ongeveer gelijk gebleven. Een man van 82 jaar die in Caberg in 2007 naar een ap partement met lift is verhuisd, vindt dat hij er qua woning op vooruitgegaan is, zeker met het oog op mijn leeftijd. De voorzieningen en Ervaringen van bewoners
Huurprijs Onderhoudstoestand 20 ruimtes in huis zijn een verbetering, zoals de badkamer en de keuken. De buurt is dezelfde, zodat hij zijn oude contacten nog dichtbij heeft, wat erg belangrijk voor hem is. De grootste veranderingen in de mening van bewoners wat betreft de woning, hebben betre k- king op de huurprijs en de onderhoudstoestand van de woning. De tevredenheid over de o n- derhoudstoestand (Figuur 3-8) is sterk toegenomen. Een vrouw die met haar gezin in 2005 van Caberg naar Nazareth is verhuisd zegt hierover De staat en het onderhoud van de woning zijn beter, en er is meer ruimte voor de twee kinderen, zowel binnen als buiten. Wat betreft de tevredenheid over de huurprijs is een tegenovergesteld beeld te zien ( Figuur 3-9). Bijna een vijfde (19%) van de respondenten is hierover (zeer) ontevreden in de nieuwe woonsituatie, terwijl dit eerst op 4% lag. Dit heeft ermee te maken dat veel bewoners naar een woning zijn verhuisd met een hogere huurprijs. Verschillende malen hebben respondenten in de vragenlijst opmerkingen gezet over de hogere huurprijs. Zo schrijft een van hen kort en krachtig te kleine wc, te hoge huurprijs. Een ander schrijft: Er is verteld dat we niet meer zouden betalen. Maar het is 520.ip.v. 400 euro. We hadden geen andere keus. Een andere respondent is zeer ontevreden over de hogere energielasten: Ik ben van een flat met cv naar een flat met gashaard gegaan. De flat is niet geïsoleerd en met enkele beglazing en rotte kozijnen. Hierdoor heb ik een hoge energierekening en moet 618 euro bijbetalen, terwijl ik andere jaren geld terugkreeg. Fig uu r 3-8 Vergeli jki ng tevredenhe id onde rh ouds toestand oude e n nieuwe woonsituat ie nieuw 18% 54% 15% 8% 5% oud 10% 46% 20% 17% 7% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Fig uu r 3-9 Vergeli jki ng tevredenhe id huu rpr i js ou de e n nie uwe woo nsit uat ie nieuw 5% 49% 26% 15% 4% oud 19% 59% 18% 4% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden In het sociaal plan van Woonpunt en Maasvallei zijn afspraken opgenomen over huurgewe n- ning. Dit houdt in dat bewoners die in hun nieuwe woning meer huur moeten betalen (na huursubsidieverrekening), een gewenningsperiode van 2 jaar krijgen waarmee wordt voork o- men dat mensen na de verhuizing direct met huurverhoging geconfronteerd worden. Het ee r- Verhuisd vanwege sloop
Veiligheid Uiterlijk 21 ste jaar krijgen zij het verschil tussen de oude en nieuwe huur voor 100% terug, het tweede jaar voor 50%, met een maximum van 1.000 over die twee jaren. In bepaalde gevallen maken huurders geen aanspraak op huurgewenning, bijvoorbeeld als ze ervoor kiezen om naar een dure huurwoning (boven de huurtoeslaggrens) te verhuizen. Ook worden openstaande schulden verrekend met de huurgewenning. Maasvallei past de huurgewenning al vanaf ongeveer 2001 toe, Woonpunt vanaf ongeveer 2002. In de vragenlijst en tijdens de telefonische inte r- views is enkele keren opgemerkt dat men niet bekend was met de huurgewenningsregeling of er geen gebruik van heeft kunnen maken. Dit zijn deels huurders die een nieuwe woning van Servatius zijn gaan huren, Servatius heeft namelijk geen huurgewenning. Een mevrouw uit Mariaberg die in 2006 uit een woning van Woonpunt is verhuisd met haar gezin naar een woning van Servatius een paar straten verder, heeft geen huurgewenning gekregen. De hogere huur is een tegenvaller, het is toch twee weken boodschappen. Wat betreft de woonomgeving is de tevredenheid van d e respondenten met name toegenomen ten aanzien van het uiterlijk/inrichting van de buurt en de veiligheid (Figuur 3-10 en Figuur 3-11). Bewoners zagen hun oude buurt achteruitgaan in de periode tot de sloop, en zien hun nieuwe buurt daardoor als een verbetering. Men vindt de nieuwe omgeving prettiger, rustiger en veiliger. Veel mensen zijn niet al te ver van hun oude huis komen te wonen, wat in sommige gevallen betekent dat dezelfde overlast hen parten speelt. Een bewone r die van Caberg naar Mariaberg is verhuisd schrijft Ben tevreden, maar heb nog steeds overlast van junks uit de vorige buurt. Fig uu r 3-10 Vergelij ki ng tevredenheid uiterli jk buur t oude e n nie uwe woo nsit ua t ie nieuw 14% 53% 18% 12% 3% oud 11% 38% 29% 17% 5% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Fig uu r 3-11 Vergelij ki ng tevredenheid ve il ig heid buur t ou de en nieuwe woonsitu atie nieuw 9% 41% 24% 19% 6% oud 7% 34% 24% 26% 9% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Naast de specifieke aspecten is bewoners gevraagd een rapportcijfer te geven over hun oude en nieuwe woning en hun oude en nieuwe woonomgeving. Dit geeft vanuit het perspectief Ervaringen van bewoners
22 van de bewoners zelf een indruk van de stap die zij (verplicht) hebben gemaakt in hun wooncarrière. Het gemiddelde rapportcijfer van alle respondenten voor de nieuwe en oude woning en woonomgeving staat in onderstaande tabel. Zowel de woning als de woonomgeving wordt hoger gewaardeerd in de nieuwe woonsituatie, na de verhuizing. Het gemiddelde cijfer voor de woning gaat van een 6,7 naar een 7,5, het gemiddelde cijfer voor de woonomgeving van een 6,7 naar een 7,4. Gemiddeld hebben bewoners naar hun mening een stap vooruit gezet in hun wooncarrière. Tabel 3.5 Gemid deld ra pp o rtcijfer ou de en nieuwe woning en w oon omgevi ng oud nieuw woning 6,7 7,5 woonomgeving 6,7 7,4 Eveneens is gekeken naar het verschil tussen de rapportcijfers, dus welk cijfer gaf men voor de oude woning en woonomgeving en welk cijfer voor de nieuwe. Het blijkt dat meer dan de helft (58%) een hoger rapportcijfer heeft gegeven voor de nieuwe woning, de meeste respo n- denten hebben 1 of 2 punten hoger gegeven, één op de vijf heeft zelfs 3 of meer punten h o- ger gegeven. Toch heeft ook bijna een kwart (23%) een lager cijfer gegeven voor de nieuwe woning vergeleken met de oude woning, 10% zelfs 3 of meer punten lager. Ongeveer een vijfde vindt dat ze er noch op vooruit, noch op achteruit zijn gegaan qua woning en geef t hetzelfde cijfer voor de nieuwe woning als voor de oude woning. Voor de woonomgeving heeft ruim een kwart (27%) hetzelfde cijfer gegeven, 49% heeft een hoger cijfer gegeven en 24% een lager cijfer. Het grotere deel dat hetzelfde cijfer heeft gegeven, is deels te verklaren doordat een deel van de bewoners in dezelfde buurt is blijven wonen. Tabel 3.6 Verschi l ra pp ortc ij fers oude en nie uwe woon situ atie achteruitgang gelijk vooruitgang woning 23% 19% 58% 100% woonomgeving 24% 27% 49% 100% Hoewel (ruim) de helft van de respondenten dus te kennen heeft gegeven dat ze erop vooruit zijn gegaan qua woning en woonomgeving, is toch bijna een kwart van mening dat ze erop achteruit zijn gegaan. Dit percentage is vrij hoog, aangezien een van de voorwaarden bij de herstructurering is ervoor te zorgen dat bewoners er niet op achteruitgaan in hun woonsituatie. De mensen die vinden dat ze erop achteruit zijn gegaan qua woning zijn op zich redelijk verspreid over de wijken. De wijken waar (relatief) wat meer ontevredenheid is, zijn Amby, Mariaberg, Pottenberg en Wittevrouwenveld. Figuur 3-12 en Figuur 3-13 laten ook de verschillen in rapportcijfers zien, maar hier is de verdeling van de cijfers in beeld gebracht. De nieuwe woning is veel vaker beoordeeld met een 8, 9 of 10. De nieuwe woonomgeving is veel vaker beoordeeld met een 7, 8 of 9. Voor de oude woning gaf 21% van de respondenten een 5 of lager, voor de nieuwe woning nog maar 9%. En andersom in de oude situatie gaf 34% een 8 of hoger voor de woning, in de nieuwe situatie is dat 57%. Verhuisd vanwege sloop
23 Fig uu r 3-12 Verdeling ra p portc ij fers (1 z eer onte vre den, 1 0 z eer tevreden) o u de en nieuwe woni ng 35% 30% 25% 20% 15% 10% oude woning nieuwe woning 5% 0% 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Ook de woonomgeving wordt beter gewaardeerd in de nieuwe woonsituatie. Bijna een kwart van de respondenten (23%) geeft een 5 of lager voor de oude woonomgeving, 9% geeft een onvoldoende voor de nieuwe woonomgeving. Zelfs meer dan de helft (53%) waardeert de nieuwe woonomgeving met een 8 of hoger, voor de oude woonomgeving lag dit percentage op 35%. Fig uu r 3-13 Verdeling ra p portc ij fers (1 z eer onte vre den, 1 0 z ee r tevreden) o u de en nieuwe woon omgeving 35% 30% 25% 20% 15% 10% oude woonomgeving nieuwe woonomgeving 5% 0% 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 De bovenstaande figuren en cijfers laten zien dat veel respondenten van mening zijn een stap vooruit te hebben gedaan qua woning en/of woonomgeving, ondanks het feit dat zij zelf meestal geen verhuisplannen hadden. In de vragenlijst is hierover een stelling opgenomen: Achteraf gezien ben ik blij dat ik ben verhuisd omdat mijn woning gesloopt werd. De meerderheid van de respondenten (53%) is het eens of zeer eens met deze stelling, 29% is het o n- eens en zeer oneens (Figuur 3-14). Ook hier geldt dat ruim de helft achteraf blij is verhuisd te zijn. Bijna 30% is hier niet blij mee. Er is dus blijkbaar een deel van de respondenten dat van mening is dat de sloop en verhuizing niet hebben bijgedragen aan een verbetering van hun woonsituatie. In de volgende paragraaf waarin de ervaringen van bewoners centraal staan, komt dit eveneens aan de orde. Ervaringen van bewoners
24 Fig uu r 3-14 Meni ng ove r stell ing Achtera f g ezien be n ik b li j d at ik be n verhu isd omdat mijn woni ng gesloo pt werd zeer oneens; 12% oneens ; 17% zeer eens; 24% neutraal; 18% eens; 29% 3.5 Ervaringen met het proces De woningcorporaties hebben alle drie een sociaal plan waarin afspraken staan beschreven over onder meer herhuisvesting vanwege ingrijpende renovatie of sloop. De drie corporaties trekken gezamenlijk op in het maken van afspraken over herhuisvesting en de uitvoering ervan. De sociale plannen zijn opgesteld in overleg met de huurdersverenigingen. De sociale plannen van Maasvallei en Woonpunt zijn vrijwel gelijk aan elkaar, het sociaal plan van Servatius is enigszins anders van opzet. Servatius heeft een korte versie van het sociaal plan dat geldt voor alle huurders die te maken krijgen met sloop of ingrijpende woningverbetering. Vervolgens wordt er per herstructureringswijk een uitgebreid sociaal plan op gesteld. In het sociaal plan staat beschreven wat de rechten en plichten zijn van huurders en van de corporatie. Onderwerpen zijn leefbaarheid van de buurt en onderhoud van de woningen in de periode vóór en tijdens de sloop, afspraken over de procedure zoals informatie over de sloop en begeleiding en mogelijkheden, financiële tegemoetkomingen en herhuisvesting. Dit onderzoek beslaat de hele periode van 1998 t/m 2009. Een aantal van de respondenten die mee hebben gedaan aan het onderzoek, is dus in de eerste jaren verhuisd. Het sociaal plan in de huidige vorm bestond destijds nog niet. Enkele van de rechten en plichten die nu gelden bij sloop waren destijds nog niet op(exact) dezelfde wijze vastgelegd. Servatius heeft bij de sloop en herhuisvesting van Heugemerveld wel afspraken gemaakt met bewoners. In 2005 zijn de bedragen voor de tegemoetkomingen aangepast n.a.v. een wijziging in het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH). In 2006 zijn in het sociaal plan van Woonpunt en Maasva l- lei de laatste tekstuele wijzigingen gedaan. De uitvoering, oftewel de praktische toepassing van de afspraken, is eveneens in de loop der jaren hier en daar gewijzigd / verbeterd op grond van ervaringen uit de praktijk. Bekendmaking van de sloop De bewoners hebben in de vragenlijst en de telefonische interviews kunnen aangeven hoe ze zijn geïnformeerd over de aanstaande sloop en in hoeverre ze daar tevreden over waren. In het sociaal plan van de corporaties staan concrete afspraken over de procedure bij sloop. Zo is te lezen in het sociaal plan dat het sloopbesluit en de na te streven sloopdatum zo snel mogelijk aan de huurdersbelangenvereniging, eventuele bewonerscommissie(s) en aan de betrokken huurders wordt meegedeeld. Vervolgens gaan medewerkers van de corporatie zo snel mogelijk op huisbezoek bij de huurders. Verhuisd vanwege sloop
25 Dit huisbezoek heeft als doel: a. de huurder nadere informatie te verstrekken over: - het sloopbesluit en de rechten en plichten van de huurder en Woonpunt/Maasvallei waaronder begrepen het Sociaal Plan; - de procedure in het kader van het sloopbesluit; - de mogelijkheden m.b.t. herhuisvesting, wisselwoningen en huursubsidie b. het inventariseren van de woonwensen van huurder en voor zover mogelijk het aangeven van de mogelijkheden daarin tegemoet te komen; c. het inventariseren van de door de huurder aangebrachte voorzieningen; d. het inventariseren van mogelijke knelpunten bij de huurder. Van de respondenten heeft 60% schriftelijke informatie gekregen over de aanstaande sloop van hun woning. Bijna de helft (48%) zegt informatie te hebben gekregen op een buurtbijeenkomst/ informatieavond over de sloop. Daarnaast zegt bijna de helft (47%) een persoonlijk gesprek te hebben gehad met een medewerker van de corporatie. Hieruit blijkt evenals uit de telefonische interviews - dat niet iedereen een persoonlijk huisbezoek heeft gehad. Dit heeft wellicht ermee te maken dat de procedure rondom het huisbezoek in de beginjaren van de herstructurering nog niet standaard was. Ook kan het zijn dat men het zich niet meer g e- heel herinnert als het jaren geleden plaatsvond. Enkelen geven aan dat ze de plannen over de sloop via via vernomen hebben, bijvoorbeeld via de buren of zelfs van een waarzegster, het stond in de sterren. Een van de bewoners vertelt dat ze net hun huurwoning in Caberg hadden betrokken en bezig waren met het opknappen ervan, toen een van de opzichters zich liet ontvallen dat ze er goed aan zouden doen niet te veel geld en energie eraan te besteden, aangezien de flat in de toekomst gesloopt zou worden. De ze boodschap kwam toen nogal rauw op hun dak vallen, ook door de manier waarop ze het hoorden. Pas vier jaar later kwam er een brief waarin de sloop officieel aangekondigd werd. Er volgde op de brief een huisbezoek van iemand van de corporatie. Het nieuws van de sloop is voor veel mensen een ingrijpende mededeling. Een oudere respondent die 50 jaar in Wittevrouwenveld woonde, wijst erop dat de intonatie van de aankondiging van sloop anders had gemogen. Er is weinig rekening gehouden met de gevoelens van de oude bewoners. Sommige mensen woonden daar al een heel leven. Doorgaans zit er behoorlijk wat tijd tussen het sloopbesluit en de daadwerkelijke sloop van de woningen. Alle bewoners moeten immers eerst een nieuwe al dan niet tijdelijke - woning hebben gevonden. Ruim driekwart van de respondenten vindt dat ze op tijd zijn geïnformeerd over de sloop/ verhuizing, 14% vindt van niet en 9% kan/wil deze vraag niet beantwoorden. Bijna de helft (45%) van de respondenten zegt dan ook binnen een paar maanden na de bekendmaking van de sloop, een nieuwe woning te hebben gevonden of geaccepteerd. Nog eens 28% had binnen een jaar een nieuwe woning, in totaal dus bijna driekwart die binnen een jaar een nieuwe woning had gevonden. Ongeveer een kwart heeft er twee jaar (15%) of langer dan twee jaar (13%) over gedaan. Toch vindt een zeer ruime meerderheid (85%) dat ze snel g e- noeg een woning hebben gevonden/gekregen. Dit geeft tevens aan dat snelheid niet per definitie goed is, zeker als de daadwerkelijke sloop nog jaren duurt. Een respondent die in Caberg woonde zegt hierover: Het ging allemaal te snel. Als je niet als laatste over wilde blijven pa k- te je maar iets. Een respondent die in 2007 uit Caberg is verhuisd zegt: Wel op tijd geïnformeerd, maar er werd niet bij gezegd dat ze pas zo laat gesloopt gingen worden. Ze staan nu namelijk nog, de komende jaren. Een oud-bewoonster uit Wittevrouwenveld: onder andere de lange uitloop tot de werkelijke sloop heeft ervoor gezorgd dat veel bewoners zich niet serieus genomen voelden. Ervaringen van bewoners
26 Tegelijkertijd vinden bewoners het onprettig als de daadwerkelijke verhuizing té lang op zich laat wachten. Een oudere man uit Wittevrouwenveld geeft aan dat hij op een gegeven m o- ment zich niet meer veilig voelde in de wijk, maar dat de corporatie niet snel genoeg een nieuwe woning kon aanbieden. In de vragenlijst is een aantal stellingen voorgelegd over de beleving van de bekendmaking van de aanstaande sloop (Figuur 3-15). Een meerderheid van de respondenten (56%) is het eens met de stelling Ik vond het heel erg dat ik hoorde dat mijn woning gesloopt zou gaan worden, toch ook nog ruim een kwart (27%) is het hier (zeer) mee oneens. Een nieuwe w o- ning kan een kans zijn om een stap te maken naar een betere woning. Meer dan de helft (56%) van de respondenten is het eens met de stelling Toen ik hoorde dat mijn woning g e- sloopt zou worden zag ik dat als kans op een betere woning. Circa een derde is het (zeer) oneens met de stelling. Veel bewoners beschrijven de bekendmaking van de sloopplannen en de daaropvolgende ve r- plichte verhuizing, in emotionele termen. Een respondent die in 2001 uit Heugemerveld is verhuisd verwoordt dit als volgt: In het algemeen is een gedwongen verhuizing geen pretje. Je hebt het mooi voor elkaar en je moet weer opbreken. Het kost veel stress en energie en het duurt een tijd voor je weer ergens gewend bent. Je zit met de vraag: "Krijg ik prettige buren?" etc. Allemaal onzekerheid, bouwverenigingen moeten daar meer bij stilstaan. Fig uu r 3-15 Meni ng stell in g en bekendm aki ng slo op Ik vond het heel erg dat ik hoorde dat mijn woning gesloopt zou gaan worden Toen ik hoorde dat mijn woning gesloopt zou worden, zag ik dat als kans op een betere woning zeer oneens; 10% zeer oneens; 9% zeer eens; 13% oneens ; 17% zeer eens; 31% oneens ; 23% neutraal; 17% eens; 39% neutraal; 16% eens; 25% Voor bewoners is duidelijkheid heel belangrijk, ze willen weten waar ze aan toe zijn. De respondenten zijn over het algemeen wel te spreken over de duidelijkheid van de informatie over de sloopplannen. Slechts 16% is het (zeer) oneens met de stelling Ik ben goed geïnformeerd over de sloopplannen, twee derde is het (zeer) eens. Wel is een groter deel van mening dat de uitleg over de redenen van de sloop duidelijker had gemogen. Bijna een kwart is het namelijk oneens met de stelling Ik heb duidelijke uitleg gekregen waarom mijn woning gesloopt werd. Mensen hadden graag meer mee willen praten over de sloopplannen. Slechts een beperkt deel van de respondenten (28%) vindt dat ze voldoende hebben mee kunnen praten over de sloopplannen. Sommige bewoners voelen zich voor een voldongen feit gesteld en vinden dat er ook naar mogelijkheden voor renovatie gekeken had moete n worden. Begeleiding door de corporatie en de geboden mogelijkheden In het sociaal plan van de corporaties zijn afspraken gemaakt over de begeleiding van huu r- ders bij de herhuisvesting. Het gaat dan om het informeren over de rechten en plichten die huurders hebben (zoals bijvoorbeeld de tegemoetkoming in de verhuiskosten) en het invent a- riseren van zelf aangebrachte voorzieningen, woonwensen en/of bijzondere omstandigheden Verhuisd vanwege sloop
27 bij de huurders. Dit vindt grotendeels plaats in het eerder besproken huisbezoek. De afspraken die tijdens het individuele huisbezoek worden gemaakt worden vastgelegd in een schrift e- lijke overeenkomst tussen de huurder en de corporatie. Een van de afspraken uit het sociaal plan is als volgt: De corporatie heeft een inspanningsverplichting jegens de huurders van de te slopen en ingrij pend te renoveren woningen, die graag in dezelfde buurt/wijk willen blijven wonen, om dit ook te realiseren. In algemeenheid geldt dat de corporatie zich zal inspannen om de verhuiswensen van haar huurders zo veel als mogelijk te honoreren. De inspanningsverplichting ten aanzien van het wonen in de eigen wijk/buurt en overige ve r- huiswensen geldt voor alle drie de corporaties. Huurders van alle drie de corporaties krijgen voorrang bij de toewijzing van woningen. Alleen de manier waarop corporaties vraag en aa n- bod bij elkaar brengen verschilt tussen enerzijds Woonpunt en Maasvallei en anderzijds Serv a- tius. De afspraak bij Woonpunt en Maasvallei is dat de corporaties nadat de verhuiswensen bekend zijn een aanbod doen aan de huurders, maar huurders worden ook geacht zelf te zo e- ken naar vergelijkbare woningen. Huurders van Servatius krijgen soms ook een aanbod van de corporatie, maar voor een aantal wijken geldt dat zij zelf mogen kiezen uit vrijkomende woningen van Servatius in die betreffende wijken. Aan de bewoners is gevraagd of ze vinden dat ze voldoende mogelijkheden hebben gehad om in de eigen wijk te blijven wonen. De helft van de respondenten heeft hierop bevestigend geantwoord, een kwart vindt dat ze niet voldoende mogelijkheden heeft gekregen en nog een kwart heeft weet ik niet aangegeven. Enkele bewoners hebben aangegeven dat het niet mogelijk was om naar hun oude woono m- geving terug te keren, omdat er andere woningen voor in de plaats werden gebouwd. Bijvoorbeeld seniorenwoningen waar een gezin geen aanspraak op maakt, of koopwoningen die men niet kon betalen. Ook zijn er mensen die juist niet terug wilden naar hun oude buurt. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die vonden dat de buurt achteruit was gegaan al voordat de sloop bekend werd, of nadat de sloop bekend werd. Ongeveer twee derde van de respondenten is komen te wonen in de buurt van hun keuze (zie vierde stelling in Tabel 3.7), slechts 12% is in een andere buurt terechtgekomen dan de buurt waar men heen wilde. Tabel 3.7 Mening stelli ngen begeleid ing en keuzemog eli jkhe den corpo rat ie zeer eens eens neutraal oneens zeer oneens n.v.t. totaal Ik heb voldoende begeleiding gehad van de corporatie bij het zoeken naar een nieuwe woning 13% 40% 20% 16% 10% 2% 100% De corporatie heeft voldoende keuzemogelijkheden geboden voor een nieuwe woning 10% 32% 18% 23% 13% 4% 100% De corporatie heeft voldoende rekening gehouden met mijn verhuiswensen 15% 41% 18% 15% 8% 3% 100% Ik ben komen te wonen in de buurt waar ik wilde wonen 24% 43% 20% 7% 5% 2% 100% De verhuiskostenvergoeding was voldoende 11% 34% 21% 20% 12% 2% 100% Naast de voorkeur voor de buurt hebben mensen ook andere woonwensen aan kunnen geven, zoals woningtype en -grootte. Iets meer dan de helft (56%) vindt dat er voldoende rekening gehouden is door de corporatie met zijn/haar verhuiswensen. Bijna een kwart is het niet eens met de stelling. Ervaringen van bewoners
28 Dat mensen geen woning hebben gekregen die voldoende aansloot bij hun wensen, heeft volgens de respondenten voor een deel te maken met het aanbod. Een behoorlijk deel (36%) is het (zeer) oneens met de stelling dat de corporatie voldoende keuzemogelijkheden heeft geboden voor een nieuwe woning. Onvoldoende heeft soms te maken met het aantal woni n- gen dat wordt aangeboden, maar soms ook met de kwaliteit en geschiktheid van de woningen. Een alleenstaande vrouw die begin 2009 is verhuisd uit Malberg vond ook dat haar keuze b e- perkt was: Ik wilde graag op een huis reageren, maar die huizen zijn voor minimaal 2 pers o- nen en ik ben alleenstaand. Heb me ingeschreven bij een andere huurorganisatie. Sommige bewoners hebben een woning geaccepteerd die niet aan hun wensen voldeed. Zo geeft een respondent die van Wittevrouwenveld naar Pottenberg is verhuisd aan dat ze haar tuin zo mist en Hadden graag een huisje gewild, maar moesten het met een flat doen. In het sociaal plan van Woonpunt en Maasvallei staat aangegeven dat bewoners ook zelf moeten zoeken naar vergelijkbare woningen. Sommige bewoners hebben uiteindelijk zelf een woning gevonden, soms bij een andere corporatie of geen sociale huurwoning. Een mevrouw die zelf haar woning heeft gevonden vond dat niet erg want ik weet zelf toch beter wat bij me past. Wel wordt er meerdere malen opgemerkt dat de keuze te beperkt was e n dat mensen bij gebrek aan (geschikte) aangeboden woningen door de corporatie zelf een woning zijn gaan zoeken. Sommige respondenten hadden graag meer begeleiding gehad bij het zoeken naar de woning. Verschillende respondenten hebben opgemerkt dat ze het allemaal zelf hebben moeten regelen. Een vrouw die uit haar woning in Mariaberg moest vertrekken en zelf een woning heeft g e- vonden een paar straten verderop, vindt dat de corporatie haar beter op de hoogte had mo e- ten houden tijdens het zoeken. Ook als ze nog niks hadden gevonden, had mevrouw het prettig gevonden als ze haar dat hadden gezegd. Dan had ze in ieder geval geweten hoe het ervoor stond. Een respondent uit Malberg heeft in 2004 snel een aanbod gekregen van Woonpunt, maar vindt achteraf dat hij te snel moest beslissen en dat hij te snel op het eerste aanbod in is g e- gaan. Ik had meer tijd willen hebben om na te denken en ook liever meer woningen willen zien. De woning die is aangeboden en die ik heb geaccepteerd is eigenlijk te klein. Een ander punt waar de respondenten minder tevreden over zijn, is de verhuiskostenvergo e- ding. Ongeveer een derde (32%) van de respondenten is het (zeer) oneens met de stelling dat de verhuiskostenvergoeding voldoende was. De corporaties hebben in hun sociaal plan afspraken opgenomen over de tegemoetkoming in onder meer de verhuiskosten voor huurders die verplicht hun woning moeten verlaten vanwege sloop of grondige renovatie. De tegemoetkoming bedraagt per 1-1-2009 5.365 per huishouden. Dit is vastgelegd in het BBSH en wordt jaarlijks geïndexeerd. De tegemoetkoming in de verhuiskosten is per 1 juli 2005 verhoogd. Dit verklaart grotendeels de ontevreden geluiden van mensen die in de jaren daarvoor zijn verhuisd. Een respondent uit Malberg die begin 2005 is verhuisd schrijft: Na 26 jaar hebben wij op 28-4-2005 het huurcontract van de nieuwe woning getekend. Een paar weken later is de verhuiskostenvergoeding verhoogd naar 5000 euro. Een verschil van 1400 euro. De bewoners die dit is overkomen, ervaren dit natuurlijk als onrechtvaardig. Dat is ook begrijpelijk, tegelijkertijd zijn er bij een wijziging altijd mensen die net buiten of net binnen de nieuwe regeling vallen. Ook de andere extra kosten die bewoners maken zijn onderwerp van discussie. Verschille nde bewoners geven aan dat zij extra kosten hebben gemaakt die niet zijn vergoed door de corpo- Verhuisd vanwege sloop
29 ratie. Een respondent die in 2000 zijn woning in Heugemerveld moest verlaten, zegt Als ik gedwongen mijn woning moet verlaten, dan wil ik toch op zijn minst een woning in dezelfde staat of beter ervoor terug. Maar dit was niet het geval. Ik moest veel opknappen aan de nieuwe woning en heb daar maar weinig compensatie (financieel en in materiële zin) of hulp bij gehad. Onderhoud, beheer en leefbaarheid Een belangrijk aandachtspunt in de buurten waar woningen gesloopt worden, is het beheer en de leefbaarheid in de periode tot de sloop. Dit is immers een periode waarin er in korte tijd veel verandert in een buurt. Bewoners die er al jaren wonen verlaten de buurt en daar komen soms tijdelijke bewoners voor terug, woningen komen leeg te staan en worden dichtgemaakt, het onderhoud van de woningen en de omgeving gaat achteruit et cetera. Ook over dit thema hebben de corporaties afspraken vastgelegd in het soci aal plan. Daarin staat dat de corporaties zich inspannen om de leefbaarheid en veiligheid op peil te houden onder meer door het beperken van de leegstandsperiode, het ophangen van vitrage in lee g- staande woningen, het maken van afspraken over voorkomen van overlast en vervuiling. Toch blijkt uit het onderzoek dat veel respondenten ontevreden zijn over de leefbaarheid en veiligheid in de periode nadat de sloop bekend werd, en de rol die de corporaties en/of de gemeente daarin hebben gespeeld. Zowel in de antwoorden en opmerkingen bij de vragenlijst als tijdens de telefonische interviews, stelden de respondenten de achteruitgang van de buurt vaak aan de orde. Een deel van de bewoners heeft zelfs als het al enige tijd geleden is - geen prettige herinnering aan de laatste periode die ze doorbrachten in hun oude buurt. Dit heeft vooral te maken met de verloedering van de buurt en de veranderingen die ze om zich heen zagen. In Figuur 3-16 is te zien dat respondenten vooral ontevreden waren over het schoo n- houden van de buurt (40% (zeer) ontevreden) en het toezicht op o.a. de leegstaande woni n- gen (34% (zeer) ontevreden). Over de bereikbaarheid van de corporatie is een meerderheid (57%) (zeer) tevreden, bijna een derde neutraal en maar een klein deel ontevreden. Fig uu r 3-16 Meni ng over o nderh ou d en be heer tusse n bekendm aki ng slo op e n verhuiz ing Bereikbaarheid corporatie 7% 50% 31% 9% 4% Bewoning tijdelijke bewoners 3% 25% 47% 17% 8% Schoonhouden buurt 4% 25% 31% 31% 9% Toezicht (o.a. leegstaande woningen) 3% 25% 37% 24% 10% Onderhoud van de woning 8% 40% 26% 19% 7% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Zeer tevreden Tevreden Neutraal Ontevreden Zeer ontevreden Bewoners die soms jarenlang ergens woonden, voelden zich opeens niet meer thuis in hun eigen buurt of voelden zich onveilig. Een mevrouw die in 2008 uit Caberg is verhuisd vertelt dat vooral de laatste maanden heel onprettig waren. De buurt was aardig leeggelopen en we hadden veel overlast van buren (vooral van één bepaald gezin) en van hangjongeren. Er we r- den regelmatig ramen ingegooid, omdat het leek alsof het gebouw onbewoond was. Er werd niets meer aan onderhoud gedaan. Ervaringen van bewoners
30 Een bewoner van 83 jaar die rond 2001 uit Wittevrouwenveld is verhuisd, voelde zich op het laatst niet meer veilig in de buurt waar hij 50 jaar had gewoond: Toen bekend werd dat de woningen zouden worden gesloopt is de verloedering van de buurt begonnen. De buur t liep leeg, en het was er niet meer veilig. Meneer vindt dat er niet voldoende maatregelen zijn getroffen om de veiligheid en het toezicht te verbeteren. Een andere respondent die in 2001 uit Wittevrouwenveld moest verhuizen, vertelt dat ze weliswaar woningen kreeg aangeboden, maar dat ze deze niet geschikt vond. Daardoor moest zij met haar zoontje langer in de buurt blijven wonen dan ze gewild had, de buurt verloederde, dichtgetimmerde huizen, leegstand, tijdelijke bewoners die veel overlast bezorgden. Dit zorgde ervoor dat de laatste periode in de oude buurt erg stressvol was. Sommige woningen die op de nominatie staan om gesloopt te worden, worden nadat zij vri j- komen tijdelijk verhuurd. In Maastricht is Ad Hoc een van de organisaties die de tijdelijke verhuur verzorgt. Sommige respondenten zijn te spreken over de tijdelijke verhuur, anderen juist weer niet. Een respondent die in 2007 is verhuisd uit Caberg heeft minder goede ervaringen met tijdelijke huurders: Ik heb tijdelijk in een wisselwoning in een andere sloopflat gezeten, waar ook woningen werden verhuurd aan studenten via Ad-Hoc. De leefstijl van ouderen en die van studenten gaan niet samen, waardoor er irritatie en overlast ontstaat bij de ouderen. Een mevrouw die in 2006 uit Mariaberg is verhuisd, vindt de tijdelijk verhuur op zich een go e- de oplossing. Zij en haar gezin hadden ook niet echt overlast van de tijdelijke huurders, maar die mensen onderhouden hun tuinen natuurlijk niet, het wordt wel rommelig, minder lee f- baar. Verhuisd vanwege sloop
31 Hoofdstuk 4 Conclusies en aanbevelingen Wat kunnen we leren van de bevindingen uit dit bewonersonderzoek? Wat zijn de gevolgen van de sloop en de verplichte verhuizing voor de wooncarrière van bewoners? En geeft het onderzoek aanleiding om meer te gaan sturen op het verbeteren van de wooncarrière? Hoe hebben de bewoners het proces ervaren en op welke punten zijn verbeteringen gewenst? 4.1 Conclusies onderzoeksbevindingen Herstructurering in Maastricht Herstructurering heeft een behoorlijke impact. In de eerste plaats op de bewoners, maar ook op de stad als geheel en op de betreffende wijken. Herstructurering is bedoeld om de kwaliteit van de woningvoorraad en de wijken in het algemeen te verbeteren en s oms zijn louter kleine ingrepen dan niet voldoende. Sloop is dan nodig om de gewenste kwaliteit en het diverse aanbod te realiseren. Dit onderzoek gaat niet over nut en noodzaak van de sloop, maar over de gevolgen voor en ervaringen van bewoners die hiermee te maken hebben gehad. Voor bewoners betekent herstructurering dat zij hun oude woning verplicht moeten verlaten en een nieuwe woonplek moeten vinden. Door de herstructurering is in de loop der jaren een behoorlijk aantal mensen verplicht verhuisd, namelijk circa 1.600 in de periode 1998-medio 2009. Dit waren voor het grootste deel (51%) huurders van Servatius, voor 41% huurders van Woonpunt en 8% huurders van Maasva l- lei. De sloop en verplichte verhuizingen hebben vanwege de spreiding van het bezit van d e drie corporaties in negen verschillende wijken plaatsgevonden, met een concentratie in vier wijken (Malberg, Heugemerveld, Caberg en Wittevrouwenveld). Oude en nieuwe woonsituatie vergeleken De bewoners van de sloopwoningen waren verplicht om naar een andere woning te verhuizen. Zijn er veranderingen te zien in de nieuwe woonsituatie ten opzichte van de oude woonsitu a- tie? En zo ja, betekent dat een stap vooruit in de wooncarrière van deze groep? Dit laatste proberen we zowel objectief te beantwoorden op grond van de kenmerken van de woning en de woonomgeving als subjectief op grond van de mening en ervaringen van respondenten. Objectief - Het merendeel is blijven wonen in de eigen wijk of in omliggende wijken, er hebben weinig verhuizingen plaatsgevonden naar de andere kant van de Maas. Wel zijn er enige verschillen tussen wijken zichtbaar; tussen 30% en ruim 60% is in de eigen wijk gebleven. - Hoewel de bewoners uiteindelijk zelf beslissen waar ze naartoe verhuizen, blijkt dat de meesten toch zeer afhankelijk zijn van het beschikbare aanbod van de corporaties. De i n- Conclusies en aanbevelingen
32 stroom van geherhuisveste bewoners concentreert zich daarom enigszins in de buurten met veel corporatiebezit. - Het komt voor dat mensen van de ene sloopwoning in de andere belanden. Hoewel niet op grote schaal, wordt enige malen genoemd dat men na de eerste verhuizing vanwege sloop nog een keer heeft moeten verhuizen. - Het merendeel van de respondenten is bij de eigen corporatie gebleven. In het geval van Woonpunt is dat 80%, bij Servatius 77% en bij Maasvallei 50%. Het lagere percentage heeft waarschijnlijk te maken met het kleinere bezit en vrijkomend aanbod. - Het overgrote deel van de respondenten (87%) is verhuisd naar een bestaande woning, de stap naar een nieuwbouwwoning heeft 13% van de respondenten gezet. Dit is vrij weinig, maar heeft grotendeels te maken met de hogere prijzen van de nieuwbouw. Mensen kiezen in meerderheid voor een bestaande sociale huurwoning met een doorgaans lagere huur. - Een iets groter deel van de respondenten bewoont in de nieuwe woonsituatie een 4 kamerwoning. Dit lijkt vooral ten koste te zijn gegaan van de 5-kamerwoningen. - Op grond van de verschuiving in het type woning tussen oude en nieuwe woonsituatie, is te concluderen dat in algemene zin bewoners in hun nieuwe woning erop vooruit zijn gegaan qua kwaliteit. Een deel van degenen die voorheen in een appartement/flat zonder lift woonde, woont nu in een appartement met lift of in een rijwoning. Subjectief - Bewoners waren achteraf gezien over het algemeen tevreden in hun oude woonsituatie. Vooral de plek was een positief punt, en ook over de grootte van de oude woning had men weinig klachten. Over de onderhoudstoestand van hun oude woning was een groter deel ontevreden. Op dit vlak is verbetering te zien in de nieuwe woonsituatie: een groter deel is tevreden over de onderhoudstoestand van de woning waar ze na de verplichte verhuizing in terecht zijn gekomen. - Toch is er ook nog een deel (zeer) ontevreden op dit punt. Sommigen vinden dat ze naar een kwalitatief slechtere woning zijn verhuisd, zo blijkt uit enkele opmerkingen op de vragenlijst en in de interviews. Dit is weliswaar niet op grote schaal genoemd door de respondenten, maar het komt wel voor. - De huurprijs van de nieuwe woning is een ander punt van kritiek van de bewoners. Een groot deel is hierover ontevreden. Dit is verklaarbaar, omdat de meeste bewoners na de verhuizing een hogere huurprijs zijn gaan betalen. In sommige gevallen zeker bij nieuwbouw - staat tegenover de hogere huurprijs meer woonkwaliteit. Echter voor huurders die al heel lang in hun oude woning woonden (29% van de respondenten had meer dan 20 jaar in de oude woning gewoond) en daardoor een lage huur hadden, bracht de verhuizing per definitie een verhoging van de huur met zich mee ongeacht de stap in kwaliteit. Duidelijkheid en eerlijkheid over eventuele huurverhoging vinden bewoners belangrijk. Sommige bewoners zeggen dat hen vooraf beloofd is dat ze niet meer huur zo u- den betalen. - Over de veiligheid en het uiterlijk van de oude buurt was men minder te spreken. Dat hing samen met het feit dat al bekend was dat gesloopt ging worden en de omgeving achteruitging. Mensen voelden zich daardoor minder veilig en vonden dat de buurt verlo e- derde, zo komt uit het bewonersonderzoek naar voren. De veiligheid in de nieuwe woonsituatie wordt beter beoordeeld. Daarbij is het mogelijk dat mensen in dezelfde wijk zijn blijven wonen, maar een andere buurt of zelfs een paar straten verderop - kan een wereld van verschil zijn. Verhuisd vanwege sloop
33 Effecten van de herstructurering Het onderzoek biedt de mogelijkheid om enkele conclusies te trekken over de effec ten die herstructurering teweegbrengt in de stad en over de gevolgen voor de bewoners. Wat de bewoners betreft: een van de voorwaarden bij herstructurering is dat de bewoners op een goede manier worden geherhuisvest en er niet op achteruitgaan in hun woonsituatie. Uit het onderzoek kan worden opgemaakt dat de verplichte verhuizing vanwege sloop voor de meerderheid van de bewoners, zowel in objectieve als in subjectieve zin, neutraal tot positief is geweest voor hun wooncarrière. Dit is een belangrijke conclusie en geeft aan dat herstructurering voor een groot deel van de bewoners een positief neveneffect heeft: de woonsituatie van mensen verbetert en mensen ervaren dat ook als zodanig. Wel is het zo dat weinig bewoners in een nieuwbouwwoning terecht zijn gekomen. B ewoners zelf profiteren dus maar in beperkte van de sloop/ nieuwbouw in hun wijk. Een verklaring hiervoor ligt deels in het feit dat er minder sociale hu ur wordt teruggebouwd en dus per definitie niet iedereen kan terugkeren. Differentiatie van het woningaanbod is immers een van de doelstellingen van de herstructurering. Ook hebben bewoners zelf vaak de keuze gemaakt voor een bestaande woning in dezelfde of in een nabijgelegen buurt. Kosten spelen daarbij een rol (nieuwbouw is duurder), alsook praktische overwegingen (niet twee keer willen ve r- huizen). Ook voor de stad als geheel pakt de herstructurering, voor zover dat uit dit onderzoek kan worden vastgesteld, positief uit. De vernieuwing van de woningvoorraad betekent een structurele verbetering van het woningaanbod in de betreffende buurten. Er zijn geen aanwijzingen dat elders in de stad ongewenste neveneffecten optreden. Er is bijvoorbeeld geen sprake van afvoerputjes van de herstructurering. Bewoners zijn merendeels binnen de eigen wijk verhuisd. Verhuizingen naar andere wijken in Maastricht zijn redelijk verspreid. Er zijn geen wijken waar zeer grote concentraties herhuisvesters zijn te vinden. Een van de risico s van herhuisvesting is het zogenoemde waterbedeffect. Volgens critici worden sociale problemen met herstructurering niet opgelost, maar verplaatst of in het beste geval verdund. Hoewel het oplossen van sociaaleconomische problemen van bewoners helemaal geen doel is van de herstructurering een nieuwe woning helpt iemand niet aan een baan - zijn geen aanwijzingen gevonden voor een waterbedeffect. De meeste bewoners zijn bewust over korte afstand verhuisd, dus de verplaatsing is om te beginnen gering. Daarbij geven de meesten aan er qua woonomgeving op vooruit te zijn gegaan ten opzichte van de oude woonsituatie, ook als de herhuisvesting al een paar jaar geleden was. Als sociale problemen (bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid) zich hadden mee verplaatst, zouden ze dat niet hebben gevonden. Het blijft wel noodzakelijk de vinger aan de pols te houden. Het opknappen van een deel van een buurt kan betekenen dat het overgebleven deel qua marktpositie achteruitgaat, al is het maar relatief en in de beleving van bewoners. Dit mag geen argument zijn om het opknappen achterwege te laten. Het betekent wel dat investeren in de woningvoorraad een voortschri j- dend proces is. Sommige buurten die tien jaar geleden nog mee konden zijn nu toe aan herstructurering of wellicht over tien jaar. In verband met het bovenstaande moet worden gewezen op het risico van herstructurering s- nomaden. Een niet te verwaarlozen minderheid van de geherhuisveste bewoners is ontevreden over de nieuwe woonsituatie en een kwart van de respondenten is van mening dat ze erop achteruit zijn gegaan qua woning en woonomgeving. Een enkeling is van de ene sloopwoning in de andere beland. Hoewel het gaat om uitzonderingen is het wel zaak om hier alert op te zijn. Niet alleen is het zuur voor de betrokkenen om twee keer te moeten verhuizen, ook zijn het juist dit soort uitzonderingen die kunnen zorgen voor een onnodig negatieve beeldvorming rond de herstructurering. Conclusies en aanbevelingen
34 Ervaringen van bewoners met het proces Er komt heel wat kijken bij het proces van herstructurering, vanaf de eerste aankondiging tot en met de daadwerkelijke verhuizing en sloop. De corporaties hebben dan ook niet voor niets uitgebreid afspraken vastgelegd in het sociaal plan over de rechten en plichten van bewoners die te maken krijgen met verplichte verhuizing vanwege sloop (en renovatie). Op welke manier hebben de bewoners het proces ervaren? Waar liepen ze tegenaan en wat vonden ze goed of juist niet goed gaan? - Het nieuws over de sloop van hun woning was voor veel mensen niet prettig. De helft van de respondenten vond het heel erg dat ze hoorden dat hun woning werd gesloopt. Vooral sommige bewoners die al jaren en jaren in hun woning woonden, ervo eren het nieuws als een schok. Enkele bewoners vinden dat de corporaties en de gemeente meer rekening moet houden met de emoties van mensen die dit te horen krijgen. - Een wellicht voor de hand liggende conclusie is dat een dergelijk ingewikkeld proces in de praktijk altijd anders loopt dan hoe het op papier is vastgelegd. De bewoners zijn naar e i- gen zeggen op verschillende manieren op de hoogte gesteld. Zo heeft bijvoorbeeld de helft een persoonlijk gesprek gehad met een medewerker van de corporatie, maar een deel van de respondenten zegt schriftelijk informatie te hebben ontvangen. Strikt gen o- men zou hieruit geconcludeerd kunnen worden dat de afspraken uit het sociaal plan over de mededeling van de sloop niet overal zijn toegepast. Hierbij moet opgem erkt worden dat het ook te maken kan hebben met veranderingen van de afspraken in de loop der tijd en met herinnering van mensen. Sommige mensen gaven ook aan dat ze niet alles meer wisten, omdat het al een tijd geleden was. - Over de uitvoering van de verhuisregeling in het algemeen zijn de bewoners wel te spreken, als het gaat om een aantal deelaspecten is men kritischer. Bewoners vinden het belangrijk om op de hoogte gehouden te worden van de plannen, niet alleen van tevoren maar ook gedurende het proces over de voortgang van de plannen. Een dilemma hierbij is dat mensen verdeeld zijn over hoe zij op de hoogte gebracht willen worden van het nieuws. Voor de een is het te vroeg en voor de ander te laat, er is niet één juiste manier. - Over de herhuisvesting in het algemeen lijken bewoners redelijk op de hoogte te zijn. Tegelijkertijd blijkt uit de opmerkingen en andere antwoorden dat mensen niet altijd naar tevredenheid zijn geherhuisvest. Mogelijk zijn deze bewoners onvoldoende op de hoogte van hun rechten en de mogelijkheden, en hebben ze daar dus ook niet voldoende van gebruik kunnen maken. Een andere mogelijkheid is dat er niet voldoende rekening is gehouden met de rechten van de bewoners en het bieden van keuzemogelijkheden door de corporaties. Uit het onderzoek blijkt dat veel bewoners van mening zijn dat zij niet voldoende keuzemogelijkheden hebben gehad voor de nieuwe woning. - Een deel van de bewoners heeft zelf een woning kunnen vinden, maar een deel is afha n- kelijk geweest van het aanbod van de corporaties. Met name voor oudere of minder proactieve bewoners is het zoekproces naar een nieuwe woning een hele opgave. Het is b e- langrijk om aan deze bewoners voldoende aandacht en begeleiding te geven, om te voo r- komen dat zij bijvoorbeeld de verkeerde woning accepteren of dat zij als laatste blijven zitten. De bewoners die ontevreden zijn over de begeleiding en/of de geboden mogelij k- heden, vinden dat de corporaties hier meer aan moeten doen (meer en/of beter aanbod, meer contact over de herhuisvesting, hulp bij de verhuizing et cetera). - Veel respondenten vinden de tegemoetkoming in de verhuiskosten niet voldoende. Dit heeft deels te maken met de aanpassing, waardoor de bewoners uit de eerste jaren een lagere tegemoetkoming hebben gekregen. Verhuisd vanwege sloop
35 - Er is onder de respondenten veel ontevredenheid over de leefbaarheid en de veiligheid in de periode tot de sloop. Met name de bewoners die als een van de laatste n zijn verhuisd, hebben hiermee te maken gehad. De ontevredenheid over de periode tot de sloop heeft betrekking op een aantal veranderingen waar bewoners mee te maken krijgen. Een daarvan is de veranderde samenstelling van de bewoners zoals het vertrek van oude b e- woners, instroom van tijdelijke bewoners, bewoners die minder betrokken zijn en/of voor meer overlast zorgen. Een andere verandering heeft met de fysieke toestand van de buurt te maken, zoals dichtgetimmerde ramen, niet-onderhouden tuinen en een algehele fysieke verloedering van de buurt. Dergelijke veranderingen in de buurt kunnen een ve r- sterkend effect hebben op de achteruitgang van de buurt. De leegstaande woningen, het vertrek van oude betrokken bewoners, instroom van tijdelijke minder betrokken bew o- ners, leiden tot minder sociale controle en lokken vandalisme uit. Dergelijke veranderi n- gen brengen voor bewoners soms overlast met zich mee en zorgen voor onveiligheidsg e- voelens. Conclusies en aanbevelingen
36 4.2 Aanbevelingen Welke lessen zijn er te trekken uit het onderzoek? Een van de conclusies in de vorige par a- graaf is dat de herstructurering door een minderheid van de bewoners als verslechtering van de woonsituatie wordt ervaren. Dit is een afbreukrisico, want het is niet de bedoeling dat de oude bewoners erop achteruitgaan, objectief dan wel subjectief. Ook voor het proces van de herstructurering, vanaf de planvorming tot en met de sloop en vervangende nieuwbouw geldt dat een groot deel van de bewoners tevreden is, maar een deel niet. Op papier is het hele proces goed geregeld, maar kennelijk valt er aan de uitvoering nog iets te verbeteren. Hoewel het niet haalbaar is om het iedereen 100% naar de zin te maken valt er wellicht nog winst te behalen. Hieronder staat een aantal concrete aanbevelingen: Verbetering van de woningen en de wijken is de centrale doelstelling van de herstruct u- rering. Een van de belangrijke randvoorwaarden daarbij moet blijven dat de herhuisve s- ting van de bewoners goed is geregeld. Bewoners moeten niet de dupe worden van de verbetering van de wijk en moeten er niet op achteruitgaan in hun woonsituatie. Belangrijk is dat het niet alleen in de beleidsnotities staat, maar ook is uitgewerkt in de uitvoering, zoals bijvoorbeeld in afspraken over herhuisvesting. Die moeten erop gericht zijn dat mensen in een gelijkwaardige woning terechtkomen of zelfs een stap vooruit maken in hun wooncarrière, in ieder geval niet achteruit. Voorkomen moet worden dat mensen geherhuisvest worden in woningen die nauwelijks beter zijn dan waar ze vandaan komen of in buurten waarvan mag worden verwacht dat ze binnen afzienbare tijd aan de beurt zijn voor herstructurering. Zo voorkom je ook het risico op herstructureringsnomaden. Wellicht dat een deel van de bewoners de stap kan maken naar een koopwoning, al dan niet met koopconstructies. Corporaties zouden bewoners hierover kunnen informeren en in het huisbezoek samen met hen de mogelijkheden hiervoor kunnen verkennen. De uitwerking in de uitvoering is in Maastricht deels vastgelegd in de sociale plannen van de corporaties. De rechten en plichten van bewoners die te maken krijgen met verplichte herhuisvesting vanwege sloop zijn hiermee op papier geborgd. Een juiste uitvoering van het sociaal plan is vervolgens cruciaal. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk dat bewoners echt goed begrijpen wat hun rechten en plichten zijn. Bij sommige bewoners vergt het wellicht meer tijd om uitleg hierover te geven, maar het is belangrijk dat alle bewoners zo gelijk mogelijk toegerust zijn om bijvoorbeeld een nieuwe woning te zoeken. Uit het onderzoek blijkt dat een deel van de respondenten meer begeleiding had gewild van de corporaties bij het zoeken naar woningen en bij het verhuizen. Dit geldt wellicht wat meer voor ouderen, maar er zijn ook anderen die niet goed weten hoe ze dit moeten aanpakken. In het sociaal plan staat wel opgenomen dat mensen begeleiding kunnen kri j- gen, maar mogelijk weten mensen niet hoe ze dit moeten regelen. Vooral voor ouderen is de herhuisvesting een hele opgave. Mensen begrijpen soms niet goed wat hun mogelijkheden zijn en hebben dan bijvoorbeeld te snel een woning gea c- cepteerd waar ze achteraf gezien niet tevreden mee zijn. Begeleiding speciaal gericht op ouderen kan een manier zijn om deze groep te ondersteunen. Overigens kan het ook voor andere groepen gelden. Het is belangrijk dat individuele bewoners voldoende aandacht krijgen. De herhuisvesting moet echt maatwerk zijn. De sloop en verplichte verhuizing is immers voor veel individuele bewoners een ingrijpende en hectische gebeurtenis, waar ze niet zelf om hebben g e- vraagd. Dat moet niet uit het oog worden verloren, ook niet als het voor de corporatie om grote aantallen te herhuisvesten bewoners gaat. Verhuisd vanwege sloop
37 Een ander signaal is dat mensen vinden dat ze te beperkte keuzemogelijkheden hadden bij het zoeken naar een nieuwe woning. Het dilemma hierbij is dat het aanbod aan woningen beperkt is (immers, er zijn al wachtlijsten voor reguliere woningzoekenden), tegelijkertijd is het zeer begrijpelijk dat bewoners wel iets goeds terug willen hebben als zij gedwongen moeten verhuizen. Dit is moeilijk op te lossen, maar bezien kan worden of de afstemming van het aanbod op de woonwensen verbeterd kan worden. Maatwerk moet tijd kosten, als de bewoners maar niet het gevoel krijgen aan het lijntje te worden g e- houden. Een relatief klein deel van de bewoners is in een nieuwbouwwoning terechtgekomen na de verhuizing Dit is grotendeels te verklaren door de hogere huur- en koopprijzen van de nieuwbouw. Veel bewoners kiezen dan toch voor een bestaande sociale huurwoning met een lagere huur in plaats van de nieuwbouw. Mogelijk is voor enkele bewoners de fasering van de nieuwbouw een reden dat zij voor een bestaande woning kiezen. Immers als de nieuwbouw plaatsvindt nadat gesloopt is, moeten mensen tijdelijk in een wisselw o- ning wonen. De meeste bewoners willen dat niet en kiezen ervoor om maar één keer te verhuizen. Wellicht kan hier meer rekening mee worden gehouden in de fasering. Bewoners willen graag op de hoogte gehouden worden van de plannen en de voortgang. Een deel van de bewoners geeft aan dat zij frequenter geïnformeerd (hadden) willen worden door de corporaties en gemeente. Ook na de eerste aankondiging en het huisbezoek is het van belang om contact te houden met bewoners en hen te blijven informeren. Bijvoorbeeld als het langer duurt voordat de corporatie een woningaanbod kan doen, of als de plannen voor de sloop worden uitgesteld. Het huisbezoek kan benut worden voor de vraag of men behoefte heeft aan dergelijke informatie en eventueel aan begeleiding, immers niet iedereen zit daarop te wachten. De verandering in de tegemoetkoming in de verhuiskosten heeft bij de bewoner s die daar mee te maken hadden voor ongenoegen gezorgd. Mogelijk kan een betere communicatie hierover een deel van de onvrede wegnemen. Dit geldt overigens in het algemeen voor uitleg over de redenen van bepaalde veranderingen of keuzes die gemaakt worden door de corporaties en de gemeente tijdens het herstructureringsproces. Het behouden van de leefbaarheid en de veiligheid gedurende de periode van herhui s- vesting tot aan de sloop, verdient de volle aandacht van corporaties en gemeente. Vooral bewoners die als laatste vertrekken uit de buurt, blijken onprettige herinneringen te hebben aan deze tijd. Er moet veel aandacht zijn voor het beheer van de woningen, toezicht op de leegstaande woningen, strikte handhaving als mensen overlast veroorzaken (ook als dit tijdelijke huurders betreft). Conclusies en aanbevelingen
Bijlagen
41 Bijlage 1 Tabellen bewonersonderzoek Kenmerken respondenten Tabel B.1 Leeft ij d respon d enten tot 30 jaar 21 5% 30 tot 45 jaar 75 18% 45 tot 65 jaar 175 42% 65 tot 75 jaar 68 16% 75 jaar en ouder 68 16% onbekend 7 2% Totaal 414 100% Tabel B.2 Hu isho ude nssam enstelling res po ndenten Alleenstaand 176 43% Echtpaar/vaste partners zonder kinderen 116 28% Echtpaar/vaste partners met kinderen 65 16% Eenouder met kinderen 37 9% Andere samenstelling 8 2% Onbekend 12 3% Totaal 414 100% Tabel B.3 In komensbron re spon dente n Salaris uit loondienst 150 36% Winst uit eigen bedrijf/freelance vergoeding 7 2% Inkomen uit uitkering 118 29% Inkomen uit pensioen 119 29% Een andere inkomensbron 9 2% Heb geen inkomsten 3 1% Onbekend 8 2% Totaal 414 100% Tabellen bewonersonderzoek
42 Tabel B.4 Verhu ur der van g esloo pte woning Woonpunt 157 38% Servatius 210 51% Maasvallei 45 11% Onbekend 2 0% totaal 414 100% Tabel B.5 Tevre denhe id woning o ude woons itu at ie Onderhoudstoestand Grootte Ligging/ plek Huurprijs Energielasten Zeer tevreden 10% 15% 22% 19% 9% Tevreden 46% 59% 51% 59% 55% Neutraal 20% 16% 15% 18% 24% Ontevreden 17% 9% 10% 4% 8% Zeer ontevreden 7% 0% 2% 0% 3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Tabel B.6 Tevre denhe id woonomgeving o ude woonsitu atie Uiterlijk Veiligheid Contacten Voorzieningen Zeer tevreden 11% 7% 19% 24% Tevreden 38% 34% 42% 56% Neutraal 29% 24% 29% 10% Ontevreden 17% 26% 7% 9% Zeer ontevreden 5% 9% 3% 3% Totaal 100% 100% 100% 100% Tabel B.7 Tevre denhe id woning n ieuwe woons itu at ie Onderhoudstoestand Grootte Ligging/ plek Huurprijs Energielasten Zeer tevreden 18% 24% 25% 5% 5% Tevreden 54% 56% 51% 49% 50% Neutraal 15% 11% 14% 26% 33% Ontevreden 8% 8% 6% 15% 9% Zeer ontevreden 5% 1% 3% 4% 3% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% Verhuisd vanwege sloop
43 Tabel B.8 Tevre denhe id woonomgeving n ieuwe woonsituat ie Uiterlijk Veiligheid Contacten Voorzieningen Zeer tevreden 14% 9% 13% 21% Tevreden 53% 41% 47% 52% Neutraal 18% 24% 28% 14% Ontevreden 12% 19% 9% 9% Zeer ontevreden 3% 6% 4% 3% Totaal 100% 100% 100% 100% Tabel B.8 Tevre denhe id on derho ud e n beheer peri ode voo r verhu iz ing Onderhoud van de woning Toezicht (o.a. leegstaande woningen) Schoonhouden buurt Bewoning tijdelijke bewoners Bereikbaarheid corporatie Zeer tevreden 8% 3% 4% 3% 7% Tevreden 40% 25% 25% 25% 50% Neutraal 26% 37% 31% 47% 31% Ontevreden 19% 24% 31% 17% 9% Zeer ontevreden 7% 10% 9% 8% 4% totaal 100% 100% 100% 100% 100% Tabellen bewonersonderzoek
44 Bijlage 2 Vragenlijst VOORDAT U BEGINT MET INVULLEN - Deze vragenlijst bestaat uit 33 vragen over uw verhuizing als gevolg van de sloop van uw woning in Maastricht. Aan het eind van de vragenlijst staan nog 7 achtergrondvragen. - Het invullen van de volledige vragenlijst neemt ongeveer 15 minuten van uw tijd in beslag. - Onder elke 50 inzenders van een ingevulde vragenlijst wordt een cad eaubon van 50,- verloot. Als u hiervoor in aanmerking wilt komen, kunt u dat op de achterkant van de bijgevoegde brief aangeven. - De meeste vragen in deze vragenlijst kunt u beantwoorden door een antwoord aan te kruisen. Kruis steeds één antwoord per vraag of regel aan. Alleen als bij een vraag staat aangegeven dat meer antwoorden mogelijk zijn, mag u meer antwoorden aankruisen. Bij sommige vragen wordt u gevraagd zelf een antwoord in te vullen. - In de vragenlijst worden ook stellingen gegeven. U kunt aange ven in welke mate u het met de stelling eens bent, door één vakje aan te kruisen. - Let goed op doorverwijzingen. Soms kunt u namelijk één of meer vragen overslaan. OUDE WOONSITUATIE Met oude woonsituatie of vorige woning bedoelen we de woning die u moest verlaten omdat de woning gesloopt zou worden. Wanneer bent u verhuisd omdat uw woning gesloopt zou worden? Maand (bijv. 12) Jaar (bijv. 2006) Wat voor een soort woning bewoonde u in de oude woonsituatie? 1 Tussen- of Hoekwoning 5 Appartement, zonder lift 2 Vrijstaande woning 6 Boven- of Benedenwoning 3 Twee-onder-een-kapwoning 7 Anders, namelijk: 4 Appartement, met lift Hoeveel kamers had uw woning? Daarbij tellen de woon-, slaap- en studeer- of werkkamers mee. kamers Hoe lang heeft u (ongeveer) gewoond in de woning die gesloopt is? jaar Verhuisd vanwege sloop
45 Van welke woningcorporatie huurde u de woning? 1 Woonpunt 2 Servatius 3 Maasvallei In welke buurt woonde u? Buurt Buurt Wyckerpoort Mariaberg Wittevrouwenveld Belfort Amby Caberg Borgharen Malberg Heugemerveld Boschpoort Anders, namelijk Hoe tevreden was u over uw oude woning en oude woonomgeving? Kruis bij elk aspect één vakje aan. Zeer tevreden Tevreden Neutraal Zeer Ontevreden ontevreden 1 Onderhoudstoestand van de woning 2 Grootte van de woning 3 Ligging/ plek van de woning 4 Huurprijs van de woning 5 6 Energielasten (gas en licht) van de woning Uiterlijk van de buurt (denk hierbij aan woningen, pleintjes, bestrating, inrichting etc.) 7 Veiligheid in de buurt 8 Contacten in de buurt 9 Voorzieningen in de buurt (denk hierbij aan scholen, winkel, openbaar vervoer etc.) Had u voordat bekend werd dat uw woning gesloopt zou worden al verhuisplannen? 1 Ja 2 Nee (ga naar vraag 10) Vragenlijst
46 Wat was de belangrijkste reden om te willen verhuizen? (meerdere antwoorden mogelijk) 1 De woning 2 De woonomgeving 3 Financiële situatie 4 Gezondheid of behoefte aan zorg/ mantelzorg 5 Studie/werk 6 Verandering samenstelling huishouden (samenwonen, scheiding) 7 Dicht(er) bij familie/ vrienden wonen 8 Andere reden, namelijk: NIEUWE WOONSITUATIE Met nieuwe woonsituatie of nieuwe woning bedoelen we de woning waar u naartoe bent verhuisd toen uw oude woning gesloopt werd. Bent u na de sloop van uw woning naar een huurwoning of een koopwoning verhuisd? 1 Huurwoning van Woonpunt 4 Huurwoning van andere verhuurder 2 Huurwoning van Servatius 5 Koopwoning 3 Huurwoning van Maasvallei 6 Anders, namelijk: Bent u naar een nieuwbouw- of bestaande woning verhuisd? 1 Nieuwbouwwoning 2 Bestaande woning Naar wat voor een soort woning bent u verhuisd? 1 Tussen- of Hoekwoning 5 Appartement, zonder lift 2 Vrijstaande woning 6 Boven- of Benedenwoning 3 Twee-onder-een-kapwoning 7 Anders,namelijk: 4 Appartement, met lift Hoeveel kamers heeft de woning waarnaar u verhuisde? Daarbij tellen de woon -, slaap- en studeer- of werkkamers mee. kamers Verhuisd vanwege sloop
47 Naar welke buurt bent u verhuisd nadat u uw oude woning die werd gesloopt, moest verlaten? Stadsdeel Buurt Stadsdeel Buurt Maastricht-Noordoost Amby Maastricht-Centrum Binnenstad Beatrixhaven Boschstraatkwartier Borgharen Jekerkwartier Itteren Kommelkwartier Limmel Sint Maartenspoort Meerssenhoven Statenkwartier Nazareth Wyck - Céramique Wittevrouwenveld Maastricht-Noordwest Belfort Wyckerpoort Belvédère Maastricht-Zuidoost De Heeg Boschpoort Heer Bosscherveld Heugem Brusselsepoort Heugemerveld Caberg Randwyck Daalhof Scharn Dousberg-Hazendans Vroendaal Frontenkwartier Maastricht-Zuidwest Biesland Lanakerveld Campagne Malberg Jekerdal Malpertuis Sint Pieter Mariaberg Villapark Oud Caberg Wolder Pottenberg Anders, namelijk Hoe tevreden bent u over de nieuwe woning en woonomgeving? Kruis bij elk aspect één vakje aan. Zeer tevreden Tevreden Neutraal Zeer Ontevreden ontevreden 1 Onderhoudstoestand van de woning 2 Grootte van de woning 3 Ligging/ plek van de woning 4 5 6 Huurprijs (of hypotheeklasten) van de woning Energielasten (gas en licht) van de woning Uiterlijk van de buurt (denk hierbij aan woningen, pleintjes, bestrating, inrichting etc.) Vragenlijst
48 7 Veiligheid in de buurt 8 Contacten in de buurt 9 Voorzieningen in de buurt (denk hierbij aan scholen, winkel, openbaar vervoer etc.) Kunt u een rapportcijfer (1 is zeer ontevreden en 10 is zeer tevreden) geven over uw oude en nieuwe woning? Oude woning: Nieuwe woning: Kunt u een rapportcijfer (1 is zeer ontevreden en 10 is zeer tevreden) geven over uw oude en nieuwe woonomgeving? Oude woonomgeving: Nieuwe woonomgeving: Bent u na de verhuizing vanwege sloop nog een keer verhuisd? 1 Ja 2 Nee (ga naar vraag 22) Wat was de reden om te gaan verhuizen uit de woning die u bewoonde na de sloopwoning? (mee r- dere antwoorden mogelijk) 1 De woning 2 De woonomgeving 3 Financiële situatie 4 Gezondheid of behoefte aan zorg/ mantelzorg 5 Studie/werk 6 Verandering samenstelling huishouden (samenwonen, scheiding) 7 Dicht(er) bij familie/ vrienden wonen 8 Andere reden, namelijk: Hoe lang heeft u in uw eerste woning na de sloopwoning gewoond? jaar Is uw huidige woning een koop- of huurwoning? 1 Huurwoning van Woonpunt, Servatius of Maasvallei Verhuisd vanwege sloop
49 2 Huurwoning andere verhuurder 3 Koopwoning 4 Anders, namelijk: Bent u van plan te verhuizen in de komende periode? 1 Nee (ga naar vraag 24) 2 Ja, binnen 1 jaar 3 Ja, maar pas over een paar jaar Wat is de belangrijkste reden om te willen verhuizen? (meerdere antwoorden mogelijk) 1 De woning 2 De woonomgeving 3 Financiële situatie 4 Gezondheid of behoefte aan zorg/ mantelzorg 5 Studie/ werk 6 Verandering samenstelling huishouden (samenwonen, scheiding) 7 Dicht(er) bij familie/ vrienden wonen 8 Andere reden, namelijk: ERVARINGEN VERHUIZING VANWEGE SLOOP Op wat voor manier heeft u informatie gekregen over de sloop van uw oude woning? (meerdere antwoorden mogelijk) 1 Schriftelijke informatie 2 Informatieavond/ buurtbijeenkomst 3 Persoonlijk gesprek met medewerker van de corporatie 4 Anders, namelijk: Vindt u dat u op tijd geïnformeerd bent door de corporatie over de sloop/ verhuizing? 1 Ja Vragenlijst
50 2 Nee 3 Weet niet Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen: Zeer eens Eens Neutraal Oneens Zeer oneens 1 2 3 4 Ik vind het terecht dat mijn oude woning is gesloopt, want de kwaliteit was slecht Toen ik hoorde dat mijn woning gesloopt zou worden, zag ik dat als kans op een betere woning Ik vond het heel erg dat ik hoorde dat mijn woning gesloopt zou gaan worden Achteraf gezien ben ik blij dat ik ben verhuisd omdat mijn woning gesloopt werd Hoe lang heeft het ongeveer geduurd voordat u een nieuwe woning had gevonden of geaccepteerd, nadat u hoorde dat uw woning gesloopt zou worden? 1 Binnen een paar maanden 2 Na ongeveer een jaar 3 Na ongeveer twee jaar 4 Langer dan twee jaar Vindt u dat u snel genoeg een nieuwe woning heeft gevonden/ gekregen? 1 Ja 2 Nee Vindt u dat u voldoende mogelijkheden heeft gekregen om te blijven of terug te keren naar de wijk of buurt waarin de sloopwoning stond? 1 Ja 2 Nee 3 Weet ik niet Verhuisd vanwege sloop
51 Kunt u aangeven in hoeverre u het eens of oneens bent met de volgende stellingen: Zeer eens Eens Neutraal Oneens Zeer oneens Niet van toepassing 1 2 3 4 5 6 7 8 Ik ben goed geïnformeerd over de sloopplannen Ik heb duidelijke uitleg gekregen waarom mijn woning gesloopt werd Ik heb voldoende mee kunnen praten over de sloopplannen Ik heb voldoende begeleiding gehad van de corporatie naar een nieuwe woning De corporatie heeft voldoende keuzemogelijkheden geboden voor een nieuwe woning De corporatie heeft rekening gehouden met mijn verhuiswensen Ik ben komen te wonen in de buurt waar ik wilde wonen De verhuiskostenvergoeding was voldoende Was u in de periode nadat de sloopplannen bekend werden gemaakt tot aan uw verhuizing tevreden of ontevreden over: Zeer tevreden Tevreden Neutraal Zeer Ontevreden ontevreden 1 Het onderhoud van de woning 2 Het toezicht (o.a. op de leegstaande woningen) 3 Het schoonhouden van de buurt 4 Bewoning door tijdelijke bewoners 5 Bereikbaarheid van de corporatie Vindt u in het algemeen dat de verhuisregeling goed is uitgevoerd door de corporatie? 1 Ja (ga naar vraag 34) 2 Nee Vragenlijst
52 Indien u Nee heeft geantwoord op vraag 32, graag een korte toelichting. ALGEMENE GEGEVENS Als laatste onderdeel volgen nog enkele vragen over uw persoonlijke situatie. Wij willen nogmaals benadrukken dat de gegevens alleen voor onderzoeksdoeleinden worden gebruikt. Wat is uw leeftijd? jaar Bent u man of vrouw? 1 man 2 vrouw Wat is de samenstelling van uw huishouden? 1 alleenstaand 2 echtpaar/ vaste partners zonder thuiswonende kinderen 3 echtpaar/ vaste partners met thuiswonende kind(eren) 4 een ouder met thuiswonende kind(eren) 5 een andere samenstelling, namelijk: Wat is de voornaamste inkomensbron van uw huishouden? 1 salaris uit loondienst 4 inkomen uit pensioen 2 winst uit eigen bedrijf/ freelance vergoeding 5 een andere inkomensbron 3 inkomen uit uitkering 6 heb geen inkomsten Wat is het totale netto inkomen van uw huishouden? 1 Beneden modaal (tot ca. 1.800 netto per maand) 2 Boven modaal (meer dan ca. 1.800 netto per maand) Wat is uw postcode? (bijvoorbeeld 1234 AB) Wat is uw hoogst voltooide opleiding? Verhuisd vanwege sloop
53 1 Basisonderwijs / MAVO / VMBO 3 HBO / WO 2 HAVO / VWO / MBO 4 OPMERKINGEN Anders, namelijk: Hieronder kunt u uw opmerkingen kwijt over maximaal twee onderwerpen. Deze ruimte kunt u ook g e- bruiken om uw antwoordkeuze voor een van de vragen nader toe te lichten. Nummer van de vraag: Nummer van de vraag: Voor dit onderzoek willen we ook nog enkele mensen telefonisch vragen stellen, om meer te horen over de ervaringen en om te horen op welke punten de corporaties en de gemeente het proces rondom de herstructurering kunnen verbeteren. Zouden we u hiervoor telefonisch mogen benaderen? Ja, mijn telefoonnummer is: Hiermee bent u aan het einde van deze vragenlijst gekomen. Wij danken u hartelijk voor uw m e- dewerking! U kunt de vragenlijst terugsturen aan de Gemeente Maastricht in de bijgevoegde antwoordenvelop (postzegel niet nodig). Als u kans wilt maken op de cadeaubon van 50,- vult u dan op de achterkant van de bijgevoegde brief uw naam en adres in. De antwoorden die u hiervoor hebt ingevuld zullen niet met uw n aam en adres in verband worden gebracht, de vragenlijst blijft strikt anoniem. Vragenlijst